Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Arteveldehogeschool

Dovnload 0.84 Mb.

Arteveldehogeschool



Pagina2/7
Datum05.12.2018
Grootte0.84 Mb.

Dovnload 0.84 Mb.
1   2   3   4   5   6   7


Tegen-Geweld


Omgaan met agressie van cliënten binnen een crisisopvangcentrum










Scriptie voorgedragen door:

Inge JANSEGERS

Academiejaar:

2006 – 2007

tot het behalen van het diploma

Sociaal werk, Maatschappelijk werk; waarvoor de graad van


bachelor in het sociaal werk wordt verleend.


Inhoudsopgave
Inleiding
Hoofdstuk 1: Geweld? 4
1.1 Begripsbepaling: agressie, geweld, grensoverschrijdend gedrag: definities 4

1.2 Soorten agressie 6

1.3 Uitingsvormen van agressie 8

1.4 Verklaringen voor agressie en geweld 9

1.5 Hulpverleners en geweld 10

1.6 Besluit 12
Hoofdstuk 2: Crisisopvang en geweld 12
2.1 De context 14

2.2 Het team 16

2.3 Taakgerichte risicofactoren: Risicosituaties 17

2.3.1 Slecht nieuws 18

2.3.2 Bewaken van gedragsregels: disciplinegesprek 19

2.3.3 Inconsequent toepassen van de regels 19

2.3.4 Slechte dienstverlening 19

2.3.5 Cliënten onder invloed 20

2.3.6 Persoonlijkheidsstoornissen, psychiatrisch ziektebeeld 20

2.4 Het slachtoffer 21

2.5 De dader 22

2.6 Besluit 23
Hoofdstuk 3: Omgaan met agressie 24
3.1 Inzicht 25

3.1.1 Zelfinzicht 25

3.1.2 Inzicht in de opbouw van agressie 27

3.1.3 De aanvalscyclus 28

3.2 Vaardigheden 31

3.2.1 Observeren 33

3.2.2 Zelfcontrole 34

3.2.3 Inschatting 35

3.2.4 Interventies 35

3.2.5 De Praktijk ……………………………………………………………………...34



3.2.5 Besluit 39

3.3 Beroepshouding 40

3.3.1 Echtheid 40

3.3.2 Empathie 40

3.3.3 Acceptatie 41

3.3.4 Weerbaarheid 41

3.3.5 Verantwoordelijkheid 41

3.4 Besluit……………………………………………………………………………………………………………………… 42
Bibliografie


Arteveldehogeschool 1

Tegen-Geweld 1

Privébewaker aan OCMW-loket - 10/04/2006 49

OCMW wil camera's tegen agressie - 12/02/2005 50




Inleiding
In deze scriptie wil ik mij verdiepen in de agressie van cliënten naar maatschappelijk werkers toe. Ik heb mij hiervoor gebaseerd op literatuur en mijn eigen praktijkervaringen. Ik heb geprobeerd een eigen visie te ontwikkelen op het omgaan met agressie-incidenten. Vanuit mijn stage- en werkervaring in een crisisopvangcentrum in een grootstad, werd ik al geconfronteerd met agressie van cliënten. Een illustratie wil ik geven aan de hand van iets dat ik zelf heb meegemaakt. Toen ik net als hulpverlener werkte, werd ik geconfronteerd met een geweldincident dat mij nog steeds achtervolgt.
Charlie en Monica waren als koppel opgenomen in de crisisopvang. Op een avond, wanneer ik de nacht deed, kwamen Charlie en Monica onder invloed van alcohol terug naar het centrum. De huisregels verbieden het gebruik van alcohol en elke cliënt die storend gedrag onder invloed vertoont, moet het centrum verlaten. Ik deed een gesprek met hen waarin ik hen meedeelde dat ze het centrum moesten verlaten. Monica was zeer agressief, allerlei verwijten en dreigementen werden mij naar het hoofd geslingerd. De boodschap was duidelijk: het koppel wilde niet vertrekken. Het koppel verliet het bureau en ging naar hun kamer. Ondertussen hadden ik en mijn collega de politie gebeld. Toen de politie, drie agenten, ter plaatse kwam, weigerde ze het koppel mee te nemen. Hoe konden wij als sociaal assistent vaststellen dat deze mensen dronken waren, wij waren toch geen dokter? Hadden wij een bloedtest afgenomen dan? Charlie en Monica stonden blikjes bier te drinken in het bijzijn van deze agenten. Deze mensen betaalden in het centrum dus ze mochten blijven. Ondertussen was het koppel mij en mijn collega met de dood aan het bedreigen. Toen was de politiehervorming nog geen feit dus wij in volle paniek: de rijkswacht opgebeld. Het was nog een heel spektakel met veel verbaal geweld. Monica ging ons de keel oversnijden. Ze zou ons wel weten te vinden. Om vier uur ’s nachts werden Charlie en Monica eindelijk meegenomen door de rijkswacht. Drie politieagenten die twee vrouwelijke hulpverleners in een dergelijke situatie achterlaten!
Maatschappelijk werkers moeten naar mijn mening beter geschoold worden in het omgaan met agressie van cliënten. Je moet weten hoe je moet reageren als de andere hulplijnen niet of onvoldoende werken. Ik had niet verwacht dat de politie twee vrouwelijke hulpverleners in deze situatie zouden achterlaten. Om deze reden wou ik ook dit eindwerk maken: om andere hulpverleners te sensibiliseren met betrekking tot agressie van cliënten. Wanneer er zich een geweldincident voor doet, ben je (meestal) alleen oog in oog met je cliënt en komt het aan op inzicht, vaardigheden en houding. Of zoals Schuur het stelt: ‘Ondanks vele technische en sociale veiligheidsmaatregelen die getroffen worden, komt het toch vooral aan op de communicatie tijdens de interactie met de cliënt.’1 Preventiemaatregelen, zorgen voor opvang na geweldincidenten blijven belangrijke aandachtpunten voor elke organisatie.
In hoofdstuk 1 wil ik enkele begrippen verder uitklaren en ook op zoek gaan naar verklaringen van agressief gedrag. Verder wil ik nagaan of agressie een probleem vormt voor maatschappelijk werkers die werkzaam zijn binnen de crisisopvang.
In het tweede hoofdstuk wil ik nagaan of er binnen crisisopvang bepaalde factoren aanwezig zijn die het risico op agressie-incidenten doet toenemen of verminderen.
In hoofdstuk drie wil ik nagaan over welke competenties een maatschappelijk werker moet beschikken om adequaat te kunnen omgaan met agressie. Inzicht, vaardigheden en houding zijn hierbij de drie pijlers die ik verder wil bespreken.


Hoofdstuk 1: Geweld?
In dit eerste hoofdstuk wil ik ingaan op de verschillende definities die er bestaan over agressie. Ook wil ik de verschillende soorten en vormen van agressie verder belichten. Verder wil ik bekijken of agressie een probleem vormt voor maatschappelijk werkers.

1.1 Begripsbepaling: agressie, geweld, grensoverschrijdend gedrag: definities
In de literatuur zijn er heel wat definities van ‘geweld’, ‘agressie’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ terug te vinden. Agressie en geweld worden in de literatuur uitgesplitst. Agressie wordt meestal omschreven als negatieve assertiviteit die de ander schaadt. Geweld is dan bewuste agressie.
Agressie is energie die van levensbelang is. De mens heeft agressie nodig om te (over)leven. Het is een vorm van zelfhandhaving. Agressie als positieve levensenergie is te beschouwen als elke poging om de eigen grenzen naar buiten te verleggen”2

Agressie wordt door psychologen gedefinieerd als elke vorm van gedrag met het oogmerk iemand tegen zijn of haar wil iets aan te doen of te verwonden. Dit betekent dat je iemand opzettelijk iets aandoen niet als agressieve daad wordt beschouwd wanneer degene die iets wordt aangedaan dit zelf wil.”3


Onder geweld wordt verstaan: opzettelijke, directe aantasting van het lichaam, de levensmogelijkheid of de bewegingsvrijheid van andere mensen, alsmede opzettelijke vernieling van andermans goederen.” 4
De wetgever (11 juni 2002) heeft geweld als volgt gedefinieerd: “elke feitelijkheid waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen bij de uitvoering van zijn werk”.
Ikzelf sluit mij meer aan bij de visie van Impuls op agressie en geweld. Wanneer je in de praktijk geconfronteerd wordt met agressie, speelt de intentie niet zo een grote rol. Cliënten die geweld gebruiken uit frustratie hebben niet de intentie om schade toe te brengen. Het gedrag stelt zich en je moet er mee omgaan op een professionele manier. Om die reden zal ik geen onderscheid maken tussen agressie en geweld.
Agressie is

grensoverschrijdend gedrag dat

bewust of onbewust

schade toe brengt aan personen, zichzelf en of de materiële omgeving5
Zelfs wanneer iemand niet de intentie heeft om de ander schade toe te brengen kan bepaald gedrag agressief overkomen. Als een cliënt heel hard tegen een muur slaat uit frustratie of boosheid kan dat gedrag als agressief geïnterpreteerd worden. Agressie heeft dus te maken met gedragingen van mensen. Agressie is een vorm van communicatie. De agressor doet een poging om het slachtoffer te beïnvloeden. Om agressie te beheersen is het van belang om gedrag en houding van de ander en jezelf beter te begrijpen. Agressief gedrag is ook grensoverschrijdend. Die grenzen kunnen ruimtelijk zijn (een gesloten deur) maar ook psychisch (ik wil niet aangeraakt worden).6
Agressie heeft ook een subjectief aspect. Elke hulpverlener ervaart grenzen anders en ervaart niet hetzelfde gedrag als agressief. Ook al wordt bepaald gedrag niet agressief bedoeld, het kan wel als agressief overkomen bij de andere. Grensoverschrijdend gedrag gaat over “gedragingen die een persoonlijke – en dus subjectief bepaalde – grens overschrijden.”7 “Wat als agressief ervaren wordt, kan sterk variëren omdat twee personen in dezelfde situatie, deze situatie als heel verschillend kunnen ervaren.”8

1.2 Soorten agressie
In de literatuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten van agressie: frustratieagressie, instrumentele agressie en agressie tengevolge van een ziektebeeld of alcohol- en/of druggebruik.


  • Frustratieagressie:

Is agressie waarbij de cliënt zijn onmacht uit als agressie. De frustratiedrempel wordt overschreden en dat lokt agressie uit.9 Cliënten hebben soms het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd, dat ze te lang moeten wachten, met gevoelens van ergernis, onmacht of ontgoocheling tot gevolg. Typerend voor frustratieagressie is dat de emoties in heel korte tijd hoog oplopen.10 Een voorbeeld dat ik zelf ervaren heb:
Cynthya en Miche verbleven als koppel in de crisisopvang. Tijdens hun verblijf werden de spanningen in het koppel groter en groter. Op een avond had het koppel ruzie waarbij er ook klappen vielen. Er wordt een teambeslissing genomen dat Miche niet langer in de crisisopvang kan verblijven omwille van zijn gedrag. Cinthya mocht blijven. Op een ochtend, wanneer ik alleen werkte, belde Miche aan. Hij wou Cinthya zien. Ik ging haar vragen of zij met hem wil spreken. Haar antwoord was: nee. Wanneer ik aan Miche zeg dat Cinthya hem niet wil zien, werd hij boos en forceerde zichzelf een toegang. Ik vroeg aan Miche om weer buiten te gaan. Hij maakte zich kwaad. Plots kwam hij naar mij toe met een gebalde vuist, klaar om mij te slaan. Op dat moment kwam de wijkagent langs die tussenbeide kwam. Was de wijkagent niet op dat moment langsgekomen, had het voor mij erger kunnen aflopen. Miche verloor zijn zelfbeheersing omdat hij zo boos was omdat op zijn verzoek niet werd ingegaan.


  • Functionele of instrumentele agressie:

Anders dan bij frustratieagressie maken cliënten hier een keuze om agressie in te zetten om hun zin te krijgen.11 De cliënt zet agressie in als machtsmiddel. De agressor wil een doel bereiken en gaat daartoe intimideren, dreigen,… De agressor ziet er schijnbaar kalm uit maar bouwt geleidelijk de spanning op.12 Heftige emoties worden doelbewust ingezet. Ze kunnen ook hun reputatie als ‘agressieveling’ in de verf zetten om hun doel te bereiken.13”Hier gaat het uitsluitend om mensen voor wie dit een dagelijkse, exclusieve levensstijl en overlevingsstrategie is geworden. Dit kan zo zijn gegroeid door opvoeding of socialisatie in het gezin van herkomst als in instellingen, of door veranderde levensomstandigheden, zoals bij verslaafden het geval is.”14 Instrumentele agressie kan wel omslaan in frustratieagressie wanneer de strategie niet werkt.15Als voorbeeld zal ik de casus van Mo nemen:
Mo is een man die 15 jaar in de gevangenis heeft verbleven. Hij heeft verschillende straffen uitgezeten o.a. drugsdelicten en diefstallen. Mo heeft een drugsverleden en is pas gestopt met Methadone te nemen. Tijdens de gesprekken met zijn vaste begeleider praat hij over zijn frustraties over het leven in groep en het huisreglement. Op een avond, tijdens het avondeten, ontstond er een discussie over de huisregels. Tijdens deze discussie begon Mo mij allerlei verwijten naar mijn hoofd te slingeren. Op een gegeven moment stond hij recht en dreigde met een bord naar mijn hoofd te gooien. Door mijn plaats aan tafel was er voor mij geen vluchtweg. Mijn collega is tussen beide gekomen en heeft Mo uit de groep genomen. Vanaf dit incident probeerde Mo mij te intimideren, schrik aan te jagen. Mo zegt tegen mijn collega’s dat hij denkt dat ik iets persoonlijk tegen hem heb: ‘altijd als Inge werkt, zijn er problemen’. Ik verneem via andere bewoners dat Mo ook de cliënten die ik in begeleiding heb probeert tegen mij op te zetten en zegt hen dat ze een andere begeleider moeten vragen. Op een avond wanneer ik het centrum verlaat, loopt Mo met mij mee naar buiten. Hij probeert mij te volgen tot aan mijn auto. Ik spreek hem hier op aan. Hij zegt: ‘ik doe toch helemaal niets’. Ik ben teruggekeerd naar de instelling en heb gewacht tot Mo niet meer in de buurt was om de instelling te verlaten. Dit was voor mij een situatie van instrumentele agressie. Mo test hoe ver hij kan gaan, de grens wordt verder en verder overschreden. Hij maakte gebruik van dreigementen en manipulaties en hij zette zijn eigen reputatie in de verf om angst aan te jagen. Het ging hier niet om een eenmalig incident: de druk werd systematisch opgevoerd via onderhuidse dreigementen.


  • Agressie vanuit ziektebeeld, medicatie, alcohol of drugs:

Deze agressie kan zich zowel uiten als frustratieagressie (blinde woede) of als functionele agressie (beredeneerde, koele woede).16”Onder invloed van alcohol of drugs kan het gemakkelijk komen tot agressief-gewelddadige uitingen of geweldpleging jegens anderen.”17 “Alcohol vertroebelt het waarnemings- en beoordelingsvermogen. (…) De mate waarin alcohol en drugs aanleiding kunnen geven tot geweldpleging hangt samen met de opwindingstoestand.”18 Als voorbeeld van agressie onder invloed van middelengebruik, zal ik een ander incident nemen dat ik in mijn stage ervaren heb:
Gwen had de nacht niet in de instelling doorgebracht. Op het team werd beslist het verblijf om die reden niet verder te zetten. Gwen kwam ’s avonds terug naar de instelling. Hij was duidelijk onder invloed. Hij sprak met een dubbele tong, stond niet meer recht op zijn benen. Mijn collega vroeg mij of ik aanwezig wou zijn bij het gesprek waar we de teambeslissing moesten overbrengen aan Gwen. We vertelden Gwen dat gezien hij de nacht niet doorgebracht had in de instelling hij spijtig genoeg niet langer kon verblijven in de instelling gezien hij de huisregels niet had gerespecteerd. Eerst bleef hij kalm. Plots ging hij volledig door het lint. Hij begon met zijn vuisten op het bureau te slaan. Hij tierde. Hij sloeg nog een aantal keren op het bureau. Hij gooide alle dossiers op de grond. Dan stapte hij naar mijn collega toe en greep hem vast. Dan kwam hij naar mij toe gestapt en riep: ‘heb je nog iets te zeggen…niets…’. Hij stond te roepen met zijn handen boven zijn hoofd. Hij greep het bureau vast en gooide het bureau om in mijn richting. Hij greep een tafelpoot en begon daarmee in het rond te zwaaien. Wanneer hij uitgeraasd was, ging hij naar zijn kamer om zijn roes uit te slapen. Uiteindelijk hebben we beroep moeten doen op de politie.
Ook mensen die mentaal in de war zijn of een psychische stoornis hebben vallen onder deze categorie. Hun waarnemingsvermogen is verstoord ze horen bijvoorbeeld stemmen, hebben hallucinaties wat maakt dat ze onvoorspelbaar kunnen reageren.19
Om te besluiten kunnen we dus stellen dat er in de literatuur een onderscheid gemaakt wordt in drie soorten agressie die medewerkers in de sociale sector het meest te zien krijgen. Het gaat dan over frustratie- en instrumentele agressie en agressie die ontstaat vanuit een ziektebeeld, als reactie op medicatie, alcohol of drugs.20
1.3 Uitingsvormen van agressie
We kunnen ook een ander onderscheid maken tussen de verschillende uitingen van agressie namelijk naar de vorm waarin agressie voorkomt. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen verbale, fysieke, psychische en seksuele agressie.


  • Verbale agressie:

Dit is agressie onder de vorm van verbale vijandigheden zoals schelden, beledigingen, verwijten, het uiten van bedreigingen,…


  • Fysieke agressie:

Dit is gewelddadig gedrag gericht tegenover anderen en gericht op het lichaam: slaan, schoppen, duwen, krabben,…


  • Agressie gericht tegen objecten:

Agressie die zich uit door vernieling van materiaal en eigendommen: meubilair vernielen, muren bekladden, brandstichting,…


  • Psychisch geweld:

“Psychisch geweld wil zeggen: de ander vernederen, belachelijk maken (…), kortom: een onaanvaardbare aantasting van het gevoel van eigenwaarde en de belemmering van de ontplooiingskansen van de ander.”21


  • Seksuele intimidatie:

“Staat voor het worden lastiggevallen met ongewenste, eenzijdig seksueel getinte aandacht, variërend van suggestieve opmerkingen en betasting tot aanranding en verkrachting alsmede pogingen daartoe.”22Bijvoorbeeld: seksueel getinte opmerkingen, obscene gebaren, uitkleden met de ogen, aanrakingen, verkrachting,…
Onbewust worden er grenzen verlegd, zowel in het geven van een compliment als het geven van een schouderklopje. Als sociaal werker alert blijven op je eigen grenzen en het feit dat deze niet overschreden worden. Als je vindt dat je grenzen overschreden worden, stel dit dan bespreekbaar. “Op het moment dat je merkt dat je dergelijke opmerkingen lastig vindt, omdat je niet weet wat je ermee moet of omdat ze in je gedachten blijven spoken, is ook weer het advies: maak het bespreekbaar! Wees duidelijk voor jezelf en de cliënt hoe je (…) met elkaar omgaat. Duidelijkheid is vooral te zeggen wat je wél wilt in plaats van wat je niet wilt.”23
Tot besluit kunnen we stellen: “Agressie komt voor in verschillende vormen: verbale (uitschelden, roepen,…), fysieke (slaan, stampen, met voorwerpen gooien,…), psychische (chanteren, provoceren, onder druk zetten,…) en seksuele agressie (ongewenste intimiteiten).”24Op mijn stageplaats werd ik al met alle vormen van geweld geconfronteerd: van verbaal tot fysiek geweld en zelfs seksuele intimidatie. In de volgende alinea ga ik op zoek naar factoren die agressief gedrag kunnen verklaren.

1.4 Verklaringen voor agressie en geweld
Zoals we later in hoofdstuk 2 zullen zien, kenmerkt crisishulpverlening zich door een ‘eclectische’ aanpak. Om effectief te kunnen omgaan met agressief gedrag van cliënten zal je ook inzicht moeten krijgen in de oorzaken van dit gedrag. In de psychologie onderscheidt men twee stromingen:

  1. De stroming die de nadruk legt op biologische aanleg en erfelijkheid: nature

  2. De stroming die de nadruk legt op invloeden uit het milieu, de directe leefomgeving van het opgroeiende kind en de samenleving: nurture.25

De voornaamste soorten verklaringen voor het bestaan van agressie en geweld zijn: de instincttheorie, de assertieve stimulatietheorie, de sociale of culturele leertheorie, de humanistische psychologie en de systeemtheoretische benadering.


We hebben gezien dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen frustratie- en instrumentele agressie. Dit onderscheid komt voort uit de verschillende verklaringen naar de oorzaken van agressief gedrag. De instincttheorie gaat uit van de veronderstelling dat agressie een behoefte is, zoals de behoefte aan slaap en de behoefte aan eten. Agressie wordt niet aangeleerd, maar is biologisch bepaald en onvermijdelijk.’26 De aversieve stimulatietheorie gaat er van uit dat onaangename of aversieve stimulatie het niveau van iemands fysiologische prikkeling (de bloeddruk, hartslag, adrenalinestroom, enzovoort) verhoogt. Agressie wordt gezien als slechts een van de vele reacties die ontworpen zijn om de bron van onaangename prikkeling uit te roeien.27 “De frustratie-agressiehypothese is een specifiek voorbeeld van de aversieve stimulatietheorie.”28 “Volgens deze hypothese komt een gevoel van frustratie op als een persoon, om welke reden dan ook, er niet in slaagt zijn doelen te bereiken.”29 De humanistische psychologie stelt dat de mens een aangeboren, sterke behoefte heeft aan zelfactualisatie, dat wil zeggen het ontwikkelen van creatieve mogelijkheden, talenten, kennis en vaardigheden. Volgens de behoeftepiramide van Maslow is het gevoel van veiligheid een grote behoefte voor mensen. Wanneer in de basisbehoeften niet is voorzien, blokkeert de groei en kan men de volgende behoefte in de hiërarchie niet vervullen. Frustratie en agressie kunnen dan een gevolg zijn.30
Zelfrealisatie

Waardering en erkenning

Acceptatie, contact en affectieve relaties

Veiligheid, maatschappelijke zekerheid, geborgenheid



Primaire en fysiologische behoeften
De sociale of culturele leertheorie daarentegen gaat ervan uit dat alle gedrag is aangeleerd. Wij worden geconditioneerd door onze omgeving. Door beloning en straf ‘leren’ wij gevoelens, reflexen en gedragingen aan en af dus ook agressief gedrag is aangeleerd.31Agressief gedrag is zoals andere, aangeleerd. “Een van de voordelen van de leertheorie van agressie en geweld is dat deze het bestaan van culturele en subculturele verschillen in de hoeveelheid en de vorm van geweld die tot uiting komt, kan verklaren.”32
Agressie als systeemtheoretisch fenomeen stelt dat iedere vorm van interactie gepaard gaat met het uitwisselen van boodschappen, verbaal of non-verbaal. In de systeemtheorie maakt Watzlawick duidelijk dat communicatie een circulair proces is, waarbij oorzaak en gevolg geen vaststaande punten zijn. In deze visie wordt de schuldvraag van ondergeschikt belang.33 Agressief gedrag is, hoe vervelend of storend het ook is, betekenisvol gedrag. Er is een belangrijk onderscheid tussen de bedoeling die iemand met zijn agressief gedrag heeft en het effect dat het gedrag heeft op iemand anders. Mensen kunnen niet ‘niet-communiceren’, ze beïnvloeden elkaar altijd.
We kunnen verschillende verklaringen terugvinden voor agressief gedrag. De ene legt het accent op biologische factoren, de ander op omgevingsfactoren. We kunnen ook zien dat het onderscheid tussen frustratie- en instrumentele agressie uit de verschillende verklaringen van agressief gedrag voort komt. In de volgende alinea wil ik nagaan of agressie van cliënten een probleem vormt voor maatschappelijk werkers.

1.5 Hulpverleners en geweld
De vraag die ik mij in deze paragraaf zal stellen is: hoe vaak komt agressie nu voor bij maatschappelijk werkers en meer specifiek: zij die in een crisisopvangcentrum werken? Is er wel een probleem met agressie van cliënten naar maatschappelijk werkers toe?
“In heel wat sectoren krijgen werknemers te maken met vormen van externe en interne agressie. Hieronder een aantal percentages (Arbobalans, 2005) . De vijf hoogst scorende sectoren zijn rood gedrukt. Opvallend is dat de sectoren vervoer, horeca en openbaar bestuur zowel qua interne agressie (pesten) als qua externe agressie (klanten) hoog scoren.”34 De gezondheidszorg en welzijnssector staan het hoogst gerangschikt wat betreft externe agressie-incidenten.


Sector

Externe agressie 35

Interne agressie

gezondheidszorg/ welzijnszorg

47%

16%

Horeca

36%

21%

openbaar bestuur

33%

23%

onderwijs

32%

17%

vervoer en communicatie

28%

26%

Handel

28%

20%

landbouw en visserij

14%

21%

industrie

12%

25%

bouwnijverheid

14%

20%

zakelijke dienstverlening

20%

20%

Er zijn verschillende initiatieven die agressie binnen de welzijnssector in kaart trachten te brengen: een BBTK-enquête, een onderzoek van KHLim en EHSAL. Agressie in de non-profitsector is geen klein verwaarloosbaar probleem, dat blijkt uit cijfers van een enquête, gehouden door de Bond van Bedienden, Technici en Kaders (BBTK). Het BBTK bevroeg 268 werknemers uit opvoedings- en huisvestingsinstellingen, voornamelijk opvoeders en begeleiders in de residentiële gehandicaptenzorg en in de bijzondere jeugdzorg, van het Vlaamse Gewest. 93.2% van de mannen en 86,1% van de vrouwen heeft al te maken gehad met agressie, in meer dan de helft van de gevallen zowel verbaal als fysiek. Ruim eenderde hield aan het incident een letsel of werkonbekwaamheid over.36 Over geweldincidenten bij personeelsleden van crisisopvangcentra heb ik geen gegevens gevonden.


In september 2005 zijn de KHLim en EHSAL een driejarig onderzoeksproject gestart rond agressie-incidenten in de welzijnssector. Het onderzoek concentreert zich op agressie-incidenten binnen het residentiële werkveld van de Bijzondere Jeugdbijstand.37 Dit onderzoek loopt nog en resultaten zijn er dus nog niet bekend.
We zien dat er heel weinig cijfers bestaan over het voorkomen van agressie-incidenten binnen de welzijnssector. Agressiecijfers in verband met crisisopvang zijn naar mijn weten onbestaande. Om deze reden vond ik het interessant om op mijn stageplaats na gegaan te gaan hoeveel geweldincidenten er zich hadden voorgedaan in het referentiejaar 2006. Ik wil er wel op wijzen dat het hier gaat over geregistreerde geweldincidenten van cliënten die verblijven binnen de residentiële crisisopvang. Dit wil zeggen dat verbale agressie bij telefonische aanmelding of hulpvragen hier niet ingerekend werden om de eenvoudige reden dat over deze incidenten geen enkele informatie wordt bijgehouden. Ook agressie van cliënten onderling laten we hier buiten beschouwing. Als hulpverlener kunnen ook dit soort incidenten als bedreigend ervaren worden maar ze vallen buiten deze scriptie. In totaal hebben er zich in 2006 49 geweldincidenten voorgedaan. Dat lijkt niet zo heel veel maar is wel ongeveer een gemiddelde van één incident per week. De maanden februari en oktober waren uitschieters met respectievelijk 10 en 9 incidenten. Het aantal incidenten fluctueert opmerkelijk van maand tot maand.

Uit verschillende onderzoeken en eigen gegevens blijkt dat agressie van cliënten tegenover hulpverleners geen verwaarloosbaar probleem is. Verschillende initiatieven proberen het aantal geweldincidenten in kaart te brengen maar richten zich elk op een ander segment binnen de welzijnssector: sociale dienst, bijzondere jeugdbijstand en residentiële gehandicaptenzorg. Het is dus moeilijk een algemeen beeld te schetsen. Ook heb ik geen specifieke onderzoeken of cijfers kunnen vinden over agressie-incidenten in crisisopvangcentra.



1.6 Besluit
Als maatschappelijk werker is het van belang een zicht te hebben op de agressie waarmee je te maken krijgt. De aanpak is verschillend naargelang je te maken krijgt met verbaal of fysiek geweld, met agressie uit frustratie dan wel instrumentele agressie. In hoofdstuk drie zullen we hier op terug komen. Er zijn verschillende stromingen die verklaringen naar voorschuiven naar oorzaken van agressief gedrag. De invalshoek verschilt naargelang stroming die de nadruk legt op biologische aanleg en erfelijkheid (nature) dan wel op invloeden uit het milieu (nurture). Crisisopvang werkt op een eclectische wijze waardoor het belangrijk is om kennis te hebben van deze verschillende theorieën. Hier zullen we in hoofdstuk 2 verder op ingaan. Agressiecijfers in verband met crisisopvang zijn naar mijn weten onbestaande. Wel is er onderzoek gedaan met betrekking tot de bijzondere jeugdzorg en de residentiële gehandicaptenzorg. Volgens Nederlands cijfermateriaal staat de welzijns- en gezondheidssector aan de top voor wat betreft agressie door cliënten.
In hoofdstuk 2 wil ik onderzoeken welke factoren die aanwezig zijn binnen crisishulpverlening agressieverhogend werken en welke agressieverminderend werken.

Hoofdstuk 2: Crisisopvang en geweld
In het eerste hoofdstuk hebben we gezien dat de gezondheids- en welzijnszorg aan de top staan met betrekking tot externe agressie. In dit hoofdstuk wil ik bekijken of er specifieke factoren binnen deze sectoren zijn die dit kunnen verklaren. Ondanks het feit dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende instellingen die werkzaam zijn in de gezondheids- en welzijnssector (bijv. ziekenhuizen, rusthuizen, onthaaltehuizen,…), zijn er ook veel overeenkomsten. Het werk in deze organisaties bestaat over het algemeen uit: het verstrekken van informatie, het inwinnen van informatie, het invullen van formulieren, het doorverwijzen van cliënten.38
Daarnaast wil ik ook de specifieke kenmerken van crisishulpverlening bekijken in relatie met het voorkomen van geweldincidenten. “Of agressie zich al dan niet voordoet, hangt af van verschillende factoren die vervolgens op elkaar ingrijpen, elkaar afzwakken of versterken.”39 Agressie staat niet op zichzelf: “Leren omgaan met agressie is kijken naar het geheel. (…) Er zijn drie actoren in het spel: de dader, het slachtoffer en de context. De context is de structuur waarin zowel de agressor als het slachtoffer functioneren. Voorbeelden van structuur zijn de regels en afspraken, de accommodatie, de werking van het team, de cultuur,…”40 Agressierisico’s hangen nauw samen met de aard van het werk. Het is belangrijk dat medewerkers zich bewust zijn van de risicofactoren van hun werk. Daarbij denken we aan:


    • De risicofactoren van de organisatie

    • De risicofactoren van een team

    • De risicofactoren van taken en handelingen

    • De risicofactoren van het slachtoffer

    • De risicofactoren van de cliënt41

Op elk van deze niveau’s zullen we in dit hoofdstuk de risicofactoren en de preventieve factoren voor geweldincidenten bekijken.


1   2   3   4   5   6   7

  • Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1: Geweld 4
  • Hoofdstuk 2: Crisisopvang en geweld 12
  • Hoofdstuk 3: Omgaan met agressie 24
  • 1.1 Begripsbepaling: agressie, geweld, grensoverschrijdend gedrag: definities
  • Agressie is grensoverschrijdend gedrag dat bewust of onbewust schade toe brengt aan personen, zichzelf en of de materiële omgeving
  • 1.3 Uitingsvormen van agressie
  • 1.4 Verklaringen voor agressie en geweld
  • 1.5 Hulpverleners en geweld
  • Sector Externe agressie 35 Interne agressie
  • Hoofdstuk 2: Crisisopvang en geweld

  • Dovnload 0.84 Mb.