Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bachelor in het Bedrijfs- en Office management Voetweg 66 9000 Gent Academiejaar 2010-2011

Dovnload 0.57 Mb.

Bachelor in het Bedrijfs- en Office management Voetweg 66 9000 Gent Academiejaar 2010-2011



Pagina8/17
Datum04.04.2017
Grootte0.57 Mb.

Dovnload 0.57 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17

2.3Interview Dhr. Verhofstadt (12/04/2011)


Legende:

M = Michaël

S= Sabien

V = Dhr. Verhofstadt




  • Inleiding:

Michaël en Sabien stellen zichzelf voor en leggen de context uit. Dhr. Verhofstadt stelt zichzelf voor: hij is één van de 4 dokters in de groepspraktijk.

S: Ja.


M: Ok, dus we zijn met een groep van zes. Het is de bedoeling van te onderzoeken voor Medical Management Assistant wat daar juist de mogelijkheid voor is op het werkveld.

V: Wat doen jullie van opleiding?

M: Wij doen bedrijfsmanagement. Wij moeten onderzoeken of dat dat... Aangezien dat op ons school is het enkel het eerste jaar nog MMA dat ze geven. Dus wij moeten kijken van: welke aanpassingen moeten wij doen voor de moment zodat ze tegen dat ze hun bachelor hebben binnen 2 jaar dat ze zeer goed ten opzichte van het werkveld kunnen presteren. Dus... Kent u de term MMA. Ja, u hebt daar niet... De medische secretaresse van vroeger.

V: Ja, ja, die ken ik, de medische secretaresse van vroeger, maar wat is nu het verschil.

M: MMA, Medical Management Assistant, is eigenlijk hetzelfde op bachelorniveau.

S: Ja, het is inderdaad meer zo ja een opleiding waar ze ook praktische dingen leren behalve het secretariaat ook nog. Praktische dingen eraan linken.

M: Praktische handelingen

S: Ja, inderdaad.

V: ... praktijk assistent.

S&M: Ja, ja.

M: Ja, dat is ook een term daarvoor.

V: Hebben jullie met domus medica contact gehad of bekeken?

M: Ik heb de site bekeken. We hebben er nog geen contact mee gehad. Misschien... U vindt dat beter ook daar een keer contact te hebben?

V: Ik heb dat toch vorige keer verteld dat zij een, ik denk een subgroep of een comité is daarmee bezig houdt en die ook de domus medica voor de huisartsen soms ook een spreekbuis is met de overheid en dat de overheid zou moeten overwegen om daaromtrent iets in te voeren of iets te voorzien.

M: Ja, dus

V: Volgens mij, maar dat weet ik niet zeker, bestaat daar een werkgroep. De Nederlanders zouden proberen om zoiets op te maken.

M: Er is voor de moment een profiel, maar dat was niet goedgekeurd.

S: Er waren daar verschillende visies en ook niet iedereen was er mee akkoord ook en...

M: Dat is ook een klein beetje teruggeroepen door de labo's en de verpleegsters die vonden dat dat...

V: ...te bedreigend was.

M&S: Ja.

V: Men is nog altijd geïnteresseerd in verpleegkundige artsen.

M: Ja, ja. Dus u werkt hier met een secretariaat?

V: Ja


M: En welke opleiding hebben die juist als ik dat mag weten?

V: Kantoor

M: Dus kantoor?

V: Ja, kantoor en een verpleegkundige.

M: Ah, ook een verpleegkundige?

V: Ook een verpleegkunde maar die dus in plaats van verpleegkundig werk dus secretariaatswerk doet en occasioneel... Het is nog niet gesystematiseerd. Er zijn wel plannen rond, maar als er van overheidswege niets komt zouden we toch iets willen invoeren zelf als praktijk.

M: Ja, ja.

S: Ja, ok. ...


V: Wel de verpleegkundige doet naast secretariaatswerk ook een werk als een praktijkassistente om bepaalde doelgroepen bijvoorbeeld aan te schrijven of te contacteren om bepaalde onderzoeken aan te bevelen. Zoiets.

M: Ja, ja.

S: Ja, inderdaad.

V: Ja, dat is wel begonnen voor diabetici of voor mensen die natuurlijk hun bloed moeten geprikt worden om hun bloedstolling na te kijken. Die groepen kunnen we makkelijk traceren en die zouden zij kunnen contacteren via mail als we die hebben of via een brief om hun uit te nodigen om te kijken of hun dossier... Zij kunnen de arts bijstaan in het opmaken van een dossier enerzijds en zij kunnen die ook een stuk uitnodigen voor bepaalde handelingen.

S: Ja, ja.

V: Ik spreek misschien te rap.

M: Nee, nee.

V: De opleiding is dus verpleegkundige en kantoor. Het komt neer op technische opleidingen, beroeps, kantoor.

M: Kantoor. Ja, ja.


  • Interview:

S: Dus de huidige taken zijn eigenlijk voornamelijk administratie.

V: Dat klopt ja. Dat is uitgebreid voor ons. Dat is telefoondispatching in afspraken maken, huisbezoeken regelen, ook getuigschriften die moeten doorgestuurd worden naar de mutualiteiten en zo verder. En ook onthaal.

M&S: Ja, ja.

M: En bijvoorbeeld als er labo resultaten toekomen. Wie bekijkt dat juist? Dat is direct de arts of...?

V: Ja, die komen elektronisch binnen. Die worden automatisch gelinkt. Een groot voordeel tegenover vroeger. Toen kwam het verslag binnen en werd dat in het dossier van de patiënt gestoken. Dat deed dan de secretaresse. Maar nu komt dat elektronisch binnen en dat wordt dat via het programma herkend als dat dat hoort bij een bepaalde patiënt en wordt automatisch bij die patiënt gezet. En dan ziet de arts per binnenkomende elektronische mail dat er een mail is van het labo.

M: Dus...

V: Dat is op die manier overgeschakeld.

M: Ja, dat is wel handig.

S: En denkt u dat het handig zou zijn, moest iemand van MMA dat kunnen of is dat niet van toepassing?

V: Nee. De resultaten van het labo is voor ons.

S: Ja.

V: Het enige wat interessant zou kunnen zijn dat is een dedectiesysteem hebben en zeggen van: Kijk er staan nog 5 labo's open. Die zouden moeten gelezen zijn. Een week later dat ze aan de arts zegt van: Kijk, er zijn nog mails. Dat labo staat nog open.



M: Kijken van...

V: Kijken, ja, ja. Detectie. Dat wij niets over het hoofd zien in een ongelezen mail. Ja, ja.

M: Dus nu voor de moment zijn we aan het kijken voor MMA wat er juist nodig is. Dus wij denken, wat wij ook al gehoord hebben van anderen die we (huisartspraktijken, ziekenhuizen dat we afgegaan zijn), en de medische terminologie is redelijk belangrijk bij hun. Dus ik weet niet juist hoe dat bij jullie zit hier. Moeten ze een achtergrond hebben van anatomie, pathologie,...

V: Nee, nee.

M: Nee?

S: Ook geen Latijnse benamingen?



V: Ze zijn heel goed in hun secretariaatsfunctie. Wij moeten dat niet hebben omdat ze geen brieven moet maken. Die maken we zelf.

M: Ja, dat is de bedoeling ook.

V: Wij maken zelf brieven. Wij spreken voor specialisten verwijsbrieven in en de secretaressen moeten dat uittypen. Die moeten wel die termen kennen. Onze medische secretaressen moeten geen brieven opmaken dus zij moeten geen medische termen kennen. Terwijl een praktijkassistente wel iets moeten kennen. Jullie spreken over het huidige systeem en in de huidige secretariaatsfunctie moeten ze dat niet kennen. Maar misschien als er een functie praktijkassistente voorzien dat dan wel. Dat is een verschil.

S: Ja. En moeten ze nu dan werken met Word, Excel?

V: Ja, ja.

S: Want ja dat is eigenlijk noodzakelijk ook hé.

V: Word, Excel, Access. Eigenlijk het volledige office pakket.

S: En met welk programma werken jullie hier qua medische...?

V: Medisch is dat Windoc.

S: Windoc?

V: W-I-N-D-O-C (spelt). Windoc. Parate informaticakennis is wel makkelijk.

S: En zij ze daar vlug mee weg bijvoorbeeld met Windoc?

V: Ja.

S: Dus dat is wel makkelijk. Geen problemen eigenlijk?



V: Het is geen probleem.

M: In kantoor wordt dat ook geleerd dus...

V: Nee. Is geen probleem.

M: En talen. Belangrijk hier?

V: Goh, wij hebben hier wel een zeer multiculturele buurt. Maar ja, dat zijn Oost-Europese talen Turks en Afrikaanse taal die moeten ze al niet kennen. Dus wij hebben graag dat ze wel wat Frans kennen, maar dat is geen echte... Nu onlangs een half jaar geleden iemand geselecteerd. We hebben daar niet specifiek naar gevraagd.

M: Voor de moment in onze school in het eerste jaar geven ze ook basiskennis van Turks.

V: Ah ja.

M: Omdat ze denken dat dat wel in wijkgezondheidscentra enzo dat dat wel misschien van pas kan komen.

V: Het is geen selectiecriterium, maar iemand met zo'n kennis dat zou wel een meerwaarde zijn, maar dat wil niet zeggen dat op het secretariaat veel Turks gesproken wordt.

M: Nee, nee.

V: Tolk ofzo. Iets ervan kennen, ik versta u, zou relevant kunnen zijn.

M: Het is niet voor de moment dat er iemand een tolk... Allé, iemand die dat kan.

V: De mensen brengen hun tolk mee als ze de taal niet machtig zijn.

M: Ah, ja, ja.

S: Naar wat kijkt u dan wel als u iemand aanneemt?

V: We hebben eigenlijk wel een hele procedure gevolgd. Een partner van mijn collega's werkt in een firma waar hij zelf verantwoordelijk is voor, hoe heet dat, het personeelsbeleid en die heeft dat gedaan. Wat wel belangrijk is, is het voorkomend zijn op het secretariaat. Geduldig zijn want de mensen krijgen zeer veel commentaren over zich. De patiënten zijn vaak onvriendelijk tegen het secretariaat en vriendelijk tegen ons. Zij zijn een buffer. Ze moeten een dikke huid hebben en ze moeten vriendelijk blijven, maar toch kordaat zijn. Natuurlijk ja, ze kunnen duidelijk geen fouten maken. Dat is belangrijk. En ook, niet teveel persoonlijke gevoelens laten zien enzo dus dat is echt wel...

S: Ja.

V: Professioneel kunnen werken op een onthaal. Dat je voortdurend correct blijft en zegt wat de boek schaft en de arts kan nu niet komen want daardoor en als de patiënt dan onvriendelijk wordt, erop wijzen dat hij onvriendelijk is en zo verder. Maar niet meegaan in bepaalde emoties. Dat is wel een beetje waar we naar kijken. Iemand die stressbestendig is. Ja.



S: Ja, ok.

M: En waarschijnlijk is ook belangrijk als bijvoorbeeld iemand belt de urgentiegraad...

V: De urgentiegraad inschatten, maar zij zijn wel ook... Zij kennen de instructie om dan meteen, er is altijd een arts in huis, bij twijfel te checken bij de arts of het dringend is of niet.

M: Ja, ja.

V: Maar dat leren ze gaandeweg wel meer en meer om goed in te schatten waarover gaat het juist en...
S: En zijn er hier richtlijnen hierover over de urgentiegraad?

V: Daar zijn richtlijnen over waarin je moet weten dat bijvoorbeeld bij pijn in de borst dan echt altijd dringend is. Dat is relatief beperkt. Dat zijn echt een paar grote lijnen. Pijn in de borst, iemand die gevallen is dan wel. Het gezonde verstand, maar dat kennen ze goed en eigenlijk voor de rest als ze twijfelen dan wordt de arts ingeschakeld.

S: Ja, ja.

V: Maar dat gebeurt niet zo vaak.

M: En hoeveel mensen werken hier?

V: Drie


M: Drie?

V: Drie secretaressen.

M: Nee.

V: De artsen? Zeven.



M: Zeven? Ik had gezien op de site dat het...

V: Zes artsen en één in opleiding. Dus zes plus één. En dan drie secretaressen waarvan twee drieëndertiger of vierendertiger en één vierenveertig.

M: Ah ja.

V: Ik zeg bij ons is het van acht uur 's morgens.

S: Ja.

M: Dat is niet echt van toepassing?



S: Nee.

M: Dus de technische handelingen. Totaal niet. Dan zou je...

V: Wel, de situatie zoals ze nu is niet.

M: Wel nu voor de moment in de ziekenhuizen zelf daar is er wel plaats voor MMA voor dus wat u ook zei van specialisten dus dat zij die terminologie moeten kunnen. Maar dat is ook nog niet van toepassing. Dat is gewoon bijvoorbeeld de medicijnenkast of allé ja, dus handelingen dat is ook nog niet echt van toepassing.

V: Dat is het werk van verpleegkundigen ook.

M: Want dat is ook niet eigenlijk wat ze verwachten.

V: Nee.

M: Maar dan uiteindelijk in sociaal secretariaat, de wijkgezondheidscentra die verwachten wel bijvoorbeeld dat die opnemen zo het werk van de verpleegster dan verlichten. Het is eigenlijk de bedoeling verpleegsters meer tijd heeft voor...



S: En welke technische handelingen zou u eventueel belangrijk vinden voor...

V: Het is wel dat eigenlijk van de administratieve handelingen als de patiënt bij ons komt, gaan wij zelf verder in voor een patiënt die nieuw is personalia te noteren enzo. Dat zouden wij ook door het secretariaat willen laten doen dat ze meer de persoonsgebonden administratie overnemen enerzijds en dan qua technische handelingen oftewel longfunctieonderzoek, dus psychometrie is belangrijk, longfunctie en cardiogram. Bloed prikken blijft voor verpleegkundigen die dat doet. Wondverzorging blijft ook de verpleegkundige. Een oor uitspuiten dat doet ook een verpleegkundige. Versta je? Voor die taken zouden we wel een verpleegkundige inschakelen. Wij zouden eigenlijk vooral twee niveau's willen uitbreiden. Langs de ene kant de echt administratieve personen en door de niet-verpleegkundige longfunctieonderzoek omdat dat echt technisch is en longfunctieonderzoek en cardiogram. Dat zijn voor de niet-verpleegkundigen die dat doen. De verpleegkundigen die wij als assistenten willen die zouden we bloed laten trekken en ook wondverzorging laten doen en ook een oor uitspuiten.

M: We moeten. In principe, ik denk dat daar wel sprake over was voor dat ook de wondverzorging... allé voor dat ook toe te passen.

V: Ja. U bedoelt de...

M: Voor de opleiding.

V: Ik denk luidop. Ik ben... zoals ik het nu zie hoe wij het hier misschien zouden doen.

M: EHBO

V: EHBO is...

M: EHBO is altijd belangrijk.

V: Ja, ja. Ok. Natuurlijk er is een verschil tussen EHBO van iemand die binnenkomt en die dan de eerste zorgen krijgt van de assistent waar de arts voorbijkomt of iemand die een wonde heeft die uitgebreid is. Een grote wonde die dagelijks verzorgd moet worden. Bij accute, daar heb je gelijk in met EHBO.

V: Bloeddruk

S: Ja we hebben hier ook zowat van alles genoteerd dus. Medicamenten en gewicht.

V: Ja, dat klopt.

S: Verwijderen van hechtingen is een beetje zelf dan wondzorg eigenlijk, zwangerschapstest? Ik weet niet of... (onderbreking door V)

V: Nee, inderdaad.

S: Glucimiebepaling met glucosemeter?

V: Nee.

S: Ook niet.



V: Omdat we dat niet zoveel doen eigenlijk. Mensen doen dat thuis zelf. Zoals we het nu doen gaan we een bloedafname doen. Maar wel de biometrie daar heb je gelijk in. De biometrie: de lengte, het gewicht, de bloeddruk,... Dus biometrie zoals ik al zei, EKV.. euhm.

S: En een MMA'er zou die... Alé in hoeverre mag die voorstellen doen voor vernieuwing binnen de organisatie? Bijvoorbeeld: Rapporteren van problemen of...

V: Ja.

M: Dat is de bedoeling van een bachelor dat ze ook wat verder zouden nadenken over de dingen, de gang van zaken.



V: Ja, inderdaad. Als zij ideeën hebben over de organisatie in het algemeen dan... wij proberen ons zo op te stellen dat zij daarvoor de kans krijgen maar zij doen dat niet veel.

S: Ja, ja. Want uiteindelijk zijn zij de eerste personen die het meestal zien é. Alé dat denk ik toch.

V: Natuurlijk we gaan wel doorschakelen van een papierenafsprakensysteem, in de boek zoals we nu altijd doen, naar dat ook via online systeem. De mensen zelf maar wij ook de afspraken kunnen vastleggen, de elektronische afspraken. Natuurlijk het zoeken van een firma daar omtrent en hoe dat de gebruiksvriendelijkheid daarvan is dat is 100% samen met hen omdat zij dat meer moeten doen. Dus zoiets hebben zij tot en met inspraak. Natuurlijk het financieel plaatje moeten wij dan... omdat wij dat moeten betalen maar zij hebben inspraak in het systeem, zoiets wel.

Dus eigenlijk heel concreet organisatorisch op hun niveau.. euhm zeggen we ook soms: “regel dat zelf”. Dus ze hebben veel taken regelen ze zelf en dan rapporteren ze aan ons hoe dat dan gaat dus wij geven daar vrij veel autonomie in. Maar zij weten uiteindelijk wel wat het eindproduct moet zijn. Dus zij hebben hier wel mogelijkheid voor inspraak op een bepaald niveau maar voor nieuwe dingen, zoals u vroeg, heb ik wel het gevoel dat dat niet zo vaak komt dat moet ik toegeven.

S: Ja.

V: Misschien hebben ze te weinig een forum dat ze daar kunnen... Alé wij denken van wel dat we ze de kans geven, maja bon.



S: Kan gebeuren. En sociale vaardigheden hebt u er een paar opgenoemd maar bijvoorbeeld ook omgaan met analfabeten of zo typische personen ook en kansarmen.

V: We hebben daar geen opleidingen voor of... Ik denk wel dat we daar oog voor moeten hebben om eventueel aan hen te vragen of ze daar een soort bijscholing in willen hebben.

S: Het bepaalde contact met die soorten mensen: kansarmen, vluchtelingen,...

V: Awel, het is daar waar we natuurlijk naar kijken of ze dat goed doen.

S: Ja.

V: Ik hoop dat wij de aanwerving proberen in te schatten. Natuurlijk hebben ze dan een proefperiode van 6 maand om dat dan te ondervinden en ik moet eerlijk zeggen we hebben 2 vaste bedienden die hier al lang werken en die het echt goed doen. We hebben echt moeten zoeken en toch 4 kandidaten die al effectief in groep gewerkt hebben, doorlopen we de verhandelingen die ze moeten doen en toch specifiek voor zo dingen zoals omgaan met ombeleefde mensen, omgaan met agressie, omgaan met analfabeten, omgaan met allochtonen soms. Dus daarmee met omgaan en wij ondervonden dat dit soms een werkpunt was zodanig dat wij merken dat wij mensen daar moeten met helpen. Wij kijken daar erg op toe. Dit is een belangrijk punt maar ja we gaan eens moeten kijken of dat eventueel bijscholing daarvoor nodig is.



S: Worden hier ook opleidingen voorzien?

V: Nee.


S: Nee zeker?

V: Maar ik ga eens vragen of ze daar behoefte naar hebben.

S: Ja, het is dat.

M: Ik denk dat we voldoende informatie hebben

S: Ja, ongeveer.

(even pauze)

M: Dus ja, het beeld van de MMA'er in de toekomst. Nu voor de moment doen ze alleen maar administratief en organisatorische taken maar voor de rest, hoe ziet u dat naar de toekomst dat dat zou evolueren want...?

V: Het heeft ook natuurlijk te maken met de betalingswijze in de geneeskunde, bij ons behalve bij de WGC. Wij zijn dat niet. Wij zijn een groepspraktijk. Wij werken dus per prestatie. De mensen die komen, betalen en op die manier gebruiken die komen naar onze praktijk. Voor ons bedrijfje , om het zo zeggen. Dus al je heel veel taken gaat afstoten of laten doen op een lager niveau dan ga je natuurlijk ook je eigen inkomen verminderen.

S: Ja.

V: Als je zegt mensen moeten voor die en die zaken niet meer naar de arts komen, ze moeten alleen maar bij de assistent komen. Ja, hoe ga je dat dan honoreren? Wij hebben daar geen nomenclatuur voor.



M: Aja.

V: Dus wij kunnen daar niet evident met... We zitten dan met een probleem. Als ze zouden zeggen dat elke onderneming een subsidie krijgt voor elke praktijkassistent aan zoveel, dan kunnen we zeggen dat kunnen we nu ook uitbouwen. Omdat we dan toch wel... Het is geld é. Ik denk wel dat we daar een subsidie van de overheid van moeten kunnen krijgen.

M: Ja, en voor de moment in Nederland is dat van toepassing.

V: In Nederland is dat van toepassing en daar wordt de arts per patiëntopname betaald. Hun inkomen hangt niet af waarvoor de patiënten komen, maar per kop per jaar.

S: Ja, ik heb erover gelezen.

V: Een soort forfait per kop als we het zo mogen zeggen. Zij krijgen een forfait per persoon en in tegenstelling tot bij ons wordt er per prestatie betaald. Daarvoor zou, er is nu al een zekere tussenkomst van de overheid bv. door Impulseo, u zult daar misschien al over horen praten hebben.

Dat is een fonds waarvan zij nu vormsecretariaat. Per 3 artsen krijgen dan een bepaalde toelage dus om de huisartsen te ondersteunen om de secretariaatfunctie of om een secretariaatmedewerker in dienst te nemen. Dus in die zin zijn ze wel al enigszins...

M: ...positief.

V: Maar natuurlijk een stap verder bij het administratieve gelijk jullie zeggen, voor het meer uitgebouwde functie voor de MMA'er zoals je ook zegt zou er ook een subsidie moeten komen.

S: U was bezig over het derdebetalersysteem. In hoeverre moet een MMA'er daar ook iets van kennen of qua recht?

V: Awel, het systeem moeten zij natuurlijk goed kennen omdat zij zien ook welke de administratieve codes enz. van de patiënt bij welke mutualiteit zitten ze. Is dat iemand met een grote tegemoetkoming of een gewone tegemoetkoming? Wij schrijven dan een attest, een getuigschrift dat die hier geweest is. Wij leggen dat aan de mensen (praktijkassistenten) dan uit en zij sturen dat dan naar de mutualiteit en voorzien dat van de nodige met etiketten erop. Zij moeten ook zien dat de code, het tarief dat wij gerekend hebben, dat dat correct is. Zij kijken ons na, dus in die zin kennen zij het derdebetalersysteem.

S: Dus ook een beetje het verstand hebben van de verschillende formaliteiten?

V: Voila, absoluut!

S: Papieren, welke papieren?

V: Welke mutualiteit, welke codes, welke nomenclatuur. Als wij een nummer gebruiken voor een raadpleging, een avondraadpleging,...

S: Dus toch iets of wat kennis van recht, hoe dat allemaal een beetje ineen zit?

V: Ja recht, ik noem dat eigenlijk de nomenclatuur en het systeem van de mutualiteit.

S: Ja, ja.

V: Ja, absoluut. Waar ze ook iets van moeten van weten en wat ze in de opleiding ook zouden moeten voorzien is over beroepsgeheim. Dit vind ik wel belangrijk ook.

M: Ja.


V: Ze moeten weten dat er beroepsgeheim is. Ze horen veel, ze zien veel zaken en zij moeten weten dat ze eigenlijk hulpverlener zijn ook.. Alé ze werken in een hulpverlenende instantie en zijn ook gebonden aan het beroepsgeheim voor de zaken die. Wij moeten ook bepaalde zaken meedelen. Kijk als wij zeggen “het zou kunnen dat die patiënt belt en die heeft die aandoening dus het is belangrijk dat ik absoluut verwittigd word. Dan worden zij gedeeld in het beroepsgeheim en dat mag. Wij mogen dat doen. Wij mogen ons beroepsgeheim schenden omdat die medehulpverlener in het belang van de patiënt uiteindelijk de zorgverlening zal verbeteren. Dan mogen wij dit delen. Maar zij moeten daar omzichtig met omgaan. Wat gezegd wordt is enkel voor hen.

M: En mogen zij dossiers vrij inkijken?

V: Vrij niet. Dat mogen ze niet. Maar soms bel ik van op huisbezoek en bel ik naar hier en dan zeg ik “kijk ik ben bij die patiënt nu”. Dan kijken zij of er iets vermeld staat van mijn collega’s of welke verslagen er binnengekomen zijn. Dan vraag ik of ze het voorblad eens kunnen voorlezen. Dus zij mogen op commando van ons, mogen ze dus gericht het dossier nalezen om ons dan...

M: ...te informeren.

V: Ze mogen niet op eigen houtje maar op ons aangeven mogen ze het dossier wel inkijken.

S: En mogen ze dan ook iets aanpassen als dat nodig is?

V: Als wij dat zeggen.

S: Ja.


V: Ja.

S: Dus echt wel expliciet.

V: Expliciet, zij passen wel administratieve zaken aan uiteraard.

S: Ja, ja, ja.

V: Administratieve zaken zowel tijdelijke observatie over een bepaalde code van de nomenclatuur in die prestatie als over de persoonlijke informatie van de patiënt mogen ze aan.

S: Ja.


V: Maar uiteraard op ons medisch aangeven.

M: Ja.


S: Hoe zit het dan eigenlijk met de verloning van zo iemand?

M: Moest je voor een bachelor kiezen zou je er dan meer voor betalen binnen de dokterspraktijk?

V: Wij hebben natuurlijk mensen die het goed doen en van wie de capaciteiten kennen en die ook geïnteresseerd zijn om iets meer te kunnen doen. Dus als wij... We gaan dat uitbouwen, we gaan het systeem invoeren, we gaan hen daarvoor inschakelen. Gaan we dan meer betalen? Zij worden bij ons vrij goed betaald moet ik eerlijk zeggen omdat zij al weten dat zij al een belangrijke verantwoordelijkheid hebben, een goede onthaalfunctie en het omgaan met mensen en de dispatching van bepaalde problemen is zeker zo belangrijk van kwalificaties in onze ogen als bepaalde biometrische gegevens opnemen. Versta je? Dus ik vind niet dat niet zo perse dat wij meer zouden moeten betalen omdat wij dat nu al goed doen. Omdat we hen juist naar waarde schatten wat ze al doen.

M: Ja.


V: Er is nog 1 element waarvoor ik vind waarvoor we eigenlijk iemand zouden kunnen gebruiken en dat is voor klinische studies. Dus wij doen soms mee aan studies over bepaalde zaken. We doen dit via de universiteit.

Ik geef een voorbeeld: een nieuw vaccin dat gebruikt wordt. Het aanschrijven van de mensen, het ontvangen van de mensen, het uitleg geven aan de mensen waarop die studie slaat,... Het is ook een taak die verder gaat dan louter secretariaat want je moet die studie uitleggen. Je moet de mensen motiveren. Je moet een soort ... krijgen dat ze akkoord gaan met de studie. Dan moet je de studie verder praktisch uitwerken. Dat is ook al een taak dat zij nu al doen, meewerken aan klinische studies.

S: En mogen wij een richtlijn weten hoe die verloning nu dan ongeveer is bij jullie?

V: Hoeveel ze verdienen?

S: Ja.


V: Ik weet dat niet vanbuiten. Ik kan je dat wel laten weten.

Slot: Afronding van het interview. Michaël vraagt of dhr. Verhofstadt nog zelf iets wil toevoegen. Dhr Verhofstadt vraagt nog of we al contact hebben opgenomen met Nederland of met domus medica. Michaël legt uit dat we voor onze bachelorproef ons enkel gaan beperken tot het Gentse. We leggen uit dat we 3 groepen interviewen namelijk huisartsenpratkijken, WGC en ziekenhuizen. Dhr. Verhofstadt vroeg dit omdat hij zelf wel over deze informatie wou beschikken. Dhr. Verhofstadt vertelt aan ons dat je via internet veel informatie kunt verkrijgen.

V: Administratie, specifiek administratie van de patiënt onthaal uitvoeren, bepaalde biometriën meten, metingen van zaken. Daar gaan we naar werken om dit in te voeren hier. Dan ook doelgroepen: dan denk ik aan doelgroepen te contacteren. Doelgroepen rond risicopersonen waarvoor we van willen dat ze worden ingeënt (hepatitis) of diabetici waarvan we gaan kijken of hun dossier wel goed of alle procedures: de procedures rond een diabetes patiënt die jaarlijks gecheckt worden. Doen de artsen dit wel goed? Een soort interne kwaliteitcontrole. Doen de artsen het wel goed? De patiënt komt bij ons en dan proberen wij dat lijstje af te gaan maar als die patiënt niet komt moeten wij die dan niet eens contacteren dus doelgroepen contacteren dat zouden wij ook door die MMA'ers laten doen en dan klinische studies, en doelgroepen maken dat zou ik opnemen als taken voor de MMA'er.

Bron: VERHOFSTADT (K.), huisarts, geïnterviewd te Gent, 12/04/2011.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17


Dovnload 0.57 Mb.