Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Andrew Wommack Bijbelcommentaar Handelingen -hoofdstuk 18

Dovnload 133.79 Kb.

Andrew Wommack Bijbelcommentaar Handelingen -hoofdstuk 18



Pagina1/3
Datum09.12.2018
Grootte133.79 Kb.

Dovnload 133.79 Kb.
  1   2   3

Handelingen –hoofdstuk 18
Vertaling Bible Commentary van Andrew Wommack

Wiebrig Calderhead, 2008
(Om in Word naar een eindnoot te springen: plaats de cursor bij de eindnootverwijzing, kies Beeld (menubalk) – voetnoten. Om terug te gaan naar de tekst: zet de cursor in de eindnoot, klik rechts, kies "Ga naar eindnoot")

Handelingen 18
1 Daarna verliet hij Athene en kwam te Korinte.
Opmerking 1 bij Handelingen 18:1: Korinte was de hoofdstad van heel Achaje (zie opmerking 11 bij Hand. 18:12). Het lag ruim 70 km ten zuidwesten van Athene (zie opmerking 1 bij Hand. 17:15) en ongeveer 530 km ten zuidwesten van het huidige Istanbul. Het was een belangrijk commercieel centrum gelegen aan de Isthmos, een landengte die de Peloponnesus en Attica verbindt, en had havens aan zowel de Ionische als de Egeïsche Zee.
Samen met geheel Griekenland werd Korinte in 196 v.C. door de Romeinen onafhankelijk verklaard, maar als gevolg van hun rebellie in 146 v.C. brandde de Romeinse consul Mummius de stad tot op de grond toe af. Julius Caesar herbouwde de stad in 44 v.C. en er wordt geschat dat tegen de tijd dat Paulus de stad bezocht, er ongeveer 250.000 vrijen en 400.000 slaven in Korinte woonden.
Korinte was te vergelijken met Athene voor wat betreft de cultuur en aanbidding van vele goden. Er was de beroemde tempel van Apollo die dateerde van de zesde eeuw voor Christus en een tempel die aan Afrodite was gewijd (dezelfde godin als de Astartes van Richteren 2:13 1 en de Latijnse Venus), de godin van liefde. De aanbidders van Afrodite praktiseerden religieuze prostitutie met 1000 heidense priesteressen-prostituees die in de tempel dienden.
De stad Korinte was zo vergeven van zedeloosheid dat de uitdrukking “op z’n Korinthisch leven” de betekenis had van “zedeloosheid bedrijven”. Vanwege de welig tierende zedeloosheid in de stad en het feit dat velen in de Korintische gemeente aan die levensstijl hadden deelgenomen en er nog steeds door beïnvloed werden, nam de apostel er behoorlijk wat tijd voor om dit onderwerp met hen te behandelen (1 Kor. 5 & 7).
Het is vrij zeker dat Paulus in 52 AD in Korinte arriveerde, omdat vermeld wordt dat keizer Claudius bevolen had dat alle Joden Rome moesten verlaten (zie opmerking 2 bij Hand. 18:2). Paulus bleef achttien maanden in Korinte (vers 11) en verbleef bij een Joods echtpaar, Aquila (zie opmerking 2 bij Hand. 18:2) en Priscilla (zie opmerking 3 bij Hand. 18:2), en werkte met hen samen als tentenmaker (leerbewerker) (vers 3).
Een groot aantal Korintiërs kwamen tot geloof in Jezus en Paulus was in staat daar een gemeente te stichten. Hij schreef drie brieven aan de Korintiërs, waarvan wij de tweede en derde brief in onze Bijbel hebben (1 Kor. 5:9)2. Paulus ondervond zoveel tegenstand in de Joodse synagoge in Korinte dat hij die verliet en in het huis van Justus trok (zie opmerking 6 bij Hand. 18:7), dat naast de synagoge stond.
Eén keer kwam de Heer in de nacht door een gezicht tot Paulus en vertelde hem niet bang te zijn, maar vrijmoedig te spreken. De Heer gaf hem de belofte dat hem geen kwaad gedaan zou worden (verzen 9-10). Aan het eind van de periode van een jaar en zes maanden werd Paulus voor Gallio gebracht, de landvoogd van Achaje, maar hij werd vrijgesproken. Nadat Paulus samen met Aquila en Priscilla Korinte verliet, voer hij af naar Syrië (zie opmerking 1 bij Hand. 15:23)3 en predikte in Efeze (verzen 18-19). Paulus bezocht Korinte weer voor drie maanden tijdens zijn derde zendingsreis (Hand. 20:2-3)4.
Korinte bestaat tegenwoordig nog steeds maar ligt 5 km ten noordoosten van de vroegere plaats en heeft ongeveer 18.000 inwoners.

2 En hij vond daar een Jood, genaamd Aquila, van geboorte uit Pontus, die juist uit Italië gekomen was met Priscilla, zijn vrouw, omdat Claudius bevolen had, dat alle Joden Rome zouden verlaten; en hij kwam bij hen.
Opmerking 2 bij Handelingen 18:2: Aquila was een Jood, geboren in Pontus (zie opmerking 3 bij dit vers) die met zijn vrouw Priscilla in Rome had gewoond. Nadat ze uit Rome verbannen waren, kwamen ze in Korinte wonen waar ze Paulus ontmoetten bij zijn eerste bezoek aan Korinte. Ze waren, evenals Paulus tentenmakers van beroep, dus Paulus woonde bij hen gedurende zijn verblijf in Korinte (18 maanden – vers 11).
Aquila en Priscilla verlieten Korinte samen met de apostel Paulus en gingen met hem naar Efeze (vers 18), waar ze bleven, zelfs toen Paulus naar Jeruzalem vertrok. Terwijl ze in Efeze waren, ontmoetten Aquila en Priscilla Apollos (zie opmerking 1 bij Hand. 18:24), die welbespraakt was en vurig in zijn onderwijs van de Schrift, hoewel hij geen volledige openbaring van het evangelie had. Aquila en Priscilla waren genoeg onderlegd in de Schrift om “de weg Gods” duidelijker aan Apollos uit te leggen.
In zijn eerste brief aan de gemeente te Korinte nam Paulus een groet op van Aquila en Priscilla (1 Kor. 16:19)5. Deze brief was vanuit Asia geschreven (1 Kor. 16:19), waarschijnlijk vanuit Efeze, waar Aquila en Priscilla verbleven. Paulus zond later groeten aan Aquila en Priscilla die in die tijd in Rome woonden en schreef dat zij zijn medearbeiders waren die voor zijn leven hun hals gewaagd hebben (Rom. 16:3-4)6. Paulus sprak ook van de gemeente die in hun huis in Rome samenkwam.
Nog weer later moeten ze weer terug zijn gegaan naar Efeze, omdat de apostel Paulus weer zijn groeten aan Aquila en Priscilla geeft in zijn tweede brief aan Timoteüs die hij schreef toen hij in Rome in de gevangenis zat (2 Tim. 4:19)7.
Opmerking 3 bij Handelingen 18:2: De naam Pontus betekent “de zee”. Het was het gebied dat aan de oostelijke kust van de Zwarte Zee in Klein-Azië lag. De Zwarte Zee werd oorspronkelijk Pontus Euxinus genoemd, waar de naam Pontus van was afgeleid. Toen de Romeinen in ongeveer 63 v.C. het gebied veroverden, werd Pontus samengevoegd met Bitynië (zie opmerking 5 bij Hand. 16:7)8 en vormde de provincie Bitynië en Pontus.

3 En omdat hij hetzelfde handwerk uitoefende, bleef hij bij hen, en zij werkten samen, want zij waren tentenmakers van hun handwerk.

4 En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen.

5 En toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is.
Opmerking 4 bij Handelingen 18:5: Paulus had Silas en Timoteüs gevraagd hem in Athene te ontmoeten (Hand. 17:15)9. Het is zeker dat Timoteüs dit ook deed (1 Tess. 3:1-2)10. Paulus stuurde Timoteüs terug naar Tessalonica. Waarschijnlijk trokken Timoteüs en Silas hier vandaan om zich weer bij Paulus te voegen.

6 Maar toen dezen zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben er rein van, voortaan zal ik mij tot de heidenen wenden.
Opmerking 5 bij Handelingen 18:6: Het woord “verzetten” wil zeggen dat ze zich tegenover de prediking van Paulus zetten. Dit is heel toepasselijk. Iedereen die zich verzet tegen het evangelie zet zichzelf er tegenover, omdat het evangelie de kracht van God is tot behoud (Rom. 1:16)11.

7 En hij vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand, genaamd Titius Justus, die God vereerde, wiens huis naast de synagoge stond.
Opmerking 6 bij Handelingen 18:7: De naam Justus betekent “juist” of “rechtvaardig”. Justus was een godvruchtige man die ongetwijfeld Paulus in de synagoge had horen spreken en het evangelie ontving. Het is onduidelijk of hij dezelfde man is die Paulus in Kol. 4:11 12 noemt, een medewerker en troost voor hem.
Het is niet onredelijk te veronderstellen dat Paulus zijn onderwijs vervolgde vanuit het huis van Justus, wat naast de synagoge stond. Het aantal mensen dat bij hem kwam kon gemakkelijk groter zijn geweest dan dat in de synagoge, wat de Joodse leiders razend zou hebben gemaakt.

8 En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot geloof in de Here met zijn gehele huis, en vele van de Korintiërs, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen.
Opmerking 7 bij Handelingen 18:8: Zoals in opmerking 1 bij Matt. 9:18 13 uitgelegd, was de overste van de synagoge een zeer invloedrijk man. Crispus was één van de weinige mensen die in Korinte door Paulus zelf werd gedoopt (1 Kor. 1:14)14.
Het moet een behoorlijke slag zijn geweest voor de Joden, die het evangelie verwierpen, om te zien dat hun overste werd bekeerd. In vers 17 lezen we dat Sostenes Crispus opvolgde als overste van de synagoge en later ook werd bekeerd tot geloof in Jezus (1 Kor. 1:1)15.

9 En de Here zeide in de nacht door een gezicht tot Paulus: Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet;
Opmerking 8 bij Handelingen 18:9: Was Paulus angstig? Volgens zijn eigen woorden, toen hij verhaalde over zijn bediening in Korinte, zei hij (1 Kor. 2:3): “Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u.” Paulus was angstig en hij zou misschien Korinte hebben verlaten als de Heer Zich er niet in gemengd had.
Het is geen zonde om gevoelens te ervaren die tegenover geloof staan. Het wordt zonde als we die gevoelens aannemen en toestaan dat ze ons van Gods wil afhouden. We kunnen uit de tijdsduur die Paulus in Korinte bleef (vers 11) opmaken dat toen hij eenmaal Gods woord had wat hij moest doen, hij zijn angst te boven kwam.

10 want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.
Opmerking 9 bij Handelingen 18:10: Paulus had al een goede indruk gekregen hoeveel Christenen er in Korinte waren, want hij was degene die het evangelie van Jezus aan hen had gebracht. Daarom moet het in dit vers gaan over anderen die nog niet Christen waren, maar toch het volk van God waren.
In Zijn voorkennis (zie opmerking 4 bij Joh. 13:5)16 wist God wie het evangelie zouden aanvaarden als ze de gelegenheid kregen, en dit moest de groep zijn geweest waarnaar Hij verwees. Hij drong er bij Paulus op aan om te blijven en door te gaan het goede nieuws te prediken totdat al diegenen die voor het eeuwige leven waren bestemd zouden geloven.

11 En hij woonde daar een jaar en zes maanden en leerde onder hen het woord Gods.

12 Maar toen Gallio landvoogd van Achaje was, keerden zich de Joden als één man tegen Paulus en brachten hem voor de rechterstoel,
Opmerking 10 bij Handelingen 18:12: Gallio was de broer van Seneca, de beroemde Stoïcijnse filosoof (zie opmerking 4 bij Hand. 17:18)17, die de onderwijzer van keizer Nero was.
Seneca beschreef zijn broer Gallio als “een uiterst beminnelijke man met goede manieren”. “Hij heeft een zachtaardig karakter, is voor iedereen vriendelijk en wordt door iedereen bemind.” De manier waarop Gallio omging met de beschuldigingen van de Joden tegen Paulus laten beslist zien dat hij een eerlijk man was en niet geïnteresseerd was om het recht geweld aan te doen door anderen voor te trekken.
Gallio was de landvoogd van geheel Achaje (zie opmerking 10 bij dit vers). Zowel Gallio, zijn broer Seneca en een andere man, genaamd Annaeus Mela, werden tegelijkertijd vermoord door de tiran Nero.
Opmerking 11 bij Handelingen 18:12: Achaje was oorspronkelijk een staat in Griekenland. Toen de Romeinen Griekenland veroverden, verdeelden ze het land in twee provincies, Macedonië (zie opmerking 1 bij Hand. 16:9)18 en Achaje. Achaje was de zuidelijke provincie en had Korinte (zie opmerking 1 bij Hand. 18:1) als hoofdstad.
Opmerking 12 bij Handelingen 18:12: Deze vervolging tegen Paulus is een goede bevestiging van het feit dat hij een grote invloed had met de boodschap van het evangelie. Hoewel vervolging niet goed is, is het een goed teken (zie opmerking 1 en 6 bij Hand. 5:17 en Hand. 5:28)19.

13 en zeiden: Deze tracht de mensen te overreden om God op onwettige wijze te vereren.

14 En toen Paulus op het punt stond zijn mond te openen, zeide Gallio tot de Joden: Indien er sprake was van enige onrechtmatigheid of misdrijf, zou ik u, o Joden, uit de aard der zaak ontvankelijk verklaard hebben;

15 maar nu het geschillen zijn over een woord en namen en de wet, die bij u geldt, moet gij het zelf maar uitmaken; hierover wil ik geen rechter zijn.

16 En hij joeg hen van zijn rechterstoel weg.

17 En allen grepen Sostenes, de overste der synagoge, en zij sloegen hem vóór de rechterstoel; maar Gallio trok er zich niets van aan.
Opmerking 13 bij Handelingen 18:17: Sostenes (wat gezonde kracht betekent) werd de overste van de synagoge nadat Crispus tot het Christendom was bekeerd. Er wordt aangenomen dat deze Sostenes ook een Christen werd, omdat Paulus hem heeft opgenomen in zijn begroeting aan de Korintiërs in 1 Kor. 1:1. Dit is misschien waarom de Joden Sostenes sloegen.
Toen zij niet hun wraak op Paulus konden nemen, richtten de Joden hun aandacht op Sostenes die sympathiek stond tegenover het onderwijs van Paulus of anders het Christelijke geloof al had aangenomen. Als Sostenes nog geen gelovige was toen de Joden hem sloegen, was dat voor hem misschien de laatste druppel om zich van de huichelachtigheid van de Joden af te keren tot de boodschap van Gods liefde die Paulus onderwees.

18 En nadat Paulus daar nog verscheidene dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en voer weg naar Syrië, vergezeld door Priscilla en Aquila, nadat hij te Kenchreeën zijn hoofdhaar had laten afknippen, want hij stond onder een gelofte.
Opmerking 1 bij Handelingen Acts 18:18: Kenchreeën was één van de twee zeehavens van de stad Korinte (zie opmerking 1 bij Hand. 18:1). Het was de oostelijke haven aan de Egeïsche zee, ongeveer 15 km van Korinte vandaan. In deze haven scheepte Paulus zich in om naar Syrië te gaan (zie opmerking 1 bij Hand. 15:23)20. Er was een gemeente in Kenchreeën die Paulus jaren later noemt in zijn brief aan de Romeinen met betrekking tot Febe (Rom. 16:1)21.
Opmerking 2 bij Handelingen 18:18: Het is niet duidelijk waar deze gelofte over ging of waarom Paulus deze had gedaan. Sommigen hebben aangevoerd dat Aquila de gelofte had gedaan in plaats van Paulus. Als iemand die een Nazireeërgelofte had gedaan ontreinigd werd, moest hij zijn hoofd scheren en opnieuw beginnen (Num. 6:1-21)22, maar het is niet duidelijk of dit de gelofte was waarnaar verwezen wordt.

19 En zij kwamen te Efeze aan en hen daar achterlatende, ging hij zelf naar de synagoge en hield besprekingen met de Joden.
Opmerking 3 bij Handelingen 18:19: Efeze was het belangrijkste commerciële centrum van Klein-Azië. Het was de hoofdstad van het Romeinse proconsulaat Asia, aan de mond van de Cayster, ongeveer 65 km ten zuidoosten van Smyrna. Het had een gunstig gelegen haven aan de Egeïsche Zee. Er waren veel beroemde redenaars en filosofen die wedijverden met die van de stad Athene (zie opmerking 1 bij Hand. 17:15).
De architectuur van Efeze werd in die tijd beschouwd als de mooiste ter wereld. De tempel van Artemis was vier keer zo groot als het Partenon in Athene. Het theater van Efeze was het grootste dat in vroegere tijden bekend was. Het was halfrond met een diameter van ongeveer 150 meter en bood plaats aan 24.000 mensen.
Paulus bracht tijdens zijn tweede zendingsreis een kort bezoek aan Efeze en liet Aquila en Priscilla daar achter (zie opmerking 2 bij Hand. 18:2) toen hij zich naar Jeruzalem spoedde (verzen 20-21).
Op zijn derde zendingsreis had Paulus tenminste twee jaar een succesvol verblijf in Efeze (Hand. 19:10)23. Er werd een bloeiende gemeente gesticht waarover Timoteüs werd aangesteld als eerste opziener. Eén van de brieven van Openbaringen was geschreven aan de gemeente te Efeze. Zelfs tot in de vijfde eeuw had de gemeente te Efeze een dominerende invloed op de Christelijke wereld. In 423 AD werd het derde algemene kerkelijke concilie in Efeze gehouden. Volgens overlevering heeft de apostel Johannes zijn laatste dagen in Efeze doorgebracht.
Zoals de meeste belangrijke steden in die tijd was er veel afgoderij in Efeze met veel tempels voor verschillende goden. De belangrijkste tempel van Efeze was de tempel van de godin Artemis (zie opmerking 1 bij Hand. 19:24)24 die beschouwd werd als één van de zeven wereldwonderen. Door het succes dat Paulus had met de verkondiging van het evangelie nam de aanbidding van de godin Artemis af. Dit zette kwaad bloed bij diegenen die hun kostwinning hadden uit de verkoop van haar afgodsbeelden (Hand. 19:23-27)25 zodat er een oproer ontstond en Paulus uiteindelijk Efeze verliet (Hand. 20:1)26.
Paulus schreef een brief aan de gemeente van Efeze en tegen het einde van zijn derde zendingsreis riep hij de oudsten van de gemeente bijeen om hen aanwijzingen te geven (Hand. 20:17-38)27.
In 262 AD werd Efeze verwoest door de Goten en het herkreeg nooit meer zijn vroegere glorie. De plaats waar de tempel van Artemis stond is nu een moeras en slechts een kleine gedeelte van het Christendom bleef over in de stad die ooit een bolwerk van het Christelijk geloof was. Het kleine Turkse stadje Selçuk is alles wat over is van de eens zo glorieuze stad Efeze.

20 Hun verzoek echter om langer te blijven willigde hij niet in,

21 maar hij nam afscheid en zeide: Zo God wil, kom ik bij u terug. En hij vertrok over zee van Efeze.

22 En hij kwam te Caesarea, ging aan land en groette de gemeente en ging naar Antiochië.
Opmerking 1 bij Handelingen 18:22: Dit is het einde van de tweede zendingsreis van Paulus. Op deze tweede zendingsreis koos Paulus Silas als zijn metgezel in de plaats van Barnabas (Hand. 15:40). Hij keerde op zijn schreden terug door Asia (zie opmerking 3 bij Hand. 16:6) en bezocht de plaatsen waar hij op zijn eerste reis had gediend (Hand. 15:41 – 16:6). In Derbe (zie opmerking 5 bij Hand. 14:6) of Lystra (zie opmerking 4 bij Hand. 14:6) nam Paulus Timoteüs met zich mee (zie opmerking 1 bij Hand. 16:1) om als medewerker met hem te reizen.
Paulus had een gezicht dat hem naar Filippi bracht (Hand. 16:9-12)28 waar de eerste bekeerlingen in Europa werden gemaakt (Hand. 16:14-15, 33-34)29. In een gevangenis in Filippi werd de cel van Paulus en Silas geopend en hun ketenen verbroken door een aardbeving (Hand. 16:26)30. Paulus ging verder om vervolgens te dienen in Tessalonica (zie opmerking 3 bij Hand. 17:1)31, Berea (zie opmerking 1 bij Hand. 17:10)32, Athene (zie opmerking 1 bij Hand. 17:15)33, Korinte (zie opmerking 1 bij Hand. 18:1) en Efeze (zie opmerking 3 bij Hand. 18:19), voordat hij naar Jeruzalem ging en vandaar uiteindelijk terug naar Antiochië (zie opmerking 3 bij Hand. 11:19)34.
Op zijn tweede zendingsreis deed Paulus al de plaatsen weer aan die hij op zijn eerste reis had bezocht (zie opmerking 2 bij Hand. 14:26)35 en hij maakte tenminste nog 3200 km meer omdat hij door Macedonië (zie opmerking 1 bij Hand. 16:9) en Griekenland naar Jeruzalem reisde (zie opmerking 1 bij Joh. 5:1)36 en terug naar Antiochië (zie nogmaals opmerking 3 bij Hand. 11:19). Dit bracht de totale afstand die Paulus op deze reis aflegde op meer dan 5000 km.
Paulus maakte deze tweede zendingsreis van ongeveer 51 tot 53 AD. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat de wereldlijke geschiedenis het bevel van keizer Claudius voor de Joden om Rome te verlaten op 52 AD heeft gesteld (zie opmerking 1 bij Hand. 18:1). In Handelingen 18:2 staat dat Aquila en Priscilla net uit Rome waren gekomen vanwege dit bevel en ongeveer dezelfde tijd dat Paulus in Korinte aankwam. Hoewel de Schrift geen bijzonderheden geeft hoe lang het duurde voordat Paulus Korinte bereikte, kan worden aangenomen dat hij bijna een jaar nodig had om de ongeveer 1650 km naar Korinte af te leggen en onderweg het evangelie te prediken.
Volgens de geschiedenis was Gallio (zie opmerking 10 bij Hand. 18:12) van 51-53 AD de landvoogd van Achaje (zie opmerking 11 bij Hand. 18:12), wat het tijdstip bevestigt waarop Paulus in Korinte geweest moest zijn (Hand. 18:12). We weten dat Paulus tenminste 18 maanden in Korinte verbleef (Hand. 18:11, 18) en zich daarna naar Jeruzalem spoedde (Hand. 18:21).

23 En toen hij daar een tijd lang geweest was, ging hij weer weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatië en Frygië om al de discipelen te versterken.
Opmerking 2 bij Handelingen 18:23: Dit is het begin van de derde zendingsreis van Paulus. Deze reis duurde ongeveer vier jaar, van ongeveer 54 tot 58 AD. Drie jaar daarvan bracht hij door in Efeze (Hand. 20:31)37.

24 En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrië, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze.
Opmerking 1 bij Handelingen 18:24: Apollos was een Jood die in Alexandria in Egypte was geboren (zie opmerking 4 bij Hand. 6:9)38. Er wordt speciaal genoemd dat Apollos welbespraakt was en doorkneed in de Schriften. Dit moet erg indrukwekkend zijn geweest.
Apollos kende alleen de doop van Johannes de Doper (zie opmerking 2 bij Hand. 19:3)39. Dit zou impliceren dat hij de openbaring van de Messias van Johannes de Doper had ontvangen, maar op de een of andere manier de bediening van Jezus Zelf had gemist, of als hij bekend was gemaakt met de bediening van Jezus, hij Jeruzalem had verlaten voordat op de Pinksterdag de gemeente werd gesticht. Het is mogelijk, omdat hij van Alexandrië was, dat Apollos op één van de Joodse feesten in Jeruzalem was geweest toen hij de boodschap hoorde en geloofde, maar dat hij daarna terug naar huis ging en daardoor het volledige evangelie had gemist.
Desondanks is het duidelijk dat Apollos predikte dat Jezus de Christus was. Wat hij had gemist was dat hij niet op de hoogte was van de bediening van de Heilige Geest. Dit kan worden opgemaakt uit de ontmoeting die Paulus op zijn derde zendingsreis naar Efeze (Hand. 19:1-7) met de discipelen had. Deze twaalf mannen geloofde in Jezus, maar ze hadden nog nooit van de Heilige Geest gehoord. Toen Paulus hen vroeg in wie ze gedoopt waren, antwoordden ze: “In de doop van Johannes.” (Hand. 19:3). Dit geeft zonder twijfel aan dat ze bekeerd waren door Apollos toen hij in Efeze bediende, voordat Aquila en Priscilla hem onderrichtten.
Daarom kan worden aangenomen dat een deel van het onderricht dat Aquila en Priscilla aan Apollos gaven over de doop in de Heilige Geest ging (zie opmerking 6 bij Hand. 2:4)40. Het is ook mogelijk dat Aquila en Priscilla Apollos vertelden over de openbaring van Paulus over genade (vers 27). Het eert Apollos dat zo’n machtige man als hij bereid was zichzelf te vernederen en onderricht te ontvangen (Spr. 9:9)41.
Toen Apollos besloot naar Achaje te gaan (zie opmerking 11 bij Hand. 18:12) zonden de discipelen te Efeze een brief naar de broeders daar om er bij ze op aan te dringen om Apollos en zijn bediening te ontvangen (vers 27). Apollos werd krachtig gebruikt om het evangelie te prediken (vers 28), zelfs in die mate dat veel Korintiërs een sekte vormden rondom zijn onderwijs (1 Kor. 3:4)42.
Ondanks het feit dat sommige Korintiërs het onderwijs van Apollos gebruikten om een splitsing in de gemeente te veroorzaken en Paulus in diskrediet te brengen, is er geen aanwijzing dat Paulus en Apollos ooit problemen met elkaar of met hun onderwijs hadden. Integendeel, Paulus drong er bij Apollos op aan om naar Korinte terug te gaan om de broeders te onderrichten (1 Kor. 16:12)43 en hij droeg Titus op om Apollos te helpen met alles wat hij nodig had voor zijn reis (Titus 3:13)44.

25 Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.

26 En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge. En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit.

27 En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen. Deze, daar aangekomen, was door (Gods) genade van veel nut voor hen, die geloofden.

28 Want onvermoeid bestreed hij de Joden in het openbaar en bewees uit de Schriften, dat Jezus de Christus is.
  1   2   3

  • Handelingen 18 1 Daarna verliet hij Athene en kwam te Korinte. Opmerking 1 bij Handelingen 18:1
  • Opmerking 2 bij Handelingen 18:2
  • Opmerking 3 bij Handelingen 18:2
  • Opmerking 4 bij Handelingen 18:5
  • Opmerking 5 bij Handelingen 18:6
  • Opmerking 6 bij Handelingen 18:7
  • Opmerking 7 bij Handelingen 18:8
  • Opmerking 8 bij Handelingen 18:9
  • Opmerking 9 bij Handelingen 18:10
  • Opmerking 10 bij Handelingen 18:12
  • Opmerking 11 bij Handelingen 18:12
  • Opmerking 12 bij Handelingen 18:12
  • Opmerking 13 bij Handelingen 18:17
  • Opmerking 1 bij Handelingen Acts 18:18
  • Opmerking 2 bij Handelingen 18:18
  • Opmerking 3 bij Handelingen 18:19
  • Opmerking 1 bij Handelingen 18:22
  • Opmerking 2 bij Handelingen 18:23
  • Opmerking 1 bij Handelingen 18:24

  • Dovnload 133.79 Kb.