Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begrippenlijst sociale psychologie Hoofdstuk 8: Interpersoonlijke relaties Affiliatiebehoefte

Dovnload 9.81 Kb.

Begrippenlijst sociale psychologie Hoofdstuk 8: Interpersoonlijke relaties Affiliatiebehoefte



Datum01.08.2017
Grootte9.81 Kb.

Dovnload 9.81 Kb.

Begrippenlijst sociale psychologie

Hoofdstuk 8: Interpersoonlijke relaties

Affiliatiebehoefte

Een algemene drijfveer om blijvende, positieve en significante interpersoonlijke relaties op te bouwen en in stand te houden.


Sociostaat

Een soort sociale thermostaat die relaties en sociaal contact regelt, werkt zoals homostase (nastreven van een optimale hoeveelheid sociaal contact).


Eenzaamheid

Het negatieve gevoel dat ontstaat door een tekort aan sociale relaties, waardoor affiliatiebehoeften onvervuld blijven.


Hechtingsstijl

De typische manier van relatievorming van een persoon met betekenisvolle anderen die haar oorsprong kent in de interactie van die persoon als kind met zijn of haar verzorger.


Strange situation test

Een testsituatie waarbij de hechtingsstijl afgeleid wordt uit de reactie van baby’s als de verzorger (meestal de moeder) het kind verlaat en wanneer ze terugkomt.


Sociale steun

De responsiviteit van vrienden en andere personen op de psychische behoeften van een persoon.


Nabijheidseffect

Het verschijnsel dat twee personen eerder een relatie zullen aangaan wanneer de fysieke afstand tussen beiden klein is.


Louter-blootstellingseffect

Het fenomeen dat, wanneer personen frequent blootgesteld worden aan een stimulus, ze die positiever evalueren.


Gelijkenishypothese

Het fenomeen dat personen zich aangetrokken voelen door en relaties aangaan met anderen die op hen gelijken.


Wat mooi is, is goed’-stereotype

De overtuiging dat lichamelijk aantrekkelijke personen positieve persoonlijkheidskenmerken bezitten.


Opwindingstransfer

Het proces waarbij de opwinding opgewekt wordt door twee of meer stimuli, maar waarbij men de totale opwinding aan een van die stimuli toeschrijft.


Hechte relatie

Een relatie die gekenmerkt wordt door een emotionele band, die vervulling van psychische behoeften en een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie tussen de partners.


Wederkerigheid

Het evenwicht in de wederzijdse uitwisseling van wat men geeft en wat men krijgt.


Evolutionaire psychologie

De benadering die stelt dat menselijk gedrag en voorkeuren gebaseerd zijn op de waarde die ze hebben om het genetisch materiaal te verspreiden en te beveiligen.


Sociale ruiltheorie

De theorie die stelt dat personen gemotiveerd zijn om in hun relaties met anderen de kosten te minimaliseren en de voordelen te maximaliseren.


Investeringen

Het niveau van inspanningen (tijd, emotionele betrokkenheid, zelfonthulling enz.) dat men aan de relatie besteedt.


Relatiebetrokkenheid

De intentie van een individu om de relatie te behouden en er psychisch mee verbonden te blijven.


Billijkheidstheorie

De theorie die stelt dat de relatietevredenheid het hoogst is wanneer de verhouding tussen de voordelen en investeringen voor beide partners gelijk is.


Liefdesdriehoektheorie

De theorie die stelt dat liefde bestaat uit drie basiscomponenten – intimiteit, passie en engagement – die gecombineerd worden in acht subtypes.


Passionele liefde

Romantische liefde, gekenmerkt door sterkte opwinding, intense aantrekking en seksuele interesse.


Zelfonthulling

Het proces van zichzelf aan anderen blootgeven.


Seksuele oriëntatie

De seksuele voorkeur van een persoon voor leden van hetzelfde geslacht, het andere geslacht, of beiden.


Erotische plasticiteit

De mogelijkheid om diverse seksuele voorkeuren te ervaren.


Negatieve affect wederkerigheid

Een situatie waarin de expressies van negatieve gevoelens van de ene partner de andere partner ertoe aanzetten om eveneens negatief te reageren.


Vraag/terugtrekking interactiepatroon

Een communicatiepatroon waarbij de ene partner vraagt om relatieproblemen te bespreken en de andere partner dit weigert, wat meestal tot frustratie en kwaadheid leidt.


Relatiebevorderende attributies

Het toeschrijven van ongewenst partnergedrag aan situationele, tijdelijke en specifieke factoren en gewenst gedrag aan dispositionele, stabiele en veralgemeenbare factoren.


Leedbestendigende attributies

Het toeschrijven van gewenst partnergedrag aan situationele factoren die niet stabiel zijn en specifiek, terwijl ongewenst gedrag wordt toegeschreven aan dispositionele, stabiele en algemene eigenschappen.

  • Sociostaat
  • Sociale steun
  • Wat mooi is, is goed’-stereotype
  • Wederkerigheid
  • Sociale ruiltheorie
  • Relatiebetrokkenheid
  • Passionele liefde
  • Negatieve affect wederkerigheid
  • Relatiebevorderende attributies

  • Dovnload 9.81 Kb.