Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


BA-thesis Eva van Buuren 334247.doc [Above & Beyond]

Dovnload 453.84 Kb.

BA-thesis Eva van Buuren 334247.doc [Above & Beyond]



Pagina2/2
Datum25.10.2017
Grootte453.84 Kb.

Dovnload 453.84 Kb.
1   2

Conclusie

Het begin van impact measurement was met het ontstaan van impact assessment in 1969 bij de introductie van de National Environmental Policy Act (NEPA). DE term is in 1973 voor het eerst gebruikt bij de aanleg van een pijpleiding in Alaska. De eerste methodes zijn ontwikkeld door sociale wetenschappers die werkzaam waren bij overheden of consultancy bureaus. Hierbij werd er gebruikt gemaakt van labels uit de sociale wetenschap. In de loop der jaren zijn er veel verschillende zienswijzen geweest. In 1982 wordt het eerste congres over social impact assessment gehouden in Vancouver. (Burdge R.J., Vanclay F. 1996).

De term social impact heeft verschillende definities. In dit stuk wordt gebruikt gemaakt van de volgende definitie: impact de impact is die de interventie heeft op de sociale, economische en omgevingstoestand van mensen in een gebied die zonder de interventie niet had plaatsgevonden. Deze definitie wordt verder in dit stuk gebruikt. Aangezien social impact measurement en impact assessment aan elkaar gelinkt zijn is het doel van social impact measurement om de sociale impact te kunnen meten. De termen social impact assessment en impact measurement worden als synoniemen gebruikt.

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar social impact measurement, maar vooral de laatste jaren is het een belangrijk onderdeel van onderzoek geweest. Uit deze onderzoeken zijn problemen gekomen die voorkomen bij het toepassen van impact measurement. Afbakening van het gebied. Het eerste probleem is de lastige samenwerking tussen de verschillende disciplines. Het tweede probleem is de interpretatie van de data. Het derde probleem is de complexiteit van de problemen. Het vierde en grootse probleem is het uitdrukken van impact in geld. Het vijfde probleem is de onzekerheid over de toekomst. Het zesde probleem zijn de problemen die komen bij het vaststellen van de indicatoren. Ook zijn er nog een aantal kleinere problemen die worden genoemd in Nichols (2009). De problemen zijn het bepalen van wat in het verslag moet en om te bepalen wat het doel is van het verslag. Kortom er zijn een aantal problemen waarmee bedrijven te maken krijgen bij het uitvoeren van een impact measurement of het toepassen van een impact measurement methode.



Hoofdstuk 2: Framework
In dit hoofdstuk wordt er een framework ontwikkeld. Dit gebeurd aan de hand van hiervoor besproken problemen en algemene kenmerken van de impact measurement methodes. Bij het ontwerpen van het framework wordt er begonnen met de algemene kenmerken van een methode en vervolgens wordt er gekeken naar hoe de problemen te toetsen zijn. Bij de problemen die er bestaan wordt er gekeken naar de problemen die in het voorgaande hoofdstuk zijn beschreven en in tabel 1.2 staan en die nog actueel zijn. Hierdoor valt het probleem met het verzamelen van data weg. De bijbehorende deelvraag is: Op welke punten kunnen de methodes met elkaar worden vergeleken en op welke manier?
2.1 De algemene kenmerken testen.
Afbaken van het gebied

Als eerste stap is het handig om duidelijk te kijken waar de meting moet plaats vinden. Dit kan bij methodes op verschillende manieren gebeuren. Dit kan door de uitvoerders van de methode worden bepaald en het kan in overleg met de stakeholders. Door de samenwerking met de stakeholders kunnen er problemen ontstaan zoals bijvoorbeeld verschillende belangen van het te meten gebied. De samenwerking met de stakeholders heeft als voordeel dat door het overleg er meer duidelijkheid komt over het gebied.

Het vaststellen van grenzen heeft als voordeel dat er geen onduidelijkheid kan ontstaan over in welk gebied er moet worden gemeten. Ook is het belangrijk om een duidelijk doel te stellen om zo goed verder te werken met de methode. Zo is een duidelijk doel nodig om de indicatoren te kunnen vaststellen. Het stellen van grenzen kent ook nadelen. Zo kunnen door het stellen van de grenzen de omliggende gebieden vergeten worden en op die manier wordt niet alle impact gemeten. Om dit punt te beoordelen wordt er gekeken of de methodes in het begin van het proces de grenzen vaststellen.
De kosten
Bij het bekijken van de methodes is het ook belangrijk om naar de kosten van de methode te kijken. Dit hangt mede af van het aantal mensen die moeten meewerken aan de methode en of deze uit de organisatie zelf komen of van buitenaf. Bij het bekijken van de personeelskosten is de selectie gemaakt aan de hand van het bekijken van de werkdruk van de investeerders, management en/ of werknemer. De kosten zijn hoog als twee van de drie groepen er 6 dagen of meer aan werken per kwartaal, gemiddeld bij twee tot vijf dagen per kwartaal en laag bij een dag of minder per kwartaal. Ook zijn de kosten afhankelijk van de duur van methodes. Ook kunnen de keuzes gedurende een methode zorgen voor kosten. Zo worden er kosten gemaakt bij het verzamelen van data. Dit kunnen interne kosten zijn, maar ook out-of-pocket kosten.
De classificatie
Zoals eerder vermeld wordt de classificatie van Clark et Al (2004) gebruikt. De classificatie van de methode is belangrijk. Zo kan het per doel van de impact meting een methode van een bepaalde classificatie nodig maken. Zo is een monetaristische methode nodig als het doel is om alles uit te drukken in geld. Maar als het doel is om te bekijken hoe het proces verloopt is een proces methode het beste om toe te passen. Bij impact methodes is het doel om de marginale uitkomsten te bekijken. In het algemeen zijn er combinaties van de classificaties van toepassing. In het volgende hoofdstuk staat in tabel 3.1 een overzicht van de classificaties van de geselecteerde methodes.
2.2 Het toetsten van de problemen
In dit stuk wordt er gekeken naar de in de literatuur review besproken problemen die op dit moment nog actueel g zijn. Door deze selectie is het probleem met de collectie van data weggevallen omdat dit probleem in de recente literatuur niet meer voorkomt. In hoofdstuk 4 wordt er gekeken naar welke problemen er voorkomen bij welke methodes en welke oplossingen daarvoor worden geboden.
2.2.1 Lastige samenwerking tussen de verschillende disciplines
Dit probleem wordt vermeld in het artikel van Burdge & Vanclay (1996).

Dit probleem houdt op dit moment in het probleem tussen de samenwerking met de ontwikkelaars en de uitvoerders van de methode. Dit probleem kan ontstaan als de toepassing van de methode door het bedrijf kan worden uitgevoerd. Bij een aantal methodes zijn er ontwikkelaars zelfs van de methode die helpen bij de uitvoering. Bij het bekijken van dit probleem wordt er gekeken naar wie er betrokken zijn bij de samenwerking. Als er alleen mensen van het bedrijf die het uitvoert meewerken zijn er minder problemen in de samenwerking, maar er kunnen wel fouten komen bij de uitvoering van de methodes. Kortom bij het bekijken van dit probleem is het belangrijk te kijken naar wie ermee werken aan uitvoering van de impact measurement methode.


2.2.2 Problemen met interpretatie van data
Dit probleem wordt in de huidige vorm vermeld in het artikel van Karoly (2008) en Nicholls (2009). Bij dit probleem is het grootste punt dat er databanken zijn met data en dat deze data voor bepaalde doelen is ingezameld, maar voor andere meetdoelen wordt gebruikt. Door het verkeerde gebruikt van de data kunnen de resultaten van de meting worden beïnvloed. Bij het bekijken van dit probleem bij de verschillende methode wordt er gekeken naar de manier van data collectie. Door de manier van collectie kan ook worden gekeken of er een goede interpretatie mogelijk is.

Bij het gebruikt van primaire data is het doel van het verzamelen gelijk aan het doel waarvoor het wordt geïnterpreteerd. Bij het gebruikt van secundaire is het doel waarmee het verzameld is anders dan het te meten aspect. Door dit verschil kunnen er problemen ontstaan. In de praktijk gaat de voorkeur uit naar al bestaande data. Dit is het geval omdat het goed is voor de vergelijkbaarheid en de kosten lager zijn. Bij het beoordelen van dit punt wordt er gekeken om er gebruikt wordt gemaakt van primaire of secundaire data.


2.2.3 Complexe methodes
Dit probleem wordt in alle gelezen artikelen genoemd. Bij dit probleem is het belangrijk om te kijken hoelang en hoeveel personen en nodig zijn om de methode uit te voeren. Dit zeg iets over hoe complex de methode is. Een voordeel van een complexe methode kan zijn dat door de vele stappen die moeten worden genomen en waarbij goed moet worden nagedacht dat de resultaten beter zijn dan een simpelere methode. Om dit te bepalen kan er worden gekeken naar hoeveel fases er in een methode zitten. Door het gebruik van fases kan een methodes complexer worden, maar het kan ook helpen met het uiteenzetten van een duidelijke manier van toepassing. Ook kan het aantal fases iets zeggen over hoe duidelijk de methode is uitgewerkt. Om dit te beoordelen wordt en gekeken naar het aantal fases in een methode.
2.2.4 Het uitdrukken van impact in geld
In het onderzoek van Karoly (2008) komen drie problemen naar voren die betrekking hebben om het uitdrukken van impact in geld. Het eerste probleem is het probleem van de belangrijke baten die voortkomen uit sociale programma’s en dat deze zelden worden uitgedrukt in geld. Het tweede probleem is dat de prijzen die bepaald worden in de kosten baten analyses van sociale programma’s dekken niet consequent de sociale kosten en baten. Het derde probleem is dat in de verschillende methodes geen consequent gebruik wordt gemaakt van de vastgestelde prijzen.

Bij het bekijken van de methodes wordt er gekeken op welke manier de impact gewaardeerd wordt. Zo kan er worden gekeken welke soort data ze gebruiken en naar welke onderdelen van de boekhouding er wordt gekeken.


2.2.5 Weinig evaluatie van de methodes

Dit wordt vermeld in Burdge en Vanclay (1996) en in vervolgens in minder maten aanwezig bij Karoly (2008) en Nicholls (2009). Het probleem houdt in dat er nog weinig onderzoeken zijn gedaan de bestaande methodes.

Bij dit probleem wordt er gekeken naar of er case studies zijn van de methodes. Deze kunnen in de gids zelf staan of op de sites van de verschillende methodes. Ook wordt er gekeken naar resultaten bij zoeken op internet van de termen. In het algemeen geldt dat door evaluatie van de methodes er ook duidelijkheid komt over welke indicatoren en meeteenheden er het beste kunnen worden toegepast. Evaluatie is ook belangrijk om de impact te kunnen vergelijken met andere projecten. Als de methode al aantal keer is toegepast is het duidelijk hoe het gemeten project ervoor staat ten opzichte van andere projecten die met dezelfde methode zijn gemeten. Bij het bekijken van de evaluatie wordt er gekeken naar of het genoemd wordt in artikelen en of er casussen over zijn.
2.2.6 De onzekerheid over de toekomst
Dit probleem komt naar voren in de onderzoeken van Karoly (2008) en Nicholls (2009). Het probleem uit in dat onderdelen die verder gaan in de toekomst zijn in geld uit te drukken, maar er is grote onzekerheid bij het bepalen van de prijs van toekomstige projecten

Bij het bekijken van het probleem met de onzekerheid van de toekomst wordt er gekeken naar of de toekomst gewaardeerd wordt en op welke manier. Zo kunnen er bijvoorbeeld verschillende scenario’s worden bekeken.


2.2.7 Problemen met het vaststellen van de indicatoren
Bij het bepalen van de indicatoren zijn er drie belangrijke problemen deze worden uitgewerkt in een artikel van Bulmer (2008). Het eerste probleem is het definiëren van de indicatoren. De problemen in vergelijkbaarheid die ontstaan door het eerst probleem is het tweede probleem dat van toepassing is bij het bepalen van de indicatoren. Het derde probleem met de indicatoren is het bepalen van de waarde van een indicator. Zo kan met een indicator ook een trend worden waargenomen in plaats van werkelijke verbeteringen door de activiteiten in een gebied.
Bij het bekijken of de problemen van toepassing zijn op de methode kan er bij het eerste probleem worden gekeken naar op welke manier de indicatoren worden bepaald. Voor het tweede probleem kan er worden gekeken of er al bestaande indicatoren worden gebruikt of dat ze zelf de indicatoren bepalen. Bij het derde probleem wordt er gekeken op welke manier ze de informatie verzamelen voor de indicatoren dit valt ook onder het probleem van de interpretatie van de data die wordt verzameld.
Conclusie

Bij het beoordelen van de methodes wordt er eerst naar algemene punten gekeken zoals het afbakenen van het gebied en de bijkomende kosten. Er zijn ook een aantal voorkomende problemen. Dit zijn in totaal zeven problemen. Per probleem is er beschreven hoe ze kunnen worden gebruikt om te methodes te vergelijken.

De drie algemene kenmerken en de zeven problemen vormen samen een framework om impact methodes te beschrijven en te vergelijken. Het volgende hoofdstuk beschrijft de geselecteerde methodes en in het laatste hoofdstuk worden dit framework gebruikt om de methodes uit hoofdstuk drie te vergelijken.

Hoofdstuk 3: De Methodes
In dit hoofdstuk worden een aantal methodes nader bekeken. Het begint met korte achtergrondinformatie over de methode. Daarna volgt er een omschrijving van de methode. De toepassing wordt daarna besproken en vervolgens wordt het proces nader bekeken. De selectie van methodes is bepaald om de criteria van beschikbare informatie op internet en dat het valt in de toegepaste classificatie.
Classificatie

In tabel 3.1 is een overzicht met de methodes en de bijbehorende classificatie. In de tabel is te zien dat alleen de Social Footprint methode in een categorie valt. De SROI valt volledig in de proces en impact categorie en deels in de impact categorie. Het deels in de impact categorie betekent dat er naar impact wordt gekeken aan de hand van vaste indicatoren







Measuring Impact Framework

LM3

Participatory Impact Assessment

SROI

Social Footprint

Classificatie

 

 

 

 

 

Proces

x

x

x

x

x

Impact

 

 

x

o

 

Monetaritische

x

x

 

x

 

Tabel 3.1: De methodes en de classificatie
3.1 Measuring Impact Framework2
Achtergrond
Deze methode is ontwikkeld door het WBCSD (world business council for sustainable development). De WBCSD is een organisatie van vooruitstrevende bedrijven die het internationale bedrijfsleven prikkelt het creëren van een duurzame toekomst voor het bedrijfsleven, de maatschappij en het milieu.

Het doel was om in twee jaar een framework te ontwikkelen om de bijdrage van bedrijven aan economie en de ontwikkeling van het gebied waarin het actief is te meten. Dit doel is bereikt door het opzetten van dit framework.


Omschrijving
De methode heeft als doel om in 4 stappen een hulpmiddel te geven om de impact te meten.

De belangrijkste punten van deze methoden zijn:



  • Gemaakt vanuit het perspectief van het bedrijf

  • Gaat buiten de grenzen van de standaard verslaggeving

  • Stakeholders worden aangemoedigd om zich te mengen in het bedrijf

  • Flexibel. De methode kan toegepast worden op veel verschillende bedrijven


Toepassing
De methode is al een aantal keer toegepast een voorbeeld hiervan is de case studie van Nestlé in Peru3.
De methode
Deze methode bestaat uit 4 fases. Deze worden hieronder uitgewerkt.

1.Grenzen stellen

Bij deze stap is het de bedoeling om te kijken naar gebied en type bedrijf waarin de activiteiten plaats vinden. Dit bestaat uit meerdere tussenstappen:



    1. Objectieven vaststellen

Bij het vaststellen van de objectieven is het goed om de volgende punten in overweging te nemen:

  • De sector

  • Risico en mogelijkheden

  • Fase van de operatie

  • Groote

  • Bedrijfsstrategie

In de loop van het proces word en nog gekeken naar deze objectieven om de volgende stappen goed uit te kunnen voeren.

    1. Geografische gebied identificeren

Dit framework is toepasbaar op verschillende niveaus, maar het is belangrijk voor het bedrijf om het gebied vast te stellen. Bij het vaststellen van het gebied kunnen de volgende vragen helpen:

- Waar is de infrastructuur van het bedrijf?

- Waar komen de leveranciers en de resources vandaan?

- Waar komen de werknemers vandaan?


1.3 Informatie over de ontwikkeling van het gebied verzamelen
Het doel van deze stap is om een goed beeld te krijgen van het gebied waarin het bedrijf actief is. Het is belangrijk om informatie te verzamelen over de volgende punten:

- Achtergrondinformatie over het gebied.

Hierbij hoort informatie over de politieke, demografische, economische, sociale en milieuaspecten in het gebied

- Lopende kwesties.

Hierbij kunnen de volgende vragen worden gesteld:

- Wat zijn de belangrijkste factoren voor de trend in dit gebied?

- Wat zijn de barrières die het niet mogelijk maken om de problemen op te lossen?


    1. Selecteer de activiteiten die moeten worden getoetst

Bij het kiezen welke activiteiten moeten worden getoetst in deze methode is het belangrijk de keuze te bepalen door de invloed en impact van de activiteit op het bedrijf te bekijken.



2. Het meten van directe en indirecte impact

Hierbij is het doel om de impact te identificeren en te meten. Deze stap bestaat ook uit verschillende tussenstappen.



2.1. Het identificeren van de bronnen van impact voor elke activiteit

Bij deze stap is het de bedoeling om een business activiteit op te splitsen in verschillende bronnen van impact.

2.2. Het identificeren van indicatoren voor de impact

Het identificeren van indicatoren is een lastige stap het kan dan ook raadzaam zijn om experts in te schakelen in deze fase en om gebruik te maken van de stakeholders door middel van workshop, interviews en al gedaan onderzoek. Bij het vaststellen van indicatoren is het belangrijk om op te letten dat ze relevant, meetbaar en goed te volgen zijn over de tijd.



2.3. Het meten van de impact

Om de impact te kunnen meten is data nodig. Bij voorkeur word er gebruik gemaakt van al bestaande data. Bij afwezigheid van de date kan er gebruik gemaakt worden van vragenlijsten, workshops en interviews om data te verzamelen. Bij het meten van de impact is het belangrijk om op te letten dat indicatoren niet meerdere malen worden gemeten.



3. De bijdrage aan de ontwikkeling bepalen

Hierbij is het doel om te bepalen in welke mate de impacts invloed hebben op de ontwikkeling in de gebieden. Deze fase bestaat uit meerdere stappen deze worden hier uitgewerkt.



3.1Het level bepalen van betrokkenheid van de stakeholders

Bij deze stap is het doel om te bepalen in welke mate de stakeholders moeten worden betrokken in het proces. Hierbij moet rekening gehouden worden dat de verwachtingen van de stakeholders verkeerd kunnen worden als ze in het proces worden betrokken.



3.2 Gaan samenwerken met de stakeholders om doelen te bepalen

Deze stap is optioneel en het is de bedoeling om met de stakeholders doelen vast te stellen om de problemen op te lossen. Het gevaar bij deze stap is dat stakeholders andere doelen hebben en dat het bedrijf daar weinig impact op kan hebben. Het bepalen van de doelen kan het beste bereikt worden door een workshop voor de stakeholders te organiseren.



3.3 Hypotheses opstellen of de bijdrage van het bedrijf aan de ontwikkeling

Bij deze stap worden de gegevens uit stap 2 gebruikt en in de context van ontwikkeling geplaatst om zo hypothesis te ontwikkelen. Het ontwikkelen van de hypotheses bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de link leggen tussen impact en de ontwikkelingsdoelen. Het tweede deel is de hypothese opstellen over de bijdrage aan de ontwikkeling.



    1. Het testen van de hypothese in samenwerking met de stakeholders en vervolgens het plan verfijnen

Hierbij word de hypothese getest met de stakeholders. Het eerste doel voor het testen van de hypothese is het testen en controleren van de beoordeling van het bedrijf over bijdrage van de stakeholders. Het andere doel is om de mogelijke interpretatie verschillen in de plannen van de stakeholders en het bedrijf duidelijk te krijgen.

4. Kijken naar de management beslissingen

Hierbij worden de belangrijkste risico's en kansen ten opzichte van de maatschappelijke effecten van het bedrijf bekeken en op basis daarvan is er een ontwikkeling van de management respons.



    1. Identificeren van prioriteit gebieden voor actie

Bij deze stap is het doel om prioriteiten te stellen. Dit kan gebeuren doormiddel van het identificeren van risico’s en mogelijkheden. Dit kan worden gedaan door middel van impacts en doelen en deze aan elkaar te koppelen en zo te bepalen welke het meeste invloed heeft.

4.2 Het overwegen van de mogelijke management reacties en aanbevelingen doen aan het management

    1. Beslissing maken hoe verder te gaan



    1. Indicatoren opstellen om de vooruitgang te monitoren

Om de indicatoren vast te stellen is het goed om te overleggen met de belangrijkste stakeholders.


  • Afbeelding 3.1: Overzicht van de methode4



Voordelen

  • Toepasbaar op veel verschillende soorten ondernemingen.

  • Stakeholders worden betrokken in het proces.

Nadelen

  • Relatief veel personeel nodig om het uit te voeren.

  • Het is lastig om negatieve impact te meten.

  • Gericht op een gebied waarbij geen rekening met invloed op de omliggende gebieden.

  • Het is niet altijd mogelijk om alles in financiële parameters neer te zetten.


3.2 LM3 methode5
Achtergrond
Deze methode is ontwikkeld door the New Economics Foundation. Deze foundation bestaat uit individuele supporters, trust, onderneming, publieke financiers en internationale donateurs uit Groot-Brittannië. Deze organisatie is gericht op de globale economie.
Omschrijving
Deze methode is gebaseerd op het idee van de Keynes multiplier. Het idee van de multiplier is dat door bestedingen van een organisatie/overheid er meer uitgaven komen. De multiplier geeft aan in welke mate dit plaatsvind. Bij deze methode houd het in dat door uitgaven van het moederbedrijf er in het gebied meer uitgaven komen en het zo ontwikkeld. Deze methode heeft als doel om de multiplier makkelijk te berekenen.
Toepassing
De methode kan worden toegepast door alle soorten organisaties en instellingen. De methode word al door een aantal ondernemingen toegepast zoals Eden Community Outdoors. Dit is een sociale onderneming gevestigd in Engeland.

In de Money Trial gids van de LM3 methode (Sacks,2002) staat deze en een aantal andere voorbeelden uitgewerkt.



De methode
Deze methode bestaat uit 5 stappen en 3 rondes.

De eerste stap is het vaststellen van het werkgebied.


Ronde 1
In deze ronde is het de bedoeling om in het vastgestelde werkgebied te bekijken wat er moet worden gemeten en hiervan de data te verzamelen. Dit kan door naar het inkomen van het betreffende onderdeel van het bedrijf te kijken.

Ronde 2

In deze ronde word besloten welke route er gekozen word. Er zijn twee mogelijkheden: route A en route B. Route A is voor het inkomen van een organisatie en route B voor het inkomen van een groep personen. Bij beide routes is de aanpak hetzelfde. Bij het vaststellen van de route word gekeken naar hoe het inkomen is besteed bij de initiële organisatie. In het algemeen is dit vastgelegd in de boekhouding. Aan de hand van deze lijst komt er ook een goed overzicht van de bedrijven die in de volgende ronde moeten worden onderzocht.



Ronde 3

In de vorige rondes is vastgesteld hoe de organisatie het geld heeft uitgeven en nu word er gekeken naar hoe de lokale mensen of bedrijven het hebben uitgeven. Het is belangrijk om goed vast te stellen wie er in het lokale gebied actief zijn en het geld spenderen.

De laatste stap is het berekenen van de LM3 score

De formule is als volgt: Totaal inkomen van de 3 rondes/ inkomen ronde 1

Bij deze berekening word duidelijk hoeveel het initiële inkomen heeft bijgedragen aan de lokale economie.
Voordelen


  • Relatief makkelijke methode

  • Duidelijk uitkomst over de waarde van de funding voor de buitenstaanders, zoals stakeholders en investeerders.


Nadelen

  • Alleen gericht op economische impact.

  • Kijkt alleen naar cash, zo word en alleen gekeken naar generatie van inkomen en worden niet gekeken naar eventuele besparingen. Hierdoor word niet de directe impact op de armoede gemeten.

  • Het is alleen een goede methoden voor impact gericht op ontwikkelingsgebieden De uitkomst kan een vertekend beeld geven wanneer dit vergelijken word met een ontwikkeld gebied. Ook kunnen de verschillen nog groter worden als in een ontwikkeld gebied de multiplier word verhoogd.

  • Gericht op een gebied en er word niet gekeken naar de invloed op omliggende gebieden.


3.3 Participatory Impact Assessment 6
Achtergrond
Deze gids is ontwikkeld door The Feinstein International Center. Deze organisatie is al sinds begin jaren 90 bezig met het ontwikkelen van methodes om impact te meten. Door deze ervaring is deze gids ontwikkeld.
Omschrijving
Dit is niet een specifieke methode om de impact te meten maar een gids om punten te laten zien waaraan de impact kan worden gemeten. De methode bestaat uit een 8 stappenplan

Toepassing
Deze gids is getest in samenwerking met de Bill & Melinda Gates Foundation in Afrika.
De methode
Deze methode bestaat uit 8 fases. Deze zijn hieronder uitgewerkt.
1. Definieer de te beantwoorden vragen

Bij het definiëren van de vragen is het belangrijk om op te letten dat het niet teveel vragen worden of vragen die niet zijn te beantwoorden.



2. Definieer het gebied en de tijd voor het project

Bij deze stap word het duidelijk wat de grenzen van het gebied voor de impact zijn. Bij het bepalen van het gebied is participatory mapping een goed methode om te gebruiken. Bij het vaststellen van de tijd moet duidelijk worden welke tijdsperiode word onderzocht. Dit kan gebeuren door middel van een tijdlijn.



3. Definieer de impact indicatoren

Er zijn twee soorten indicatoren proces indicatoren en impact indicatoren. De proces indicatoren bekijken of het project plaatsvind en de impact indicatoren kijken naar de verandering door het project. Bij het meten van de impact kunnen de impact indicatoren gebruikt worden. In deze methode is er de voorkeur om gebruikt te maken van indicatoren die zijn vastgesteld door de gemeenschap of deelnemers aan het project.



4. Bekijk welke methode te gebruiken is en test deze

Bij het bepalen van de methode is het belangrijk om de gemeenschap te betrekken. Er kan gebruik gemaakt worden van Ranking en Scoring methodes, Before and After Scoring, Scoring against a nominal baseline, Simple ranking, Pair-wise ranking en Matrix Scoring, Impact calendars en radar diagrams of Assessing Utilization en Expenditure.



5. Bepaald de steekproef en de methode

Er kunnen drie soorten sampling gebruikt worden om de steekproef te bepalen. De eerste is Convenience sampling. Hierbij word en gekeken naar de makkelijk toe gangbare dorpen in het gebied. Een voordeel van deze methode is dat het relatief weinig tijd kost, maar het nadeel is dat het niet altijd representatief is voor het gebied. De tweede manier is purposive sampling. Hierbij word en gekeken naar dorpen die typisch zijn voor het project gebied. Bij deze methode is het gevaar dat het project dorpen uitkiest waar er impact is. De derde methode is Ramdom sampling. Bij de manier word er een willekeurig selectie gemaakt van de dorpen in het gebied. Dit word gezien als de meeste betrouwbare methode, maar het nadeel is dat het veel geld en tijd kost. Bij het uitkiezen van de methodes is er geen dominante methode. De keuze van de methode hangt af van het doel van de assessment. De grote van de steekproef kan ook per doel verschillen.



6. Wijs de bijdrage van het project aan

Bij deze stap wordt er gekeken welke factoren die zorgen voor verandering vanuit het project komen en welke niet. Hiervoor zijn twee benaderingen de eerste benadering binnen het project gebied en de tweede is een vergelijking tussen het project gebied en een niet project gebied. Bij de eerste manier worden er gekeken naar de verschillende factoren en bepaald welke er wel en niet in bij het project horen.

Bij de tweede manier zij er 3 soorten vergelijkingen:


    1. Vergelijking tussen een gebied waarbij een project is geweest en een gebied zonder project

    2. Vergelijking tussen deelnemers en niet-deelnemers aan het project binnen de gemeenschap.

    3. Vergelijking tussen verschillende interventies in een gebied.

Bij deze manier van bekijken kan er een probleem ontstaan met het selecteren van de controle groep.

7. Voor de driehoeksmeting uit

Bij het maken van de meting is gebruik van externe data belangrijk. Door het gebruik van externa data kan er door het uitvoeren van meting worden gecontroleerd of de meting goed is uitgevoerd.



8. Feedback en controleer de resultaten bij de gemeenschap

Hierbij worden de resultaten gepresenteerd aan de gemeenschap. Bij de presentatie is de laatste mogelijkheid voor de gemeenschap om feedback te geven als en geen tweede fase of project komt.



Voordelen

  • Veel middelen om impact te meten worden aangereikt


Nadelen

  • Focus op ontwikkelingslanden.

  • Niet een duidelijke methode


3.4 Social Return on Investment (SROI) 7

Achtergrond
Deze methode is ontwikkeld in 1996 door REDF (eerder genaamd The Roberts Enterprise Development Fund) een non-profit organisatie die banen creëerde door de steun van sociale ondernemingen die helpen om mensen de vaardigheden te laten ontwikkelen om zichzelf te helpen.
Omschrijving
Social Return On Investment (SROI) is een methodiek die het rendement van maatschappelijke investeringen in economische en sociale zin meetbaar en zichtbaar maakt. SROI is bedoeld voor investeerders en managers van projecten en bedrijven met een financiële en maatschappelijke doelstelling.
De methode is gebaseerd op 7 principes

  1. Belanghebbende betrekken

  2. Begrijpen wat er veranderd

  3. Waarde geven aan dingen die belangrijk zijn

  4. Alleen materiele zoeken meenemen

  5. Niet overwaarderen

  6. Transparantie

  7. Resultaten verifiëren

Toepassing
De methode is een van de meest toegepaste methode. Hij wordt vooral toegepast bij overheidsbedrijven en gemeentelijke instellingen toegepast. Diverse kenniscentra (als Radar advies, alleato, Mo groep en trainingsbureaus ) hebben onderzoek gedaan en voeren trainingen uit op dit gebied.
De methode
Bij de SROI zijn verschillende soort analyses mogelijk, deze volgens het zelfde proces. Het proces word in dit deel van het hoofdstuk uitgewerkt. Het proces bestaat uit 6 fases.

In de eerste fase zitten 3 tussenstappen:


2.4.1 De omvang en de belangrijkste belanghebbende vaststellen

Deze stap heeft 3 tussenstappen. Deze zijn hieronder uitgewerkt.



    1. Omvang vaststellen

Bij het opstellen van de omvang moet rekening gehouden worden met verschillende punten:

Het doel, het publiek, de achtergrond, de bronnen, de uitvoering, de activiteiten waar de focus op ligt, periode en de soort analyse.



1.2 Stakeholders identificeren

Bij deze stap is het goed om te beginnen met het maken van een lijst met de stakeholders die invloed hebben op het gebied dat geanalyseerd word. Bij het selecteren worden er groepen gemaakt. Bij het maken van de groepen is het belangrijk dat binnen een groep de verschillen niet te groot zijn. Vervolgens word er bij de stakeholders geïnformeerd over de visie op de invloed.



1.3 Beslissen hoe de stakeholders in het proces te brengen

Voor het betrekken van de stakeholders in het proces zijn verschillende methodes mogelijk.



Deze methodes zijn: De groep bij elkaar brengen en direct vragen stellen, in de vorm van een workshop, invullen formulieren tijdens een bijeenkomst, een representatieve groep samenstellen en vragen stellen, social event en een op een interviews.

2.4.2 Resultaten in kaart brengen
Bij deze stap horen vijf tussenstappen. Deze worden hieronder uitgewerkt.

2.1 Beginnen met de impact kaart
2.2 Input identificeren
Bij deze stap is het belangrijk om op te letten dat input niet twee keer geteld word of dat er input in komt die niet in de omvang van de analyse zit.


2.3 Input waarderen
Bij het invullen van de kaart is het mogelijk dat er input is geïdentificeerd is die niet in geld is uit te drukken, zoals vrijwilligerswerk. Bij een SROI analyse zijn vooral vrijwilligerswerk en bijdrages in de vorm van goederen en services belangrijk. Het waarderen van vrijwilligerswerk geeft de grootse problemen in de analyse.
2.4 Output verduidelijken
In deze stap is het de bedoeling om eventuele effect die dubbel zijn uit de analyse te halen.
2.5 uitkomsten beschrijven
Bij deze stap is het nodig om een duidelijk onderscheid te maken tussen uitkomsten en output. Bij het vaststellen van de output moet goed nagedacht worden om de goede aspecten als output aan te merken. Een ander punt om op te letten is dat uitkomsten soms pas na jaren komen.
2.4.3 Uitkomsten bewijzen en waarde geven
Het doel van deze stap is het ontwikkelen van uitkomst indicatoren en deze te gebruiken als middel om bewijs te vinden voor de uitkomsten. Deze fase bestaat uit 4 stappen:
3.1 Het ontwikkelen van indicatoren
In deze stap is het de bedoeling om indicatoren vast te stellen zoals al eerder genoemd in dit hoofdstuk is het belangrijk om dit om een goede manier te doen. Dit kan een goed moment zijn om de stakeholders in het proces te betrekken want dit zijn in het algemeen de mensen die goede indicatoren weten. Bij het kiezen van indicatoren is het belangrijk om een evenwicht te hebben tussen objectieve en subjectieve indicatoren. Na het vaststellen van de indicatoren is het belangrijk om te bekijken hoe ze te meten en of het haalbaar is in de periode die staat voor de analyse.
3.2 Het verzamelen van data
Hier is het doel het verzamelen van de data over de indicatoren. Dit kan uit al bestaande bronnen, maar het is ook mogelijk om zelf de data te verzamelen. Bij het uitvoeren van een voorspellende SROI analyse is het beste om gebruik te maken van al bestaande data . Bij een evaluatie SROI is het beste om zelf verzamelde data te gebruiken.
3.3 Vaststellen hoelang uitkomsten duren
In deze stap is het doel om te kijken hoelang de uitkomst duurt. Dit kan het beste door het direct aan mensen te vragen hoelang het voor hun heeft geduurd dit zorg voor bewijs, maar als dit niet mogelijk is kan er gekeken worden naar vergelijkbare activiteiten van andere bedrijven.

3.4 Waarde toekennen aan de uitkomst.
Bij deze stap is het de bedoeling een systeem te ontwikkelen om waarde toe te wijzen. Bij de SROI analyse word er gebruik gemaakt van financiële proxies om de sociale waarde van niet verhandelbare goederen te bepalen.
2.4.4 Impact vaststellen
In deze fase is het de bedoeling om de uitkomsten die in de vorige stappen verkregen te zijn te controleren. Hier worden methodes uitgewerkt om te controleren of de uitkomsten kloppen.
4.1 Deadweight en displacement
Hierbij wordt er gekeken naar de uitkomst als er geen activiteit was geweest. Deze word berekend als een percentage. Bij deze methode word en gebruik gemaakt een vergelijkbare groep of een vergelijkbaar gebied waarbij de activiteit niet is uitgevoerd. Het probleem met deze methode is dat er nooit een exact zelfde groep beschikbaar is en het dus een schatting blijft. Wanneer het niet mogelijk is een controle groep te vinden moet en worden uitgegaan van schattingen.
4.2 Attribution
Bij deze methode word en gekeken in hoeverre de uitkomst veroorzaakt is door de interventie van de organisatie. Het is niet mogelijk om de precieze bijdrage te meten, maar het gaat er om dat er aandacht aan word besteed dat er ook andere interventies dan die van de organisatie mee kunnen spelen in de uitkomst. Om de bijdrage te bepalen zijn er 3 mogelijkheden: baseren op ervaringen, stakeholders vragen of informeren bij andere organisaties die een bijdragen hebben geleverd. Het beste in om een combinatie te gebruiken.
4.3 Drop-off
Deze stap is om stap 3.3 nader te bepalen. In 3.3 hebben we gekeken naar de duur van uitkomsten. In de loop van de jaren zal de uitkomst veranderen bij de drop-off methode. Deze methode kan alleen gebruikt worden als de uitkomst langer dan een jaar duurt. In het algemeen word de drop-off berekend met een vast percentage en dat word elk jaar van de uitkomst afgehaald.
4.4 Het berekenen van impact
Het berekenen van de impact bestaat uit drie stappen. De eerste stap is de proxy vermenigvuldigen met de hoeveelheid van de uitkomst en van deze waarde word en een percentage attribution en/of deadweight loss afgehaald. Als volgende stap moet dit worden herhaald voor elke uitkomst en vervolgens als derde stap wordt het totaal bij elkaar opgeteld.
2.4.5.SROI berekenen
In deze stap word alle informatie uit de voorgaande stappen verzameld om de SROI uit te rekenen. Om deze ratio uit te rekenen zijn er vier stappen nodig.
5.1 Kijken naar de toekomst
De eerste stap is om de waarde van impact te bepalen voor elke uitkomst. De impact is eerder in stap 4.4 berekend. Vervolgens word de waarde gekopieerd naar elke periode en daarna word er een drop-off percentage van afgehaald.
5.2 Het berekenen van de net present value (NPV)
Om de NPV uit te rekenen moet alle inkomsten en kosten in de periode naast elkaar gezet en vervolgens worden ze verdisconteerd.
5.3 De ratio berekenen
Hier word de SROI ratio berekenend. De berekening is als volgt:

SROI ratio = Present value/ waarde van de inputs


5.4 Sensititivty analyse
De bedoeling van deze stap is om te bekijken of er dingen veranderd zijn in de aannames. Een mogelijke veranderingen in de volgende vier aspecten moet worden bekeken: Schattingen van deadweight,attribution en drop-off, financiële proxies, de uitkomsten en de waarde van input als er niet financiële zijn gewaardeerd.
5.5 Payback Periode
Dit is een optionele stap waarin word gekeken hoelang het duurt voor een investering is terugverdiend.
2.4.6 Verslaggeving, gebruik en verankering
Na het uitvoeren van de SROI berekening is het proces nog niet afgerond het is belangrijk om het om een goede manier op papier te zetten en te gebruiken voor de organisatie. Er zijn drie zaken waarmee rekening moet worden gehouden deze worden hier uitgewerkt.
6.1Verslaggeving aan de belanghebbenden
Bij de verslaggeving is het belangrijk om te kijken naar de manier waarop de resultaten worden gepresenteerd. De volgende informatie zit in het algemeen in een SROI verslag: informatie over de organisatie, beschrijving van de scope, de impact map, case studies of quote van deelnemers , details van de calculaties en discussie van de schattingen en verwachtingen, een audit-trial voor het nemen van beslissingen en een samenvatting gericht op een breed publiek waaronder de deelnemers.
6.2 Het gebruik van de resultaten
Om een SROI analyse nuttig te maken is het goed als die voor veranderingen zorgt. Die veranderingen kunnen op verschillende punten in de organisatie zijn. Bij een voorspellende SROI komen er mogelijke veranderingen in de geplande activiteiten. Zo kan deze soort SROI voor zorgen dat er veranderingen komen is het overleg met de belanghebbende en de werkwijze met partners over de bijdrages. Bij een evaluatie SROI zijn er over het algemeen meer veranderingen aan de hand van de analyse. Zo word er aan de hand van de analyse implicaties gemaakt aan de hand van uitkomsten. Ook kan door de analyse de mogelijkheid ontstaan om een routine te maken voor volgende analyses.
6.3Assurance
In deze stap word de informatie in het verslag geverifieerd. Er zijn twee levels van verzekering. De type 1is het eerste level hierbij ligt de focus op de verankering dat de analyse is gedaan met de principes van een goede uitvoering van SROI. De type 2 is de verankering van de principes en data.
Voordelen

  • Communicatie richting belanghebbende is duidelijk.

  • Als gegevens al bekend zijn is het een relatief goedkope methode.


Nadelen

  • Het is niet altijd mogelijk om alles in financiële parameters neer te zetten.

  • Eerste keer is het relatief duur om toe te passen.


3.5 Social Footprint Methode 8
Achtergrond
In een proefschrift uit 2008 van McElroy van de rijksuniversiteit Groningen is de methode ontwikkeld. In dit schrift proberen de auteurs een meet instrument te ontwikkelen waarmee de sociale duurzaamheid van organisaties kan worden gemeten. De methode is ontwikkeld met de aanpak om te beginnen met een zoektocht naar een overtuigende interpretatie van duurzaamheid. Na uitgebreid onderzoek word de voorkeur gegeven en de Ecological Footprint methode en de drie gerelateerde principes van duurzaamheid van Daly
Omschrijving
Gebruikers van de SFM moeten in eerste instantie op de hoogte zijn van de systeemgrenzen

van hun analyse. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen organisatie, fysieke en tijdelijke domeinen. Vervolgens wordt gesteld dat specifieke effectgebieden geselecteerd moeten worden die worden bestudeerd, omdat met elk effectgebied een unieke duurzaamheidsquotiënt verbonden kan zijn. Daarna wordt aandacht er geschonken aan de constructie van de quotiënten zelf, beginnend met de noemers en dan de tellers. Tenslotte volgt de berekening en analyse van de gerelateerde scores.9



Toepassingen

Het is een nieuw ontwikkelde methode en is op dit moment weinig toegepast. Deze methode is al wel getest.


De methode
De methodes bestaat uit 5 stappen deze worden hieronder uitgewerkt.
Stap 1: Definieer de systeemgrenzen van de analyse

De eerste grens die moet worden gesteld is de conceptuele grens. Dit kan gebeuren door te bekijken welk deel van het bedrijf door het stellen van de volgende vraag: Welke conceptuele delen van de organisatie dienen te worden betrokken bij de meting?

De tweede grens die moet worden vastgesteld in de fysieke/ materiele grens. Hierbij word gekeken welke locaties van het bedrijf worden meegenomen. Dit is belangrijk omdat bedrijven meerdere locaties kunnen hebben.

De derde grens die moet worden vastgesteld is de tijd. Hierbij word gekeken naar de periode waarover de meting word uitgevoerd.



Stap 2: Selecteer specifiek(e) effectgebied(en) (Areas Of Impact; AOI’s);

Het eerste onderscheid wat er word gemaakt bij het bepalen van AOIs in een meting in het verschil tussen intern en extern. De interne impact gaat om mensen binnen de organisatie. Bij extern AOI gaat het om invloed om invloed buiten de organisatie. Bij beide vormen zijn de volgende drie gebieden de grootse impact gebieden:



  • Human Capital: bijdrages direct op personen binnen de samenleving

  • Social Capital: bijdrages aan sociale programma’s

  • Constructed capital: bijdrages aan de infrastructuur

Criteria
Bij het bepalen welke AOI´s worden gekozen is het belangrijk om op te letten welke het meeste worden beïnvloed door de acties van de organisatie.

Een benadering om dat te doen is de inside-out/outside in methode. Volgens deze benadering worden AOI’s geselecteerd op basis van waargenomen mogelijkheden om gebieden van voordeel te krijgen voor zowel een bedrijf en de maatschappij waarin er zaken worden gedaan.

Dit is slechts een voorbeeld benadering een bedrijf kan ook een eigen benadering toepassen.

Stap 3: Specificeer en construeer de noemer van het quotiënt

Dit is de belangrijkste stap in het proces er is dan ook veel discussie over. Het is een uitdagende stap omdat hierin bepaald word waartegen de organisatie word beoordeeld. Deze stap bestaat uit acht tussenstappen.



  1. Maak een oorzakelijke theorie voor de geselecteerd AOI. Dit is belangrijk om dat basis te maken over hoe de impact ontstaat. Dit moet voor elke quotiënt gebeuren. Deze theorieën vormen ook de basis voor de indicatoren van de quotiënt.

  2. Bepaal de types van kapitaal als basis van de noemer.

  3. Onderzoek, selecteer of ontwikkel de maatstaven die nodig zijn om de noemer uit te drukken. Hiervoor zijn twee opties de eerste opties is het gebruik van bestaande indicatoren of kapitaal. Hierbij kan per onderdeel worden gekeken wat de bijdrage is. De tweede optie is om te kijken naar de bijdrage in geld aan het project om de bijdrage te leveren.

  4. De meeteenheid verifiëren en kijken of het een weerspiegeling geeft van de bijdrage.

  5. Bepaal of de verantwoordelijkheid voor effecten op de AOI geselecteerd in Stap 2 berust uitsluitend bij de organisatie onder studie,
    of in plaats omvat meerder organisaties of personen

  6. Selecteer een claim die het beste kan meten wat een organisatie zegt voor invloed te hebben.

  7. Vul de noemer is met de hiervoor bepaalde waardes.

  8. Bepaal welke schaal er moeten worden gebruikt

Stap 4: Specificeer en construeer de teller van het quotiënt

Bij deze stap gaat veel hetzelfde als bij stap 3 met uitzondering van de normatieve uitspraken het om wat de prestaties van de organisatie zou moeten zijn, wordt er een beschrijvende bewering gemaakt over wat de prestaties van de organisatie werkelijk zijn.



Stap 5: Bereken de quotiëntscore.

Hierbij word de score berekend door de teller door de noemer te delen.



Voordelen

  • Gebruik gemaakt van verschillende methodes om een zo goed mogelijke methode te ontwikkelen

Nadelen

  • Nieuwe methode en dus nog weinig toegepast en dus weinig informatie over hoe het is om toe te passen.


3.6 Conclusie
In dit hoofdstuk is er een introductie gegeven van vijf methodes. De 5 methodes zijn: Measuring Impact Framework, LM3, Participatory Impact Assessment Guide, Social Return on Investment (SROI) en de Social Footprint. De methodes hebben verschillende voordelen. Ook zijn de nadelen per methode verschillend. De methodes hebben ook overeenkomsten. Een overeenkomst is dat bij elke methode eerst grenzen worden gesteld om het gebied te bepalen en om de doelen van de meting vast te stellen. In tabel 3.1 staat een overzicht van de methodes en de bijbehorende kenmerken.




Measuring Impact Framework

LM3

Aantal Fases

4

5 (3 rondes)

Termijn

 

 

Korte

x

x

Lange

x

 -

Stakeholder involment

x

x

Personeelsbezetting*

Hoog

Laag

Doel:

 

 

Screening

x

x

Monitoring

x

 -

Rapporteren

x

 -

Evalueren

x

x

 

 

 

Methodes Data verzameling:

 

 

Interviews

x

x

Focus groepen

x

 -

Observaties

x

x

Enquêtes

x

x

Data collectie van programma

x

 

Externe data collectie

x

x

 

 

 

Perspectief

 

 

Micro

 -

x

Meso

x

x

Macro

x

 

 

 

 

Soort benadering

 

 

Proces

x

x

Impact

 -

 -

Monetaristische

x

x

Tabel 3.1: Overzicht van de methodes en de kenmerken

x= aanwezig in de methode



-= niet aanwezig/niet vermeld

* 2 van de 3 van volgende groepen (investeerder, management en/of werknemer) moeten aan de onderstaande eisen voldoen:

Hoog: > 5 dagen per kwartaal

Medium: 2-5 dagen per kwartaal

Laag: < 2 dagen per kwartaal

o= Gedeeltelijk aanwezig






Participatory Impact Assessment

SROI

Social Footprint

Aantal Fases

8

6

5

Termijn

 

 

 

Korte

x

x

x

Lange

x

-

x

Stakeholder involment

x

x

x

Personeelsbezetting*

Afhankelijk van keuzes in proces

Medium

Niet bekend

Doel:

 

 

 

Screening

x

 -

x

Monitoring

x

x

x

Rapporteren

x

x

x

Evalueren

x

x

x

 

 

 

 

Methodes Data verzameling:

 

 

 

Interviews

x

 -

x

Focus groepen

 -

 -

 

Observaties

 -

x

x

Enquêtes

x

x

x

Data collectie van programma

x

x

x

Externe data collectie

x

x

x

 

 

 

 

Perspectief

 

 

 

Micro

x

 -

x

Meso

 -

x

x

Macro

x

o

x

 

 

 

 

Soort benadering

 

 

 

Proces

x

x

x

Impact

x

o

 -

Monetaristische

 -

x

 -

Vervolg tabel 3.1: Overzicht van de methodes en de kenmerken

x= aanwezig in de methode

- = niet aanwezig/niet vermeld


* 2 van de 3 van volgende groepen (investeerder, management en/of werknemer) moeten aan de onderstaande eisen voldoen met betrekking tot het aantal dagen werk:

Hoog: > 5 dagen per kwartaal

Medium: 2-5 dagen per kwartaal

Laag: < 2 dagen per kwartaal

o= Gedeeltelijk aanwezig



Hoofdstuk 4: Het framework toegepast

In dit hoofdstuk wordt het Framework uit hoofdstuk twee toegepast op de methodes uit hoofdstuk 3. Per kenmerk en per probleem in het framework wordt er gekeken naar de methodes en in welke mate het probleem aanwezig is.

Aan het eind van het hoofdstuk staan een overzichtstabel met de problemen en de methodes en wordt er per methode een korte beschrijving gegeven bij elk probleem. De bijbehorende deelvraag is: Wat zijn de oplossingen die de verschillende methodes bieden voor de problemen?

Algemene kenmerken

Grenzen

Het eerste kenmerk van een methode is de mate waarin er duidelijke grenzen worden gesteld aan het gebied waarin de meting plaatsvind. Dit gebeurd bij alle bekeken methodes. Zo wordt in elke methode duidelijk vastgesteld om welk gebied het gaat en welke objectieven moeten worden bekeken. Zo is bijvoorbeeld bij het Measuring Impact Framework de eerste stap om grenzen te stellen. Dit wordt gedaan doormiddel van het vaststellen van de objectieven en vervolgens wordt het geografisch gebied vastgesteld. Daarna wordt er nog gekeken naar de informatie die nodig en die activiteiten die moeten worden getoetst. Dit heeft als voordeel dat er geen onduidelijkheid kan ontstaan over in welk gebied er moet worden gemeten.



Kosten

Bij de kosten is er in eerste instantie gekeken naar de personeelskosten. Deze kosten zijn van drie van de vijf methodes bekend. SROI heeft gemiddelde personeelskosten, maar hierbij moet worden opgemerkt dat dit geldt voor de eerste keer uitvoeren. Als de basis is gelegd is het de tweede keer goedkoper om het uit te voeren. Het Measuring Impact Framework heeft de hoogste personeelskosten. De LM3 methode heeft de laagste personeelskosten dit komt omdat het relatief een makkelijke methode is om uit te voeren en hierdoor is er dus ook minder personeel nodig. Bij de impact assessment guide zijn de kosten afhankelijk van welke methodes er worden uitgekozen. Bij de Social Footprint methode zijn de precieze kosten niet beschikbaar. Dit komt mede omdat de methode nog vrij nieuw is en nog maar aantal keer is uitgevoerd. Bij de verschillende methodes gaat de voorkeur uit naar bestaande data. Dit kan zowel secundaire als primaire data zijn. De kosten voor bestaande data zijn in het algemeen lager omdat het niet meer verzameld hoeft te worden. Wel is het soms het geval dat de data moet worden aangekocht dit kan zorgen voor hogere kosten.



Classificatie

Het Measuring Impact Framework en de LM3 methode vallen onder de proces en de monetaristische methode. Dit houdt in dat de methodes kijken naar het proces en de opbrengsten omzetten in geld. De Participatory Impact Assessment valt onder de proces en de impact methodes. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar de impact die een proces heeft. De SROI valt volledig in de proces en monetaristische categorie en deels in de impactcategorie. Dit houdt in dat het zicht richt op het proces en die omzet in geld. Voor de impact geld dat het een deel van de impact bekijkt. De Social Footprint methode richt zich in zijn geheel op het proces.



Problemen

Samenwerking

Het probleem wat als eerste wordt bekeken is de samenwerking tussen verschillende disciplines. Bij elke methode wordt er samengewerkt met stakeholders. Zo wordt er bijvoorbeeld bij het Measuring Impact Framework intensief samengewerkt met de stakeholders. Bij de LM3 methode wordt er minder intensief samengewerkt met de stakeholders. Bij de LM3 methode wordt er alleen samengewerkt om het gebied te bepalen. Het positieve punt van de samenwerking is dat er duidelijkheid komt over wat de stakeholders belangrijk vinden. Ook zijn de stakeholders belangrijk bij het bepalen van de doelen en van de indicatoren. Een ander positief punt is dat stakeholders soms ook dichterbij het gebied staat waar informatie over moet worden gewonnen en zo kunnen ze zorgen voor goede input. Het nadeel van de samenwerking is dat de belangen uit elkaar liggen en dit voor problemen zorgt bij het vaststellen van het doel voor problemen met belangen. Bij alle methodes wordt en samengewerkt met de stakeholders. Deze samenwerking heeft meer voordelen dan nadelen. Bij de SROI kan het zijn dat bij de eerste keer uitvoer en wordt samengewerkt met een extern bureau. Dit is positief omdat door deze samenwerking duidelijk wordt hoe de methode moet worden uitgevoerd en hierdoor is het daarna beter om uit te voeren.



Interpretatie

Het tweede probleem is het probleem van de interpretatie van de data. Bij dit probleem is de bron van de data van belang. Bij de LM3 methode levert dit de minste problemen op omdat er alleen maar naar geldstromen wordt gekeken en niet naar sociale aspecten die moeten worden uitgedrukt in geld en hierdoor is er geen data nodig over de sociale invloed.

Bij de andere methodes wordt er bij voorkeur al gebruikt gemaakt van bestaande data. Dit is het geval omdat al bestaande data makkelijker te verkrijgen is en dit minder tijd geld kost dat het zelf verzamelen van data. Bij het gebruikt van primaire data zijn er geen problemen met de interpretatie, maar er wordt ook vaak gebruikt gemaakt van secundaire data er daarbij zijn er wel problemen met de interpretatie. De methodes maken bij voorkeur gebruik van primaire data.

Complexe methodes

Het derde probleem was dat de methodes complex zijn. Van de vijf bekeken methodes is de LM3 methode het minst complex. Dit komt omdat er enkel naar geldstromen wordt gekeken. Hierdoor zijn er geen andere maatstaven nodig dan geld en dit maakt het eenvoudiger. Deze methode heeft ook het minst aantal processtappen. De SROI en de Social Footprint Methode hebben de meeste tussenstappen en de Impact assessment guide en Impact zitten daar tussenin. Dit zegt niet alles over de complexiteit van de methode. Zo is de eerste keer uitvoeren bij de SROI tijdrovend, maar is het vervolgens makkelijk om het opnieuw uit te voeren.



Uitdrukken van impact in geld

Het vierde probleem is het uitdrukken van impact in geld. Bij de LM3 methode is dit probleem het kleinst, omdat in deze methode alleen wordt gekeken naar geldstromen. Hierdoor hoeven er geen sociale aspecten in geld worden uitgedrukt. Bij het Measuring Impact Framework wordt de waarde bepaald in samenwerking met de stakeholders. Dit kan positief uitpakken omdat de stakeholders vaak dichtbij het project staan en dus de waarde goed kunnen bepalen. Bij de impact assessment guide is het afhankelijk van de methode die gekozen wordt hoe het bepaald wordt. Bij de SROI wordt alles in geld uitgedrukt het positieve aan de methode is dat het wel rekening houdt wel verschillende scenario’s.



Evaluatie

Het vijfde probleem is de evaluatie van de methode. De SROI heeft de meeste evaluaties omdat deze het meest toegepast is in Nederland. De andere methodes worden wel in verschillende artikelen vermeld en er zijn casussen van beken. De Social Footprint heeft de minste evaluatie, maar dit is te verklaren omdat de methode pas een aantal jaren bestaat.



Onzekerheid over de toekomst

Het zesde probleem is de onzekerheid over de toekomst. Deze is vooral van toepassing bij de SROI omdat deze methode de NPV van een project berekend en hiervoor moet er in de toekomst worden gekeken naar de geldstromen die zouden gaan plaatsvinden. Dit probleem proberen ze te verminderen door verschillende scenario’s te bepalen en de kans op de verschillende scenario’s te berekenen en op die manier de toekomst te bepalen. De LM3 methode heeft niet met dit probleem te maken, want deze methode kijkt alleen naar geldstromen in het verleden. Bij de Participatory Impact Assessment wordt er niet gekeken naar de toekomst.



Indicatoren

Het laatste probleem is het probleem met het vaststellen van de indicatoren. Bij het bepalen van de indicatoren zijn er drie belangrijke problemen deze worden uitgewerkt in een artikel van Bulmer (2008). Het eerste probleem is het definiëren van de indicatoren. De problemen in vergelijkbaarheid die ontstaan door het eerste probleem is het tweede probleem want voorkomt bij het bepalen van de indicatoren. Het derde probleem met de indicatoren is het bepalen van de waarde van een indicator. Zo kan met een indicator ook een trend worden waargenomen in plaats van werkelijke verbeteringen door de activiteiten in een gebied. Bij de LM3 methode wordt alleen het inkomen bekeken en zijn er geen andere indicatoren. Hierdoor zijn er ook geen problemen met het vaststellen van de indicatoren. Bij het Measuring Impact Framework, de SROI en Social Footprint gaat de voorkeur uit om de indicatoren vast te stellen in overleg met de stakeholders. Bij de Participatory Impact Assessment gaat de voorkeur uit naar indicatoren die zijn vastgesteld door de gemeenschap of deelnemers.



Conclusie

In dit hoofdstuk zijn de algemene elementen en gedefinieerde problemen toegepast op de impact methode zoals beschreven in hoofdstuk 3. In tabel 4.1 is te zien met welke problemen de methodes te maken hebben en op welke manier ze het verminderen of oplossen.






Measuring Impact Framework

LM3

Participatory Impact Assessment

SROI

Social Footprint

Afbakening van het gebied

Stelt duidelijke grenzen

Stelt werkgebied vast als eerste stap

Gebied wordt afgebakend

Grensgebied wordt vastgesteld.

AOI’s worden als eerste bepaald.

De kosten

Relatief hoge personeels-kosten

Lage personeels-kosten

Personeelskosten niet bekend. Hangt ook af van welke methode wordt toegepast

Gemiddelde personeelskosten

Personeels-kosten onbekend.

Samenwerking

Organisatie in samen-werking met stakeholders

Wordt door organisatie zelf uitgevoerd in samen-werking met stakeholders

Uitgevoerd door organisatie zelf wel samenwerking met stakeholders.

Samen-werking met de stakeholders.

Uitvoer door onderneming zelf in samenwerking met stakeholders


Interpretatie data

Voorkeur voor het gebruik van bestaande data.

Alleen gebruik van inkomsten en uitgaven.

Data afhankelijk van welke methode er wordt gebruikt

Data kan afkomstig zijn van al bestaande data, maar kan ook zelf worden verzameld.

Wordt gebruikt gemaakt van verschillende maatstaven en dus ook van data.

Complexiteit

Bestaat uit vier fases met aantal tussenstappen

Bestaat uit 5 fases waarin 3 rondes zitten. Wordt alleen naar inkomen gekeken.

Zijn veel verschillende mogelijkheden van soorten methodes die kunnen worden gebruikt. Zijn in totaal 8 stappen

6 fases in totaal met veel tussenstappen.

5 stappen met veel tussenstappen.






Measuring Impact Framework

LM3

Participatory Impact Assessment

SROI

Social Footprint

Evaluatie

Casussen uitgewerkt in de gids

Casussen staan uitgewerkt in de gids

Is overzicht van verschillende opties op impact te meten. Staan ook casussen in.

Is de meest toegepaste methode in Nederland.

Nieuwe methode dus weinig evaluaties.

De onzekerheid over de toekomst

Wordt niets specifiek over gemeld.

Wordt niet naar te toekomst gekeken in deze methode

Hierbij gaat om kijken naar verleden en dus is er geen manier om de toekomst te bekijken.

De NPV wordt berekenend dus er wordt naar de toekomst gekeken.

Wordt gekeken naar bedragen die nodig zijn in de toekomst

Vaststellen indicatoren

Raden gebruik experts aan en samen-werking met stakeholders

Inkomen wordt gebruikt als indicatoren

Worden vastgesteld door gemeenschap of deelnemers van het project

Worden vastgesteld in samenwerking met de stakeholders. Wordt gelet op evenwicht tussen objectief en subjectief.

Kan gebruik worden gemaakt van nieuwe of bestaande indicatoren . Ook in samenwerking met stakeholders.

Tabel 4.1 :Overzicht met de problemen en de manieren die de methodes gebruiken of ze te verminderen of verhelpen

Hoofdstuk 5: Conclusie en Discussie

Conclusie

Social impact measurement wordt steeds belangrijker. Er zijn op dit moment meer dan 250 methodes wereldwijd. Op dit moment wordt er vooral onderzoek gedaan naar de kenmerken van de methodes. Hierbij worden de methodes niet vaak met elkaar vergeleken. In deze scriptie is er gekeken naar de problemen die naar voren komen in de literatuur en aan de hand hiervan is er een framework ontwikkeld om geselecteerde methodes te vergelijken.. In deze scriptie is het framework toegepast op vijf methodes. Deze methodes zijn geselecteerd met als basis de lijst in het artikel van Maas (2009). Vervolgens zijn er een aantal criteria toegepast op de lijst. Het belangrijkste criterium was vrije beschikbaarheid van informatie over de methodes en het proces op internet.

De hoofdvraag waarop deze scriptie een antwoord geeft luidt: Op welke wijze kunnen de methodes van social impact measurement met elkaar worden vergeleken? Om de hoofdvraag te beantwoorden zijn er een aantal deelvragen opgesteld. De eerste deelvraag is: Wat is de stand van zaken met betrekking tot impact measurement en de bestaande problematiek? Bij het beantwoorden van deze vraag is duidelijk geworden dat vooral de laatste jaren de methodes sterk zijn ontwikkeld en er een aantal problemen onderkent worden. Ook is er een ontwikkeling te zien in de problemen. Zo is duidelijk geworden dat het verzamelen van data eerst een probleem was maar dat dit door technologische ontwikkeling niet meer zo, maar nu is er een probleem met de interpretatie van de data. Dit betekent dat door bepaalde ontwikkelingen er problemen niet meer actueel zijn, maar er nieuwe problemen ontstaan. Wat betreft de methodes vind er ook een ontwikkeling plaats. Er worden nieuwe methodes ontwikkeld om de problemen te verminderen.

De tweede deelvraag is: Wat is de stand van zaken met betrekking tot impact measurement en de bestaande problematiek? Bij het beantwoorden van de deelvraag is er aan de hand van de problemen die duidelijk werden in de literatuur review een framework gemaakt om de methodes te kunnen vergelijken. De eerste punten die zijn besproken zijn de algemene punten zoals komsten en de grenzen die worden gesteld. Daarna zijn de problemen beschreven en de punten waarop gelet moet worden bij het vergelijken van de methodes.

In het derde hoofdstuk worden er een aantal methodes besproken. Dit zijn de volgende methodes: Measuring Impact Framework, LM3, Participatory Impact Assessment, SROI en de Social Footprint. Als eerste is er naar de achtergrond en de toepassingen van de methodes gekeken. Vervolgens zijn de methodes nader bekeken en zijn de processen uitgewerkt. Na het uitwerken van de processen is er gekeken naar de voor en nadelen van de methodes. Deze zijn verschillend per methode. Zo zijn het aantal fases dat een methode heeft verschillend en binnen die fases zitten ook per methode verschillende tussenstappen.

In tabel 3.1 uit hoofdstuk 3 staat een overzicht van een aantal kenmerken per methode. Het eerste punt is het aantal fases waar de methode uit bestaat. Hierin is zichtbaar dat de methodes een verschillend aantal fases hebben. De LM3 methodes heeft 5 fases, maar 3 rondes. Dit is het geval omdat in de eerste en vijfde fase er geen informatie verzameld hoeft te worden. Dit omdat in de eerste fase grenzen worden gesteld en in de vijfde fase wordt de berekening uitgevoerd.

Daarna wordt ook gekeken of er stakeholders worden betrokken is het proces. Dit is bij alle methodes het geval. Daarna wordt er gekeken naar het doel van de methodes. De doelen zijn: screening, monitoring, rapporteren of evalueren. In de tabel wordt duidelijk dat de methodes verschillende doelen hebben. Het perspectief van de methodes wordt ook bekeken. Bij het micro niveau gaat het om de individuen. Bij het meso niveau gaat het om een bedrijf of een kleine groep mensen. Bij het macro niveau gaat het over de samenleving in zijn geheel. In de tabel is ook te zien onder welke classificatie de methode valt. Hier is onderscheid gemaakt tussen een proces, impact en monetaristische methode. Uit de tabel blijkt dat de methodes, met uitzondering van de Social Footprint, onder verschillende classificaties vallen. Een opvallend aspect bij de classificatie is dat maar een methode complete impact meet en een methode deels. Als het deels de impact meet houdt dit in dat er niet naar alle impact wordt gekeken, maar alleen naar de bedoelde impact meet of gebruikt maakt van vooraf bepaalde indicatoren.

De vierde en laatste deelvraag is: Wat zijn de oplossingen die de verschillende methodes bieden voor de problemen? Bij het beantwoorden van de vraag blijkt dat niet voor elk probleem een oplossing wordt geboden door de methodes. In tabel 4.1 staat een overzicht met de problemen en de manieren die de methode gebruiken om ze te verminderen of te verhelpen. Deze tabel is in hoofdstuk 4 te vinden.

De hoofdvraag is: Op welke wijze kunnen de methodes van social impact measurement met elkaar worden vergeleken? Aan de hand van deze conclusie kan de vraag worden beantwoord dat de methodes kunnen worden vergeleken aan de had van een aantal veel voorkomende problemen. Deze problemen zijn terug te vinden in het framework van hoofdstuk 2.

Discussie

Aan de hand van deze conclusie is er naar voren gekomen dat er een aantal problemen zijn waar de methodes mee te maken krijgen. Ook is het duidelijk geworden dat voor de verschillende problemen nog geen oplossingen zijn gevonden.

Belangrijk om op te merken bij de conclusie is dat een aantal methodes niet meegenomen zijn door gebrek aan vrij beschikbare informatie. Het had kunnen zijn dat deze methodes zouden zorgen voor een andere conclusie. Zo hadden ze bijvoorbeeld oplossingen kunnen geven voor problemen. Ook was er de mogelijkheid geweest dat de problemen niet van toepassing zijn op de niet meegenomen methodes.

Een belangrijk punt van discussie is of het mogelijk is om de problemen op te lossen tot op het punt dat er geen problemen meer zijn. Als problemen opgelost worden kunnen er nieuwe problemen ontstaan. Dit is duidelijk bij het geval van de verzameling en daarna interpretatie van data. Eerst was het probleem het verzamelen van de data, maar nu is het probleem de interpretatie van de data. Zo was in de beginperiode van social impact measurement het een probleem om de data over de impact te verzamelen. Tegenwoordig zijn er mede door technologische ontwikkelingen betere manieren voor het verzamelen van data beschikbaar. Hierdoor zijn er databanken ontstaan waaruit de data kan worden gehaald, maar hierdoor ontstaan problemen met de interpretatie omdat het doel van de verzameling anders kan zijn dan het doen van de analyse van de data.

Een probleem dat makkelijker is op te lossen is de evaluaties van de methode. Dit wordt vooral de laatste jaren in toenemende mate onderzoek naar gedaan. Hierdoor worden er ook nieuwe methodes ontwikkeld en dan is het ook weer nodig om evaluatie te krijgen. Dit probleem wordt in de loop van de tijd wel een stuk kleiner. Maar er worden ook weer nieuwe methodes ontwikkeld doormiddel van de gebreken die duidelijk worden bij de evaluaties van de andere methodes. Een implicatie voor verder onderzoek op dit punt is dat er meer vergelijkende onderzoeken moeten komen van de methodes. Op dit moment zijn de onderzoeken veelal beschrijvend. Een implicatie om dit te doen is om verschillende methodes toe te passen op dezelfde casussen. Door dit soort onderzoek zijn de methodes beter met elkaar te vergelijken omdat ze dan op gelijke casussen worden uitgevoerd

Het probleem van het uitdrukken van de impact in geld blijft een punt van discussie. Zo is het lastig om bijvoorbeeld het geluk van mensen in geld uit te drukken. Er zijn verschillende maatstaven om geluk te nemen, maar het is moeilijk te bepalen welke de juiste is.

Kortom er zijn nog genoeg punten van discussie en er moet nog verder onderzoek worden gedaan in dit gebied.

Referenties

Artikelen
- Burdge R.J., Vanclay F. (1996), Social impact assessment: A contribution to the

state of the art series, Impact Assessment, 14(1):59-86

- Burdge R.J. (2002), Social impact assessment: why is social impact assessment the orphan of the assessment process?, Impact Assessment and Project Appraisal , volume 20, number 1, March 2002, pages 3–9, Beech Tree Publishing

- Bulmer M. (2008), Problems of theory and measurement, Journal of Public Policy, Volume 9, issue 4, Pages 407-412

- Clark, C., Rosenzweig, W., Long, D., Olsen, S. (2004), Double bottom line project

report: Assessing social impact in double bottom line ventures. Methods catalog

- Catley,A. Burns, J. Abebe, D. Suji.O. (2008). Feinstein International Center: Participatory Impact Assessment a guide for practitioners, Tufts university.

- Emerson J, Wachowicz J, Chun S (2000), Social return on investment: Exploring

aspects of value creation in the non-profit sector, San Francisco, The Roberts

Foundation

- Franssen en Scholten (2007), Handboek voor sociaal ondernemen in Nederland. Van Gorcum uitgeverij.

- Freudenburg W.R. (1986), Social impact assessment, Annual Review of Sociology,

12: 451-478

- Gentile M.C. (2000), Social impact management, a definition, Discussion Paper II

Aspen ISIB

- Karoly, L. A. (2008) Valuing Benefits in Benefit-Cost Studies of Social Programs. RAND

- Measuring impact working group (2008), Measuring Impact Framework methodology: Understanding that business contribution to society, International Finance Corporation.

- Maas, K. E. H. (2009). Corporate social performance: from output measurement to impact measurement. Erasmus Research Institute of Management (ERIM). Phd. Series No. 182. Rotterdam, The Netherlands: Erasmus University Rotterdam

- McElroy, M.W. (2008). Social Footprints: Measuring the social sustainability performance of organizations. Rijksuniversiteit Groningen.

- Nicholls, A. (2009). We do good things, don't we? Blended value accounting in social entrepreneurship. Accounting, Organizations and Society, 34(6-7), 755-769.

- NichollsJ , Lawlor E, Neitzers E, Goodspeed T (2012) A guide to social return on investment, The SROI network.

- Sacks, J. (2002), The money trial: Measuring your impact on the local economy using LM3. New economics foundation and the countryside agency.

-Tuan M.T (2008). Measuring and/or estimating social value creation: Insights Into Eight Integrated Cost Approaches. Bill & Melinda Gates Foundation Impact Planning and Improvement.
Internetsites
- http://www.proveandimprove.org/tools/localmultiplier3.php (Mei 2012)

- http://sites.tufts.edu/feinstein/2008/participatory-impact-assessment (Mei 2012)

- http://www.sroi.nl (Mei 2012)

- International Association for Impact Assessment, www.iaia.org .(Mei 2012)

- http://www.sustainableorganizations.org/the-social-footprint.html (Mei 2012)

- Trasi databank (http://trasi.foundationcenter.org/browse_toolkit.php) (Mei 2012)



1 Burdge R.J. (2002), Social impact assessment: why is social impact assessment the orphan of the assessment process?, Impact Assessment and Project Appraisal , volume 20, number 1, March 2002, pages 3–9, Beech Tree Publishing

2 Measuring impact working group (2008), Measuring Impact Framework methodology: Understanding that business contribution to society, International Finance Corporation.

3 http://www.inclusivebusiness.org/nestle_peru_measuring_impact_march2011.pdf

4 Measuring impact working group (2008), Measuring Impact Framework methodology: Understanding that business contribution to society, International Finance Corporation. Pagina 8


5 Sacks, J. (2002), The money trial: Measuring your impact on the local economy using LM3. New economics foundation and the countryside agency.

6 Catley,A. Burns, J. Abebe, D. Suji.O. (2008). Feinstein International Center: Participatory Impact Assessment a guide for practitioners, Tufts university.

7 Nicholls, J. Lawlor,E. Neitzert E. Goodspeed T. Cupitt, S. Durie, S. Inglis S, Leathem, K. Lumley T and Piper R (2009). A guide to social return on investment. The SROI network.

8 McElroy, M.W. (2008). Social Footprints: Measuring the social sustainability performance of organizations. Rijksuniversiteit Groningen

9 Mc Elroy (2008)
1   2


Dovnload 453.84 Kb.