Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Back to basics

Dovnload 96.4 Kb.

Back to basics



Pagina1/3
Datum27.05.2018
Grootte96.4 Kb.

Dovnload 96.4 Kb.
  1   2   3

BACK TO BASICS



DEEL II

UITHARDING VAN POLYESTER- EN VINYLESTERHARSEN.

Uitharding van onverzadigde polyesterharsen bij kamertemperatuur.
Polyesterharsen kunnen bij kamertemperatuur tot uitharding worden gebracht door het toevoegen van een harder en een versneller. Uitharding betekent in dit geval dat de onverzadigde polyester en de styreen waarin het is opgelost, met elkaar reageren en een vaste massa of kunststof vormen. Tijdens deze reactie ontwikkelt zich warmte en treedt er een volumekrimp op.
Achtereenvolgens doorloopt de polyester de volgende fasen:


  1. vloeibare fase

  2. geleiachtige fase

  3. rubberachtige fase

  4. uitgeharde fase

De snelheid waarmee en dus de tijd waarin deze gehele overgang plaats vindt is afhankelijk van een aantal factoren waarvan de belangrijkste zijn:




  1. de aard van de polyesterhars

  2. de aard van de harder en de versneller

  3. de hoeveelheid harder en versneller

  4. de temperatuur van de hars en de omgeving

  5. de hoeveelheid harsmassa of de laagdikte van het laminaat

  6. aanwezigheid van vulstoffen, pigmenten en andere hulpstoffen

  7. de verwerkingsomstandigheden

Elk van deze invloeden is verschillend en het is belangrijk voor de kwaliteit van het eindproduct deze factoren goed te kennen en waar mogelijk te optimaliseren.


Begrippen:
Onderstaand wordt een aantal vaak gebruikte termen nader toegelicht:


  1. harder: chemische stof die aan de hars wordt toegevoegd teneinde een uitharding tot stand te brengen. Het betreft een organisch peroxide, ook wel katalysator of initiator genoemd.

  2. Versneller: hulpstof die de werking van de harder regelt en versnelt.

  3. Vertrager (inhibitor): hulpstof die de werking van de harder kan vertragen.

  4. Geltijd, geleringstijd: de tijd die verloopt tussen het toevoegen van de harder/versneller en het optreden van de eerste geleringsverschijnselen.

  5. Gel, gelering: het overgaan van de vloeibare fase van de hars naar een gelatineuze toestand. Bij het intreden van de gel kan de hars niet meer verwerkt worden.

  6. Exotherme warmte: de warmte die tijdens het uithardingsproces ontstaat, ongeveer vanaf het moment van gelering. De optredende warmte versnelt de verdere uitharding.

  7. Piek exotherm, piektemperatuur: de hoogste temperatuur welke tijdens het uitharden optreedt.

  8. Luchtinhibitie: het verschijnsel dat de aan de lucht blootgestelde oppervlakte van de uithardende of uitgeharde hars min of meer kleverig blijft. Een gelcoat dient bv. enige luchtinhibitie te vertonen, een topcoat daarentegen moet kleefvrij uitharden.

  9. Eindhardheid: de maximale hardheid die kan worden verkregen.

  10. Lossingstijd: de tijd die verloopt tot het product uit de mal kan worden genomen.

  11. Hardingstijd: de tijd die verloopt totdat een volledige uitharding is bereikt.



Werking van de harder en de versneller.
Polyesterharsen zijn samengesteld uit de eigenlijke polyester en het oplosmiddel/monomeer styreen. Beide bevatten onverzadigde groepen, de zgn. Dubbele bindingen. Het is de taak van de harder om deze te activeren zodat de dubbele bindingen van zowel polyester als styreen open gaan en met elkaar reageren, dat wil zeggen een nieuwe binding aangaan. De losse moleculen van polyester en styreen gaan daarbij over in één groot driedimensionaal netwerk, de uitgeharde polyester. In feite is het niet de harder die dubbele bindingen opent, maar wordt deze taak verricht door actieve groepen die ontstaan wanneer de harder (peroxide) ontleedt. Dit ontleden kan op gang gebracht worden door de temperatuur van het hars/harder-mengsel te verhogen of door aan het mengsel een “ontledende” hulpstof toe te voegen, de versneller. De geltijd, hardingstijd en lossingstijd worden alle bepaald door de snelheid waarmee de ontleding van de harder plaatsvindt. Deze ontledingssnelheid en dus de snelheid waarmee de polyesterhars uithardt is afhankelijk van de aan de hars toegevoegde hoeveelheden harder en versneller, alsmede van de temperatuur van het harsmengsel. Daarnaast is ook de aard van de polyesterhars van invloed o.a. door het gehalte aan vertrager (inhibitor), een stof die in iedere polyesterhars aanwezig is. De hoeveelheid vertrager in de hars is mede bepalend voor de geltijd die de hars van nature al door de harsfabrikant meegeleverd krijgt. In sommige gevallen is het wenselijk dat bij de verwerking van de hars nog wat extra vertrager wordt toegevoegd teneinde een optimale verhouding tussen verwerkingstijd en uithardingstijd te verkrijgen, bv. in warme perioden.
Typen harder en versneller.
Er is een groot aantal harders voor de uitharding van polyesterharsen beschikbaar. Veel van deze harders zijn ontwikkeld voor specifieke toepassingen. De meest gebruikelijke voor verwerking bij kamertemperatuur zijn:


  1. methylethylketon peroxide: dit wordt meestal geleverd als een 50%-ige oplossing; andere concentraties die voorkomen zijn bv. 30%-ige en 60%-ige oplossingen. De bij MEK-peroxyde behorende versneller is kobaltversneller, meestal als 1%-ige oplossing; andere gebruikelijke concentraties zijn een 6%-ige of 10%-ige oplossing, meestal voor het “voorversnellen” van grotere hoeveelheden polyesterhars.

  2. Acetylacetonperoxyde: meestal verkrijgbaar in een 40%-ige oplossing. De hierbij behorende versneller is eveneens kobaltversneller.

  3. Benzoylperoxyde: Dit is van nature en vaste stof, die voor verwerking geleverd wordt in een 50%-ige concentratie, als een fijn poeder, een pasta, of een vloeibare suspensie. Bij benzoylperoxyde horen amineversnellers. Hiervan zijn gewoonlijk 3 typen verkrijgbaar, met verschillende reactiviteiten:

- diethylaniline (DEA), met een geringe reactiviteit.

- dimethylaniline (DMA), met een gemiddelde reactiviteit.

- dimethyl-para-toluïdine (DMPT), met een zeer hoge reactiviteit.
Deze versnellers worden meestal in een 10%-ige concentratie toegepast, soms ook wel geconcentreerd, d.w.z. 100%-ig.
Benodigde hoeveelheden harder en versneller.
Omdat de harder bij de chemische reactie van de hars verbruikt wordt is een zekere hoeveelheid als minimum noodzakelijk. Dit percentage ligt bij circa 1 gewichtsprocent van een 50%-ige concentratie (de meest gebruikelijke handelsvorm). Aan de andere kant kan een teveel aan harder schadelijk zijn en dient een overmaat te worden vermeden. Gemiddeld ligt het maximum bij circa 2 gewichtsprocenten, op de harshoeveelheid gerekend. Wat de versneller betreft zijn er wat grotere spreidingen mogelijk in de aan de hars toe te voegen hoeveelheden. Toch dient er een zekere verhouding tussen hoeveelheid harder en versneller in acht te worden genomen. Indien een minimale hoeveelheid harder wordt toegepast mag men niet ter compensatie de hoeveelheid versneller tot een maximum opvoeren. De kans is dan groot dat er te weinig harder overblijft voor een goede doorharding van de hars. Door middel van de percentages harder en versneller kan men binnen ruime grenzen de geltijd en in zekere mate ook de uithardingstijd en dus de lossingstijd naar believen variëren. Hoe groter het percentage harder en versneller, des te korter is de geltijd en dus de uithardingstijd. Te veel harder en versneller kan echter leiden tot een te heftige reactie met als gevolg te veel exotherme warmte, scheuren, vervorming, verkleuring e.d. Het is dus zaak te zoeken naar een goed compromis tussen de gewenste gel- en uithardingstijd aan de ene kant en de eindeigenschappen aan de andere.
Vele polyesterharsen van Jotun Polymer zijn al voorzien van een vaste hoeveelheid versneller; in dat geval is slechts een beperkte keuze van de geltijd mogelijk, nl. door het percentage harder te variëren tussen bv. 1 en 2 gewichtsprocenten. In een aantal gevallen staat onze afnemers een reeks van 2 of meer gelijksoortige voorversnelde harsen, echter met verschillende geltijden, ter beschikking, bijvoorbeeld:
Norpol: Geltijd:

(1% catalyst no. 1, 23°C)


- zeer korte geltijd : 44 M-71 8-13 min.

- korte geltijd: 44 M-75 15-25 min.

- normale geltijd: 44 M-85 35-45 min.

- lange geltijd: 44 M-87 50-60 min.

- zeer lange geltijd: 44 M-92 70-90 min.
Naast deze variaties in geltijd kan men nog kiezen uit verschillende graden van warmteontwikkeling; dit is belangrijk indien men wil voorkomen dat een te grote warmteontwikkeling optreedt indien men dikkere lagen in één bewerking wil vervaardigen en dus ook laten uitharden. Als voorbeeld een reeks ongeveer gelijksoortige voorversnelde harsen met de gelijktijdig uit te harden laagdiktes:
Norpol Aanbevolen laagdiktes
- veel warmteontwikkeling: 44-70 1-4 mm


    1. 1-5 mm

- matige warmteontwikkeling: 44-80 3-8 mm

- geringe warmteontwikkeling: 44-92 4-12 mm


Opm. Harstypen met een geringe warmteontwikkeling hebben vaak een lange geltijd, zodat er voldoende tijd beschikbaar is voor het opbouwen van dikke lagen in één bewerking.
Vertrager of inhibitor.
Een vertrager is een stof waarmee men de geltijd van een hars kan verlengen zonder de doorhardingssnelheid noemenswaardig te verlagen. Een vertrager kan in een aantal gevallen nut bewijzen. Wanneer men voorversnelde harsen toepast kan de geltijd n warme periodes zo kort worden dat men al gauw minder dan de aanbevolen hoeveelheid harder zou moeten toevoegen; in dat geval is het beter om de aanbevolen gemiddelde hoeveelheid harder te gebruiken en de geltijd te verlengen door wat vertrager toe te voegen. Ook indien men zelf versneller aan de hars toevoegt en men wil een snelle doorharding combineren met een lange geltijd, kan het extra toevoegen van wat vertrager de beste oplossing zijn. De meest gebruikte vertrager is een 10%-ige oplossing van PTBC (para-tertiar-butyl-catechol). Met een toevoeging van 0.1 à 0.2% aan de hars kan men de geltijd ongeveer verdubbelen of verdrievoudigen. Een nog sterkere vertraging is meestal niet wenselijk.
Voor- en nadelen van diverse versnellers.
Kobaltversnellers:
Voorbeelden zijn: - Norpol 9800; 10ù-ige kobaltversneller

  1. Norpol 9802, 1%-ige kobaltversneller

De voordelen van kobaltversnellers zijn:




  1. weinig invloed op de kleur van het eindproduct.

  2. Geen invloed op de stabiliteit van de hars.

  3. Geen verkleuring door UV-licht.

  4. Weinig invloed op luchtinhibitie.

De nadelen van kobaltversnellers zijn:




  1. gevoelig voor vocht.

  2. Gevoelig voor vulstoffen en pigmenten.

Amineversnellers:


De voordelen van amineversnellers zijn:


  1. ongevoeligheid voor vocht.

  2. Nagenoeg ongevoelig voor vulstoffen en pigmenten.

De nadelen van amineversnellers zijn:




  1. geeft aan de hars een gele tot bruine kleur.

  2. Verkleurt onder invloed van UV-licht.

  3. Vermindert de stabiliteit van polyesterhars aanzienlijk.


Keuze van het harder/versneller-systeem.
We hebben gezien dat de belangrijkste harder/versneller-systemen voor uitharding van polyester bij kamertemperatuur zijn:


  1. MEK-peroxyde met kobaltversneller.

  2. Acetylacetonperoxyde met kobaltversneller.

  3. Benzoylperoxyde met amineversneller.

De betekenis van het systeem benzoylperoxyde/amineversneller is echter in de afgelopen jaren sterk afgenomen en vervangen door acetylacetonperoxyde/kobaltversneller, dat minder nadelen heeft. Een nadeel van het systeem benzoylperoxyde/amineversneller, nl. het feit dat weliswaar een snelle uitharding bereikt wordt die echter minder volledig verloopt dan met andere systemen, wordt door het gebruik van acetylacetonperoxyde omzeild. Benzoylperoxyde wordt in hoofdzaak nog in plamuurpasta’s toegepast en in speciale gevallen bij lage temperatuur en/of grote vochtigheid. Verreweg het meest gebruikelijke systeem is MEK-peroxyde/kobaltversneller. In het programma van Jotun Polymer is een aantal types MEK-peroxyde opgenomen voor verschillende toepassingen.


Peroxides.
Iedere verwerker van polyesterhars kent de peroxides die in zijn werkplaats worden gebruikt voor het uitharden. De standaard peroxide die vrijwel door iedereen wordt gebruikt is de bekende MEK peroxide. Geheel afhankelijk van de applicatie technieken die worden toegepast komen in een aantal gevallen ook andere soorten peroxides voor. De algemene kennis van peroxides bij de polyesterhars verwerker is in veel gevallen beperkt tot het dagelijks gebruik van de hem bekende typen.
Dit gedeelte van back to basics gaat in op de mogelijkheden die er zijn om met peroxides te sturen in uw productie. Binnen uw productie moet er per opdracht gekeken worden naar een stuk productietechniek. Als er in die productietechniek een hogere laagdikte in een arbeidsgang gemaakt moet worden, dan zal het gebruik van de standaard peroxide de nodige problemen en dikwijls ook uitval met zich meebrengen. Basiskennis van peroxides kan op voorhand voorkomen dat er tijd en materiaal verloren gaan in de productie. Zelfs binnen de range van MEK peroxides bestaat al een grote verscheidenheid aan producten die ieder op zich, toepasbaar zijn in een niet standaard applicatie proces.
Het gebruik van de standaard hars met de standaard MEK peroxide zal voor het grootste deel van de productietijd voldoen. Indien uw omstandigheden echter sterk wijzigen kunt U in eerste instantie het percentage peroxide wijzigen. Dikwijls geeft dit niet het beoogde effect omdat met de temperatuur het geheel aan factoren die de cure en de doorharding beïnvloeden maar beperkt gecompenseerd kunnen worden door het percentage peroxide.
Afstemming van de hars op de afwijkende omstandigheden is dikwijls niet snel genoeg realiseerbaar en de risico’s van het zelf toevoegen van extra versnellers of vertragers is groot. Voor de hierboven genoemde omstandigheden is het mogelijk om de productie te sturen met een ander type peroxide, zodanig dat U toch kan voldoen aan de door U gewenste geltijden en snijtijden.
De grote variëteit aan “standaard” harsen die door Jotun wordt aangeboden is voor onze afnemers een voordeel, want een op maat aangeleverd product heft voor U vele voordelen. Door onze kennis van de “hars” en de “peroxide” te combineren met uw specifieke omstandigheden kunnen wij voor een groot aantal problemen een op maat gesneden advies geven.
In deze serie gaan wij in op vier hoofdgroepen van peroxides. De meest gebruikte hiervan is de welbekende Methyl-Ethyl-Keton peroxide. Soms kortweg MEK-P genoemd. Een 50 procentige peroxide met een actief zuurstof gehalte van +/- 9%.
Tijdens het productie proces van de peroxide ontstaan in principe 3 verschillende peroxides.

  1. waterstofperoxide

  2. mono-methyl-ethyl-keton peroxide

  3. di-methyl-ethyl-keton peroxide.

De kwaliteit van een peroxide wordt gekenmerkt door het gehalte water dat achterblijft. Hoe lager het watergehalte, des te beter de kwaliteit.


De drie soorten peroxide kunnen onderling in verschillende verhoudingen aanwezig zijn. Deze verhoudingen kenmerken de grote verscheidenheid aan types die in de markt verkrijgbaar zijn. Een laag gehalte waterstof peroxide geeft een langere geltijd. Vanaf het moment van toevoegen van de peroxide aan de polyesterhars zullen eerst de daarin aanwezige vertragers (inhibitoren) door de peroxide worden geneutraliseerd. In sommige harsen, vooral met langere geltijden is een gedeelte van de toegevoegde peroxide noodzakelijk om deze vertragers te neutraliseren. En minimum hoeveelheid peroxide in een hars met een lange geltijd kan daardoor de uitharding aanzienlijk verstoren.
Vanaf het gelstadium gaat het mono peroxide een actieve rol spelen. Het mono peroxide bepaalt de cure in de mal totdat het zover is verbruikt dat het di-peroxide gaat reageren. Geheel afhankelijk van de uithardingsomstandigheden zal een gedeelte van het di-peroxide gebruikt worden. Het di-peroxide reageert nog door als het product al gelost is en deze reactie zal bij kamertemperatuur enige maanden in beslag nemen.
Met deze gegevens over de samenstelling en de werking van de MEK peroxide is het dus mogelijk, om bij variërende omstandigheden, producten en laminaatopbouw, de juiste peroxide te kiezen voor uw productiemethode.
Peroxides zijn altijd door middel van een zogenaamd “flegmatiserings vloeistof” geschikt gemaakt voor opslag, transport en gebruik. MEK peroxides worden voornamelijk in hoogmoleculaire vloeistoffen opgelost. Een voorbeeld is Di-octyl-phtalaat (weekmaker). De meest voorkomende verhouding is 50% peroxide en 50% flegmatiseringsmiddel. Bij het toepassen van een overmaat aan peroxide in een uithardingssysteem, voegt U de helft van het percentage peroxide, aan weekmaker toe. Vooral in chemisch resistente systemen kan dit van negatieve invloed zijn op de eindeigenschappen.
CHP – Cyclo-hexanon peroxide.
Mede door de chemische structuur van de CH peroxide, geven deze peroxides een veel rustiger verloop in uitharding dan MEK peroxides. Ook in CH peroxides komt waterstof peroxide voor en ook hier is het gehalte aan waterstof peroxide bepalend voor de geltijd. Afhankelijk van de verhouding tussen deze twee componenten zal de uitharding op een bepaalde manier verlopen. Het gehalte aan actief peroxide is in CH peroxide veelal veel lager dan in MEK peroxide. Door gebruik te maken van combinaties van flegmatiseringsmiddelen, met o.a. di-aceton-alcohol kan men bepaalde eigenschappen van het peroxide beïnvloeden. CH peroxides worden veel toegepast in blanke gelcoats en in polyester gietmassa’s. Met CHP is de cure karakteristiek van grotere massa’s beter te sturen en hieraan gerelateerd de piek exotherm van de uit te harden massa. CH peroxides worden ook in ISO en ISO/NPG harsen toegepast, vooral wanneer er dikkere laminaten gemaakt moeten worden.
AAP- Acetyl-aceton peroxide.
AA peroxides staan bekend als de snelle peroxides die gebruikt worden wanner korte cyclestijden vereist zijn. Ook binnen de range van de AA peroxides zijn een aantal typen verkrijgbaar. De verhouding met de ook hierin aanwezige waterstof peroxide is hiervoor bepalend. AA peroxide wordt veel toegepast in o.a. koudperstechnieken. Door de relatief snellere ontleding nadat de waterstofperoxide is weggereageerd tot aan de geltijd, ontstaan er in vergelijking met een MEK peroxide hogere piek exotherm. Omdat in vergelijking met een MEK peroxide een groter gedeelte van de peroxide ineens verbruikt wordt, is de aanvangshardheid van een product met AA peroxide hoger, maar het rest styreengehalte kan door de mindere na cure gemiddeld hoger blijven in vergelijking met MEK peroxide. AA peroxides geven in gelcoats en vooral in lichte kleuren een groenverkleuring en zijn daardoor voor gelcoats ongeschikt. In ISO en ISO/NPG harsen heeft een AA peroxide een wat grotere hoeveelheid cobalt nodig voor het bereiken van dezelfde geltijden met MEK P, de doorcure voor ontmalling is daarbij belangrijk sneller.
BP Benzoil Peroxide.
Het meest bekende gebruik van benzoil peroxide is in plamuren en vul of verlijmingpasta’s. Als versneller wordt een amine verbinding gebruikt. Benzoil peroxide zal bij verhoogde temperatuur (50-60°C) spontaan tot ontleding overgaan. De stabiliteit van een harsmengsel met 2 of 4% benzoil peroxide is afhankelijk van de basishars ruim 8 uur. Met kan bij een verhoogde proces temperatuur de dagvoorraad polyesterhars met de benzoil peroxide in één keer aanmaken en daarna verwerken. Met benzoil peroxide kan men, in combinatie met een uitgebalanceerd versnellersysteem, zonder tot overdosering over te gaan geleringstijden bereiken kleiner dan 2 minuten. Het gebruik van deze peroxide in de hedendaagse productie systemen is echter beperkt.
Samenstelling MEK peroxide.
Kat. N° 1 Kat. N° 11
1. Waterstof Peroxide 1.0 0.4

2. Mono-MEK Peroxide 6.0 3.2

3. Di-MEK Peroxide 2.1 5.7
Gehalte peroxide 9.1 9.3


  1. H- O-O-H

CH3


  1. H-O-O-C-O-O-H

C2H5
CH CH3

3. H-O-O-C-O-O-C-O-O-H

C2H5 C2H5

ZIE PAG. 12

ZIE PAG 13

ZIE PAG 14 TEM 16

Versnellers.
Daar de uitharding van onverzadigde polyesterharsen en vinylesterharsen bij kamertemperatuur niet of nauwelijks gerealiseerd kan worden, dient men gebruik te maken van versnellers (ook wel ontledende hulpstoffen genoemd). Deze versnellers brengen de polymerisatie reactie op gang. Afhankelijk van het soort peroxide dient men een bepaald soort versneller te gebruiken.
Kobaltversnellers.
Bij de methylethylketonperoxides, cyclohexanonperoxides en acetylacetonperoxides kunt u gebruik maken van de kobaltversnellers. Dit is de meest gebruikte versneller. Een kobaltversneller is een diep violette vloeistof (metaal). Welke de radicaal vormingsreactie, in combinatie met een peroxide start.
Kobaltversnellers hebben weinig invloed op de kleur van het eindproduct, geven geen stabiliteitproblemen, verkleuring door het UV-licht en hebben weinig invloed op het geven van luchtinhibitie in de hars, na inmengen van uithardingsmiddelen. Kobaltversnellers zijn, daarin tegen wel gevoelig voor vocht en invloeden van vulstoffen en pigmenten. Afhankelijk van de aanmaak grootte en de toe te voegen hoeveelheid bestaan er diverse concentraties, nl. 10%-ige, 6%-ige en 1%-ige oplossingen.
Concentraties.
Deze concentraties kobalt kunnen opgelost zijn in styreen, ftalaat weekmaker of terpentine (white spirit). Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van inmengen, stabiliteit en concentratie maakt men gebruik van één van deze types. Een weekmaker geeft een betere stabiliteit, maar is moeilijk in te mengen. Voorbeelden:


  1. versneller Norpol 9800 > 10%-ige kobalt opgelost in white spirit

  2. versneller Norpol 9802 > 1%-ige kobalt opgelost in styreen.

De geadviseerde hoeveelheid kobalt versneller, uitgaand van een 10%-ige kobalt dient gevarieerd te worden tussen de 0.03 tot 0.5% berekent op de hars. De 1%-ige kobalt dient gevarieerd te worden tussen de 0.3 en 5%.


Amine versnellers.
Bij de uitharding van polyester- en /of vinylesterharsen met een benzoyl peroxide dient men gebruik te maken van een amine versneller. Daar de benzoyl peroxide meestal een poeder of pasta is, geeft dit systeem bij het verspuiten met de huidige apparatuur problemen. Het voordeel van dit uithardingssysteem t.o.v. hierboven beschreven systeem is dat deze minder vocht en temperatuurgevoelig is en nagenoeg ongevoelig voor vulstoffen en pigmenten. De mogelijke nadelen van amine versnellers zijn, dat ze een beperkte potlife geven: een gele tot bruine kleur na uitharding geven en gevoelig zijn voor UV- licht, in uitgehard stadium.
Afhankelijk van toepassing kunt U gebruik maken van een drietal amine versnellers.
Dimethylaniline (DMA)

  1. de meest gebruikte versneller

Diethylaniniline (DEA)



  1. geeft een langere geltijd

Dimethylparatoluïdine (DMPT)



  1. deze versneller geeft zeer korte geltijden

Het benzoyl peroxide/amine systeem wordt zeer veel gebruikt bij plamuren.


Amine versnellers zijn in 10%-ige en 100%-ige concentraties te verkrijgen. Dosering van een 100%-ige dimethylaniline (DMA/Norpol 9825) 0.05 tot 0.4%. Een 10%-ige oplossing Norpol 9826 is 0.5 – 4%.
Bij zowel de diethylaniline (DEA) als de dimethylparatoluïdine (DMPT) kunt U bij een 100%-ige 0.20 tot 0.4% aanhouden en bij een 10%-ige oplossing 2.0% tot 4.0% berekend op de hars.
Naast de hierboven beschreven versnellers bestaan er ook nog speciale versnellers, die meestal uit een combinatie zijn samengesteld van de eerder beschreven versnellers.
In sommige gevallen dient de amine-versneller dan als promotor. Een promotor geeft een kortere geltijd en een snellere doorharding, wat wenselijk is bij een productie met korte cyclus tijden zoals: injectie, persen en polyesterbeton. Ook wanneer men met dunne laagdiktes werkt dient men een promotor te gebruiken.
Bij vinylesterharsen is dit meestal voorgeschreven. De meest gebruikte promotor is de dimethylaniline (DMA). Toevoeging: 0.5% tot 0.10% van een 100%-ige versneller (Norpol versneller 9825).
Inhibitoren.
Inhibitoren, ook wel vertragers genoemd, zijn stoffen die de polyester- of vinylesterhars kunnen vertragen qua geltijd, zonder de doorhardingssnelheid noemenswaardig te verlagen. Wanneer men voorversnelde harsen toepast kan de geltijd in warme periodes zo kort worden dat men al gauw minder dan de aanbevolen hoeveelheid verharder zou moeten toevoegen, wat weer een slechtere doorharding geeft. De meest gebruikte vertrager is PTBC (para-tertiar-butyl-catechol). Deze vertrager is zowel in een 10%-ige als een 1.0%-ige oplossing beschikbaar in de markt. (Oplossingen in styreen en/of weekmaker ftalaat). Voorbeeld: Norpol vertrager 9853 (10%-ige oplossing) Dosering: 0.05 – 0.2% berekend op de hars.

  1   2   3

  • Werking van de harder en de versneller.
  • Typen harder en versneller.
  • Benodigde hoeveelheden harder en versneller.
  • Voor- en nadelen van diverse versnellers.
  • Keuze van het harder/versneller-systeem.
  • CHP – Cyclo-hexanon peroxide.
  • AAP- Acetyl-aceton peroxide.
  • Samenstelling MEK peroxide.

  • Dovnload 96.4 Kb.