Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Arteveldehogeschool

Dovnload 0.84 Mb.

Arteveldehogeschool



Pagina5/7
Datum05.12.2018
Grootte0.84 Mb.

Dovnload 0.84 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

ZORG VOOR DE ANDER Bron: Van Den Abeele, p. 72
Prein (2001) onderscheidt vier conflicthanteringstijlen naargelang de grondslag voor het handelen ligt in ‘de zorg voor de relatie met anderen’ of ‘de zorg voor eigen doelen/belangen’. De vier conflicthanteringstijlen zijn volgens Prein: Forceren (zich laten gelden), confronteren (aanpakken), ontlopen (zich afzijdig houden) en toedekken (erkenning geven). Bij forceren gaat het om een assertieve manier van optreden. Het belangrijkste is de eigen belangen door te drukken. Dit kan gebeuren door middel van machtsvertoon: de ander onder druk zetten, dreigen met sancties, bekritiseren,… Bij confronteren gaat het om het nastreven van de eigen doelen als het goed houden van de relatie met de ander. Men probeert onderlinge misverstanden op te helderen, negatieve emoties te bespreken, tegenstellingen duidelijk te krijgen,… Belangrijk is om de zaak uit te praten. Bij ontlopen gaat het om een manier van reageren waarbij er weinig zorg voor de ander is en die weinig assertief is. Men keert zich niet tegen de ander maar cijfert zichzelf ook niet weg. Men ‘vergeet’ wat men zelf wil. Men vermijdt openlijke conflicten. Deze houding wordt vaak aangenomen in situaties waar men zich machteloos voelt. Het ontlopen van conflicten kan functioneel zijn, bijvoorbeeld als men zich op dat moment niet sterk genoeg voelt, te moe is of een gunstiger moment wil afwachten. Bij toedekken gaat het vooral om de relatie goed te houden. Men zal vooral proberen om het ontstaan van conflicten te voorkomen. Dit kan door het kwetsen en frustreren van de ander tegen te gaan, onderlinge verschillen te verdoezelen, het gemeenschappelijke te benadrukken, de gemoederen tot bedaren proberen te brengen,…Mijn eigen conflicthanteringstijl is ‘confronteren’. Dit wil zeggen dat ik opkom voor mijn eigen belangen zonder de relatie met de ander uit het oog te verliezen. Het gevaar van deze strategie ligt erin dat je problemen blijft oplossen. Er is altijd wel iets om uit te praten.87 In bijlage kan je een oefening vinden om je eigen conflicthanteringstrategie te bepalen. Er zijn ook verschillende websites waar je deze oefening kan doen bijvoorbeeld op www.fractal.org/bewustzijns-Besturings-Model/vragenlijsten/Vragenlijst-Conflicth.htm en http://pols.sn.nl.
Samengevat kunnen we stellen dat: Professioneel en systematisch handelen betekent dus dat de hulpverlener zich bewust is van zijn persoonlijke stijl en manier van werken (eerder sturend, confronterend, overtuigend, luisterend, ontvankelijk, afwachtend, fungeren als klankbord,…).88

3.1.2 Inzicht in de opbouw van agressie
Als maatschappelijk werker vind ik het ook belangrijk om te weten hoe agressie zich opbouwt. “Door inzicht te hebben in het proces dat aan de uiting van agressie voorafgaat, is het misschien mogelijk preventief te handelen. Het biedt namelijk aangrijpingspunten waarop ingegaan kan worden.”89In een bedreigende situatie wordt het lichaam klaargemaakt om te vechten of te vluchten. Dit uit zich in lichamelijke veranderingen zoals: verhoging van de hartslag, zweten, snelle en oppervlakkige ademhaling.”Als je weet wat stressreacties zijn, kun je ze bij jezelf en anderen herkennen. Hierdoor zul je in staat zijn om professioneel te reageren in stresssituaties.”90Wanneer je geconfronteerd wordt met een bedreigende situatie, kunnen er afhankelijk van de situatie, de mate van bedreiging en je persoonlijkheid drie reacties optreden:


  • Vechten

  • Vluchten

  • Bevriezen91

Onder vechten verstaan we vijandig gedrag dat gericht is op het versterken van de eigen positie ten koste van die van de ander. Door gebruik te maken van macht en agressie wordt de positie van de ander ondermijnd. Onder vluchten verstaan we het vermijden van situaties of personen uit angst. 92 Wanneer zowel vechten als vluchten niet mogelijk zijn in een bepaalde situatie, treedt er een bevriezingsreactie op. Omdat actie geblokkeerd wordt, terwijl je lichaam en geest klaar zijn voor actie, treedt er een bevriezingsreactie op.93


Om de aaneenschakeling van gebeurtenissen tijdens een aanval te kunnen begrijpen, is het nuttig je bewust te zijn van de lichamelijke veranderingen die hiermee gepaard gaan. Agressie gaat altijd gepaard met fysiologische veranderingen, bij zowel de aanvaller als degene die wordt aangevallen.94 “Als je deze veranderingen in jezelf voelt, let er dan op. Je lichaam vertelt je waar je bang voor bent. Angst is informatie die je moet gebruiken.”95
“Als er gevaar of bedreiging wordt waargenomen, worden de bijnieren door de hypothalamus aangezet om een chemische stof in de bloedsomloop af te scheiden die adrenaline wordt genoemd. Dit hormoon heeft de volgende effecten:


  • Er komt glucose vrij, waardoor de spieren efficiënter kunnen werken

  • De ademhaling versnelt, waardoor zuurstof glucose in energie kan omzetten

  • Het hart gaat sneller kloppen om extra zuurstof in het bloed naar de spieren te sturen, en de bloeddruk wordt hoger

  • Ter compensatie wordt bloed aan het spijsverteringsstelsel onttrokken waardoor symptomen van misselijkheid en een droge mond ontstaan

  • De spieren spannen zich op om in actie te komen

  • Er doen zich veranderingen in de huid voor, door transpiratie koelt het lichaam af, het gezicht kan bleker worden wanneer het bloed naar de spieren wordt geleid

  • De pupillen verwijden zich om het zicht te verbeteren”96

“Als het gevaar eenmaal geweken is, scheiden de bijnieren een ander hormoon af dat noradrenaline wordt genoemd. Dit dient ertoe de effecten van de adrenaline tegen te gaan. Het (…) laat vaak nawerkingen na, zoals:




  • Een gevoel van leegheid en desoriëntatie

  • Gevoelens van neerslachtigheid en gebrek aan vitaliteit

  • Een gevoel van anti-climax

  • Lichte verwarring

  • Hoofdpijn

  • Lichamelijke zwakheid”97

Samengevat kunnen we stellen dat in een bedreigende situatie ons lichaam fysiologische veranderingen ondergaat. Zowel bij de dader als het slachtoffer treden deze lichamelijke veranderingen op. Deze lichamelijke informatie kunnen we gebruiken om zo vroeg mogelijk in te grijpen in de aanvalscyclus.




3.1.3 De aanvalscyclus
Breakwell (2000) beschrijft een patroon in agressief gedrag en onderscheidt vijf fasen in een aanvalscyclus. De vijf fasen zijn te onderscheiden door op de non-verbale en verbale veranderingen in het gedrag van de cliënt te letten. Belangrijk is aan de hand van deze fasen inzicht te krijgen in welke interventies op welk moment (nog) mogelijk zijn. De vijf fasen in een aanval die we kunnen onderscheiden zijn: de opstartfase, de escalatiefase, de crisisfase, de afbouwfase en de post-crisisfase.98
De opstartfase of de reactiefase:

We hebben al gezien in vorige hoofdstukken dat er allerlei aanleidingen zijn tot geweldincidenten: slecht nieuws, alcoholgebruik, frustratie,… het is moeilijk te voorspellen wat net de aanleiding zal zijn tot een agressie-incident. Het is meestal een gelijktijdig voorkomen van een aantal factoren.



Bron: Breakwell, p. 54


Wanneer je een cliënt minder goed kent, kan je gemakkelijk voorbij gaan aan de eerste waarschuwingssignalen die kunnen leiden tot agressief gedrag. Wanneer je een cliënt beter kent, kan je aan de veranderende sfeer of uitstraling voelen dat er iets aan de hand is.99 In de opstartfase is er verschuiving in het normale gedrag van de cliënt. “Deze veranderingen in het gedrag kunnen zowel verbaal als non-verbaal zijn; bijvoorbeeld als iemand niet wil gaan zitten, of als je niet de gelegenheid krijgt je zinnen af te maken, als al iemand antwoord geeft voor je bent uitgesproken, als iemand geen oogcontact maakt, enz. Hoe minder goed je de betreffende persoon kent, hoe gemakkelijker je in een vroege fase voorbij kunt gaan aan deze waarschuwingstekens.”100 Wanneer je de eerste waarschuwingssignalen herkent, kan je de situatie nog ombuigen.
1   2   3   4   5   6   7

  • 3.1.2 Inzicht in de opbouw van agressie
  • 3.1.3 De aanvalscyclus
  • De opstartfase of de reactiefase

  • Dovnload 0.84 Mb.