Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina3/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Ploumen:
Allicht. Dit wordt vormgegeven in een tenderprocedure waarin de doelstellingen en de criteria vrij scherp worden omschreven. Daarbij gaat het niet alleen om de criteria voor deelname, maar ook om de beoogde resultaten. Ik kan de heer Taverne geruststellen. Er is overigens wel sprake van enige flexibiliteit. Wij willen de organisaties die op de tender reflecteren de gelegenheid geven om hun ideeën te poneren. Dat moet inderdaad met concrete doelstellingen en daarop wordt later geëvalueerd.

De heer Taverne (VVD):


Dat is mooi. Dit is een goed eerste onderwerp om het leerproces van indicatoren en effectmetingen dat wij zijn ingegaan te onderstrepen met een brief waarin de minister de Kamer aangeeft wat de voorwaarden, vereisten en indicatoren zijn. Dan kunnen wij daar wellicht nog een beetje over meedenken.

Minister Ploumen:


Een mens is nooit te oud om te leren. Ik zeg nogmaals dat deze methode van werken ons zeer eigen is. Ik noteer dat de heer Taverne behoefte voelt om op onderdelen meer en completer geïnformeerd te worden. Ik zal even kijken hoe wij dat het handigst in het vat kunnen gieten zonder vertraging in de tenderprocedure te creëren.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Het gaat over noodhulp in verband met migratiestromen. In hoeverre roept de minister haar collega's in Europa op om daar ook extra geld voor vrij te maken? Is de conclusie van de minister dat zij de noodhulpmiddelen prioritair gaat inzetten in deze regio?

Minister Ploumen:


Het laatste deel van mijn betoog ging over structurele oorzaken van migratie. De bestrijding daarvan komt zeker niet uit het noodhulpbudget. Ik heb zeker contact met mijn collega's, ook omdat wij samen programma's vorm willen geven. Inzetten van het noodhulpbudget gebeurt altijd op basis van het humanitair imperatief. Dat betekent nu dat er een groot deel naar de regio gaat. Wij geven die hulp neutraal en die is alleen ingegeven door het humanitair imperatief.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Dank voor dit antwoord. Ik heb nog een vraag over onze partnerlanden. In hoeverre heeft de minister erover nagedacht om wellicht financiële middelen over te hevelen naar fragiele staten in de regio en de ring rondom Europa? Is dat wat ze met die meer structurele hulp bedoelt? Hoe moet ik dat precies in verhouding tot elkaar zien?

Minister Ploumen:


Het is onverstandig — dat suggereert mevrouw Mulder ook niet — om als je ergens een probleem wilt oplossen, ergens anders een probleem te creëren. We kunnen gelukkig noodhulp en structurele opvang financieren uit bestaande middelen. De toezegging die ik net aan de heer Taverne deed, komt bijvoorbeeld uit het reguliere budget. Dat focust precies op de landen waarover mevrouw Mulder het nu heeft. Ik aarzel om dan ineens in andere landen de budgetten enorm te verschuiven, omdat bijna alle landen waarmee wij partner zijn een migratieproblematiek kennen. Dat geldt ook voor een land als Ghana. Daar waar mogelijk kijken we daar natuurlijk wel naar, bijvoorbeeld in de Meerjarige Strategische Plannen. Ik meen dat een van de leden daarnaar heeft gevraagd. Daar waar migratie, als dat relevant is, nog niet opgenomen zou zijn in die plannen omdat ze van veel eerder dateren, gaan we dat er natuurlijk nadrukkelijk ook in opnemen. Dat kan echt wel tot verschuivingen leiden. Ik zou echter niet willen zeggen dat wij dat met één grote zwiep gaan doen. Nogmaals, dat vraagt mevrouw Mulder niet. Het heeft op die manier onze aandacht.

De heer Smaling (SP):


In de begintijd van de SP waren wij altijd overal tegen. Toen heeft Jan Marijnissen een boekje geschreven onder de titel Hoe dan, Jan. Sindsdien denken wij ook wel in alternatieven. Ik zit hier ook een beetje met de hoe-vraag. De minister heeft allerlei plannen om de migratie in de hand te houden, te beteugelen en om te draaien. Gaat zij dat zelf doen? Hoe moet ik dat zien? Dan maak ik een bruggetje naar het amendement. Het lijkt mij dat je dat goed kunt doen door meer gebruik te maken van Afrikaanse en Afghaanse Nederlanders, van de diaspora. Dat zou een enorme katalyserende functie kunnen hebben. Ik hoop dat zij daar welwillend tegenover staat.

Minister Ploumen:


Ik sta daar zeer welwillend tegenover. Sterker nog, het staat op de twee papiertjes waar ik net aan wilde beginnen. Ik ken de heer Smaling overigens helemaal niet als een neezegger. Dat wil ik toch ook wel even laten opnemen. Dan zou ik hem onrecht doen.

De voorzitter:


Misschien was hij wel op zoek naar dat compliment.

Minister Ploumen:


Ik geef het ook graag. Ik ga er niet heel uitvoerig op in, maar ik zal een paar punten noemen die een antwoord zijn op de vraag van de heer Smaling. Enerzijds willen we natuurlijk in EU-verband werken aan de grondoorzaken. Dat was ook een inzet van de Vallettatop. Anderzijds heb ik ook een aantal specifieke inbrengen van Nederland. Het onderwerp aanpak van jeugdwerkloosheid is echt door Nederland ingebracht in de Vallettatop. Ik heb daar zelf in het voorjaar 50 miljoen euro voor vrijgemaakt. Nu niet vragen of dat geen druppel op een gloeiende plaat is. Daar gaan we het probleem inderdaad niet helemaal mee oplossen, maar het gaat wel een bijdrage leveren.

Hoe ga ik dat nu doen? Via het Dutch Good Growth Fund en via een nieuw tender die uitgeschreven is, Local Employment in Africa for Development (LEAD). Vier organisaties gaan die tender in zeven landen uitvoeren. Dat zijn landen waar de migratieproblematiek het grootst is. Die organisaties zijn SPARK, OxfamNovib, SOS Kinderdorpen en Hivos. De inzet van die tender is om in de komende drie jaar 15.000 banen te creëren. Dat zeg ik ook even tegen de heer Taverne. Ook daar hebben we bij de start echt doelstellingen vastgezet. Het gaat dus onder meer om het creëren van die banen, maar ook van andere inkomstenbronnen als eigen bedrijven voor Afrikaanse jongeren.

De Nederlandse bijdrage aan dat EU trust fund, die 15 miljoen euro, gaan we voor een aantal doelen inzetten. Een daarvan is het creëren van meer mogelijkheden voor beroepsonderwijs en meer werkgelegenheid voor vluchtelingen die de Hoorn van Afrika bereiken, dus die daar zijn, bijvoorbeeld voor die 350.000 Somalische vluchtelingen — de heer Smaling weet dat — die in Dadaab in Kenia zijn. In Ethiopië willen we ze inzetten om de vluchtelingenpopulatie daar, die minstens 700.000 mensen omvat, betere basisvoorzieningen en gezondheidszorg te verschaffen, maar ook voor het productiever maken van de landbouw door te investeren in irrigatiesystemen. Dat zijn zo een aantal voorbeelden van de inzet.

Verder voel ik mij zeer aangespoord om de samenwerking met de diaspora verder te versterken. Dat wil ik doen op een paar manieren. We willen graag in het kader van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) intensiever met deze mensen samenwerken. Ik heb begrepen dat zij de toegang tot het DGGF soms als moeizaam ervaren. Ik zeg hier daarom nog maar eens dat er technische assistentie beschikbaar is voor de uitwerking van businessplannen in het land van herkomst. Verder kijk ik nu ook naar de toegang tot het andere bedrijfsleveninstrumentarium. Een paar weken geleden heb ik verder toegezegd dat ik in dialoog ga met jongeren uit de diaspora. Hoe kun je met elkaar het beste werken aan een goed leven daar en een goed leven hier? Ik ga bekijken hoe andere landen, bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, die dialoog aangaan, maar dat klinkt dan weer een beetje soft. Wat hebben wij te leren van mensen die hun land van herkomst als geen ander kennen? Ik kom de heer Smaling daarin dus heel graag tegemoet en ik dank hem voor de aansporing.

De heer Smaling (SP):
Ik ben blij om dit te horen. Landen waar vluchtelingenstromen vandaan komen en landen met vluchtelingenkampen hebben immers natuurlijk te maken met heel verschillende typen problemen. Pas was nog op televisie te zien hoe in Senegal, een rustig land, actief mensen worden geronseld om te migreren en op reis te gaan, door de woestijn en over zee. Dat is een soort cirkeltje en dit komt natuurlijk doordat het overgemaakte geld zo'n groot deel van het bnp van die landen is gaan uitmaken.

Ik wil afsluiten met mijn vraag waar de boter bij de vis is. Ik heb dat amendement ingediend. Ik zou het wel fijn vinden als we vanavond ook zaken konden doen. Als het bedrag de minister te hoog is, hoor ik dat graag van haar. Ik zou het echter wel wat weinig vinden als zij alleen maar wat toezeggingen zou doen, zonder te reageren op het amendement.

Minister Ploumen:
Ik stel de heer Smaling helemaal niet graag teleur, maar ik vermoed dat hier onze wegen een beetje uit elkaar gaan. De intentie is hetzelfde, maar ik zei net al dat ik in het DGGF geen loketjes wil maken. Ik wil er echter alles aan doen om ervoor te zorgen dat ondernemers uit de diaspora maximaal toegang hebben tot het DGGF. Als het nodig is om meer informatie te verstrekken of om bijvoorbeeld technische assistentie ter beschikking te stellen, dan doe ik dat graag. Die technische assistentie is voor iedereen beschikbaar. Ik zeg nogmaals dat ik graag wil dat iedereen gebruik kan maken van alle faciliteiten. Als er barrières zijn, zal ik die slechten. Als er extra aanmoediging nodig is, geef ik die graag. Maar ik wil geen extra loketten. Op dit punt stel ik dus de heer Smaling misschien toch een beetje teleur.

De heer Bosma (PVV):


De minister gaat 15.000 banen scheppen. Ik zie nu al uit naar de rapportage. Ik ben benieuwd hoe het met de nulmeting gaat. Ik ben ook benieuwd hoe ze gaat aantonen dat er inderdaad 15.000 banen worden geschapen. Ik ben verder benieuwd in welke periode dat gaat plaatsvinden. Er zou echter sprake zijn van 60 miljoen mensen die op de vlucht zijn. Dat is natuurlijk maar een getal en een slag in de lucht. In de komende jaren zouden echter 60 miljoen mensen op de vlucht zijn. Daarbij vormen 15.000 mensen toch nog niet eens een druppel op een gloeiende plaat?

Minister Ploumen:


Nederland is een van de landen die trots zijn op feit dat zij mensen kunnen bijstaan die huis en haard hebben moeten verlaten, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze niet anders kunnen en omdat ze worden voortgedreven door geweld en conflicten. Ik roep nog maar eens in herinnering het WRR-rapport dat is verschenen onder de titel Minder pretentie, meer ambitie. Ik heb niet de pretentie dat ik alle problemen voor iedereen kan oplossen. Het zou mooi zijn als we dat zouden kunnen, maar dat is niet zo. We doen wat we kunnen en wat binnen onze mogelijkheden ligt. We zetten targets, we hebben doelstellingen. Die volgen we. Moet het programma worden bijgesteld, dan doen we dat. Is het goed om met andere samen te werken, dan gaan we die samenwerking aan.

De heer Bosma (PVV):


Maar de probleemanalyse is natuurlijk raar. Die mensen komen hier onder andere naartoe omdat het daar oorlog is, wordt gezegd. Er is oorlog en daarom komen ze hiernaartoe. Hebben banen invloed op bijvoorbeeld de strijd tussen sjiieten en soennieten? Het punt dat ik wil maken is het volgende. Is het niet veel verstandiger om dat geld voor die 15.000 banen veel effectiever in te zetten, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat ze hier niet naartoe komen en we ze ergens tegenhouden, bij de grens bijvoorbeeld? Die 15.000 banen zijn nog niet eens een druppel op de gloeiende plaat zijn, want er zijn 60 miljoen mensen op de vlucht.

Minister Ploumen:


Het kabinet heeft in de brief van, naar ik meen, 8 september, uiteengezet hoe wij met deze migratieproblematiek omgaan. Het investeren in de regio's waar mensen vandaan komen, is daar onderdeel van. Soms worden migranten voortgedreven door conflict, soms door gebrek aan economische vooruitzichten. Wij hebben daarover in de Kamer al een paar keer gesproken. Als je dat wilt doen, moet je op die plek willen investeren. Dat kan ook heel goed en Nederland zet zich daarvoor in. Ik denk dat als je één van die 15.000 bent, je dat als een mooie inzet ziet die je helpt om op eigen benen te staan, want dat wil iedereen het liefst.

De voorzitter:


U vervat uw betoog.

Minister Ploumen:


Ik kom bij de global goals. De agenda voor de wereld. Ik ga specifiek in op een paar punten. De heer Voordewind refereerde aan het Voice-programma en vroeg of het kabinet de bijdrage daaraan zou kunnen ophogen. Met dit Voice-programma willen wij gediscrimineerde en gemarginaliseerde groepen in samenleving letterlijk een stem, een positie, geven. Ik weet dat de heer Voordewind dat zeer steunt. In de manier waarop wij het nu hebben opgezet, gaat het programma in 2016 van start. Ik stel de heer Voordewind voor om het programma eerst van start te laten gaan en het na niet al te lange tijd te evalueren, want ik proef zijn ongeduld, en op basis daarvan bekijken of wij meer specifiek in dat Voice-fonds willen en kunnen investeren. Het gaat er natuurlijk ook om dat het effectief is. Ik zeg de heer Voordewind graag toe dat ik ten volle bereid ben om op basis van een evaluatie te bekijken of er meer middelen naartoe moeten. Ik heb er enige aarzeling bij om dit nu voor de start al te zeggen. Ik hoop van harte dat de heer Voordewind dat begrijpt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Ik dank de minister voor het fonds. Het is 10 miljoen per jaar. Het was de inzet van ons, alweer een jaar geleden, om dat met name te richten op mensen met een beperking in de ontwikkelingslanden. Het is inmiddels met de brief een stuk breder geworden. Ik wil de minister toch meegeven om dit geld ook aan de gehandicapten te besteden, want dat was in eerste instantie de gedachte. Ik heb hierover ook een amendement ingediend.

Minister Ploumen:


Ja, dat zeg ik de heer Voordewind heel graag toe. Het is duidelijk dat die groep in heel veel samenlevingen buitengewoon gemarginaliseerd wordt.

Ik kom bij het onderwerp vrouwenrechten en gendergelijkheid. Mevrouw Van Veldhoven, mevrouw Mulder, de heer Van Laar en de heer Taverne spraken over het belang van het versterken van de positie van vrouwen en meisjes. Dat is mij uit het hart gegrepen. Dank voor alle steun en aanmoediging. Ik wil hier een paar dingen over zeggen. Aan de heer Taverne wil ik laten weten dat in het kader van het beleid op voedselzekerheid wij juist inzetten op het bereiken van vrouwen. Het is onze doelstelling om in 2016 140.000 vrouwelijke boeren te kunnen helpen bij het verhogen van hun inkomen. Wij verwachten hen een betere toegang tot financiële dienstverlening te geven. Via de Nederlandse bijdrage aan de International Land Coalition zullen naar verwachting — dat is onze doelstelling — 42.000 vrouwen in 2016 over landrechten kunnen beschikken. Het is buitengewoon belangrijk dat vrouwen het land niet alleen bewerken, maar het ook in eigendom mogen hebben. Dit is echter nog lang geen gelopen race in heel veel landen. Wij blijven ons inzetten, niet alleen voor deze projecten, maar ook voor diplomatiek werk op het gebied van vrouwenrechten.

De heer Taverne (VVD):
Ik zal nog wel een paar keer met dezelfde vraag naar voren lopen, dus misschien kan de minister bij de aankondiging van andere initiatieven en programma's de vraag alvast meenemen. Hoe gaat zij dit vooraf vaststellen aan de hand van indicatoren, zodat achteraf kan worden gemeten of het gelukt is? Ook in dit geval wil ik een en ander op papier naar de Kamer zien komen.

Minister Ploumen:


Dit is gewoon de manier waarop wij werken, niet sinds vandaag, maar al een heel lange tijd. Wij kijken scherp naar de vraag: wat is het probleem, kan Nederland daar een bijdrage aan leveren, wat kan die dan zijn en wat is een realistisch of een ambitieus doel? Vervolgens monitoren wij dat en doen wij daarover verslag in de resultatenrapportage. Als wij het niet halen — dat kun je dan zien in de resultatenrapportage, ook die van dit jaar — geven wij ook aan waarom, wellicht niet op het niveau van elk individueel programma, maar wel voor de grotere programma's. Wij hebben al die informatie immers. Deze aantallen zijn gewoon uit projectvoorstellen gehaald, zeg ik om aan te geven hoe wij daarmee kunnen omgaan.

De heer Taverne (VVD):


Zonder meer ambitieuze getallen. Het is hartstikke goed dat de minister dit doet. Ik betwist niet dat er al veel informatie is, maar het gaat nu juist om het meten. Dus niet alleen vaststellen dat het naar al die projecten is gegaan. Als het de ambitie is om voor 160.000 vrouwen het inkomen te verhogen, wil ik dat van tevoren graag weten. Als het deel uitmaakt van het project, is dat prima. Dat betekent dan een kopietje naar de Kamer sturen. Dus: van te voren vaststellen "dit is de situatie nu, dit willen wij bereiken en zo gaan wij het doen en daarop ben ik afrekenbaar". Als ik de minister goed begrijp, is dat een kleine moeite, dus zie ik het graag tegemoet.

Minister Ploumen:


Een deel van die informatie is zelfs al toegankelijk via rijksoverheid.nl. Daarop staan al onze projecten. Om de heer Taverne comfort te bieden merk ik nog het volgende op. Wij schrijven niet alleen die getallen op, maar alle projecten en programma's worden ook geëvalueerd. Daarbij wordt natuurlijk ook gekeken naar vragen als: hebben wij het doel bereikt, waarom wel of waarom niet, wat kunnen wij daarvan leren? Ik heb de heer Taverne gehoord, ik zal dat allemaal nog eens goed uiteenzetten in een Kamerbrief. Dat helpt ook bij de discussie over de vraag hoe wij de voorhanden zijnde gegevens beter kunnen koppelen aan de begroting. Die ambitie delen wij immers, zo hebben wij maandag gezegd. Het heeft geen zin om die informatie in een doos te houden als de heer Taverne niet het gevoel heeft dat hij er zicht op heeft, hoe graag ik die doos ook bij hem zou achterlaten.

Wij gaan nog even verder over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, een punt dat met veel overtuiging door de heer Taverne naar voren is gebracht. Het is buitengewoon belangrijk dat vrouwen zelf kunnen beschikken over hun lichaam, zelf keuzes kunnen maken, zelf besluiten kunnen nemen. Nederland steunt een aantal organisaties die zich hiervoor sterk maken. Zo beoogt UNFPA om in 2016 14 miljoen additionele gebruikers van family-planningmethoden te bereiken in 46 landen. Dus ook de multilaterale organisaties hanteren dat soort doelstellingen. De International Planned Parenthood Federation wil in de periode 2016-2020 2 miljard geïntegreerde seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten verstrekt hebben. Dan gaat het om middelen maar ook om informatie. Dat wordt gedurende vier jaar gedaan.

Dat even als algemeen kader. Er is nog heel veel meer over te zeggen, maar ik denk dat wel duidelijk is dat Nederland ook de inzet pleegt die de Kamerleden graag zouden zien.

Ik kom op een vraag van mevrouw Van Veldhoven naar aanleiding van de motie van haar collega Sjoerdsma over veilige abortus in oorlogssituaties. Binnen mijn beleid besteed ik daar gericht aandacht aan, want het is een onderwerp waar niet veel landen zich mee bezighouden. Wij doen dat wel. Juist in oorlogssituaties zijn vrouwen extra kwetsbaar. We werken samen met gespecialiseerde organisaties, zoals Marie Stopes International en International Pregnancy Advisory Services. In 2014 hebben we via die organisaties gewerkt aan een minder restrictieve abortuswetgeving in Ethiopië, zijn er 690 klinieken uitgerust met apparatuur en getraind personeel om die veilige abortus te kunnen verlenen, en zijn er 92.000 vrouwen bereikt die gebruik hebben kunnen maken van de dienstverlening op het gebied van veilige abortus.

Mevrouw Van Veldhoven vroeg of het kabinet tijdens het voorzitterschap zich daarvoor gaat inzetten. Ik ga dat zeer doen. Ik voel het als een steun in de rug. Het is niet gemakkelijk om consensus te bereiken over dit onderwerp binnen de Europese lidstaten. Een groot deel steunt het en een klein deel niet. Het is dus manoeuvreren, maar op alle mogelijke momenten spreek ik met de collega's die nog niet aan onze zijde zijn. Ik hoop dat dit wel een keer gaat gebeuren. In mei 2015 heeft de Raad de Commissie verzocht om te werken aan dat draagvlak en daarover te rapporteren. Nederland zal daarbij graag ondersteuning en experts bieden.

Ik kom te spreken over het amendement op stuk nr. 16 van de heer Smaling, bij wie ik deze avond geen mooie beurt ga maken. Dit amendement gaat over het toevoegen van een begrotingsregel over gezondheidssystemen. Ook daarin kom ik de heer Smaling niet tegemoet, wel op de inhoud, maar niet op de administratieve uitwerking ervan. Ik ben het met hem eens dat het versterken van gezondheidssystemen heel belangrijk is. Dat moet ook integraal onderdeel zijn van het beleid op SRGR inclusief het beleid op het voorkomen en behandelen van hiv/aids. We zoeken op dat gebied ook naar innovatieve vormen van gezondheidszorg, van organiseren van thuis- en buurtzorg vanuit lokale gemeenschappen en van gebruikmaken van mobiele telefonie. Ook doen we dat via het Global Fund tegen aids, tuberculose en malaria, dat mede op ons aandringen in zijn nieuwe strategie van 2017-2022 ook meer aandacht heeft dan voorheen — dat is terecht, zeg ik tegen de heer Smaling — voor het opbouwen van duurzame gezondheidssystemen. Ik verwijs graag naar de gerapporteerde resultaten op dat gebied in Mozambique, Mali en Ethiopië. Daar werken we aan verbetering van lokale gezondheidssystemen. Ik zou het amendement voor een afzonderlijke begrotingsregel ontraden. Wat we nu doen, overtreft ruim de voorgestelde 1 miljoen van de heer Smaling. Ik onderschrijf het belang, maar we doen al meer dan de heer Smaling vraagt en wellicht ook wat breder dan hij voor ogen had.

De heer Smaling (SP):
Dit amendement betreft een bedrag van 1 miljoen. Er gaat een godsvermogen naar het Global Fund, circa 55 miljoen. Ik heb de ebolalanden op het netvlies, waar gewoon helemaal geen gezondheidssysteem meer is. Dat is weggevaagd met de crisis die we daar meegemaakt hebben. De minister is daar zelf geweest. Dit amendement is value for money.

Minister Ploumen:


Ik zie dat toch een beetje anders, niet omdat ik het niet belangrijk zou vinden om als onderdeel van het beleid te investeren in geïntegreerde gezondheidssystemen, maar wel omdat we het al doen. Dat gebeurt met een omvang, op een schaal en wellicht op een wijze die de heer Smaling nog niet zo heeft overzien. Die 1 miljoen is eigenlijk alleen maar administratieve rompslomp en levert niet de aanmoediging die ik proef in de interventie van de heer Smaling.

De heer Smaling (SP):


Is het niet ook gewoon het gemak dat je een groot bedrag aan een internationaal fonds kunt geven? Dan is het weg en wordt het besteed aan goede dingen; daar gaat het niet om. Maar hiermee speel je in op iets wat zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan en waarbij bittere noodzaak bestaat om iets te gaan doen. En dan kun je met een handelsmissie naar die drie landen gaan, zoals de minister ook heeft gedaan, maar daarmee is niet voorzien in zorg als basisvoorziening voor iedereen die in Liberia, Guinee en Sierra Leone weer verder moet. Dat is toch doodzonde? Dat moet je toch met zo'n relatief klein bedrag kunnen aanpakken?

Minister Ploumen:


Ik houd toch staande dat juist onze bijdrage aan het Global Fund mede het verschil kan maken. Mede op ons aandringen hebben zij veel meer geïnvesteerd, en gaan zij dat ook doen, in gezondheidssystemen. Ik weet waar de heer Smaling vandaan komt, als ik het zo mag zeggen. Er is een tijd geweest waarin er wel veel geld was voor een specifieke ziekte, en niet voor de basisgezondheidsvoorzieningen. Gelukkig is dat nu anders. Dat is mede op aandringen van Nederland. Dat vind ik echt veel effectiever dan een aparte begrotingsregel. Ik zeg de heer Smaling graag toe dat ik mij waar mogelijk zal inzetten, ook binnen die grotere fondsen, als dat nog niet is gebeurd, voor die gezondheidssystemen. Bij die handelsmissie waren ook ondernemers en ngo's die zich richten op de versterking van die gezondheidssystemen. Ik blijf erbij dat dit mij een betere aanpak lijkt, als het gaat om het eindresultaat, dus de effectiviteit. Nogmaals, ik heb de heer Smaling gehoord. Waar mogelijk zal ik hem separaat informeren over de voortgang of specifieke initiatieven op dit gebied.

De

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Agnes Mulder

  • Dovnload 280.47 Kb.