Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Baggerspecieproblematiek op Leie en Afleidingskanaal van de Leie spreker: ir. Willem Van Crombrugge organisatie: Waterwegen en Zeekanaal nv

Dovnload 124.43 Kb.

Baggerspecieproblematiek op Leie en Afleidingskanaal van de Leie spreker: ir. Willem Van Crombrugge organisatie: Waterwegen en Zeekanaal nv



Datum05.12.2018
Grootte124.43 Kb.

Dovnload 124.43 Kb.



Baggerspecieproblematiek op Leie en Afleidingskanaal van de Leie
spreker: ir. Willem Van Crombrugge

organisatie: Waterwegen en Zeekanaal NV

Aanslibbingen in een rivier zijn een normaal fenomeen, dat weliswaar door de activiteiten van de mens in het stroomgebied worden beïnvloed. Naast het sedimenttransport in de rivierbedding zelf, is er ook het sedimenttransport van aanpalende gebieden (al dan niet via stroomopwaarts gelegen waterlopen) naar de rivier. Een brongerichte aanpak is belangrijk om dergelijke sedimentaanvoer zo veel mogelijk te beperken. Zo worden maatregelen uitgewerkt om het afstromen van gronddeeltjes in heuvelachtige landbouwgebieden zo veel mogelijk te beperken.


Bij grote wassen op de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie is de snelheid van het water meer dan 1 meter per seconde, wat ongeveer de grens is tussen aanslibbing (bij lagere snelheden) en ontgronding (bij hogere snelheden).

In een normaal profiel is er daardoor bijna geen aanslibbing, integendeel wordt eerder een lichte ontgronding vastgesteld. De aanslibbingen situeren zich op de bredere plaatsen waar de watersnelheden dalen onder die 1 meter per seconde.

Typische plaatsen van aanslibbing zijn bijvoorbeeld de zwaaikom aan Noorderwal, bij het beginpunt van het Afleidingskanaal van de Leie, en het kruispunt van Schipdonk, waar het Afleidingskanaal van de Leie en het kanaal Gent-Brugge mekaar kruisen.
Indien het slib al te hinderlijk wordt voor de scheepvaart moet het worden weggebaggerd. Afhankelijk van de graad van verontreiniging kan het ofwel hergebruikt worden voor nuttige doeleinden of moet het worden gestort in een monostortplaats voor baggerspecie.
Vooraleer het baggerslib zijn definitieve bestemming krijgt, wordt het eerst ontwaterd in een laguneringsveld. Aan Noorderwal beschikt Waterwegen en Zeekanaal NV over een daartoe vergunde site.

Het drogen maakt deze specie ook beter aanwendbaar voor nuttige toepassingen. Deze toepasbaarheid kan zo nodig worden verhoogd door het scheiden van de baggerspecie in een (grofkorrelige) zandfractie en een (fijn) klei- en leemfractie, met elk hun eigen specifieke mogelijkheden. Een dergelijke scheiding in fracties kan op het kanaaleiland te Beernem op het kanaal Gent-Brugge worden uitgevoerd.



Een definitieve plaats van berging van baggerspecie is de put van Callemoeie te Nazareth, eveneens in exploitatie bij W&Z.
Tot slot, het slib in een rivier bevat ook heel wat organisch materiaal en kleine diertjes, die een onderdeel vormen van het leven in de rivier. Indien van goede kwaliteit is er daarom geen reden tot baggeren.
Uit een verkennend bodemonderzoek kan worden gesteld dat de bagger- en infrastructuurspecie uit het Leiebekken voor nuttige aanwending meestal als bouwstof en soms als bodem in aanmerking komt.
Het vooronderzoek van alle te verwijderen (natte en droge) grond geeft volgende resultaten:


  • geschikt voor opvulling zandwinningput Lochristi: 2.722.000 m³

  • hergebruik bodem in BST I tot V mits studie ontvangende grond of bouwkundig bodemgebruik/bouwstof: 436.000 m³

  • berging erkende stortplaats (Callemoeie): 16.000 m³


Een biologische en ecotoxicologische beoordeling als waterbodem laat een verbetering zien, maar er is nog een hele weg te gaan.

  • Baggerspecieproblematiek op Leie en Afleidingskanaal van de Leie spreker: ir. Willem Van Crombrugge organisatie: Waterwegen en Zeekanaal NV

  • Dovnload 124.43 Kb.