Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina2/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Bosma (PVV):
Citaten: "Ik ben bij lokale bobo's gekleed in een indrukwekkend uniform op bezoek geweest. Wij op een klein krukje en de ander op een hoge stoel achter een imposant bureau"; "Eerst werden we een half uur uitgekafferd, terwijl we gewoon mensen hadden geleverd en daar een rekening voor hadden gestuurd. Vervolgens kregen we te horen dat onze rekening niet werd betaald. Op de gang vertelden zijn medewerkers dat het eenvoudig kon worden opgelost als we hun baas faciliteerden". Oftewel: steekpenningen. Het feit dat er in Nigeria een nieuw kabinet is, gaat dit soort praktijken toch niet veranderen? We zien dit soort praktijken in heel Afrika. Heel veel Afrikaanse landen staan bovenaan op alle lijstjes over corruptie. Die zit daar blijkbaar in de cultuur, die tiert daar blijkbaar zeer welig. Dat gaat toch niet veranderen als er een nieuw kabinet komt? U moet bedrijven niet lokken naar Nigeria, u moet bedrijven waarschuwen voor wat hun kan overkomen. Bescherm onze burgers, minister. Denk ook een keer aan Nederlanders. Kom niet alleen maar op voor de mensen in Afrika, kom af en toe ook eens op voor Nederlanders!

Minister Ploumen:


Ik heb geen vraag gehoord, dus ik vervolg mij betoog.

De heer Bosma (PVV):


U kunt toch wel reageren op wat ik zeg? Dit is vrij fundamenteel.

Minister Ploumen:


Ik kan herhalen wat ik eerder heb gezegd, maar volgens mij is dat niet nodig.

Voordat ik mijn blokje over migratie en ontwikkeling behandel, wil ik een vraag van de SGP beantwoorden.

De voorzitter:
U krijgt eerst nog een vraag van de heer Taverne. Ik wil de minister wel vragen om naar de blokjes met de beantwoording toe te gaan. De inleiding duurt anders lang.

De heer Taverne (VVD):


Ik wilde even terugkomen op het antwoord dat de minister gaf op een vraag die ik haar eerder stelde. De vraag sluit aan op de discussie die zij met collega Smaling had. Ik heb niet beweerd dat er binnen OS geen goede dingen gebeuren, alleen niet alle goede dingen gebeuren binnen OS. Volgens mij is dat de crux. De minister kan het ene na het andere voorbeeld geven van alle prachtige dingen die er gebeuren. Ze doet dat met overtuiging en ik geloof haar. Dat rechtvaardigt echter niet de keuze die wij hebben gemaakt om zo ontzettend veel geld uit te geven aan zaken waarvan we nog steeds niet precies weten wat het effect is. De vraag van de heer Smaling is wat mij betreft niet goed beantwoord. Volgens mij is de vraag in welke gevallen het ontwikkelingssamenwerking betreft. Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om een land zich te laten ontwikkelen. Zo'n ontwikkeling komt doorgaans op een zeker moment op een punt dat het land alleen verder kan. Ik ontken niet dat er allerlei vernieuwingen zijn doorgevoerd. Op welk moment wordt er, bijvoorbeeld tegen de huidige partnerlanden, gezegd dat ze voldoende een duwtje in de rug hebben gekregen en dat Nederland stopt met de ontwikkelingsrelatie? En dan bedoel ik niet dat er een ander sausje over wordt gegooid door het een handelsrelatie te noemen. We hebben met de VS ook geen speciale OS-handelsrelatie. Op een gegeven moment wordt het een normale relatie, gebaseerd op handel.

Minister Ploumen:


Ik bestrijd dat we niet weten wat de effecten zijn. Dat wil ik graag even vastgesteld hebben. Ik heb afgelopen maandag rapporten laten zien, ik verwijs naar de website en ik zal dadelijk nog een aantal concrete voorbeelden, getallen en doelstellingen noemen, om de heer Taverne en anderen inzicht te geven in de effecten.

Natuurlijk moet er op een zeker moment een besluit genomen worden. Dat doen we tailormade. Er is niet één aanpak voor alle landen. Het is duidelijk dat we in een aantal landen op een zeker moment de relatie willen afbouwen. Ik heb een brief aan de Kamer in voorbereiding, waarin we dat allemaal uiteenzetten: op basis van welke criteria het gebeurt, hoe we het meten en hoe de overgang wordt vormgegeven. Als de heer Taverne het goedvindt, neem ik daarin zijn opmerkingen mee. Het is natuurlijk een gerechtvaardigde vraag op welk moment een land zegt dat het graag een relatie met Nederland wil. Dat is dan echter een handelsrelatie en geen hulprelatie.

De heer Taverne (VVD):
Ik wil van de minister weten waarom het niet mogelijk is om een kader vast te stellen waarbinnen kan worden besloten of een OS-relatie kan worden beëindigd. Als we dat tailormade gaan doen, blijven we aan de gang.

Een andere belangrijke vraag is de volgende. Uit het onderzoek dat de Kamer heeft gedaan, bleek dat aan de hand van de begroting niet vastgesteld kan worden wat de effecten van het gros van het OS-beleid zijn. Zegt de minister nu dat dit onderzoek niet juist is?

Minister Ploumen:
Dat heeft de heer Taverne mij niet horen zeggen. Ik heb hem echter ook niet horen zeggen dat de effecten niet in de begroting te zien zijn. Hij zei dat de effecten niet vast te stellen zijn. Daarvan heb ik gezegd dat ik het niet met hem eens ben. Ik heb afgelopen maandag toegezegd dat niet alle beschikbare informatie over doelstellingen en effecten in de begroting is opgenomen. Dat heeft de Kamer overigens in 2011 verzocht, voor de tijd van de heer Taverne dus. Die informatie wil ik graag consolideren. Daar vinden we elkaar dan weer.

Over het kader dat de heer Taverne noemde, heb ik mij niet precies genoeg uitgedrukt. Natuurlijk is er een afwegingskader, want je stelt een aantal criteria vast op basis waarvan je de ontwikkeling van een land beoordeelt. Best relevant is het gemiddelde inkomen in een land, of het percentage ODA op het totaal van de rijksbegroting van zo'n land. Een aantal criteria neem ik op in de brief. Met "tailormade" bedoel ik dat je gaat kijken wat de temporisering eventueel moet zijn als een land het een paar jaar heel goed heeft gedaan, maar een terugval heeft. Nogmaals: er komt een afwegingskader. Dat doe ik de Kamer graag toekomen in de brief. Daarna kunnen we er uitvoerig over spreken. Laat ik er nog één zin aan toevoegen om de heer Taverne gerust te stellen. Heel veel landen zeggen tegen donoren dat zij op eigen benen willen staan. Zij hebben daar een plan voor en zij vragen of de donoren met hen aan dat plan willen werken. Ook daar is het dus geen aanbodsturing meer, waarvoor de heer Taverne vreest.

De SGP wees er terecht op dat Ontwikkelingssamenwerking voor de Nederlandse burger niet alleen een kostenpost is, maar dat uitgaven ook direct en indirect bijdragen aan de Nederlandse economie in de vorm van meer export, meer groei en meer banen. Tot voor kort zat dat effect helemaal niet in het berekeningen van het Centraal Planbureau. De omvang van de OS-uitgaven had geen enkel effect op de groei van de werkgelegenheidscijfers van de CPB-berekeningen. Het CPB heeft ons echter laten weten dat dit inmiddels is veranderd. De uitkomsten van de onafhankelijke IOB-studie naar de binnenlandse hulpeffecten worden nu verwerkt in een model voor kortetermijnramingen en middellangetermijnanalyses. Het komt erop neer dat €1 Nederlandse hulp zich in die modellen gaat vertalen naar €0,4 additionele Nederlandse export. Een andere studie claimde grotere effecten, maar het CPB vond het onderzoek van IOB het overtuigendst en zal die cijfers overnemen.

Dan kom ik bij de beantwoording van de concrete vragen.

De heer Dijkgraaf (SGP):
Dat is goed nieuws, want soms worden je vragen al beantwoord nog voordat je ze beantwoord hebt. Kan de minister ook aangeven hoeveel banen het kost als je op OS gaat bezuinigen? We weten dat voor bepaalde partijen, onder andere deelnemend aan de coalitie, die banen wel erg belangrijk zijn.

Minister Ploumen:


Het CPB heeft ons laten weten dat het dat effect mee gaat nemen. Ik moet het antwoord schuldig blijven op de vraag per wanneer het dat gaat doen. Ik heb nog geen berekening gezien waarin effecten zijn meegenomen, maar ik zal de heer Dijkgraaf daar graag op attenderen. Ik weet niet wanneer het CPB daarmee komt; het is zijn eigen baas.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik zou graag binnen nu en drie maanden willen weten hoe het dan precies zit en daar wil ik ook graag het effect op lange termijn bij betrokken hebben. Ik hoor de minister spreken over de korte en de middellange termijn, maar bij de banendoorrekening gaat het ook om de lange termijn. Ik neem aan dat het op lange termijn dan wel effect heeft.

Minister Ploumen:


Dat is een voor mij moeilijk te beantwoorden vraag. Nogmaals, het Centraal Planbureau is zijn eigen baas en het maakt zijn eigen afweging wat betreft de berekeningen. Ik kan niet anders doen dan die vragen doorgeleiden. Dat doe ik overigens heel graag. Het CPB luistert vast mee en zal ongetwijfeld willen ingaan op de lange termijn als dat technisch mogelijk is. Nogmaals, het is niet aan mij om daarover toezeggingen te doen.

De heer Bosma (PVV):


De minister kan natuurlijk diverse verzoeken indienen bij het CPB. Ik heb er nog wel eentje. Als de redenatie is dat ontwikkelingshulp goed is omdat het banen oplevert in Nederland, is het natuurlijk veel interessanter om te weten hoe de banengroei zou zijn als je dat geld niet via Afrika zou sturen maar gewoon rechtstreeks in Nederland zou spenderen of bijvoorbeeld in de vorm van lastenverlichting ten goede zou laten komen aan de Nederlandse economie. Is de minister bereid om die berekening ook mee te nemen, zodat wij dat tegen elkaar kunnen wegzetten?

Minister Ploumen:


Ik heb geen verzoek ingediend bij het Centraal Planbureau. Dat gaat over zijn eigen rekenmodellen. Daar kunnen wij als politici soms onze eigen gedachten over hebben, maar dat is nu eenmaal zo. Ik zeg dus tegen de heer Bosma wat ik zojuist ook tegen de heer Dijkgraaf zei, namelijk dat het aan het Centraal Planbureau is om dat te wegen. Ik wil alles wat ze maken doorgeleiden, maar het is echt niet aan mij.

De heer Bosma (PVV):


Dat weet ik, maar een verzoek zou mooi zijn. Als u dat kunt meenemen, zou ik dat erg waarderen. Het gaat dus om het effect als je het niet via ontwikkelingshulp, maar rechtstreeks via lastenverlichting ten goede laat komen aan de Nederlandse economie.

Minister Ploumen:


Nogmaals, het is niet aan mij om verzoeken aan het CPB te doen, maar ik ga er zomaar van uit dat men daar inmiddels de radio heeft aangezet en alles heeft gehoord.

Dan kom ik bij de blokjes. Ik zal even kort aangeven wat die blokjes inhouden. Ze zijn niet allemaal even lang. Het eerste blokje over de migratie en de grondoorzaken van migratie zal het meest uitvoerig zijn. Vervolgens zal ik kort ingaan op de global goals, de nieuwe agenda. Ik zal daarbinnen met name de rechten van vrouwen en seksuele reproductieve rechten behandelen. Ik zal kort iets zeggen over het klimaat en over COP21. Ik zal ook kort iets zeggen over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik zal in reactie op de inbreng van de heer Vos iets zeggen over de inrichting van missies. Dan komt er een aantal punten over handel, waaronder ook de voortgang van de onderhandelingen rond TTIP. Dat zijn de onderwerpen.

Ik kom allereerst te spreken over migratie en de grondoorzaken. Er is een record aantal mensen op de vlucht, namelijk ruim 60 miljoen mensen, van wie 90% wordt opgevangen in de regio. Tegelijkertijd zien we dat veel mensen de barre tocht richting Europa ondernemen. Wij zien ook dat de landen in de regio financieel en economisch onder druk komen te staan vanwege onder andere de grote druk op hun publieke dienstverlening door het grote aantal vluchtelingen dat ze herbergen. Ik ben het dan ook eens met de heer Dijkgraaf dat rond migratie een integrale aanpak nodig is. Het moet gaan over oorzaken van migratie, screening aan de grenzen, opvang hier en opvang daar. We hebben dat uiteengezet in een brief aan de Kamer van 8 september. Ik werk daar ook hard aan. Er wordt nu onderhandeld over een overeenkomst met Turkije. Ik ben er een groot voorstander van dat dit soort partnerschappen ook met landen als Jordanië en Libanon worden gesloten.

Nederland draagt bij aan de noodhulp. Desondanks schiet het schromelijk tekort en is er sprake van een groot gat tussen de verzoeken en de toezeggingen. De heer Van Laar hield een pleidooi voor een ingrijpende verandering van de financiering, voor een verandering van de architectuur van de financiering van de noodhulp. Hij zegt dat noodhulp niet meer alleen afhankelijk zou moeten zijn van vrijwillige bijdragen, maar dat er ook een verplichting bij zou moeten komen. Dat is een aantrekkelijk perspectief, zeg ik meteen. Het zal echter niet meevallen om van het huidige systeem van vrijwillige bijdragen naar meer verplichte contributies te komen. Ik wil dat punt heel graag internationaal adresseren. Het is nu ook een goed moment om dat te doen. In mei vindt de World Humanitarian Summit plaats en in januari gaat het High-Level Panel on Humanitarian Financing rapporteren. Ik heb begrepen dat dit panel ook een aantal verstrekkende en vernieuwende voorstellen voor financiering van noodhulp zal doen. Zodra dat rapport uitkomt, zal ik daarover verslag doen aan de Kamer. Ondertussen zal ik de ontwikkelingen binnen dat panel niet alleen volgen maar ook voeden op dit punt en zal ik mij ervoor inzetten om het debat over een meer verplichte bijdrage te entameren.

De heer Van Laar vroeg ook heel concreet naar de inzet van Nederland op onderwijs binnen noodhulp. We horen van veel mensen dat een gebrek aan onderwijsvoorzieningen voor hun kinderen een reden is om een regio te verlaten. Dat betekent dat we sowieso veel meer zouden moeten investeren in het onderwijs ter plekke. De heer Van Laar had het ook over psychosociale hulp. Dat is een breed palet, waar Nederland fors op inzet. Ik zoom even in op onderwijs. Er gaat op dit moment slechts 1,9% van de humanitaire hulp naar onderwijs. Nederland werkt samen met Gordon Brown, de speciale gezant van de Verenigde Naties, om ten minste 4% van de humanitaire gelden te besteden aan onderwijs. Nederland voldoet aan die norm met 4,9% in 2015. Ik zeg tegen de heer Van Laar dat ik dit graag zo wil houden wat betreft Nederland, maar ik zal mij er ook voor inzetten om samen met andere landen die dit percentage halen en samen met de VN-gezant, het belang van onderwijs nader onder de aandacht te brengen bij collega-donoren. Ik weet dat bijvoorbeeld de Noren daar ook zeer aan hechten. Dank voor de aanmoediging; ik ga ermee aan de slag.

De heer Van Laar (PvdA):


Ik heb een vraag, maar niet naar aanleiding van het antwoord, want dat was heel helder; dank voor de toezegging. In het antwoord op de schriftelijke vragen staat dat het kabinet onderwijs in noodsituaties van het grootste belang vindt, maar de voorkeur geeft aan sturing op beleid. Oormerken naar cluster is niet wenselijk en in het geval van onderwijs voor Nederland ook niet nodig, omdat er in de praktijk al meer dan 4% aan wordt besteed. Kan ik dit antwoord vervangen door het antwoord dat u zojuist gaf, namelijk dat u 4% gaat oormerken, dat u ervoor zorgt dat dit altijd gewaarborgd blijft en dat u de 4%-norm internationaal gaat uitdragen?

Minister Ploumen:


Ik ga die norm zeker uitdragen. Het antwoord heeft betrekking op de specifieke administratieve oormerking. Die levert doorgaans alleen maar administratieve rompslomp op. Als ik dat kan vermijden, doe ik dat graag, maar ik zal de doelstelling zeker niet loslaten.

De heer Van Laar (PvdA):


Het gaat ons om het resultaat, dus als wij in de rapportages over noodhulp kunnen terugzien dat de doelstelling wordt gehaald en gehaald blijft worden, is dat voor ons voldoende.

Minister Ploumen:


Dat lijkt mij prima.

Mevrouw Van Veldhoven vroeg naar de uitvoering van de motie-Sjoerdsma over het strafbaar stellen van het belemmeren van humanitaire hulpverlening. Wij zijn daarmee bezig, kan ik tegen mevrouw Van Veldhoven zeggen. Wij zijn bezig om het strafbaar te stellen via de Wet internationale misdrijven. Wij hebben inmiddels uitgezocht hoe de strafbaarstelling in andere landen is vormgegeven. Het was onderdeel van de motie om daarnaar te kijken en het was sowieso verstandig om dat te doen. De vertaling hiervan in het Nederlandse rechtsstelsel wordt momenteel uitgewerkt door de minister van Veiligheid en Justitie. Als er meer over te melden is, zal ik dat natuurlijk graag doen, maar het is een traject dat zorgvuldig moet worden afgelopen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik ben heel blij met dit antwoord van de minister. Zij maakt mij nog blijer als zij er de indicatie van een tijdspad aan zou kunnen koppelen. Ik begrijp dat dit lastig is, maar daarom heb ik het ook over een indicatie. Zorgvuldigheid staat voorop, maar het zou mooi zijn om te weten wanneer wij het ongeveer kunnen verwachten.

Minister Ploumen:


Ik kom erop terug, hopelijk in tweede termijn, want ik moet mij even verhouden tot mijn collega van Veiligheid en Justitie.

Dan kom ik van de noodhulp in de regio op de meer structurele hulp. Een aantal Kamerleden vroeg daarnaar, onder anderen mevrouw Mulder, maar ook mevrouw Van Veldhoven, de heer Taverne en anderen. Er is mij gevraagd om naar partnerschappen te kijken. Dat doe ik heel graag. Libanon en Jordanië moeten daar ook in betrokken worden. Wij moeten een breed palet inzetten: hulp, maar ook handel en het wegnemen van handelsbelemmeringen. Verder noem ik het verstrekken van zachte leningen, bijvoorbeeld door de Wereldbank en de European Investment Bank. Ik weet dat onder anderen de heer Taverne daar zeer aan hecht. Er zijn stappen in gezet. Ik dank de heer Taverne voor zijn aanmoediging. De Wereldbank heeft inmiddels twee instrumenten ontworpen en Nederland is betrokken bij de verdere vormgeving daarvan. Binnenkort spreek ik nader met de European Investment Bank over de wijze waarop wij een en ander verder kunnen vormgeven. Ik kijk natuurlijk ook in mijn eigen begroting om te bezien wat wij kunnen doen om die landen te steunen. Daarvoor hoeven zij geen partnerlanden te worden. Wij kunnen doen wat nodig is, juist binnen dat heel brede palet van hulp, handel en investeringen. Ik noem een aantal korte voorbeelden. Samen met de ngo SPARK wordt er een beurzenprogramma gestart, waarmee 20.000 Syrische studenten hoger onderwijs kunnen volgen in de regio van opvang. De VNG is samen met de gemeenten Amsterdam, Den Haag en Almere actief in Jordanië en vanaf 2016 ook in Libanon. Zij adviseren lokale overheden op het gebied van waterleiding, gezondheid en veiligheid, maar ook afvalverwerking. Er wordt advies gegeven, maar er wordt ook concreet gewerkt aan het verbeteren van de voorzieningen, en wel op zo'n manier dat de bevolking van die landen ook op langere termijn nog kan profiteren van de verbeteringen. Bijvoorbeeld de waterleiding in Libanon wordt verbeterd, maar dan zo dat het ook in 2025 allemaal nog functioneert. Er wordt gewerkt aan het oplossen van de afvalberg. Almere is daarmee bezig. Ook dat is weer een bijdrage voor nu en voor de toekomst.

Het kabinet is ook voornemens om het Dutch Good Growth Fund en het instrumentarium voor privatesectorontwikkeling open te stellen voor Libanon. Dat was een verzoek van mevrouw Van Veldhoven. Jordanië heeft die toegang al langer. Onze ambassade in Beiroet in Libanon heeft begin deze week een agro-innovatieseminar georganiseerd om Libanon te helpen bij het verbeteren van de landbouwproductie. We stellen onze landbouwexpertise ter beschikking, zodat het land onder andere de exportquota voor de Europese markt beter kan gaan benutten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Heel veel dank aan de minister voor de expliciete toezegging op het punt van Libanon en Jordanië. Dat was voor mijn fractie een heel belangrijk punt. Ik had een motie in voorbereiding, maar die hoef ik niet meer in te dienen nu de minister heeft gezegd: we zorgen ervoor dat beide landen nu toegang krijgen tot het DGGF, want structurele hulp voor die regio is noodzakelijk. De coalitie heeft al een plan neergelegd van 35 miljoen. Ik heb in mijn bijdrage gezegd: verdubbel dat, zorg ervoor dat deze landen nog eens 35 miljoen uit het DGGF kunnen krijgen. Ik heb voorgesteld om daar een soort oormerk aan te geven en ben benieuwd of de minister daartoe bereid is. Zo kunnen we ervoor zorgen dat deze landen structureel extra kunnen profiteren van de middelen die we hebben.

Minister Ploumen:


Ik ben geen voorstander van oormerken binnen het Dutch Good Growth Fund, want dan krijg je allemaal loketjes en zou je misschien toch aanbodgestuurd gaan werken. Ik zeg mevrouw Van Veldhoven graag toe dat we het zorgvuldig zullen monitoren. Ik ga ervan uit dat er gebruik van gemaakt zal worden zodra wij het bekendmaken. Niet oormerken hoeft geen beperking te zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Ik begrijp de bezwaren die de minister heeft. Niemand van ons wil aanbodgestuurd werken. Dat doen we ook niet, zoals we in eerste termijn hebben gewisseld, maar deze landen komen nieuwer in het fonds dan de landen die er al in zitten. Kan de minister in ieder geval toezeggen dat er ook vanuit de technische assistentie wellicht wat extra inzet kan worden gepleegd om dat instrument ook in die landen goed bekend te maken? We willen er immers voor zorgen dat ze daar echt gebruikmaken van de mogelijkheden die er zijn en we willen die landen maximaal ondersteunen.

Minister Ploumen:


Ik zeg mevrouw Van Veldhoven graag toe dat we een extra inspanning zullen plegen. Of dat via de technische assistentie moet, zien we nog wel. Het is duidelijk dat die landen nog niet weten dat ze op de lijst staan en dat gaan we veranderen.

De heer Taverne (VVD):


Ik wil het niet over oormerken hebben, maar is het, in aansluiting op collega Van Veldhoven, mogelijk om daarbij bijvoorbeeld extra oog te hebben voor de hotspots in de regio? Ik doel niet zozeer op de techniek ervan, maar wil wel dat we, zonder precieze locaties aan te wijzen, het type locatie in het oog houden waar die extra hulp naartoe zou kunnen gaan.

Minister Ploumen:


Dat is een uitstekend punt van de heer Taverne. We hebben daar ook al over gesproken. Veel van het onbenutte potentieel in die landen zit in de landbouw, vaak in de wat armere delen van die landen, die natuurlijk toch al zo zwaar op de proef worden gesteld. De ambities van Nederlandse ondernemers liggen voor een groot deel ook in de landbouwsector, dus volgens mij komen hier vraag en aanbod vanzelf bij elkaar.

De heer Taverne (VVD):


Het is mooi als het vanzelf gaat. Als de minister dan nog een oogje in het zeil houdt, zodat we het een duwtje kunnen geven als het niet vanzelf gaat, is de VVD helemaal content.

Minister Ploumen:


Ik doe niets liever dan zorgen dat de VVD-fractie helemaal content is. Ik zal daar heel graag extra naar kijken. We monitoren de voortgang van het DGGF sowieso nauwkeurig. Ik zal ook dit punt in de gaten houden.

Dan ga ik nog graag in op een vraag van de heer Taverne. Hij constateerde dat er vorige week bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken een verschuiving in de richting van middelen naar de regio is gerealiseerd, als de Kamer daar tenminste mee instemt. Hij vroeg of er binnen de begroting van BuHa-OS niet meer mogelijk is voor landen die met grondoorzaken van migratie te kampen hebben. Soms is er een conflict waardoor mensen huis en haard moeten verlaten. Ik zeg hem graag het volgende toe. Wij willen onder zijn aanmoediging een fonds oprichten dat zich precies richt op de grondoorzaken van migratie. Dat fonds wordt gericht op landen waaruit veel mensen irregulier migreren, zoals Libanon en Jordanië, maar ook Afghanistan en Somalië. Ik zal niet het hele lijstje noemen. Wij willen in die landen investeren om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat jongeren toegang hebben tot economisch beroepsonderwijs en tot rechtshulp. Ervaren onrecht is vaak ook een reden om het land te verlaten. Onderdeel is ook het helpen van jonge ondernemers bij het maken van een bedrijfsplan. Ik wil de heer Taverne graag tegemoetkomen. Naast de voorstellen die vorige week zijn gedaan, wil ik ook specifiek binnen deze begroting daar ruimte voor maken.

De heer Taverne (VVD):
Het moet in dit blokje niet te gek worden met het content maken van de VVD-fractie. Ik noteer de toezegging van de minister met veel plezier. Zij heeft verteld welk type hulp er kan worden geboden. Heeft zij in lijn met de discussie die wij eerder hebben gehad, al nagedacht over de vraag hoe de indicatoren tevoren kunnen worden vastgesteld, zodat achteraf kan worden bekeken hoe effectief de hulp was?

Minister

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Ploumen : Ik heb geen vraag gehoord, dus ik vervolg mij betoog. De heer Bosma
  • Van Veldhoven

  • Dovnload 280.47 Kb.