Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina5/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Ploumen:
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het wel heel leuk vind dat de heer Jan Vos mij soms googelt. Het is heel goed dat dan blijkbaar een groot aantal missies tevoorschijn komt. Ik zou echter het beeld dat hij schetst toch wel een beetje willen nuanceren. Juist heel veel van mijn missies krijgen misschien inderdaad het stempeltje "handelsmissie", maar zij betreffen altijd de bredere problematiek. Dat geldt ook voor mijn collega's. Ik hoor de kritische opmerkingen van de heer Vos over bezoeken aan een aantal Golfstaten. Het kabinet ziet dit soms als een dilemma. De heer Vos roert natuurlijk een buitengewoon relevant punt aan. Juist daarom denk ik dat het zo belangrijk is dat bijvoorbeeld collega Kamp, toen hij in Iran was, nadrukkelijk ook bredere onderwerpen als mensenrechten aan de orde stelde. Juist daarom is het goed dat collega Schippers dat deed toen zij in Rusland was en het ging om de homorechten. Soms is dat misschien iets minder prominent in het nieuws, maar ik zeg de heer Vos graag toe dat ik in de rapportages van de missies misschien nog iets scherper en iets preciezer daarover zal rapporteren. Maar nogmaals, het is juist een kenmerk van de missies van dit kabinet dat zij breder zijn dan alleen maar het een of alleen maar het ander.

De heer Jan Vos (PvdA):


Ik heb nog een ander mooi voorbeeld: Bangladesh. U bent daar geweest met CEO's en met ngo's. Noem dat in vervolg dan ook gewoon een "hulp- en handelsmissie" als dat daadwerkelijk zo is, in plaats van een "handelsmissie". Dat helpt als ik volgend jaar weer ga googelen, want ik ga zeker een comparatief onderzoek doen. Daar kunt u alvast op rekenen.

Minister Ploumen:


Ik zal mij daarvoor inspannen, dat wil zeggen niet voor dat comparatieve onderzoek, maar wel om het "hulp- en handelsmissies" te noemen.

De heer Klaver (GroenLinks):


De minister had het over een dilemma, namelijk of je wel of niet op zo'n missie gaat, omdat het geen landen zijn die dicht bij ons staan. Kan de minister een voorbeeld geven van een land waar het kabinet de afgelopen periode niet naartoe is gegaan omdat het dilemma dat er was naar de andere kant is doorgeslagen?

Minister Ploumen:


De manier waarop we in Nederland — dat is wat breder dan dit kabinet, maar laat ik voor het kabinet spreken — met deze dilemma's omgaan, is kiezen voor het engagement. Dat betekent dat je gaat, maar dan nadrukkelijk het gesprek aangaat over thema's die niet altijd gemakkelijk te bespreken zijn. Laten wij daar niet voor weglopen. De afweging is vaak de volgende. Als je niet gaat, ben je alle mogelijkheden tot dialoog kwijt. Daarmee is niet gezegd dat je met één gesprek de problemen kunt oplossen. Daarom wordt er doorgaans wel voor gekozen om dat engagement te hebben en die gesprekken op te volgen.

De heer Klaver (GroenLinks):


Het is niet mijn gewoonte om de minister woorden in de mond te leggen, maar ik ga dat nu toch doen. Ik heb maar twee kansen. Als ik de minister zo hoor spreken, begrijp ik dat er in de afgelopen periode niet één keer de afweging is gemaakt om niet naar een land te gaan vanwege bijvoorbeeld de mensenrechtensituatie. Dat laat volgens mij zien dat het kabinet iedere keer kiest voor de handelsbelangen. Het kiest ervoor, naar Saudi-Arabië te gaan en een heel gevolg aan bedrijven mee te nemen die vooral in de fossiele business zitten, om te bezien wat daar de investeringskansen zijn. Dat laat niet echt zien dat wij op zoek zijn naar een mensenrechtendialoog of een verbetering van de situatie. Wat heeft het gesprek met Saudi-Arabië tijdens die handelsmissie opgelost? Welke nieuwe kanalen zijn aangeboord om beter door te kunnen dringen tot het regime daar, om iets van verandering op het gebied van mensenrechten tot stand te brengen? Mag er een klein beetje hoop gloren?

Minister Ploumen:


Er gloort heel veel meer hoop dan de heer Klaver nu doet voorkomen, want ik ben het echt helemaal niet eens met zijn analyse. Aan een land als China hebben we de afgelopen jaren veel bezoeken gebracht, waaronder een heel aantal handelsmissies. De gesprekken daar hebben ertoe geleid dat er nu een mensenrechtendialoog is tussen die twee landen. Dat is in veel meer landen het geval. Het is helemaal niet zo dat we dat onderwerp niet aan de orde stellen. Zo'n missie is soms juist een manier om het te bespreken.

Het is misschien belangrijk voor de heer Klaver dat ik toevoeg dat we niet alleen maar spreken met collega-ministers of met functionarissen in dienst van de overheid. We spreken ook met ngo's, met activisten. Toen collega Kamp in Qatar was met een handelsmissie, heeft hij uitvoerig gesproken met ngo's, maar ook met Nederlandse bedrijven over de problematiek rondom de bouw van stadions voor het wereldkampioenschap voetbal en de schending van de arbeidsrechten die daarbij voorkomen. Een resultaat daarvan is dat de Nederlandse bedrijven die zich er zeer voor inspannen, het goede te doen, als voorbeeld gesteld zijn aan andere bedrijven die daar investeren. In de rapportages geven we die voorbeelden.

Mijn ervaring is juist dat er in de afgelopen jaren door het combineren van de verschillende perspectieven in één missie veel meer ruimte was voor besprekingen en dat we soms via onverwachte kanalen ook sneller en beter resultaten behaald hebben. Ik ben het echt niet eens met de analyse van de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):


Voorzitter.

De voorzitter:


We doen interrupties in tweeën, dus ik stel voor dat de minister haar betoog vervolgt.

De heer Klaver (GroenLinks):


Interrupties zijn zeker in tweeën. Ik richt mij ook niet tot de minister, maar tot u, voorzitter. Niet om flauw te doen, maar het voorbeeld dat ik aanhaalde, was Saudi-Arabië, en dan krijg ik een zeer uitgebreid antwoord van de minister — waarvoor dank — over China!

De voorzitter:


De minister vervolgt haar betoog.

Minister Ploumen:


Ja, voorzitter. Ik zal in de rapportage over de missie naar Saudi-Arabië graag nader ingaan op het onderwerp mensenrechten en de vraag wat op dat vlak besproken is.

De voorzitter:


Voordat u verdergaat, heeft de heer Taverne nog een interruptie.

De heer Taverne (VVD):


Fijn dat u mij toestaat om de minister, die nu zo onder vuur ligt van twee linkse partijen, van de rechterkant een beetje te hulp te komen. Niets zo handig als Google. Als je "minister Ploumen" en "hulp" intoetst, krijg je 163.000 hits, en op "minister Ploumen" en "handel" 61.000. Wat ons betreft moet het andersom zijn en moeten we ons veel meer op handel gaan richten. Is de minister dat met mij eens?

Minister Ploumen:


Vooraleer ik concreet antwoord geef op die vraag, wil ik de heer Taverne vragen of hij mij de gelegenheid geeft, straks in de schorsing even mijzelf te googelen om te bezien of ik dezelfde resultaten krijg en of die een beetje betrouwbaar zijn. Googlenomics lijkt mij toch niet de weg die we moeten gaan, maar ik hoor wel de aansporing van de heer Taverne.

We waren bij de internationale handel. De heer Taverne wordt op zijn wenken bediend. De heer Taverne vroeg hoe het nu eigenlijk zit met TTIP. Willen de Amerikanen nog wel? De heer Smaling vroeg of we dat wel moeten willen, TTIP en meer producten. Hebben we niet al genoeg producten? TTIP is een heel belangrijk akkoord. Ik ga daar niet al te veel woorden aan wijden, want ik zie uw ongeduldige blik. We hebben er ook al 20 debatten over gevoerd, terecht overigens, en we zullen er meer debatten over voeren. Wat betreft het oordeel over de vraag of er wel of niet voldoende producten zijn, is de markt zelf zijn beste meester. De overheid stelt voorwaarden. Zij zorgt ervoor dat er niet wordt ingeboet op voedselveiligheid of op de criteria voor dierenwelzijn. Het is aan de consument om vervolgens in de supermarkt een keuze te maken voor het ene of het andere product. Onze verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat alle producten die in de supermarkt liggen, veilig zijn. Verder denk ik dat iedereen zo gezond mogelijk zou moeten eten.

Ik kom op de zorgen van de heer Taverne. Ik heb al aangegeven dat de elfde onderhandelingsronde eind oktober plaatsvond. Ik meen dat dit in de brief staat. Het publiek verslag is te vinden op de website van DG Trade. Deze transparantie is belangrijk. Een belangrijk en ook bemoedigend resultaat is dat de EU en de VS een ambitieus voorstel hebben gedaan om 97% van de tarieflijnen te liberaliseren. De EU heeft voor het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling een uitgebreid tekstvoorstel gedaan. Dat bevat onder meer voorstellen over milieu, arbeid, mvo en de impact van TTIP op de minst ontwikkelde landen.

De volgende ronde is in februari. Voorafgaand wordt een aantal expertmeetings gehouden om de weg te plaveien. Ik zeg tegen de heer Taverne dat wij bij de Amerikanen geen enkele aarzeling bespeuren om de onderhandelingen voortvarend voort te zetten. Dat is een goede zaak.

De heer Klaver vroeg of Nederland onder TTIP kan worden aangeklaagd — er is nog geen TTIP, maar ik ga even mee in de gedachtegang — als milieuwetgeving wordt aangepast of als de gaskraan wordt dichtgedraaid. TTIP of geen TTIP, het is volstrekt duidelijk dat overheden het publieke belang moeten beschermen. Voor de zekerheid zeg ik dat wij dit in TTIP veiligstellen. Het is overduidelijk dat er in elke rechtsstaat voor iedereen mogelijkheden moeten zijn om zich te verweren als men meent dat op zijn of haar belangen inbreuk wordt gepleegd. Dat zijn de twee uitgangspunten. Iedereen mag zich verweren tegen welk besluit dan ook. Dat geldt ook voor buitenlandse investeerders. Of dat verweer succesvol is, hang heel erg af van de manier waarop het besluit genomen wordt.

Ik geef een voorbeeld. Het dichtdraaien van de gaskraan kan gezien worden als onteigening. Onteigening is onder de Nederlandse wet toegestaan. Ik ga daar nu verder niet op in, maar onteigening heeft een lange juridische geschiedenis. Het is toegestaan mits het in het publieke belang gebeurt, met rechtswaarborgen is omkleed, zonder discriminatie van wie dan ook en tegen een redelijke vergoeding. Enerzijds hebben wij alle waarborgen om ervoor te zorgen dat het publieke belang veilig wordt gesteld en anderzijds kunnen mensen die voelen dat zij in recht worden geschaad gebruikmaken van de normale rechtsgang. Onder andere door Nederland zijn nieuwe voorstellen gedaan die door de Commissie zijn overgenomen. Die moeten de nieuwe gouden standaard vormen. Daar komen wij later nog wel over te spreken. Het publieke belang blijft gewaarborgd. Die inzet delen de heer Klaver en ik zeer.

De heer Klaver (GroenLinks):
De definitie en de juridische werking van het eigendomsrecht waar de minister over spreekt, zijn vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Iedereen die ook iets met pensioenen doet, weet dat daar moeilijk aan te tornen is, maar dat is een heel ander debat. De minister zei dat het niet mogelijk is dat er aanklachten komen. Dat vind ik opvallend. Op basis van het Energy Charter Treaty heeft Vattenfall een claim ingediend. Ik sprak daar gisteren ook al over. Even was er discussie over de stelling dat het bedrijf als buitenlandse partij benadeeld zou zijn. Feit is dat Vattenfall de twee oudste kerncentrales van Duitsland in bezit heeft. Volgens die redenering moesten deze als eerste sluiten. Dat precies hetzelfde als wij doen bij de kolencentrales: de meest vervuilende centrales eerst. Dat zijn ook buitenlandse partijen, die die centrales in handen hebben. Waarom zouden zij dan geen gebruik kunnen maken van dit verdrag?

Minister Ploumen:


Sorry. Ik heb me blijkbaar niet zorgvuldig genoeg uitgedrukt. Men kan er gebruik van maken. Niets staat dat in de weg. Toegang tot dat rechtssysteem betekent echter niet automatisch dat men in het gelijk staat of in het gelijk gesteld zal worden. Zeker onder de nieuwe voorstellen zijn er heel strakke voorschriften voor de wijze waarop die rechtsgang eruit moet zien en wie dat recht spreekt. Het staat iedereen vrij om dat te doen, maar dat wil niet zeggen dat daarmee zo'n claim wordt toegekend. Ik ben daar in de schriftelijke beantwoording nader op ingegaan.

We gaan ongetwijfeld nog nader spreken over TTIP en de investeringsbescherming in het geschillenmechanisme, ook in het kader van CETA. Misschien is goed als ik, als ik toch rapporteer aan de Kamer, in die brief een aantal casussen, voor zover we daar informatie over hebben, wat nader duid om de heer Klaver hopelijk wat meer comfort te geven en in elk geval van meer informatie te voorzien.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat zou heel fijn zijn. Dat zou dan gaan om casussen die zijn aangespannen onder het Energy Charter Treaty. De minister werkt dan casussen uit, waarin zij aangeeft waarom de claim is ingediend en ook hoe die is afgerond: is er een uitspraak gekomen, was er een settlement en, zo ja, wat waren de bedragen en wat waren de gronden? Heb ik de minister zo goed begrepen? Daar zou ik namelijk tevreden mee zijn.

Minister Ploumen:


Dat is zeker mijn intentie. Het enige dat ik nu niet weet, is of al die gegevens toegankelijk zijn. Het is echter zeker mijn intentie om dat te doen. Mocht dat niet lukken, is dat om die reden en zal ik de heer Klaver daarover informeren.

De voorzitter:


Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.

Minister Ploumen:


Hiermee ben ik bij het laatste onderwerp gekomen en dat is de afsluiting, die heel kort is.

De voorzitter:


De heer Vos heeft nog een vraag.

De heer Jan Vos (PvdA):


De minister is in de schriftelijke beantwoording ook ingegaan op de climate carve-out. Zij refereerde daar zojuist al even aan. Dit betekent dat je eigenlijk een uitzondering maakt in de investeringsverdragen — daar ging het net al even over — voor klimaatzaken. In de schriftelijke beantwoording wordt gezegd dat alles een beetje over klimaat gaat: kolencentrales, fietsen, zonnepanelen en vele uiteenlopende vormen van vervoer. Daarom zou het lastig zijn om dat te bepalen. Een ander argument dat wordt aangehaald, is dat staatssecretaris Dijksma eergisteren heeft gezegd dat het lastig is om dat in Parijs in te brengen. Ik vind beide argumenten niet zo overtuigend. In het eerste geval kun je natuurlijk zelf verder afbakenen. Dat is juist typisch wat wij doen bij wetgeving. Daarom gaat die ook altijd eerst nog langs de Raad van State, die heel erg goed is in het nog precieze afbakenen ervan.

De voorzitter:


Wat is uw vraag?

De heer Jan Vos (PvdA):


In het tweede geval gaat het over het treaty van Parijs. Waar ik gisteren vragen over stelde, was echter TTIP. Ik vind het helemaal niet zo'n gek idee om klimaatzaken uit te sluiten in TTIP. Ik hoor graag een reactie van de minister op de punten die ik net naar voren heb gebracht.

Minister Ploumen:


Ik denk dat staatssecretaris Dijksma hetzelfde type afweging heeft gemaakt als ik in de schriftelijke reactie heb gedaan. In die zin sluiten die wel aan. Het verzoek van de heer Vos is mij echter wel sympathiek. Ik snap de achtergrond daarvan. Bij nadere beschouwing blijkt het echter buitengewoon moeilijk te zijn om dat af te bakenen. Ik wil de heer Vos nog wel toezeggen dat ik me er nader in zal gaan verdiepen en er ook nog eens met collega's over zal spreken. Ik begrijp dat hij dit onbevredigend vindt. Dit is echter wel de reële situatie. Ik wil dus ook niet heel gemakzuchtig iets toezeggen wat ik niet kan waarmaken. Ik zeg hem echter graag toe dat ik daar, even los van de inbreng in Parijs, in het kader van handelsakkoorden in het algemeen nog eens even nader onderzoek naar zal doen, omdat het mij sympathiek is. Ik ben er echter niet op voorhand van overtuigd dat ik tegemoet kan komen aan zijn wensen. Maar ik zeg nogmaals, ik zal nader onderzoek doen.

De heer Jan Vos (PvdA):


Deze toezegging van de minister wordt zeer gewaardeerd. Naar ik aanneem, ontvangt de Kamer daarover dan te zijner tijd een brief.

Minister Ploumen:


Zeer zeker. Ik neem mij ook voor om er niet al te lang over te doen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


In de beantwoording van de schriftelijke vragen schrijft de minister over hulp aan Ghana dat de ACVZ constateert dat negatieve prikkels de relatie met herkomstlanden kunnen aantasten. Het gaat hierbij over het terugnemen van asielzoekers. De minister heeft tegen de regering van Ghana gezegd: wij vinden dat u mensen moet terugnemen. Omdat het land daaraan niet meewerkte, heeft ze het ook gestraft — laat ik het zo maar zeggen — door minder hulp te geven. Nou, Ghana vond dat maar niks. Men zei daar: dat doen we dus gewoon niet. Het gevolg is dat de minister alsnog hulp geeft. Sterker nog, ze doet er nog een schepje bovenop. Wat zegt de minister daarmee eigenlijk tegen de Nederlandse bevolking en tegen de belastingbetaler? Je doet niet wat we van je vragen, en je krijgt toch extra hulp. Hoe moet ik dat nou interpreteren?

Minister Ploumen:


Ik heb alle respect voor mevrouw Mulder, maar nu gaat ze iets te kort door de bocht. Ik vind het dus fijn dat ze me de gelegenheid geeft om daar verder op te reflecteren. De ACVZ is de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Dat is een onafhankelijke commissie, die wij hebben gevraagd om onderzoek te doen naar de effectiviteit van conditionaliteit. Men heeft daar een aantal praktijkcasussen onderzocht. Ik heb de Kamer daarover een brief gestuurd. Kortweg is de conclusie van dat onderzoek dat het bij conditionaliteit in heel veel gevallen niet werkt om te straffen, om het zo maar even te zeggen, en dat het vaak beter werkt als er in samenspraak met die landen bekeken wordt wat er bijvoorbeeld nodig is om dat migratiemanagement te versterken. Waarom werkte het bij Ghana niet? Het antwoord op die vraag is al te cynisch; dat geef ik mevrouw Mulder graag na. De korting van Ontwikkelingssamenwerking betrof daar de gezondheidszorg. Een aantal ziekenhuizen kreeg hierdoor minder geld. De ACVZ schrijft eigenlijk: als je wilt dat conditionaliteit effectief is, moet je eigenlijk degenen aanpakken die belangrijk zijn bij de uitvoering van wat je wilt. Wij geven echter geen sectorale steun of algemene begrotingssteun aan Ghana. De adviescommissie schrijft dus eigenlijk: conditionaliteit kan vooral werken als je die heel precies toepast. Zomaar snijden in hulp heeft geen impact, want dat voelt men daar niet. Wij zijn dus met landen op zoek naar een antwoord op de vraag hoe we die conditionaliteit vormgeven op een manier die effectief is. Want anders heeft het geen zin. Wij varen daarbij op de resultaten van dat onderzoek van de ACVZ.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Het CDA vindt dit toch een heel rare gang van zaken. Een land waar we een goede handelsrelatie mee hebben en waarmee je zorgvuldig wilt optrekken, ook bij ontwikkelingssamenwerking, stelt zich toch zo op. Eigenlijk vind ik dat helemaal nergens op lijken, zeker niet ten opzichte van de Nederlandse belastingbetaler. Ik snap eigenlijk ook niet goed dat vervolgens het kabinet hierop reageert door extra steun aan dat land te geven. Er gaat 50 miljoen euro extra naar drie landen waaronder Ghana, om de werkgelegenheid daar te bevorderen en migratie tegen te gaan. Daarmee heeft het CDA gewoon grote moeite. Met de uitleg van de minister op dit punt ben ik op dit moment dus nog niet tevreden.

Minister Ploumen:


Die 50 miljoen wordt niet geïnvesteerd in de regering of de overheid van Ghana, maar in banen voor jongeren in ondernemingen daar. Dat doen we omdat Ghana een land is waarvandaan veel wordt gemigreerd. De ACVZ schrijft: als je wilt dat die conditionaliteit werkt, dan moet je heel precies vaststellen waar die effect kan sorteren. Laten we met elkaar vaststellen dat we allemaal willen dat die conditionaliteit werkt. Mevrouw Mulder en ik willen dat althans. Die 50 miljoen euro gaat naar een aantal landen. Ghana is, om de reden die ik noemde, een van die landen. Het lijkt mij juist goed om migratie vanuit Ghana te beperken.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


In de schriftelijke beantwoording schrijft de minister over de Sustainable Development Goals: ik kom met een integrale brief waarin alles daarover staat. Staan daar dan ook de bedragen in die op de verschillende begrotingen hiervoor zullen worden ingezet? Dat zijn bedragen die daaraan worden toegerekend, dat begrijp ik, maar het zou fijn zijn als wij een overzicht zouden kunnen krijgen. Ik heb verder gevraagd of de minister in een brief kan reageren op de moties die sinds de vorige begroting nog in behandeling zijn. Ik wil graag weten hoe ze zullen worden uitgevoerd. Ik zal de minister naderhand een briefje met de nummers geven.

Minister Ploumen:


Die toezegging doe ik graag. Ik kan dan meteen laten weten hoe het met het traject staat rondom het strafbaar stellen van het beperken van humanitaire toegang. Ik doe dat dus graag.

Over het eerste verzoek van mevrouw Van Veldhoven kan ik zeggen dat de meeste ODA-bestedingen op de begroting van BuHa-OS staan. Als er nog bestedingen op andere begrotingen staan, ga ik ervan uit dat mijn collega's medewerking zullen verlenen aan haar verzoek en dat ik dat kan opnemen.

De heer Taverne (VVD):
Ik wil nog even terugkomen op het vorige onderwerp: conditionaliteit en het voorbeeld van Ghana. We hebben daarover eerder weleens met de minister gesproken. Ik heb het antwoord gelezen in de schriftelijke beantwoording van de vraag die ik daarover in eerste termijn stelde. Ik vond dat al niet overdreven duidelijk, maar de toelichting naar aanleiding van de vragen van mevrouw Mulder heeft het er niet duidelijker op gemaakt. De minister zegt een paar dingen. Allereerst zegt zij: "als je geld kort — op Ghana in dit geval — merken ze daar niets van." Dat kan maar één conclusie opleveren: ze hebben het kennelijk niet nodig. Ten tweede zei zij: "als het niet goed gaat, gaan we meer geven." We hebben een keer geprobeerd om minder te geven en dat hielp dus niet. Kan de minister toelichten waarom meer wordt gegeven als het niet goed gaat? Het lijkt mij een heel ineffectieve manier om gelijk te krijgen.

Minister Ploumen:


Als het zo zou zijn, zou de heer Taverne absoluut het gelijk aan zijn kant hebben. Wij hebben advies van de ACVZ ingewonnen. Zij hebben zich niet op één casus beroepen. Collega Klaas Dijkhoff en ik hebben daarover een brief geschreven en dat nader geduid. Ik heb niet gezegd "ze merken er niets van", maar ik heb de conclusie van dat ACVZ-advies herhaald. Die conclusie luidt: als de korting niet degenen raakt die instrumenteel zijn voor het uitvoeren van datgene wat wij van ze vragen rondom asiel of het terugnemen van landgenoten, dan is de effectiviteit beperkt. Dat zegt — ik zeg dat uit mijn hoofd — de ACVZ. Wij hebben 10 miljoen gekort op een aantal ziekenhuizen in een deel van het land. Deze bijdrage ging niet via de overheid, omdat zij dat nu eenmaal niet via de overheid innen. Toen wij dat deden, gingen wij ervan uit dat dat forse impact zou hebben. De ziekenhuizen hebben daaronder fors geleden; ik vind dat echt erg. Deze casus en enkele andere hebben de ACVZ blijkbaar tot de conclusie gebracht dat het prima is als je de conditionaliteit wil toepassen, maar dat je daar dan preciezer in moet zijn. Collega Dijkhoff en ik hebben in die brief aangegeven hoe wij dat in het vervolg willen gaan doen.

De heer Taverne (VVD):


Misschien mag ik de minister dan een suggestie doen. Ik sluit aan bij de verelendungstheorie, van Marx geloof ik, dus dat moet de minister aanspreken. De minister stelt vast dat er geld is gekort dat de Ghanese overheid niet rechtstreeks toekomt. Het is terecht dat wij het daar ook niet aan geven. Ik snap dat het niet heeft geholpen en dat het tot hele vervelende situaties heeft geleid. Is het dan niet een idee om nog veel meer te korten? Op een manier die veel meer mensen gaat raken? Vervolgens kunnen wij de 200 miljoen, of een deel daarvan, die wij als samenspraak en tegenspraak uitdelen via het maatschappelijk middenveld in Ghana, gebruiken om aan de bevolking te laten weten wat er gebeurt als je regering niet meewerkt met een land dat veel geld in je economie pompt. Ik zie hier staan: de ACVZ constateert dat negatieve prikkels de relatie met herkomstlanden kunnen aantasten. Ja, dank je de koekoek, dat is maar goed ook, want zij helpen niet om onderdanen terug te nemen. Wat is dit voor beleid dat de minister voorstaat? Dat is toch doorgaan met iets wat niet werkt?

Minister

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Ploumen : Ik zal mij daarvoor inspannen, dat wil zeggen niet voor dat comparatieve onderzoek, maar wel om het "hulp- en handelsmissies" te noemen. De heer Klaver
  • Klaver
  • Jan Vos

  • Dovnload 280.47 Kb.