Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Arbeidsreglement Contractueel Personeel van het go! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (model 11)

Dovnload 455.67 Kb.

Arbeidsreglement Contractueel Personeel van het go! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (model 11)



Pagina3/4
Datum05.12.2018
Grootte455.67 Kb.

Dovnload 455.67 Kb.
1   2   3   4

Feestdagen


Art. 18.


  1. De feestdagen voor werknemers in een voltijdse tewerkstelling zijn: 1 januari, paasmaandag, 1 mei, hemelvaartdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 11 november, 25 december, 11 juli, 1 november, 2 november, 15 november en 26 december.

Voor personeelsleden belast met ochtend-, avond- en middagtoezicht geven de feestdagen die in de vaste verlofperiodes in het onderwijs vallen geen recht op loon (m.a.w. wel recht op loon op 1 mei, Hemelvaartsdag, 11 november en 15 november).

  1. De betaling van de feestdagen (= loon) dient te gebeuren aan 100% met de gebruikelijke RSZ – bijdrageregeling en bedrijfsvoorheffing.

  2. Wanneer een feestdag met een zondag of een gewone inactiviteitsdag samenvalt, wordt hij door een gewone activiteitsdag vervangen.

  3. De werknemers die tijdens een feestdag tewerkgesteld werden, hebben recht op inhaalrust ten belope van de gepresteerde uren. Deze dienen binnen het kwartaal opgenomen overeenkomstig de in art. 11 bepaalde richtlijnen.

  4. Feestdagen en deeltijdse tewerkstelling

Deeltijdse werknemers met een vast werkrooster hebben recht op het loon voor de feestdagen in verhouding tot de arbeidsuren die op die dag volgens hun werkrooster normaal zijn gepresteerd.
    1. Jaarlijkse vakantie


Art. 19. Het aantal vakantiedagen waarop het personeelslid aanspraak kan maken wordt berekend op basis van:


  1. De leeftijd van het personeelslid.

De leeftijd is deze die bereikt wordt op 1 juli van het kalenderjaar. Onderstaande tabel is van toepassing als het betrokken personeelslid een volledig kalenderjaar in dienstactiviteit is en met een volledige wekelijkse opdracht is belast.



Minder dan 45 jaar

30 werkdagen

Van 45 jaar tot minder dan 50 jaar

31 werkdagen

Vanaf 50 jaar

32 werkdagen

Voor de bijkomende verlofdagen van personeelsleden die de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt, wordt de leeftijd vastgesteld op deze die hij heeft bereikt tijdens het kalenderjaar:

  • Vanaf 60 jaar

+ 1 werkdag

  • Vanaf 61 jaar

+ 2 werkdagen

  • Vanaf 62 jaar

+ 3 werkdagen

  • Vanaf 63 jaar

+ 4 werkdagen

  • Vanaf 64 jaar

+ 5 werkdagen




  1. De prestaties tijdens het vakantiejaar.

Het aantal vakantiedagen waarop de werknemer aanspraak kan maken, hangt niet af van zijn prestaties tijdens het voorafgaande jaar, maar wordt berekend op basis van zijn verrichte diensten tijdens het betrokken vakantiejaar. Dit vormt een belangrijk verschilpunt in vergelijking met de regeling voor de werknemers uit de particuliere sector, voor wie het aantal vakantiedagen wordt bepaald door hun prestaties tijdens het vakantiedienstjaar, zijnde het kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin de vakantie dient te worden toegekend.

Een logisch gevolg daarvan is ook dat het recht op vakantiedagen een contractueel personeelslid tijdens het voorafgaande jaar heeft opgebouwd uit hoofde van zijn tewerkstelling bij een werkgever uit de particuliere sector, niet overdraagbaar is in de publieke sector.


Art. 20. Wijze van opname van de vakantiedagen.
Bij het begin van elk kalenderjaar wordt er een vakantieplan inclusief de feestdagen opgesteld. Dit moet voor advies worden voorgelegd aan het Basisoverlegcomité. Het dienstbelang en de doelstellingen van de instelling zijn hierbij van primordiaal belang.

Vakantie wordt genomen tijdens het kalenderjaar waarop de vakantie betrekking heeft.

De jaarlijkse vakantie moet worden genomen tijdens de periode juli-augustus van het kalenderjaar. Op verzoek van het personeelslid en in overeenstemming met het vakantieplan kan de jaarlijkse vakantie ook buiten de periode juli/augustus worden genomen, maar dan uitsluitend op dagen waarop er volgens de geldende beschikkingen geen lessen worden gegeven of diensten worden verleend.

Arbeidsovereenkomsten die voor een bepaalde duur werden afgesloten en eindigen op 30 juni van het kalenderjaar, laten uiteraard niet toe dat de vakantie wordt genomen in de periode juli/augustus. Daarom moeten de vakantieperiodes van het contractueel personeel, in overleg met de betrokken personeelsleden, worden vastgesteld op basis van de duur of de eventuele schorsingen van de arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt rekening gehouden met het dienstbelang en de doelstellingen van de instelling.


Niet opgenomen vakantiedagen voor het einde van arbeidsovereenkomst dienen uitbetaald.


Art. 21. Overdracht van vakantie
De raad van bestuur heeft beslist dat, indien omwille van dienstredenen, de totaliteit van de vakantie tijdens het kalenderjaar niet is opgenomen het instellingshoofd kan beslissen een overdracht naar het volgende kalenderjaar van maximaal 5 dagen toe te staan.
    1. Ziekte, ongeval en prenataal medisch onderzoek

      1. Ziekte/Ongeval


Art. 22. Verplichtingen te vervullen door de werknemer
De werknemer die omwille van ziekte of ongeval niet in staat is zich naar zijn werk te begeven of niet in staat is zijn werk tijdens de reeds aangevatte arbeidsdag voort te zetten moet persoonlijk of door tussenkomst van een derde onmiddellijk en spontaan zijn werkgever hiervan op de hoogte te stellen.

Indien de arbeidsongeschiktheid slechts één dag duurt, moet de werknemer diezelfde dag de werkgever onmiddellijk (bv. telefonisch) contacteren om hem van zijn afwezigheid in kennis te stellen.

Indien de arbeidsongeschiktheid één dag overschrijdt moet de werknemer ook hier de werkgever onmiddellijk (bv. telefonisch) verwittigen. Dezelfde dag is de werknemer verplicht zich door een dokter te laten onderzoeken.

Het medisch getuigschrift, dat de arbeidsongeschiktheid bevestigt, moet binnen de 2 werkdagen na het doktersbezoek aan de werkgever toegestuurd of afgegeven worden. De werknemer begaat echter geen fout wanneer hij het geneeskundig getuigschrift niet tijdig indient ten gevolge van overmacht, of om een andere reden, onafhankelijk van zijn wil.


Vermeldingen in het medisch getuigschrift
In ieder geval zouden volgende elementen in het medisch getuigschrift aanwezig moeten zijn: naam, voornaam, adres en hoedanigheid van degene die het attest aflevert, oorzaak van de afwezigheid (ziekte, sportongeval, enz.), de vermoedelijke duur van de afwezigheid, of het gaat om een eerste getuigschrift of een verlenging, of bij hervallen de tweede ongeschiktheid al dan niet aan een andere ziekte te wijten is en/of de werknemer zich al dan niet mag verplaatsen.

Ook in geval van verlenging van de periode van arbeidsongeschiktheid is de werknemer verplicht alle verplichtingen zoals omschreven in art. 22 te vervullen.

Als sanctie voor niet-naleving van de verplichtingen wordt voor de dagen dat men naliet tijdig de werkgever te verwittigen geen loon uitbetaald.

Het personeelslid is er tevens toe gehouden aangifte te doen van zijn arbeidsongeschiktheid aan zijn ziekenfonds of aan de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.


Art. 23. Verplichtingen te vervullen door de werkgever
Indien een derde aansprakelijk is voor een ongeval voorkomen aan een werknemer, onder omstandigheden die niets met de arbeid te maken hebben en die tot arbeidsongeschiktheid heeft geleid, kan de werkgever het loon en de sociale bijdragen op dat loon rechtstreeks terugvorderen van die derde.

De werknemer moet de werkgever onmiddellijk van het ongeval en de identiteit van de aansprakelijke derde in kennis stellen.

De directeur van de instelling, bij delegatie, dient de nodige formulieren volledig in te vullen en deze vervolgens door te sturen aan de raad van bestuur van de scholengroep.
Art. 24. Controle
De werkgever heeft het recht de echtheid van de arbeidsongeschiktheid te doen controleren gedurende de ganse periode van de arbeidsongeschiktheid, ook buiten de periode van het gewaarborgd loon. Deze arts mag enkel nagaan of betrokkene arbeidsongeschikt is.

Andere medische vaststellingen vallen onder het beroepsgeheim.

De keuze van de geneesheer is voor de werkgever volledig vrij. Een verpleegster heeft geen controlebevoegdheid.

De werknemer moet de controle mogelijk maken. Hij mag niet weigeren de controle-arts te ontvangen, noch zich door deze te laten onderzoeken. De controle moet op normale uren gebeuren, eventueel ook op zon- en feestdagen voor personeelsleden die normaal op deze dagen arbeidsprestaties dienden te leveren.

Uit de wet valt af te leiden dat de werknemer die zich op een onrechtmatige wijze onttrekt aan de controle, of de controle weigert, zijn recht op gewaarborgd loon verliest vanaf de aanvang van de ziekte. Uitzonderingen zijn mogelijk: vb. omdat de controle gebeurt na een bewezen periode van ongeschiktheid of wanneer de werkgever zonder reden zeer lang wacht alvorens de controle te laten uitvoeren.

Wanneer de werkgever en de werknemer niet akkoord gaan om in der minne een geneesheer-deskundige aan te stellen, kan het geschil aan de rechter worden voorgelegd.


      1. Prenataal medisch onderzoek


Art. 25. De zwangere werkneemster heeft het recht om van het werk afwezig te zijn om zwangerschapsonderzoeken te kunnen doorgaan wanneer die niet kunnen plaatsvinden buiten de arbeidsuren.

De werkneemster behoudt haar normaal loon voor de verloren arbeidsuren. Het is wel gekoppeld aan enkele voorwaarden:



  • de werkneemster moet de werkgever op de hoogte hebben gebracht van haar zwangerschap;

  • om gerechtigd te zijn op loon, moet de werkneemster de werkgever vooraf op de hoogte stellen van haar afwezigheid.

De zwangere werkneemster heeft echter niet het recht om systematisch voor onderzoek van het werk afwezig te zijn, het gaat enkel om een recht op afwezigheid wanneer het werkelijk onmogelijk is om het onderzoek buiten de arbeidsuren te laten plaatsvinden. Hoewel dit niet uitdrukkelijk in de wet is bepaald, betreft het een recht om gedurende de nodige tijd afwezig te blijven van het werk voor het zwangerschapsonderzoek. Andere medische onderzoeken vallen buiten dit recht en wanneer het een onderzoek betreft dat slechts een korte tijd in beslag neemt en geen arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft, moet de vrouw het werk onmiddellijk hervatten. Als het onderzoek bijvoorbeeld slechts in de namiddag plaatsvindt zal de vrouw zo mogelijk het werk ’s morgens normaal moeten aanvatten. De zwangere werkneemster moet een geneeskundig getuigschrift van dit onderzoek aan de werkgever voorleggen.
    1. Arbeidsongeval


Art. 26. Verplichtingen te vervullen door de werknemer


  • Arbeidsongeval: de werknemer die omwille van een arbeidsongeval niet in staat is zijn werkzaamheden tijdens de reeds aangevatte arbeidsdag voort te zetten, dient persoonlijk of door tussenkomst van een derde onmiddellijk zijn werkgever hiervan op de hoogte te stellen.

  • Arbeidsongeval: de werknemer die omwille van een arbeidsongeval niet in staat is zich verder naar zijn werk te begeven, dient persoonlijk of door tussenkomst van een derde onmiddellijk en spontaal zijn werkgever hiervan op de hoogte te stellen.
    De werknemer dient zich onmiddellijk na het ongeval door een dokter van zijn keuze te laten onderzoeken.

Binnen de kortste termijn na het ongeval dienen de nodige formulieren opgemaakt ter verrechtvaardiging van het ongeval.

Daar de erkenning van het arbeidsongeval of van het arbeidswegongeval van een administratieve beslissing van het Departement Onderwijs afhangt, die pas later zal worden genomen wanneer reeds uitgaven zullen zijn veroorzaakt voor geneeskundige verzorging, ziekenhuisverpleging enz… is het van belang dat de getroffene, onmiddellijk zijn ziekenfonds verwittigt. Op die wijze behoudt hij zijn rechten op de tegemoetkomingen van zijn ziekenfonds indien de eindbeslissing voor hem ongunstig zou uitvallen.


Art. 27. Verplichtingen te vervullen door zowel de werkgever als de werknemer


  1. Opstellen van de aangifte door werknemer en werkgever.
    Bij elk arbeidsongeval of arbeidswegongeval dient ten spoedigste en uiterlijk binnen de 48 uren een aangifte van ongeval te worden ingevuld.

Model A van het formulier wordt ingevuld door het slachtoffer, de rechthebbenden, de hiërarchische meerdere of een belanghebbende persoon.

Model B wordt ingevuld door de behandelende geneesheer.

  • Opgave van aanvullende informatie over een arbeidsongeval Deel 1:

Gegevens van het slachtoffer, gegevens van de onderwijsinstelling, gegevens van het ongeval, bij te voegen bewijsstukken, ondertekening van de hiërarchische meerdere.

  • Opgave van informatie over een arbeidsongeval met een aansprakelijke derde Deel 2:

  • Getuigenverklaring

De modelformulieren alsmede de volledige toelichting voor het invullen ervan zijn terug te vinden in de Coördinatie der Omzendbrieven – PERS/I/Administratieve documenten – 13AC/IF/ONG.28.1 7.3.2.2


  1. Indienen van de aangifte door de werkgever bij de Departement Onderwijs.

Bovenvermeld document (origineel) dient binnen de 4 dagen integraal ingediend te worden bij:

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel (AOP)

Arbeidsongevallen

Hendrik Consciencegebouw

Albert II – laan 15

1210 Brussel.
Een kopie blijft tevens bewaard in de instelling in het personeelsdossier van de werknemer.


  1. Indienen van de aangifte door de werkgever bij het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
    Voor de overheidssector bestaat een aangifteverplichting voor de ernstige arbeidsongevallen bij de provinciale Technische Inspectie van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid. In het kader van de Wet op het Welzijn gelden voor de onderwijsinstellingen volgende verplichtingen:




  1. voor ieder ongeval met minstens één dag werkverlet moet de preventieadviseur een ongevallensteekkaart opmaken en een afschrift ervan naar de arbeidsgeneeskundige dienst sturen. De ongevallensteekkaarten moeten ter beschikking gehouden worden van de Technische Inspectie ter gelegenheid van een controleonderzoek;

  2. voor ieder ernstig arbeidsongeval (onder ernstig arbeidsongeval wordt verstaan een dodelijk arbeidsongeval of een arbeidsongeval dat volgens de eerste diagnose, hetzij de dood, hetzij een algehele of gedeeltelijke blijvende arbeidsongeschiktheid, hetzij een algehele tijdelijke arbeidsongeschiktheid van meer dan één maand tot gevolg kan hebben. De ongevallen van en naar het werk worden niet in aanmerking genomen) moet er aangifte gedaan worden bij de technische inspectie van het gebied binnen de twee werkdagen volgend op de dag van het ongeval. Deze aangifte gebeurt per brief of door het sturen van een afschrift van de officiële aangifte van het ongeval van de verzekeraar;

  3. voor ieder zeer ernstig arbeidsongeval, dit is een dodelijk ongeval of een arbeidsongeval dat volgens de eerste medische diagnose de dood of een blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 25% tot gevolg kan hebben, moet naast de aangifte bedoeld onder punt 2 de technische inspectie onmiddellijk telefonisch of per fax op de hoogte gebracht worden van het ongeval.


Art. 28. Tussenkomst in medische zorgen en kosten
De kosten van dokter, chirurg, apotheker, ziekenhuis prothese, orthopedie en verplaatsingsonkosten voortspruitend uit een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval worden door Medex-AGD ten laste genomen.

De kosten zullen rechtstreeks betaald worden aan de verzorgingsinstellingen, de geneesheren, de apothekers of de prothesisten, mits overlegging bij het geneeskundig centrum waarvan het slachtoffer afhangt, van de ereloonnota’s, facturen of rekeningen die verplicht de naam en voornamen van het slachtoffer alsmede de datum en het detail van elke prestatie, bewerking of levering moeten vermelden. Indien het slachtoffer zelf deze kosten zou gedragen hebben zullen ze hem terugbetaald worden op overlegging van de gedetailleerde ereloonnota’s, facturen of rekeningen die dan voor voldaan zullen moeten ondertekend zijn.

Adres: Medex-AGD cel Medische kosten

Victor Hortaplein 40 bus 10 1060 Brussel


  1. Bezoldigingsregeling

    1. Principes


Art. 29

De bezoldigingswijze voor werknemers is vastgelegd op basis van volgende principes:



  1. aan iedere functie is een loonschaal verbonden;

  2. bij de aanwerving van een contractueel personeelslid moet de toegekende loonschaal welke op het personeelslid wordt vastgelegd, gemotiveerd;

  3. de concrete bezoldiging is tevens onderhevig aan:

  • de leeftijd van het personeelslid;

  • de hem toegekende weddeanciënniteit;

  • de toekenning van haard – standplaatstoelage.

  1. De eindejaarstoelage wordt voor de in dienst zijnde personeelsleden uitbetaald in de loop van de maand december;

  2. Het vakantiegeld moet worden uitbetaald tussen 1 mei en 30 juni van het jaar waarin de vakantie moet worden opgenoemen.
    1. Bezoldigingswijze


Het loon dient te worden uitbetaald ten laatste de 4de werkdag volgend op de periode waarvoor het verschuldigd is.
      1. De loonschaal


Art. 30

De wedden/lonen zijn vastgesteld in loonschalen. Aan iedere functie is een loonschaal (met aparte vermelding van haard- of standplaatstoelage) verbonden, bestaande uit een minimum- en een maximum – bedrag, met daartussen een reeks opklimmende bedragen, overeenstemmend met het aantal dienstjaren (weddeanciënniteit).


      1. Leeftijdsklasse


Art. 31

De leeftijdsklasse is deze geldig vanaf de maand die volgt op deze waarin de vereiste leeftijd wordt bereikt.

Wanneer de verjaardag van de betrokkene op de eerste van de maand valt, wordt deze maand wel meegerekend.

Het loon van het personeelslid dat de met zijn schaal overeenstemmende leeftijd niet bereikt, heeft recht op een bepaald percentage van de loonschaal voor de werknemers die 18 jaar of ouder zijn, m.n.: op 17 jaar: 76%; op 16 jaar en minder: 70%.

Onder andere van kracht voor jobstudenten jonger dan 18 jaar en werknemers die bij hun indiensttreding de leeftijd van 18 jaar nog niet volledig bereikt hebben.

      1. De koppeling aan de index


Art. 32

De wedden/lonen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Telkens wanneer een indexaanpassing van de lonen dient doorgevoerd, worden de nieuwe brutomaandlonen (voor volledige prestaties) via de handleiding contractueel AMVD-personeel meegedeeld.


      1. Weddenanciënniteit


Art. 33

De werknemer dient een bepaalde geldelijke of weddeanciënniteit te verwerven om aanspraak te kunnen maken op tussentijdse verhoging.

Hierbij bepalend zijn:


  • vanaf welke leeftijd de diensten worden meegerekend;

  • welke diensten in aanmerking komen;

  • bepaling van de duurtijd van de gepresteerde diensten tijdens de arbeidsovereenkomst.

Leeftijd: komen in aanmerking de gepresteerde diensten vanaf de ouderdom van 18 jaar.
    1. Afrekening


Art. 34

De werkgever moet de werknemer bij elke definitieve regeling van het loon een afrekening afleveren. Dit moet de werknemer de mogelijkheid bieden na te gaan hoe zijn loon werd berekend en hoeveel er op de door hem verdiende sommen wordt ingehouden door overschrijving op een bankrekening. De werknemer kan geen enkele vorm van rente vereisen indien een laattijdige uitbetaling toe te schrijven is aan zijn afwezigheid, om welke reden ook. Wanneer de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt, zal het resterende loon zonder uitstel worden betaald, ten laatste op de eerste betaaldag volgend op het einde van de overeenkomst.


    1. Inhoudingen


Art. 35

Op het loon van de werknemer kunnen uitsluitend volgende inhoudingen worden berekend:



  1. Inhoudingen opgelegd op basis van de fiscale wetgeving, de wetgeving op de sociale zekerheid;

  2. Voorschotten in geld op loon dat nog niet werd verdiend, uitbetaald door de werkgever;

De sociale en fiscale inhoudingen worden vastgesteld door de wetgeving terzake. Die inhoudingen gebeuren op het totale brutoloon; ze gebeuren vooraf en zonder enige beperking.

De andere inhoudingen, vergoedingen en schadevergoedingen die de verantwoordelijkheid van de werknemer sanctioneren, voorschotten in geld, worden uitsluitend in contant geld berekend op het loon en na aftrek van de sociale en fiscale inhoudingen. Het totaalbedrag van die andere bijdragen mag geen 20% overschrijden van het contante nettoloon dat bij elke uitbetaling is verschuldigd. Deze beperking is echter niet toepasselijk indien de werknemer met opzet heeft gehandeld of indien hij zijn arbeidsovereenkomst vrijwillig beëindigd heeft vooraleer de uitkeringen en schadevergoedingen werden betaald die hij verschuldigd is.


Art. 36

De werknemer verbindt zich ertoe om elke som die hem onrechtmatig werd toegekend, binnen de kortst mogelijke termijn terug te betalen.


Art. 37

Loonbeslag of – overdracht wordt uitgevoerd op basis van de voorwaarden en grenzen die werden voorzien door de wet van 12 april 1965 en door het gerechtelijk wetboek.


  1. Andere schorsingen van de arbeidsovereenkomst

    1. Onvolledige arbeidsdag


Art. 38. Laattijdig toekomen, de arbeid onderbreken of voortijdig vertrekken, zijn niet toegelaten voor persoonlijke aangelegenheden die ook buiten de arbeidsuren geregeld kunnen worden.
Art. 39. De werknemer die geschikt is om te werken op het ogenblik dat hij zich naar het werk begeeft en die in de onmogelijkheid is zijn arbeidsdag te vervolledigen heeft in 3 gevallen recht op loon dat hij zou verdiend hebben indien hij zijn dagtaak normaal had kunnen volbrengen.
Een normaal loon wordt uitbetaald, inclusief eventuele overuren en/of voordelen in natura


  • Eerste geval: verhindering op de weg naar het werk

De werknemer die geschikt is om te werken en zich normaal naar zijn werk begeeft, heeft recht op gewaarborgd dagloon wanneer hij te laat of niet op de plaats van het werk aankomt omwille van een gebeurtenis; die hem overkomen is op de weg naar het werk en die te wijten is aan een oorzaak, onafhankelijk van zijn wil.


De werknemer die geschikt is om te werken – buiten het geval van staking – en die de plaats van het werk heeft bereikt, heeft recht op gewaarborgd dagloon wanneer hij onafhankelijk van zijn wil, hetzij de arbeid niet kan aanvangen hetzij de reeds aangevatte arbeid niet kan voortzetten.


  • Derde geval: kiesrecht – kiesplicht

Een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden om bij volmacht te stemmen, heeft recht om met behoud van zijn normaal loon van het werk afwezig te zijn om zijn kiesplicht op het Belgisch grondgebied te vervullen.
Let wel:

  • Anciënniteit: voor de drie besproken gevallen blijft de anciënniteit verder doorlopen.

  • Vakantieregeling: de voorgenoemde afwezigheidsgevallen worden met werkelijk gepresteerde arbeidsdagen voor de vakantieregeling gelijkgesteld.
    1. Ongewettigde afwezigheid


Art. 40. De werknemer mag niet van zijn werk afwezig blijven zonder vooraf hiervoor toelating te hebben gevraagd. Indien de werknemer met geldige redenen vooraf geen “vrijaf” kan vragen, dient hij de werkgever hiervan op de hoogte te brengen en zijn afwezigheid zo snel mogelijk te verantwoorden, uiterlijk binnen 2 werkdagen.

Een werknemer die zonder toestemming of zonder geldige reden afwezig blijft van zijn werk, verliest het recht op zijn loon voor de uren die hij niet presteerde. Ongerechtvaardigde afwezigheden van langer dan 48 uur, behoudens wegens overmacht, kunnen worden beschouwd als dringende reden die de beëindiging van de overeenkomst zonder opzegging of opzeggingsvergoeding rechtvaardigen.

Na een periode ongerechtvaardigde afwezigheid, kan de werknemer slechts het werk hervatten nadat hij hiertoe formeel de toestemming van zijn werkgever of van diens afgevaardigde heeft gekregen.

1   2   3   4

  • Ziekte, ongeval en prenataal medisch onderzoek
  • Prenataal medisch onderzoek
  • Bezoldigingsregeling Principes
  • De koppeling aan de index
  • Andere schorsingen van de arbeidsovereenkomst Onvolledige arbeidsdag
  • Ongewettigde afwezigheid

  • Dovnload 455.67 Kb.