Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Ambiguïteit in God binnen de

Dovnload 1.04 Mb.

Ambiguïteit in God binnen de



Pagina3/21
Datum28.10.2017
Grootte1.04 Mb.

Dovnload 1.04 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21

Daarna strekte Abraham zijn hand uit

en nam het mes om zijn zoon te slachten.


11a

11b


Op dat moment riep de engel van JHWH vanuit de hemel tot hem: ‘Abraham, Abraham!’

Waarop hij zei: ‘Zie, hier ben ik.’



12a

12b


12c

12d


Daarop zei hij: ‘Strek je hand niet uit naar de knaap,

en doe hem in het geheel niets;

want nu weet ik dat je God vreest,

omdat je zoon, je enige, niet aan mij hebt onthouden.’



13a

13b


13c

13e


Toen hief Abraham zijn ogen op en zag:

Zie, een enkele ram, met zijn hoorns verward in het struikgewas!

Daarop ging Abraham en nam de ram,

waarna hij hem deed opstijgen als opgangoffer in plaats van zijn zoon.



14a

14b


14c

14d


En Abraham noemde de naam van die plaats

‘JHWH ziet om’;

zodat tot op heden wordt gezegd:

‘Op de berg van JHWH laat hij zich zien.’



15

Toen riep de engel van JHWH tot Abraham voor de tweede maal vanuit de hemel:

16a

16b


‘Bij mijzelf zweer ik, luidt de sprake van JHWH:

omdat jij dit woord gedaan hebt en je zoon, je enige, niet hebt achtergehouden,



17a

17b


17c

zal ik je rijkelijk zegenen en je nageslacht rijkelijk verveelvoudigen,

als de sterren van de hemel en als het zand, dat aan de oever van de zee is;

jouw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen,


18a

18b


en met jouw nageslacht zullen alle volken van de aarde hun zegenspreuken illustreren;

omdat jij gehoor gegeven hebt aan mijn stem.’



19a

19b


19c

19d


Toen keerde Abraham terug tot zijn dienstknapen,

waarna zij zich gereed maakten.

Daarna gingen zij samen naar Berseba.

En Abraham bleef in Berseba.




2.5 Aantekeningen bij de vertaling en tekstkritiek
1. Hier vindt de lezer een bespreking van de kernproblemen en bijzonderheden in tekst en bovenliggende vertaling, waarin verantwoording gegeven wordt van de daarbij gemaakte keuzes.

1a. hL,aeh' ~yrIb'D>h; rx;a; yhiy>w: : “Na deze dingen gebeurde het” – Grammaticaal gezien hebben we hier te maken met een temporele constructie, die enerzijds duidt op continuïteit met het voorafgaande en anderzijds op discontinuïteit. Hier begint een nieuw verhaal. (AC §4.1.1; §5.4.2). Een concordante vertaling van ~yrIb'D>h; (vgl. vs. 16) zou hier onfraai Nederlands opleveren.

1a. hS'nI ~yhil{a/h'w> (..) yhiy>w: : “gebeurde het, dat God op de proef stelde” – De woordvolgorde (subject – verbum – object) lijkt hier nadruk te verlenen aan het subject (AC §5.1b.1).

1b. ynINEhi : “Zie, hier ben ik” – De gebruikelijke schrijfwijze is ynIn>hi, een suffixverbuiging van hNEhi. hNEhi is meestal een uitroep om nadruk te leggen op de onmiddellijke beschikbaarheid van iets of iemand (AC §4.5.1a). ynIn>hi daarentegen duidt op zelfpresentatie. De hier voorkomende varianten ynINEhi (vs. 2, 11) en yNINhi en het paar ynINEhi/yNIN Jacob legt Abrahams reactie in Gen. 22:1 uit als tatbereite Religion.16 Jacob ziet hierin een contrast met yNIN17 Waar ynIn>hi zuiver een zelfpresentatie is, wordt deze presentatie volgens Jacob met ynINEhi dus aangevuld met een uiting van bereidheid tot daden. De verklaring van Jacob is consistent en in staat het verschil tussen ynINEhi en yNIN
2a. hY"rIMoh; : ‘Moria’ – Hier bevindt zich het voornaamste tekstuele probleem van dit gedeelte, namelijk de naam van het land waar Abraham zijn zoon moet offeren. Het tekstkritisch apparaat van de BHS laat een verscheidenheid aan varianten zien, zoals uit het onderstaande overzicht blijkt. Dit roept de vraag op welke variant de meest oorspronkelijke is.


Masoretische Tekst

hY"rIMoh;

Moria

Andere versies

Variant veronderstelt

Vertaling

Samaritaanse Pentateuch

harwmh

More, of: vrees

Samaritaanse Targum

hizjth  twzx

visioen, openbaring

Septuaginta

th.n gh/n th.n u`yhlh.n

hoogte

Symmachus

ovptasi,aj  ha,r>M;h;

visioen, verschijning

Vulgata

(in terram) visionis  ha,r>M;h;

visioen, verschijning

Peschitta

mrwj’  yrImoa/h'

de Amoriet

De naam hY"rIMo is curieus. Het enige geografische aanknopingspunt lijkt de naam van de tempelheuvel hY"rIAm in 2 Kron. 3:1 te zijn. De relatie tussen Gen. 22:2 en 2 Kron. 3:1 is echter niet zonder meer duidelijk. Heeft een redactor de naam hY"rIMo vanuit 2 Kron. 3:1 ingevoerd in Gen. 22:2 (zo G. von Rad)18 of is 2 Kron. 3:1 een welbewuste verwijzing naar Gen. 22:2 (zo Mittmann).19 Aangezien dit vraagstuk niet eenvoudig op te lossen is en hY"rIMoh; #r,a, als geografische verwijzing ongrijpbaar is, blijft de betekenis van hY"rIMoh; #r,a, duister.

De obscuriteit van de naam biedt tevens een plausibele verklaring voor de verscheidenheid aan varianten. Het is goed denkbaar dat men met deze varianten hY"rIMo zou hebben willen verduidelijken: de Targum op de Samaritaanse Pentateuch, Symmachus en de Vulgaat middels een algemene theologische term die het woordspel op ha'r"”vasthoudt (‘visioen’; ‘verschijning’); de Septuaginta middels wat een verwijzing lijkt te zijn (‘hoogte’) naar de eik van More (th.n dru/n th.n u`yhlh,n) in Gen. 12:6 (vgl. Deut. 11:30); de Peschitta middels een bekende streeknaam (‘land van de Amorieten’); en de Samaritaanse Pentateuch middels wat ofwel een toespeling is op het werkwoord ‘vrezen’ (arey") in vers 12 (‘vrees’)20 ofwel een gelijkluidende plaatsaanduiding uit de Abrahamcyclus (‘More’), naar ‘de eik van More’ (hr,Am !Alae) in Gen. 12:6.21 Daarentegen lijkt het niet erg waarschijnlijk dat een redactor een van deze begrijpelijker termen zou hebben laten vallen voor het obscure hY"rIMo. Het is dus aannemelijk dat hY"rIMo de meest oorspronkelijke van deze varianten is.

Twee interpretaties van hY"rIMo die bij deze oorspronkelijkheid aansluiten zijn de vertalingen “mijn leraar is Jah” en “land van de koning”. Mu-ri (of mori) bevat het participium Hif’il van jārâ (hry) “onderwijzen”.22 Hamilton vermeldt dat Mitchell Dahood heeft gewezen op een mogelijk verband met het Eblaïtische mu-rí-gúki: “mijn leraar is de stem”.23 hY"rIMo zou ook een van oorsprong Hurritische naam kunnen zijn: de naam zou een samenstelling kunnen zijn van het relatief of aanwijzend voornaamwoord me/ma (“hetwelk is van”; “deze van”) en iwri (“heer”; “koning”).24 Hamilton meent dat hier een verband ligt met Jeruzalem. De naam “Arauna”/Ornan” (van iwri), de Jebusiet van wie David het land kocht waarop hij de tempel bouwt (2 Sam. 24:18-25; 1 Kron. 21:28-30), zou het Hurritisch karakter van Jeruzalem suggereren.25 Met “Ornan” uit 2 Kron. 3:1 lijkt dan het verband tussen “Arauna” en “Moria” gelegd.



2b. ~yrIh'h, dx;a; : ‘een van de bergen’ – dx;a, is niet alleen aanduiding van hoeveelheid, maar kan ook dienen om onbepaaldheid uit te drukken (W-O’C, 251, 275).

3a. wyr'['n> ynEv.-ta, : ‘zijn twee dienstknapen’ – Men kan hier zowel vertalen: ‘zijn beide dienstknapen’ (dat wil zeggen: zijn twee enige dienstknapen) als: ‘twee van zijn dienstknapen’. Echter: “zoals in 9:22 niet ‘twee van zijn broeders’ betekent, maar zijn beide broeders’ en zoals in 40:2 niet ‘twee van zijn hovelingen’ betekent, maar ‘zijn beide hovelingen’, betekent ook hier in 22:3c niet ‘twee van zijn jongens’ (st.vert.) of ‘twee van zijn knechten’ (vert. NBG ‘51), maar ‘zijn beide jongens’. Bedoeld zal zijn: de twee, die hij placht mee te nemen zo dikwijls hij ergens heenging.”26 Hier is gekozen voor de vertaling: “zijn twee dienstknapen”, om zowel het getalsmatige van ynEv. te laten uitkomen als de parallel met wD'x.y: ~h,ynEv. Wkl.YEw:, “zo gingen zij tweeën samen” (vs. 6).

7a. yNIN
7a. Voor hNEhi + ontbrekend bepaald werkwoord vgl. Ges-K § 147b.

8a. AL-ha,r>yI ~yhil{a/ : ‘God zal voor zichzelf uitzien naar (..).’ – De gangbare vertalingen geven ha'r" (met acc. + l.) over het algemeen weer als ‘voorzien’, en in sommige gevallen als ‘uitkiezen’ (vgl. HALAT, har, 12). Wanneer we dit vers vergelijken met andere plaatsen waar we vormen van ha'r" vinden in combinatie met accusatief en l. + suffix (Deut. 33:21; 1 Sam. 16:1, 17), ligt de betekenis ‘op zoek gaan naar’ of ‘uitzoeken’ veel meer voor de hand (HAHAT, har, 2.e; vgl. Gen. 41:33 zonder l. + suffix). Zo moet 1 Samuël 16:17 vertaald worden als: ‘Ga voor mij op zoek naar een man die goed spelen kan.’ (!GEn:l. byjiyme vyai yli an"-War>) Omdat een weergave waarin het werkwoord ‘zoeken’ het uitgangspunt vormt, de concordantie van de vertaling zou doorbreken, is gekozen voor een weergave met het werkwoord ‘zien’ als uitgangspunt.

9a. l. l[;M;mi ~yfi : ‘leggen op ..’ – In de meeste gevallen drukt l. l[;M;mi een relatieve aanduiding van plaats aan, zodat deze uitdrukking ofwel comparatief moet worden vertaald: ‘hoger dan ..’ (Jer. 52:32) ofwel superessief: ‘boven ..’ (Ex. 28:27; Lev. 11:21; 1 Kon. 7:29; Jes. 6:2). In combinatie met !t;n" of ~yfi kan het echter ook een sublatieve betekenis krijgen: ‘plaatsen / leggen op ..’ (Jes. 14:13; Jer. 43:10; 52:32); (vgl. HAHAT, l[;m; II, 3.a).

11b. ynINEhi – zie de discussie onder 1b.



13a. rx;a; : ‘achter hem/het’ – De meeste Hebreeuwse manuscripten, de Samaritanus, LXX, Syriacus en Targums lezen dx;a; (één, een zekere), in plaats van rx;a;; De dalet en de resj lijken zoveel op elkaar dat het wel valt in te zien hoe een kopiist de ene letter voor de andere zou kunnen hebben aangezien. We mogen daarbij veronderstellen dat een kopiist hier eerder geneigd zou zijn dx;a; te lezen dan rx;a;. dx;a; lijkt hier immers een overbodig, en daardoor vreemd element in de tekst, terwijl rx;a; op dit punt in het verhaal goed op zijn plek zou zijn geweest. Samengenomen met het gegeven dat de meerderheid van de tekstgetuigen de lezing dx;a; steunt, maakt dit het aannemelijk dat de tekst oorspronkelijk dx;a; bevatte.

14a. hw"hy> : ‘JHWH’ – De variant van 4QGenExoda: rmÐay rva hary myÎhÐlÎa, doet twijfel rijzen welke godsnaam hier oorspronkelijk heeft gestaan: hw"hy>, lae of ~yhil{a/.27 Aangezien de variant van 4QGenExoda echter alleen staat, valt een aanpassing van de tekst nauwelijks te verdedigen.

14a. ha,r>yI hw"hy> : ‘JHWH ziet om’ – De gangbare bijbelvertalingen trekken dit gelijk met ~yhil{a/ AL-ha,r>yI in vers 8, zodat de vertaling luidt: ‘De Heer voorziet’. Voor die parallellie valt iets te zeggen aangezien dezelfde werkwoordsvorm gebruikt wordt. De aantekening bij vers 8 maakt echter duidelijk dat 'voorzien' geen juiste weergave is van ha'r', maar dat dit werkwoord vanwege de combinatie met accusatief en l. + suffix daar de betekenis heeft van ‘op zoek gaan naar’ of ‘uitzoeken’. Zowel AL als een object ontbreekt hier echter, zodat het aannemelijk is dat ha'r' hier een andere betekenis heeft. Die betekenis lijkt te moeten worden gezocht in omschrijvingen van uitredding door God in termen van het omzien naar de mens in een benauwde situatie, vaak met ynI[\ als object (bijv. Ex. 4:31; Ps. 9:14; 25:18; 31:8), maar een aantal malen ook op zichzelf staand (Ps. 10:11; 80:15; Jes. 37:17; 63:15; Ez. 8:12; 9:9). Gen. 16:13 biedt een opvallende overeenkomst met 22:14a in yair\ lae hT'a;, ‘u bent een God die mij ziet’. Ook daar wordt een etiologie gegeven gebaseerd op ha'r', met God als subject. Op grond van het voorgaande mogen we aannemen dat ha'r' hier de betekenis heeft van het omzien van Godswege naar de mens in zijn benarde situatie.

14b. ha,r'yE : ‘hij laat zich zien’ – De gangbare bijbelvertalingen geven deze Nif’al passief weer (vgl. AC § 3.1.2a, c). Volgens Vetter is de voornaamste betekenis van de Nif'al ha'r' reflexief van aard: ‘zichzelf laten zien’, ‘verschijnen’ (TLOT, har, 3c); bijv. in Zach. 9:14: ha,r'yE ~h,yle[] hw"hyw: ; ‘Dan zal JHWH zich aan hen laten zien.’, en in 12:7 wyl'ae ha,r>NIh; hw"hyl;; ‘JHWH, die hem verschenen was.’ (vgl. met God als object Ex. 23:17; 34:23; Deut. 16:16; 32:36).

18a. ^[]r>z:b. Wkr]B't.hi : ‘en zij zullen hun zegenwensen illustreren met jouw nageslacht’ – De Hitpa’el is in haar rudimentaire vorm een reflexief-wederkerige tegenhanger van de Pi’el (AC § 3.1.5); men wenst zichzelf of elkaar iets toe. De passieve vertaling door de meeste gangbare bijbelvertalingen kan dan ook beschouwd worden als een verlegenheidsoplossing. Gesenius geeft hier “sich Segen wünschen (vgl. zu Niph.) m. B.: einen in seinen Segensformeln nennen, sei es als Quelle des Segens Jes 65 16, sei es als Vorbild Gn 22 18. 26 4. Ps 72 17.” (HAHAT, %rb II, Hitpa. 2). ^[]r>z:b. Wkr]B't.hi zou dan zoveel willen zeggen als: in hun zegenspreuken zal jouw nageslacht als voorbeeld dienen. De B. in ^[]r>z:b. functioneert daarbij als beth essentiae; deze maakt een vergelijking met de aard van iets anders. Bijv. Wnmel.c;B. ~d'a' hf,[]n:; ‘laat ons een mens maken volgens ons beeld’ (Gen. 1:26); qz"x'B. hwIhy> yn"doa] hNEhi; ‘Zie de heer God komt als een sterke’ (Jes. 40:10); (AC § 4.1.5h). Het perfectum valt hier op te vatten als een retorisch futurum, ook wel aangeduid als profetisch perfectum. Deze drukt een toekomstige handeling of situatie levendig uit, die nog geen realiteit is, maar welke in de ogen van de spreker wordt voorgesteld als vaststaand (AC § 3.2.1d).

2. Bovenstaande tekstkritiek heeft geen directe consequenties voor de onderzoeksvraag.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   21

  • 2.5 Aantekeningen bij de vertaling en tekstkritiek
  • Andere versies Variant veronderstelt Vertaling

  • Dovnload 1.04 Mb.