Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begint het tij zich tegen de vrijheid in de Arabische Wereld te keren ?

Dovnload 9.66 Kb.

Begint het tij zich tegen de vrijheid in de Arabische Wereld te keren ?



Datum10.10.2017
Grootte9.66 Kb.

Dovnload 9.66 Kb.

begint het tij zich tegen de vrijheid in de Arabische Wereld te keren ?
Patrick Cockburn

Begint de contrarevolutie in het voordeel te werken van de ‘sterke mannen’ in de Arabische Wereld, wier regimes nog maar enkele weken geleden aan het wankelen waren door toedoen van het Arabische Ontwaken?


Van Libië tot Bahrein en van Syrië tot Jemen klampen leiders zich aan de macht vast, ondanks intense druk van de kant van pro-democratie betogers. Inmiddels heeft de contrarevolutie op zijn minst al één succes geboekt: de monarchie in Bahrein heeft met steun van een troepenmacht uit Saoedi-Arabië en uit andere Golfstaten, met grof geweld effectief het verzet op het eiland de kop in weten te drukken. Leiders van de pro-democratiebeweging zitten achter de tralies of zijn naar het buitenland gevlucht. De shi’itische meerderheid wordt geterroriseerd in de vorm van willekeurige arrestaties, marteling en het verwoesten van moskeeën en andere religieuze plaatsen.
In drie andere landen hebben despoten die zwaar onder vuur liggen, wisselende kansen om te overleven. Nog geen maand geleden leek het erop dat voor President Ali Abdallah Saleh van Jemen het politieke einde was ingeluid, maar hij zit er nog altijd en heeft tegen demonstranten gewapende elementen en zijn veiligheidsagenten gemobiliseerd. Daar staat tegenover dat het leger openlijk verdeeld is en het is nog altijd waarschijnlijk dat Saleh uiteindelijk alsnog het veld zal moeten ruimen.
In Syrië gaan de protesten verspreid over het land door, ondanks de inzet van grof geweld. Het zal evenwel niet meevallen om President Bashar al-Assad uit het zadel te stoten vanwege diens vastberadenheid om aan te blijven, de kracht van het veiligheidsapparaat en de sterke greep van de Alawitische bevolkingsgroep op de macht.
In Libie leek Muammar al-Qaddafi twee maanden geleden nog verslagen te worden, nadat opstandelingen de macht in het oosten van het land overgenomen hadden. Sindsdien is hij er evenwel in geslaagd om de harde kern van zijn aanhangers te mobiliseren. De opstandelingen zouden verslagen zijn, ware het niet dat zij luchtsteun van de NAVO hebben gekregen. Niettemin lijken Qaddafi’s dagen geteld vanwege het simpele feit dat Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten uit zijn op zijn val.
Het verschilt allemaal erg van hoe dit eerder in Tunesië en Egypte is gelopen, waar het militaire en het politieke establishment meende zich van het regime te kunnen ontdoen, maar de staat in handen kon houden. In Libië en Syrië kon dat niet, omdat regime en staat daar te zeer met elkaar verweven zijn.
In Jemen is de staat te zwak om zich van de leider te ontdoen, terwijl in Bahrein democratie een overdracht van macht impliceert van de soennitische minderheid aan de shi’itische meerderheid. De contrarevolutie is daar nog in een ander opzicht in het voordeel. Haar leiders worden niet langer door de revolutie overvallen. Verdedigers van de status quo menen niet langer dat hun nederlaag onafwendbaar is en zijn tot zichzelf gekomen. Zij kunnen daarbij rekenen op de loyaliteit en het welbegrepen eigenbelang van ambtenaren en appelleren aan sektarische loyaliteiten.
De opstelling van externe machten inzake het omverwerpen van de status quo verschilt van geval tot geval. De Verenigde Staten hinkten aanvankelijk op twee benen waar het ging om steun aan President Hosni Mubarak van Egypte, maar veroordeelden de militaire interventie van Saoedi-Arabie in Bahrein niet, noch het terroriseren van de daar woonachtige shi’ieten dat op de interventie is gevolgd. Washington stelt zich heel anders op ten opzichte van de Arabische autocratieën in Noord-Afrika dan tegenover de strategisch belangrijke oliestaten aan de Perzische Golf die nauw met de Verenigde Staten verbonden zijn. Onuitgesproken blijft of de revolutie of contrarevolutie de traditionele tegenstander van Washington in de regio – Iran – al dan niet in de kaart speelt.
Alleen in het geval van Libië is de strijd tussen de opstandelingen en de staat uitgedraaid op een regelrechte oorlog. De opstandelingen krijgen daarbij veel steun, maar hebben slecht een kwart van het grondgebied en de bevolking onder controle en blijven militair zwak. Hun belangrijkste troef is de NAVO-luchtsteun, maar zelfs deze heeft hen niet in staat gesteld om voorbij Ajdabiya op te rukken, noch om het beleg van Misrata te breken.
De contrarevolutie heeft duidelijk meer slagkracht dan nog maar twee maanden geleden voor mogelijk werd gehouden. Dit is des opmerkelijker, omdat autoritaire regimes die geacht werden stevig in het zadel te zitten - zoals in Tunesië en Egypte – in korte tijd ineenzakten. Politiestaten hebben sindsdien de tijd gehad om hun formidabele repressieve apparaat in stelling te brengen, maar zelfs dat zal wellicht niet baten om de nieuw gepolitiseerde bevolkingen die een kans ziet liggen om van autocratisch bestuur af te komen, er nog langer onder te houden.

Patrick Cockburn is Midden-Oostenredacteur van The Independent (Londen)


bron: CounterPunch, 22-24 april 2011
vertaling: Jochem van Oosten


Dovnload 9.66 Kb.