Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Autotrip Ieper/Normandië 16 juli 2007 Eerste Slag om Ieper

Dovnload 219.75 Kb.

Autotrip Ieper/Normandië 16 juli 2007 Eerste Slag om Ieper



Pagina1/2
Datum02.08.2017
Grootte219.75 Kb.

Dovnload 219.75 Kb.
  1   2

Autotrip
Ieper/Normandië
16 juli 2007

Eerste Slag om Ieper


De Slag om Langemark luidt op 21 oktober 1914 het begin van de Eerste Slag om Ieper in. Het 26e Duitse reservekorps staat opgesteld tussen Poelkapelle en Zonnebeke tegenover de Britse en Franse troepen in Langemark en Boezinge. Het Duitse korps bestaat voornamelijk uit vrijwillige studenten, zonder enige militaire opleiding. Het Britse korps bestaat uit doorgewinterde beroepssoldaten, de zogenaamde Schotse Rifle Men. Om 6:00 uur vallen de Duitse soldaten aan, maar worden letterlijk afgemaakt door de Britten. Volgens de legende gebeurt dit onder het zingen van "Deutschland, Deutschland über alles". Dit harnekkige verhaal berust echter niet op werkelijkheid. Niet in de laatste plaats omdat dit lied totaal geen marslied is. De Duitsers houden dit vier dagen vol, winnen geen meter grond, en verliezen bijna al hun manschappen.

Het Duitse 16e Beierse reserveinfanterieregiment, waarbij Adolf Hitler dient, doet op 29 oktober 1914 een tweede poging door te breken nabij Geluveld. Na drie dagen moeten ze de gevechten staken. Op 31 oktober 1914 veroveren ze Geluveld wel maar verliezen daarbij meer dan de helft van hun manschappen. De volgende dag nemen ze Wijtschate in, maar verliezen Geluveld aan de Britten.

Op 11 november 1914 vallen de Duitsers opnieuw Ieper aan via Menen. Ze zijn met hun 18.000 manschappen duidelijk in de meerderheid, maar kunnen de 8000 Britten die hun de toegang ontzeggen niet verslaan.

De volgende dag valt de eerste sneeuw over het front wat voor een adempauze zorgt. De manschappen graven zich in en bereiden zich voor op de komende winter.

Het Duitse oppercommando besluit op 22 november 1914 het offensief te staken. Ze schieten wel eerst de stad aan flarden, maar kunnen ze niet uit handen van de Britten krijgen.

De Eerste Slag om Ieper is gestreden.



Hill 60, een bebost heuveltje nabij Ieper, wordt op 10 december 1914 toch nog door de Duitsers ingenomen. Door deze uitkijkpost kunnen ze de Britse en Franse troepenbewegingen in de gaten houden. Tijdens de volgende jaren zal dit een belangrijk voordeel blijken te zijn.

Tweede Slag om Ieper

Op 17 april 1915 werden zware mijnladingen onder de Duitse stellingen op Hill 60 tot ontploffing gebracht. Sinds de Duitse inname van de heuvel op 10 december 1914 groef de British Expeditionary Force, 24 à 30 m onder de heuvel, gangen die ze vulden met zware mijnladingen en dieptebommen. Na de ontploffing bestormden Britse en Franse troepen de Duitsers en namen de heuvel opnieuw in. Na deze ontploffingen kwamen er eigenaardige gassen vrij en ontdekten de Britten eigenaardige

In de buurt van Steenstrate (nabij Houthulst) worden op 22 april 1915 Frans-Algerijnse troepen bestookt met granaten. Even later zien de Canadese soldaten pijpen boven de Duitse loopgraven uitsteken, maar ze negeren dit vreemde schouwspel. Zelfs aan de waarschuwing van een overgelopen Duitse soldaat, enkele dagen voordien, van een mogelijke aanval met gas, werd nauwelijks aandacht gegeven.

Pas om 17.00 u in de namiddag zien ze een geelgroene nevel op zich afkomen. De Duitsers hebben 5730 gasflessen met chloorgas opengedraaid. De Franse troepen, territoriale Zouaven, worden meteen bevangen door het gas, zodat er een groot gat van 6 km ontstaat in het front. De Canadezen proberen het gat te dichten, maar ook zij komen in de gaswolken terecht en verliezen meer dan 2000 manschappen.

Om 18.00 uur is Langemark veroverd en de Duitsers rukken op naar "Kitchener's Wood", het bos ten zuidwesten van St-Juliaan, dat bezet wordt door de Canadese 1° divisie. Deze improviseren, met zakdoeken natgemaakt met water of urine, tegen het gifgas en voorkomen zo op 24 april 1915 een grote Duitse doorbraak.

De Duitsers hadden echter het succes van hun acties onderschat en hadden weinig of geen ondersteuning voorzien voor een verdere doorbraak. De Duitse aanvallen worden dus, bij gebrek aan ondersteuning, tijdelijk gestaakt, maar begin mei 1915 moeten de Britten hun stellingen op Hill 60 terug vrijgeven na hevige gifgasaanvallen door de Duitsers. De Duitsers kunnen tot de oostelijke rand van Hill 62 doorbreken.

Op 6 mei 1915 wordt generaal sir Horace Smith-Dorrien, de bevelhebber van het Britse 2e leger ontslagen en vervangen door generaal Herbert Plumer. Hij wou een tactische terugtrekking invoeren om de druk op de Ieperboog te verminderen, maar dit was geheel tegen de wil van veldmaarschalk sir John French. Deze laatste beveelt meteen verdere tegenaanvallen.

De Duitsers veroveren op 8 mei 1915 de Frezenberg en houden daar stand. Op 24 mei 1915 doen ze een uitval naar de heuvelrug van Bellewaerde, maar door de Britse tegenaanvallen is het succes daar niet zo groot als verwacht.

Uiteindelijk valt het offensief op 25 mei 1915 stil. De verliezen zijn groot: de Britten verloren 58.000 manschappen, de Fransen zo'n 10.000. Meer dan 100.000 Duitse soldaten sneuvelden of raakten gewond.

Uiteindelijk trokken de Britten zich toch terug, zoals sir Horace Smith-Dorrien voordien voorgesteld had. Zo werd de Apex in de Ypres Salient, zoals de Ieperboog werd genoemd, afgezwakt.



Derde Slag om Ieper

De Derde Slag om Ieper (ook bekend als De Slag om Passendale, internationaal als Passchendaele gekend) was een grote veldslag in 1917 in de Eerste Wereldoorlog, bevochten door Britse, ANZAC en Canadese troepen tegen het Duitse leger.

Op 31 juli 1917 begint de Britse veldmaarschalk sir Douglas Haig met zijn Derde Slag om Ieper om de Duitsers de genadestoot toe te brengen.

Zijn plannen, die hij ondanks tegenwerking van de Britse premier David Lloyd George weet door te zetten, zijn het Duitse 4° leger van generaal Sixt von Arnim ten val te brengen, langs de kust op te rukken en noordwaarts richting Oostende en Zeebrugge te trekken om de havens, en in die tijd de gevaarlijkste Duitse onderzeebootbases, te heroveren. Daarvoor laat hij het Britse 5° leger van generaal sir Hubert Gough in de richting van Pilkem aanvallen over de ietwat hogere waterscheiding, in het noordwesten gesteund door het Franse 1° leger van generaal François Anthoine en in het zuiden door het Britse 2° leger van generaal Herbert Plumer. Voor het eerst doen tanks mee in een groot aantal: 216 van het Mark IV type. De Duitsers zijn op de hoogte van de plannen en hebben een grote hoeveelheid artillerie en reserves bij de frontsector samengetrokken. Ze leggen zes hoofdweerstandslijnen aan met een totale diepte van tien kilometer. Omdat bij de Fransen door het mislukken van het voorjaarsoffensief van generaal Robert Nivelle het moreel is gebroken, zijn ze niet in staat de Britten effectief te ondersteunen. Daardoor hebben de geallieerden niet het numerieke overwicht dat nodig is voor een doorbraak.

Door de aanhoudende regen, die precies op 31 juli begint, heeft reeds de volgende dag iedereen de hoop al opgegeven. De Britse artilleriebombardementen door 3019 kanonnen hebben de afwatering verstoord, maar de meeste Duitse kazematten zijn nog intact. Men raakt nergens vooruit door de modder en op 2 augustus 1917, na een opmars van maximaal twee kilometer, ligt het offensief stil. Duitse tegenaanvallen drijven de Britten weer ten dele terug. Pas op 16 augustus 1917 wordt de opmars hervat en het Britse 5° leger valt meer naar het noorden Langemark aan maar stuit op een koppige verdediging. Die maand belopen de verliezen aan doden en gewonden ongeveer 75.000 geallieerden en 50.000 Duitsers. De Britse pers wordt eerst wijsgemaakt dat een grote overwinning is behaald; als door de vele gewonden die naar de Britse hospitalen worden vervoerd de mislukking niet langer te verbergen valt, stort het moreel aan het thuisfront ineen.

Een maand later, na een gevechtspauze terwijl een periode van warm weer de grond doet opdrogen, verschuift het offensief op 22 september 1917 weer zuidwaarts en valt nu het Britse 2° leger van generaal sir Herbert Plumer aan op de heuvelrug ten oosten van Ieper. Hij kiest voor een methodische aanval over een smal front, begeleid door gordijnvuur. De concentratie aan manschappen en artillerie is zo groot dat de voorste Duitse linie weggevaagd wordt. Tot 25 september 1917 strijdt hij zo bij de steenweg Ieper-Menen. Beide zijden verliezen zo'n 20.000 man. De verliesverhouding is voor de Britten dus verbeterd, maar de terreinwinst is maar 1000 meter. Op 26 september 1917 is het Polygoonbos aan de beurt: 17.000 man verliezen en hij eindigt op 4 oktober 1917 bij Broodseinde: 26.000 man. De Duitse verliezen zijn even groot. Ondertussen raakt het Duitse opperbevel sterk verontrust. Omdat het artillerievuur alle Duitse eenheden uitdunt, die nu verdicht zijn in de laatste weerstandlinies, heeft het Duitse leger in Vlaanderen in feite de helft van zijn gevechtskracht verloren, doordat de divisies hun samenhang verliezen als zelfs bij de kleinste eenheden nog een derde van de manschappen is uitgeschakeld. Men overweegt terug te trekken en er wordt besloten de laatste linies niet meer ten koste van alles te heroveren.

Haig op zijn beurt ruikt de overwinning en zet alles op alles om vóór de winter tot een doorbraak te komen. In de tweede week van oktober, een week eerder dan normaal, breekt het rustige herfstweer echter en voortdurende slagregens maken het terrein volledig onbegaanbaar. De offensieven worden echter niet afgelast. De omstandigheden waaronder nu gevochten moet worden behoren tot de slechtste uit de wereldgeschiedenis. Generaals aan beide zijden beschrijven het als een hel op aarde. De helft van het terrein bestaat nu uit modder waar men slechts kan lopen door plankierwegen aan te leggen; de andere helft is water waarin duizenden halfvergane lijken ronddrijven. Gewonden zijn reddeloos verloren en zakken in het slijk weg.

Tot 9 oktober 1917 is het de beurt aan de Australiërs. Zij vallen bij Tyne Cot aan, boeken geen noemenswaardige vooruitgang ondanks een verlies van 13.000 man, maar veroveren er toch de Duitse frontlinie.

Veldmaarschalk Haig blijft vastbesloten bij Ieper een doorbraak uit te voeren. Op 12 oktober 1917 valt hij Passendale aan, maar zonder succes. Opnieuw verliest men zo'n 13.000 man. Omdat er geen vooruitgang wordt geboekt, blijven duizenden gewonden stervend achter in het niemandsland. Op 14 oktober staan de Duitsers toe dat lijken en gewonden geruimd worden. Op 26 oktober 1917 proberen de Canadese korpsen het opnieuw maar hun opmars is traag door de modder en het Duitse gifgas.

Op 6 november 1917 lijkt er aan de Derde Slag om Ieper een eind te komen als Passendale, op dat moment niet meer dan een rode vlek in de modder, valt. De volgende dag bezoekt voor het eerst een stafofficier, luitenant-generaal Launcelot Kiggell, in een auto het front. Hij barst in tranen uit en mompelt: Good God, did we really send men to fight in that? Hij krijgt als antwoord: It's worse further up on....

De totale Britse verliezen aan het Westelijk Front tussen 31 juli en 1 december bedragen 448.614 man aan doden, gewonden, zieken, deserteurs, vermisten en krijgsgevangenen, 244.897 daarvan aan de frontsector van het offensief, de zieken en deserteurs niet meegerekend. In aanmerking nemend dat zelfs bij een puur verdedigende opstelling ook zo'n 50.000 man door artillerievuur uitgeschakeld zouden zijn, moet men de extra verliezen door het offensief op een kleine tweehonderdduizend man stellen, een derde daarvan gesneuveld. De totale Duitse verliezen in Vlaanderen gedurende dezelfde periode bedragen 270.710 man. Bij de Fransen vallen ongeveer 8500 doden, de overige verliezen zijn niet bekend. De totale verliezen door dit offensief aan beide zijden bij elkaar optellend komen we aan ruwweg 450.000 man. Dit is een overweldigend aantal slachtoffers in verhouding tot de slechts acht kilometer die het front verschoven is, maar helaas geen uitzondering in deze oorlog.

Sir Douglas Haig krijgt de schuld omdat hij niet de gewenste doorbraak kon forceren. Hij dacht dat de Duitse troepen op instorten stonden en wilde daarom niet opgeven. Hij blijft echter aan als Brits opperbevelhebber in Frankrijk. De slag heeft zijn hoofddoel bereikt om een belangrijk deel van het Duitse leger door de Britse artillerie uit te schakelen. In aanmerking nemend dat zonder kanonvuur de normale verliesratio in deze omstandigheden ongeveer één op tien zou geweest zijn, is het succes van de Britse artillerie inderdaad opmerkelijk. Het was eigenlijk een geplande uitputtingsslag, waarbij de optimistische doelstellingen van Haig maar een voorwendsel waren om de onwillige politici over te halen. Desalniettemin geldt de slag tegenwoordig, meer nog dan de Slag om de Somme, als hét voorbeeld van een zinloze aanval.

De Slag is gestreden op 10 november 1917. Behalve het uitputten van het Duitse leger heeft de slag vooral negatieve effecten aan de zijde van de Entente. De nu gevormde saillant bij Passendale is eigenlijk onverdedigbaar en de Canadezen die haar gedurende de winter desalniettemin houden, lijden daarbij verschrikkelijke verliezen door Duits vuur. Doordat de meeste reserves verbruikt zijn, kan Haig op 20 november het succes van de tanks in de Slag om Kamerijk niet uitbuiten. De politici zijn door walging over de slachting vervuld en weigeren versterkingen naar het front in Vlaanderen te sturen. Daardoor is het Britse leger erg kwetsbaar bij het Duitse voorjaarsoffensief. April 1918 gaat alle terreinwinst weer in korte tijd verloren in de Vierde Slag om Ieper.

Haig staat tegenwoordig bekend als Butcher Haig: Haig de Slachter. Toch zijn er veel schrijvers geweest die zijn optreden verdedigd hebben.


Vierde Slag om Ieper

Op 1 maart 1918 bezet het 2e Beierse R.I.R., van generaal-majoor von Dittelberger, Diksmuide. Als oefening voor het Duits lenteoffensief dat gepland wordt op Loos-Armentiers door de 1e Beierse Reservedivisie lijkt het de Duitsers nuttig Diksmuide aan te vallen. De Vierde Slag om Ieper is gepland voor 18 maart 1918.

Het probleem voor Duitsers is de vraag hoe ze de IJzer moeten oversteken die op dat punt zo'n 12 m breed is. Ze verzamelen in het Handzame-Kanaal een kleine vloot pramen om het materiaal via het kanaal en dan over de rivier te brengen. Anderen bouwen loopbruggen van planken en vlotters, geholpen door patrouilleboten.

Omdat dit alles onder de ogen van de geallieerden moet gebeuren, zorgt de Duitse artillerie ervoor de vijand in de loopgraven te houden onder leiding van Res-Hauptmann Gombart en Res-Luitenant Eschenbach.

Enkele weken later, op 18 maart 1918, begint de raid op Diksmuide.'s Morgens vroeg, rond 03:00 uur zijn de Duitsers klaar voor de aanval. 45 minuten later openen ze het vuur en schieten ze tot 05:00 uur gasgranaten naar de overzijde. Om 03:50 uur wordt er bij de geallieerden gasalarm geslagen en beschieten ze tot 07:00 uur de Duitse stellingen. Duitse kanonnen en mortieren vuren vanaf 05:40 uur op de geallieerden en even later, om 05:52 uur, beginnen ze ook met machinegeweren te schieten. De Duitse aanvalscolonne maakt zich klaar. Enkele minuten later wordt het mortiervuur naar voor gelegd als afsluitingsvuur voor de oprukkende Duitsers. Ze steken de IJzer over onder constante beschietingen van de geallieerden.

Enkele dagen later, op 21 maart 1918 breekt de hel los over het gehele Westfront. De Duitse generaal Ludendorff voert overal bliksemaanvallen om door de geallieerde linies te breken.

Op 12 april 1918 slaan de Duitsers een bres in de Britse linie van ongeveer 48 km, ten zuidwesten van Ieper, nabij Hazebroek. Veldmaarschalk sir Douglas Haig geeft de Britten de opdracht zich niet terug te trekken en het Britse verzet verdedigt zich uit alle macht. Onder leiding van generaal Plumer lukt het hen de Duitsers tot staan te brengen langs de Leie op 17 april 1918 en de Duitse poging de Noord-Franse havens te bereiken is mislukt.

De slachting bij de Kemmelberg begint in de ochtend van 25 april 1918. De hele nacht hebben de Duitsers gasgranaten afgevuurd op de geallieerden, terwijl de Fransen hun stellingen met bombardementen vanuit vliegtuigen verdedigden. Om 06:00 uur bestormen de Duitse Alpenjagers de heuvel en de Fransen moeten zich terugtrekken op de Rodeberg en de Scherpeberg.

De Duitse generaal Erich Ludendorff geeft op 29 april 1918 het bevel het offensief op het westfront te staken. Maar een maand later, op 27 mei 1918 komt hij met een volgend offensief Plan Hagen en de Duitsers rukken verder op naar Parijs, maar enkele dagen later, rond 4 juni 1918, zijn zijn troepen aan het eind van hun Latijn en moet hij ook dit offensief staken.

Na nog enkele offensieven aan de Marne in Frankrijk is het duidelijk dat de Duitsers aan de verliezende hand zijn. En als op 8 augustus 1918 het Geallieerd Eindoffensief van start gaat, geven de Duitsers zich gewillig over.

Op 28 september 1918 verlaten de Duitsers Langemark. Ze worden door honderden kanonnen uit het bos van Houthulst gejaagd, waar ze de voorbije vier jaar ingebunkerd zaten.

De geallieerden verjagen in de daaropvolgende maanden de Duitsers van het Westfront en beginnen zelf ook het terrein te verlaten. Ze laten enorm veel ongebruikte munitie achter, waaronder veel gifgasgranaten. Dit gifgas werd Yperiet genoemd, vanwege het eerste gebruik bij Ieper. Bij inhaling van dit gas braakten de slachtoffers hun longen uit.



11 november 1918, 11 uur in de ochtend: Wapenstilstand. Aan alle offensieven komt een eind en enkele dagen later beginnen de Duitsers zich terug te trekken uit de Franse en Belgische streken die ze nog bezetten.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog_-_Eerste_Slag_om_Ieper

http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog_-_Tweede_Slag_om_Ieper

http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog_-_Derde_Slag_om_Ieper

http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog_-_Vierde_Slag_om_Ieper

http://www.wo1.be/ned/mainnav.html

DAG 1:
Vertrek 16 juli
BELGIË
Diksmuide

  • De Dodengang (Waar: Dodengang, IJzerdijk)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Dodengang

De Dodengang (Frans: Boyau de la Mort) is een complex van bewaarde loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog. De Dodengang ligt naast een bocht van de rivier de IJzer in de Diksmuidse deelgemeente Kaaskerke.

Dit complex is het laatste stuk van het Belgische front uit de Eerste Wereldoorlog. Duizenden soldaten zijn er in de periode van 1914 tot 1918, omgekomen. Het is een plaats die uiterst menselijk leed over zich draagt.

Passendale


  • Tyne Cot

Grootste Britse militaire begraafplaats ter wereld (11.908 graven)

Waar: Tynecotstraat/Vijfwegestraat

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tyne_Cot

http://nl.wikipedia.org/wiki/Passendale

Tyne Cot Cemetery is een Britse militaire begraafplaats gelegen ten zuiden van het dorpje Passendale in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Tyne Cot is de grootste Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

De begraafplaats voor Britse gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog werd ontworpen door Sir Herbert Baker. Er zijn 11.909 graven, waarvan 70% van onbekenden. Aan de achterzijde zijn op marmeren panelen de namen afgebeeld van 34.927 vermisten. De begraafplaats is vrij toegankelijk.

Het kerkhof biedt een uitzicht op het westen, met onder andere Ieper en de West-Vlaamse heuvels, en op het noorden, met het silhouet van de Sint-Bavokerk te Westrozebeke dat op de heuvelrug Passendale-Esen gelegen is. Centraal op het kerkhof bevindt zich het Cross of Sacrifice, gebouwd bovenop de centrale bunker. Hierachter bevindt zich de Stone of Rememberance.

Tyne Cot ontvangt jaarlijks ongeveer 200.000 bezoekers. Om dit in goede banen te leiden werd in 2006 een bezoekerscentrum opgericht.

Zonnebeke (Diverse monumenten, omgeving en dorp)
Ieper


  • Memorial to the Missing (Waar: Menenstraat)

Iedere avond om 20:00 uur de ‘Last Post’ aan het Memorial to the Missing (Menenpoort)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Menenpoort

De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de vele Britse soldaten die hierlangs naar de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog trokken en van wie nooit meer iets is vernomen. De poort is ontworpen door Sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog.

De poort is opgericht op de plaats waar vroeger de middeleeuwse stadspoort stond.

Sinds 1929 wordt hier iedere avond, klokslag acht uur, door een groep klaroeners (leden van de Last Post Association) de Last Post gespeeld opdat we niet vergeten ... (Lest we forget ...).

De namen van 54.896 officieren en soldaten van het Gemenebest van wie het graf nooit werd teruggevonden, zijn in de poort gegraveerd. Omdat de Menenpoort te klein bleek te zijn, werden alle Britse vermisten gesneuveld vanaf 16 augustus 1917 vermeld op het Tyne Cot Memorial. Als scheidingsdatum tussen deze twee groepen werd de nacht van de Slag bij Langemark gebruikt. Vermisten van Nieuw-Zeeland en Newfoundland staan op aparte memorialen.

Nog steeds worden, tijdens graafwerkzaamheden, resten van soldaten gevonden. Zodra deze wordt geïdentificeerd als vermiste Brit wordt hij tijdens een officiële ceremonie herbegraven en wordt zijn naam verwijderd van de gedenktekens.



Boezinge (Gebied met onder andere Essex Farm Cemetery, John McCrae) Waar: Dikmuidseweg

Boezinge is een dorpje in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente vam de stad Ieper. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg Boezinge te maken met vluchtelingen uit Mechelen en omgeving. Toen de Duitsers te keer gingen tegen de burgerbevolking op Schuwe Maandag in Roeselare (19 oktober 1914) kwam een tweede golf van vluchtelingen aan uit de oostelijke dorpen Oostnieuwkerke, Passendale, Westrozebeke, Staden, Poelkapelle, ...

Tijdens de Eerste Slag om Ieper bleef, ondanks de gevaren, nog een deel van de bevolking ter plaatse. Na de Tweede Slag om Ieper werd Boezinge een spookdorp. Van de gebouwen bleef niets meer over, ook de kerk was volledig vernield. Pas in de zomer van 1919 kwamen de eerste Boezingenaars terug. Ze woonden eerst in houten barakken en hadden jaren nodig om hun dorp weer op te bouwen.


Bijna halfweg de weg van Ieper naar Boezinge stond een boerderij met de naam Essex Farm. Op deze plaats lag de Britse frontlijn meerdere kilometers ten oosten van het kanaal.

Het veld ten zuiden van de boerderij werd als verbandplaats gebruikt in april 1915. Dit bleef zo tot augustus 1917. De bijzettingen werden min of meer willekeurig verricht, zonder een vast plan. Daardoor zijn de meeste doden van de divisies door mekaar begraven. Uitzondering daarop vormen de 49th (West Riding) Division die haar doden van 1915 in Plot I begroeven en de 38th (Welsh) Division die in het najaar 1916 Plot III gebruikte.

Er worden nu 1199 commonwealthdoden herdacht. Daarvan zijn er ruim 100 niet-geïdentificeerden. 19 militairen uit het Verenigd Koninkrijk kregen een 'special memorial' "Known/Believed to be buried in this cemetery".

De begraafplaats heeft een oppervlakte van 6032 m² en is gedeeltelijk aan de zuid- en oostzijd met een ruwstenen muur afgesloten.

Het monument voor de 49th Division staat vlak achter de begraafplaats op de kanaalberm.


Overnachten in Ieper, Novotel Ieper Centrum, Sint Jacobsstraat 15 B-8900 Ieper


DAG 2:
Zillebeke (Monumenten, dorp en omgeving)


  • Vervolgens onderweg naar volgende dorp  Hill 60 (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hill_60) Waar: Zwarteleenstraat Zillebeke

Hill 60 is een heuvel en ligt even de buiten de Belgische gemeente Zillebeke, nabij de spoorweg Ieper-Kortrijk, langs de Zwarteleenstraat. De heuvel is circa 60 meter hoog en 230 meter lang. Eigenlijk is deze heuvel opgebouwd uit grond welke vrijkwam bij de aanleg van 'de' spoorweg. Hill 60 bestaat nog steeds en kan vrij bezocht worden. Vlakbij is het Hill 60 museum gevestigd.

Op 10 december 1914 werd Hill 60 veroverd door het Duitse leger. De Britse 171e Tunneling Company begon echter meteen tunnels onder de Hill te graven. In april 1915 waren de tunnels klaar en waren zes mijnen geplaatst onder de Duitse posities. Op 17 april 1915 om 19.05 uur werden de mijnen tot ontploffing gebracht. De explosies duurden ongeveer tien seconden en verwoeste de verdedigingswerken van de Duitsers. Een Britse soldaat die boven de borstwering keek werd gedood door rondvliegend puin. De Britten konden Hill 60 innemen, zij verloren hierbij zeven man. De overwinning was echter van korte duur, op 18 april werden de Britten na een nachtelijke Duitse aanval, weer verdreven van de heuvel. Britse versterkingen zorgden voor een nieuw offensief en met succes, de heuvel was weer in Britse handen.



Hollebeke (Monumenten, dorp en omgeving) In de Eerste Wereldoorlog lag Hollebeke midden in het oorlogsgebied. Het dorpje werd totaal verwoest.
Wijtschate

  • Bayernwald (Waar: Voormezelestraat)
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Bayernwald

Bayernwald is een unieke site in Wijtschate die de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog levendig houdt. Ze werd na een jaar restauratie geopend in april 2004.

Men kan er zien hoe de Duitsers onder leiding van Rupprecht van Beieren op deze plek in de huidige gemeente Heuvelland een 40 meter hoge heuvel hadden aangelegd die ze tussen 1914 en 1917 tot een onneembare vesting ombouwden. Wat nu nog te zien is maakt amper 10% uit van wat het ooit was. Vier betonnen bunkers, twee mijnschachten en 320 meter loopgraven zijn gerestaureerd.

De Britten veroverden het complex in 1917 nadat ze 500.000 kg TNT lieten ontploffen die ze via tunnels onder de heuvel hadden geplaatst. De explosie was tot in Londen te horen.

Bayernwald werd ingehuldigd door Prins Wolfgang van Beieren. De bouwer was een broer van zijn grootvader.

Om Bayernwald te bezoeken dienen bezoekers zich eerst aan te melden in het VVV-kantoor te Kemmel.



Overnachting in Caen, Appart'City Caen

1 Ter Rue Claude Bloch
CAEN FR 14000
Telefoonnr.: 33 2 31 28 21 70

DAG 3:
Bayeux

  • Stadje zelf (Vrijwel intact)

http://home.quicknet.nl/mw/prive/r.floris/bayeux.html

Dit is een gezellig provinciestadje met kleine en gezellige winkelstraten. In tegenstelling tot Caen is Bayeux volledig gespaard gebleven van alle oorlogsgeweld. De geallieerden hebben het onmiddellijk na de landing ingenomen zonder slag of stoot. De grote publiekstrekkers zijn de kathedraal en de tapisserie van Mathilde.



Kathedraal
Reeds van in de 4e eeuw was Bayeux de zetel van een bisdom. Het moest een volwaardige kathedraal krijgen en met de bouw daarvan werd gestart in de 11e eeuw. Odo nam die taak op zich, hij was bisschop van Bayeux en halfbroer van Willem de Veroveraar. In 1077 werd de kerk ingewijd in aanwezigheid van Willem en Mathilde. Als geschenk kreeg Odo het 70 meter lange tapijt met het ganse verhaal van de strijd bij Hastings, waar hij streed aan de zijde van Willem de Veroveraar. Om Odo’s grote mond te snoeren werd hij ook nog tot Hertog van Kent gebombardeerd.

Tapisserie de Bayeux (ook Tapisserie “dite de la Reine Mathilde”)
De lengte bedraagt 70 meter en het is 50 cm hoog. De bedoeling was om de kooromgang van de kathedraal te versieren bij feestelijkheden. Nu is het ondergebracht in een museum (Centre Guillaume le Conquerant) op een boogscheut van de kathedraal. Je krijgt in dit museum een goede uitleg over dit meesterwerk.

Het tapijt is de visuele uitbeelding van de verovering van Engeland en de slag bij Hastings. Het verhaal werd ingedeeld in 58 stukken, de commentaar is in het Latijn. Omdat veel mensen niet konden lezen is het volledig begrijpbaar door de tekeningen, je kunt wel stellen dat het veel weg heeft van een stripverhaal. Op het tapijt zie je hoe de mensen vroeger streden, hoe ze zich kleedden, enz.

Het tapijt werd gemaakt tussen 1066 en 1077 in Engeland. Men kon dit nagaan door de vele Angelsaksische stijlelementen die men kon terugvinden. Waarschijnlijk is het Odo zelf die het heeft laten maken want hij zou zich zelfs verschillende keren hebben laten afbeelden op het doek. Het is altijd al een fel beheerd kunstwerk geweest. Napoleon liet het zelfs naar Parijs overbrengen om te tonen aan zijn troepen hoe ze de Engelsen konden klein krijgen. Ook Hitler wou het doek zien maar het had ondertussen al een veilig en geheim onderkomen gevonden.

Het verhaal van het doek
Koning Edward van Engeland voelde zijn einde naderen. Vermits dat hij geen erfgenamen had stelde hij zijn neef Willem de Bastaard (later noemt hij zich 'de Veroveraar') aan als troonopvolger. Hij gaf Harold, een belangrijke edelman, de opdracht om naar Normandië te reizen en hem de troon te schenken. Wanneer Harold bij Willem komt gaan ze eerst vechten in Bretagne. Tijdens deze strijd komen de Normandiërs aan een moeras in de problemen en slechts de sterke Harold weet hen te redden.

Bij zijn thuiskomst wordt Harold tot ridder geslagen en hij moet onmiddellijk daarna op de relikwieën van de kathedraal van Bayeux een eed afleggen. Hierin erkent hij dat Willem recht heeft op de Engelse troon. Harold keert terug naar Engeland waar hij verneemt dat Koning Edward is overleden. In Engeland weet niemand wie de koning nu uiteindelijk als troonopvolger heeft gekozen en Harold neemt zijn plaats in. Willem komt dit te weten. Hij laat een gans bos kappen om schepen te bouwen en 9 maanden later vertrekt zijn vloot richting Engeland. Na anderhalve dag zijn ze in Sussex en pas na 18 dagen begint de strijd in Hastings (14 oktober 1066). Harold sterft tijdens de gevechten door een pijl in zijn oog. Willem wint deze strijd en komt zo op de troon van Engeland.



Caen

  • Stadje zelf

Caen is een stad van meer dan 100.000 inwoners en is uniek omdat er zeer veel groenzones zijn. Bij de landing in 1944 heeft de stad serieus te lijden gehad; ze werd pas door de Canadezen bevrijd op 9 juli '44, precies één maand na de landing. Meerdere wijken waren volledig vernield en de stad kreeg de bijnaam 'het aambeeld van de overwinning'. Precies omdat er heel wat moest heropgebouwd worden heeft men veel aandacht kunnen besteden aan groen.

Caen werd zo'n 1000 jaar geleden gesticht door Willem de Veroveraar. Hij wou in het huwelijk treden met zijn nicht Mathilde maar de kerk stond hierop niet te wachten. Bij wijze van genoegdoening heeft hij dan twee kloosters laten bouwen ten oosten en ten westen van zijn kasteel: Abbaye-aux-Hommes en Abbaye-aux-Dames. Rondom deze beide kloosters is de stad gegroeid. Voor een bezoek aan deze stad moet je minstens één dag voorzien.



Abbaye-aux-Hommes en Abbaye-aux-Dames
Een bezoek aan de stad is heel eenvoudig. Centraal ligt het kasteel, daarin zijn twee musea ondergebracht. Op dezelfde as heb je de twee abdijen. Het meest indrukwekkend is de Abbaye-aux-Hommes. Van beide abdijen moet je zeker de kerk bezoeken. Willem de Veroveraar ligt begraven in Abbaye-aux-Hommes en Mathildes graftombe kan je vinden in Abbaye-aux-Dames. In de kloostergebouwen zelf zijn officiële diensten ondergebracht van stad en departement.

Musée de Normandie
In het kasteel heb je een eerder klein museum voor een publiek met uitgesproken interesse voor archeologie en volkskunde. Hoe leefden de eerste Normandiërs, hoe is Normandië economisch geëvolueerd en welke waren de ambachten en de specifieke kenmerken hiervan, zijn de vragen die een antwoord krijgen in dit museum.

Museé des Beaux-Arts
Het Museum voor Schone Kunsten, eveneens in het kasteel, bevat uiteraard schilderijen naast een paar andere kunstvormen. De periode vanaf de 15e eeuw tot nu is hier vertegenwoordigd en daardoor krijg je in een kort tijdsbestek een overzicht van de evolutie in de schilderkunst.

Le Mémorial
Even buiten het centrum van de stad heb je dit unieke museum. Sommigen noemen het een oorlogsmuseum anderen een vredesmuseum. Wij houden het in het midden, maar dat het uniek is hoeft geen twijfel. Het is ook het grootste en modernste museum over de landing in juni '44. Als je van plan bent om slechts één museum te bezoeken rond dit thema dan moet je zeker voor Le Mémorial kiezen. Zelfs mensen die minder geïnteresseerd zijn in de details van deze historische gebeurtenis zullen dit museum boeiend vinden. Dit komt door de visuele technieken die hier optimaal benut worden. Je krijgt in Le Mémorial een overzicht van de gebeurtenissen van voor de oorlog tot na de landing. Als we stellen dat je minstens drie uur moet voorzien voor een bezoek dan is dit zeker niet overdreven.

DAG 4:
Sainte-Mère-Eglise

  • The Airborne Museum
    Waar: 14 rue eisenhower, 50480, Sainte-Mere Eglise
    http://www.oorlogsmusea.nl/artikel/66

  • Centrum

Een parachutist hangt aan kerktoren (John Steele 82e U.S. Airborne)
Sainte-Mère-Eglise werd op 6 juni 1944 bevrijd door luchtlandingsdivisies van de 82ste divisie, en was de eerste bevrijde stad van de invasie. Het was een belangrijk dorpje voor de invasie , want het lag midden op de weg die de Duitsers zouden nemen voor een tegenaanval tegen de mannen op Utah Beach. Er staat nu nog steeds een museum gewijd aan de parachutisten. Ook hangt er aan de kerk een parachutistenpop, dit is een gedenkteken aan de parachutisten en aan de parachutist John Steele die er met zijn parachute is blijven steken. Daarbij is hij onder vuur genomen door de Duitsers. Hij heeft het overleefd door zich dood te houden.


  • Utah Beach

Diverse monumenten en het strand zelf (nummer 1 bezienswaardigheid volgens Normandy Guide)

Utah Beach was de codenaam van één van de stranden in Normandië die waren uitgekozen om te gebruiken tijdens D-Day, gelegen tussen Poupeville en La Madeleine. Het strand was toegewezen aan de Vierde Amerikaanse Divisie onder leiding van brigadegeneraal Teddy Roosevelt, zoon van oud-president Theodore Roosevelt.

Het plan was om 4 golven soldaten op de stranden af te sturen, gesteund door een deel van de oorlogsvloot en enkele pantservoertuigen. De twintig landingsvaartuigen zetten op precies de afgesproken tijd de tocht in naar de stranden. Achteraan de landingsvaartuigen waren machinegeweren geïnstalleerd om de mijnen te laten exploderen. Ongeveer op Uur H waren de dichtste landingsvaartuigen op 273 meter van het strand genaderd. Op Uur H werden de landingsbruggen naar beneden gelaten en waadden de soldaten de resterende meters naar het strand, waar ze enkele minuten later aankwamen. De tegenstand was bijna onbestaande aangezien de Duitsers hier geen aanval verwachtten, er waren enkel een paar reservedivisies aanwezig.

Hoewel de landing een groot succes werd, landde het Eerste Bataljon 1280 meter zuidelijker bij het gehucht La Madeleine. Dit kon ernstige gevolgen hebben voor het verloop van de landing.Dit was echter niet ernstig aangezien de Duitsers daar zeer zwak stonden en commandant van de Vierde Divisie het bataljon persoonlijk leidde. Hij nam de situatie in zich op en gaf het bevel om terug te trekken naar de stranden, waar hij contact opnam met de bevelhebbers van twee andere compagnieën. Samen met hen viel hij de overblijvende Duitse posities aan, iets dat hem de Medal of Honor zou opleveren.

De landingen op Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach waren een groot succes en luidden het begin in van het einde van Hitler's heerschappij. Aan het einde van D-Day waren op Utah Beach ongeveer 20.000 manschappen en 1700 voertuigen geland, met ongeveer 270 slachtoffers aan geallieerde zijde. Utah Beach was het strand met de minste verliezen. Op het andere Amerikaanse landingsstrand, Omaha Beach, waren de verliezen dramatisch, van de eerste landingsgolf werd 50% uitgeschakeld.

DAG 5:
Carentan


  • Dead Man’s Corner (Museum nabij Saint-Côme-du-Mont)

Waar: 2, Village de l'Amont, 50.500, Saint-Côme-du-Mont

http://www.oorlogsmusea.nl/artikel/716





  • Stadje zelf


La Cambe

  • Duitse begraafplaats (20.000)

Waar: 14230, La Cambe

Nabij de snelweg Bayeux – Cherbourgh



Duitse militaire begraafplaats in La Cambe ligt in het dorp La Cambe, Calvados, Frankrijk. Op deze militaire begraafplaats liggen de gesneuvelde Duitse soldaten van Omaha Beach begraven.

De begraafplaats werd in september 1961 afgemaakt. Vanaf toen zijn nog meer dan zevenhonderd Duitse soldaten geborgen en hier begraven. In totaal zijn er 21.160 Duitse soldaten begraven, waarvan er 207 een onbekende identiteit hebben. De begraafplaats is geregistreerd bij de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge.

Tank ace Michael Wittmann is buried here. Even before Normandy Wittmann had gained a high reputation on the Russian Front, and had been highly decorated. At Villers-Bocage in June 1944, he played havoc with the advance guard of 7th (Armoured) Division and caught them unawares with his Tiger I, inflicting heavy losses before he was forced to abandon it. He finally met his match south of Caen on 8th August 1944, when his Tiger was knocked out and all the crew killed, including Wittman. It was thought that Canadian armour, or RAF Typhoons had accounted for the Tank Ace, but recent research has shown it was a Sherman Firely from the Northamptonshire Yeomanry. Wittmann's remains were not recovered until the early 1980s, when during research for his book Panzers in Normandy: Then and Now, Eric Levévre located the field graves and Wittmann and his crew were buried here.

Vierville-sur-Mer

  1   2

  • Derde Slag om Ieper
  • DAG 1: Vertrek 16 juli BELGIË Diksmuide De Dodengang ( Waar
  • Passendale Tyne Cot Grootste Britse militaire begraafplaats ter wereld (11.908 graven) Waar
  • Zonnebeke
  • Boezinge
  • Overnachten in Ieper, Novotel Ieper Centrum, Sint Jacobsstraat 15 B-8900 Ieper DAG 2: Zillebeke
  • Waar
  • Hollebeke
  • Overnachting in Caen, Appart City Caen
  • Het verhaal van het doek
  • Abbaye-aux-Hommes en Abbaye-aux-Dames
  • DAG 4: Sainte-Mère-Eglise
  • DAG 5: Carentan
  • Duitse militaire begraafplaats in La Cambe

  • Dovnload 219.75 Kb.