Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Anticonceptie en abortus bij Curaçaose vrouwen

Dovnload 1.08 Mb.

Anticonceptie en abortus bij Curaçaose vrouwen



Datum25.04.2019
Grootte1.08 Mb.

Dovnload 1.08 Mb.

Anticonceptie en abortus bij Curaçaose vrouwen



Student: mw. M.J. van den Brink

Plaatselijk begeleider: mw. drs. A.A. Boersma

Facultair begeleider: mw. prof. dr. B. Meyboom-de Jong

Disciplinegroep: Huisartsgeneeskunde

Locatie: huisartspraktijk te Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen.

Periode: 1 juni 2009 t/m 31 oktober 2009

Samenvatting
Inleiding

Hoewel abortus verboden is op Curaçao, zijn de abortuscijfers hoog. De voornaamste oorzaak voor abortus is het ineffectief gebruik van anticonceptie. Doel van dit onderzoek is het inventariseren van het anticonceptiegebruik bij Curaçaose vrouwen en hun opvattingen over anticonceptie en abortus.



Materiaal en Methode

Eerst is onderzocht wat er in de huidige literatuur bekend is over anticonceptie en abortus bij de Curaçaose bevolking. Daarna is een vragenlijst opgesteld over de onderwerpen seksualiteit, zwangerschap en kinderen, anticonceptie en abortus. Deze vragenlijst is afgenomen onder Curaçaose vrouwen tussen de 15 en 45 jaar in drie huisartspraktijken te Otrabanda, Willemstad.



Resultaten
De vragenlijst is door 146 Curaçaose vrouwen beantwoord.
Door 25% van de vrouwen werd geen anticonceptiemethode toegepast en 18% gebruikte een onbetrouwbare methode van anticonceptie. De overige vrouwen gebruikten een moderne anticonceptiemethode, waarvan de pil en het condoom het vaakst gebruikt werden: respectievelijk door 30 en 12% van de vrouwen. Echter niet al deze vrouwen pasten hun methode consequent toe. De voornaamste redenen voor het niet of inconsequent gebruik waren het ervaren van bijwerkingen, gebruiksproblemen en negatieve opvattingen over moderne anticonceptiva.
De respondenten beschouwden abortus niet als een vorm van anticonceptie, maar als een gevaarlijke ingreep met risico’s. Veel vrouwen hadden spijt- en schuldgevoelens na een ondergane abortus. Bovendien was er behoefte aan meer zorgcontact rondom de abortusprocedure.
Conclusie en aanbevelingen

Onder Curaçaose vrouwen heersen negatieve opvattingen over moderne anticonceptiemethoden, voornamelijk de orale anticonceptiepil. Om deze houding te veranderen, moet er meer adequate informatie verstrekt worden door (huis)artsen, de overheid en op scholen. Deze voorlichting zal het effectief gebruik van anticonceptie doen toenemen en mogelijk het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen doen afnemen. De vraag naar abortus zal echter blijven bestaan. Professionalisering van de medische zorg en informatieverstrekking rondom abortus is belangrijk.



Summary
Objective

Although abortion is prohibited by law at Curacao, abortion rates are one of the highest of the world. The most frequent reason for abortion is ineffective contraceptive use. In this research we investigate the actual use of contraceptives by Antillean women and their attitude toward contraception and abortion.



Methods

Following a literature search, we developed a questionnaire concerning sexuality, pregnancy and children, contraception and abortion. Using this questionnaire, women between 15 and


45 years of age, included from three general practices, were interviewed.

Results

146 women answered the questionnaire. The contraceptive pill and condom were used most frequently as method of modern contraception (30 resp. 12%). However, 18% was using an unreliable method and 25% of the respondents used no method at all. In addition, some women were using their contraceptive in an inconsistent way.


Main reasons for nonuse or inconsistent use were experienced side effects, difficulties in using and health concerns about modern contraceptives.
Almost all respondents considered abortion as an emergency procedure and not as a contraceptive method. A lot of women had feelings of regret and guilt after an abortion and there was need for more professional support during the abortion procedure.

Conclusion and Practice implications

Curacao women have a negative attitude toward modern contraceptives, mainly the contraceptive pill. To change this general attitude toward contraceptives, and thereby improve the effective use of contraceptives, more adequate information about the use of different contraceptive agents must be given by health care providers, the government and education on schools. This can possibly reduce the number of abortions.

Although ineffective contraceptive use and abortion are common, most women are not satisfied by having an abortion and don’t prefer an abortion above contraceptive use.

As the need for abortion will continue to exist, it is important to improve the health care and counseling during the abortion procedure.



Inhoudsopgave

Samenvatting 1


Summary 2
Inhoudsopgave 3
1. Inleiding 5
2. Materiaal en Methode 8

2.1 Literatuuronderzoek 8

2.2 Vragenlijst 9

2.3 Includering van respondenten 11

2.4 Afname van de vragenlijst 11

2.5 Analyse van de resultaten 12


3. Resultaten Literatuuronderzoek 13

3.1 Onderzoek in Nederland 13

3.2 Onderzoek op Curaçao 19

3.3 Conclusies 22


4. Resultaten Vragenlijstonderzoek 23

4.1 Respons 23

4.2 Kenmerken respondenten 23

4.3 Seksuele voorlichting en seksueel gedrag 27

4.4 Zwangerschap en kinderen 29

4.5 Kennis en opvattingen over anticonceptie 31

4.6 Anticonceptiegebruik 33

4.7 Abortus 38

4.8 Opvattingen over abortus 40

4.9 Evaluatie 42


5. Discussie 43

5.1 Seksuele voorlichting en seksueel gedrag 43

5.2 Zwangerschap en kinderen 44

5.3 Kennis en opvattingen over anticonceptie 44

5.4 Anticonceptiegebruik 47

5.5 Abortus 51

5.6 Opvattingen over abortus 53

5.7 Evaluatie 54

5.8 Respons 54

5.9 Kenmerken respondenten 55

6. Conclusies en Aanbevelingen 58

6.1 Conclusies 58

6.2 Aanbevelingen 59
Literatuurlijst 62
Dankwoord 65
Bijlagen 66


  1. Zoekstrategie Literatuuronderzoek 66

  2. Nederlandstalige vragenlijst 72

  3. Papiamentstalige vragenlijst 82


1. Inleiding

Voorkomen van abortus op Curaçao

Ongewenste zwangerschap is een veelvoorkomend probleem op Curaçao. Hierbij is het aantal zwangerschapsafbrekingen hoog. Jaarlijks worden op Curaçao rond de 2300 kinderen geboren. Van het aantal zwangerschapsafbrekingen zijn geen officiële gegevens bekend, maar dat aantal ligt vermoedelijk even hoog als het aantal geboorten en wellicht hoger. Men vermoedt dat het abortuscijfer op Curaçao minstens vijf keer hoger is dan in Nederland. (1)


Het abortuscijfer in Nederland (aantal abortussen per 1000 vrouwen van 15-44 jaar) is 8,6. Dit aantal is al een aantal jaren stabiel.

Het geschatte hoge abortuscijfer op Curaçao komt overeen met het feit dat het abortuscijfer in Nederland onder allochtone vrouwen hoger is, met name onder de Antilliaanse vrouwen.


Opgesplitst naar bevolkingsgroep was in 2007 het abortuscijfer onder autochtone Nederlanders 5,3 vergeleken met 41,6 voor de vrouwen afkomstig van de Nederlandse Antillen.
In Nederland kiezen Antilliaanse vrouwen vaker voor afbreking van hun zwangerschap: ruim 40% van hun zwangerschappen wordt afgebroken ten opzichte van nog geen 10% bij de autochtone Nederlandse vrouwen.
Ook Antilliaanse tieners hebben een grotere kans op abortus dan autochtone tieners: in 2007 lieten 34,2 op de 1000 Antilliaanse tieners een abortus uitvoeren, terwijl het abortuscijfer onder autochtone tieners 4,9 per 1000 was. (2)
Abortuswetgeving

Het feit dat precieze abortuscijfers op Curaçao tot nu toe ontbreken, heeft te maken met het gegeven dat abortus provocatus volgens het wetboek van Strafrecht een strafbaar feit is.

In Nederland is het afbreken van een zwangerschap in principe ook strafbaar, tenzij de behandeling is verricht door een geneeskundige in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) mag worden verricht. De WAZ is sinds 1984 van toepassing. Hierbij geldt dat abortus provocatus uitsluitend is toegestaan totdat de vrucht buiten het moederlichaam levensvatbaar is. De officiële levensvatbaarheidgrens staat op 24 weken zwangerschap, maar in de praktijk wordt door artsen een termijn van 21 weken en een aantal dagen aangehouden.

De wet bevat geen motieven of criteria voor het afbreken van de zwangerschap, anders dan één globale indicatie: de noodsituatie van de vrouw. Het doel van de wet is dat iedere beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen, en alleen dan wordt uitgevoerd indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt. Niemand is overigens verplicht aan een abortus provocatus mee te werken.

Sinds 1985 rapporteert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) onder andere over de geregistreerde abortusgegevens.(3)

Gedoogbeleid

Alhoewel abortus provocatus wettelijk strafbaar is op Curaçao, is er in 1999 door de toenmalige minister van Justitie een gedoogbeleid ingesteld voor het beëindigen van een zwangerschap in het eerste trimester. Hierin werd gesteld dat strenger strafrechtelijk optreden tegen artsen die op medisch verantwoorde wijze abortus toepassen, onvermijdelijk tot gevolg zal hebben dat meer abortussen zullen plaatsvinden in het verborgene, op een niet-medisch verantwoorde wijze.

Op Curaçao worden de meeste abortussen uitgevoerd door huisartsen, dit in tegenstelling tot Nederland, waar dit veelal gebeurt in gespecialiseerde abortusklinieken. Het merendeel van de abortussen is op sociale indicatie. Abortussen met een medische indicatie worden meestal wel doorgestuurd naar het ziekenhuis.

Sinds eind negentiger jaren worden er op Curaçao medicamenteuze abortussen uitgevoerd met methotrexaat en misoprostol. Dit is een alternatief voor de eerste keus behandeling met mifepriston en misoprostol, omdat het importeren van mifepriston naar Curaçao niet mogelijk is. Medische abortus is een goed alternatief voor chirurgische abortus, vooral in landen waar abortus niet legaal is. Het kan goed uitgevoerd worden in de eerstelijns geneeskunde. In het eerste trimester heeft deze methode een hoog succespercentage: 91-97% (afhankelijk van het gebruik van methotrexaat respectievelijk mifepriston). Bovendien is het een procedure met relatief weinig complicaties vergeleken met chirurgische interventie.(4)

Men is momenteel bezig met het opstellen van een richtlijn rondom abortus. Deze richtlijn richt zich op de diagnostiek en behandeling van vrouwen met een ongewenste zwangerschap. Zo kan op medisch verantwoorde wijze en volgens professionele normen en moderne inzichten worden gehandeld.(5)

Sinds 2008 loopt er een registratieonderzoek van de abortussen uitgevoerd in huisartspraktijken te Curaçao. De officiële jaarcijfers zijn nog niet bekend, wel komt uit het onderzoek naar voren dat het voorkomen van abortus voornamelijk samenhangt met het niet of inconsistent gebruik van anticonceptie.



Inconsistent anticonceptiegebruik

Naast het frequent voorkomen van abortus provocatus is het aantal tienerzwangerschappen en het aantal tienermoeders onder de Curaçaose bevolking hoog. Ook uit dit gegeven kan geconcludeerd worden dat anticonceptiemethoden niet effectief gebruikt worden.

Een factor die hierbij mogelijk een rol speelt, is het feit dat er weinig aan seksuele voorlichting wordt gedaan. Seksualiteit is nog steeds een taboeonderwerp, mede door invloeden van de katholieke kerk.

Een andere factor is dat anticonceptiemethoden niet voor alle bevolkingsgroepen vrij te verkrijgen zijn. Voor vrouwen uit de laagste sociale klasse en voor ambtenaren dekt de gouvernementsverzekering de kosten van anticonceptiemiddelen, overige vrouwen zullen anticonceptiemiddelen op eigen kosten in de apotheek moeten aanschaffen. (1)

De motivatie om anticonceptie te gebruiken lijkt laag bij de Curaçaose vrouwen.

Om het aantal abortussen terug te brengen is geschikte anticonceptie, dat wil zeggen: anticonceptie die geaccepteerd wordt door vrouwen op Curaçao, een noodzaak.

Om de redenen in kaart te brengen voor het falen van goede anticonceptiemethoden, is dit onderzoek opgezet met als doelstelling: inventarisatie van het gebruik van en de opvattingen over anticonceptie en abortus bij Curaçaose vrouwen.

Het onderzoek is tweeledig: eerst zal door middel van een literatuuronderzoek geïnventariseerd worden wat er tot nu toe bekend is over anticonceptiegebruik en abortus provocatus onder de Antilliaanse bevolking. Vervolgens zal aan de hand van deze bevindingen een vragenlijst worden opgesteld, die zal worden afgenomen onder Curaçaose vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar.



2. Materiaal en Methode

2.1 Literatuuronderzoek

Doel van het literatuuronderzoek is zoeken in de bestaande literatuur naar onderzoeken die reeds gedaan zijn op het gebied van anticonceptie en abortus onder de Curaçaose bevolking.

Hierbij is gezocht in de volgende elektronische databases: Pubmed, Embase en The Cochrane Library.


Pubmed
In Pubmed is gezocht met de volgende zoektermen: (Contraception (Mesh) OR Contraception Behavior (Mesh) OR Contraceptive Devices (Mesh) OR Reproductive Control Agents (Mesh) OR Abortion, Induced (Mesh)) AND (Questionnaires (Mesh) OR Interviews as topics (Mesh)) AND Netherlands Antilles (Mesh). Dit leverde echter maar 1 zoekresultaat op. Gekozen is om de zoekterm naar onderzoeksmethode (Questionnaires OR Interviews as topics) weg te laten en uitgebreider te zoeken op locatie: Netherlands Antilles (Mesh) OR antillean (free text word) OR antilles (free text word). Deze zoekstrategie leverde 12 artikelen op, inclusief het eerder gevonden artikel. Na het lezen van de abstracts bleken hiervan 7 artikelen relevant.


Embase
In Embase is gezocht via de EMTREE tool, met de volgende zoektermen: Birth Control AND (Questionnare OR Interview) AND Netherlands Antilles. Dit leverde 0 resultaten op. Ook hier is gekozen om ‘Questionnaire OR Interview’ uit de zoekstrategie te halen en de zoekterm Antillean (free text) toe te voegen. Dit leverde 6 artikelen op, waarvan 2 nieuwe, relevante artikelen. De overige artikelen waren reeds in Pubmed gevonden.


The Cochrane Library
In The Cochrane Library is gezocht met de volgende Mesh Descriptors: Contraception OR Contraceptive Behavior OR Abortion, Induced) AND (Questionnaires OR Interview as Topic). Hier werden geen reviews gevonden, wel 47 clinical trials. Indien op de individuele Mesh Descriptors werd gezocht, werden er wel (Cochrane) reviews gevonden, maar geen van allen met specifieke informatie over de Nederlandse Antillen, dus voor de huidige literatuursearch niet relevant.


Overig
Bij het doorlezen van de gevonden artikelen, zijn nog een aantal relevante referenties nagezocht. Tevens zijn op Curaçao een drietal manuscripten bemachtigd met relevant onderzoek, niet aanwezig in bovenstaande databases.

In tabel 1 is een overzicht gegeven van de relevante gevonden literatuur. Voor een gedetailleerde beschrijving van de zoekstrategie, zie bijlage 1.




Tabel 1: Relevante zoekresultaten, gerangschikt per database.

Database

Relevante Resultaten

Pubmed

Bertens MG et al. Cult Health Sex. 2008

Boersma AA, Meyboom-de Jong B. Ned Tijdschr Geneeskd, 2008

Kocken P et al. Health Educ Res, 2006

Wiggers LC et al. AIDS Educ Prev, 2003

Stuart MA et al. Ned Tijdschr Geneeskd, 2002

Gras MJ et al. J Acquir Immune Defic Syndr, 2001

Lamur HE. Genus, 1993

Embase

Bertens MGBC et al. AIDS Care Psychol. Socio-Med. Asp. AIDS HIV, 2008

Gras MJ. AIDS, 1999

The Cochrane Library

Geen relevante artikelen

Overig

Keuzenkamp S. Den Haag, CSP; 2006.

Ketting E. Leliveld F. Stimezo-onderzoek, 1983.

Lamur H et al. Delft, Eburon 1990.

Dijke A van, Terpstra L. Leiden, 1987.

Alberts JF. GGD Curaçao, 1992.

2.2 Vragenlijst

De informatie verkregen uit het literatuuronderzoek is gebruikt bij het selecteren van relevante onderwerpen voor de af te nemen vragenlijst. Bij het ontwikkelen van de vragenlijst voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van twee bestaande vragenlijsten op het gebied van seksuele gezondheid.


De eerste vragenlijst ‘Seksuele gezondheid 2009’ is afkomstig van de Nisso Rutgers Groep en wordt in Nederland afgenomen, ondermeer onder de Antilliaanse bevolking woonachtig in Nederland.(6)

De tweede vragenlijst ‘Kodeboek Huwelijk en Gezondheid’ is eerder afgenomen in 1991 op de Nederlandse Antillen. Aan de hand van dit onderzoek is de publicatie ‘Je Lust en je Leven’ door Tineke Alberts verschenen, als onderdeel van haar thesis 'The Professionalized Patient'.(7) Deze vragenlijst is ook voor recenter onderzoek gebruikt in Nederlandse setting door Kocken et al.(8)

Relevante vragen uit bovenstaande lijsten zijn samengevoegd en waar nodig aangepast aan de Curaçaose setting. Hieraan toegevoegd zijn eigen vragen over onderwerpen die relevant zijn voor ons huidige onderzoek, maar niet of onvoldoende werden uitgediept in de bestaande twee vragenlijsten.




Inhoud
De vragenlijst begint met een aantal algemene vragen over leeftijd, educatie, werk, ziektekostenverzekering, relatievorming en geboorteplaats. Hierna worden de volgende onderwerpen behandeld: ‘zwangerschap en kinderen’, ‘kennis over seksualiteit en anticonceptie’, ‘seksueel gedrag en anticonceptiegebruik’ en ‘abortus’. Tot slot zijn een drietal evaluatievragen toegevoegd.
Informatie wordt verkregen door middel van gesloten vragen met meerkeuze antwoordmogelijkheden. Bij een aantal vragen is een optionele open antwoordmogelijkheid toegevoegd. Verder wordt bij het inventariseren van de kennis en opvattingen over anticonceptie en abortus gebruik gemaakt van een aantal stellingen.

De vragenlijst is zowel inhoudelijk, op volgorde en op begrijpelijkheid door verschillende personen getest. Hierbij is hulp gevraagd van een medewerker van de Geneeskundige- en Gezondheidsdienst (GGD), afdeling Epidemiologie te Curaçao en een medisch sociologe. Beide personen hebben ervaring met het ontwikkelen van vragenlijsten over de gezondheid(szorg) en het afnemen ervan onder de Antilliaanse bevolking. Tevens is advies gevraagd aan Prof. Dr. A. Duits, verbonden aan het St. Elisabeth Hospitaal, te Willemstad.




Vertaling
De vragenlijst is door twee onafhankelijke personen vertaald in het Papiaments. Daar het Papiaments een beperkte woordenschat heeft ten opzichte van het Nederlands en het onderwerp van de vragen soms gevoelig lag, was het belangrijk de vragen op een correcte, maar begrijpelijke en ‘beleefde’ manier te vertalen. Door met meerdere personen hierover te discussiëren, is consensus bereikt over de meest juiste vertaling per item.

Het terugvertalen is tevens door twee onafhankelijke personen gebeurd. Een deel van de vragenlijst is terugvertaald door een lerares Papiaments, werkzaam in Nederland, maar geboren te Curaçao. Na een aantal inhoudelijke aanpassingen is de uiteindelijke vragenlijst weer terugvertaald met medewerking van een Nederlandse docente, werkzaam bij de Stichting ter bevordering van het Papiaments. Beide personen beschikken over een goede kennis van zowel het Nederlands als het Papiaments.




Test interviews

Voordat de definitieve vragenlijsten zijn afgenomen, is de vragenlijst eerst een aantal keren proefgedraaid onder Curaçaose vrouwen in de huisartsenpraktijk. De vragenlijsten werden afgenomen in het Papiaments, maar de deelnemende vrouwen spraken ook goed Nederlands. Hierdoor kon na afloop geëvalueerd worden welke vragen begrijpelijk waren en welke niet, of de volgorde van de vragen logisch was en wat de vrouwen van de lengte van het interview vonden. Voor de Papiamentstalige vragenlijst die gebruikt is voor de interviews en de Nederlandstalige vragenlijst, wordt verwezen naar bijlage 2 en 3.


2.3 Includering van respondenten

Alvorens is begonnen met het aanspreken van mogelijke respondenten, is het onderzoeksvoorstel bij de Medisch Ethische Commissie op Curaçao ingediend ter goedkeuring.

Voor het onderzoek zijn vrouwen tussen de 15 en de 45 jaar geïncludeerd, afkomstig uit drie huisartspraktijken in de wijk Otrabanda, te Willemstad. Er is gekozen voor deze leeftijdscategorie omdat dit vrouwen zijn in de vruchtbare leeftijd en waarvan men dus verwacht dat zij zich bezighouden met anticonceptie, indien seksueel actief.

Om de patiëntenpopulatie uit te breiden, is er voor gekozen om naast de primaire praktijk ook respondenten te werven in twee andere praktijken in Otrabanda. In de eerste praktijk is een vrouwelijke huisarts werkzaam die tevens abortussen uitvoert. In de overige twee praktijken is een mannelijke huisarts werkzaam, waarvan één arts geen abortussen uitvoert en één arts in het verleden wel medicamenteuze abortussen heeft verricht, maar dit momenteel niet meer doet. De praktijken zijn huisartspraktijken van ongeveer 3000 patiënten.


Vrouwen die in de wachtkamer wachtten op een afspraak met de huisarts werden door de doktersassistente benaderd met de vraag of ze mee wilden werken aan een onderzoek over anticonceptiegebruik en abortus. Indien de vrouw instemde, werd zij meegenomen naar een aparte ruimte of er werd een afspraak gemaakt om de vragenlijst op een later tijdstip af te nemen.




2.4 Afname van de vragenlijsten

Het afnemen van de vragenlijst vond plaats in een aparte ruimte in de huisartspraktijk. Er is voor gekozen om alle vragenlijsten mondeling af te nemen, daar uit eerder onderzoek onder de Antilliaanse bevolking blijkt dat het schriftelijk afnemen van vragenlijsten mogelijk een negatief effect heeft op de respons. (7) Ervaring uit dit onderzoek was dat diverse respondenten de vragenlijst niet begrepen en/of niet zelfstandig konden invullen. Een deel van de vragenlijsten was niet of onvolledig ingevuld en in meerdere gevallen hebben de enquêtrices de vragenlijst mondeling moeten afnemen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het schriftelijk afnemen van de vragenlijst de anonimiteit verhoogt, hetgeen mogelijk het aantal eerlijk ingevulde antwoorden verhoogt.


Het merendeel van de vragenlijsten is afgenomen in het Papiaments, waarbij de interviewer de vragen langsliep en de antwoorden invulde op het vragenformulier. Alle vragenlijsten zijn door dezelfde interviewer afgenomen. Waar dit relevant werd geacht, werd door de interviewer doorgevraagd op een gegeven antwoord. In enkele gevallen prefereerde de respondente de Nederlandse of Engelse taal boven het Papiaments, in deze gevallen is er voor gekozen om de vragenlijst af te nemen in de taal van voorkeur.


Indien toestemming werd verleend door de respondente, werden de interviews opgenomen met een voicerecorder. Hierdoor bestond er de mogelijkheid om de antwoorden terug te luisteren. Dit was met name relevant bij open vragen, zodat er een correcte vertaling vanuit het Papiaments plaatsvond.


2.5 Analyse van de resultaten

De resultaten van de vragenlijsten zijn eerst ingevoerd in Microsoft Office Excel 2007. Voor verdere analyse van de resultaten is gebruik gemaakt van het programma SPSS (Statistical Package for the Social Sciences) versie 15.0.


Omdat het een kwalitatief, inventariserend onderzoek betreft, is een groot deel van de onderzoeksresultaten beschrijvend weergegeven. Een deel van de resultaten is weergegeven in frequenties en percentages.

3. Resultaten Literatuuronderzoek

Hieronder volgt een overzicht van de bestaande literatuur op het gebied van seksualiteit, anticonceptie en abortus onder de Antilliaanse bevolking.


Zoals in het hoofdstuk Materiaal en Methoden beschreven, zijn bij het literatuuronderzoek 14 relevante publicaties gevonden. Het merendeel van de onderzoeken is uitgevoerd in Nederland, deze resultaten zullen eerst besproken worden. Daarna volgt informatie uit een tweetal onderzoeken uitgevoerd te Curaçao en tot slot de conclusie met de belangrijkste bevindingen uit het literatuuronderzoek.

3.1 Onderzoek in Nederland

Hoewel er weinig bekend is over precieze abortuscijfers en anticonceptiegebruik op Curaçao, zijn er wel verschillende onderzoeken gedaan in Nederland onder de Antilliaanse bevolking.


Er is gekeken naar seksueel gedrag, anticonceptiegebruik en/of abortus onder etnische minderheden, waaronder immigranten afkomstig van de Nederlandse Antillen.


Abortuscijfers
In Nederland zijn allochtone vrouwen oververtegenwoordigd onder de vrouwen die een zwangerschap laten afbreken. 53% van de abortuscliënten is allochtoon, veelal van de 1e generatie.
Vooral Surinaamse en Antilliaanse vrouwen kiezen vaak voor abortus: de abortus ratio (het geschatte aantal abortussen per 100 zwangerschappen) was 40,8 voor Antilliaanse vrouwen van 15-44 jaar in 2007.
Abortusrecidivisme komt onder de Antilliaanse abortuscliënten vaker voor dan onder de autochtone Nederlandse abortuscliënten. Meer dan de helft van de Antilliaanse vrouwen die in 2007 een abortus liet uitvoeren had al eerder een zwangerschap laten afbreken, ten opzichte van een kwart van de vrouwen onder de autochtone Nederlandse vrouwen.
De Antilliaanse vrouwen die een abortus hadden ondergaan, gebruikten vaker dan autochtone vrouwen geen enkele vorm van anticonceptie en de gemiddelde leeftijd was lager vergeleken met autochtone abortuscliënten. (2, 9)

Al sinds het begin van de abortusregistratie in Nederland is te zien dat de abortusfrequentie onder de allochtone bevolking relatief hoog is. Zo blijkt uit de abortusregistratie van 1982 dat het abortuscijfer onder de Antilliaanse bevolking het zesvoudige is van dat van de autochtone bevolking.


De gemiddelde leeftijd van de Antilliaanse abortuscliënten is lager dan dat van de autochtone cliënten, daarnaast zijn er relatief veel ongehuwd samenwonenden onder de Antilliaanse cliënten.
Voorafgaand aan een abortus waren er vaak problemen met pilgebruik of er werd geen methode van anticonceptie gebruikt. Bij deze laatste groep is onduidelijk in hoeverre er wel gebruik werd gemaakt van traditionele methoden. Het plotseling stoppen van de pil wordt in verband gebracht met het karakter van de seksuele relatie. Veel vrouwen woonden niet samen met de partner, waardoor de seksuele contacten minder regelmatig plaatsvonden en er onder die omstandigheden besloten werd pilgebruik te staken. (10)

Uit een analyse van Lamur bij 230 Caribische vrouwen die een Amsterdamse abortuskliniek bezochten tussen 1983 en 1987, bleek dat 1 op de 2 van de zwangerschappen (53%) eindigde in een abortus. Hierbij was de abortusratio onder de Antilliaanse groep (58) nog hoger dan die van de totale Caribische groep. Ter vergelijking: de abortusratio in de jaren 80 was onder de Nederlandse bevolking 10%.


Recidiverende abortussen kwamen bij bijna 40% van de Antilliaanse vrouwen voor. Als reden voor de hoge abortusratio werd het falen van regelmatig anticonceptiegebruik genoemd, namelijk in 71% van de gevallen. De pil werd het vaakst gebruikt als anticonceptiemethode, het condoom werd minder frequent gebruikt.
Abortus kwam vaak voor bij jonge, alleenstaande vrouwen, veelal laag opgeleid en met weinig kinderen.
Volgens de onderzoekers reduceren instabiele relaties de motivatie van de vrouw om regelmatig anticonceptie toe te passen. Dit tezamen met een onzeker toekomstbeeld, resulteert in een lage motivatie om de nadelen van een modern anticonceptivum te overwinnen. (11)

Tienerzwangerschappen
Recente cijfers in Nederland laten zien dat de absolute abortuscijfers en zwangerschapscijfers onder Antilliaanse tieners (net als in de algehele populatie) verhoogd zijn vergeleken met autochtone Nederlandse tieners.
Het percentage van de abortussen dat onder de 20 jaar plaatsvindt, is in de Antilliaanse bevolking echter vrijwel gelijk aan de autochtone Nederlandse bevolking: 14,3% versus 14,2% van de abortussen.
Ook de abortusratio, het aantal zwangerschappen dat eindigt in een abortus, was in 2007 bij de Antilliaanse tieners ongeveer gelijk aan dat van autochtone Nederlandse tieners: 64,4% versus 63,3%. Dit terwijl de abortusratio in de algehele Antilliaanse bevolking wel duidelijk verhoogd is ten opzichte van Nederlandse autochtone vrouwen. (2)
Opvallend in het onderzoek van Lamur et al. is dat het percentage abortussen dat onder de 20 jaar plaatsvond in de jaren tachtig in de Caribische bevolking lager was dan onder de autochtone populatie: 12 versus 17%. Al is dit verschil niet goed terug te zien indien de Caribische populatie wordt opgesplitst naar Antilliaanse en Surinaamse tieners.
Als reden voor een lager abortuspercentage wordt het beperkte toekomstperspectief bij Caribische tieners in Nederland genoemd, wat betreft school en het krijgen van een baan. Als de tienermeisjes eenmaal zwanger raken, zien zij geen reden om het opvoeden van een kind uit te stellen. Bovendien geeft het hen meer status onder vrienden en familie.
Door de Caribische tienermeisjes werd dus eerder besloten om het kind te houden, met financiële en sociale steun van ouders en andere familieleden. Zij kozen in een latere levensfase voor abortus: in de leeftijdscategorie van 22 tot 29 jaar liep het percentage op tot 60%, vergeleken met een Nederlands percentage van 46% in deze leeftijdscategorie. (11)

Stuart et al. onderzochten het aantal geboorten en abortussen bij Amsterdamse tienermeisjes tussen 1996-1998.


Zowel het aantal zwangerschappen, het aantal geboorten, als het aantal abortussen lag meer dan zes maal hoger onder de Antilliaanse tieners vergeleken met de Nederlandse tieners. (leeftijdscategorie: 14-16 jarigen en 17-19 jarigen)

Na correctie voor sociaal-economische status werden de verschillen iets kleiner, maar bleven duidelijk bestaan. Dit betekent mogelijk dat naast sociaal-economische ook culturele factoren een rol spelen.

Wel was er een generatieverschil te zien: het aantal tienerzwangerschappen was bij allochtonen van de 2e generatie lager dan bij die van de 1e generatie. Dit hing samen met zowel een lager abortuscijfer als met een lager geboortecijfer.
Hoewel de absolute aantallen wat betreft ongewenste zwangerschappen en abortus duidelijk verhoogd waren onder de Antilliaanse tieners, bleek de abortusratio (aantal abortussen per 100 zwangerschappen) iets lager vergeleken met autochtone Nederlandse tieners. (zie tabel 2)

Tabel 2: Geboorte-, abortus- en zwangerschapscijfer per 1000 Antilliaanse tienermeisjes en abortusratio per 100 bekende zwangerschappen 1996-1998 (ter vergelijking: Nederlandse tienermeisjes).


Leeftijd

Geboortecijfer

Abortuscijfer

Zwangerschapscijfer

Abortusratio

14-16 jarigen

6,8 (1,0)

21,8 (3,6)

28,6 (4,5)

76,2 (78,0)

17-19 jarigen

64,8 (9,4)

54,9 (9,2)

119,7 (18,6)

45,9 (49,3)

Als belangrijkste reden voor verhoogde zwangerschaps- en abortuscijfers bij Antilliaanse en Surinaamse tieners werd inconsequent anticonceptiegebruik genoemd. Negatieve gevoelens over voorbehoedsmiddelen spelen een rol, bij vrouwen voornamelijk over de pil, bij mannen over het condoom.

Om tot effectieve anticonceptie te komen, zouden idealiter beide partners gemotiveerd moeten zijn om zwangerschap te voorkomen. Voorwaarde hiervoor is een stabiele relatie tussen partners die met elkaar kunnen praten over anticonceptie. Juist in de Antilliaanse samenleving komen instabiele relaties tussen man en vrouw vaak voor en bestaat er een taboe rondom het bespreken van seksualiteit. Tevens is adequate kennis over anticonceptie belangrijk en een positief toekomstperspectief. In de lagere sociaal-economische klasse wordt het krijgen van een kind als positief toekomstperspectief gezien door Antilliaanse meisjes. Het is een stap naar volwassenheid en volwaardigheid.

Nader onderzoek naar sociaal-economische en culturele determinanten van seksueel gedrag bij jongeren is relevant om tot goede preventieactiviteiten te komen voor ongewenste zwangerschappen. (12)
Ineffectieve anticonceptie

In 1990 is er door Lamur et al. een onderzoek verricht onder Antilliaanse en Surinaamse vrouwen in Nederland naar de volgende aspecten:



  • houding en motivatie, opvattingen en besluitvorming ten aanzien van geboorteregeling en anticonceptie.

  • sociaal-economische en sociaal-culturele achtergronden van het anticonceptiegebruik en de besluitvorming met betrekking tot abortus.

Lamur et al. constateerden een hoog aantal ongewenste zwangerschappen bij Antilliaanse en Surinaamse vrouwen en tevens een hoge abortusfrequentie en abortusrecidivisme.
Bij de analyse van ongewenste zwangerschappen, moet echter in acht genomen worden dat niet iedere ongeplande zwangerschap per definitie ongewenst is. Dit hangt af van de situatie waarin de zwangerschap plaatsvindt: de relatie met de partner, het tijdstip wat betreft studie of werk en leeftijd en de sociaal-economische omstandigheden. Een combinatie van deze drie factoren speelt een rol in de besluitvorming tot abortus.
De voornaamste oorzaak van ongewenste zwangerschap was het niet (langer) gebruiken van anticonceptie, terwijl bij Nederlandse vrouwen het falen van de gebruikte methode vaak een oorzaak is.

Ineffectieve anticonceptie blijkt samen te hangen met de volgende factoren:



  • Lagere sociaal-economische klasse

Deze factor blijkt indirect een rol te spelen doordat er in de lagere sociaal-economische klassen vaker sprake is van een lagere- of niet afgemaakte opleiding en een daarmee samenhangend minder duidelijk toekomstperspectief. Het belang van het af willen ronden van de opleiding en een goede baan willen vinden, heeft verband met het consistent toepassen van anticonceptie. Voor hen weegt de zekerheid van anticonceptie ruimschoots op tegen de nadelen, terwijl de motivatie om consequent een anticonceptiemethode toe te passen een stuk minder blijkt bij de vrouwen die geen duidelijk toekomstperspectief voor ogen hebben.

  • Taboe op de bespreekbaarheid van seksualiteit en anticonceptie:

Er is gebrek aan kennis over de werking van de middelen en gebrek aan communicatie met de partner. Anticonceptie werd in de opvoeding van de meeste respondenten geassocieerd met illegitieme seks; het bewust bezig zijn met seks. Christelijke normen en waarden waren van grote invloed in de opvoeding, waardoor er weinig tot geen ruimte was voor seksuele voorlichting en anticonceptie niet bespreekbaar was. Seksuele voorlichting op de middelbare school beperkte zich tot een uiteenzetting over de werking van het menselijk lichaam.

  • Een beginnende of instabiele relatie met de seksuele partner:

De drempel om anticonceptie te gaan gebruiken is bij jonge vrouwen bij het eerste seksuele contact en in de beginfase van een nieuwe seksuele relatie hoog. De associatie van het gebruik van de pil (en dus seksueel actief zijn) en het imago van ‘een makkelijk meisje zijn’, zijn hier debet aan.

  • Een negatief beeld van voorbehoedmiddelen

Er is twijfel over de invloed van de pil of het spiraal op de eigen gezondheid en vruchtbaarheid (bij langdurig gebruik). Ongeacht opleiding of leeftijd wordt anticonceptiegebruik gezien als onnatuurlijk, hetzij lichamelijk (pil, spiraal), hetzij praktisch (condoom). Bij een aantal vrouwen wegen de voordelen echter ruimschoots op tegen nadelen als bijwerkingen. Dit zou weer samenhangen met het wel of niet hebben van een duidelijk toekomstperspectief en daardoor het belang van het voorkomen van een zwangerschap hoger inschatten. (13)
Onveilig seksueel gedrag

Het hoge aantal ongewenste (tiener)zwangerschappen en abortus in het bijzonder, duiden op een hoge prevalentie van onveilige seks bij deze vrouwen.

In het kader van HIV-preventie programma’s zijn er in Nederland meerdere onderzoeken gedaan naar seksueel gedrag en condoomgebruik onder immigranten in Amsterdam.

In een onderzoek door Gras et al. is het seksueel risicogedrag onder Surinaamse, Antilliaanse en sub-Sahara Afrikaanse immigranten vergeleken met de Nederlandse populatie. Etnische minderheden (met name mannen) zouden meer seksuele partners en vaker een SOA in de voorgeschiedenis hebben en bovendien vaker meerdere partners tegelijk hebben.

Hierbij moet rekening worden gehouden met een mogelijk overrapportage van het aantal partners door de mannelijke respondenten en een onderrapportage door de vrouwelijke respondenten, in verband met het geven van sociaal gewenste antwoorden.

Wel bleken zowel mannen als vrouwen het condoom consequenter toe te passen bij losse relaties dan bij vaste relaties: 51 versus 14% bij vrouwen en 63 versus 13% bij mannen. (14)

In een ander onderzoek van Gras et al. werden mannen van Antilliaanse, Arubaanse en Ghanese afkomst ondervraagd, om onafhankelijke voorspellers voor multipele sekspartners en onveilige seks met losse partners in NL in kaart te brengen.


  1. Multipele sekspartners werd gedefinieerd als meer dan 1 partner in het afgelopen jaar, dit werd door 50% van de respondenten gerapporteerd. Onafhankelijke voorspellende factoren waren: recente SOA infectie, jeugdige leeftijd, laag educatieniveau, Afro-Surinamese origine, het ontbreken van een lange-termijn relatie en commercieel seksueel contact in de voorgeschiedenis.

  2. Onveilige seks kwam voor in 24% van de losse relaties. Onafhankelijke voorspellende factoren waren: recente SOA-infectie, laag educatie niveau, gebruik van harddrugs, leeftijd tussen de 20-29 jaar, weinig seksuele partners, onveilige seks in land van herkomst en seks met partner uit dezelfde etnische groep. (15)

Sociaal cognitieve determinanten van seksueel risicogedrag

In een studie van Wiggers et al. is gekeken naar seksueel risicogedrag en determinanten van condoomgebruik onder migranten (Surinamers, Antillianen en sub-Sahara Afrikanen) in Amsterdam.

De studie liet een hoge prevalentie van seksueel risicogedrag zien onder etnische minderheden. In 57% van de relaties werd het condoom niet consistent toegepast. Consistent condoomgebruik kwam beduidend minder voor in vaste relaties (23%) dan bij vrijblijvende partners (77%).

In vergelijking tot vrouwen rapporteerden mannen meer seksuele partners en meer losse dan stabiele relaties. Mannen waren dus meer seksueel actief in situaties waarbij condoomgebruik wordt gestimuleerd.

Evenals in de studies van Gras et al. is er mogelijk een overraportage van multipele en aantal partners door de mannelijke respondenten.
In deze studie werden sociaal-cognitieve determinanten geïnventariseerd voor consistent condoomgebruik in heteroseksuele relaties. Hierbij is uitgegaan van twee klassieke theoretische modellen voor het verklaren van gezondheidsgedrag.

- De ‘theory of planned behavior’: de individuele intentie bepaalt primair het feitelijk gedrag. Determinanten waarop getest werd: individuele opvattingen, de subjectieve norm en de waargenomen gedragscontrole met betrekking tot condoomgebruik.

- Het ‘health believe model’: hier wordt uitgegaan van de theorie dat gezondheidsgedrag wordt bepaald door waargenomen gezondheidsdreiging. In deze studie werden de volgende variabelen gemeten: individuele perceptie over voordelen van condoomgebruik, kans op gezondheidsschade door HIV, kennis over transmissie en preventie van HIV en socio-demografische factoren.

Uit de analyse bleek dat de volgende sociaal cognitieve factoren onafhankelijke determinanten waren voor consistent condoomgebruik:



  • subjectieve norm met betrekking tot condoomgebruik;

  • waargenomen gedragscontrole gerelateerd aan condoomgebruik. (self efficacy)

Dit bevestigt het belang van sociaal-cognitieve factoren volgens de ‘theory of planned behavior’.

Er bleek echter geen duidelijk relatie tussen opvattingen over condooms en consistent condoomgebruik, mogelijk speelt hierbij een rol dat er alleen gevraagd werd naar negatieve opvattingen over condoomgebruik.

De relatie tussen condoomgebruik en sociaal demografische- en gedragsfactoren wordt echter niet uitsluitend gemedieerd door deze sociaal-cognitieve factoren. Kennis over HIV transmissie en preventie was eveneens van significante betekenis.

Overige sociaal-cognitieve factoren uit het ‘health belief model’ (voordelen van condoomgebruik, waargenomen kwetsbaarheid en ernst van HIV infectie) leken een minder significante rol te spelen. Mogelijk heeft dit een methodologische reden, daar deze factoren maar met 1 of 2 items zijn gemeten. (16)



Culturele factoren en seksualiteit

Naast sociaal-cognitieve determinanten spelen cultuur-specifieke opvattingen een significante rol bij seksueel gedrag.

Resultaten uit een onderzoek van Kocken et al. laten zien dat de intentie tot condoomgebruik primair bepaald wordt door zowel sociaal-cognitieve als culturele factoren:


  • Waargenomen subjectieve normen;

  • Waargenomen taboe over het bespreken van seks;

  • Machismo-opvattingen: opvattingen over het man/vrouw rolpatroon binnen een relatie;

  • Geslacht: vrouwen zouden vaker intentie tot condoomgebruik hebben dan mannen;

  • Leeftijd: In de leeftijdsgroep van 31-50 jaar was motivatie tot condoomgebruik groter dan in de groep van 15-30 jaar;

  • Educatie niveau: intentie tot condoomgebruik was hoger bij hoger opgeleide respondenten ten opzichte van lager opgeleiden. (8)

Bertens et al. analyseerden of het bespreken van belangrijke zaken rondom seksualiteit van Caribische vrouwen met hun partner beïnvloed wordt door de culturele achtergrond.

Ze beschrijven man-vrouw rolpatronen en de relationele context bij beslissingen over veilig seksueel contact. Gegevens werden verzameld door middel van diepte-interviews en focusgroep discussies onder Nederlands-Antilliaanse en Afro-Surinaamse vrouwen in Nederland.

Als belangrijkste motief voor veilig seksueel contact werd het voorkomen van ongewenste zwangerschappen genoemd. Family planning en anticonceptiva werden beschouwd als de verantwoordelijkheid van de vrouw, condooms als de verantwoordelijkheid van de man.

Naast het vertonen van verantwoordelijk gedrag is de reputatie, de ‘eerbaarheid’ van de vrouw belangrijk. Op dit gebied ontstaat er een probleem bij het bespreken van veilige seks met hun partner.

Enerzijds is er de onafhankelijkheid, autonomie, autoriteit en trots van de vrouw die zij ervaart in haar moederrol en hoofd van het gezin en huishouden. Dit geeft haar de mogelijkheid om veilige seks en haar eigen standpunt bespreekbaar te maken.

Anderzijds is er emotionele afhankelijkheid van de vrouw van haar man en de behoefte om als vrouw gerespecteerd te worden. Dit staat het bespreekbaar maken van veilige seks binnen de relatie in de weg. Een respectabele, fatsoenlijke vrouw heeft namelijk alleen monogame serieuze relaties (het liefst getrouwd) en twijfelt niet aan de trouw van haar partner. Hierdoor is seksueel contact automatisch ‘veilig’ en is er dus geen noodzaak voor het gebruik van condooms.

De respondenten associeerden condoomgebruik met wantrouwen, ontrouw en wisselende partners. Bovendien werd conversatie over seksualiteit beschouwd als een taboe onder de Antilliaanse en Surinaamse deelnemers. Onder vrienden wordt gesproken over seksualiteit in symbolische termen of gezegden. Jongeren op de Antillen en Suriname krijgen over het algemeen geen seksuele voorlichting van hun ouders. (17)

In vaste relaties wordt monogamie gezien als veilige seks en met name in losse relaties speelt condoomgebruik een rol bij veilige seks. Intentie tot het bespreken van veilige seks met losse partners was gerelateerd aan opvattingen ten opzichte van condoomgebruik en waargenomen ‘self-efficacy’. (18)


3.2 Onderzoek op Curaçao

Naast de onderzoeken uitgevoerd in Nederland, zijn er een tweetal relevante onderzoeken uitgevoerd op Curaçao. Deze onderzoeken zijn uit de jaren tachtig en negentig en dus enigszins gedateerd, maar recenter onderzoek op het gebied van geboorteregeling, anticonceptie en abortus is tot nu toe niet aanwezig.


Je kunt maar beter bij je moeder blijven’ - Ongehuwde vrouwen met kinderen op Curaçao.

In 1987 is er door Van Dijke en Terpstra onderzoek verricht naar de sociaal-economische positie van jonge, ongehuwde Curaçaose vrouwen met kinderen uit de lagere sociaal-economische strata. Hierbij is onder andere gekeken naar geboorteregeling, anticonceptie, abortus, relatiepatronen en betekenis van het moederschap.

De onderzoekers stellen dat het abortuspercentage in 1985 al hoog ligt. Zij maken een schatting van 4000 per jaar, wat neerkomt op ruim 50% van de zwangerschappen die afgebroken wordt door een abortus provocatus. Hierbij gaat het alleen om medische ingrepen en zijn volksmethoden niet meegeteld.

Dat abortus relatief vaker voorkomt bij Antilliaanse vrouwen dan bij Nederlandse vrouwen, wijten de onderzoekers niet aan een geringe kennis van anticonceptiemethoden, maar aan een cultureel bepaald minder gemakkelijk of vanzelfsprekend gebruik van anticonceptiemethoden.

Als gevolg van klachten wordt in vele gevallen het gebruik gestaakt.
Curaçaose vrouwen zijn vaak ontevreden over het gebruik of het resultaat van ‘moderne’ anticonceptiva. Dit leidt ertoe dat vrouwen vaak van middel wisselen, na verloop van tijd het gebruik van een middel opgeven of dat perioden waarin wel en waarin niet gebruikt wordt elkaar afwisselen.

Opvallend is dat klachten van vrouwen nauwelijks serieus worden genomen. Naast weerstand tegen medicijngebruik wordt als oorzaak van falend anticonceptiegebruik door lokale instellingen de ongedisciplineerdheid van vrouwen genoemd. In strijd met dit argument is echter het gegeven dat volksmethoden nog veelvuldig zouden worden toegepast, terwijl deze methodes ook een zekere discipline vereisen en kennis van de eigen cyclus.

Geboorteregeling is gerelateerd aan vele aspecten van het dagelijks leven, aan normen, waarden en moraal. Daarom is het belangrijk dat er behalve vanuit een puur medische theorie, ook gekeken wordt naar sociaal-psychologische en culturele factoren, zoals beleving van seksualiteit, waarde van het moederschap, economische positie van de vrouw, houding ten opzichte van moderne anticonceptiva en traditionele methoden ter regulering van geboorten. De schrijvers stellen dat aan de hand hiervan effectievere voorlichtingsprogramma’s opgesteld kunnen worden.

De belangrijkste organisatie die zich sedert de jaren tachtig op het eiland bezighoudt met verstrekking van voorbehoedsmiddelen en voorlichting is Famia Plania. De doelstelling van de stichting is ‘het bevorderen van verantwoord ouderschap’. Dit doel tracht men te bereiken door een scala van voorlichtingsactiviteiten, bijvoorbeeld via radiospotjes of voorlichtinglessen op scholen.


De huidige voorlichtingsprogramma’s zouden echter alleen op het technische gedeelte van seksualiteit ingaan, westers georiënteerd zijn en niet aansluiten op de opvattingen en gebruiken van de bevolking van Curaçao. Terwijl ideologieën en praktijken rond geboorteregeling deels cultureel bepaald zijn.

Culturele factoren die van invloed zijn op geboorteregeling en anticonceptiegebruik in de Antilliaanse samenleving:



  • Belang van kinderen hebben: in de heersende machocultuur is het hebben van kinderen een bewijs van mannelijkheid. Ook voor de vrouw zijn kinderen van groot belang. ‘Vrouw-zijn’ en ‘moeder-zijn’ is bijna synoniem. Een vrouw is pas een volwaardige vrouw als ze kinderen heeft.

  • Weerstand van mannen tegen condooms. Mannen voelen zich niet verantwoordelijk voor geboorteregeling, stimuleren dit niet of werken het tegen.

Daarnaast speelt voorlichting en advisering door artsen omtrent anticonceptie een rol en het falen van voorbehoedmiddelen door klachten. (19)

Je lust en je leven – een inventariserend onderzoek naar relatievorming, sexueel gedrag en de preventie van Aids op Curaçao.
In 1992 verscheen een onderzoeksrapport naar relatievorming en seksueel gedrag op Curaçao, geschreven door Alberts, werkzaam bij de GGD te Curaçao. Hierin wordt ook aandacht besteed aan het gebruik van anticonceptiva.

De meest genoemde anticonceptiemethode in het onderzoek is de pil, gevolgd door het condoom en coïtus interruptus. De laatste methode wordt voornamelijk toegepast door jongere respondenten. Sterilisatie is bij 6-11% van de respondenten uigevoerd, m.n. op oudere leeftijd. Het spiraal en periodieke onthouding wordt door 4-8% toegepast.


In Nederland waren ten tijde van het onderzoek de pil, het condoom en sterilisaties de populairste maatregelen ter voorkoming van zwangerschap. Coïtus interruptus wordt in Nederland nauwelijks nog toegepast.
In het onderzoek van Alberts werden middelen voor het afbreken van een plaatsgevonden bevruchting (Morning After Pil, abortus en volksmethoden) slechts door 1% van de respondenten genoemd.

Inconsequent anticonceptiegebruik
Uit het onderzoek komt naar voren dat 50% van de vrouwen met een vaste relatie in alle gevallen maatregelen heeft genomen om zwangerschap te voorkomen, de overige 50% geeft aan niet of niet in alle gevallen een methode te hebben toegepast. Opvallend is dat het percentage vrouwen dat niet in alle gevallen maatregelen heeft genomen in de groep met een vaste relatie beduidend hoger ligt dan in de groep vrouwen zonder vaste relatie(25%). Dit in tegenstelling tot eerder onderzoek van Lamur et al.(1990) waar ineffectief anticonceptiegebruik juist vaker voor zou komen bij vrouwen zonder vaste relatie. In het onderzoek van Alberts is de groep ‘alleenstaande’ respondenten echter te klein om statistisch verantwoorde uitspraken te kunnen doen.
Verder blijkt inconsequente anticonceptie vaker voor te komen bij het gebruik van coïtus-afhankelijke middelen (zoals het condoom), dan bij coïtus-onafhankelijke middelen (zoals de pil).
In het onderzoek is niet nagegaan of het niet (consistent) gebruiken van anticonceptie samenhangt met onwetendheid of weerstand tegen anticonceptiva of voortkomt uit bijvoorbeeld een expliciete kinderwens.

Gebruik van condooms
In het onderzoek is specifiek ingegaan op het gebruik van condooms en eventuele weerstanden tegen het condoom.
Het praktisch ongemak zou veel mensen van gebruik weerhouden en voor de vrouw kan het ter sprake brengen van het condoom een probleem zijn omdat dit zou duiden op wantrouwen van de man of het zou betekenen dat ze zelf niet te vertrouwen is.
Uit het onderzoek blijkt geen samenhang tussen het daadwerkelijk gebruik en het hebben van klachten: de nadelen van condooms werden net zo sterk gevoeld in de groep condoomgebruikers als de groep niet-gebruikers. (7)



3.3 Conclusies
Uit de verschillende onderzoeken komt een hoge abortusfrequentie en een hoog aantal ongewenste zwangerschappen onder de Antilliaanse bevolking naar voren.
Als voornaamste oorzaak van een ongewenste zwangerschap wordt het niet of inconsequent gebruik van anticonceptie genoemd.
Onder de vrouwen die wel een methode van anticonceptie toepassen, wordt de pil het meest frequent gebruikt, gevolgd door het condoom en traditionele methoden. Er is echter vaak sprake van een ineffectieve manier van gebruiken.

Als factoren die een rol zouden spelen bij het niet of ineffectief gebruiken van anticonceptie worden genoemd:



  • Laag educatieniveau: er is hier vaker sprake van een onduidelijk toekomstperspectief en daardoor een lagere motivatie voor het consequent toepassen van anticonceptie. Vaak gaat het hier ook om vrouwen uit de lagere sociaal-economische klassen.

  • Beperkte kennis over seksualiteit en anticonceptie door onvoldoende voorlichting en het taboe dat heerst op het bespreken van seksualiteit.

  • Het belang van kinderen hebben in de Antilliaanse samenleving: het bestaan van een macho-cultuur en het verkrijgen van status als vrouw door het moederschap.

  • De negatieve attitude van mannen, met name ten opzichte van het condoom.

  • Negatieve opvattingen van vrouwen, met name ten opzichte van de pil en het spiraal: de middelen zouden slecht zijn voor de gezondheid en men ervaart weerstand tegen het slikken van hormonen of medicijnen in het algemeen.

  • Bijwerkingen van anticonceptiemethoden ervaren door vrouwen, met name bij pilgebruik.

  • Waargenomen subjectieve normen en gedragscontrole: deze factoren komen met name naar voren uit het onderzoek naar intentie tot condoomgebruik. Maar zoals boven beschreven, spelen de opvattingen die heersen in de Antilliaanse cultuur over andere anticonceptiemethoden zoals de pil, ook een rol in het wel of niet toepassen ervan.

  • Instabiele relaties: door het veelvuldig voorkomen van losse partners en bezoekrelaties op Curaçao, en daardoor het onregelmatige karakter van het seksuele contact, zou de motivatie voor anticonceptiegebruik geringer zijn.

N.B: Uit onderzoeken in het kader van HIV-preventie zou het condoom juist vaker gebruikt worden in losse relaties ten opzichte van vaste relaties. Maar in de onderzoeken waar gekeken is naar geboorteregeling, ziet men juist dat anticonceptie vaker wordt toegepast in stabiele relaties en minder in beginnende en instabiele relaties.

In sommige onderzoeken wordt jonge leeftijd als risicofactor genoemd voor het voorkomen van abortus. De literatuur is hier niet eenduidig over.


Hoewel het voorkomen van ongewenste zwangerschappen en abortus wel een probleem is onder jongeren, blijkt jonge leeftijd geen specifieke risicofactor te zijn voor de Antilliaanse bevolking.

4. Resultaten vragenlijstonderzoek

4.1 Respons

Het vragenlijstonderzoek bestaat uit 146 interviews met vrouwen tussen de 15 en 45 jaar.


In de huisartspraktijk waar begonnen is met het onderzoek, zijn 88 interviews afgenomen. In de overige twee praktijken zijn respectievelijk 28 en 30 interviews afgenomen. Daar het primaire doel uitbreiding van de onderzoekspopulatie was en niet het aantonen van verschillen tussen de verschillende praktijken, is er voor gekozen om de onderzoekspopulatie als geheel te gebruiken voor de verdere analyse.

Vrijwel alle 146 vragenlijsten zijn compleet ingevuld. Er waren enkele stellingen die als moeilijk werden ervaren, met name door vrouwen met een relatief laag opleidingsniveau, waarbij de vraagformulering niet goed werd begrepen of bij jonge leeftijd, waarbij men niet altijd een uitgesproken mening had over een bepaald onderwerp. Er is voor gekozen de antwoorden op de vragen die vrouwen echt niet begrepen en daardoor niet naar waarheid konden beantwoorden, niet op te nemen in de analyse.

Een enkele respondente heeft de vragenlijst niet helemaal beantwoord omdat zij een aantal vragen te persoonlijk en onprettig vond. De respondente was in de veronderstelling dat ze door deel te nemen aan het onderzoek, voornamelijk informatie zou ontvangen over anticonceptie. Dit ondanks dat de assistente vooraf duidelijk had uitgelegd dat het om een vragenlijst zou gaan.

Van slechts 12 vrouwen is bekend dat zij niet aan het onderzoek mee wilden werken of niet kwamen opdagen voor de afspraak. Dit zou neerkomen op een non-respons van 8%.



De voornaamste redenen waarom vrouwen niet mee wilden werken aan het onderzoek waren tijdgebrek of zich ziek voelen. De overige vrouwen waren vrouwen met wie een afspraak was gemaakt voor een later tijdstip, maar die zich vervolgens niet meldden op het afgesproken tijdstip. De reden voor afwezigheid van deze vrouwen is onbekend. De methode van respondenten werven is gedurende het onderzoek dan ook aangepast door alleen nog vrouwen te vragen om ter plekke geïnterviewd te worden en geen afspraken te plannen voor een later tijdstip.

4.2 Kenmerken respondenten

Leeftijd
Door de assistente willekeurig vrouwen in de wachtkamer te laten benaderen voor het onderzoek, is gepoogd een redelijke spreiding te krijgen over de verschillende leeftijdsgroepen. In de boxplot voor leeftijdsverdeling (figuur 1) is te zien dat de mediaan op 28 jaar ligt. Dat wil zeggen dat er relatief iets meer vrouwen uit de jongere leeftijdscategorieën geïncludeerd zijn. Bij een precies gelijke verdeling zou men een mediaan van 30 verwachten. Aan het eerste en derde kwartiel (respectievelijk 21 en 36 jaar) is ook te zien dat de verdeling iets scheef is in de richting van de lagere leeftijden.

Figuur 1: Boxplot leeftijdsverdeling onderzoekspopulatie

Hoewel vooraf besloten was vrouwen te includeren in de leeftijd van 15 tot 45, bleek na selectie door de assistente dat vier van de geïnterviewde vrouwen een leeftijd van 45 jaar hadden. Zij waren echter wel actieve anticonceptiegebruiksters en konden door hun opvattingen een kwalitatieve bijdrage leveren aan het onderzoek.


Doordat, zoals hierboven beschreven, de leeftijdsspreiding positief uitvalt voor de jongere leeftijdscategorieën, vonden wij het niet noodzakelijk om deze vrouwen uit te sluiten van de studie.

Overige kenmerken van de onderzoekspopulatie (opleiding, werk, ziektekostenverzekering, relatiestatus en geboorteland) zijn weergegeven in tabel 3.



Onderwijs
Omdat een derde van de respondenten nog bezig was met een opleiding, is het moeilijk de onderzoekspopulatie in te delen naar hoogst genoten opleiding. Er is voor gekozen om de opleiding die men als laatst heeft gevolgd (wel of niet afgerond) te noteren. (zie tabel 3) Het merendeel van de respondenten was bezig met een middelbare opleiding, of had deze afgerond. Omdat de groep met een hogere opleiding relatief klein was, zijn de vrouwen die voortgezet hoger onderwijs volgden, samengevoegd met de vrouwen die hoger beroepsonderwijs of een universitaire opleiding volgden.

Tabel 3: Kenmerken ondervraagde vrouwen (n=146)

Kenmerken onderzoekspopulatie

Aantal (n)

Percentage (%)

Onderwijs

Laag (geen / basisonderwijs / LBO)

20

13,7

Middelbaar voortgezet onderwijs (MAVO/VSBO)

37

25,3

Middelbaar beroeps onderwijs (MBO)

59

40,4

Hoog (HAVO/VWO-HBO-WO)

30

20,5

Werk

Student

52

35,6

Geen

13

8,9

Ongeschoolde / semi-geschoolde handarbeiders

16

11

Kleine zelfstandigen

4

2,8

Service-verleners / winkelpersoneel / kantoorklerken

44

30,1

Leidinggevenden/professionals

17

11,7

Verzekering

Geen

4

2,7

BZV PP

25

17,1

SVB

98

67,1

BZV Land of Eiland

8

5,5

Anders (particulier of dubbel)

11

7,6

Relatie

Single

42

28,8

Partner

64

43,8

Samenwonend

16

11

Gehuwd

24

16,4

Geboorteland

Curaçao

116

79,5

Elders

30

20,5

Werk
Ook bij het percentage werkende vrouwen is terug te zien dat een grote groep respondenten nog studeert. (tabel 3) Respondenten met een parttime baan naast hun opleiding zijn gerekend tot de categorie studenten, omdat de aard van deze bijbanen vaak niet het opleidingsniveau van de respondent weergeven.
Opgesplitst naar leeftijdscategorie, blijken niet alleen vrouwen tussen de 15 en 20 jaar nog te studeren (93%), maar ook relatief veel vrouwen van 20 tot 25 jaar en van 25 tot 35 jaar (respectievelijk 63% en 12%) volgen een opleiding. Een aantal vrouwen is weer aan een opleiding begonnen na een periode gewerkt te hebben of na een zwangerschap en kinderen opvoeden. De vrouwen die op een relatief jonge leeftijd hun eerste kind kregen, waren op dat moment gedwongen hun opleiding te staken vanwege de zwangerschap.
Van de werkende populatie is het grootste aantal vrouwen werkzaam in de categorie kantoorklerken / winkelpersoneel / serviceverlener. Het gaat hier met name om beroepen als serveerster, kapster, verkoop- of administratief medewerker en telefoniste/receptioniste.
De groep semi- en ongeschoolde arbeiders is vrijwel even groot als de groep leidinggevenden. In de eerste groep gaat het om vrouwen werkzaam als schoonmaakster, kinderoppas, biljettenverkoopster of kok, ongeschoold. In de groep leidinggevenden/professionals varieert het beroep van verpleegkundige tot docent of manager.
Het percentage vrouwen dat geen betaald werk heeft en niet studeert, is kleiner dan 10%.

Verzekering
Veruit de grootste groep vrouwen is verzekerd voor ziektekosten via SVB (Sociale Verzekeringsbank), gevolgd door BZV (Bureau Ziektekostenvoorzieningen) via een PP-kaart (overheidsverzekering voor minvermogenden) of als ambtenaar (Land of Eiland). (tabel 3) Slechts 7,6% van de vrouwen is anders verzekerd: particulier of dubbel verzekerd, bijvoorbeeld zowel via vader als moeder. Hierdoor kan men kiezen bij welke maatschappij men de ziektekosten wil declareren.

Relatie
Bijna dertig procent van de vrouwen heeft geen partner ten tijde van het interview, waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen het wel of niet hebben van seksueel contact of het wel of niet gehuwd zijn in het verleden. De grootste groep (44%) bestaat uit vrouwen met een partner, niet samenwonend, de overige vrouwen wonen samen met hun partner (11%) of zijn gehuwd (16%).
De vrouwen die niet samenwonen met hun partner hebben een relatie van gemiddeld 3,3 jaar, met een grote spreiding van 2 maanden tot 20 jaar.
De vrouwen die gehuwd zijn of samenwonen, zijn gemiddeld 9,4 jaar samen met hun partner, met een spreiding van 1 tot 19 jaar. Het werkelijke aantal jaren zal wellicht hoger liggen, omdat een deel van de vrouwen het aantal jaren huwelijk/samenwonen heeft genoemd in plaats van het aantal jaren samen met hun partner.

Geboorteland
Omdat we via dit onderzoek een beeld wilden krijgen van de opvattingen van de ‘Curaçaose vrouw’, is gevraagd of men geboren is op Curaçao en zo nee, hoe lang men al woonachtig is op Curaçao.
80% van de respondenten is geboren te Curaçao, 20% elders. Van deze laatste groep zijn veel vrouwen geboren in de Dominikaanse republiek (7%) en in Nederland (5%). (zie figuur 2)
De vrouwen niet geboren op Curaçao, wonen gemiddeld 9,5 jaar op het eiland, met een spreiding van 8 maanden tot 25 jaar.

Figuur 2: Respondenten, weergegeven naar land van herkomst (%) (n=146).


4.3 Seksuele voorlichting en seksueel gedrag

Het merendeel van de vrouwen (82%) vindt dat zij in het verleden voldoende tot uitgebreide informatie heeft ontvangen aangaande seksualiteit en anticonceptie. 18% van de vrouwen geeft aan over geen of onvoldoende informatie te beschikken. Er is hier geen duidelijk verschil tussen de oudere en jongere vrouwen. De vrouwen die aangeven onvoldoende informatie te hebben ontvangen, vinden dat de informatie met name te kort schiet op het gebied van anticonceptie.



Bron van informatie
De respondenten is gevraagd, indien zij in het verleden informatie over seksualiteit en anticonceptie hebben verkregen, wie hen deze informatie heeft verstrekt. Hierbij waren meerdere antwoorden mogelijk (zie tabel 4).
Les op school wordt het vaakst genoemd als bron van seksuele voorlichting. Het gaat hierbij om lessen biologie en verzorging, maar ook om lessen verzorgd door de stichting Famia Plania. (zie onderzoek Van Dijke en Terpstra, hoofdstuk ‘Resultaten Literatuuronderzoek’)
Ondanks dat veel vrouwen aangeven dat praten over seksualiteit binnen het gezin een taboe was (of is), wordt door meer dan de helft van de vrouwen aangegeven dat zij informatie hebben gekregen via hun ouders, veelal de moeder.
Als derde scoort de categorie ‘overig’ erg hoog: in deze categorie konden de respondenten zelf invullen via welke weg zij informatie verkregen, anders dan genoemde antwoordcategorieën. Met name het zelf actief zoeken naar informatie, bijvoorbeeld via internet, boeken, tijdschriften, en TV wordt genoemd. Ook lezingen (o.a. Famia Plania en andere stichtingen), seminars, bezoek aan de kraamkliniek en een zomerkamp georganiseerd door het witgele kruis, waarbij onderwerpen over seksualiteit besproken werden met leeftijdsgenootjes, zijn bronnen van informatie. Verder werden hier overige familieleden (anders dan ouders) genoemd, bijvoorbeeld tante, nicht of oudere zus.
Bij de informatie verkregen via school wordt als commentaar genoemd dat deze informatie oppervlakkig was en met name gericht op seksualiteit. Informatie over anticonceptie verkregen respondenten met name door zelf te zoeken (zie boven) of door advies in te winnen bij hun eigen dokter of ander medisch hulpverlener.
Met vrienden en partner wordt vaak wel (uitgebreid) gepraat over seksualiteit, maar veel respondenten zien hen niet als bron van nieuwe en/of juiste informatie.
Overheidscampagnes worden niet gezien als belangrijke bron van informatie. Veel vrouwen wisten niet wat er met overheidscampagnes bedoeld werd. Na uitleg konden de meeste respondenten wel voorbeelden benoemen, maar slechts 12% zag dit ook als bron van informatie. Hierbij moet genoemd worden dat deze campagnes pas van de laatste jaren zijn. Vrouwen uit de oudere leeftijdscategorieën herkennen de huidige campagnes wel, maar hebben dit in hun jeugd niet gehad, dus voor hen is de informatie te laat of irrelevant.

Tabel 4: Bron van informatie over seksualiteit en anticonceptie* (n=146).

Bron van informatie

Percentage (%)

  1. School

87

  1. Ouders

51,4

  1. Overig

45,9

  1. Dokter

36,3

  1. Vrienden

26,7

  1. Partner

26

  1. Overheidscampagne

11,6

*Gerangschikt naar meest genoemde bron, weergegeven in percentage respondenten dat via deze bron informatie heeft verkregen.

Invloed van leeftijd op informatiebron
Voor de informatiebronnen ouders, vrienden of partner is geen duidelijk leeftijdseffect merkbaar. Wel is te zien dat het percentage vrouwen dat school als bron van informatie aangeeft, toeneemt naarmate de vrouwen jonger zijn. Informatieverstrekking via de dokter of door zelf te zoeken neemt juist toe naarmate de vrouwen ouder zijn.
De overheidscampagnes worden zowel door de oudere vrouwen (35-45 jaar) als door de jongeren (15-19 jaar) genoemd als bron van informatie, al scoren de campagnes niet hoog.

Seksueel contact
Van het totaal aantal respondenten hebben 4 vrouwen nog nooit seksueel contact met een man gehad. Eén respondente wilde de vragen met betrekking tot seksualiteit niet beantwoorden en is niet meegenomen in onderstaande analyses.
De leeftijd waarop de vrouwen voor de eerste keer geslachtsgemeenschap hadden, varieert tussen de 12 en 28 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 17,7 jaar. Bij bovenstaande analyse is uitgegaan van de leeftijd waarop voor het eerst vrijwillig seksueel contact plaatsvond. Twee vrouwen in de onderzoeksgroep hadden namelijk op respectievelijk hun 5e en 6e jaar voor het eerst seksueel contact gehad, wat niet gewenst was.

Van de 141 vrouwen die seksueel actief zijn, heeft 85% (n=120) seksueel contact gehad in de afgelopen 6 maanden. 78% van de vrouwen had seksueel contact met 1 persoon in de afgelopen 6 maanden, bij de overige vrouwen varieerde het aantal seksuele partners van 2 tot 6 personen. (zie tabel 5)


De vrouwen met meerdere seksuele partners zijn ‘single’ of hebben een partner waarmee zij niet samenwonen of gehuwd zijn. De relatie met de partner bestaat veelal korter dan een jaar, met twee uitzonderingen: een relatie van respectievelijk 3 en 5 jaar.

Tabel 5: Aantal seksuele partners in de afgelopen 6 maanden(n=141)

Aantal seksuele partners

Percentage (%)

0

15

1

78

2

5

3-6

2


4.4
Zwangerschap en kinderen

Het aantal zwangerschappen in de onderzoekspopulatie varieert van 0 tot 8 met een gemiddelde van 2,2. Drie kwart van de vrouwen (n=110) heeft een zwangerschap in de voorgeschiedenis.
Het aantal kinderen varieert van 0 tot 7, met een gemiddelde van 1,2.
36 vrouwen zijn kinderloos omdat ze nog nooit zwanger zijn geweest en 26 vrouwen zijn kinderloos, hoewel ze wel een zwangerschap in de voorgeschiedenis hebben.
De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen ligt op 21,9 jaar (spreiding van 14 tot 34 jaar). Deze leeftijd ligt ongeveer 4 jaar hoger dan de gemiddelde leeftijd van het eerste seksuele contact (17,7 jaar).

Belang van kinderen
94% van de respondenten geeft aan het ‘belangrijk’ tot ‘zeer belangrijk’ te vinden om kinderen te hebben. Als redenen worden genoemd: het willen vormen van een grote familie; als verrijking van je leven; ervaringen kunnen delen met je kinderen en steun hebben aan elkaar; het hebben van veel verantwoordelijkheid; ‘je kind wordt later alles voor je: zowel je familie als je vriendin’; ‘het is een onderdeel van mijn leven’; ‘borstvoeding geven schept een band’ en ‘ik houd enorm van baby’s / kinderen’.
Slechts 6% van de vrouwen vindt het hebben van kinderen ‘niet zo belangrijk’ en geen enkele respondent geeft aan kinderen ‘geheel onbelangrijk’ te vinden.
Veertien vrouwen vinden het op dit moment in hun leven (nog) niet zo belangrijk om kinderen te hebben, hoewel ze hebben van kinderen in het algemeen wel als belangrijk ervaren. Dit omdat ze nog jong zijn en er nog niet klaar voor zijn, ze eerst hun studie af willen maken en een goede baan willen vinden en/of ze een stabiele relatie willen hebben voordat ze een kind willen opvoeden.

De rol van kinderen in het leven van de Curaçaose vrouw is ook getest door te vragen in hoeverre de respondenten het eens zijn met de volgende stelling: ‘een vrouw is pas een echte vrouw als ze kinderen heeft’.


Er werd uiteenlopend geantwoord: De meeste vrouwen waren het totaal oneens met de stelling (48,6%): ‘een vrouw is altijd een vrouw, ongeacht of ze kinderen heeft of niet’ en een aantal vrouwen (17,6%) was het gedeeltelijk oneens met de stelling. Men vond bijvoorbeeld dat iedere vrouw over liefde beschikt, die je ook kunt geven aan een ander kind, zonder dat je zelf moeder bent.
26,7% van de vrouwen was het wel (gedeeltelijk) eens met de stelling: je voelt je veel méér een vrouw (een ‘signora’) als je moeder bent, je hebt negen maanden het kind bij je gedragen, je hebt veel meer verantwoordelijkheid als moeder en het moederschap brengt privileges met zich mee. De overige vrouwen hadden geen duidelijke mening (7%).

Omdat de stelling in het Papiaments tijdens de eerste interviews niet altijd goed begrepen werd, is de formulering halverwege het onderzoek aangepast. Vrijwel iedere vrouw vatte de stelling op als: ‘een vrouw is een echte vrouw als ze kinderen heeft’, waar het merendeel van de vrouwen het mee eens was, terwijl we eigenlijk wilden testen wat vrouwen vonden van de stelling: ‘een vrouw is alléén een echte vrouw als ze kinderen heeft’. In tabel 6 is het verschil in percentages aangegeven voor en na excludering van de eerste 48 respondenten.



Tabel 6: Resultaten stelling: ‘Een vrouw is pas een echte vrouw als ze kinderen heeft’.

Mening respondenten

Percentage (%) bij n=142

Percentage (%) bij n=98

Helemaal oneens

49

60

Gedeeltelijk oneens

18

21

Neutraal

7

1

Gedeeltelijk eens

6

4

Helemaal eens

20

13

Zoals verwacht, neigen de vrouwen die de aangepaste stelling hebben beoordeeld, meer naar ‘oneens’ dan ‘eens’. Maar ook als alle respondenten mee worden genomen in de analyse, is duidelijk te zien dat de meerderheid van de vrouwen het niet eens is met de stelling dat een vrouw pas een echte vrouw is als ze kinderen heeft.

4.5 Kennis en opvattingen over anticonceptie

Kennis eigen lichaam
Kennis over het eigen lichaam is getest door de respondenten de vraag voor te leggen of zij wisten wanneer de vruchtbare dagen in hun cyclus waren. 21% gaf aan dit niet te weten en 10% gaf aan het wel te weten, maar koos vervolgens voor een incorrect antwoord: ‘vlak voor de menstruatie’ of ‘alle dagen dat je niet menstrueert’. Eén vrouw was zelfs in de veronderstelling dat ze alleen vruchtbaar was gedurende de dagen dat ze ‘ziek’ was: tijdens haar menstruatie.
De helft van de vrouwen (49%) gaf het juiste antwoord: ‘tussen de twee menstruaties in’ en 21% gaf het antwoord ‘vlak na de menstruatie’. Hoewel dit laatste antwoord eigenlijk incorrect is, kon bij navraag naar het aantal dagen, dit antwoord vaak ook goed gerekend worden omdat men bij natellen wel rond de 14e dag na het begin van de menstruatie terechtkwam als tijdstip van de eisprong.

Opvattingen over anticonceptie
Aan de hand van de bestaande literatuur zijn voor de huidige vragenlijst een aantal stellingen gebruikt om mogelijk bestaande opvattingen en vooroordelen te testen over de pil en andere anticonceptiemethoden. De mening van de respondenten is weergegeven in tabel 7.

Tabel 7: Stellingen Anticonceptiemethoden (n=146)

Stelling

Eens (%)

Oneens (%)

? (%)

  1. Een man komt tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaar. Toch kan hij de vrouw zwanger maken.

50

34

16

  1. Het is ongezond om langer dan 10 jaar de pil te gebruiken.

44

14

42

  1. Als een vrouw de pil slikt, kan ze onvruchtbaar worden.

22

60

18

  1. Als een vrouw de pil slikt, krijgt ze minder zin in seks.

7

73

20

  1. De pil is het meest betrouwbare anticonceptiemiddel.

49

43

8

  1. De prikpil bevat hormonen, net als de gewone pil.

63

6

31

  1. Een spiraal kan zonder problemen 5 jaar in de baarmoeder blijven.

42

20

38

  1. Een condoom is niet betrouwbaar, want hij scheurt snel.

39

53

8

Coïtus interruptus
Met stelling 1 is indirect getest in hoeverre men kennis heeft over de betrouwbaarheid van voortijdig terugtrekken oftewel coïtus interruptus. De helft van de respondenten wist niet (zeker) of het mogelijk was zwanger te raken door het voorvocht van de man en kreeg hier nieuwe informatie.

De orale anticonceptiepil
Met stelling 2, 3, 4 en 5 is nagegaan welke opvattingen er bestaan over de pil.
Het merendeel van de vrouwen is er van overtuigd dat het niet goed voor je gezondheid is om de pil langdurig te gebruiken of heeft op zijn minst twijfels bij het gebruik ervan. Slechts 14% van de vrouwen is het oneens met stelling 2. Genoemde bezwaren bij langdurig pilgebruik: ‘het achterblijven van resten van de pil, die zich ophopen in de baarmoeder of buik’. Deze resten zouden ervoor zorgen dat je nadien moeilijker zwanger kunt worden of zouden kunnen leiden tot kanker. Ook vinden veel vrouwen het onnatuurlijk om langdurig hormonen te slikken en stoppen daarom een periode met de pil.
Ondanks dat veel vrouwen er van overtuigd zijn dat je verminderd vruchtbaar wordt van pilgebruik, denken zij niet allen dat je onvruchtbaar wordt van de pil. 22% van de vrouwen denkt wel dat deze mogelijkheid bestond en ongeveer een gelijk aantal weet het niet zeker.
Driekwart van de vrouwen is het er over eens dat de pil geen oorzaak is voor het krijgen van minder zin in seks. Van de 7% vrouwen die het eens is met de stelling, geven een aantal vrouwen aan dit zelf te hebben ervaren. De resterende 20% heeft geen mening over deze stelling, voornamelijk omdat ze geen ervaring hebben met het gebruik van de pil.
De helft van de vrouwen ziet de pil wel als de meest betrouwbare anticonceptiemethode, al is de groep die dit niet vindt, bijna even groot (49 versus 43%). Vrijwel elke vrouw kent wel iemand die zwanger is geworden tijdens pilgebruik of heeft dit zelf meegemaakt. In hoeverre het hier om correct gebruik van de pil gaat of niet, is niet bekend.

De prikpil
Veel vrouwen komen bij de huisarts in verband met bijwerkingen die zij ervaren tijdens pilgebruik en weerstand tegen het slikken van hormonen. Uit ervaringen in de huisartspraktijk blijkt er minder weerstand tegen het gebruik van de prikpil, terwijl deze ook hormonen bevat.
Met stelling 6 is kennis over de prikpil getest. De meeste vrouwen (63%) zijn op de hoogte van het feit dat de prikpil ook hormonen bevat, slecht 6% van de vrouwen denkt van niet. Het percentage vrouwen dat het niet weet, is relatief hoog: 31%.

Het spiraal
Veel vrouwen geven aan geen kennis te hebben over het spiraal (38%) met als reden het nog nooit gebruikt te hebben. Van de vrouwen die wel kennis hebben van het spiraal weet het merendeel (42%) dat deze 5 jaar in de baarmoeder kan verblijven, al is er altijd een risico op complicaties. De vrouwen die de stelling met ‘oneens’ beantwoorden, geven dan ook als reden dat zijzelf of iemand in hun omgeving een negatieve ervaring heeft gehad met het spiraal: bijvoorbeeld buikpijn vlak na het plaatsen of een ontsteking, waardoor het spiraal eerder is verwijderd. In hoeverre dit berust op verkeerd plaatsen van het spiraal is onbekend.

Het condoom
Veelgenoemde klachten dat de seks minder fijn is en dat het condoom snel zou scheuren komen uit eerdere onderzoeken naar voren. Naar de eerste opvatting is gevraagd bij de paragraaf over ervaren nadelen bij anticonceptiegebruik. Om een beeld te krijgen van de tweede opvatting is gekeken in hoeverre de respondenten het eens zijn met stelling 8 (zie tabel 7). Meer dan de helft van de vrouwen is het oneens met de stelling dat het condoom onbetrouwbaar is omdat het snel zou scheuren, maar ook een groot percentage (39%) vindt dat condoom wel snel scheurt. Bij een deel van de vrouwen is deze opvatting echter gebaseerd op wat men heeft gehoord van anderen en niet op eigen ervaringen. Bovendien vonden veel vrouwen de stelling dubieus, omdat het scheuren volgens hen afhankelijk is van de kwaliteit, het merk en hoe je het condoom gebruikt. Ook wordt als nadeel het snel afglijden van het condoom genoemd.

4.6 Anticonceptiegebruik

Belang anticonceptiegebruik
42% van de respondenten geeft aan het gebruiken van een anticonceptiemethode ‘belangrijk’ te vinden, 56% vindt het zelfs ‘heel belangrijk’ om een methode van anticonceptie toe te passen. Slechts 2% van de vrouwen beantwoordt deze vraag met ‘neutraal’ of ‘niet zo belangrijk’.

Huidig anticonceptiegebruik
Ondanks het feit dat vrijwel alle vrouwen het belangrijk vinden om anticonceptie te gebruiken, heeft een kwart van de vrouwen (n=35) in de afgelopen 6 maanden geen enkele vorm van anticonceptie toegepast. Van deze groep hadden 10 vrouwen een zwangerschapswens, hadden 9 vrouwen het afgelopen half jaar geen seksueel contact gehad en waren 3 vrouwen verminderd- of onvruchtbaar, waardoor er geen anticonceptiemethode noodzakelijk was.
Bij de overige vrouwen wordt als voornaamste reden voor het niet gebruiken van een anticonceptiemethode het ervaren van bijwerkingen genoemd (n=12), met name bij pilgebruik. Naast bijwerkingen werden ook algemene bezwaren van pilgebruik genoemd: weerstand tegen hormonen, een onnatuurlijke cyclus, kosten, moeite met iedere dag de pil slikken, mogelijke schade voor je gezondheid en bang om onvruchtbaar te worden.
Overige redenen zijn: het niet alarmerend te vinden om toch zwanger te raken, verminderd- of onvruchtbaar zijn, het gewoon ‘makkelijker’ vinden om niets te gebruiken of een partner die niet altijd een condoom wil gebruiken.

In tabel 8 is weergegeven welke anticonceptiemethodes in onze onderzoekspopulatie gebruikt zijn in de afgelopen 6 maanden. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de vrouwen die geen methode toepasten, een moderne methode van anticonceptie toepasten en vrouwen die een minder betrouwbare (traditionele) methode toepasten.

Van de moderne anticonceptiva wordt de pil het meeste gebruikt: door 30% van de respondenten, gevolgd door het condoom (11%). De prikpil, het spiraal of sterilisatie komen minder vaak voor als methode van anticonceptie: ieder bij 5 tot 6% van de respondenten. Van het spiraal wordt het hormoonspiraal vaker toegepast dan het koperspiraal. Bij sterilisatie gaat het slechts in één geval om sterilisatie van de partner, de overige sterilisaties zijn uitgevoerd bij de vrouw.

Tabel 8: Anticonceptiegebruik in de afgelopen 6 maanden (n=142*)


Huidige Anticonceptiemethode

Percentage (%)

Geen

24,6

Pil

Pil alleen

Pil (+ condoom)

Pil, afgewisseld met condoom

Pil (+ CI)

29,5

21,8


3,5

2,1


1,4

Condoom

Condoom alleen

Condoom+CI

11,3

10,6


0,7

Prikpil

Prikpil alleen

Prikpil, afgewisseld condoom

6,3

5,6


0,7

Sterilisatie

Zelf

Partner

5,6

4,9


0,7

Spiraal

Koperspiraal

Hormoonspiraal

4,9

1,4


3,5

Minder betrouwbare methoden

PO alleen

PO+condoom

PO+CI

PO + condoom of CI

CI alleen

CI afgewisseld met condoom/pil

Anders

18,2

1,4


2,8

2,1


2,8

3,5


4,9

0,7


*4 vrouwen die nog nooit seksueel contact hebben gehad zijn niet meegenomen in de analyse
CI = Coitus interruptus
PO = Periodieke onthouding

Naast een moderne vorm van anticonceptie wordt door 18% van de respondenten een minder betrouwbare methode van anticonceptie gebruikt in de afgelopen zes maanden.


Deze methodes bestaan uit: periodieke onthouding (1,4%); coïtus interruptus (3,5%); een combinatie van periodieke onthouding met condoom of coïtus interruptus (7,8%); coïtus interruptus afgewisseld met condoom of pil (4,9%) of een alternatieve methode: na elke geslachtsgemeenschap schoonspoelen van het vaginale kanaal.
Redenen voor het niet gebruiken van moderne anticonceptiva:

  • Bijwerkingen van de pil (misselijk, overgeven, dik worden) of andere bezwaren: weerstand tegen hormonen, schade voor je gezondheid of onvruchtbaar kunnen worden.

  • Moeite met de pil gebruiken: de pil wordt vergeten of de pil niet durven kopen.

  • Vervelend vinden om het condoom te gebruiken: het gebruik geeft irritatie / pijn of de partner wil niet gebruiken.

  • Gestopt met de pil in verband met onregelmatig seksueel contact / geen vaste relatie.

  • Het niet betrouwbaar vinden van moderne anticonceptiva

  • Het niet zo alarmerend te vinden zwanger te raken: de nadelen van moderne anticonceptiemethoden zijn groter dan het relatief grotere risico om met huidige methode zwanger te raken.

Inconsequent anticonceptiegebruik
De vrouwen die een modern anticonceptiemiddel inconsequent gebruiken door het te combineren met periodieke onthouding of af te wisselen met coïtus interruptus, zijn reeds besproken bij ‘minder betrouwbare anticonceptiemethoden’.
Hieronder worden de vrouwen besproken die een modern (betrouwbaar) anticonceptiemiddel gebruiken, maar in de afgelopen 6 maanden seksueel contact hebben gehad zonder deze methode altijd toe te passen.
Dit inconsequente gebruik van anticonceptie komt bij 10 pilgebruiksters voor en bij 10 condoomgebruiksters.
De voornaamste twee redenen bij pilgebruiksters zijn het vergeten van de pil of bijwerkingen van de pil, waardoor ze gestopt zijn met het slikken ervan.
Bij het inconsequent gebruiken van het condoom, is de mening van de seksuele partner vaak van invloed. Als hij geen condoom wilde gebruiken of niet bij zich had, werd er onbeschermd gevreeën. Ook als de partner geen negatieve houding heeft ten opzichte van het condoom, wordt het niet bij zich hebben van condooms of op dat moment ‘geen zin’ hebben om een condoom te gebruiken, als reden genoemd. Eén respondent noemt het kostenaspect als reden en vindt dat ze te weinig kennis heeft over alternatieve anticonceptiemethoden om deze toe te passen.

Het gebruik van noodmaatregelen na ineffectief anticonceptiegebruik
Aan de respondenten is gevraagd wat men zou doen indien men seksueel contact heeft gehad, zonder de anticonceptiemethode (goed) toe te passen. Veruit de meeste respondenten zouden op dat moment geen actie ondernemen, maar afwachten of de menstruatie uitblijft of niet. Indien dit het geval is, zouden zij naar de dokter gaan voor advies en een zwangerschapstest.
Zo’n twintig vrouwen zegt bij pilgebruik de vergeten pil de dag erna (of binnen 24u) in te nemen en eenzelfde aantal vrouwen zou de Morning After Pil overwegen of langs de dokter gaan voor advies. Dit aantal vrouwen is hoger dan het aantal vrouwen dat werkelijk de Morning After Pil heeft toegepast in het verleden (zie paragraaf ‘Anticonceptiegebruik in de voorgeschiedenis’). Maar bij veel vrouwen blijkt er onvoldoende kennis te zijn over het gebruik van dit noodmedicament. Eén vrouw heeft de Morning After Pil gebruikt als zwangerschapsafbrekend medicament in plaats van preventief middel. Zij nam de pil pas in op het moment dat haar menstruatie uitbleef.
Alternatieve methoden die genoemd worden: het drinken van lauwwarme Guinness Stout, een vaginale tablet Microgynon, op de buik drukken en het inwendig spoelen van het vaginale kanaal.
Bij de respondenten die zouden afwachten en niets ondernemen om een zwangerschap alsnog te voorkomen, worden als voornaamste redenen genoemd dat men de kans op een zwangerschap op dat moment klein achtte (wel of niet door te tellen), men het niet zo alarmerend vindt om zwanger te raken en wel ziet wat te doen indien het toch gebeurt. Overige factoren die hierbij een rol spelen: een partner die heeft aangegeven de vrouw te steunen, mocht ze zwanger raken of een partner die een kind wenst. Ook wordt door een aantal respondenten aangegeven niet te weten wat ze op dat moment zou kunnen doen om een zwangerschap te voorkomen. Ook hieruit blijkt dat het bestaan en gebruik van de Morning After Pil niet algemeen bekend is bij de Curaçaose vrouwen.

Anticonceptiegebruik in de voorgeschiedenis
Naast het huidige anticonceptiegebruik is gevraagd welke middelen de vrouwen in het verleden gebruikt hebben. In tabel 9 is weergegeven met welke middelen de respondenten ervaring hebben.

Tabel 9: Anticonceptiegebruik in de voorgeschiedenis

Anticonceptiemethode

Percentage vrouwen met ervaring

  1. Pil

73%

  1. Condoom

71%

  1. Coitus interuptus

45%

  1. Periodieke onthouding

25%

  1. Prikpil

25%

  1. Spiraal

19%

  1. Morning After Pil

9%

  1. Sterilisatie

6%

  1. Anders

2%

Ook in tabel 9 staan de pil en het condoom weer bovenaan als meest gebruikte methode, gevolgd door coïtus interruptus en periodieke onthouding. Deze minder betrouwbare methodes, met name coïtus interruptus, werden door veel respondenten tijdens de periode van hun eerste seksuele contacten en eerste seksuele partner toegepast. Als men later een vaste relatie had of meer kennis over andere methoden, werd geswitcht naar een moderner middel, zoals de pil.


Een groot percentage van de vrouwen heeft ervaring met het gebruik van moderne anticonceptiva zoals de(prik)pil of het condoom. Ervaring met de Morning After Pil is echter gering, slechts 9% van de respondenten heeft deze noodpil één of meerdere malen gebruikt.
Door 2% van de vrouwen werd een alternatieve methode van anticonceptie toegepast, namelijk: het vrouwencondoom, de vagina schoonspoelen (2x) of de anticonceptiering. De anticonceptiering was verkregen in Nederland, op Curaçao is dit anticonceptivum niet verkrijgbaar.

Nadelen moderne anticonceptiemethoden
Opvallend is dat er vaak van middel wordt veranderd of kortdurend gestopt. Vaak omdat men ontevreden was over het gebruikte middel. De klachten en/of nadelen die de vrouwen ervaren bij verschillende moderne anticonceptiemethoden (de (prik)pil, het condoom en spiraal) zullen hieronder worden besproken.

Orale anticonceptiepil

Ongeveer een derde van de vrouwen heeft geen nadelen ervaren van pilgebruik (behoudens een lichte misselijkheid die vanzelf verdween). Door de overige vrouwen wordt het meest frequent het dik(ker) worden van de pil en andere bijwerkingen zoals misselijkheid, overgeven, maag- of buikpijn genoemd. Minder vaak genoemde bijwerkingen zijn: stemmingswisselingen of depressiviteit, minder zin in seks, doorbraakbloedingen of spotting, hoofdpijn, duizeligheid, kortademigheid, hoge bloeddruk of hartkloppingen.
Als tweede nadeel wordt genoemd dat het moeilijk is de pil regelmatig te slikken en dus niet te vergeten. Het elke dag moeten slikken van de pil wordt met name als nadeel ervaren als de vrouw niet regelmatig seksueel contact heeft.
Verder bestaat er bij veel vrouwen een weerstand tegen hormonen of het slikken van medicatie in het algemeen. Men stopt liever gedurende een korte periode, omdat men het idee heeft dat de pil schadelijk is voor je lichaam. Zoals eerder vermeld, vindt een aantal vrouwen de pil niet betrouwbaar genoeg omdat zijzelf (of mensen uit hun omgeving) zwanger zijn geraakt tijdens pilgebruik.
Ondanks dat de pil voor veel patiënten vergoed wordt door het ziekenfonds (PP-kaart) of via Stichting Famia Plania, is er ook een groep respondenten die aangeeft de pil duur te vinden.

Condoom

De meerderheid van de vrouwen ervaart geen nadelen van het condoom. De nadelen die wel genoemd worden, zijn dat het condoom kan scheuren en daardoor niet voldoende betrouwbaar is en dat de vrouw of haar partner minder plezier heeft tijdens vrijen (of het zelfs pijnlijk vindt een condoom te gebruiken). Als derde nadeel wordt genoemd dat het vervelend is het vrijen te onderbreken of de partner te vragen een condoom te gebruiken. Overige nadelen zijn allergie of huidirritatie en het feit dat je er van te voren om moet denken condooms bij je te hebben. Condooms worden over het algemeen niet duur gevonden (meestal koopt de partner ze) en het gebruik wordt ook niet als moeilijk ervaren.

Spiraal

Ook over het spiraal is het merendeel van de patiënten tevreden. Nadelen die worden ervaren zijn een hevigere en/of pijnlijkere menstruatie, veelal bij het koperspiraal en buikpijnklachten, waardoor vrouwen het spiraal eerder lieten verwijderen. Een aantal vrouwen zegt dat ze het spiraal voelden zitten of dat de partner het tijdens seksueel contact voelde, maar dit wordt niet altijd ervaren als een groot nadeel.

Prikpil

In vergelijking tot de pil en het condoom, zijn er onder de respondenten weinig vrouwen met ervaring met de prikpil. Een deel van de vrouwen heeft geen klachten over de prikpil, maar ook hier is het grootste nadeel het ervaren van bijwerkingen: dikker worden, misselijkheid, overgeven, buik- en hoofdpijn, hoge bloeddruk en spotting. Ook wordt het door een aantal vrouwen als een nadeel ervaren elke (3) maand(en) naar de dokter te moeten voor de prikpil. Een enkeling vindt de prikpil niet betrouwbaar of heeft moeite met het feit dat de menstruatie niet meer regelmatig komt (driemaandelijkse prikpil).

4.7 Abortus

Voorkomen van abortus
In tabel 10 is te zien dat 60% van de vrouwen uit onze onderzoekspopulatie nog nooit een abortus heeft ondergaan. De overige vrouwen heeft een abortus in de voorgeschiedenis, waarbij 28,1% van de vrouwen eenmalig een abortus heeft ondergaan en 12,4% meerdere malen (aantal varieert van 1 tot 4 abortussen).

Tabel 10: Aantal abortussen in de voorgeschiedenis, weergegeven naar percentage respondenten.

Aantal abortussen

Percentage (%)

0

59,6

1

28,1

2

9,6

3

1,4

4

1,4

De leeftijd waarop respondenten hun eerste abortus ondergaan varieert van 15 tot 41 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar.
50% van de vrouwen heeft reeds een kind ten tijde van haar eerste abortus, de andere 50% nog niet.

73% van de vrouwen kent iemand in haar naaste omgeving die een abortus heeft ondergaan. Het aantal personen varieert meestal tussen de 1 en de 5, maar een aantal vrouwen zegt zeer veel mensen in haar omgeving te kennen, variërend van 20 tot 100!

In onze onderzoekspopulatie heeft ruim 40% van de vrouwen wel eens een abortus ondergaan.
Om een beeld te krijgen van het percentage zwangerschappen dat in onze onderzoekspopulatie resulteerde in een abortus, zijn het totaal aantal zwangerschappen, aantal kinderen en aantal abortussen opgeteld en is een vergelijking gemaakt. (zie tabel 11)

Tabel 11: Vergelijking van het totaal aantal zwangerschappen, kinderen en abortus.





Zwangerschappen

Kinderen

Geïnduceerde abortussen

Spontane abortussen

Huidige zwangerschap*

Aantal

314

179

83

39

13

Percentage

100%

57%

27%

12%

4%

* In totaal waren er 17 vrouwen zwanger ten tijde van het interview. Vier vrouwen hadden echter reeds besloten tot abortus: zij hadden medicatie voor medicamenteuze abortus al in bezit of deels ingenomen en zijn meegeteld bij het aantal geïnduceerde abortussen.

Naast het aantal abortussen en kinderen, blijft er nog een categorie over met spontane abortussen (miskramen) en een categorie zwangerschappen die ten tijde van het interview nog niet uitgedragen waren.


Bij de categorie spontane abortussen is ook een enkele extra-uteriene graviditeit meegeteld. Deze EUG resulteerde in een zwangerschapsafbreking door medisch ingrijpen, maar is in deze restcategorie geplaatst omdat hij niet gerekend kon worden tot een geïnduceerde abortus, op sociale indicatie.
De groep vrouwen die ten tijde van het onderzoek zwanger was, bestond uit vijf vrouwen die ongewenst zwanger waren en van plan een abortus te ondergaan; vijf vrouwen bij wie de zwangerschap gewenst was, en de zwangerschap wilden uitdragen; twee vrouwen waren ongepland zwanger en twijfelden nog wat te doen en één vrouw was ongewenst zwanger maar te laat om nog een abortus te ondergaan.

Ongeplande zwangerschappen
Naast het totaal aantal zwangerschappen in de voorgeschiedenis, is er ook is gevraagd naar het aantal ongeplande en ongewenste zwangerschappen. In totaal over alle respondenten bleken 139 zwangerschappen niet gepland. Kijkend naar tabel 11, zou dit betekenen dat 44% van het totaal aantal zwangerschappen ongepland was en 60% hiervan ook daadwerkelijk ongewenst. De meerderheid van deze ongewenste zwangerschappen resulteert in een abortus, een aantal in een miskraam en tot slot waren een tweetal zwangerschappen ongewenst, maar was de vrouw te laat voor een abortus. Een andere mogelijkheid bij een ongewenste zwangerschap is het uitdragen van de zwangerschap en het kind aanbieden ter adoptie. Deze optie werd echter door geen van de vrouwen vermeld.
De overige ongeplande zwangerschappen waren gewenst (meteen of in tweede instantie) en werden uitgedragen of resulteerden in een miskraam.

Abortusmethode
Bij 32 van de abortussen werd een zuigcurettage toegepast als primaire methode en 47 abortussen werden uitgevoerd met medicijnen. Vijf medicamenteuze abortussen waren echter incompleet, waarbij in vier gevallen in tweede instantie een curettage werd toegepast en één vrouw achteraf nog steeds zwanger bleek te zijn. Drie vrouwen gebruikten eigen middelen om een zwangerschap af te breken: kruiden, Guinness Stout of de Cytotec (misoprostol) pil. Hierbij was één poging met kruiden niet effectief en werd alsnog medicatie via een dokter verkregen.

Tevredenheid abortus
Het wel of niet tevreden zijn over de ondergane abortus laat een driedeling zien: 32% van de respondenten is niet tevreden, 35% is wel tevreden en 33% is min of meer tevreden. Redenen om niet of gedeeltelijk tevreden te zijn: het niet goed vinden om een kind/leven te doden (soms samenhangend met geloofsovertuiging), het kind toch hebben willen houden (zelf of de partner), spijt hebben en zich schuldig voelen. De reden om destijds toch voor een abortus te kiezen hangt samen met problemen in de relatie en de financiële of sociale situatie die het op dat moment niet toelieten om een kind op te voeden.

57% van de vrouwen heeft na de abortus problemen ervaren. Deze problemen bestonden voornamelijk uit emotionele klachten, zoals spijt, schuldgevoel en verdriet. Ook werden lichamelijke klachten als buikpijn en hevig bloedverlies genoemd of problemen binnen de relatie of familie, met school of werk of problemen met nog een keer zwanger raken.



Zorgcontact
72% van de vrouwen heeft na de abortus een controle gehad van de arts die de abortus verrichtte, 19% geeft aan deze controle niet gehad te hebben. Verder heeft 9% van de respondenten aanvullend contact gehad met een medisch hulpverlener. Dit type hulpverlener varieerde van huisarts, gynaecoloog, zuster kraamkliniek tot psycholoog, afhankelijk van de klachten waarvoor nadien hulp werd gezocht.
Ondanks dat nog geen 10 procent aanvullend zorgcontact heeft gehad naast de reguliere controle door de huisarts, had 28% van de vrouwen dit wel gewenst. De voornaamste contactwens was meer informatie over de abortus (ook vooraf: over de voor- en nadelen), voorlichting over anticonceptiemethoden en hulp voor emotionele problemen.

4.8 Opvattingen over abortus

Aan de respondenten is gevraagd in welke situaties men vindt dat abortus is toegestaan. 26,5% van de vrouwen vindt dat abortus nooit is toegestaan en eveneens 26,5% vindt dat abortus een individuele keuze is van iedere vrouw en dus altijd toegestaan. De resterende 47% vindt dat abortus alleen in uitzonderingsgevallen is toegestaan.


Er is geen verschil aantoonbaar in de opvattingen van de vrouwen die wel een abortus hebben ondergaan ten opzichte van de vrouwen die nog nooit een abortus hebben ondergaan.
Verkrachting wordt het vaakst genoemd als uitzonderingssituatie waarin abortus wel is toegestaan, gevolgd door gevaar voor de gezondheid van de moeder of als het kind fysieke of mentale problemen heeft. Door 16% van de respondenten wordt het ongewenst zijn van het kind of sociale en financiële redenen ook als uitzonderingssituaties gezien voor het afbreken van een zwangerschap.

Vervolgens is aan de respondenten gevraagd in hoeverre men het eens is met het legaliseren van abortus op Curaçao. Veel vrouwen gaven aan helemaal niet op de hoogte te zijn van het feit dat abortus voor de wet verboden is op Curaçao. ‘Maar veel dokters voeren het toch uit?’ was een veel gehoorde opmerking.


Over het legaliseren van abortus hebben de vrouwen uit de onderzoekspopulatie geen eenduidige mening: 40% is het hier (gedeeltelijk) mee eens, 40% (gedeeltelijk) mee oneens en 20% heeft een neutrale mening.
Veel vrouwen vinden dat abortus te voorkomen is doordat er genoeg methoden van anticonceptie bestaan, maar toch vindt een deel van de vrouwen dat abortus in uitzonderingssituaties mogelijk moet zijn (zoals hierboven beschreven). Een reden om het niet compleet eens te zijn met legalisatie is ook dat men denkt dat op het moment dat de wet abortus goedkeurt, de drempel om abortus toe te passen wegvalt, met name onder jongeren. (zie ook stelling 7, tabel 12 over abortus)

Naast de stellingen over het toestaan en legaliseren van abortus zijn nog een zevental stellingen aan de respondenten voorgelegd om te inventariseren in hoeverre men een positieve dan wel negatieve houding heeft ten opzichte van abortus.


In tabel 12 is de mening van de respondenten weergegeven per geteste stelling over abortus.

Tabel 12: Stellingen Abortus (n=145)

Stelling

Eens (%)

Oneens (%)

? (%)

  1. Abortus is een goede manier van anticonceptie.

2

89

9

  1. In landen waar abortus legaal is, zijn minder complicaties na de abortus.

27

32

41

  1. Abortus is een risicovolle ingreep.

91

8

1

  1. Abortus is makkelijker dan de pil, condooms of het spiraal gebruiken.

2

94

4

  1. Abortus is gevaarlijk voor je lichaam.

86

6

8

  1. Van abortus kun je onvruchtbaar worden.

47

20

33

  1. Als abortus gelegaliseerd wordt, zal het aantal abortussen uit de hand lopen.

67

17

16

Uit de stellingen komt naar voren dat het merendeel van de vrouwen (89-94%) abortus geen goede manier van anticonceptie vindt en dat het toepassen van abortus niet makkelijker wordt gevonden dan het gebruiken van de pil, het spiraal of condoom.


Tevens vindt 86-91% van de vrouwen dat abortus een risicovolle ingreep is en gevaarlijk voor je lichaam. Over de stelling dat abortus ook tot onvruchtbaarheid kan leiden, zijn de meningen minder eenduidig. Bijna de helft van de vrouwen denkt van wel, de overige vrouwen denken van niet of weet het niet.
Of abortus in landen waar het gelegaliseerd is tot minder complicaties zal leiden, vonden de respondenten lastig te beantwoorden. De meeste vrouwen hebben hier dan ook geen mening over. Wel denkt het merendeel van de respondenten dat het aantal abortussen uit de hand zal lopen, als het gelegaliseerd wordt op Curaçao. Dit ongeacht of men voor of tegen legalisatie is. Hoewel het merendeel voor zichzelf vindt dat abortus geen makkelijk alternatief voor anticonceptie is, denkt men dat legalisering zal leiden tot een ‘kaminda libre’: vrouwen zouden legalisatie dan als vrijbrief zien voor het niet hoeven gebruiken van anticonceptie.
Bij de zeven stellingen uit tabel 12 en de stelling over legalisatie van abortus was geen verschil in opvattingen onder de vrouwen met een abortus en de vrouwen zonder een abortus in de voorgeschiedenis.

4.9 Evaluatie

Aan het eind van het interview is de respondenten gevraagd wat zij van het onderzoek vonden: in hoeverre men het onderzoek belangrijk vindt, in hoeverre men de vragen eerlijk heeft kunnen beantwoorden en of men het prettig vond om aan het onderzoek deel te nemen.

98% van de vrouwen vond het onderwerp van het onderzoek belangrijk tot zeer belangrijk.
Het onderzoek wordt als nuttig ervaren, zowel doordat een aantal vrouwen bij de kennisvragen zelf kennis opdoet als dat zij de interviewer inzicht verschaffen in opvattingen over anticonceptie en abortus.
99% van de respondenten geeft aan het prettig tot zeer prettig te hebben gevonden om aan het onderzoek deel te nemen. De vragenlijst wordt door verschillende respondenten wel als lang ervaren, maar men vindt de onderwerpen die in het interview aan bod komen echter wel ‘leuk’ en goed/belangrijk.
87% van de vrouwen zegt alle antwoorden eerlijk te hebben kunnen beantwoorden en 10% heeft bijna alle vragen eerlijk kunnen beantwoorden. Deze laatste groep vrouwen geeft aan dat het hier met name om stellingen en kennisvragen ging die zij moeilijk vonden om in te vullen en niet zozeer om persoonlijke vragen die zij niet eerlijk konden beantwoorden.

Tot slot was er nog de mogelijkheid tot het geven van commentaar door respondenten.


Door verschillende vrouwen wordt aangegeven dat het belangrijk is dat er meer voorlichting komt op school. Deze voorlichting zou geen eenmalig karakter moeten hebben, maar gedurende een aantal jaren achtereenvolgend gegeven moeten worden. Met name de vrouwen die vinden dat hun eigen voorlichting op school vroeger onvoldoende was, vinden dit belangrijk. Het onderwerp zou nog steeds taboe zijn, ook binnen het gezin en er is onvoldoende kennis onder de jeugd. Als suggestie wordt gegeven dat ons onderzoek ook uitgevoerd zou moeten worden op middelbare scholen, er zouden veel verkeerde opvattingen leven over anticonceptiegebruik en veel onveilige seks onder jongeren.
Naast het belang van voorlichting op school, wordt door een enkele respondente ook aangegeven dat het belangrijk is om als ouder met je kind over seksualiteit en anticonceptie te praten. Ook is er behoefte aan meer informatieavonden over anticonceptie en groepsvoorlichting. Niet iedereen is op de hoogte van de psychische gevolgen van abortus, terwijl het geen makkelijke oplossing is.

5. Discussie

In dit hoofdstuk worden de bevindingen uit het vragenlijstonderzoek naar opvattingen over anticonceptie en abortus provocatus en het toepassen ervan door Curaçaose vrouwen besproken.

Achtereenvolgens worden de onderwerpen seksuele voorlichting en seksueel gedrag, zwangerschap en kinderen en kennis en opvattingen over zowel traditionele als moderne anticonceptiemethoden besproken. Daarna het anticonceptiegebruik met de ervaren nadelen, inconsequent anticonceptiegebruik, noodmaatregelen en ongeplande zwangerschappen, gevolgd door abortus, opvattingen over abortus en de evaluatie van het onderzoek.
Het hoofdstuk eindigt met een beschouwing over de onderzoeksgroep, de respons en de vergelijkbaarheid van de onderzochte groep met vrouwen uit de algemene Curaçaose bevolking.


5.1 Seksuele voorlichting en seksueel gedrag

De meeste vrouwen hebben een positief oordeel over de mate van kennis die zij verkregen hebben op het gebied van seksualiteit. Specifiek op het gebied van anticonceptie wordt wel aangegeven dat de informatie soms onvoldoende is.


Ondanks dat men zou verwachten dat het taboe op seksualiteit gedurende de jaren afneemt en dus de informatievoorziening verbetert, is er geen verschil te zien tussen jongere en oudere vrouwen in hoe zij de eigen seksuele voorlichting beoordelen. Dat de jongere respondenten relatief vaker school noemen als bron van informatie, kan verklaard worden doordat hen recenter informatie op school is verstrekt en zij minder tijd hebben gehad om via andere wegen aan informatie te komen. Dit is ook terug te zien bij de bronnen ‘dokter’ en ‘overig’, die vaker genoemd worden naarmate de respondenten ouder zijn.

De gemiddelde leeftijd waarop de vrouwen uit ons onderzoek voor het eerst seksueel contact hebben gehad ligt op 17,7 jaar. Deze leeftijd is gedaald ten opzichte van onderzoek in de jaren ’90 op Curaçao, toen de gemiddelde leeftijd nog op 19,9 lag. (7) De leeftijd is vergelijkbaar met huidige cijfers in Nederland: de gemiddelde leeftijd voor seksueel contact onder Nederlandse jongeren lag in 2005 op 17,1. (20)

Het aantal seksuele partners dat gerapporteerd wordt in de afgelopen zes maanden is vrijwel gelijk aan onderzoek in Nederland naar Seksuele Gezondheid van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders. Hier werden het hebben van 0, 1 of meer dan 1 partner door respectievelijk 16, 77 en 7% van de Antilliaanse vrouwen gerapporteerd. Ook onderzoek onder de algehele Nederlandse bevolking laat dezelfde percentages zien voor het aantal partners van vrouwen. (21, 22)
Alhoewel bij mannen van Antilliaanse afkomst vaker multipele partners worden gerapporteerd en men logischerwijs onder de vrouwen hetzelfde aantal multipele partners zou verwachten, is dat bij ons onderzoek niet terug te zien. Dit kan te maken hebben met het geven van sociaal gewenste antwoorden, wat leidt tot een onderrapportage door de geïnterviewde vrouwen.

In eerdere onderzoeken wordt deze onderrapportage door vrouwen en een overrapportage door mannen ook gesuggereerd. Dit zou te maken hebben met de Antilliaanse cultuur, waarin het hebben van multipele partners voor mannen iets is om trots op te zijn, terwijl het voor vrouwen iets is om zich voor te schamen. (14, 16)



5.2 Zwangerschap en kinderen

Het gemiddeld aantal kinderen in onze onderzoekspopulatie is 1,23. Dit komt dicht in de buurt van een gemiddeld aantal kinderen van 1,3, berekend over alle vrouwen op Curaçao tussen de 15 en 44 jaar. (23)



Uit de stellingen over het belang van moederschap blijkt dat veel vrouwen niet vinden dat je status als vrouw lager is als je geen kinderen hebt. Wel blijkt dat het hebben van kinderen een belangrijke rol speelt in de Caribische samenleving. Door onze respondenten wordt aangegeven dat het voor hen belangrijk is om een grote familie te hebben of te vormen. Bovendien wordt het krijgen van meer verantwoordelijkheid (en dus status als vrouw) door hen ook gezien als een positief punt van het moederschap. Hierdoor resulteren wellicht meer ongeplande zwangerschappen in een alsnog gewenste zwangerschap en het ter wereld brengen van een kind. Zoals uit de literatuur blijkt, is het aantal tienerzwangerschappen en abortussen onder de Antilliaanse bevolking hoog, maar zijn er ook veel tienermoeders. De beslissing om het kind te houden hangt samen met de hechte familiestructuren, waarbij de moeder het kind niet alleen hoeft op te voeden, maar er veel steun is van de naaste familie. (11, 12, 19)
Ondanks dat vrijwel alle vrouwen het hebben van kinderen (zeer) belangrijk vindt, is een deel van de vrouwen wel kritisch wat betreft de omstandigheden waaronder zij een kind willen en kunnen opvoeden. Het is dus niet zo dat iedere geïnterviewde vrouw koste wat kost kinderen wil, ongeacht of haar financiële en sociale situatie het op dat moment toelaat. Mogelijk speelt het hebben van een positief toekomstperspectief een rol bij het (consequent) toepassen van anticonceptie. De vrouwen in ons onderzoek die kritisch zijn ten opzichte van een kinderwens, stellen hierbij eisen als het eerst afronden van de studie of vinden van een goede baan. In de periode dat zij dit doel nog niet bereikt hebben, zullen zij meer gemotiveerd zijn om een zwangerschap te voorkomen.
5.3 Kennis en opvattingen over anticonceptie


Kennis traditionele anticonceptiemethoden

Periodieke onthouding

Het aantal vrouwen dat periodieke onthouding toepast als huidige anticonceptiemethode is nog geen 10%. Toch weet 50-70% van de vrouwen te vertellen wanneer de vruchtbare dagen in haar cyclus zijn. De vrouwen die periodieke onthouding toepassen als methode, geven vrijwel allemaal een juist antwoord. Hoewel het niet de meest betrouwbare methode is (bij ‘typisch' gebruik is de zwangerschapskans na 1 jaar 25% (24), geeft dit aan dat zij deze methode wel op de juiste manier toepassen. De vrouwen die niet weten wanneer hun vruchtbare dagen zijn, gebruiken vaak een modernere vorm van anticonceptie, bijvoorbeeld de pil, waardoor het minder relevant is om deze vraag goed te beantwoorden.



Coïtus interruptus
De toepassing van coïtus interruptus wordt door medisch hulpverleners ronduit afgeraden. De methode stelt hoge eisen aan de zelfdiscipline en men moet er bovendien rekening mee houden dat het voorvocht afkomstig uit de glandulae van Cowper miljoenen actieve zaadcellen kan bevatten. (24) Toch wordt deze methode door meer dan 10% van onze respondenten toegepast (al dan niet afgewisseld met het condoom). Dit terwijl de kennis over de betrouwbaarheid van coïtus interruptus beperkt is. Slechts de helft van de vrouwen is op de hoogte van de kans om zwanger te worden bij het toepassen van coïtus interruptus.

Kennis moderne anticonceptiva
De meeste vrouwen beoordelen hun eigen kennis als voldoende, maar er blijken nog veel negatieve (vaak incorrecte) opvattingen te leven onder de Curaçaose vrouwen over het gebruik van moderne anticonceptiva. Ook al zijn school en professionele hulpverleners belangrijke bronnen van informatie, de negatieve houding ten opzichte van de pil en andere moderne anticonceptiemethoden lijkt met name gevormd door verhalen via informele kanalen zoals familie, vrienden en kennissen.

Orale anticonceptiepil
Veel vrouwen in ons onderzoek zijn er van overtuigd dat de pil schadelijk is voor je lichaam. Natuurlijk zijn er naast voordelen als een gunstig effect op de menstruele cyclus en een relatief lager risico op goedaardige borstgezwellen, endometrium- en ovariumcarcinoom, ook nadelen bekend van pilgebruik: een verhoogd risico op veneuze trombose (met name gedurende het eerste jaar), arteriële trombose (met name in combinatie met roken) en een mogelijk verhoogd risico op mammacarcinoom. Maar behoudens bekende contra-indicaties, zijn er op de lange termijn geen redenen om langdurig pilgebruik af te raden volgens de huidige medische richtlijnen. (25, 26)
Na staken van de orale anticonceptiepil zijn de werkzame stoffen snel uit het lichaam verdwenen en herstelt de fertiliteit zich weer naar het niveau van voor pilgebruik. Nadien kunnen wel stoornissen in de fertiliteit aan het licht komen, maar deze berusten meestal op stoornissen die tevoren reeds aanwezig waren.(25) Veel vrouwen uit ons onderzoek wijzen deze stoornissen echter toe aan (langdurig) pilgebruik in het verleden.
De meerderheid van de vrouwen koppelt het ontstaan van libidoverlies niet aan het pilgebruik, alhoewel dit in theorie wel bij iedere combinatiepil kan optreden. Pilgebruik brengt namelijk een daling van de vrije testosteronfractie met zich mee. (27)
Een opvallend verschijnsel is dat veel vrouwen iemand kennen in hun omgeving die zwanger is geraakt bij pilgebruik. De helft van de vrouwen ziet de pil dan ook niet als meest betrouwbare methode.
Toch is bij optimaal gebruik, dat wil zeggen correcte inname van de tabletten elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip, de kans op zwangerschap 0,1% per jaar (1 zwangerschap per 1000 vrouwen per jaar). In de dagelijkse praktijk (bv. door het vergeten van tabletten, interacties met andere geneesmiddelen) kan de kans op zwangerschap oplopen tot 2-6% per jaar. (25, 27) Het is de vraag of er bij Curaçaose vrouwen vaker sprake is van gebruikersfouten, die de hogere prevalentie van een zwangerschap tijdens pilgebruik verklaren.

Prikpil


Op Curaçao wordt zowel de maandelijkse (Mesigyna) als de driemaandelijkse prikpil (Depo-Provera) voorgeschreven. De maandelijkse prikpil bevat net als de orale anticonceptiepil een combinatie van oestrogenen en progestagenen, de driemaandelijkse prikpil bevat uitsluitend een progestageen (medroxyprogesteron). (28) Omdat Curaçaose vrouwen minder problemen lijken te hebben bij het gebruik van de prikpil dan de orale anticonceptiepil, wilden we onderzoeken of de kennis over en weerstand tegen hormonen hierbij een rol speelt. Terwijl een derde van de vrouwen het niet weet, is twee derde van de vrouwen op de hoogte van het feit dat de prikpil hormonen bevat. Mogelijk speelt niet alleen de weerstand tegen hormonen, maar ook het verschil in gebruikersgemak tussen de orale- en parenterale vorm, een rol.

Spiraal
Wanneer er geen problemen ontstaan, is een koperhoudend spiraal ten minste vijf jaar werkzaam. In de NHG-standaard wordt gesteld dat er geen reden is een Multiload Cu 375 IUD die goed bevalt, vaker dan eens in de tien jaar te verwisselen. Voor het hormoonspiraal wordt ook een werkingstermijn van minimaal 5 jaar aangehouden. (29, 30)
Naast een relatief grote groep vrouwen die aangeeft geen tot weinig kennis over het spiraal te hebben, is er ook een groep vrouwen bang voor negatieve effecten van het spiraal. Vaak wordt het ontstaan van buikpijn genoemd, mogelijk door een infectie of men is bang dat het spiraal niet juist blijft zitten of de baarmoeder beschadigt.
Uitdrijving van het spiraal kan (ongemerkt) optreden, maar de kans hierop is klein (< 5%). Het risico wordt groter bij onvoldoende diepe plaatsing, reeds bestaande dysmenorroe en discrepantie tussen de afmeting van uterus en spiraal.
Behalve het iets vergrote risico van opstijgende infecties ten gevolge van de insertie lijkt een spiraal het ontstaan van opstijgende infecties niet te bevorderen. De kans op infectie (PID = Pelvic Inflammatory Disease) is het hoogst gedurende de eerste drie weken na het inbrengen van het spiraal. (29)
Hoe vaak het voorkomen van buikpijn bij de Curaçaose vrouwen berust op een opstijgende infectie, is niet bekend. Tijdens het anticonceptieconsult kan door de huisarts extra aandacht besteed worden aan de mogelijkheid van een SOA, om de kans op complicaties zo klein mogelijk te houden.

Condoom
Niet alleen over de betrouwbaarheid van de pil, maar ook over de betrouwbaarheid van het condoom zijn de meningen in ons onderzoek verdeeld.
Uit de literatuur blijkt dat zelfs na 1 jaar ‘perfect' gebruik, de zwangerschapskans bij gebruik van het condoom 3% is. In geval van ‘typisch' gebruik is dat getal 14%. Ook bij goed gebruik kan het condoom scheuren, in het bijzonder bij gelijktijdig gebruik van vette crèmes of zalven (bijvoorbeeld antimycotica), in geval van een luchthoudend zaadreservoir en bij (zeer) geringe lubricatie van de vagina. (24)
Zoals eerder vermeld berustten de opvattingen over snel scheuren en afglijden van het condoom niet altijd op eigen ervaring van de respondenten. Hier valt winst te behalen door de vrouwen adequate informatie te verstrekken en te instrueren over juist condoomgebruik.

5.4 Anticonceptiegebruik



Terwijl 98% van de respondenten aangeeft het belangrijk tot zeer belangrijk te vinden om anticonceptie toe te passen, gebruikt 25% (n=35) van de respondenten geen enkele vorm van anticonceptie. Omdat vrijwel geen enkele respondent het gebruik van anticonceptie als onbelangrijk aangeeft, kan er geen analyse gedaan worden naar een mogelijk verband tussen het persoonlijke belang van anticonceptie (en dus de motivatie voor gebruik) en het daadwerkelijke anticonceptiegebruik.

Het percentage vrouwen dat geen anticonceptie gebruikt in onze Curaçaose onderzoekspopulatie is te vergelijken met gegevens uit Nederland en zelfs iets aan de lage kant. Onderzoek in 2006 laat zien dat zo’n 30% van de Nederlandse vrouwen tussen de 19-49 jaar geen anticonceptie gebruikte. (21)


Als echter gekeken wordt naar redenen voor het niet toepassen van anticonceptie is er een duidelijk verschil zichtbaar. Niet iedereen uit de groep die geen anticonceptie toepast, loopt ook daadwerkelijk het risico op een (ongewenste) zwangerschap.
In Nederland wordt met name geen anticonceptie toegepast in verband met onvruchtbaarheid, het hebben van een zwangerschap(wens) of geen seksueel contact. Slechts door 8% van de vrouwen wordt geen anticonceptie gebruikt, terwijl zij wel de kans lopen om (ongewenst) zwanger te worden (2,3% van de totale groep vrouwen in de vruchtbare leeftijd). Redenen die door deze vrouwen genoemd worden: religieuze overwegingen, anticonceptie is te duur, medische complicaties, ‘ik word dik van de pil’, ‘ik ben laks’ en een paar vrouwen geven aan een latente kinderwens te hebben. (21)
In onze onderzoekspopulatie gebruiken 22 van de 35 vrouwen geen anticonceptie in verband met zwangerschapswens, onvruchtbaarheid of geen seksueel contact. In de Nederlandse populatie gebruikte slechts 8% van de vrouwen geen anticonceptie om andere redenen, in onze populatie op Curaçao is dat 37% (n=13). Als voornaamste redenen worden bijwerkingen of andere bezwaren van (voornamelijk) de pil genoemd.
Omgerekend naar de totale groep vrouwen in onze onderzoekspopulatie, loopt 9% van de vrouwen het risico om ongewenst zwanger te worden door het niet gebruiken van anticonceptie, vergeleken met 2,3% in de Nederlandse populatie.

Van de vrouwen die wel anticonceptie toepast, wordt de pil het meest gebruikt: door 30% van de vrouwen. Ter vergelijking: in Nederland slikte in 2005 bijna 40% van de vrouwen tussen 16 en 49jr de orale anticonceptiepil.


In tabel 14 zijn de verschillende methoden van anticonceptie weergegeven naar voorkomen in ons onderzoek, vergeleken met percentages in Nederland.

Waar in ons onderzoek het condoom na de pil het vaakst wordt toegepast als modern anticonceptivum, staat in Nederland sterilisatie op nummer twee en wordt het condoom minder toegepast als enige methode. De combinatie van de pil en het condoom is in Nederland echter wel populairder: bij de groep van 39% pilgebruiksters wordt door 11% de pil gecombineerd met het condoom. Door Curaçaose vrouwen wordt daarentegen de prikpil relatief vaak gebruikt, meestal als gevolg van gebruikersproblemen bij de orale anticonceptiepil.


In Nederland wordt nog weinig gebruik gemaakt van de nieuwere vormen van anticonceptie, zoals de anticonceptiering, het hormoonimplantaat en de pleisterpil (in de tabel ingedeeld in de categorie ‘anders’). Deze middelen worden in ons onderzoek helemaal niet toegepast als huidige anticonceptiemethode op Curaçao.
Het feit dat sterilisatie op Curaçao minder vaak wordt toegepast als anticonceptiemethode dan in Nederland heeft mogelijk te maken met het kostenaspect. Op Curaçao wordt deze ingreep namelijk niet vergoed door de grootste ziektekostenverzekering SVB, terwijl er wel vraag naar is onder de vrouwen verzekerd via SVB.

Tabel 14: Anticonceptiegebruik in de afgelopen 6 maanden, onderzoekspopulatie Curaçao 15-15jr, vergeleken met Nederlandse vrouwen 19-49 jr.

Anticonceptiemethode

Curacao1

Nederland2

Geen

24,6

30,7

Pil

29,5

39

Condoom

11,3

6,4

Prikpil

6,3

1,7

Sterilisatie

5,6

13,1

Spiraal

4,9

7

Traditionele methoden

18,2

-

Anders3

-

2,1

1 Eigen onderzoeksresultaten

2 Rutgers Nisso Groep, Seksuele Gezondheid 2006.

3 onder andere: anticonceptiering, hormoonimplantaat en pleisterpil

Een redelijk aandeel van de vrouwen gebruikt een moderne vorm van anticonceptie, maar toch blijft de groep Curaçaose vrouwen die een traditionele (onbetrouwbare) vorm van anticonceptie toepast groot. In Nederlands onderzoek wordt helemaal geen melding gemaakt van het aantal vrouwen dat gebruik maakt van coïtus interruptus, periodieke onthouding of andere onbetrouwbare methoden. Wellicht zijn deze vrouwen opgenomen in de groep die ‘geen’ anticonceptie toepast.
De groep Curaçaose vrouwen die een risico op ongewenste zwangerschap loopt door geen (9%) of geen betrouwbare methode (18%) van anticonceptie te gebruiken is dus relatief groot: 27%.

Ervaren nadelen moderne anticonceptiemethoden
Orale Anticonceptiepil
Een opvallend verschijnsel is het frequent ervaren van klachten bij pilgebruik. Bij de vrouwen die geen of een onbetrouwbare methode van anticonceptie toepasten, waren deze klachten of andere bezwaren ook de meest voorkomende reden om geen modern anticonceptivum te gebruiken.

In de literatuur worden bijwerkingen als misselijkheid, braken, hoofdpijn en gevoelige of gespannen borsten bij circa 10% van de pilgebruiksters beschreven, met name bij de start van het gebruik. Tevens vormen doorbraakbloedingen een belangrijke bijwerking. Maar deze bijwerkingen verminderen of verdwijnen meestal binnen enkele maanden. (25)


Mogelijk spelen de opvattingen dat pilgebruik schadelijk zou zijn voor het lichaam een rol bij het relatief vaker ervaren van klachten. Zo wordt het ervaren van maag- en buikpijn frequent genoemd door onze respondenten, terwijl dit in de literatuur niet als frequent voorkomende bijwerking wordt beschreven.
Het is belangrijk de pilgebruiksters te informeren over de mogelijke bijwerkingen en tevens het vaak tijdelijke karakter, waardoor zij niet meteen in de eerste weken het pilgebruik staken.
Mogelijke bijwerkingen van langdurig gebruik van hormonen schijnen ook bij vrouwen in Nederland een rol te spelen in de afweging om met de pil te stoppen. (21) Zo is er een daling van het pilgebruik in de oudere leeftijdscategorieën te zien, die naast het frequenter voorkomen van andere methoden zoals sterilisatie, door Rensman et al. wordt toegeschreven aan ‘pilmoeheid’. (31) Bezwaren tegen pilgebruik komen dus niet uitsluitend voor in de Antilliaanse samenleving.
Naast het ervaren van bijwerkingen wordt door een deel van de vrouwen het dagelijks moeten slikken van de pil ook als een probleem ervaren. Met name wanneer er niet frequent seksueel contact plaatsvindt, weegt dit nadeel zwaar. Extra aandacht voor gebruiksinstructies en veelvoorkomende gebruikersfouten is hier op zijn plaats. Bij vrouwen bij wie dit een persisterend probleem is of bij incidenteel seksueel contact, moet een andere vorm van anticonceptie worden overwogen. Adequate informatie over de effecten van de pil zal het effectief toepassen ervan ook verbeteren. Mogelijk worden de negatieve opvattingen en bezwaren hierdoor gereduceerd.

Prikpil

In Nederland zijn preparaten met uitsluitend een progestageen, gezien de hinderlijke bijwerking van onregelmatige bloedverlies, geen eerste keus. Bovendien duurt het na de laatste injectie van de prikpil gemiddeld negen maanden voordat de fertiliteit terugkeert. (28, 32)
Op Curaçao wordt de prikpil relatief vaak voorgeschreven, deels vanwege problemen met therapietrouw, maar ook vanwege het frequent optreden van klachten bij de orale anticonceptiepil.
In ons onderzoek geven de vrouwen zowel bij de orale anticonceptiepil als bij de prikpil bijwerkingen aan en lijkt de tevredenheid wat betreft bijwerkingen niet te verschillen. Wel worden er minder vaak problemen in het gebruik gerapporteerd bij de prikpil.

Spiraal

Nadelen die worden gerapporteerd over het spiraal, betreffen met name het koperspiraal. Over het hormoonhoudend spiraal zijn de meningen over het algemeen positief. Veranderingen in het menstruatiepatroon worden niet als vervelend ervaren, terwijl men bij de prikpil af en toe wel aangeeft het vervelend te vinden dat de menstruatie niet meer maandelijks komt. Ook dit berust met name op onwetendheid: men is bang dat het ongezond is als er niet maandelijks een bloeding plaatsvindt; dit bloed zou zich kunnen ophopen in de buik.

In ons onderzoek is tevens gekeken of er een verband is tussen het ervaren van nadelen van de huidige methode en de mate van tevredenheid over de gebruikte methode. Dit blijkt echter niet het geval: zowel de vrouwen die zeer tevreden zijn over hun methode als vrouwen die minder tevreden zijn, geven nadelen aan van de gebruikte methode. Waar bij de ene persoon de ervaren nadelen zorgen voor ontevredenheid en zelfs een reden zijn om te stoppen met het desbetreffende middel, zijn anderen ondanks de ervaren nadelen toch voldoende gemotiveerd om de pil te blijven slikken. Voor hen spelen blijkbaar andere factoren een rol, waarbij de voordelen van anticonceptie zwaarder wegen dan de nadelen.



Inconsequent anticonceptiegebruik
Hoewel uit onderzoek van Alberts naar voren komt dat inconsequent anticonceptiegebruik vaker voor zou komen bij coïtus-afhankelijke methoden zoals het condoom, lijkt er in ons onderzoek aanvankelijk geen verschil tussen het effectief toepassen van coïtus-afhankelijke (condoom) en coïtus-onafhankelijke middelen (pil). (7) Bij zowel de pilgebruiksters als de condoomgebruiksters zijn er namelijk evenveel vrouwen (n=10) die aangeven de methode niet bij elk seksueel contact te hebben toegepast in de afgelopen zes maanden.
In Nederland zijn de faalpercentages voor het gebruik van de pil juist hoger dan voor het condoom: 27% respectievelijk 12% heeft problemen met het altijd toepassen van hun methode. (21)
Omdat in ons onderzoek het aantal pilgebruiksters veel groter is dan het aantal condoomgebruiksters, is er omgerekend naar percentage, wel een duidelijk verschil te zien: op Curaçao heeft 24% van de pilgebruiksters versus 63% van de condoomgebruiksters problemen met het consequent toepassen van hun methode. Bij de pil gaat het met name om gebruikersproblemen, terwijl bij het condoom de oorzaak voor het inconsequent gebruik vaak bij de partner ligt. Hier zou nader onderzoek naar de houding van de mannelijke bevolking ten aanzien van condoomgebruik gewenst zijn.
Bij de overige moderne vormen van anticonceptie ( sterilisatie+spiraal) komt in ons onderzoek geen inconsequent gebruik voor. Maar dit is te verwachten, aangezien er bij deze middelen vrijwel geen kans is op gebruikersfouten of –problemen.

Naast het voorkomen van inconsequent anticonceptiegebruik in de afgelopen zes maanden, is de vrouwen ook gevraagd in hoeverre zij het moeilijk vinden om hun anticonceptiemethode goed toe te passen. Hiertussen is echter geen verband aantoonbaar: zowel de vrouwen die hun anticonceptiemethode altijd goed toepassen, als de vrouwen die dit enkele tot meerdere keren niet hebben gedaan, geven aan dat zij het makkelijk vinden om hun methode toe te passen.



Gebruik noodmedicatie
Waar in Nederland bij falen van anticonceptiegebruik vaak noodmedicatie wordt toegepast om alsnog de kans op een zwangerschap te minimaliseren, wordt door Curaçaose vrouwen in de meerderheid van de gevallen geen actie ondernomen. Pas op het moment dat de menstruatie uitblijft, stappen zij naar een dokter voor advies en gaan zij nadenken over het wel of niet gewenst zijn van de zwangerschap.
Terwijl in Nederland 23,8% van de vrouwen ooit de Morning After Pil heeft geslikt (21), is dit percentage in onze onderzoekspopulatie slechts 9%. Zoals eerder genoemd, heeft dit waarschijnlijk te maken met een gebrek aan kennis over deze noodpil. Veel vrouwen weten niet van het bestaan af of hebben er wel van gehoord, maar weten niet waar de pil verkrijgbaar is of op welk moment en/of hoe de pil gebruikt moet worden.

Ongeplande zwangerschappen

In ons onderzoek was 44% van alle zwangerschappen ongepland. Dit percentage kan worden vergeleken met onderzoek uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep in Nederland (2006), waarbij is gekeken naar het percentage ongeplande zwangerschappen in de afgelopen 12 maanden. Hier was iets minder dan een derde van de zwangerschappen ongepland. (21)


Bovenstaande vergelijking geeft aan dat de Curaçaose vrouwen zich minder bezighouden met geboorteplanning dan Nederlandse vrouwen. Een ongeplande zwangerschap betekent echter niet automatisch een ongewenste zwangerschap. Bij bijna 60% van de ongeplande zwangerschappen was de zwangerschap ongewenst en werd gekozen voor een abortus. Bij de overige zwangerschappen was de zwangerschap toch gewenst en besloot men het kind te houden of de zwangerschap resulteerde in een miskraam.
Hoewel niet alle ongeplande zwangerschappen resulteerden in een abortus, was dit wel de meerderheid. Dit in tegenstelling tot Nederlands onderzoek, waar in 80% van de ongeplande zwangerschappen, de zwangerschap toch gewenst was. (21)

5.5 Abortus

Voorkomen van abortus

Vier op de tien vrouwen in onze onderzoekspopulatie heeft ervaring met een abortus, vergeleken met één op de tien vrouwen in Nederland. (21)
Aangezien er in ons onderzoek alleen vrouwen geïncludeerd zijn uit een drietal huisartspraktijken te Otrabanda, kunnen er aan de hand van ons onderzoek geen uitspraken worden gedaan over de prevalentie van abortus onder de algemene Curaçaose bevolking.
Naast het feit dat uit de literatuur reeds bekend is dat het abortuscijfer onder de Antilliaanse bevolking hoger ligt dan onder de Nederlandse bevolking, zijn in ons onderzoek de vrouwen met een abortus waarschijnlijk oververtegenwoordigd. Het merendeel van de respondenten is geworven in een huisartspraktijk waar abortus wordt uitgevoerd. Naast het feit dat deze patiëntenpopulatie uit meer vrouwen zal bestaan die in het verleden een abortus hebben ondergaan bij deze huisarts, waren er ook relatief veel vrouwen die ten tijde van de includeringsperiode specifiek voor een abortushulpvraag de huisartspraktijk bezochten.
Aangezien we in ons onderzoek zowel een beeld wilden krijgen van de opvattingen en het gebruik van anticonceptie door de Curaçaose vrouwen die wel en niet een abortus hebben ondergaan, was het geen probleem dat er relatief veel vrouwen met een abortus geïncludeerd zijn. Doordat de groep vrouwen met een abortus bijna gelijk was in grootte aan de groep zonder een abortus in de voorgeschiedenis, konden de vrouwen onderling ook beter vergeleken worden. Bij analyse bleek er echter geen verschil tussen beide groepen wat betreft opvattingen over anticonceptie en abortus of het huidig anticonceptiegebruik.

Naast 40% van de vrouwen die zelf een abortus heeft ondergaan, kent bijna een kwart van de vrouwen iemand in de naaste omgeving met een abortus in de voorgeschiedenis.

Dit feit doet vermoeden dat:


  1. Abortus relatief vaak voorkomt onder de Curaçaose bevolking

  2. Er geen compleet taboe heerst op het onderwerp. Blijkbaar schromen vrouwen die een abortus hebben ondergaan niet om dit aan andere vrouwen in hun naaste omgeving te vertellen.


Abortusratio
Zoals eerder aangegeven, kunnen de gegevens uit onze onderzoekspopulatie niet zomaar geëxtrapoleerd worden naar de algemene bevolking.
Toch is het opvallend dat het aantal abortussen per 100 zwangerschappen in ons onderzoek een stuk lager ligt (27%), dan in eerdere onderzoeken onder de Antilliaanse bevolking genoemd wordt. Juist gezien het feit dat er relatief veel vrouwen in ons onderzoek ervaring hadden met abortus.
Zowel de Landelijke Abortus Registratie in Nederland als de eerste registratiegegevens die bekend zijn op Curaçao, laten een hogere abortusratio van rond de 40% zien onder de Antilliaanse bevolking. (2, 33) In de jaren 80 werd het percentage zwangerschappen dat resulteerde in een abortus zelfs op meer dan 50% geschat, zowel onder de Antilliaanse bevolking te Curaçao als in Nederland. (11, 19)
Leeftijd eerste abortus
In onze populatie ligt de gemiddelde leeftijd waarop men de eerste abortus onderging relatief laag, vergeleken met de gemiddelde leeftijd van Antilliaanse abortuscliënten in Nederland: 23 versus 26 jaar. Bij de registratie in Nederland ging het echter om alle vrouwen die zich in dit jaar voor een abortus meldden, dus inclusief vrouwen die al eerder een abortus hadden ondergaan. We beschikken niet over gegevens van de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland een eerste abortus ondergaan.

Abortusmethode
In ons onderzoek is het merendeel van de abortussen uitgevoerd met behulp van medicijnen. Dit valt te verklaren door de methode van respondentenwerving. In de huisartspraktijk waar de meeste respondenten zijn geworven, wordt abortus sinds 2001 medicamenteus uitgevoerd. Deze trend: de verschuiving van instrumentale naar medicamenteuze abortus, is ook terug te zien in het registratieonderzoek onder alle huisartsen te Curaçao: in de periode van november 2008 tot september 2009 werd 58% van de abortussen medicamenteus verricht. (33)

Tevredenheid abortus


Wat opvalt in ons onderzoek is dat slechts een derde van de respondenten achteraf helemaal tevreden is met de ondergane abortus, de overige respondenten zijn min of meer tevreden tot ontevreden. Als deze gegevens worden vergeleken met Nederlandse abortuscliënten, ervaren de Curaçaose vrouwen uit onze onderzoekspopulatie een abortus duidelijk negatiever. Onder de Nederlandse abortuscliënten is 61% van de vrouwen achteraf tevreden, 27% min of meer tevreden en 12% niet tevreden. (2)
Meer dan de helft van onze respondenten heeft na de abortus problemen ervaren, veelal emotionele klachten van spijt en schuldgevoel.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt door hulpverleners te Curaçao, wordt abortus niet als een makkelijke uitweg gezien en zijn er wel degelijk emotionele gewetensvragen die een rol spelen rondom het besluitvormingsproces van een abortus.

Zorgcontact

Ondanks het frequent voorkomen van klachten, wenst slechts 28% van de vrouwen na een abortus aanvullend contact met een professioneel hulpverlener. Veel vrouwen hadden hier geen behoefte aan omdat zij met familie en partner ook over problemen konden praten of het zelf op wilden lossen.
Het percentage op Curaçao is lager dan in Nederland, waar 38% van de vrouwen die een abortus heeft ondergaan, nadien behoefte had aan contact met een professionele hulpverlener.
Ook het soort zorgcontact verschilt tussen de Nederlandse en Curaçaose vrouwen. Bij de Nederlandse abortuscliënten ging het in 95% van de gevallen om behoefte aan emotionele hulp, een enkele vrouw had behoefte aan het ontvangen van informatie of medische zorg van een professionele zorgverlener. In onze onderzoekspopulatie was tevens behoefte aan hulp voor emotionele problemen, maar voornamelijk behoefte aan meer informatie en voorlichting rondom abortus en anticonceptie.
Bij zowel de Nederlandse als de Curaçaose vrouwen met behoefte aan zorgcontact, was er bij minder dan de helft ook daadwerkelijk sprake van zorgcontact met een professionele hulpverlener. Hier valt winst te behalen in het laagdrempelig aanbieden van professionele zorg rondom de abortusprocedure.

5.6 Opvattingen abortus

Hoewel de abortuscijfers onder de Curaçaose bevolking hoog zijn, wordt er zeker niet ‘makkelijk’ gedacht over het toepassen van abortus. Ook de Curaçaose vrouwen zien abortus als een noodprocedure met risico’s en zeker niet als een methode van anticonceptie of een goed alternatief. Het percentage dat vindt dat abortus nooit of alleen in uitzonderingssituaties is toegestaan, is gelijk onder de vrouwen die wel en geen ervaring hebben met een abortus. Vanuit de rooms-katholieke opvoeding zien zij abortus als het doden van een leven en als iets slechts wat eigenlijk voorkomen moet worden. Dat een ongewenste zwangerschap en daarmee abortus toch relatief vaak voorkomt, heeft blijkbaar meer te maken met de negatieve opvattingen en bezwaren die vrouwen hebben met betrekking tot anticonceptie dan met de opvattingen over abortus.
Hoewel de vrouwen individueel vrij duidelijk aan kunnen geven in welke gevallen zij zelf vinden dat abortus is toegestaan, is er weinig vertrouwen in de medebevolking. Twee derde van de vrouwen verwacht dat het aantal abortussen uit de hand zal lopen, zodra het gelegaliseerd wordt op Curaçao.
Naar onze mening betekent abortus legaliseren, niet automatisch dat de vraag naar abortus zal toenemen. Integendeel: het betekent dat eerder onveilig en illegaal uitgevoerde procedures veranderen in veilige en legale abortussen. In landen waar de abortuswetgeving liberaliseerde, zoals Barbados, Canada, Zuid-Afrika, Tunesie en Turkije, nam het aantal abortussen niet toe. Ter vergelijking: in Nederland waar de Wet Afbreking Zwangerschap al sinds 1984 van kracht is, zijn de abortusaantallen al jaren een van de laagste ter wereld. (34)

5.7 Evaluatie

De evaluatievragen aan het eind van ons onderzoek zijn overgenomen uit een eerder onderzoek onder de Antilliaanse bevolking, om een beeld te krijgen van hoe men het onderzoek heeft ervaren. (7) Vrijwel alle respondenten geven aan het onderwerp van het onderzoek belangrijk te vinden en het als prettig te hebben ervaren om mee te werken. Bij de evaluatievragen zijn de vrouwen zo positief over het interview, dat de vraag rijst in hoeverre dit eerlijke of sociaal wenselijke antwoorden zijn. Het enthousiasme gedurende de rest van het onderzoek doet vermoeden dat het merendeel van de vrouwen deze vragen wel eerlijk heeft beantwoord.
Een nadeel van ons onderzoek is dat de evaluatievragen mondeling zijn afgenomen door dezelfde onderzoeker, terwijl de vragen in eerder onderzoek schriftelijk werden ingevuld en de anonimiteit daardoor groter was. De betrouwbaarheid van de vraag of men alle vragen eerlijk heeft kunnen beantwoorden, is hierdoor laag. We moeten ons afvragen of vrouwen die bij een aantal vragen niet eerlijk hebben geantwoord, dat bij deze vraag wel zouden doen. De vrouwen die in ons onderzoek niet alle vragen eerlijk te hebben beantwoord, gaven echter aan dat dit met name om de stellingen ging die als moeilijk werden ervaren en niet om de persoonlijke vragen op het gebied van seksualiteit. Dit zou pleiten voor betrouwbare antwoorden, de vragen die als moeilijk worden ervaren zullen namelijk met ‘weet niet’ beantwoord zijn.
Tot slot was er de mogelijkheid tot het geven van aanvullend commentaar door de respondenten. Dit heeft geleid tot nuttige informatie en aanbevelingen voor het anticonceptiebeleid en voorlichting hierover. Omdat het hier niet om een vraag met gesloten antwoordmogelijkheden ging, konden vrouwen uitgebreid hun mening geven.

5.8 Respons

De geschatte respons in ons onderzoek was 92%. Ervaring uit andere onderzoeken met vragenlijsten dan wel interviews leert dat de respons meestal een stuk lager ligt. Zo noemt Kocken et al. een respons van slechts 38%. Zij noemen als reden hiervoor dat de Antilliaanse bevolking in Nederland moeilijk te bereiken is voor voorlichting, preventie en onderzoek. (8)


Een voordeel van onze studie was het feit dat de vragenlijsten mondeling werden afgenomen en er daardoor uitleg gegeven kon worden bij vragen die onduidelijk waren. Het percentage volledig ingevulde vragenlijsten is hierdoor vrijwel 100%. Eerder onderzoek door Alberts onder de Antilliaanse bevolking op Curaçao laat een respons van 77% zien. Zij beschrijven een mogelijk negatief effect van schriftelijke afname op de respons. (7)

Een andere factor die een rol kan hebben gespeeld bij de relatief hoge responsratio is dat de assistente mogelijk (onbewust) primair de vrouwen gevraagd heeft, waarvan zij verwachtte dat zij gemotiveerd zouden zijn om mee te werken aan het onderzoek. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen.


De setting waarin de vrouwen werden benaderd voor het interview, zal tevens een positieve invloed hebben gehad. In de tijd dat de vrouwen moesten wachten op hun afspraak met de huisarts, was het interview meestal een welkome afwisseling en was tijdgebrek minder vaak een reden om niet mee te willen werken aan het onderzoek.

Alhoewel onze respons hoog is, moet vermeld worden dat het met 146 respondenten gaat om een relatief kleine onderzoeksgroep. Patiënten zijn geworven uit drie verschillende huisartspraktijken uit slechts één wijk te Willemstad. Daar het een kwalitatief, inventariserend onderzoek betreft, was een grotere onderzoeksgroep ook niet gewenst. Nu was er tijdens het interview de mogelijkheid om dieper op een onderwerp in te gaan en relevante factoren nader uit te lichten. Aangezien alle respondenten door één onderzoeker zijn geïnterviewd, waren grotere aantallen respondenten in dit tijdsbestek ook niet haalbaar.



5.9 Kenmerken respondenten

Hoewel er een goed beeld verkregen is van opvattingen rondom anticonceptie en abortus in onze onderzoekspopulatie, is niet zomaar te zeggen of deze resultaten ook gelden voor de algehele Curaçaose bevolking. Aan de hand van onderstaande kenmerken zal een beeld geschetst worden op welke gebieden de vrouwen uit onze onderzoekspopulatie verschillen ten opzichte van de vrouwen uit de algemene Curaçaose bevolking.



Leeftijd

Zoals in de resultaten vermeld, was ons doel om een goede spreiding van de vrouwen over de verschillende leeftijdscategorieën te creëren. Het is gelukt om in iedere leeftijdsgroep ongeveer een gelijk aantal vrouwen te includeren. Hierbij is dus niet gekeken naar de normale leeftijdsverdeling van de vrouwelijke populatie.



Onderwijs

Algemene gegevens over het educatieniveau van de bevolking op Curaçao worden vaak weergegeven in percentage schoolgaande personen, ingedeeld naar opleiding of in percentages van de werkende populatie, ingedeeld naar hoogst genoten opleiding. Omdat onze gegevens zowel schoolgaande als werkende vrouwen betreft, kan er geen goede vergelijking worden gemaakt tussen onze populatie en de Curaçaose bevolking in het algemeen. In tabel 13 zijn de gegevens uit onze populatie vergeleken met gegevens over de hoogst genoten opleiding van Curaçaose vrouwen tussen de 15-44jr, die geen onderwijs meer volgen. (23)

In onze populatie is de groep vrouwen met hoger voortgezet onderwijs (level 2, stadium 2) relatief groter dan de groep vrouwen met lager voortgezet onderwijs (level 2, stadium 1), vergeleken met de gegevens van alle Curaçaose vrouwen in deze leeftijdsgroep. Het percentage vrouwen met alleen basisonderwijs is relatief laag, terwijl het percentage vrouwen met een WO-opleiding iets verhoogd is ten opzichte van de algemene vrouwelijke bevolking. Deze verschillen zijn deels te verklaren doordat in ons onderzoek de vrouwen die een opleiding hebben afgerond, samen zijn genomen met de vrouwen die nog bezig zijn met de opleiding. Hierdoor valt het educatieniveau waarschijnlijk iets hoger uit. Ook al is het aantal vrouwen met een middelbare opleiding relatief groot in onze onderzoekspopulatie, het educatieniveau lijkt niet lager te liggen dan voor de algemene vrouwelijke bevolking te Curaçao in deze leeftijdscategorie.


Tabel 13: Educatieniveau vrouwen onderzoekspopulatie, vergeleken met Curaçaose vrouwen 15-44 jr (CBS).


Educatie niveau

Vrouwen onderzoekspopulatie (%)

Curaçaose vrouwen 15-44jr (%)

Geen

0

0,5

Level 1 (basisschool)

1,4

9

Level 2, stadium 1 (MAVO, LBO)

37,6

53

Level 2, stadium 2 (HAVO, VWO, MBO)

47,2

23

Level 3, stadium 1 (HBO)

7,5

8

Level 3, stadium 2 (WO)

6,2

3

Onbekend

0

3

Werk

Als we onze onderzoekspopulatie ingedeeld naar werkend, geen werk en ‘economisch niet actief’ vergelijken met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van Curaçaose vrouwen tussen de 15 en 44 jaar, liggen deze percentages dicht bij elkaar: werkend: 56 vs. 53%; geen werk: 9 vs. 13% en economisch niet actief: 36 vs. 35%. (23)




Verzekering
In onze onderzoekspopulatie is de grootste groep vrouwen verzekerd via SVB, gevolgd door BZV-PP en Land of Eiland. Dit komt overeen met de karakteristieken van de algemene bevolking. De SVB is een ziektekostenverzekering voor werknemers met een inkomen onder de loongrens of gewezen werknemers en gezinsleden. BZV is een verzekering voor overheidsdienaren, gelijkgestelden en hun gezinsleden (Land of Eiland) of voor éénieder die tegen zijn/haar wil in niet kan voorzien in het levensonderhoud (PP-kaart).
Het aantal vrouwen dat particulier of anders verzekerd is, is wel ondervertegenwoordigd in onze populatie. Deze groep tezamen zou even groot moeten zijn als het de groep vrouwen met een PP-kaart. Tevens zijn er in onze populatie relatief weinig vrouwen zonder verzekering. Onder de algemene vrouwelijke bevolking van 15-44 jaar is dit 8%. (23)

Relatie
In onze onderzoekspopulatie was slechts 16% van de vrouwen getrouwd, in de algemene populatie zou dit percentage hoger liggen: zo’n 40%. Het aantal alleenstaande vrouwen is wel vergelijkbaar met de algemene bevolking: rond de 30%. De relatiegegevens van de vrouwen uit onze populatie zijn echter niet geheel te vergelijken met de gegevens van het CBS. Daar zijn vrouwen namelijk ook ingedeeld in de categorieën ‘gescheiden’ of ‘weduwe’, terwijl in onze populatie de vrouwen zijn ingedeeld naar huidige relatievorm: ‘single’ of ‘partner’ (wel/niet samenwonend of gehuwd), ongeacht of zij in het verleden getrouwd zijn geweest met een eerdere partner. (23)

Geboorteland

In ons onderzoek is 80% van de respondenten geboren op Curaçao. Dit is vergelijkbaar met gegevens van het CBS: 76% van de Curaçaose vrouwen tussen de 15-64jr is geboren op Curaçao. Net als in onze resultaten, zijn de overige vrouwen het meest frequent afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, gevolgd door Nederland en Colombia. (23)

Wat betreft educatieniveau, werk en geboorteland lijkt onze onderzoekspopulatie vergelijkbaar met de algemene vrouwelijke bevolking te Curaçao. Indien type verzekering als maat van financiële status wordt genomen, bestaat onze onderzoekspopulatie mogelijk uit relatief arme vrouwen, omdat er weinig particulier verzekerde personen aanwezig zijn. Wat betreft relatie is het aantal vrouwen met een vaste, langdurige relatie (gehuwd) ondervertegenwoordigd.

6. Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk worden de conclusies besproken die getrokken kunnen worden uit de resultaten van het vragenlijstonderzoek. Daarna volgen aanbevelingen voor verbeterpunten in de praktijk.



6.1 Conclusies

Onder de 146 ondervraagde Curaçaose vrouwen bevindt zich een relatief grote groep vrouwen die een reële kans loopt op een ongewenste zwangerschap en daarmee een abortus. Deze vrouwen zijn onder te verdelen in drie categorieën:

  • Vrouwen die geen anticonceptie gebruiken;

  • Vouwen die een minder betrouwbare methode van anticonceptie toepassen;

  • Vrouwen die de methode van anticonceptie op een inconsequente manier toepassen.

In de literatuur worden een negatieve attitude en ervaren bijwerkingen gesuggereerd als factoren voor het niet (effectief) gebruiken van anticonceptie. Ons onderzoek onderstreept het feit dat de negatieve opvattingen over de pil en het ervaren van bijwerkingen ook daadwerkelijk redenen voor de Curaçaose vrouw zijn om deze methode niet toe te passen of te kiezen voor een traditionele methode van anticonceptie.

Bij het niet consequent toepassen van de anticonceptiemethode spelen naast bijwerkingen ook gebruiksproblemen van de orale anticonceptiepil een rol en een negatieve attitude van mannen ten aanzien van condoomgebruik.
Met name wanneer seksueel contact niet frequent of onregelmatig plaatsvindt, wordt het elke dag moeten slikken van de pil als reden gezien om het gebruik van anticonceptie te staken. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het bestaan van instabiele relaties een factor is die bijdraagt aan inconsequent gebruik van anticonceptie.

Door de sterke familiebanden en het belang van het hebben van kinderen in de Curaçaose samenleving, lijkt een ongeplande zwangerschap als minder alarmerend te wordt beschouwd. Toch blijven vrouwen met een duidelijk toekomstdoel zoals het afronden van een opleiding en vinden van een baan, kritisch ten aanzien van de omstandigheden waaronder zij een kind willen en kunnen opvoeden. Of deze categorie vrouwen daardoor sneller zal besluiten tot een abortus, of effectiever anticonceptie toepast om een ongewenste zwangerschap te voorkomen, is niet te zeggen.

Alhoewel de Curaçaose vrouwen de ontvangen informatie over seksualiteit als voldoende ervaren, lijkt de kwaliteit toch te kort te schieten. Les op school zou oppervlakkig zijn, te weinig gericht op anticonceptie en binnen het gezin wordt niet altijd openlijk gepraat over seksualiteit en anticonceptie. Bovendien berusten veel van de negatieve opvattingen over moderne anticonceptiva op inadequate informatie, verkregen via de kennissenkring.

Ondanks de genoemde problemen met anticonceptiegebruik en de hoge abortusaantallen op Curaçao, wordt abortus door de vrouwen niet gezien als een goed alternatief voor anticonceptie. Zij zien abortus als een gevaarlijke risicovolle procedure.


Bovendien zijn veel vrouwen nadien niet tevreden over de ondergane abortus en ondervinden zij emotionele klachten. Er is behoefte aan meer zorgcontact dan er in de huidige praktijk gegeven wordt, meer informatie over de abortusprocedure en anticonceptievoorlichting.

6.2 Aanbevelingen

Seksuele voorlichting
Aangezien veel negatieve opvattingen over anticonceptie berusten op inadequate kennis, moet er meer aandacht besteed worden aan voorlichting, zowel op individueel niveau als op groepsniveau.
De seksuele voorlichting onder jongeren moet verbeterd worden. Uit een gesprek met een medewerker van de Stichting Famia Plania blijkt dat in het huidige onderwijssysteem seksuele voorlichting geen vast onderwerp is in het curriculum. De jongeren zijn afhankelijk van hun vakkenpakket en of er dat jaar plaats is in het onderwijsprogramma voor seksuele voorlichting door de Stichting Famia Plania. Soms vindt de voorlichting pas plaats in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs of helemaal niet.
Het onderwijs zou een continue basis moeten vormen, waarin ieder jaar verder wordt gebouwd op de bestaande kennis over seksualiteit en anticonceptie, afhankelijk van de leeftijd van de jongeren. De overheid zou deze voorlichting moeten stimuleren.

Doorbreken van het taboe
Bij het optimaliseren van seksuele voorlichting is het doorbreken van het taboe op het bespreken van seksualiteit van belang. Veel ouders vinden het belangrijk dat er seksuele voorlichting wordt gegeven op school, maar praten zelf niet openlijk met hun kinderen over het onderwerp. Hierdoor blijven eventuele vragen en onduidelijkheden bestaan bij het kind. Ook seksuele voorlichting aan ouders op ouderavonden werkt taboedoorbrekend. Een aantal respondenten uit ons onderzoek liet expliciet blijken behoefte te hebben aan groepsvoorlichting in de vorm van informatieavonden.
Vergelijkende studies tonen aan dat er minder soa, tienerzwangerschappen en abortussen voorkomen in landen met een open en liberale houding ten aanzien van seks en seksuele voorlichting en met goede seksuele gezondheidszorgfaciliteiten. (35)
Op Curaçao vindt voorlichting vaak op een relatief late leeftijd plaats omdat ouders vinden dat het kind voor het 16e jaar nog niet seksueel actief zou moeten zijn en hier ook geen informatie over behoeft te hebben.
Nederlandse kinderen krijgen relatief jong voorlichting, namelijk als ze twaalf jaar oud zijn. (36) In een review over preventie van soa concludeert de Britse Health Development Agency dat er voorzichtig bewijs is dat seksuele voorlichting effectiever is als het wordt gegeven voordat jongeren seksueel actief worden. (37) Dan zijn er nog minder schaamtegevoelens aanwezig die praten over seks bemoeilijken. Een open sfeer rond seks en seksuele voorlichting, zoals in Nederland, draagt er toe bij dat seksualiteit op jonge leeftijd bespreekbaar is. (38)

Rol van de overheid
Om seksuele voorlichting te integreren in het onderwijsprogramma, is een pro-actieve rol van de overheid gewenst. Zo toonde in 2003 staatssecretaris Ross-van Dorp van VWS in Nederland haar bezorgdheid over het toenemend aantal tienerzwangerschappen en benoemde een aantal actiepunten. Hiermee zijn seksuele en relationele vorming een essentieel onderdeel geworden van het schoolgezondheidsbeleid. (39) De regering van het Eilandgebied Curaçao zou ook een aantal speerpunten kunnen benoemen waarin zij het belang van veilig seksueel contact benadrukken. Zo zouden zij de stichting Famia Plania meer steun kunnen bieden, waardoor de organisatie van de voorlichtingsprogramma’s verbeterd wordt.
Naast een betere organisatie van de voorlichting op school, kan de overheid haar positieve houding ten aanzien van seksuele voorlichting ook kenbaar maken door middel van overheidscampagnes. In de huidige voorlichting van onze respondenten speelden deze campagnes een beperkte rol. Het is echter niet duidelijk of deze bescheiden rol kwam door
de beperkte omvang van de campagnes of door de beperkte effectiviteit ervan.

Een andere manier waarop de overheid het gebruik van anticonceptie kan stimuleren is een laagdrempelig beleid wat betreft vergoeding of subsidiering van moderne anticonceptiva.


Het kostenaspect is voor de Curaçaose vrouwen niet de voornaamste reden voor het niet (consequent) toepassen van moderne anticonceptiva, maar wordt wel genoemd als nadeel van de orale anticonceptiepil en speelt mogelijk ook een rol bij het toepassen van overige moderne anticonceptiva en het weinig toepassen van de Morning After Pil (MAP). Ook al verbetert de kennis over de MAP, de aanschaf ervan blijft voor vrouwen uit de lagere sociale klassen een dure aangelegenheid en daardoor geen prioriteit, zij gokken op de kans van een zwangerschap.
Ook het weinig voorkomen van sterilisaties zou mogelijk verband houden met het kostenaspect. Op basis van het lopende registratie onderzoek op Curaçao, wordt geschat dat bij invoering van vergoeding van sterilisatie, het aantal abortussen met 10% zal dalen. (33)

Anticonceptieconsult door de huisarts
Naast seksuele voorlichting aan jongeren, valt er ook winst te behalen bij individuele anticonceptieconsulten door huisartsen. Hier zal extra aandacht moeten worden besteed aan een verantwoorde anticonceptiekeuze en effectief anticonceptiegebruik. Hierbij moet specifiek rekening worden gehouden met persoonlijke bezwaren van de vrouw tegen bepaalde anticonceptiemethoden en veel voorkomende gebruiksproblemen van de pil of het condoom. (40) Waar nodig kan er dan adequate informatie worden gegeven en kunnen negatieve opvattingen uit de wereld worden geholpen.
Tevens verdienen de handelingsmogelijkheden bij inadequaat gebruik van anticonceptie meer aandacht. Er zou meer informatie moeten worden gegeven over het gebruik en de beschikbaarheid van de Morning After Pil.

Rol van de Curaçaose man
Hoewel de Curaçaose mannen een neutrale houding hebben ten opzichte van pilgebruik, lijken zij wel de nodige bezwaren te hebben bij gebruik van het condoom, wat kan leiden tot inconsequent toepassen ervan. Het betrekken van de mannelijke partner bij beslissingen rondom geboorteregeling is daarom belangrijk.

Gedeelde verantwoordelijkheid voor het voorkomen van een ongewenste zwangerschap, zal de effectiviteit van anticonceptie doen toenemen.


Een voorwaarde hiervoor is een relatie waarin het bespreken van anticonceptie mogelijk is. Het feit dat er veel instabiele relaties op Curaçao voorkomen, kan hierbij een belemmerende factor zijn. De man voelt zich mogelijk minder betrokken bij de geboorteregeling of er wordt binnen de relatie minder over anticonceptie gesproken.
De heersend taboe op seksualiteit kan tevens een beperkende factor zijn. Als er zowel binnen het gezin als binnen een relatie open gesproken wordt over seksualiteit, zal dit de kennis en daarmee de kans op een weloverwogen anticonceptiekeuze vergroten.

Het veilig uitvoeren van een abortus
In eerder onderzoek bleek dat het aantal abortussen naar beneden ging bij een toename van anticonceptiegebruik in het desbetreffende land. (Bulgarije, Kazakhstan, Kyrgyzstan, Zwitserland, Tunesie, Turkije en Uzbekistan) (41)
Maar ook al neemt het effectief anticonceptiegebruik toe, geen enkele anticonceptiemethode is 100% betrouwbaar. Ongewenste zwangerschappen en de noodzaak tot abortus zullen altijd blijven bestaan. (42)
Het is van belang dat deze abortussen op een veilige en verantwoorde manier worden uitgevoerd, zodat complicaties zoveel mogelijk worden vermeden. Daarom is het belangrijk dat er goede richtlijnen rondom de abortusprocedure zijn opgesteld en dit regelmatig wordt geëvalueerd. Zo kan abortus op een professionele en veilige manier worden uitgevoerd.
Het legaliseren van abortus, en hierdoor veiliger en toegankelijker maken voor de bevolking, kan hierbij een stap in de goede richting zijn. Hoewel er momenteel een gedoogbeleid is voor abortus, weten veel Curaçaose vrouwen niet welke huisartsen abortus uitvoeren en welke niet. Door deze twijfel en het taboe dat op het onderwerp heerst, ontstaat er vaak een onnodige delay voordat er contact is gelegd met de juiste hulpverlener. Soms leidt dit tot het gebruik van alternatieve, onveilige methodes, zoals kruiden. Of de ongewenste zwangerschap is inmiddels te ver gevorderd om een (medicamenteuze) abortus uit te voeren.

Counseling rondom abortus
Veel vrouwen uit ons onderzoek ervaren problemen na de abortus en zijn niet compleet tevreden. In een onderzoek door van Kooten et al. (43) komt naar voren dat twijfel tijdens de besluitvorming rondom abortus een risicofactor is voor het optreden van negatieve gevolgen achteraf. Uit het evaluatierapport over Wet Afbreking Zwangerschap blijkt dat een kwart van de vrouwen heeft getwijfeld over de abortus en 60% van hen dit niet tot uiting heeft gebracht.
Een aantal Curaçaose vrouwen uit ons onderzoek geeft expliciet aan meer informatie te hebben gewenst over de abortusprocedure. Het is dus belangrijk dat er in de richtlijnen aandacht wordt besteed aan de informatieverstrekking, besluitvorming en bedenktijd van abortus.
Tot slot moet de behoefte aan zorgcontact na een abortus niet worden onderschat, hetzij voor medische problemen, hetzij voor emotionele klachten of behoefte aan informatie over (effectief) anticonceptiegebruik.




Literatuurlijst

  1. Boersma AA, Meyboom-de Jong B. [Good results of early medicinal pregnancy termination in a general practice on Curacao]. Ned Tijdschr Geneeskd 2008;152(9):504-8.

  2. van Lee L, Wijsen C. Landelijke Abortus Registratie 2007. Utrecht: Rutgers Nisso Groep; 2008.

  3. Q&A Abortus Provocatus 2008. Den Haag: Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken; 2008. Elektronische publicatie, beschikbaar via: http://www.minbuza.nl.

  4. Boersma AA, Meyboom-de Jong B. Medical abortion in primary care: pitfalls and benefits. Geaccepteerd voor publicatie WIMJ 2009.

  5. Curaçaose Huisartsen Vereniging en de vakgroep Gynaecologie Curaçao. Richtlijnen abortus provocatus op Curaçao. Eerste versie; februari 2009.

  6. Vragenlijst Seksuele Gezondheid 2009. Utrecht: Rutgers Nisso Groep; 2009.

  7. Alberts JF, Eustatia JM. Je lust en je leven. Een inventariserend onderzoek naar relatievorming, sexueel gedrag en de preventie van Aids op Curaçao. Gezamenlijke uitgave van de Nationale Aidscommissie van de Nederlandse Antillen en de Geneeskundige- en Gezondheidsdienst van het Eilandgebied Curaçao; 1992.

  8. Kocken P, van Dorst AG, Schaalma H. The relevance of cultural factors in predicting condom-use intentions among immigrants from the Netherlands Antilles. Health Educ Res. 2006;21(2):230-8.

  1. Keuzenkamp S, Merens A. Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; 2006.

  2. Ketting E, Leliveld F. Abortus onder minderheden. Een overzicht van abortus onder etnische minderheden op basis van gegevens van de permanente abortusregistratie 1982. Stimezo-onderzoek 1983; H3:33-9.

  3. Lamur HE. Characteristics of Caribbean-born women having abortions in an Amsterdam clinic. Genus 1993;49(3-4):135-45.

  4. Stuart MA, van der Wal MF, Schilthuis W. [Births and abortions among Amsterdam teenagers according to ethnicity, 1996-1998]. Ned Tijdschr Geneeskd 2002;146(6):263-7.

  5. Lamur H, Makhan B, Morsink M, Reubsaet H. Caraïbische vrouwen en anticonceptie in Nederland. Nisso studies nr. 7. Delft: Eburon; 1990.

  6. Gras MJ, Weide JF, Langendam MW, Coutinho RA, van den Hoek A. HIV prevalence, sexual risk behaviour and sexual mixing patterns among migrants in Amsterdam, the Netherlands. AIDS 1999;13(14):1953-62.

  7. Gras MJ, van Benthem BH, Coutinho RA, van den Hoek A. Determinants of high-risk sexual behavior among immigrant groups in Amsterdam: implications for interventions. J Acquir Immune Defic Syndr 2001;28(2):166-72.

  8. Wiggers LC, de Wit JB, Gras MJ, Coutinho RA, van den Hoek A. Risk behavior and social-cognitive determinants of condom use among ethnic minority communities in Amsterdam. AIDS Educ Prev 2003;15(5):430-47.

  9. Bertens MG, Krumeich A, van den Borne BB, Schaalma HP. Being and feeling like a woman: respectability, responsibility, desirability and safe sex among women of Afro-Surinamese and Dutch Antillean descent in the Netherlands. Cult Health Sex 2008;10(6):547-61.

  10. Bertens MG, Wolfers ME, van den Borne B, Schaalma HP. Negotiating safe sex among women of Afro-Surinamese and Dutch Antillean descent in the Netherlands. AIDS Care 2008;20(1):1211-6.

  11. van Dijke A, Terpstra L. Je kunt maar beter bij je moeder blijven. Ongehuwde vrouwen met kinderen op Curaçao. Leiden: Caraïbische Afdeling Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde; 1987.

  12. Seks onder je 25e: Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2005. Utrecht: Rutgers Nisso Groep; 2005.

  13. Bakker F, Vanwesenbeeck I. Seksuele Gezondheid in Nederland 2006. Rutgers Nisso Groep, RNG-studies nr. 9. Delft: Eburon; 2006.

  14. de Haas S, de Graaf H, Kuyper L, Bakker F. Rapport Seksuele gezondheid van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders. Utrecht: Rutgers Nisso Groep; 2008.

  15. Population and Housing Census 2001. Central Bureau of Statistics Netherlands Antilles; 2009. Beschikbaar via: http://www.cbs.an.

  16. Loeber OE. NVOG-Richtlijn Natuurlijke geboorteregeling en barrièremethoden. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, sectie Anticonceptie van de Werkgroep Voortplantingsendocrinologie en Fertiliteit (VEF), 2 januari 2002. Beschikbaar via: http://nvog-documenten.nl/ Richtlijnen / Voortplantingsgeneeskunde.

  17. Farmacotherapeutisch Kompas. Hormonen en Stofwisseling / Anticonceptiva. College voor Zorgverzekeringen; 2009. Beschikbaar via: http://www.fk.cvz.nl.

  18. Beijderwellen L, van der Does FEE, Kardolus GJ et al. NHG-Standaard Hormonale anticonceptie, Tweede herziening. Huisarts Wet 2003;46(10):552-63.

  19. Helmerhorst FM, Roumen FJME. NVOG-Richtlijn Orale Anticonceptie: de Combinatiepil. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, sectie Anticonceptie van de Werkgroep Voortplantingsendocrinologie en Fertiliteit (VEF), 2 januari 2002. Beschikbaar via: http://nvog-documenten.nl/ Richtlijnen / Voortplantingsgeneeskunde.

  20. Farmacotherapeutisch Kompas. Hormonen en Stofwisseling / Overige anticonceptiva. College voor Zorgverzekeringen; 2009. Beschikbaar via: http://www.fk.cvz.nl.

  21. Farmacotherapeutisch Kompas. Hormonen en Stofwisseling / Lokale Anticonceptiva. College voor Zorgverzekeringen; 2009. Beschikbaar via: http://www.fk.cvz.nl.

  22. Smeenk RCJ, van der Does FEE, Gimbel H et al. NHG-Standaard Het spiraaltje (Tweede herziening). Huisarts Wet 2009(52):279-90.

  23. Rensman E. De pil in Nederland: Een mentaliteitsgeschiedenis. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep; 2006.

  24. van Heusden AM. NVOG-Richtlijn Progestageen-anticonceptie. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, sectie Anticonceptie van de Werkgroep Voortplantingsendocrinologie en Fertiliteit (VEF), 2 januari 2002. Beschikbaar via: http://nvog-documenten.nl/ Richtlijnen / Voortplantingsgeneeskunde.

  25. Boersma AA, Alberts J, Meyboom-de Jong B. Registration of induced abortion (instrumental and medical) on Curaçao from November 2008 till November 2009. [Artikel nog niet gepubliceerd]

  26. Alan Guttmacher Institute. Sharing responsibilities: women, society and abortion worldwide. New York: The Alan Guttmacher Institute; 1999.

  27. Grunseit A. Impact of HIV and sexual health education on the sexual behaviour of young people: a review update. Geneva: UNAIDS; 1997.

  28. Harbers MM. Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM; 24 september 2009. Beschikbaar via: http://www.nationaalkompas.nl Preventie\ Gericht op gezondheidsdeterminanten\ Preventie gericht op leefstijl\ Seksueel gedrag.

  29. Ellis S, Grey A. Prevention of sexually transmitted infections (STIs): a review of reviews into the effectiveness of interventions of non-clinical interventions. Evidence briefing. London: HHS/HAD; 2004.

  30. UNICEF, United Nations Children's Fund. A league table of teenage births in rich nations. Florence: Innocenti Report Card issue No. 3; 2001.

  31. VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Preventie van ongewenste zwangerschap en abortus. Beleidsbrief. Den Haag: VWS; 2003.

  32. Mouthaan I, de Neef M, Rademakers J. Abortus in multicultureel Nederland. Informatie voor verwijzers en behandelaars. Utrecht: NISSO; 1998.

  33. Marston C, Cleland J. Relationships between contraception and abortion: a review of the evidence. Int Fam Plan Perspect 2003;29:6–13.

  34. Grimes DA, Benson J, Singh S et al. Unsafe abortion: the preventable pandemic. Lancet 2006;368:1908–19.

  35. van Kooten M, van Berlo W, Vanwesenbeeck I. Psychosociale gevolgen van abortus: Een overzicht van de literatuur. Delft: Eburon; 2003.

Dankwoord
Diverse personen zijn behulpzaam geweest bij de uitvoering van dit onderzoek.

Mijn dank gaat uit naar de volgende personen.


Voor hulp bij het ontwikkelen en vertalen van de vragenlijst:

  • dr. Tineke Alberts, medisch socioloog

  • Lus Gijsbertha, lerares Papiaments

  • Ciel Wijsen, Rutgers Nisso Groep

  • Joyce O’Niel, GGD Curaçao

  • Christa Roose-Weijer

  • Charmilette Revierre-Henriquez

  • Prof. Dr. Ashley Duits

De huisartsen en doktersassistentes die hun medewerking verleenden in de praktijken waar de vragenlijsten zijn afgenomen:



  • Drucella Koeyers

  • Astrid Symor

  • Ed Lichtveld, huisarts

  • Lisette Phelipa

  • Uki Floranus

  • Harrie Jansen, huisarts

  • Lucasius, waarnemend huisarts

  • Laurette Medina

  • Anna Perret Gentil

Dr. Anita Verhoeven voor advies over de zoekstrategie van het literatuuronderzoek en dr. Klaas Groenier voor zijn advies over de uitvoering van statistische berekeningen.


Prof. Dr. Klaas van der Meer voor het medebeoordelen van de onderzoeksaanvraag.
Mw. Warner en mw. Frans voor het verstrekken van informatie over de voorlichting gegeven door stichting Famia Plania en Dinah Veeris voor informatie over het gebruik van natuurlijke kruiden door Curaçaose vrouwen.
Tot slot de 146 vrouwen die bereid waren om alle persoonlijke onderwerpen van de vragenlijst te beantwoorden in een (soms langdurig) interview. Dit resulteerde in veelzijdige, interessante maar ook erg leuke gesprekken.
En natuurlijk mijn supervisoren, die mij vanaf het literatuuronderzoek, het ontwikkelen en afnemen van de vragenlijsten tot en met het schrijven van de scriptie persoonlijk en vol enthousiasme begeleid hebben:

  • Adriana Boersma

  • Prof. Dr. Betty Meyboom-de Jong

Bijlagen
Bijlage 1: Zoekstrategie Literatuuronderzoek


Zoektermen


  1. anticonceptie

  • anticonceptiegebruik

  • anticonceptie methoden / middelen

  • opvattingen over anticonceptie

  1. Abortus

  • geïnduceerde abortus (niet medische indicatie)

  1. Onderzoeksmethode:

  • Vragenlijst / enquête

  • Interview

  1. Locatie/doelgroep:

  • Nederlandse Antillen

  • Curaçao

  • Antilliaanse bevolking


Databases


PUBMED


Zoekstrategie:

  1. Contraception (Mesh) including:

Coitus Interruptus

Contraception, Barrier

Contraception, Immunologic

Contraception, Postcoital

Natural Family Planning Methods

Ovulation Inhibition

Sterilization, Reproductive OR

Contraception Behavior (Mesh) OR

Contraceptive Devices (Mesh) including:

Contraceptive Devices, Female

Condoms, Female

Intrauterine Devices +

Contraceptive Devices, Male

Condoms OR

Reproductive Control Agents (Mesh) including:

Abortifacient Agents

Abortifacient Agents, Nonsteroidal

Abortifacient Agents, Steroidal

Contraceptive Agents

Contraceptive Agents, Female +

Contraceptive Agents, Male +

Fertility Agents

Fertility Agents, Female

Fertility Agents, Male

Luteolytic Agents

Menstruation-Inducing Agents

Oxytocics

Tocolytic Agents

OR


  1. Abortion, Induced (Mesh) including:

Abortion, Eugenic

Abortion, Legal

Abortion, Therapeutic

Pregnancy Reduction, Multifetal

Pregnancy Reduction, Multifetal

AND


  1. Questionnaires (Mesh) OR

Interviews as topics (Mesh) including:

Focus groups

AND


  1. Netherlands Antilles (Mesh)

Zoekresultaten:

A. Contraception (19621) OR Contraception Behavior (5032) OR Contraceptive Devices (16854) OR Reproductive Control Agents (39721) : 68445 resultaten.

B. Abortion, Induced (29329)

A OR B: 92494 resultaten

C. Questionnaires (193886) OR Interviews as topics (32354): 219803 resultaten

(A OR B) AND C : 3774 resultaten

D1. Netherlands Antilles: 203 resultaten

(A OR B) AND C AND D1: 1 resultaat:



  1. Kocken P, van Dorst A, Schaalma H. The relevance of cultural factors in predicting condom-use intentions among immigrants from the Netherlands Antilles. Health Educ Res. 2006 Apr;21(2):230-8. Epub 2005 Oct 5.

(A OR B) AND D1: 5 resultaten

  1. *Bertens MG, Krumeich A, van den Borne B, Schaalma HP. Being and feeling like a woman: respectability, responsibility, desirability and safe sex among women of Afro-Surinamese and Dutch Antillean descent in the Netherlands. Cult Health Sex. 2008 Aug;10(6):547-61.

  2. *Boersma AA, Meyboom-de Jong B. [Good results of early medicinal pregnancy termination in a general practice on Curaçao] Ned Tijdschr Geneeskd. 2008 Mar 1;152(9):504-8. Dutch.

  3. *Kocken P, van Dorst A, Schaalma H. The relevance of cultural factors in predicting condom-use intentions among immigrants from the Netherlands Antilles. Health Educ Res. 2006 Apr;21(2):230-8. Epub 2005 Oct 5.

  4. *Wiggers LC, de Wit JB, Gras MJ, Coutinho RA, van den Hoek A. Risk behavior and social-cognitive determinants of condom use among ethnic minority communities in Amsterdam. AIDS Educ Prev. 2003 Oct;15(5):430-47.

  5. NR: Wildschut HI, Wiedijk V, Nolthenius-Puylaert MT. Birth asphyxia and obstetric care in Curaçao Netherlands Antilles. Int J Gynaecol Obstet. 1990 Jun;32(2):117-22.

D2. Netherlands Antilles (Mesh: 203) OR antillean (free text word: 101) OR antilles (free text word: 775): 837 resultaten

(A OR B) AND D2: 12 resultaten (incl 5 bovenstaande), 7 nieuwe:



  1. NR: Cobat A, Halfen S, Grémy I. [Determinants of condom use and heterosexual multiple sexual partnership in French Antilles and French Guiana] Rev Epidemiol Sante Publique. 2008 Jun;56(3):143-57. Epub 2008 Jun 11. French.

  2. NR: Giordano PC, Dihal AA, Harteveld CL. Estimating the attitude of immigrants toward primary prevention of the hemoglobinopathies. Prenat Diagn. 2005 Oct;25(10):885-93.

  3. *Stuart MA, van der Wal MF, Schilthuis W. [Births and abortions among Amsterdam teenagers according to ethnicity, 1996-1998] Ned Tijdschr Geneeskd. 2002 Feb 9;146(6):263-7. Dutch.

  4. *Gras MJ, van Benthem BH, Coutinho RA, van den Hoek A. Determinants of high-risk sexual behavior among immigrant groups in Amsterdam: implications for interventions. J Acquir Immune Defic Syndr. 2001 Oct 1;28(2):166-72.

  5. NR: Turner JW Jr, Liu IK, Kirkpatrick JF. Remotely delivered immunocontraception in free-roaming feral burros (Equus asinus). J Reprod Fertil. 1996 May;107(1):31-5.

  6. Abstract* Lamur HE. Characteristics of Caribbean-born women having abortions in an Amsterdam clinic. Genus. 1993 Jul-Dec;49(3-4):135-45.

  7. NR: Abstract: Treffers PE, Van den Berg GR, Jager-van Gelder PA, Van Oenen JJ. [Request for abortion during the 2d pregnancy trimester] Ned Tijdschr Geneeskd. 1976 Dec 18;120(51):2255-62. Dutch.

EMBASE

Zoekstrategie via EMTREE tool:

A + B. Birth Control, including:

Contraception

barrier contraception

contraceptive device

condom


female contraceptive device

emergency contraception

female sterilization

ovariectomy

salpingooophorectomy

uterine tube sterilization

salpingectomy

uterine tube coagulation

uterine tube ligation

hormonal contraception

immunocontraception

male sterilization

castration

orchiectomy

vasectomy

oral contraception

ovulation inhibition

vagina contraception

Family Planning

Abortus, Induced

dilation and evacuation

illegal abortion

legal abortion

medical abortion

selective abortion

surgical abortion

therapeutic abortion

vacuum aspiration

C. Questionnaire

open-ended questionnaire

structured questionnaire

OR Interview

Delphi study

semi structured interview

structured interview

unstructured interview

D1. Netherlands Antilles

D2 antillean (advanced search, free text)



Zoekresultaten:

Birth Control AND C : 5042 resultaten

Birth Control AND C AND D1: 0 resultaten

Birth Control AND D1: 1 resultaat

*Bertens M.G.B.C., Wolfers M.E.G., Van Den Borne B., Schaalma H.P. Negotiating safe sex among women of Afro-Surinamese and Dutch Antillean descent in the Netherlands. AIDS Care Psychol. Socio-Med. Asp. AIDS HIV 2008 20:10 (1211-1216)

Birth Control AND D2: 6 resultaten

Relevant:

Gras M.J., Weide J.F., Langendam M.W., Coutinho R.A., Van den Hoek A. HIV prevalence, sexual risk behaviour and sexual mixing patterns among migrants in Amsterdam, the Netherlands. AIDS 1999 13:14 (1953-1962)

Overlap met Pubmed: Bertens, Bertens, Kocken, Wiggers.

NR: Giordano (zie Pubmed)



THE COCHRANE LIBRARY

Zoekstrategie via MeSH Descriptors:

A. Contraception [+7] --> 23 Cochrane Reviews, 15 other reviews, 142 clinical trials

Coitus Interruptus

Contraception, Barrier

Contraception, Immunologic

Contraception, Postcoital

Natural Family Planning Methods

Ovulation Inhibition

Sterilization, Reproductive

OR Reproductive Behavior [+1] --> 1 Cochrane Review, 2 other reviews, 65 clinical trials

Contraception Behavior

(OR Reproductive Control Agents)

B. Abortion, Induced [+4] --> 8 Cochrane reviews, 14 other reviews

Abortion, Eugenic

Abortion, Legal

Abortion, Therapeutic [+1]

Pregnancy Reduction, Multifetal

Pregnancy Reduction, Multifetal

C. ('Questionnaires' OR 'Interview as Topic')

D. Netherlands Antilles --> no Cochrane or other reviews, 3 clinical trials


(A OR B) AND C --> no Cochrane Reviews or other reviews, 47 clinical trials

(A OR B) AND D --> no results

Zoekresultaten:

Wel artikelen aangetroffen over anticonceptie of abortus in het algemeen, maar niet in combinatie met de Antilliaanse samenleving.


Bijlage 2: Nederlandstalige vragenlijst

Vragenlijst Anticonceptiegebruik en Abortus

Deze vragenlijst gaat over de volgende onderwerpen: seksualiteit, zwangerschap, anticonceptie en abortus. We vinden het belangrijk om te weten wat uw kennis en opvattingen zijn over anticonceptie en abortus. Ook willen we weten welke methode van anticonceptie u gebruikt.



Algemeen

1. Wat is uw leeftijd? … jaar.

2. Wat is de hoogste opleiding die u gevolgd heeft?

  • geen

  • basisonderwijs

  • Lager Beroeps Onderwijs (bijv. LTS, LEAO, Lagere Landbouw School, bejaardenverzorgster, ziekenverzorgster)

  • Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs: (bijv. MAVO, VSBO)

  • Middelbaar Beroeps Onderwijs (bijv. MTS, MEAO, MBA, praktijkdiploma boekhouden, SPD1, NIMA A, kleuterkweekschool, opleiding verpleegkunde, politieschool)

  • Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs: (bijv. gymnasium, HAVO, VWO)

  • Hoger Beroeps Onderwijs (bijv. HTS, HEAO, Sociale Academie, HBO-V, Politie Academie, Hogere Zeevaartschool, Kweekschool, SPD 2, SPD3, NIMA B/C, LO akten, MO-A, MO-C)

  • Hoger Algemeen Onderwijs (bijv. kandidaatsfase, bachelors)

  • Wetenschappelijk Onderwijs (bijv. doctoraalfase, masters, ingenieursfase, promotie (dr., PhD.), postdoctorale opleiding, NIVRA (slotfase), actuaris, MO-B)

3. Heeft u betaald werk? Zoja, wat voor werk doet u?

  • Nee

  • Ja, namelijk …

4. Heeft u een ziektekostenverzekering? Zoja, welke?

  • Nee

  • Ja, namelijk …

  • gouvernements verzekering (PP)

  • Sociale Verzekeringsbank (SVB)

  • Land of Eiland (ambtenaren)

Particuliere verzekering :

  • Fatum

  • Ennia

  • Citizen Insurance

  • Alico

  • anders, nl...

5. Wat voor relatie heeft u?

  • Single

  • Single met losse seksuele contacten

  • Partner, sinds … maanden / ... jaren

  • Partner, sinds … maanden / ... jaren en tevens losse seksuele contacten

  • Getrouwd of samenwonend

  • Getrouwd (of samenwonend) en tevens andere losse seksuele contacten

6. Bent u op Curaçao geboren?

  • Nee

  • Ja  ga naar vraag 9

7. Zo nee, waar bent u geboren?

  • Ander eiland van Nederlandse Antillen

  • Nederland

  • Dominicaanse Republiek

  • Colombia

  • Jamaica

  • Overig Europa

  • Overig Caribisch gebied

  • Overig Zuid Amerika

  • Rest wereld

8. Hoelang bent u woonachtig op Curaçao? … jaren

Zwangerschap en Kinderen

De volgende vragen gaan over zwangerschap en kinderen.



9. Bent u wel eens zwanger geweest? Denk ook aan eventuele afgebroken zwangerschap(pen) (abortus/miskraam).

  • Nee ga naar vraag 14

  • Ja, ... ke(e)r(en) (in totaal)

10. Heeft u kinderen?

  • Nee ga naar vraag 14

  • Ja

11. Hoeveel kinderen heeft u? Aantal: …………

12. Van hoeveel vaders? Aantal: ……………

13. Hoe oud was u toen u uw eerste kind kreeg? … jaar.

14. Hoe belangrijk is het voor u om kinderen te hebben?

  • Onbelangrijk

  • Niet zo belangrijk

  • Enigszins belangrijk

  • Heel belangrijk

15. Wat vindt u van onderstaande stelling?

Een vrouw is pas een echte vrouw als ze kinderen heeft’.



  • geheel oneens

  • gedeeltelijk oneens

  • geen mening

  • gedeeltelijk mee eens

  • geheel mee eens

Kennis over seksualiteit en anticonceptie

De onderstaande vragen gaan over kennis en opvattingen over seksualiteit en anticonceptie.

Anticonceptiemethoden zijn alle methoden om een zwangerschap te voorkomen.

16. Heeft u seksuele voorlichting gehad? Bijvoorbeeld: informatie over veilige seks en methoden van anticonceptie.


  • Nee, geen voorlichting  ga naar vraag 18

  • Ja, maar onvoldoende

  • Ja, voldoende

  • Ja, uitgebreide voorlichting

17. Zoja, door wie werd deze informatie verstrekt? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

  • ouders

  • vrienden / vriendinnen

  • partner

  • school

  • overheidscampagne

  • dokter of andere medisch hulpverlener

  • anders, namelijk ...

Kennis eigen lichaam

18. Wanneer zijn je vruchtbare dagen?

  • Alle dagen als je geen menstruatie hebt

  • vlak na menstruatie

  • midden tussen menstruaties

  • vlak voor menstruatie

  • ik weet het niet

19. Kennis Anticonceptie

Hier onder staan een aantal uitspraken over het gebruik van anticonceptiemethoden.

Wat denkt u? Zijn de uitspraken juist (J), niet juist (N) of weet u het niet (?)

  1. Een man komt tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaar.

Toch kan hij op deze manier een vrouw zwanger maken. J N ?

  1. Het is ongezond om langer dan 10 jaar de pil te gebruiken. J N ?

  2. Als een vrouw de pil slikt kan ze onvruchtbaar worden. J N ?

  3. Als een vrouw de pil slikt, krijgt ze minder zin in seks. J N ?

  4. De pil is het meest betrouwbare anticonceptie middel. J N ?

  5. De prikpil bevat, net als de pil, hormonen. J N ?

  6. Een spiraal kan zonder problemen 5 jaar in de baarmoeder blijven. J N ?

  7. Een condoom is niet betrouwbaar, want hij scheurt snel. J N ?

20. Hoe belangrijk vindt u het om een methode van anticonceptie toe te passen?

  • Geheel onbelangrijk

  • Onbelangrijk

  • Neutraal

  • Belangrijk

  • Heel belangrijk

Seksualiteit en Anticonceptie

De volgende vragen gaan over seksualiteit en het gebruik van anticonceptiemethoden.



21. Op welke leeftijd heeft u voor het eerst seksuele gemeenschap gehad met een man?

  • Nooit ga naar vraag 37

  • Leeftijd: ... jaar

22. Heeft u in de afgelopen zes maanden seksueel contact gehad?

  • Nee ga naar vraag 24

  • Ja

23. Zo ja, met hoeveel personen? (Als u het niet meer precies weet, is een schatting ook goed)

  • met ... personen

24. Heeft u in de afgelopen 6 maanden een methode gebruikt om zwangerschap te voorkómen?

  • Nee  ga naar vraag 26

  • Ja

25. Zo ja, hoe heeft u zich de laatste tijd tegen zwangerschap beschermd? (Meerdere antwoorden mogelijk en let op: sterilisatie valt hier ook onder)

  • Periodieke onthouding (niet vrijen tijdens vruchtbare periode)

  • Terugtrekken (man trekt voor het klaarkomen de penis terug uit de vagina)

  • Condoom

  • De pil (of minipil)

  • Condoom én de pil

  • De prikpil

  • De pleisterpil (Evra)

  • Implantaat (Implanon)

  • Anticonceptiering (Nuvaring)

  • Pessarium (rubber koepeltje)

  • Koperspiraal

  • Hormoonspiraal (Mirena)

  • Sterilisatie partner

  • Sterilisatie zelf

  • Morning After Pil

  • Abortus via een dokter (bv medicijnen of curretage)

  • Eigen middelen om de zwangerschap af te breken (bv medicijnen via de apotheek, kruiden, Guiness Stout of anders)

  • Anders namelijk...

26. Heeft u in het verleden ook (andere) anticonceptiemethoden gebruikt?

  • Nee

  • Ja, namelijk …. (zie antwoordopties vraag 25)

Beantwoord de volgende vraag indien u ervaring heeft met het gebruik van de (prik)pil, het condoom of het spiraal:

27. Welke van de volgende nadelen heeft u ervaren? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

Pil:


  • De pil is te duur

  • De pil is niet betrouwbaar genoeg (te grote kans om zwanger te worden)

  • De pil heeft bijwerkingen (zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid)

  • Het is moeilijk om de pil goed te gebruiken

  • Je wordt dik van de pil

  • Je kan onvruchtbaar van de pil worden

  • Het is ongezond om de pil te gebruiken

  • Ander nadeel van de pil, namelijk ...

  • Geen nadelen

Condoom:

  • Condooms zijn te duur

  • Condooms zijn niet betrouwbaar genoeg (te grote kans om zwanger te worden)

  • Het is moeilijk om condooms goed te gebruiken

  • Het is moeilijk om condooms te kopen

  • Met condoom is het minder fijn, minder lekker

  • Een condoom omdoen is een vervelende onderbreking tijdens het vrijen.

  • Je moet aan je (seksuele) partner vragen om een condoom te gebruiken.

  • Ander nadeel van condooms, namelijk ...

  • Geen nadelen

Spiraal:

  • Door het spiraal is mijn menstruatie pijnlijk(er)

  • Door het spiraal is mijn menstruatie heftig(er)

  • Het spiraal geeft tussentijds bloedverlies

  • Door het spiraal heb ik geen of minder menstruatie

  • Ik voel het spiraal zitten

  • Mijn partner voelt het spiraal zitten

  • Ik heb last van buikpijn door het spiraal

  • Het is pijnlijk om het spiraal in te laten brengen

  • Ik moet naar de dokter om het spiraal te kunnen gebruiken

  • Ander nadeel van het spiraal, namelijk ...

  • Geen nadelen

Prikpil:

  • De prikpil heeft bijwerkingen

  • Van de prikpil word ik dik

  • De prikpil geeft tussentijds bloedverlies

  • Door de prikpil heb ik geen of minder menstruatie

  • Ik moet naar de dokter om de prikpil te kunnen gebruiken

  • De injectie van de prikpil is pijnlijk

  • Ander nadeel van de prikpil, namelijk ...

  • Geen nadelen

De volgende vragen gaan over de anticonceptiemethode die u nu/ de laatste tijd gebruikt.

Indien geen, ga naar vraag 31.

28. Bent u tevreden met uw methode van anticonceptie?

  • Helemaal niet tevreden

  • Niet tevreden

  • Neutraal

  • Tevreden

  • Heel erg tevreden

29. Vindt u het moeilijk om uw methode van anticonceptie goed te gebruiken of goed toe te passen?

  • heel moeilijk

  • moeilijk

  • neutraal

  • makkelijk

  • heel makkelijk

30. Heeft u in de afgelopen 6 maanden ook wel eens geslachtsgemeenschap gehad, zonder dat u een anticonceptiemethode gebruikte?

  • Nooit  ga naar vraag 32

  • een enkele keer

  • meerdere keren

  • vaak

  • heel vaak

31. Waarom gebruikt u de laatste tijd niet (altijd) een anticonceptiemethode (methode om zwangerschap te voorkómen)? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

  • Ik heb geen geslachtsgemeenschap

  • Ik wil zwanger worden

  • Ik vind het niet erg om zwanger te worden

  • Ik zie wel wat ik doe, mocht ik zwanger worden

  • Ik ben al in de overgang geweest en heb geen menstruaties meer

  • Ik ben onvruchtbaar of minder vruchtbaar

  • Mijn partner is onvruchtbaar of minder vruchtbaar

  • Dat mag niet van mijn geloof

  • Mijn partner wil geen anticonceptiemethoden gebruiken

  • Het is moeilijk om anticonceptiemethoden te gebruiken

  • Ik weet niet hoe ik er aan kan komen

  • Ik durf geen anticonceptiemethoden te kopen

  • Anticonceptiemethoden zijn te duur

  • Anticonceptiemethoden werken bij mij niet

  • Anticonceptiemethoden hebben te veel bijwerkingen (zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid)

  • Je kan onvruchtbaar worden als je een anticonceptiemethode gebruikt

  • Het is ongezond om anticonceptiemethoden te gebruiken

  • Anders, namelijk ...

32. Stel u voor: het is u niet altijd gelukt om uw anticonceptiemethode goed te gebruiken.

Wat heeft u gedaan toen u ontdekte dat u het middel niet goed had gebruikt? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

  • ik heb niets gedaan

  • ik ben naar de huisarts of een andere hulpverlener gegaan ga naar vraag 34

  • ik heb de morning-after pil gebruikt ga naar vraag 34

  • ik heb iets anders gedaan, namelijk … ga naar vraag 34

33. Waarom heeft u toen niets gedaan? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

  • het risico was klein dat ik zwanger zou zijn

  • ik vond het teveel gedoe

  • ik vond het niet erg als ik zwanger zou zijn

  • mijn partner zei dat hij wel een kind wilde

  • mijn partner zei dat hij me zou steunen als ik zwanger zou zijn

  • ik wist niet wat ik moest doen

  • ik voelde me schuldig

  • ik schaamde me

  • Anders, namelijk…

34. Bent u ooit in uw leven zwanger geweest, terwijl dit niet de bedoeling was?

  • Nee ga naar vraag 37

  • Ja, namelijk … ke(e)r(en)

35. Denk aan de laatste keer dat u zwanger was, terwijl dit niet de bedoeling was. Was de zwangerschap wat u betreft toch gewenst?

  • Nee

  • Eerst niet, maar later wel

  • Ja, meteen vanaf het begin

36. Wat heeft u gedaan toen u zwanger was, terwijl dit niet de bedoeling was?

  • Ik heb het kind gehouden

  • Ik heb een abortus ondergaan

  • Anders, namelijk …



Abortus

De volgende vragen gaan over abortus. Met abortus wordt het voortijdig afbreken van een zwangerschap door (medisch) ingrijpen bedoeld.



37. Kent u mensen in uw naaste omgeving die een abortus ondergaan hebben?

  • Nee

  • Ja

38. Heeft u zelf wel eens een abortus gehad?

  • Nee ga naar vraag 45

  • Ja, namelijk … ke(e)r(en)

39. Welke abortus methode heeft er plaats gevonden?

  • zuigcurretage

  • medicijnen via dokter

  • met medicijnen zelf gedaan

  • anders, namelijk ...

40. Hoe oud was u toen u voor het eerst een abortus had?

41. Bent u achteraf tevreden dat u die abortus heeft laten doen? Indien meerdere abortussen, dan gaat het over de laatste abortus.

  • Nee, ik ben niet tevreden

  • Min of meer tevreden

  • Ja, ik ben tevreden

42. Heeft na een abortus last gehad van één of meer van onderstaande klachten? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

  • Lichamelijke klachten

  • Emotionele klachten

  • Seksuele problemen

  • Familie problemen

  • Relatie problemen

  • Problemen met werk of opleiding

  • Problemen bij zwangerschap of bevalling

  • Anders, namelijk ...

  • Ik heb geen problemen of klachten gehad

43. Heeft u na uw abortus wel eens contact gehad met een hulpverlener of arts?

  • Nee

  • Ja, type hulpverlener:

44. Heeft u na een abortus wel eens hulp of advies van iemand willen hebben? Het gaat hier om hulpverleners of artsen, dus niet om hulp van vrienden en familie.

  • Nee

  • Ja

45. Wanneer vindt u dat abortus is toegestaan?

  • Nooit (in geen enkel geval)  ga naar vraag 47

  • Alleen in uitzonderingsgevallen

  • Altijd (het is een individuele keuze van elke vrouw)  ga naar vraag 47

46. In welke uitzonderingsgevallen vindt u dat abortus wel is toegestaan? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

  • Een aangeboren afwijking van het ongeboren kind

  • Gevaar voor de gezondheid van de moeder

  • Verkrachting

  • Geen kinderwens

  • Sociale of financiële redenen: een onzekere toekomst voor het kind, geen stabiel gezin om in op te groeien.

  • Anders, namelijk …

47. Abortus is wettelijk verboden op Curaçao.

In welke mate bent u het met de volgende stelling eens?

Abortus moet gelegaliseerd (wettelijk toegestaan) worden op Curaçao.

  • helemaal mee oneens

  • gedeeltelijk mee oneens

  • neutraal

  • gedeeltelijk mee eens

  • helemaal mee eens

48. Hieronder staan een aantal stellingen over abortus. Bent u het ermee eens (J), oneens (N) of weet u het niet (?) ?

  1. Abortus is een goede manier van anticonceptie. J N ?

  2. In landen waar abortus legaal is, zijn er minder complicaties na abortus. J N ?

  3. Abortus is een risicovolle ingreep. J N ?

  4. Een abortus is makkelijker dan de pil, condooms of spiraal gebruiken. J N ?

  5. Abortus is gevaarlijk voor je lichaam. J N ?

  6. Van abortus kun je onvruchtbaar worden. J N ?

  7. Als abortus gelegaliseerd wordt, zal het aantal abortussen uit de hand lopen. J N ?

Evaluatie

Tot slot willen we graag van u weten wat u er van vond om aan dit onderzoek mee te werken.



Vindt u een onderzoek als dit belangrijk of vindt u het niet belangrijk?

  • Zeer onbelangrijk

  • Onbelangrijk

  • Tussenin (neutraal?)

  • Belangrijk

  • Zeer belangrijk

Vond u het prettig om aan dit onderzoek mee te werken of juist niet?

  • Zeer onprettig

  • Onprettig

  • Tussenin (neutraal?)

  • Prettig

  • Zeer prettig

Heeft u naar uw gevoel helemaal eerlijk op de vragen kunnen antwoorden?

  • Nee, beslist niet

  • Nee, meestal niet

  • Soms wel, soms niet

  • Ja, meestal wel

  • Ja, beslist wel

Hartelijk dank voor uw medewerking!

Bijlage 3: Papiamentstalige vragenlijst
Lista di pregunta tokante uzo di Antikonsepshon i Aborto
E lista di pregunta aki ta trata di siguente asutonan: seksualidat, embaraso, antikonsepshon i aborto. Nos ta haña importante ku sa bo konosementu i bo manera di pensa riba antikonsepshon i aborto. Tambe nos ke sa kua di método di antikonsepshon bo ta uza.

General
1. Ki ta bo edat? ... aña
2. Kua ta e enseñansa di mas haltu ku bo a sigui?

  1. Niun

  1. Skol básiko.

  2. Lager beroepsonderwijs: por eh. LTS, LEAO, lagere landbouwschoolopleiding ziekenverzorgster, bejaardenverzorgster

  3. Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs: por eh. MAVO/ VSBO

  4. Middelbaar beroepsonderwijs: por eh. MTS, MEAO, MBA, praktijkdiploma boekhouden, SPD-1, NIMA A, kleuterkweekschool, opleiding tot verpleegkundige/ politieschool.

  5. Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs: por eh. HAVO/VWO/ gymnasium

  6. Hoger beroeps onderwijs: por eh. HTS, HEAO, Sociale academie, HBO-V/ Kweekschool/ politie academie SPD 2, SPD3, NIMA B/C, LO akten, MO-A, MO-C

  7. Hoger algemeen onderwijs: por eh. Bachelors/ kandidaatsfase

  8. Wetenschappelijk onderwijs: por eh. doctoraalfase, masters, ingenieursfase, promotie (dr., PhD.), postdoctorale opleiding, NIVRA (slotfase), actuaris, MO-B

3. Bo tin trabou pagá? Si ta “si”: ki tipo di trabou bo tin?



  1. No tin

  2. Si, menshoná ...

4. Bo tin seguro di malesa? Si ta “si”: kua di nan?





Si, menshoná ...

  1. BZV (PP)

  2. Banko di seguro sosial (SVB)

  3. Land òf Eiland (ámtenar)

Seguro privá

  1. Fatum

  2. Ennia

  3. Citizen Insurance

  4. Alico

  5. Otro, menshoná ...

5. Ki tipo di relashon bo tin?

1a Soltero

1b Soltero y kontaktonan seksual ku diferente persona

2a Un pareha (frei) for di …..luna / …aña

2b Un pareha (frei) for di ……luna / …..aña y tambe kontaktonan seksual ku diferente persona

3a Kasá òf biba den konkubinato

3b Kasá (òf biba den konkubinato) y tambe kontaktonan seksual ku diferente persona


6. Bo a nase na Kòrsou?

  1. No

  2. Si sigui ku pregunta 9

7. Si ta “nò”, na unda?



  1. Otro isla di Antia Hulandes

  2. Hulanda

  3. Repúblika Dominikana

  4. Colombia

  5. Jamaika

  6. Otro parti di Europa

  7. Otro isla den Caribe

  8. Otro parti di Sur Amérika

  9. Otro parti di mundu

8. Kuantu aña bo ta biba na Kòrsou? ... aña



Embaraso y yunan
E siguiente preguntanan ta trata embaraso y yunan.
9. Bo a yega di sali na estado? Pensa tambe riba embarasonan ku a wòrdu abortá.

(aborto/miskraam).



  1. No sigui ku pregunta 14

  2. Si, ………..biaha. (total)

10. Bo tin yu?



  1. No sigui ku pregunta 14

  2. Si

11. Kuantu yu bo tin? ...


12. Di kuantu tata? ...
13. Kuantu aña bo tabatin dia ku bo a haña bo promé yu? ... aña
14. Kon importante ta pa abo pa tin yu?

  1. No importante

  2. No masha importante

  3. Importante

  4. Masha importante

15. Kiko bo ta pensa di e siguiente ponensia?

Un hende muhé ta solamente un hende muhé di berdat ora e ta mama di yu.


  1. Kompletamente no di akuerdo

  2. Parsialmente no di akuerdo

  3. Intermedio

  4. Parsialmente di akuerdo

  5. Kompletamente di akuerdo.



Konosementu di Seksualidat y Antikonsepshon

E siguiente preguntanan ta trata konosementu di seksualidat y uzo di antikonsepshon i bo manera di pensa riba e asutonan aki. Antikonsepshon ta tur método ku bo por uza pa evitá embaraso.


16. Bo a yega di haña informashon riba seksualidat? Por ehèmpel: informashon tokante relashon seksual seif y métodonan di antikonsepshon.

  1. No, niun informashon  sigui ku pregunta 18

  1. Si, pero insufisiente

  2. Si, sufisiente

  3. Si, informashon amplio

17. Si bo kontesta tabata “Si”, ken a dunabo informashon? Mas ku un kontesta ta posibel.



  1. Mayornan

  2. Amigu (a)

  3. Pareha (partner)

  4. Na skol (famia plaña)

  5. Kampaña di gobièrnu

  6. Dòkter òf otro profeshonal médiko

  7. Otro, menshoná………..

Konosementu di bo mes kurpa

18. Bo sa na ki momento un hende muhé ta fèrtil?


  1. Kada dia ku bo no tin bo regla

  2. Djis despues di bo regla

  3. Meimei di 2 menstruashon

  4. Djis promé ku bo regla

  1. Mi no sa

Konosementu di antikonsepshon

19. Aki bou ta sigui algu ponensia tokante métodonan di antikonsepshon.

Kiko bo ta pensa? E ponensianan aki ta Korekto (K) 1 , Inkorekto (I) 2 òf bo no sa (?) 0.




  1. Un hende hòmber no ta alkansá orgasmo (klímaks) durante relashon seksual.

Tòg e por saka un hende muhé na estado. K I ?

  1. No ta bon pa bo salú pa uza pil mas ku 10 aña largu. K I ?

  2. Si un hende muhé uza pil e lo por bira infértil. (ku bo no por haña yu) K I ?

  3. Si un hende muhé uza pil e ta haña menos deseo pa sèks. K I ?

  4. Pil ta e método antikonseptivo mas konfiabel. K I ?

  5. Prikpil, meskos ku e pil ku bo ta bebe, ta kontené hòrmona. K I ?

  6. Un spiral por keda den e matris sin problema durante 5 aña. K I ?

  7. Un kòndòn no ta konfiabel, pasobra e ta kibra lihé. K I ?

20. Bo ta haña ku ta importante pa uza un método di antikonsepshon?

1 No ta importante mes


  1. No importante

  2. Intermedio

  3. Importante

  4. Masha importante


Seksualidat y Antikonsepshon.
E siguiente preguntanan ta trata seksualidat y bo uzo di antikonsepshon.
21. Na ki edat bo a tene relashon seksual ku un hende hòmber pa promé biaha?

  1. Nunka  sigui ku pregunta 37

  2. Edat: ……aña.

22. Bo tabatin kontakto seksual durante e 6 luna ku a pasa?



  1. No  sigui ku pregunta 24

  2. Si

23. Si bo kontesta tabata “Si”, ku kuantu pèrsona?

(Si bo no ta kòrda kuantu presis, kuantu bo ta kere?)


  • Ku …… pèrsona.

24. Bo a hasi uzo di algun método pa evitá embaraso den e delaster 6 luna?



  1. No  sigui ku pregunta 26

  2. Si

25. Si bo a kontestá “Si”, kon bo a protehá bo mes kontra embaraso?

(Mas ku 1 kontesta ta posibel y paga tinu: sterilisashon tambe ta konta)


  1. Keda sin tene relashon seksual durante e dianan ku bo ta fèrtil

  2. E hende hòmber ta saka su pénis promé ku e alkansá orgasmo (klímaks)

  3. Kondon.

  4. Pil. (òf minipil)

  5. Kondon i pil (tur dos pareu)

  6. Prikpil

  7. Pil di pleister (Evra)

  8. Implantashon. (Implanon)

  9. Renchi antikonseptivo (Nuvaring)

  10. Pesario

  11. Spiraal di koper

  12. Spiraal di hòrmona (Mirena)

  13. Pareha a sterilisá

  14. Abo mes a hasi sterilisashon

  15. Morning After Pil

  16. Aborto via e dòkter (por ehèmpel remedi òf hala via di slang)

  17. Otro método pa kita embaraso (por ehèmpel remedi, yerba, Guinness Stout)

  18. Otro, menshoná ...

26. Bo a hasi uzo di (otro) métodonan di antikonseptivo den pasado?



  1. No

  2. Si, menshoná ... (skohe di kontesta di pregunta 25)

Kontesta e siguiente pregunta si bo a uza e (prik)pil, e kondon òf e spiraal (den pasado).

27. Kua di e siguiente desbentaha bo a eksperiensa? Bo por skohe mas ku un kontesta.

Pil:


  1. Pil ta muchu karu

  2. Pil no ta sufisiente konfiabel (e posibilidat ta grandi pa sali na estado)

  3. Pil tin efekto sekundario / indeseá (manera doló di kabes, doló di barika, biramentu di kabes)

  4. Ta difísil pa hasi bon uzo di pil

  5. Pil ta hasi bo gordo.

  6. Uzando pil bo por bira infértil.

  7. No ta bon pa bo salú pa uza pil.

  8. Otro desbentaha di pil, menshoná...

  1. Niun desbentaha

Kondon:

  1. Kondon ta muchu karu

  1. Kondon no ta sufisiente konfiabel (e chèns pa sali na estado ta muchu grandi)

  1. Ta difísil pa uza kondon bon

  2. Ta difísil pa kumpra kondon

  3. Ku kondon bo ta sinti ménos plaser

  4. Ta fèrfelu pa interumpí freimentu pa bisti kondon

  5. Ta fèrfelu pa pidi bo partner pa uza kondon

  6. Otro desbentaha di kondon, menshoná...

  1. Niun desbentaha

Spiraal:


  1. Dor di spiraal e menstruashon ta mas doloroso.

  1. Dor di spiraal e menstruashon a bira mas pisá

  2. E spiral ta duna bashamentú entre 2 regla

  1. Ku e spiraal (kasi) bo no ta haña bo regla mas

  2. Mi ta sinti e spiraal paden

  3. Mi pareha ta sinti e spiraal paden

  4. Mi ta haña doló di barika dor di e spiral

  5. Ta doloroso pa laga hinka un spiraal

  6. Mi tin ku bai dòkter pa hinka spiraal

  7. Otro desbentaha pa uza spiraal, menshoná ...

  1. Niun desbentaha

Prikpil:

  1. Prikpil tin efekto sekundario / indeseá

  2. Dor di e prikpil mi ta bira gordo

  3. E prikpil ta duna bashamentú entre 2 regla

  4. Ku e prikpil (kasi) bo no ta haña bo regla mas

  5. Mi tin ku bai dòkter pa hinka prikpil

  6. Angua di prikpil ta hasi doló

  7. Otro desbentaha pa uza prikpil, menshoná ...

  1. Niun desbentaha

E siguiente preguntanan ta trata e método di antikonsepshon bo ta uza e delaster tempunan. Si bo no ta uza un método di antikonsepshon, sigui ku pregunta 31.


28. Bo ta satisfecho ku e método di antikonsepshon ku abo ta uza?

  1. Kompletamente insatisfecho

  2. No ta satisfecho

  3. Neutral

  4. Satisfecho

  5. Masha satisfecho

29. Bo ta haña ku ta difísil pa uza bo método di antikonsepshon bon òf pa apliká esaki?

1 Masha difísil


  1. Difísil

  2. Intermedio

  3. Fásil

  4. Masha fásil

30. Bo a tene relashon seksual e delaster 6 luna ku a pasa sin uza método di antikonsepshon?

0 Nunka  sigui ku pregunta 32

1 Tin bia



  1. Mas biaha

  2. Hopi bia

  3. Kasi tur ora

31. Dikon bo no a uza un método di antikonsepshon tur ora e delaster tempunan aki?

Bo por skohe mas ku un kontesta.


  1. Mi no tabatin relashon seksual (penetrashon)

  2. Mi ta deseá un embaraso.

  3. Mi no ta haña ku ta alarmante pa sali na estado.

  4. Mi ta wak ki mi ta hasi si mi sali na estado

  5. Mi a pasa menopousa kaba, mi no ta haña mi regla mas.

  6. Mi no ta fèrtil òf mi ta ménos fèrtil.

  7. Mi pareha no ta fèrtil òf e ta ménos fèrtil.

  8. Mi religion no ta pèrmití.

  9. Mi pareha no ke uza antikonseptivo.

  10. Ta difísil pa uza antikonseptivo

  11. Mi no sa kon pa mi yega na un antikonseptivo.

  12. Mi no tin e kurashi pa kumpra antikonseptivo

  13. Antikonseptivonan ta karu.

  14. Antikonseptivo no ta traha ku mi

  15. Antikonseptivonan tin hopi efekto sekundario /indeseá (manera doló di kabes, doló di barika, biramentu di kabes).

  16. Bo por bira infértil ora ku bo uza antikonseptivo.

  17. No ta bon pa bo salú pa uza métodonan di antikonsepshon.

  18. Otro, menshoná ...

32. Imaginá bo: bo no a logra uza bo método di antikonseptivo kada bes na un bon manera. Kiko bo a hasi ora bo a diskubrí ku bo no a uza e antikonseptivo na un bon manera? Mas ku un kontesta ta posibel.



  1. Mi no a hasi nada

  2. Mi a bai dòkter di kas òf un otro profeshonal medikó  sigui ku pregunta 34

  3. M’a uza morning after pil  sigui ku pregunta 34

  4. M’a hasi algu otro, menshoná ...  sigui ku pregunta 34

33. Dikon bo no a hasi nada e momentu ei? Mas ku un kontesta ta posibel.

1 E riesgo pa sali na estado tabata chikitu


  1. Mi a haña ku tabata muchu kompliká

  2. Mi no a haña ku lo ta alarmante si mi lo a sali na estado.

  3. Mi pareha a bisa mi ku e si lo deseá un yu.

  4. Mi pareha a bisa mi ku e lo sostené mi si mi sali na estado.

  5. Mi no tabata sa kiko lo mi mester hasi.

  6. Mi a sinti mi kulpabel.

  7. Mi tabatin bèrgwensa

  8. Otro, menshoná ...

34. Bo a yega di sali na estado sin ku esei tabata e intenshon?



  1. No  sigui ku pregunta 37

  2. Si, ... biaha

35. Pensa riba e delaster biaha ku bo a sali na estado sin ku tabata e intenshon.

E embaraso a resultá di ta algu ku tòg bo a deseá?


  1. No

  1. Si, pero den promé instansia no.

  2. Si, mesoro

36. Kiko bo a hasi ora bo a sali na estado sin ku tabata e intenshon?



  1. M’a keda ku e yu

  2. M’a hasi aborto

  3. Otro, menshoná ...



Aborto
E siguiente preguntanan ta trata di aborto. Aborto ta un método pa kita yu (terminá un embaraso) dor di un médiko.
37. Bo konosé hende yegá na bo ku a yega di hasi aborto?

  1. No

  2. Si

38. Bo mes a yega di hasi un aborto?



  1. Nò  sigui ku pregunta 45

  2. Si, ... biaha

39. Ki método di abortus bo a uza?



  1. Halá via di slang / zuigcurettage

  2. Ku remedi serka dòkter

  3. Ku remedi ku m’a haña mi mes

  4. Otro, menshoná ...

40. Kuantu aña bo tabatin promé bes ku bo haña un aborto? ... aña


41. Bo a keda satisfecho ku bo a hasi e aborto? Si tabatin mas ku un aborto: aki ta trata di e último.

  1. No, mi no a keda satisfecho

  1. Mas of menos satisfecho

  2. Si, mi a keda satisfecho

42. Bo tabatin eksperiensha ku un òf mas di e siguiente kehonan despues di un aborto? Mas ku un kontesta ta posibel.



  1. Keho físiko (di bo kurpa)

  2. Keho emoshonal

  3. Problema seksual

  4. Problema ku bo famia

  5. Problema den bo relashon

  6. Problema ku bo trabou òf skol

  7. Problema den embaraso òf parto

  8. Otro, menshoná ...

  1. Mi no tabatin niun problema òf keho

43. Despues di e aborto bo tabatin kontakto ku un dòkter òf ku profeshonal di kuido? (riba aborto)



  1. No

  2. Si, menshoná .... (tipo di profeshonal)

44. Bo tabata deseá algun yudansa òf konseho despues di e aborto? Nos ke men yudansa di profeshonal di kuido òf dòkter, pues no di amiga òf famia.



  1. No

  2. Si

45. Den kua kasonan bo ta kere ku un aborto si ta permití?



  1. Nunka (bou di ningun sirkunstansia)  sigui ku pregunta 47

  1. Solamente den kasonan di eksepshon.

  2. Sèmper (e ta un opshon ku kada muhé individual mes por skohe)  sigui ku pregunta 47

46. Den kua kasonan di eksepshon bo ta kere ku un aborto si ta permití? Mas ku un kontesta ta posibel.



  1. Si e yu tin problema físiko òf mental

  2. Si salú di e mama ta na peliger

  3. Si ta trata di violashon.

  4. Si no tin deseo di tin un yu

  5. Pa motibunan sosial y finansiero (por eh. e yu no tin un futuro sigur, no tin un famia stabil pa e lanta aden)

  6. Otro, menshoná ...

47. Aborto ta prohibí pa lei aki na Kòrsou.

Te kon leu bo ta di akuerdo ku e siguiente ponensia?
Mester legalisá aborto (den lei) aki na Kòrsou.


  1. Kompletamente no di akuerdo

  2. Parsialmente no di akuerdo

  3. Neutral.

  4. Parsialmente di akuerdo

  5. Kompletamente di akuerdo

48. Aki ta sigui algun ponensia tokante aborto, bo ta di akuerdo (Si) 1, bo no ta di akuerdo (No) 2 òf bo no sa(?) 0 ?




  1. Aborto ta un bon manera di antikonseptivo. Si No ?

  2. Den paisnan na unda aborto ta legal, tin menos komplikashon. Si No ?

  3. Aborto ta algu di riesgo. Si No ?

  4. Aborto ta mas fásil ku uzo di pil, kondon òf spiral. Si No ?

  5. Aborto ta peligroso pa bo kurpa Si No ?

  6. Ku aborto bo por bira infértil. Si No ?

  7. Si aborto ta legalisá na Korsou, e number di aborto ta sali fo’i man Si No ?



Evaluashon
Alfinal nos ke sa honestamente kiko bo ta haña (òf pensa) di e investigashon ku bo a kaba di toka parti na dje.

49. Bo a haña e investigashon/enkuesta aki importante?



  1. No ta importante mes

  2. No importante

  3. Entre medio

  4. Importante

  5. Masha importante

50. Bo a haña agradabel pa partisipa pa e investigashon aki òf bo no a haña agradabel?



  1. No ta agradabel mes

  2. No agradabel

  3. Entre medio

  4. Agradabel

  5. Masha agradabel

51. Bo por a kontesta tur preguntanan honesta/seriamente?



  1. No, kompletamente no

  2. No, parsialmente no

  3. Mas of menos

  4. Si, Parsialmente

  5. Si, kompletamente

Masha danki pa bo partisipashon!






Dovnload 1.08 Mb.