Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Av duits derde graad tso handel Onthaal en public relations boekhouden-informatica (complementair gedeelte) Informaticabeheer

Dovnload 190.03 Kb.

Av duits derde graad tso handel Onthaal en public relations boekhouden-informatica (complementair gedeelte) Informaticabeheer



Pagina1/5
Datum01.08.2017
Grootte190.03 Kb.

Dovnload 190.03 Kb.
  1   2   3   4   5



AV Duits

derde graad TSO

Handel

Onthaal en public relations

boekhouden-informatica (complementair gedeelte)

Informaticabeheer (complementair gedeelte)




LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

September 2003

LICAP – BRUSSEL D/2003/0279/002





Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel





Av duits

derde GRAAD tso

handel

onthaal en public relations

boekhouden-informatica

informaticabeheer





LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

LICAP – BRUSSEL D/2003/0279/002

September 2003

(Vervangt D/1999/0279/024;

D/1992/0279/054;

D/1992/0279/055;

D/1992/0279/068)



Inhoud

1 Beginsituatie 5

2 Algemene doelstellingen 6

3 Leerplandoelstellingen, leerinhouden, pedagogisch-didactische wenken, evaluatie, minimale materiële uitrusting 6

3.1 Intercultureel leren 6

3.1 Intercultureel leren 6

3.2 Luistervaardigheid 8

3.2 Luistervaardigheid 8

3.3 Leesvaardigheid 12

3.3 Leesvaardigheid 12

3.4 Spreekvaardigheid / Gespreksvaardigheid 15

3.4 Spreekvaardigheid / Gespreksvaardigheid 15

3.5 Schrijfvaardigheid 18

3.5 Schrijfvaardigheid 18

3.6 Grammatica 20

3.6 Grammatica 20

3.7 Woordenschat 23

3.7 Woordenschat 23

4 Algemene pedagogisch-didactische wenken 25

4.1 Christelijke inspiratie 25

4.1 Christelijke inspiratie 25

4.2 Verwerking van moderne didactische inzichten 25

4.2 Verwerking van moderne didactische inzichten 25

4.3 Rol van de moedertaal 27

4.3 Rol van de moedertaal 27

4.4 Authenticiteit 27

4.4 Authenticiteit 27

4.5 Oefening en toetsing 27

4.5 Oefening en toetsing 27

4.6 Specificiteit van de studierichting 28

4.6 Specificiteit van de studierichting 28

4.7 Vakgroepwerking 29

4.7 Vakgroepwerking 29

5 Bibliografie 30

5.1 Didactiek van het DaF-onderwijs 30

5.1 Didactiek van het DaF-onderwijs 30

5.2 Vaktijdschriften 32

5.2 Vaktijdschriften 32

5.3 DaF op het internet 34

5.3 DaF op het internet 34

5.4 Woordenboeken 35

5.4 Woordenboeken 35

5.5 Grammatica 35

5.5 Grammatica 35

5.6 Wirtsschaftsdeutsch 36



5.6 Wirtsschaftsdeutsch 36



  1. Beginsituatie

  • Dit leerplan Duits is bestemd voor leerlingen van de derde graad TSO, studierichtingen Handel en Onthaal en public relations, waar Duits tot het fundamenteel gedeelte behoort (verplicht leerplan) en voor leerlingen van de studierichtingen Boekhouden-informatica en Informaticabeheer, waar Duits tot het complementair gedeelte behoort (adviesleerplan).




  • In de tweede graad hebben de meeste leerlingen al één jaar Duits met één (of twee) uur per week gehad. Zij zouden de minimumdoelstellingen van het leerplan Duits TSO tweede graad moeten hebben bereikt: ze hebben interesse voor enkele aspecten van het dagelijks leven in Duitstalige landen en bezitten de nodige feitenkennis om in een beperkt aantal concrete taalsituaties te functioneren. Ze begrijpen daarbij aansluitende lees- en luisterteksten en kunnen deelnemen aan zeer korte, eenvoudige dialogen; met hulpmiddelen kunnen ze zeer eenvoudige, korte boodschappen schrijven; ze hebben een minimaal inzicht in een aantal grammaticale elementen, zodat die geen belemmering vormen voor de communicatieve lees- en luisterdoelen; ze kunnen maximaal gebruik maken van de verwantschap Duits-Nederlands en hebben hun taalleervaardigheid verder opgebouwd.




  • Om de beginsituatie van de leerlingen duidelijk te kennen, is het op de eerste plaats nodig dat de leraar contact opneemt met de leraar Duits van het vorige jaar en te weten komt, in welke mate de doelstellingen van de initiatie Duits in de tweede graad bereikt zijn. Verder zal de leraar informatie inwinnen, via bijvoor­beeld een kleine enquête (met een instaptoets) over het niveau van de leerlingen. Waarschijnlijk zal hij ervaren dat, ook al zijn de doelstellingen op het einde van het vorige schooljaar gerealiseerd, vele verworvenheden in de loop van de vakantiemaanden vervaagd zijn en dat zowel kunde als kennis meer dan te wensen overlaten. De leerkracht zal daarom best een deel van de beginmaanden wijden aan herhaling en inoefening van de vaardigheden die in de tweede graad behandeld werden.




  • Waar uitzonderlijk Duits pas vanaf de derde graad wordt aangeboden, zullen de doelstellingen van de leerplannen slechts beperkt en met een andere beheersingsgraad gerealiseerd kunnen worden.




  • Tevens zal de leraar moeten nagaan wat de houding van de leerlingen is tegenover het vak Duits. Zij hebben in en/of na de tweede graad voor de TSO-studierichting Handel, Onthaal en public relations, Boekhouden-informatica, Informaticabeheer gekozen. Wat ook de redenen van hun keuze waren, de meeste leer­lingen hebben in de tweede graad ervaren dat zij vooral praktische vaardigheden nodig hebben voor beroepspraktijk en niet alleen theoretische kennis moeten verwerven. Als nu de cursus Duits in de tweede graad niet beantwoordde aan hun verwachtingspatroon, als het leerproces toch nog te theoretisch of niet uitgesproken leerlinggericht was, kan de demotivatie groot zijn. Het is dan de eerste taak van de leraar de oorzaken van die demotivatie op te sporen en ze, indien mogelijk, te verhelpen.




  • Vooral via de technische vakken (Bedrijfshuishoudkunde, Economie, Recht, Dactylografie, Handelscorrespondentie, Onthaal en PR-technieken enz.) zijn de meeste leerlingen in de vorige jaren en in het eerste jaar van de derde graad (wanneer men pas vanaf het tweede leerjaar met vaktaal wil beginnen) vertrouwd gemaakt met kennis en vaardigheden die typisch zijn voor de gekozen studierichting in de sector handel. Deze verworven vakbekwaamheid is een interessante uitgangsbasis voor vaktaalonderricht, naast de voortzetting van de cursus algemeen Duits. De ervaring met typische vaktekstsoorten in realistische beroepssituaties maakt het immers mogelijk dat de leerling met een beperkte kennis van het Duits toch vrij snel in een beperkt aantal Duitse vaktaalsituaties adequaat zal kunnen functioneren. Niet alleen de succesbelevingen maar ook het besef van de eigen inbreng in het leerproces kunnen de leerling sterk stimuleren.




  • De loopbaan van deze leerlingen na het technisch secundair onderwijs zal zeer verscheiden zijn. Een aantal onder hen zal niet verder studeren, maar onmiddellijk een beroep willen uitoefenen. Zij hebben vooral praktische kennis nodig, die onmiddellijk of op een later ogenblik in de beroepsloopbaan geactiveerd moet kunnen worden. Anderen zullen hoger onderwijs willen volgen en daar vaak ook Duits in hun vakkenpakket vinden. Zij moeten over een constructieve basis (taalleervaardigheid in het algemeen en voor Duits in het bijzonder) kunnen beschikken om zich verder in het Duits te bekwamen. Het leerplan moet aan beide verwachtingen tegemoetkomen.

  1. Algemene doelstellingen

  • Rekening houdend met maximum 100 contacturen in de derde graad bepaalt dit leerplan volgende algemene doelstellingen:

  • de leerlingen brengen interesse op voor enkele belangrijke aspecten van het dagelijks leven en de wereld van de handel in Duitstalige landen en verwerven de nodige feitenkennis om in een beperkt aantal concrete taalsituaties te functioneren;

  • ze begrijpen lees- en luisterteksten, die aansluiten bij de gekozen aspecten van het dagelijks leven en de wereld van de handel in Duitstalige landen;

  • ze nemen deel aan korte gesprekken uit het dagelijks leven en kunnen in een beperkt aantal vaktaalsituaties adequaat mondeling functioneren;

  • ze schrijven met hulpmiddelen mededelingen, persoonlijke brieven en enkele handelsbrieven;

  • ze hanteren strategieën en hulpmiddelen die nodig zijn voor het verwerven van deze vaardigheidsdoelstellingen en voor eventuele verdere studie van het Duits, en profiteren daarbij maximaal van de verwantschap Duits-Nederlands en de reeds verworven taalleervaardigheid;

  • ze integreren zich positief in de klasgroep via allerlei collectieve werkvormen en ontwikkelen gevoeligheid voor de positieve waarden die in het vak worden aangeboden.

  • Natuurlijk omvat de studie van elke vreemde taal, ook dus van het Duits, nog meer. Elk taalonderricht brengt de leerlingen in contact met een andere cultuur, met andere denkpatronen, met andere ideeën. Door dit contact zullen zij een eigen, persoonlijke houding tegenover de werkelijkheid ontwikkelen en een eigen waardesysteem kunnen opbouwen. De taak van de leraar zal erin bestaan die waarden onder de aandacht te brengen en ze te laten toetsen aan de christelijke waarden. Mede via de taal wordt met name getracht de leerlingen tot mondige, zelfstandige, sociale en kritisch denkende personen op te voeden.

  • De vakoverschrijdende eindtermen zijn en blijven zeer belangrijk. Omdat Duits in het tweede leerjaar van de tweede graad begint worden ze niet meer aangeleerd, maar verder ingeoefend en op een hoger niveau toegepast (bv. van zelf werken naar zelfverantwoordelijk leren, zie bibliografie 5.1.1).

  1. Leerplandoelstellingen, leerinhouden, pedagogisch-didactische wenken, evaluatie, minimale materiële uitrusting

    1. Intercultureel leren

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

              Algemene taal



  • De leerlingen hebben enig inzicht in het eigen karakter van het dagelijks leven van leeftijdsgenoten in de Duitstalige landen;

  • een keuze uit enkele gegevens in het gebruikte tekstmateriaal over de onderwerpen: persoonlijk en familiaal leven, school, studie en beroep, informele sociale contacten en vrije tijd

  • ze beschikken over allerlei weetjes om authentieke teksten beter te begrijpen, om zo adequaat mogelijk te kunnen communiceren en om cultuurverschillen makkelijker te ontdekken en te begrijpen;

  • een keuze uit enkele gegevens in het gebruikte tekstmateriaal over geografie, cultuur, politiek, geschiedenis en actualiteit van de Duitstalige landen

  • ze hebben interesse voor belangrijke actuele gebeurtenissen in de Duitstalige landen;

  • een keuze uit enkele gedragsregels en uitdrukkingen in het gebruikte tekstmateriaal voor sociale conventies (begroeten, bedanken enz.) en sociale rituelen bij bezoek, eten en drinken, verjaardagen, feestdagen enz.

  • ze maken kennis met Duitstalige bronnen en kunnen informatie opzoeken.

  • enkele gegevens over Duitstalige media: bv. ARD en ZDF, kranten, tijdschriften, interessante internetadressen, zoekmachines en webcatalogi

  • de bovengenoemde interculturele elementen voldoen aan volgende criteria: ze zijn relevant, leerlingbetrokken en authentiek

              Vaktaal



  • De leerlingen hebben enig inzicht in het eigen karakter van het economisch leven in de Duitstalige landen;

  • ze hebben besef van het economisch belang van de intense contacten tussen België/ Vlaanderen en de andere Duitstalige landen;

  • ze beschikken over allerlei weetjes om authentieke vakteksten beter te begrijpen en om zo adequaat en correct mogelijk in een beperkt aantal beroepssituaties te kunnen communiceren.

  • afhankelijk van de studierichting een keuze uit:

  • enkele gegevens in het gebruikte tekst­materiaal over de economische pijlers en trends in de Duitstalige landen (sectoren, firmanamen, handels- en beurscentra, conjunctuur enz.)

  • enkele gedragsregels en uitdrukkingen in het gebruikte tekstmateriaal voor sociale conventies (begroeten, bedanken, enz.) en rituelen in beroepssituaties (een bedrijfs­bezoek inleiden, een Duitstalige gast afhalen enz.)

  • de bovengenoemde interculturele elementen voldoen aan volgende criteria: ze zijn voor de studierichting relevant en authentiek

PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

  • Het begrip ‘tekst’ wordt in zijn breedste betekenis gebruikt: het gaat hier om taalmateriaal dat in alle mogelijke media te vinden is. Met ‘weetjes’ bedoelen we interculturele gegevens of achtergrondinformatie zoals: de gele brievenbussen in de Bondsrepubliek, het begin- en einduur van werk- en schooldagen, het belang van het Ruhrgebiet, het niveau van de Bildzeitung enz.

  • De hier nagestreefde feitenkennis is functioneel. Zij staat in dienst van de ontwikkeling van een intercultureel bewustzijn. In beroepssituaties is zij vooral op klantvriendelijke en zo correct mogelijke communicatie gericht.

  • De leerlingen hebben oog voor overeenkomsten en verschillen tussen culturen. Zij leren daarmee omgaan om met gebruikers van de doeltaal zo adequaat mogelijk te communiceren, zonder een toevlucht te zoeken in veralgemenende positieve en negatieve waardeoordelen.




  • De voor deze attitudes en vaardigheden noodzakelijk te beheersen feitenkennis vertrekt best van de kennis en ervaringen die de leerlingen zelf hebben opgedaan, bijvoorbeeld op reizen en uitstappen, via e-mail en internet, via vriendschappen, in de andere schoolvakken en in de beroepspraktijk (vakantiejobs). Overleg met de collega’s algemene en technische vakken is onontbeerlijk.

  • Een projectmatige uitwerking van een daguitstap naar de Oostkantons of een Duitse stad, een e-mailproject met een buitenlandse partnerklas, een klasproject of groepswerkjes over een Duitstalige stad of streek, een Duitstalig muziekgroepje of bedrijf, het verzorgen van een actualiteitenbord over de Duitstalige landen, aangepaste aankleding van het vaklokaal enz., kunnen het leereffect op dit terrein aanzienlijk versnellen.

  • Dit intercultureel leren gebeurt het best zoveel mogelijk in een actualiteitssfeer, waarbij ook de leerlingen zich betrokken voelen; het gebruik van authentiek materiaal en de inbedding in de communicatieve vaardigheidstraining liggen voor de hand en zullen hen hopelijk tot eigen initiatief stimuleren.

  • In de loop van de cursus zullen de leerlingen via het authentiek materiaal heel wat interculturele gegevens moeten verwerken. Ze hoeven niet alle feiten in het langetermijngeheugen voor later actief gebruik op te slaan. De leraar moet hen duidelijk maken wat belangrijk is en de gekozen leerstof in zinvolle contexten en gevarieerde werkvormen oefenen en herhalen. Gegevens uit persoonlijk verwerkte opdrachten zullen het makkelijkst blijven hangen.

CONTROLE / EVALUATIE


Bij intercultureel leren verwerven de leerlingen kennis en vaardigheden en ontwikkelen ze attitudes. Op het eind van de derde graad moeten die kennis- en vaardigheidselementen verworven zijn. Ze worden dan ook geregeld gecontroleerd via contextgebonden toetsvragen liefst geïntegreerd in lees-, luister-, spreek- of schrijfopdrachten. In vaardigheidsopdrachten met nieuwe interculturele informatie kunnen ook attitudes worden nagegaan. Uiteraard kan het receptief te verwerven interculturele feitenmateriaal geen voorwerp van rechtstreekse toetsing zijn.
MINIMALE MATERIËLE UITRUSTING


  • tv met kabelaansluiting (ARD, ZDF) en videorecorder;

  • geluidsinstallatie;

  • internetaansluiting;

  • recente Duitstalige kranten of tijdschriften;

  • landkaart met een duidelijk beeld van de Duitstalige gebieden;

  • enkele audio- en video-opnamen over actuele Duitse thema’s;

  • informatiemateriaal over de relatie Duitsland-België.

    1. Luistervaardigheid

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

              Algemene taal



  • De leerlingen begrijpen de mondelinge lesinstructies van de leerkracht en de opdrachtaanwijzingen op audio-media cursorisch en/of intensief;

  • instructietaal voor de klascommunicatie tijdens de lessen Duits: aanwijzingen, aankondigingen, waarschuwingen, vragen enz.

  • ze begrijpen gesprekspartners die rekening houden met het niveau van taalvaardigheid van de niet-moedertaalspreker cursorisch en/of intensief;

  • dialogen en rollenspellen (zie gespreksvaardigheid)

  • ze begrijpen functionele teksten die aansluiten bij hun ervaringswereld en die via omroep, radio, televisie, pc of telefoon ten gehore worden gebracht globaal, cursorisch, selectief of intensief. Deze teksten voldoen aan volgende criteria:

  • ze zijn gesteld in eenvoudige taal qua structuur en woordenschat;

  • ze worden duidelijk gesproken;

  • het spreektempo en de omgevingsgeluiden zijn vrij authentiek;

  • een keuze uit allerlei tekstsoorten:

  • radio/tv-programma’s (weerbericht, re­clame, nieuwsbericht, verkeersinformatie, toeristische tips, aankondigingen, korte reportages enz.)

  • mededelingen via omroep (station, luchthaven, warenhuis, stadion, disco enz.)

  • praktische informatie (antwoordapparaat, info over weer, wegen, tijd, telefoon, openingstijden enz.)

  • monologen en gesprekken (over hobby’s, interesses, meningen enz.)

  • telefoongesprekken

  • ze begrijpen fictionele teksten, die via luidspreker, radio, televisie of pc ten gehore worden gebracht globaal en cursorisch, mits deze teksten aansluiten bij de ervaringswereld van de leerlingen en aan de bovengenoemde criteria voldoen.

  • een keuze uit: korte verhalen, songs, gedichten

    Vaktaal





  • De leerlingen begrijpen in vaktaalsituaties (sector handel) functionele teksten globaal, cursorisch, selectief of intensief naargelang van het communicatief doel van de tekstsoort en mits de teksten aan bovengenoemde criteria voldoen.

  • afhankelijk van de studierichting een keuze uit:

  • gesprekken aan receptie of infostand, enz. (zie gespreksvaardigheid)

  • zakelijke telefoongesprekken (zie ge­spreksvaardigheid)

  • mededelingen via omroep op handels­beurzen, in openbare gebouwen en kantoorgebouwen enz.

  • audio- en/of video-opnamen met bedrijfs- en productinformatie, zakelijke gesprekken
  1   2   3   4   5

  • Informaticabeheer (complementair gedeelte)
  • Av duits derde GRAAD tso handel onthaal en public relations boekhouden-informatica
  • Leerplandoelstellingen, leerinhouden, pedagogisch-didactische wenken, evaluatie, minimale materiële uitrusting Intercultureel leren

  • Dovnload 190.03 Kb.