Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Andrew Wommack Bijbelcommentaar Handelingen -hoofdstuk 22-23

Dovnload 172.33 Kb.

Andrew Wommack Bijbelcommentaar Handelingen -hoofdstuk 22-23



Pagina1/4
Datum14.10.2017
Grootte172.33 Kb.

Dovnload 172.33 Kb.
  1   2   3   4

Handelingen –hoofdstuk 22-23
Vertaling Bible Commentary van Andrew Wommack

Wiebrig Calderhead, 2008
(Om in Word naar een eindnoot te springen: plaats de cursor bij de eindnootverwijzing, kies Beeld (menubalk) – voetnoten. Om terug te gaan naar de tekst: zet de cursor in de eindnoot, klik rechts, kies "Ga naar eindnoot")

Handelingen 22
1 Mannen broeders en vaders, luistert naar hetgeen ik thans ter verdediging tot u ga zeggen.

2 Toen zij nu hoorden, dat hij hen in de Hebreeuwse taal toesprak, hielden zij zich te meer stil. En hij zeide:
Opmerking 1 bij Handelingen 22:2: Doordat Paulus tot de menigte in het Hebreeuws sprak, gaven de mensen meer aandacht aan wat hij had te zeggen. Dat is omdat het Hebreeuws een zaak van grote nationale trots bij de Joden was geworden. In de jaren van de ballingschap was de Hebreeuwse taal bijna verloren gegaan. Daarom demonstreerde Paulus hier zijn Jood-zijn en hij hoopte dat hij aan hen kon laten zien dat hij zijn Joodse wortels niet had verloochend, waar de Joden van Asia hem van hadden beschuldigd.

3 Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt.
Opmerking 2 bij Handelingen 22:3: Paulus begint zijn verdediging tegenover de Joden door hen eraan te herinneren dat hij net zo goed een Jood en een Farizeeër was als wie dan ook maar beweerde te zijn. Het was niet dat hij hun tegenwerpingen niet begreep. Paulus gaf toe dat hij ook eens de Christenen ten dode toe had vervolgd in zijn ijver voor de wet (vers 4).
Daarna verhaalde hij over zijn wonderbaarlijke bekering op de weg naar Damascus (verzen 6-16). Deze niet-Christelijke Joden luisterden aandachtig naar zijn verslag over de geweldige impact die Jezus en Zijn volgelingen hadden gehad op het Joodse volk. In dit geval was hun werkelijke twistpunt niet of Jezus wel of niet de Joodse Messias was, maar de menigte barstte in woede uit toen Paulus zei dat de Heer hem naar de heidenen had gezonden met de boodschap van redding (zie opmerking 13 bij vers 22).

4 En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten,
Opmerking 3 bij Handelingen 22:4: Voorafgaande aan deze gebeurtenis was al in de Schrift gemeld dat Paulus de Christenen had vervolgd (Hand. 8:1; 9:1-2)1, maar niet dat hij feitelijk gelovigen had gedood. Paulus moet verwezen hebben naar de tijd toen hij toestemde in de dood van Stefanus (Hand. 8:1) of anders geeft Paulus ons hier een verder inzicht in hoe ver hij ging in zijn vervolging van de discipelen van Jezus. Hij verklaarde duidelijk dat met zijn goedkeuring Christenen ter dood werden gebracht (Hand. 26:10)2.

5 gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudsten, van wie ik ook met brieven aan de broeders naar Damascus gereisd ben, om ook hen, die daar waren, geboeid naar Jeruzalem te brengen, opdat zij gestraft zouden worden.

6 Maar het gebeurde mij, toen ik op mijn reis dicht bij Damascus gekomen was, dat plotseling omstreeks de middag uit de hemel een fel licht mij omstraalde,
Opmerking 4 bij Handelingen 22:6: Dit geeft aanvullende informatie over de bekering van Paulus die hij niet in zijn eerdere verslag in Handelingen 9 had gegeven. Later, als hij voor koning Agrippa staat (Hand. 26:13)3 noemt Paulus weer dat zijn ontmoeting op het middaguur plaatsvond. (Zie ook opmerking 3 bij Handelingen 9:2 over de drie verslagen van de bekering van Paulus.)4

7 en ik viel op de grond en hoorde een stem tot mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?

8 En ik antwoordde: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide tot mij: Ik ben Jezus, de Nazoreeër, die gij vervolgt.
Opmerking 5 bij Handelingen 22:8: Dit is de enige keer in de drie verslagen van de bekering van Paulus dat er staat dat de Heer Zichzelf bekendmaakte als Jezus, de Nazoreeër.

9 En zij, die met mij waren, zagen wèl het licht, maar de stem van Hem, die tot mij sprak, hoorden zij niet.
Opmerking 6 bij Handelingen 22:9: Volgens Handelingen 22:7 hoorde Paulus de stem van God. Hier verklaart Paulus dat de mensen die bij hem waren de stem niet hoorden. Misschien hoorden zij de stem van God wel, maar herkenden zij deze niet als zodanig, zoals in Joh. 12:29 5 mensen een stem hoorden en anderen dachten dat het de donder was (zie opmerking 6 bij Joh. 12:28)6.

10 En ik zeide: Here, wat moet ik doen? En de Here zeide tot mij: Sta op en reis naar Damascus, en daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen.

11 En daar ik vanwege de glans van dat licht niet meer kon zien, werd ik bij de hand geleid door hen, die met mij waren, en ik kwam te Damascus.
Opmerking 7 bij Handelingen 22:11: Hoewel het in de andere twee verslagen van de bekering van Paulus wordt geïmpliceerd, brengt dit vers de blindheid van Paulus direct in verband met de helderheid van het licht.

12 En een zekere Ananias, een godvruchtig man naar de wet, van wie alle Joden, die daar woonden, een goed getuigenis gaven,

13 kwam tot mij, ging bij mij staan en zeide tot mij: Saul, broeder, word weer ziende! En op hetzelfde ogenblik werd ik weer ziende en zag hem.
Opmerking 8 bij Handelingen 22:13: In Handelingen 9:18 7 staat ook dat de ogen van Paulus onmiddellijk werden geopend.
Opmerking 9 bij Handelingen 22:13: Paulus ontving niet alleen Jezus als zijn Heer, maar hij werd ook in water gedoopt, werd met de Heilige Geest gedoopt, ontving de opdracht van Gods roeping voor zijn leven en werd genezen, en dat allemaal tegelijkertijd. Deze ervaring liet geen ruimte over in zijn theologie om niet te geloven dat God kan genezen (zie opmerking 1 en 2 bij Matt. 8:168 en 17)9.

14 En hij zeide: De God onzer vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te leren kennen en de Rechtvaardige te zien en een stem uit zijn mond te horen;
Opmerking 10 bij Handelingen 22:14: Dit kan ofwel verwijzen naar de ervaring die Paulus had toen hij bekeerd werd en de hoorbare stem van Jezus hoorde, of de Heer sprak later met Paulus in een hoorbare stem. Het is zeker dat de Heer hem rechtstreeks bleef onderrichten. Als het niet door een hoorbare stem van de Heer was, dan was het wel doordat de Heer tot zijn geest sprak (1 Kor. 11:23; 15:3; Gal. 1:12)10.

15 want gij moet getuige voor Hem zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt.

16 En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam.
Opmerking 11 bij Handelingen 22:16: Doop in water brengt niet vergeving van zonden voort. Het verwijst naar de reiniging van ons geweten die komt door het gehoorzamen aan de bevelen van de Heer. Hier sprak Petrus over in 1 Petrus 3:21: “Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus.”

17 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte,
Opmerking 12 bij Handelingen 22:17: De gebeurtenissen in verzen 17-21 worden nergens anders in de Schrift genoemd, tenzij dit een ervaring beschrijft waar Paulus vluchtig naar verwijst in 2 Kor. 12:2-4.11

18 en dat ik Hem zag, die tot mij zeide: Haast u en vertrek spoedig uit Jeruzalem, want zij zullen van u geen getuigenis over Mij aannemen.

19 En ik zeide: Here, zij weten zelf, dat ik het was, die hen, die in U geloofden, liet gevangen zetten en in de synagogen geselen;

20 en toen het bloed van uw getuige Stefanus vergoten werd, werkte ik daaraan met volle instemming mede en bewaarde de kleren van hen, die hem doodden.

21 En Hij zeide tot mij: Ga heen, want Ik zal u uitzenden, ver weg, naar de heidenen.

22 Zij hoorden hem aan tot dit woord toe; maar toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg van de aarde met zo iemand: want hij behoort niet te blijven leven!
Opmerking 13 bij Handelingen 22:22: De Joden hadden het verslag van Paulus over zijn ervaring aangehoord tot waar hij Jezus als de Christus erkende, maar ze barstten in woede uit toen hij vertelde dat Jezus hem naar de heidenen zond. Dat was het echte strijdpunt. De Joden waren meer toegewijd geworden aan de rituelen van hun religie dan aan God, naar Wie hun religie hen had moeten wijzen. Ze hadden misschien nog kunnen aanvaarden dat Jezus de Christus was, als hij hun religie met rust had gelaten, maar hij brak voortdurend met hun tradities (zie opmerkingen 8 bij Marc. 7:13 12 en opmerking 9 bij Marc. 7: 15)13.
Eén van de meest dramatische en meest in het oog springende tradities van de Joden was het verbond van de besnijdenis (zie opmerking 2 bij Hand. 15:1)14 en de gedachte dat iedere onbesneden persoon (heiden) volkomen afgescheiden was van God (zie opmerking 3 bij Luc. 7:9 15 en opmerking 3 bij Hand. 10:45)16. Het maakte de Joden laaiend te denken dat de Christenen de Joodse Messias naar de heidenen brachten en hen vertelden dat ze mede-erfgenamen met de Joden konden worden zonder dat ze door besnijdenis Jodengenoten werden.

23 En toen zij schreeuwden, met hun kleren zwaaiden en stof in de lucht wierpen,

24 beval de overste hem in de kazerne te brengen en zeide hem onder geseling in verhoor te nemen, ten einde zich ervan te vergewissen, om welke reden zij zo tegen hem tierden.
Opmerking 14 bij Handelingen 22:24: Deze overste verstond geen Hebreeuws en dus wist hij niet wat Paulus net had gezegd en waar de Joden hem van beschuldigden. Daarom was hij vastbesloten om te achterhalen wat er aan de hand was door Paulus te martelen totdat hij alles zou vertellen.

25 En toen men hem met de riemen in de houding strekte, zeide Paulus tot de hoofdman, die erbij stond: Moogt gij een Romein, en dat zonder dat hij een vonnis heeft, geselen?
Opmerking 1 bij Handelingen 22:25: Het is erg interessant om op te merken dat Paulus zijn Romeinse burgerschap gebruikte om de Romeinen ervan te weerhouden hem te slaan (zie opmerking 2 bij Hand. 16:37)17. Dit is het omgekeerde van wat hij in Filippi deed (zie opmerking 3 bij Hand. 16:37)18. Het is mogelijk dat hij gewoon niet nog een keer geslagen wilde worden zodat hij op zijn rechten ging staan, of misschien was het de leiding van de Heer waardoor hij uiteindelijk een reis naar Rome kreeg waarbij alle kosten werden betaald (Hand. 25:10-12)19.
Wat de reden van Paulus ook maar geweest kon zijn, hij wachtte totdat hij vastgebonden was voordat hij zijn Romeinse burgerschap noemde. Daarmee behaalde hij het voordeel dat de overste bang werd (vers 29) en kon hij voorkomen dat hij nog een keer werd geslagen.

26 Toen de hoofdman dit hoorde, ging hij naar de overste, berichtte het hem en zeide: Wat gaat gij doen? Want deze man is een Romein.

27 En de overste ging erheen en zeide tot hem: Zeg mij, zijt gij een Romein? En hij zeide: Ja.

28 En de overste antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. Maar Paulus zeide: Doch ik bezit het door geboorte.
Opmerking 2 bij Handelingen 22:28: Paulus was geboren in Tarsus (zie opmerking 3 bij Hand. 9:11)20 in Cilicië (zie opmerking 5 bij Hand. 6:9)21. Alle inwoners van Tarsus hadden van Julius Ceasar (zie opmerking 3 bij Hand. 11:28)22 het Romeinse burgerschap verkregen. Er wordt verondersteld dat de vader van Paulus op deze manier een Romein was geworden, hoewel het mogelijk is dat het aan hem persoonlijk was verleend vanwege een verdienste, of hij kon het hebben gekocht, zoals de overste had gedaan.

29 Dadelijk hielden dan zij, die hem gerechtelijk moesten onderzoeken, op; en ook de overste werd bevreesd, nu hij bemerkte, dat hij een Romein was en hij hem had laten binden.

30 En de volgende dag liet hij, daar hij nauwkeurig wilde weten, waarvan hij door de Joden beschuldigd werd, hem de boeien afnemen, en hij beval de overpriesters en de gehele Raad bijeen te komen. En hij bracht Paulus uit de kazerne en stelde hem voor hen.

Handelingen 23
1 En Paulus, de ogen op de Raad gericht, zeide: Mannen broeders, ik voor mij heb een volkomen zuiver geweten voor God over mijn gedrag in het openbaar tot op deze dag.
Opmerking 1 bij Handelingen 23:1: Wat een uitspraak! Paulus zegt hier dat zijn daden tot op die dag nooit zijn geweten geweld hadden aangedaan. Dat betekent niet dat hij beweerde dat hij nooit had gezondigd, maar het moet worden opgevat dat hij beweerde dat zijn daden door een zuiver hart waren gemotiveerd. Dit zou voor iedereen nogal een bewering zijn, maar het is vooral interessant dat de man die dit zei Christenen ten dode toe had vervolgd (Hand. 22:4)23. Dit laat ons zien dat hij oprecht, maar puur misleid was toen hij de Christenen vervolgde.
Dit is ook een illustratie dat men niet op het geweten kan vertrouwen. Paulus spreekt erover dat Christenen zich op een positieve manier door hun geweten kunnen laten leiden (Rom. 13:5; 1 Kor. 8:7-12; 10:25-29;24 2 Kor. 1:12; 1 Tim. 1:5, 19; 3:9; 2 Tim. 1:3;25 Heb. 9:9, 14; 10:2, 22; 13:8;26 1 Pet. 2:19, 3:16, 21)27 , maar hij zegt ook dat het geweten verdorven of onbetrouwbaar kan zijn (2 Tim. 4:2; Titus 1:15)28. Het eigen leven van Paulus is een perfect voorbeeld hoe iemand nooit zijn geweten geweld kan aandoen en het toch totaal verkeerd kan hebben. We moeten Gods Woord het uiteindelijke gezag laten zijn.

2 Maar de hogepriester Ananias beval hun, die naast hem stonden, hem op de mond te slaan.
Opmerking 2 bij Handelingen 23:2: Dit is de eerste keer van de drie keren dat Ananias in de Schrift wordt genoemd (2de – Hand. 24:1; 3de – Hand. 25:2)29. Uit deze verwijzingen kunnen we opmaken dat Ananias de leider was van het Joodse verzet tegen Paulus. Hij stemde er zelfs mee in om nog een onderhoud met Paulus te verzoeken zodat bepaalde Joden hem onderweg in een hinderlaag konden lokken en hem vermoorden.
Josephus Flavius schreef dat Ananias in 48 AD door Herodes tot hogepriester was aangesteld. Ananias gaf opdracht om Paulus te slaan voor het feit dat hij had gezegd dat hij in een goed geweten voor God had geleefd. Paulus reageerde hierop met een profetie dat God Ananias zou slaan. Dit gebeurde een aantal jaren later in 67 AD toen Ananias werd vermoord als gevolg van een oproer die door zijn eigen zoon was begonnen.

3 Toen zeide Paulus tot hem: God moge u slaan, gij gewitte wand! En gij, zit gij over mij recht te spreken naar de wet en beveelt gij tegen de wet mij te slaan?

4 Maar de omstanders zeiden: Scheldt gij de hogepriester Gods uit?

5 En Paulus zeide: Ik wist niet, broeders, dat het de hogepriester was, want er staat geschreven: Van een overste uws volks zult gij geen kwaad spreken.
Opmerking 3 bij Handelingen 23:5: Paulus besefte niet dat Ananias de hogepriester was toen hij deze vernietigende profetie tegen hem uitsprak. Toen hij op de hoogte was van de situatie, bond hij in uit respect voor het ambt dat Ananias bekleedde, maar er is geen aanwijzing dat hij zijn oordeel over Ananias introk. Slechts een paar jaar later werd Ananias door God gestraft (zie opmerking 2 bij vers 2).

6 En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden.
Opmerking 4 bij Handelingen 23:6: Paulus was al eerder gevangen genomen en terecht gesteld. Daarom veranderde hij op een slimme manier het aandachtspunt van het onderzoek van een zaak van Christendom versus Jodendom naar een discussie of er wel of niet lichamelijke opstanding was. Hij speelde de Farizeeën, die geloofden dat er een opstanding was, uit tegen de Sadduceeën, die niet in een opstanding geloofden (vers 8). Hij zorgde ervoor dat ze onderling gingen vechten en haalde zichzelf tijdelijk uit de narigheid.
De Farizeeën, die een paar minuten daarvoor nog zo heftig tegen Paulus tekeer waren gegaan, vonden nu geen kwaad in hem (vers 9). Dit laat hun huichelarij zien en illustreert weer eens dat hun vervolging eigenlijk gemotiveerd was door trots (zie opmerking 2 bij Hand. 4:17,30 opmerking 1 bij Hand. 5:17 31 en opmerking 11 bij Hand. 20:30)32.

7 En toen hij dit zeide, kwam er tweedracht tussen de Farizeeën en de Sadduceeën en de menigte werd verdeeld.

8 Want de Sadduceeën zeggen, dat er geen opstanding is, noch engel of geest, maar de Farizeeën belijden zowel het een als het ander.

9 En er ontstond groot geschreeuw, en sommige van de schriftgeleerden van de groep der Farizeeën stonden op en streden heftig en zeiden: Wij vinden generlei kwaad in deze mens! En indien nu eens een geest tot hem heeft gesproken, of een engel!

10 En toen er grote tweedracht ontstond, vreesde de overste, dat Paulus door hen zou worden verscheurd, en hij liet de soldaten komen om hem uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen.

11 En de volgende nacht stond de Here bij hem en zeide: Houd moed, want zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen.
Opmerking 1 bij Handelingen 23:11: Omdat de Heer Paulus vertelde moed te houden, kan worden verondersteld dat Paulus het nodig had om moed ingesproken te worden. Tijdens een eerdere gevangenschap bemoedigden Paulus en Silas zichzelf door de kracht van de heilige Geest en barstten om middernacht uit in lofzangen (Hand. 16:25)33. Er kan alleen maar gespeculeerd worden wat het verschil hier kan zijn geweest.
Eén mogelijk verschil kan het zelfvertrouwen van Paulus zijn geweest dat hij deed wat de Heer wilde dat hij deed. Toen Paulus in de gevangenis in Filippi werd gegooid, had hij een gezicht gehad waarin hem was verteld om naar die stad te gaan en het evangelie te verkondigen (Hand. 16:9)34. Paulus was er zeker van geweest dat de Heer hem naar Filippi had gezonden (Hand. 16:10)35.
In dit geval had Paulus twee profetieën gekregen die hem waarschuwden niet naar Jeruzalem te gaan (zie opmerking 4 bij Hand. 21:4 36 en opmerking 2 bij Hand. 21:11)37. Het is mogelijk dat Paulus overwoog of hij misschien God had misgelopen (zie opmerking 2 bij dit vers).
Het is waar dat ons vermogen om ons te verheugen als we in moeilijke situaties zijn wordt vergroot als we weten dat we in een positie zijn waarin God ons leidt en dat we er niet zijn vanwege onze eigen koppigheid.
Opmerking 2 bij Handelingen 23:11: Er kan niet met zekerheid worden gezegd of Paulus ongehoorzaam was door naar Jeruzalem te gaan (zie opmerking 1 bij dit vers). Als er echter enige twijfel was geweest of de zegen van de Heer nog steeds op Paulus rustte, dan werd deze geheel weggenomen omdat de Here Jezus Zelf Paulus bemoedigde en hem er nogmaals van verzekerde dat hij het evangelie in Rome zou verkondigen.
Dit zou bij sommigen de verwachting kunnen wekken dat er geen problemen meer zouden zijn, want de Heer had gesproken. We zien echter dat Paulus nog eens twee jaar in de gevangenis doorbracht, alleen maar om het de Joden naar de zin te maken (Hand. 24:27)38. In die periode deden de Joden nog een keer een poging om Paulus te vermoorden (Hand. 25:2-3)39 en Paulus moest uiteindelijk een beroep doen op de keizer (Hand. 25:10-11)40. Dit leidde ertoe dat Paulus een lange en gevaarlijke reis naar Rome maakte waar hij vele dagen vastte ter wille van de veilige aankomst van hem en anderen op het schip.
In de wil van de Heer te zijn is geen garantie dat we geen problemen zullen ondervinden (zie opmerking 3 bij Hand. 16:10)41.

12 En toen het dag was geworden, maakten de Joden een komplot en vervloekten zichzelf met de gelofte, dat zij niet zouden eten of drinken, voordat zij Paulus hadden gedood.
Opmerking 1 bij Handelingen 23:12: Dit is een directe vervulling van de profetie van Jezus toen Hij zei: “Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen.”(Joh. 16:2) Met deze vloek zouden ze een vloek van God over zich brengen als ze niet zouden slagen in hun taak. Zo zeker waren ze ervan dat ze God een dienst deden als ze Paulus zouden vermoorden. Ze voelden zich volkomen gerechtvaardigd om de overpriesters te vragen hen te helpen met de samenzwering en de overpriesters hadden geen enkele bedenking om mee te doen.
Hoe blind kun je worden! Ze waren woedend op Paulus omdat hij zogenaamd redding zonder heiligheid verkondigde (zie opmerking 13 bij Hand. 22:22) en toch waren zij aan het liegen en probeerden een moord te plegen. Het was zoals Jezus had gezegd, dat een ieder die probeert een splinter weg te doen uit het oog van een ander eerst de balk uit hun eigen oog zou moeten wegdoen (Matt. 7:3-5)42. Dit waren de blinden die de blinde leidden (Matt. 15:14).

13 En het waren er meer dan veertig, die deze samenzwering maakten;

14 dezen gingen naar de overpriesters en de oudsten en zeiden: Wij hebben onszelf met een vloek verbonden om niets te nuttigen, voordat wij Paulus gedood hebben.

15 Geeft gij nu de overste, met de Raad, duidelijk te verstaan, dat hij hem voor u moet brengen, alsof gij nauwkeuriger van zijn zaak op de hoogte wildet komen; dan nemen wij op ons hem uit de weg te ruimen, eer hij nog dichtbij is.

16 Doch de zoon van Paulus’ zuster hoorde van deze hinderlaag en hij vervoegde zich aan de kazerne, en binnengegaan zijnde bracht hij het aan Paulus over.
Opmerking 2 bij Handelingen 23:16: Dit is een van de weinige keren dat de familie van Paulus wordt genoemd in de Schrift. Het schijnt dat de neef van Paulus redding had gekregen door Jezus. In ieder geval was hij niet zo vijandig als de niet gelovige Joden.
In Romeinen 16 noemt Paulus ook een aantal van zijn verwanten. Hij noemt met name Andronicus en Junia die vóór Paulus wedergeboren waren (Rom. 16:7)43 en die ook gevangen werden genomen vanwege hun geloof in Christus.
Herodion was een familielid van Paulus die naar de gelovigen in Rome was gezonden (Rom. 16:11)44. In Romeinen 16:13 45 groet Paulus Rufus en zegt dat zijn moeder ook voor hem een moeder is. Dit zou figuurlijk bedoeld kunnen zijn of het zou letterlijk een verwijzing kunnen zijn naar de moeder van Paulus en zijn broer Rufus als gelovigen.
In Rom. 16:21 46 gebruikt Paulus het woord “stamgenoten” nadat hij verschillende namen van mannen heeft opgenoemd.

17 En Paulus riep een van de hoofdlieden en zeide: Breng deze jongeman naar de overste, want hij heeft hem iets te melden.

18 Deze nam hem mede en bracht hem bij de overste en zeide: Paulus, de gevangene, heeft mij geroepen, en verzocht deze jongeman bij u te brengen, daar hij u iets te zeggen heeft.

19 De overste nu nam hem bij de hand en ging terzijde en vroeg hem: Wat hebt gij mij te melden?

20 En hij zeide: De Joden hebben afgesproken om van u te begeren, dat gij Paulus morgen voor de Raad brengt, daar deze op een bepaald punt nauwkeuriger over hem wil worden ingelicht.

21 Doch laat u niet door hen ompraten, want meer dan veertig mannen uit hun midden loeren op hem. Zij hebben zich met een vervloeking verbonden te eten noch te drinken, voordat zij hem omgebracht hebben; en nu staan zij gereed en wachten slechts op uw toezegging.
  1   2   3   4

  • Opmerking 1 bij Handelingen 22:2
  • Opmerking 2 bij Handelingen 22:3
  • Opmerking 3 bij Handelingen 22:4
  • Opmerking 4 bij Handelingen 22:6
  • Opmerking 5 bij Handelingen 22:8
  • Opmerking 6 bij Handelingen 22:9
  • Opmerking 7 bij Handelingen 22:11
  • Opmerking 8 bij Handelingen 22:13
  • Opmerking 10 bij Handelingen 22:14
  • Opmerking 11 bij Handelingen 22:16
  • Opmerking 12 bij Handelingen 22:17
  • Opmerking 13 bij Handelingen 22:22
  • Opmerking 14 bij Handelingen 22:24
  • Opmerking 1 bij Handelingen 22:25
  • Opmerking 2 bij Handelingen 22:28
  • Opmerking 1 bij Handelingen 23:1
  • Opmerking 2 bij Handelingen 23:2
  • Opmerking 3 bij Handelingen 23:5
  • Opmerking 4 bij Handelingen 23:6
  • Opmerking 1 bij Handelingen 23:11
  • Opmerking 2 bij Handelingen 23:11
  • Opmerking 1 bij Handelingen 23:12
  • Opmerking 2 bij Handelingen 23:16

  • Dovnload 172.33 Kb.