Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina6/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Ploumen:
Collega Dijkhoff en ik hebben ons in deze problematiek laten leiden door dat advies. De inzet — dat zal de heer Taverne denk ik aanspreken — is natuurlijk om ervoor te zorgen dat landen hun onderdanen wel terugnemen. Daar begint en eindigt het mee, daarover zijn wij het eens. Vervolgens is er een advies gekomen dat een aantal paden naar dat gewenste eindresultaat schetst. Onderdeel daarvan is ervoor zorgen dat het gesprek met dat land over deze problematiek scherper en effectiever wordt gevoerd, zodat men onderdanen zal terugnemen. Naar de mening van ACVZ — die spreek ik hier na, maar collega Dijkhoff en ik hebben dat overgenomen — betekent dat dus dat wij preciezer moeten gaan interveniëren op het migratiemanagement en juist in de dialoog met de mensen die daarin instrumenteel zijn, wortel en stok moeten toepassen, om het zo te zeggen. Dat is het beleid in de brief. Laat ik herhalen dat het vooral gaat om de effectiviteit van de interventie.

De voorzitter:


Dank u wel. Bent u hiermee gekomen aan het einde van uw beantwoording in eerste termijn?

Minister Ploumen:


Zeker.

De voorzitter:


Dank u wel. Dan gaan wij verder met de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef het woord aan de eerste spreker, de heer Smaling, met een spreektijd van twee minuten.

De heer Smaling (SP):


Wat aardig, voorzitter. Die twee minuten zijn naar boven afgerond, denk ik, want gisteren was ik iets te lang aan het praten.

Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Voor een deel schept het duidelijkheid, voor een deel ook niet. Maandag hebben wij een goed debat gehad over de manier waarop wij onze positie als Kamer, ons budgetrecht, goed kunnen gebruiken. Dat is een waardevol debat geweest.

Ik heb één motie. Hier en daar hebben wij moties en amendementen meegetekend. Dat zal blijken uit datgene waar mijn collega's mee komen. In mijn motie wordt beetje vooruitgekeken. Eigenlijk is het een oproep aan de minister om het laatste jaar van dit kabinet dat eraan zit te komen te gebruiken voor een soort reflectie waar het volgende kabinet wellicht zijn voordeel mee kan doen. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het beleidsterrein BuHa-OS zich al decennia met min of meer dezelfde zaken bezighoudt;

constaterende dat ontwikkelingslanden zeker nog problemen kennen, maar wel volwassen zijn en daarmee het huis uit kunnen;

verzoekt de regering, in 2016 een zelfreflectie te organiseren waarbij het uitgangspunt is dat het beleidsterrein BuHa-OS niet bestaat en vervolgens vast te stellen aan welk type Noord-Zuidsamenwerking in het huidige tijdsgewricht behoefte bestaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (34300-XVII).

De heer Smaling (SP):
Alles wat ik hierna zou zeggen, zou de motie verzwakken, dus laat ik dat zeker niet doen. Ik dank de minister.

De heer Taverne (VVD):


Voorzitter. Dank aan de minister voor haar uitvoerige beantwoording, ook voor de schriftelijke beantwoording die wij voorafgaand aan de termijn van de minister ontvingen. Ik heb het zo eens aangehoord en gelezen. Afgelopen maandag zijn wij begonnen met een debat met de minister over het meten van de effecten van haar beleid en dat van haar voorgangers. Gisteren hebben wij daar ook een aantal vragen over gesteld. Ik denk toch een patroon bij de minister te zien. Of het nu gaat om effecten van beleid of om andere onderwerpen, er is een enorme bereidwilligheid om de Kamer van informatie te voorzien — dat is goed — en om de Kamer te herinneren aan heel veel informatie die al eerder is ontvangen, maar de crux van wat de Kamer nu net wil weten, is daarin niet terug te vinden. Dat is niet goed. Dat ondermijnt namelijk het draagvlak voor het beleid. Belangrijker nog, soms gaat het voorbij aan heel eenvoudige vragen van de Kamer. Dan is het volgens mij niet altijd het beste om maar min of meer te ontkennen dat het probleem er is, maar juist wel om het te beantwoorden. Los van wat ik van de inhoud van de inbreng van collega Bosma vind, ben ik met collega Smaling eens dat de minister daar gewoon een goed antwoord op heeft te formuleren. Dat staat nog even los van de stelling, want daar heeft ieder lid van deze Kamer recht op.

Een aantal onderwerpen zijn schriftelijk afgedaan, waaronder de vraag die ik in eerste termijn stelde over de ontwikkeling en de verwachtingen van de herziening van de ODA-normen. Ook op dat punt dank ik de minister voor het uitvoerige antwoord. Maar het belangrijkste element van de vraag, namelijk wat we moeten doen met die 0,7%, wordt er niet in geadresseerd. Ik noemde de norm in eerste termijn "een obsolete 0,7%-norm waar we door gegijzeld worden". Het is goed dat er wordt nagedacht over modernisering, maar er wordt niet ingegaan op de vraag waarom die norm 0,7% moet blijven. Dat is indertijd ook maar een percentage geweest. Graag krijg ik daarop een antwoord van de minister.

De minister heeft een en ander gezegd over mijn opmerkingen ten aanzien van de aanbodgerichte en aanbodgestuurde aanpak van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Zij gaf als voorbeeld dat er landen zijn die van die ontwikkelingsrelatie af willen, waaronder Rwanda, weet ik. Volgens mij is dat juist een bewijs van het feit dat het aanbodgestuurd is. Als een land dat hulp krijgt, zegt dat het er eigenlijk liever vanaf wil, dan is het meer ondanks dan dankzij Nederland dat het ermee ophoudt.

De minister heeft in dat verband een en ander gezegd over de voorwaarden waaronder een OS-relatie met een land kan worden gestopt. Ik ontvang daarvan graag schriftelijk een nadere uitwerking van de minister, waarin uiteengezet wordt wat het precieze kader is waarbinnen wordt besloten of er wordt doorgegaan en wanneer er kan worden gestopt met hulp.

Ten aanzien van het handelsdeel van de begroting dien ik een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het percentage van het bnp dat in Nederland wordt verdiend met export al decennialang gelijk is gebleven, terwijl de toegevoegde waarde uit export in omringende landen in diezelfde tijd substantieel is gestegen;

overwegende dat uit recent onderzoek van ING "Wat Nederland kan leren van buurlanden, naar een toekomstgericht exportmodel" blijkt dat dit gebrek aan groei van de toegevoegde waarde gerelateerd kan worden aan het feit dat de Nederlandse export te eenzijdig is gericht op export naar West-Europese landen;

overwegende dat de export naar groeimarkten/opkomende markten vaak gepaard gaat met complexere financieringsvraagstukken, waarbij ondersteuning door de Nederlandse overheid cruciaal is;

overwegende dat inspelen op kansen in de verre groeimarkten en ontwikkelingsmarkten vaak om een vroegtijdige betrokkenheid en andere financieringsconstructies vraagt, bijvoorbeeld meer gericht op combinaties van export en investeringen, early stage projectontwikkeling en het met grote snelheid kunnen arrangeren van de financiering;

overwegende dat het Nederlands exportfinancieringsmodel sterk gericht is op garanties en verzekeringen en de mogelijkheden die Atradius DSB heeft om risico's af te dekken, terwijl concurrerende landen nieuwe instrumenten introduceren waarmee zij een bredere rol kunnen spelen in de financiering;

verzoekt de regering, invulling te geven aan de eerder uitgesproken ambitie gericht op verbetering van het level playing field omtrent exportfinanciering, door voor 1 maart 2016 een visie te presenteren op de wenselijkheid en financiële haalbaarheid van het invoeren van instrumenten gericht op directe exportfinanciering, flexibele vormen van investeringsfinanciering en rentesubsidie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Taverne.

Zij krijgt nr. 29 (34300-XVII).

De heer Taverne (VVD):
Deze motie was niet echt kort en bondig, maar mijn laatste motie is ietsje korter …

De voorzitter:


Ik zal …

De heer Taverne (VVD):


… als u mij toestaat om die in te dienen, voorzitter.

De voorzitter:


Nee, dat sta ik niet toe.

De heer Taverne (VVD):


Nou, dat zal toch moeten, want ik wil een motie voorlezen.

De voorzitter:


Het spijt mij zeer, maar ik moet u toch vragen om …

De heer Taverne (VVD):


Dat denk ik niet. Ik kan toch moeilijk een motie …

De voorzitter:


Als u nu eens even uw mond houdt.

De heer Taverne (VVD):


Nou, voorzitter?

De voorzitter:


U praat er de hele tijd doorheen, maar ik moet vragen of de indiening van deze motie in voldoende mate wordt ondersteund.

De heer Taverne (VVD):


O, pardon, voorzitter! Ik stond zo enorm onder tijdsdruk!

(Hilariteit)

De voorzitter:
Ik begrijp dat u zo lang bezig bent met het voorlezen van uw motie.

De heer Taverne (VVD):


Ja, I know!

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Taverne. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

U kunt verdergaan met uw tweede motie.

De heer Taverne (VVD):
Dank voor uw welwillendheid, voorzitter! Mijn volgende motie gaat over iets totaal anders, namelijk over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, waarmee ik zeer begaan ben.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat blijkens het rapport Generation 2030 Africa van UNICEF de verwachte bevolkingstoename een grote uitdaging vormt voor het Afrikaanse continent;

constaterende dat de oorzaken voor deze toename onder meer te maken hebben met een gebrek aan kennis en middelen om aan gezinsplanning te doen, en dat hiermee de keuzevrijheid van vrouwen om te bepalen hoeveel kinderen ze willen krijgen wordt beperkt;

constaterende dat hiermee het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen wordt beperkt;

constaterende dat Nederland internationaal erkende toegevoegde waarde en een gespecialiseerd netwerk heeft bij het bereiken van gemarginaliseerde mensen over gevoelige onderwerpen op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid;

verzoekt de regering om de financiering ten gunste van geïntegreerde SRGR- en hiv/aids-dienstverlening en voorlichting voor moeilijk bereikbare mensen, waaronder de keuzevrijheid van vrouwen om zelf te bepalen of en hoeveel kinderen ze willen krijgen, vanaf 2017 structureel met 3 miljoen euro te verhogen en hiervoor vanaf 2017 de bijdrage aan het GFATM structureel met 3 miljoen euro te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Taverne, Van Laar, Agnes Mulder, Van Veldhoven en Smaling.

Zij krijgt nr. 30 (34300-XVII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Na deze kernachtige moties heb ik nog een vraag over een amendement dat is ingediend door de VVD. Het is een amendement over Wings for Aid, waardoor men met drones plaatsen kan bereiken waar je niet met reguliere transportmiddelen medicijnen en dekens kunt brengen. Dat is heel sympathiek. Zo sympathiek dat D66 dit een jaar geleden heeft voorgesteld. Hoe meer partijen wij erachter krijgen, hoe beter, dus ik zal het amendement zeker steunen. Het gaat mij erom dat de dekking die wordt voorgesteld noodhulp betreft. Een jaar geleden zei mevrouw De Caluwé hierover het volgende: "We hebben allemaal zo onze hobby's. Als we die allemaal gaan uitoefenen, komen we al snel tot 20% die de minister moet reserveren voor al onze hobby's." (…)"Geen steun van de VVD dus, in ieder geval." Mijn vraag aan de VVD-fractie is: waar bent u van uw geloof afgevallen?

De heer Taverne (VVD):


De VVD-fractie heeft vastgesteld dat er niet alleen bij de VVD maar ook bij D66 een andere woordvoerder voor Ontwikkelingssamenwerking is. Gelet op die wijziging, de nieuwe inzichten die wij hebben gekregen bij de VVD en de steun die wij ondervinden bij dit amendement, zoals net uitgesproken door mevrouw Van Veldhoven, hebben we na conclaaf, langdurig overleg en diep nadenken besloten om dit zo te doen, wetende dat we D66 daarmee ook van dienst zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Ik ben geheel verblijd met deze inzichten van de VVD-fractie. Ik zal het amendement van harte ondersteunen, zoals gezegd.

De heer Van Laar (PvdA):


Hoe verhoudt dit amendement zich tot wat de heer Taverne eerder heeft gezegd over hoe wij het geld voor Ontwikkelingssamenwerking zouden moeten uitgeven? De minister heeft gezegd hoe dat normaal gesproken gaat. We doen aanbestedingen en dan kiezen we het beste voorstel. Er worden criteria geformuleerd. Zo weten we waar ons geld naartoe gaat. Dit is gewoon een lobby, die al een tijdje loopt. Tot nu toe hebben we gezegd dat we niet als parlement bepalen wie welk apparaat koopt, met welk geld. Dat moet uit het innovatiefonds binnen de noodhulp komen. Dat gaat via aanbestedingen. En nu wordt er gezegd dat we dat niet gaan doen, we gaan geen doelstellingen formuleren, maar we gaan anderhalf miljoen aan dit specifieke apparaat geven, want dat gaat het doen. Waarom?

De heer Taverne (VVD):


Dat is een uitstekende vraag van collega Van Laar. Zo ken ik hem ook, als steller van uitstekende vragen. De reden waarom we hier voor zijn, is dat de dekking vanuit noodhulp een zodanig karakter heeft dat je iets minder specifiek kunt zijn bij het meten. Als er mogelijkheden voor zijn, zijn wij daar vanzelfsprekend voor. Dit mes snijdt aan twee kanten. Gelet daarop hebben we besloten om het op deze manier te doen.

De heer Van Laar (PvdA):


Maar welke garanties heeft de heer Taverne dan dat dit gaat werken? Weet hij of die drone inderdaad al kan vliegen? Is het al zo ver of moet hij nog uitontwikkeld worden? Wordt hij in conflictgebieden misschien gezien als onbemand wapen, waardoor hij juist escalerend werkt? In hoeverre is dit uitgezocht, doorgetest en weten we waar we aan beginnen als we dit bedrag van maar liefst anderhalf miljoen — het is niet een kwartje — hiervoor uittrekken?

De heer Taverne (VVD):


Dat is een terechte vraag. Ik zeg collega Van Laar toe dat wij vooraf zullen tellen hoeveel drones er worden ingezet. Als er heel veel sneuvelen omdat ze worden neergeschoten, kan ik me voorstellen dat je concludeert dat het een middel is dat niet werkt. In dat geval is het weggegooid geld. De VVD zal dan de eerste zijn die zegt dat ze niet en misschien nooit meer aan dit soort experimenten meedoet.

De heer Bosma (PVV):


Het dronebeleid van de VVD sla ik maar even over, hoewel ik wel een heel nieuw perspectief zie om op deze manier de 27e te halen. De heer Taverne refereerde aan het feit dat de VVD nogal een groot verloop heeft van woordvoerders. Een woordvoerder van de VVD op ontwikkelingshulp was ooit de heer Boekestijn. Hij heeft er zelfs een boek over geschreven naar aanleiding van de plaatsbepaling van de VVD in 2008. Eigenlijk staat hierin dezelfde mening als de VVD nu heeft, namelijk dat die 0,7% bizar is en weg moet, en dat de effectiviteit van ontwikkelingshulp niet te bewijzen valt. Exact hetzelfde zei de heer Taverne gisteren en vandaag. Om die reden stemde de VVD destijds tegen de begroting voor Ontwikkelingshulp. Aangezien de argumenten hetzelfde zijn, neem ik aan dat de VVD dit jaar hetzelfde gaat doen.

De heer Taverne (VVD):


Uit de woorden van de heer Bosma blijkt dat de VVD een consistente lijn heeft voor ontwikkelingshulp. Dat is niet raar, want de inzichten zijn, zoals hij terecht zegt, niet nieuw. Ze worden jaar op jaar bevestigd. Wij zullen niet tegen de begroting stemmen, omdat wij dit jaar zijn begonnen om een belangrijke stap te zetten. De heer Bosma nam afgelopen maandag ook deel aan het WGO dat hierover ging. Door vooraf veel duidelijker doelen te stellen en te kijken of de doelen gehaald worden, willen wij meer kennis en informatie opdoen om te beoordelen of het echt waar is wat de minister beweert. Om die reden zou het merkwaardig zijn om op voorhand te zeggen dat je het er niet mee eens bent, terwijl de minister heeft toegezegd dat ze een aantal belangrijke verbeteringen gaat aanbrengen.

De heer Bosma (PVV):


Volgens mij heeft Einstein ooit gezegd dat krankzinnigheid is dat je elke keer hetzelfde doet, maar steeds een andere uitkomst verwacht.

De heer Taverne (VVD):


Exact.

De heer Bosma (PVV):


De heer Boekestijn hoopte in 2007 en 2008 ook dat alles anders zou worden. Nog één keer dit, nog een laatste kans, we gaan nog eens een nota schrijven. Er werden weer nieuwe afkortingen verzonnen. Er werd nog meer managementtaal gebruikt. We zijn bijna tien jaar verder en er is niets veranderd. We weten nog niet of het geld goed besteed is. De effectiviteit is nog steeds niet bewezen. We komen geen stap verder, maar de VVD tekent elk jaar weer bij het kruisje. Ze blaft af en toe iets in de Volkskrant, maar in de praktijk bijt ze niet.

De heer Taverne (VVD):


Het standpunt van de VVD over ontwikkelingshulp is bekend. Wij vinden dat het budget op zijn minst kan worden gehalveerd. Wij vinden dat er veel meer keuzevrijheid bij de Nederlandse belastingbetaler zou moeten zijn. Zij zouden moeten bepalen of zij eraan willen bijdragen. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat ontwikkelingshulp al veertig of vijftig jaar aan de gang is. Wij snappen ook wel dat je dat niet van gisteren op vandaag kunt veranderen op de manier die naar het oordeel van de VVD de beste is. Het betekent ook dat je niet moet weglopen voor de verbeteringen die je kunt toevoegen, zo lang de hulp er is. Dat is wat wij doen. Het verschil tussen 2007-2008 en nu is dat de Kamer een methode heeft gebruikt bij het beoordelen van de begroting die niet eerder werd toegepast. Ik vind het niet meer dan redelijk om eerst te kijken wat daar de uitkomsten van zijn.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Voorzitter. Allereerst dank aan de minister en haar mensen voor de beantwoording, zowel mondeling als schriftelijk. Die hebben wij zeer gewaardeerd. Ook dank aan de minister voor de toezegging dat zij bij de Voorjaarsnota meer duidelijkheid geeft over de 25% van het maatschappelijk middenveld. Wij zouden verder graag weten wanneer welke tenders worden opengesteld. Misschien kan de minister daar nu alvast wat over zeggen, voordat zij ons een brief hierover stuurt.

Wij krijgen zo nog een antwoord over de algemene begrotingssteun in het EU-trustfund. Maar ja, ik moet daar toch alvast een motie over indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op de EU-Afrikatop een EU-trustfund is opgericht, waar ongeveer 1,8 miljard euro in gestort is door de Europese Commissie en door Europese landen;

overwegende dat algemene begrotingssteun vanuit de begroting van de Europese Unie zo veel mogelijk moet worden afgebouwd;

overwegende dat niet helder is hoe de Europese Commissie het EU-trustfund gaat vullen met 1,8 miljard euro;

verzoekt de regering, bij de Europese Commissie aan te dringen om het EU-trustfund zo veel mogelijk te vullen met middelen die anders via algemene begrotingssteun door de EU zouden worden uitgegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (34300-XVII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Ghana geen uitgeprocedeerde asielzoekers uit Nederland wil opnemen;

constaterende dat de minister daarom heeft besloten minder financiële middelen aan Ghana te geven;

constaterende dat de minister anderzijds 50 miljoen euro beschikbaar stelt om jeugdwerkloosheid in Afrika aan te pakken, en dat daarvan ook geld in Ghana terecht komt;

verzoekt de regering, bij de toewijzing van financiële middelen uit de pot van 50 miljoen euro rekening te houden met de bereidheid van landen om uitgeprocedeerde asielzoekers terug te nemen en zodoende de bijdrage aan Ghana uit deze pot te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en Taverne. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (34300-XVII).

De heer Van Laar (PvdA):
Ik heb een vraag over de laatste motie. Als we korten op hulp, doen we dat normaal gesproken op overheidsprogramma's, omdat de overheid daar last van heeft en deze ertoe moet worden bewogen om mee te werken. Het gaat in dit geval niet om een overheidsprogramma, maar om steun aan ondernemers, die niets met de overheid van doen hebben. Ik zou bijna zeggen dat die daar in dat soort landen meestal part noch deel aan hebben. In Ghana is dat weliswaar iets beter, maar niet heel veel. Het geld gaat ook naar ngo's, die alles beleggen. Er is namelijk net een aanbesteding geweest. Wil mevrouw Mulder dat geld toch korten, omdat het land geen asielzoekers terugneemt? Die koppeling is nieuw. Mevrouw Mulder moet maar eens uitleggen hoe dit in het vervolg gaat werken. Gaan we nu alle hulp aan een land stoppen als het geen asielzoekers terugneemt?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Ik vind het niet zo'n gekke gedachtegang van de heer Van Laar om heel kritisch te zijn op steun aan landen die hun mensen niet terugnemen. Dat zijn namelijk onze partners. Als je partner wilt zijn, moet je dat met alle andere partijen in je land op een goede manier vormgeven. Je kunt dan niet het ene helemaal los willen zien van het andere. Als het misgaat met het terugnemen van asielzoekers kun je bijvoorbeeld niet zeggen: het is jammer, maar dat was niet mijn pakkie-an; dat die Nederlandse belastingbetaler ergens anders iets voor ons land doet, interesseert ons eigenlijk niet zo. Ik heb daar echt heel grote moeite mee. Je zegt daarmee eigenlijk tegen de Nederlandse belastingbetaler: dikke, vette pech.

De heer Van Laar (PvdA):


Volgens mij is het precies andersom. Neem een land als Burundi, waar de president bezig is om zijn eigen bevolking letterlijk op te jagen. Het enige wat hij dus hoeft te doen om ervoor te zorgen dat wij de vrije media niet meer steunen, dat wij de civilsociety-organisaties niet meer steunen die opkomen voor mensenrechten, dat wij geen voedselhulp meer geven aan de vluchtelingen die daar lopen, dat wij niet meer investeren in de ontwikkeling van dat land en in de dingen daar die broodnodig zijn, terwijl de president zijn mensen belaagt, is zijn asielzoekers niet meer terugnemen. Dat lijkt mij niet het beleid. Als er al wordt gekort, zou dat alleen op overheidsprogramma's moeten gebeuren; niet op wat wij juist doen om de overheid soms dwars te zitten of te veranderen. Is mevrouw Mulder dat misschien met mij eens?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Hier worden twee landen met elkaar vergeleken, maar het ene verkeert ongeveer in een staat van oorlog en het andere is een opkomend land. Die vergelijking gaat dus totaal mank. Dit land zou goed met Nederland kunnen overleggen over het terugnemen van asielzoekers, maar dat weigert het gewoon. In plaats van dat de heer Van Laar zegt dat de Nederlandse samenleving dat niet moet accepteren, zegt hij: geef hun maar extra geld, want het is allemaal zo zielig.

De heer Van Laar (PvdA):


Voorzitter. De PvdA is dus geen voorstander van het stopzetten van hulp aan mensen die part noch deel hebben aan de oorzaak van het conflict met Nederland. Zo maken we jongeren het slachtoffer van het gedrag van hun eigen regering en dat zijn ze al vaak genoeg. Juist daarom hebben wij ontwikkelingssamenwerking.

In mijn termijn heb ik aandacht gevraagd voor verschillende problemen, waaronder de grondoorzaken van migratie. De minister heeft daar goede dingen over gezegd. Ik dank haar voor al haar antwoorden in eerste termijn. We hebben de Meerjarige Strategische Plannen van de verschillende partnerlanden eens bekeken en hebben gezien dat migratie daarin eigenlijk geen aandacht krijgt. Nu zijn die strategische plannen van een paar jaar geleden, maar wij hopen dat, als ze herzien worden, migratie wel aandacht krijgt. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Meerjarige Strategische Plannen van onze partnerlanden geen aandacht is voor migratie en de positie van migranten;

verzoekt de regering, bij de herziening van de Meerjarige Strategische Plannen specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheden om binnen die plannen de grondoorzaken van (verdere) migratie aan te pakken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Smaling (SP): Alles wat ik hierna zou zeggen, zou de motie verzwakken, dus laat ik dat zeker niet doen. Ik dank de minister. De heer Taverne
  • Taverne
  • Van Veldhoven
  • Bosma

  • Dovnload 280.47 Kb.