Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Antwoorden van extra opdrachten Spelling Extra Opdracht 1

Dovnload 79.08 Kb.

Antwoorden van extra opdrachten Spelling Extra Opdracht 1



Datum02.08.2017
Grootte79.08 Kb.

Dovnload 79.08 Kb.

Antwoorden van extra opdrachten Spelling Extra
Opdracht 1

1 a beschaafde uitspraak;

b gelijkvormigheid;

c overeenkomst;

d afleiding.

2 a Hij vond het erg dat de twaalf tulpen verschrikkelijk duur waren. Niet: erreg, twaallef, tullepe, versrikkelijk

b gevreesd (door vreesde); gestraft (door strafte)

c vrees + de = vreesde, dus laad + de = laadde; dik + te = dikte; groot + te = grootte

d rauw (= niet gekookt), rouw (= verdriet); nochtans, thans.

3 a persoonsvorm;

b (voltooid) deelwoord;

c (voltooid) deelwoord bijvoeglijk gebruikt;

d hele werkwoord (infinitief).

4 a Controleer of de tijd veranderd kan worden.

b Controleer of de persoonsvorm vooraan komt te staan als je de zin vragend maakt zonder een vraagwoord te gebruiken.

5 Een voltooid deelwoord:

a kan niet van tijd veranderen;

b heeft meestal een hulpwerkwoord bij zich;

c begint vaak met ge-.

6 Een voltooid deelwoord dat bijvoeglijk gebruikt is:

a kan niet van tijd veranderen;

b staat voor een zelfstandig naamwoord;

c deelt iets mee over het zelfstandig naamwoord.

7 Een infinitief:

a kan niet van tijd veranderen;

b wordt meestal in combinatie met te, of zullen, kunnen, mogen, moeten, willen, laten, blijven of gaan gebruikt.


Opdracht 2

1 Is het werkwoord te veranderen in tijd?

2 persoonsvorm

3 Is het werkwoord gecombineerd met een van de hulpwerkwoorden zijn, hebben of worden?

4 voltooid deelwoord

5 Staat het werkwoord voor een zelfstandig naamwoord, geeft het daarvan een eigenschap aan en staat het niet na te?

6 voltooid deelwoord dat bijvoeglijk gebruikt is

7 Staat het werkwoord na te of wordt het gecombineerd met een vorm van de hulpwerkwoorden zullen, kunnen, mogen, moeten, willen, laten, blijven of gaan?

8 heel werkwoord (inifinitief)

9 persoonsvorm gebiedende wijs

persoonsvorm aanvoegende wijs
Opdracht 3

1 beïnvloedde

2 geleend

3 verbetert

4 gebeurt

5 dichtgeslibd

6 begrootte

7 verguisd

8 geschrobd

9 overhoort

10 verhoogd

11 Vindt


12 vergoedde

13 toegejuicht

14 controleert

15 voltooit


Opdracht 4

1 kruidde

2 verzorgt

3 geërgerd

4 betreurt

5 verwachtte

6 benadert

7 Volhard

8 begrensd

9 laadden

10 bezorgde

11 gesolliciteerd

12 bereidde

13 beseft

14 Aanvaard

15 vergaart


Opdracht 5

1 gebreid

2 gebreide

3 uitgebreid

4 uitgebreide

5 gezouten

6 gezouten

7 gebraden

8 gebraden

9 gereden

10 gereden

11 gefaxt

12 gebarbecued

13 gestreste

14 geboden

15 geboden

16 gebarsten

17 gebarsten

18 geprijsd

19 geprijsde

20 geprezen
Opdracht 6

1 melden


2 ontvreemde

3 optreed

4 geschaatst

5 toegejuicht

6 uitgestelde

7 verantwoordden

8 verklaart

9 verlichten


Opdracht 7

1 Als je hem hoort in de gesproken taal.

2 Het tweede deel van de samenstelling begint met een s. Je kunt dan de toe te voegen s niet horen.

3 a als het eerste deel uitsluitend een meervoud op en heeft (kippenei);

b als het eerste deel niet eindigt op een toonloze e en het een meervoud heeft op s en en (lerarenkamer).

4 a het eerste deel noemt een persoon of zaak waarvan er maar één is (maneschijn);

b het eerste deel is een dierennaam en het tweede deel een plantkundige aanduiding (paardebloem);

c het eerste deel heeft alleen maar een versterkende betekenis; de hele samenstelling is een bijvoeglijk naamwoord (beregoed);

d het eerste deel is een lichaamsdeel; de hele samenstelling is een versteende uitdrukking (ruggespraak);

e een van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord (flierefluiter).

5 a als het eerste deel geen meervoud heeft (tarwebrood);

b als het eerste deel een meervoud op s heeft (horlogemaker);

c als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat op een toonloze e eindigt en een meervoud heeft op s en en (gedachtestroom);

d als het eerste deel een bijvoeglijk naamwoord is (rodekool);

e als het eerste deel een werkwoord is (huilebalk).

6 ‘Cadeau’ is een woord uit een andere taal.

7 ‘Paraplu’ eindigt op een u.

8 Bij ‘bacterie’ valt de klemtoon niet op de laatste lettergreep, bij ‘fantasie’ wel.

9 Aan het verkleiningsachtervoegsel.

10 Een bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft van welk materiaal iets gemaakt is.

11 en (of blijft onveranderd)

12 Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld: plastic, nylon, aluminium.


Opdracht 8

1 tussen de samenstellende delen van de samenstelling (zak-doek)

2 voor een achtervoegsel (brood-je)

3 tussen twee klinkers die niet één klank aanduiden (Kro-aat)

4 aan het begin van de tweede lettergreep kan niet bt staan (amb-ten)

5 tussen twee medeklinkers (bes-te)

6 één medeklinker tussen klinkers gaat naar de volgende lettergreep (leeu-wen)
Opdracht 9

doodgeschoten, achterbank, jachtgeweer, neergelegd


Opdracht 10

1 stoei-en

2 gas-ex-plo-sie

3 dienst-ver-rich-ting

4 ma-ho-nie-hou-ten

5 de-ge-ne-ra-tie-ziek-te

6 bloed-dor-stig

7 wel-va-rend

8 gril-lig-heid

9 he-te-lucht-o-ven

10 ma-na-ge-ment

11 her-in-ter-pre-te-ren

12 ver-ras-sing
Opdracht 11

1 gastenboek

2 kapperszaak

3 herenhuis

4 vriendendienst

5 hartendief

6 vrouwenblad

7 lampenkap

8 schaapskooi

9 kersenjam

10 kippenei

11 kippenhok

12 bestuurszaken

13 rozenstruik

14 duiventil

15 brillenkoker


Opdracht 12

1 cafés


2 paraplu’s

3 bacteriën

4 ceremonieën

5 knieën


6 datums, data

7 aria’s


8 garages

9 onomatopeeën

10 baby’s

11 repetities

12 solo’s

13 aquariums, aquaria

14 taxi’s

15 niveaus

16 perziken

17 dreumesen

18 scheermessen

19 secretarissen

20 notarissen
Opdracht 13

1 jongetje

2 wandelingetje

3 beloninkje

4 drietje

5 dicteetje

6 baby’tje

7 kommetje

8 autootje

9 parapluutje

10 raampje

11 chocolaatje

12 bolletje

13 laatje

14 woninkje

15 balkonnetje


Opdracht 14

1 zilveren

2 katoenen

3 nylon


4 oude

5 rubber, rubberen

6 mahoniehouten

7 plastic

8 goedkope

9 aluminium

10 porseleinen

11 glazen

12 kartonnen

13 linnen

14 betonnen

15 platina


Opdracht 15

1 Sommigen

2 alle, sommige

3 Beide


4 Enkele, sommige

5 Alle, sommige


Opdracht 16

Kaapverdiër loopt door Beneluxtunnel


De politie van Schiedam heeft maandagmiddag een 53-jarige Kaapverdische zeeman uit een tunnelbuis van de Beneluxtunnel gehaald. De man liep er monter doorheen, op weg naar het centrum van Rotterdam. Dankzij de politie kwam een einde aan de levensgevaarlijke wandeling. Het verkeer bij de Beneluxtunnel werd in één richting stilgelegd, waarna de zeeman kon worden aanghouden. De politie zette hem bij de Merwedehaven af en legde hem daar uit hoe hij verder naar het centrum kon wandelen.
Opdracht 17

McCartney gaf Mick Jagger eerste stickie


Ex-Beatle Paul McCartney maakte Rollingstones-zanger Mick Jagger vertrouwd met drugs. ‘Het is grappig, want iedereen zou hebben geloofd dat het omgekeerde het geval was’, aldus de Brit in zijn biografie, waarvan het weekblad The Observer fragmenten publiceerde.

De zanger onthult verder dat hij twee jaar eerder, in 1964, zelf met cannabis kennismaakte. ‘We zijn er tamelijk trots op dat Bob Dylan ons inwijdde’, zegt McCartney over zijn eerste stickie in een Newyorks hotel. De door Barry Miles geschreven biografie over de ex-Beatle, Many Years From Now, verschijnt volgende maand. (AP)


Opdracht 18

1 een vbo-leerling

2 goede en slechte tijden

3 oude en jonge jenever

4 niet-bestaande woorden

5 in- en uitgang

6 ex-echtgenoot

7 maandagmiddag en -avond

8 ’s-Gravenhage

9 middelbaar en hoger onderwijs

10 mevrouw Vellinga-Spit

11 sint-bernhards- en hazewindhonden

12 echt en namaakleer

13 basis- en voortgezet onderwijs

14 de Frans-Duitse samenwerking

15 de Eerste-Kamervoorzitter


Opdracht 19

1 Miranda’s bromfiets

2 na-apers

3 een financieel verslag

4 afdeling Financiën

5 met ons drieën

6 Jans boeken (Jans’ boeken)

7 Frits’ boeken

8 oma’s boeken

9 de geopereerde patiënten

10 een beëdigd tolk-vertaler

11 knieën

12 Verkades biscuit

13 oliën


14 officieel

15 vacuüm


Opdracht 20

1 employé, enquête

2 première

3 cafés


4 -

5 à
Opdracht 21

1 aan de c

2 artiest: ie staat in de eindlettergreep

academie: ie staat in de eindlettergreep

juli: naam van een maand

pyjama: woord van niet-Nederlandse oorsprong
Opdracht 22

1 beitel


2 breinaald

3 activiteit

4 motivering, rector

5 hypotheekakte

6 vlijmscherp

7 wonderbaarlijk

8 Belgisch, gekapseisd

9 minimumlijst

10 januari, kinderboerderij

11 archivarissen, archief

12 automobilist, gevaarlijk, gezondheid

13 conciërge, praktisch, altijd, kopiëren

14 elektriciteit

15 leidt
Opdracht 23

1 tot, op, in

2 met, over

3 van, aan

4 voor


5 van, naar

6 naar, met

7 met, naar

8 naar, van

9 in, tegen, voor

10 op, bij

11 op, met

12 met, op

13 aan, in

14 van (over), over

15 aan, van
Opdracht 24

1 tegen, jagen

2 uit, tappen

3 van, brengen

4 naar, staan; van, beroven

5 op


6 plaatsen

7 uit, verliezen

8 achter

9 op, nemen

10 gelden

11 nemen


12 van

13 onder, brengen

14 aan, stellen

15 in, verdiepen

16 onthouden

17 in, voeren

18 naar

19 voor, komen



20 voor, gaan
Opdracht 25

1 oog


2 koop

3 mes


4 vaatje

5 wijs


6 kanttekeningen

7 genade, recht

8 hoogte

9 harnas


10 waarheid
Opdracht 26

1 B


2 A

3 C


4 A

5 D


6 D

7 A


8 A

9 D


10 D

11 A


12 D

13 A


14 B

15 B


16 A

17 B


18 A

19 B


20 B

21 B


22 C

23 C


24 B

25 D
Opdracht 27

1 B

2 A


3 A

4 B


5 B

6 A


7 C

8 A


9 C

10 C


11 C

12 A


13 B

14 D


15 B

16 B


17 B

18 D


19 B

20 C


21 C

22 D


23 B

24 C


25 B

  • Opdracht 9
  • Opdracht 15
  • Opdracht 20

  • Dovnload 79.08 Kb.