Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bachelor in het Bedrijfs- en Office management Voetweg 66 9000 Gent Academiejaar 2010-2011

Dovnload 0.57 Mb.

Bachelor in het Bedrijfs- en Office management Voetweg 66 9000 Gent Academiejaar 2010-2011



Pagina3/17
Datum04.04.2017
Grootte0.57 Mb.

Dovnload 0.57 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

1.3Interview Dhr. Filip de Meyere (28/03/2011)


Legende:

M = Michaël

T=Thomas

D= Filip de Meyere



Interview met Filip de Meyere

T&M: uitleg over de richting en de bedoeling van ons werk; en wat moet volgens u een MMA’er allemaal kunnen?

D: Poliklinische activeiten (ziekenhuiszorg) op afdelingen met consultaties



  • Voorbereiding vergaderingen

  • Agendabeheer

  • Communicatie met huisartsen, onstlagbrieven, geautomatiseerd medisch dossier.

Dat hangt ook af van de competenties, en is afhankelijk per afdeling en per arts.

Uit teksten en artikelen zou zo iemand een presentatie moeten kunnen samenstellen voor artsen, zodat zij daar geen tijd meer moeten aan besteden.


Basiskennis medische terminologie, en voor andere woorden bestaan er wel genoeg medische woordenboeken. De MMA moet meertalig zijn met genoeg communicatieve vaardigheden zodat de boodschap altijd juist wordt overgebracht.

Ook zou de urgentie moeten bepaald kunnen worden, en ervaring is daaromtrent niet belangrijk; ook algemeen wordt daar niet veel naar gekeken maar het is natuurlijk altijd wel handig. De persoon zal goed moeten kunnen samenwerken en goed kunnen organiseren. Want naar de toekomst toe zal er meer in team gewerkt worden, ook dus flexibel zijn. Dat in team werken is dan omdat er teveel werk is bij 1 arts en ook voor het geval 1 secretaresse ziek uitvalt of verlof neemt.

Onthaal zou hier niet van toepassing zijn, misschien als back-up of als leidinggevende van de mensen van het onthaal, dat is wel mogelijk.

Er kan ook verbeidend werk worden gedaan voor de arts, waarbij gegevens worden opgevraagd. Wij werken met een globaal dossier per patient waar alle informatie beschikbaar is (psychologische, medische, sociale,.. informatie). De dossiers zijn wel opgesplitst , niet iedereen heeft toegang tot elk deel van het dossier, maar dat kan wel opgevraagd worden. Er is wel een controle op als er toegang wordt gevraagd.

Dat een MMA enkele technische taken kan zou wel een meerwaarde kunnen bieden als dit wettelijk omkaderd word en dat de persoon technisch opgeleid word. Op het moment zijn er nog voldoende verpleegkundigen, er is bijvoorbeeld een speciale groep voor bloed te prikken. Die groep bestaat uit mensen die minder belastend werk willen en die daar dus terechtkomen als ze wat ouder zijn.

De MMA zou niets moeten kunnen omtrent medicatie.

Organisatorisch zijn en voldoende kennis hebben van computerprogramma’s is wel noodzakelijk.

In de toekomst zie ik MMA meer op de verpleegafdeling werken om daar de organisatie en structurering van de procedures te ondersteunen en verbeteren. Bij organisatie van turn-over, ontslag en opname procedures en wat daar allemaal komt bij kijken.

Volgens mij zijn er geen tekorten een aan de opleiding.

Bron: DE MEYERE (F.), departementshoofd verpleging, geïnterviewd te Gent, 28/03/2011.



1.4Interview Dhr. De Meester (19/03/2011)


Legende:

L = Liesbeth

J = Jana

DM = Dhr. De Meester




  • Inleiding:

Liesbeth en Jana stellen zichzelf voor en leggen de context uit. Dhr. De Meester stelt zichzelf voor: hij is diensthoofd van de cel beleidsinformatie.


  • Interview:

J: Dus u bent eigenlijk dokter aan het Sint-Lucas ziekenhuis?

DM: Nee, dat is niet helemaal juist. Ik ben diensthoofd beleidsinformatie. Wat betekent dat? Mijn team/dienst bestaat eigenlijk uit 2 groepen: medisch secretaressen en ex-verpleegkundigen die de medische registratiedienst in de ziekenhuizen. Ze instaan voor verplichte registraties van het ziekenhuis voor de overheid. Daarnaast is mijn groep ook verantwoordelijk voor de cijferinformatie die het ziekenhuis nodig heeft om hun politiek te kunnen voeren. Maar enkel voor het luik van de registratie doen wij beroep op medische secretaressen, dus een ‘Medical Management Assistant’.

L: Dus eigenlijk mensen die effectief het diploma ‘Medical Management Assistant’ hebben?

DM: Het diploma bestond toen nog niet op dat ogenblik. Ik heb geen idee…

L: Dus eigenlijk een medische secretaresse?

DM: Ja ja. Dus ik heb een equipe van in totaal 8,3 voltijdse equivalenten. Dat betekent 12 koppen. En van die 12 koppen zijn er 7 of 8 die medisch secretariaat volgden.

L: Een A1-niveau dan?

DM: Ja. En dat is ook wel heel belangrijk in de rest van de vragen: dat u goed weet dat de instructies die het secretariaat bij ons moet uitvoeren, toch wel anders is dan in een polikliniek of in een onthaal van een ziekenhuis of een wijkgezondheidscentrum. Ik denk dat het ook bij jullie opdracht heel belangrijk gaat zijn om dat uit te splitsen.

L: De verschillen zien…

DM: Ja.


L: Wat is dan juist het verschil?

DM: Wel, de mensen in mijn team die hebben eigenlijk back office verantwoordelijkheid. Dus wat doen die juist? Die gaan de medische dossiers in het ziekenhuis raadplegen en daaruit halen die de essentiële diagnoses van de patiënten, de gebeurde onderzoeken, de gebeurde procedures om op basis van die informatie moeten zij een quotering gaan doen om patiënten in klassen onder te brengen. En op basis van die klassen heeft de overheid eigenlijk een financiering uitgewerkt die dus eigenlijk geldt voor alle ziekenhuizen.

Afhankelijk van de patiënt die het ziekenhuis binnenkomt…

L: U moet nauw samenwerken met de overheid?

DM: Correct. De overheid verplicht ons om op een bepaalde manier te werken. Mijn mensen zijn eigenlijk verplicht van die overheidsrichtlijnen te volgen.

L: Welke kennis zouden die medische secretaressen vanuit die opleiding…? Wat is er belangrijk voor u?

DM: Zeker en vast een zeer grondige medisch vocabularium hebben.

L: Ja, die medische terminologie.

DM: Ja, absoluut. Ze moeten een zeer goed inzicht hebben in de fysiologie van een patiënt, ook in de pathologie.

L: Ik heb hier ook nog anatomie

DM: Ja, dat hoort er eigenlijk allemaal bij.

L: En farmacologie

DM: Ze moeten een zeer goed inzicht hebben in ziektebeelden van patiënten. Waarom? Zij hebben dus geen patiëntencontact. Dat is een beetje het grote verschil tegenover andere functies: ze moeten geen mensen ontvangen, ze moeten geen mensen wegwijs maken,… Maar wel: ze zijn eigenlijk verantwoordelijk voor de financiering van het ziekenhuis. Dus daarom is het heel belangrijk dat ze ook zeer goed begrijpen wat er in een medisch dossier staat en wat de inhoud is van een medisch dossier.

L: Dus eigenlijk wel een vrij grondige kennis dan?

DM: Een zeer grondige kennis.

J: Dus ook Latijnse benamingen?

DM: Ja, maar dat gebeurt minder… Het is wel zo inderdaad dat de opbouw van veel termen die in een dossier gebruikt worden een Latijnse oorsprong hebben, maar zijn vernederlandst.

L en J: Ja.

DM: Naast het Nederlands is ook het Engels van groot belang. Waarom? Dossiers zijn inderdaad opgebouwd in het Nederlands; maar de codeerstructuur, die in België gebruikt wordt, is afkomstig van een Amerikaanse systeem. Dus ook veel van de zoekrobots, naslagwerken,… zijn Engelstalig.

J: En is Frans belangrijk?

DM: Hier, in deze regio, niet.

L: Ik heb hier ook nog Turks en Duits…

DM: We hebben geen contact met patiënten uit… Het is puur op basis van het medisch dossier. (Het is wel een zeer belangrijke vraag voor andere groepen natuurlijk.)

L: Is er kennis nodig op vlak van rechten? Bijvoorbeeld sociaal recht? RSZ?

DM: Enkele een goede basiskennis. Ze hebben er wel een deel van nodig… Ze moeten op zijn minst weten hoe het gezondheidszorgsysteem werkt.

L: Een goede basis?

DM: Ja, ze moeten wel weten of toch een notie hebben van hoe een financiering eruit ziet. Ook om een beetje te weten wat het belang is van hun taak. Ik moet zeggen als je dat bij mijn mensen bekijkt: al jaren in het werkveld maar je merkt toch dat dat niet altijd even goed gekend is. Ze moeten een algemene basis hebben van ‘Hoe werkt het ziekenhuissysteem in België?’.

L: Moeten ze bijvoorbeeld ook laboresultaten kunnen interpreteren?

DM: Absoluut. In se officieel mogen ze niet interpreteren, maar dat gebeurt dus wel. En dat is het eigenlijk aan hun als er bvb. een afwijkende waarde is, die niet in het dossier vermeld staat, dan vragen ze wel bijkomend aan de verantwoordelijke arts of dat hun bevinding correct is. Maar dat is wel een manier natuurlijk om een correct beeld te geven van de patiënt moest de arts iets vergeten opnemen in het dossier. Dus op die manier wel.

L: Moeten ze kennis hebben van medische onderzoeksmethodes?

DM: Dat hoort daarbij.

L: Medische beeldvorming valt daar dan ook onder?

DM: (knikt)

(INTERMEZZO: DM stuurt kind naar boven omdat het ons interview verstoort)

J: En van ICT: zijn er specifieke programma’s die ze zouden moeten kunnen?

DM: Dat is eigenlijk heel moeilijk te zeggen. De programma’s die gebruikt worden binnen ziekenhuizen zijn eigenlijk heel specifiek opgebouwd en die zijn verschillend van ziekenhuis tot ziekenhuis. Het is eigenlijk niet mogelijk om te zeggen van : je moet met dit standaardpakket kunnen werken. Informatica-technisch natuurlijk. Ze moeten op zijn minst wel informatica-ervaring hebben, of een basispakket Office moeten ze wel gebruikt hebben. Ze mogen zeker en vast geen computerleek zijn, maar de rest wordt eigenlijk aangeleerd binnen de dienst zelf. Maar wat wel heel belangrijk is, je haalt daar zelf die ICD aan. Dat is eigenlijk de codetaal die ze gebruiken…

J: Nee nee, ik vroeg gewoon ICT.

DM: ICT, ah!

J: ICD, wat is dat juist?

DM: ICD is eigenlijk de codetaal die de mensen gebruiken om die patiënten en beschrijvingen die in het dossier staan om te zetten naar de codetaal daarvoor. Dus dat is eigenlijk een belangrijk deel van die… naast die anatomie, fysiologie,… Dus er zijn zeker en vast inzichten ook nodig in die codeertaal. Zowel voor de mensen in mijn groep als mensen in poliklinieken, in secretariaten van artsen. Zij zouden in feite die codeertaal moeten machtig zijn om reeds vanaf de start van dat inputten in een dossier zoveel mogelijk op die leestst op te bouwen. Dat is hoe het soort financieringssysteem in elkaar zit.

L: Ik heb hier nog een aantal andere programma’s staan. Ik weet niet euh…

DM: Ja, ik ben aan het volgen hé (Meneer heeft een exemplaar van de interviewleidraad van ons gekregen).

L: Die MedLuc? Vaccinnet? Pricare? Medinote? Ik weet niet over daar bij zijn die effectief gebruikt worden?

DM: Laat ons zeggen: Wat is de nood van de mensen die met die met dat coderen (de specifieke codeerprogramma’s die ook verschillend zijn) bezig zijn? Maar daarjuist ook aangehaald de Belgische MS office pakketten. Ze moeten kunnen communiceren met artsen, onderling, ze moeten een spreadsheet kunnen aanleggen van patiënten die ze gecodeerd hebben. En Excel, Word en Outlook zijn hier de voornaamste. Ze moeten op internet kunnen gaan om een aantal bijkomende onderzoeksfuncties te gaan doen. Dan is het ook van belang dat ze een medisch dossier (vaak) elektronisch moeten kunnen lezen en begrijpen . Nu, bij ons in het Sint-Lucasziekenhuis hier in Gent gebruiken ze MedLucas… Dat verschilt ook weer van ziekenhuis tot ziekenhuis hé.

L: Ahja, die MedLuc.

DM: MedLuc, MedLucas. En dan daarnaast: elke dienst, elke afdeling binnen een ziekenhuis heeft een eigen pakket. Maar ge kunt dat eigenlijk niet gaan standaardiseren.

In feite zou je beter een algemene beschrijving geven wat een elektronisch patiëntendossier inhoudt.

De talen hebben jullie ook al bevraagd hé.

L en J: Ja.

L: Vindt u eigenlijk dat de opleiding…? U heeft een aantal medische secretaressen? Ik weet niet of er daar recent van afgestudeerd zijn?

DM: Wel, als ik kijk naar degene die het meest recent in het team zijn binnengekomen, merken we wel dat er de laatste jaren meer aandacht gaat naar die codeertaal. Wat al zeer positief is. En dat zal van belang nog meer toenemen in de toekomst voor ziekenhuizen. Er zal toch zeker al heel veel aandacht aan besteed worden. Er is sowieso…, er blijft een verschil in fysiologische, anatomische kennis tussen een medische secretaresse en een verpleegkundige, die die functie komt uitvoeren, ten nadele van medisch secretariaat. Maar ik vind wel dat met de nieuwe lichtingen dat er toch al verbetering zichtbaar is. Maar het mag zeker en vast niet over het hoofd gezien worden;

L: Dus eigenlijk iemand met een diploma Verpleegkunde zou eigenlijk ook misschien terecht kunnen bij u?

DM: Absoluut. Op dit ogenblik genieten zij nog steeds mijn voorkeur.

L: U geeft de voorkeur aan iemand…?

DM: Op dit ogenblik is dit nog steeds de voorkeur. Waarom? Omdat zij als verpleegster een veel beter idee hebben van wat een patiënt is, uit ervaring. Er zal zelden een verpleegkundige die net van de schoolbanken komt in die functie stappen. Het gebeurt vaak dat een iets oudere verpleegkundige omwille van lichamelijke beperkingen, problemen met wachtregelingen, met het ploegenstelsel,… dat zij verkiezen om een administratieve functie te doen.

L: Ahja, die dan daarnaar overstappen. Ja, behalve… Dus er zitten verpleegkundigen in uw team als ik het goed begrepen heb?

DM: Ik heb enkel verpleegkundigen en …

L: Medical management assistants, dat zijn allemaal mensen met een A1-diploma?

DM: allemaal mensen met een A1-diploma. Ik heb één verpleegkundige met een A2-diploma, maar met heel veel ervaring en in se is dat een A1-diploma.

L: Zijn er een aantal karaktereigenschappen die eigenlijk een medische secretaresse zou moeten hebben? Bijvoorbeeld zeer vriendelijk zijn, zeer ordelijk zijn,…?

DM: Je zou dat eigenlijk compleet kunnen uitschrijven op basis van zo een competentieprofiel. Voor mijn mensen bestaat dat. Ik zal u anders een mailtje sturen. Ik zal u anders een competentieprofiel doorsturen.

J: We hebben er ook gekregen van onze begeleider.

DM: Ik denk dat dat de mijne zullen zijn. Is dat van mevrouw Thekla Roose?

L en J: Ja.

DM: Ik denk dat ik ze naar haar doorgestuurd heb. Ok, maar ze moet dus absoluut heel punctueel zijn, zeer nauwkeurig, en zeer discreet omdat ze continu met vertrouwelijke informatie werkt. Daarnaast moet ze ook zelfstandig kunnen werken en eigen timing kunnen handhaven.

L: Timemanagement dus.

J: Zijn er bepaalde sociale vaardigheden dat de MMA’er moet kunnen? Bijvoorbeeld om met analfabeten,…

DM: Bij mijn type groep niet specifiek. Ze moeten natuurlijk wel in teamverband kunnen werken. Waarom? Wel, het is een zeer moeilijke functie die ze uitvoeren met heel veel verplichte details. Bij enige twijfel moeten constant hun collega’s raadplegen. Als ze een bepaald specialisme minder meester zijn dan gaan ze bij een collega die daar dan wel van op de hoogte is. Dat is zeer van belang. Aangezien het een back-office functie hebben ze geen contact met patiënten. Natuurlijk ze staan wel in contact met andere secretariaten, ook met artsen. Dat is dus een beetje de basis van een medisch secretariaat natuurlijk.

De volgende vraag van onthaalmedewerkers en coachen is hier niet echt van toepassing.

L: Triage dan waarschijnlijk ook niet.

DM: Neeee Neeee

Medicatie voorschrijven is ook niet van toepassing voor die groep gans dat luik van triage niet van toepassing is.

L & J: stemmen in

DM: Vernieuwing van de visie binnen organisatie… Die mensen die bij mij in de dienst zijn, hebben daar wel input in naar procedureverbetering. Dat is absoluut niet hun hoofdtaak. Zij staan echt in voor het codeerproces.

L: Evt zelf efficiëntere werkwijzen aanbrengen?

DM: Ja, dat is wat ik bedoel.

L: Dan veronderstel ik dat ik ze ook niet echt technische handeling moeten kunnen. Vb. bloedafname

DM: Nee


L : Daar zal waarschijnlijk wel klassement bij komen kijken.

DM: Vooral de administratieve vaardigheden zijn belangrijk. Dus ook gegevensverwerking (input gegevens) en dan beperkte correspondentie met secretariaten, klasseerwerk, geen verslagen uittypen. Wel mogelijks als er een problematiek bij een patiënt, een beschrijving maken van het gebrek of wat het tekort in het dossier is. Om op die manier een verdere informatie te verkrijgen.

Als we dan kijken naar de volgende vraag “zijn er tekorten op vlak van vaardigheden?”

L: Om de opleiding er nog beter te kunnen aan aanpassen.

DM: Op van vlak basisvaardigheden scoort de opleiding eigenlijk zeer goed. Het enige wat we altijd merken is dat die pathologie-kennis, fysiologie-kennis,… onvoldoende is. Er is een kloof tussen de verpleegkundigen en medische secretaressen. Die kloof kan nog kleiner gemaakt worden.

L: Zou psychologie ook belangrijk zijn?

DM: Binnen mijn specifiek takenpakket is dit niet nodig.

L: Wij willen graag weten hoe de MMA in de toekomst nog beter kan worden. Heeft u tips?

DM: Wel, eigenlijk is het beeld van een MMA in de toekomst moeilijk te voorstellen. Ik denk dat dat wel zal wijzigen. Op dit ogenblik is een belangrijk deel van taken weggelegd op de verschillende secretariaten van klinische diensten, huisartspraktijken,… Dat wordt meer en meer geïnformatiseerd. Waardoor een deel van hun huidige basisvereisten zou kunnen wegvallen. (vb. intypen van dossiers, dokter die via een dycafoon een verslag van een patiënt inspreekt) . Ik verwacht dat die taken zullen weg vallen. Waarom? Er is lang sprake van spraaktechnologie. Die mogelijkheden blijven nog altijd open. Daarnaast ook in ziekenhuizen, medische dossiers worden meer en meer zo opgebouwd dat de artsen eigenlijk zelf de input van de informatie moeten doen. Ook een deel gecodeerd. Waardoor de echte secretariaatsfunctie nl. het uittypen van verslagen grotendeels komt te vervallen/ vervalt. Ik denk dat ze in de polyklinieken en huisartsenpraktijken dat meer gaan instaan voor timemanagement.

L: Zoals afspraken vastleggen

DM: Niet enkel afspraken met patiënten maar ook van artsen zelf. Ze zullen ook meer instaan van de omkadering van de patiënten in hun verslagen gaan. Dus eigenlijk de wandelende agenda achter de arts. Dit lijkt me één van belangrijkste verandering die op punt staan. Maar omdat nu eigenlijk te vertalen naar wijzigingen in de opleiding… Ik zou daar opnieuw willen zeggen: het belang van medisch secretariaat met functies in mijn dienst zal waarschijnlijk in de toekomst verruimen gezien er minder en minder verpleegkundig ter beschikking staan voor de functies uit te voeren

Enerzijds verwachten we de komende jaren meer vraag naar registratiemedewerkers in een ziekenhuis om de registratieactiviteiten in de toekomst nog zullen uitbreiden. De poel verpleegkundigen die binnen België ter beschikking is klein waardoor wij er minder uit deze poel zullen kunnen vissen. Dat merken we nu al.

L: Dus de opleiding MMA heeft echt wel toekomst…

DM: Absoluut, Absoluut. Er zal in de toekomst meer en meer vraag naar komen. Het is niet omdat dat er deel van hun taken zal weg vallen dat deze niet worden opgevuld door andere taken. Ik verwacht een verschuiving. De klassieke doktersecretaresse die puur instaat voor het verzenden van verslagen en het intypen van verslagen dat zal langzamerhand verleden tijd worden. De medische secretaressen zullen meer ingezet worden voor onthaalfuncties van patiënten en complete back-office functies. Ik kan zelf moeilijk inschatten of deze mensen ook bepaalde verpleegkundige taken zullen overnemen.

Dit is algemenere visie, ik focus me niet alleen op mijn eigen dienst. De huisartsen zullen daar allicht een beter zicht hebben dan ik.

L: Nu een delicate vraag: Kunt u ons iets meer vertellen over hoe het loon wordt bepaald?

DM: Eigenlijk is dat een niet zo delicate vraag. In ziekenhuizen werkt men met barema’s. Dat barema kan nu wel een beetje te verschillen van ziekenhuis tot ziekenhuis. Maar ik raad jullie aan om eens te kijken naar de barema’s van IFIC. Daar zou je normaal moeten vinden wat iemand met zo’n functie verdient. Het onderzoek brengt de verloningen in beeld.

L: Inderdaad we hebben deze barema’s reeds geraadpleegd.

(lichte aarzeling)

Op dit moment krijgen de mensen het barema 1.43 binnen mijn dienst. De andere A1 medische secretariaten in de verschillende afdelingen probeert met ook te werken met dezelfde barema’s. De andere A1-secretariaten op andere afdelingen .

L: Wie bedoelt u precies?

DM: vb. A1 medisch secretariaat die in een polikliniek werkt of vb. bij medisch beeldvorming werkt, of de mensen aan het onthaal, dit soort mensen. Die werken met 1.41.

L: Zou men bereid zijn een hoger loon te betalen als de MMA’er een degelijke meerwaarde biedt in vergelijking met kandidaten met andere opleidingen?

DM: Dit is een zeer terechte vraag. We zouden bereid zijn een hoger loon te betalen. Specifiek die binnen mijn ziekenhuis worden uitgevoerd zeker en vast. Dat is een discussie die zelfs op dit ogenblik aan de gang is. Het is een functie veel opleiding vereist, ook intern. We willen het gevaar niet lopen om die mensen terug kwijt te geraken. Het gaat hier om een zware opleidingsinvestering.

J: Heeft de MMA’er toegang tot de medische documenten op de computer?

DM: Absoluut! Ze hebben geen recht om die aan te passen. Indien ze toch het recht zouden hebben, dan zouden de documenten zo opgebouwd moeten zijn dat we kunnen traceren wie, wat, wanneer heeft aangepast.

J: In hoeverre moet een MMA’er rekening houden met de fin. middelen bij het uitvoeren van de taken?

DM: Op dit moment niet.

J: Moet een MMA’er bepaalde fysieke eigenschappen bezitten?

DM: Nee eigenlijk niet. Het is zelfs zo dat voor een aantal mensen in mijn team terecht komen omdat ze beperkt om andere functies uit te voeren.

L: Zoals die verpleegkundigen die ouder worden.

DM: Ik heb nu ook sinds korte tijd ook iemand in dienst met een zware gehoorbeperking. Een verpleegkundige. Waardoor ze niet meer in staat is op haar dienst te werken omdat ze de alarmsignalen niet meer hoort.

Wat de mensen betreft binnen mijn team betreft, vermoed ik dat de toekomst er als volgt zal uitzien:

Er vacatures zullen verschijnen. Ik blijf op dit ogenblik de voorkeur geven aan ervaren verpleegkundigen. Dat zijn dus dikwijls mensen die omwille van omstandigheden hun verpleegkundige taak opzeggen. In de medische secretariaten zijn we dan wel weer geneigd om een MMA te aanvaarden. Niet zo zeer iemand die al een aantal jaren op een andere afdeling gestaan hebben omdat zij die ICD-codeerervaring missen. Terwijl de huidige afgestudeerden dit wel meer beheersen. Ik spreek hier niet over de arteveldehogeschool omdat dat daar de richting nog maar niet bestaat maar over de andere opleidingen.

L: De verse lading eigenlijk…

DM: Ik hoop dat ik op jullie vragen voldoen geantwoord heb. Moest u nog vragen hebben kan u mij steeds contacteren?

Bron: DE MEESTER (K.), diensthoofd cel beleidsinformatie, geïnterviewd te Gent, 19/03/2011.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • 1.4Interview Dhr. De Meester (19/03/2011)

  • Dovnload 0.57 Mb.