Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina7/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Laar, Van Veldhoven, Voordewind en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (34300-XVII).

De heer Van Laar (PvdA):
Een van de landen waarvoor dat heel erg nodig is, is bijvoorbeeld Ethiopië. Daar zijn veel vluchtelingen, die vanuit Ethiopië Europese en andere landen in trekken. In Ethiopië dreigt ook een hongersnood. Dat heb ik in eerste termijn al genoemd. Ethiopië is een trots land en dat is soms ook wel terecht. Het land is echter zo trots dat het te weinig hulp vraagt en bijvoorbeeld maar de helft van de problemen erkent, waardoor er maar de helft van de benodigde voedselhulp komt. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VN stellen dat in de komende maanden 15 miljoen mensen voedselhulp nodig hebben in Ethiopië;

overwegende dat de regering in Ethiopië terughoudend lijkt in het vragen van de nodige hulp;

verzoekt de regering, er bij de Ethiopische regering op aan te dringen dat zij zo snel mogelijk de nodige hulp vraagt en er in internationaal verband op aan te dringen dat voldoende hulp wordt gegeven, zodat niet onnodig mensen sterven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Laar, Van Veldhoven en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (34300-XVII).

De heer Taverne (VVD):
De minister sprak in haar termijn over landen die zelf een beetje van de ontwikkelingshulprelatie af willen. De motie van collega Van Laar komt er letterlijk op neer dat landen ertoe moeten worden aangemoedigd om meer hulp te vragen. Dat is toch een beetje de omgekeerde wereld? Dit gaat ook rechtstreeks tegen het beleid van de minister in.

De heer Van Laar (PvdA):


Het ene gaat over de hulprelatie in algemene zin. Dit gaat over een heel specifiek probleem, namelijk de hongersnood in dit jaar. Er wordt geconstateerd dat 15 miljoen mensen in hongersnood zullen verkeren de komende maanden. Volgens de Ethiopische regering zijn dat 8 miljoen mensen. Zij wil daarop inzetten en wil die hongersnood bestrijden, maar dan komt er dus te weinig eten naar dat land. Als het goed is … Als het helemaal verkeerd gaat, komen er dus 7 miljoen mensen ernstig in de problemen. Soms doen regeringen niet wat goed is voor hun eigen bevolking — dat is een van de redenen waarom we ontwikkelingssamenwerking hebben — en in dit geval lijkt me dat inderdaad aan de hand. De Ethiopische regering kennen we ook als zodanig. Daarom is het goed om hiertoe toch op te roepen, om de Ethiopische regering ertoe te bewegen om voldoende hulp te vragen.

De heer Taverne (VVD):


Zou het dan niet gepaster zijn dat u probeert de politiek in te gaan in Ethiopië, om de regering daar te overtuigen, in plaats van dat vanuit het Nederlandse parlement te doen?

De heer Van Laar (PvdA):


Dank voor de suggestie, maar wij staan hier in het Nederlandse parlement. Vanuit het internationale systeem kunnen wij heel goed voedselhulp bieden. Dat hebben we keer op keer bewezen. Het is dan wel van belang dat er voldoende is als mensen honger hebben, ook al erkent hun eigen regering dat niet.

De heer Bosma (PVV):


Hoorde ik de heer Van Laar nu zeggen dat het goed is als mensen honger hebben? Dat zal hij vast niet zo bedoeld hebben.

De voorzitter:


Volgens mij zei hij dat ook niet.

De heer Bosma (PVV):


Oké. Anyway, hongersnood is vaak ook te wijten aan Nederlands beleid. Ik zal twee voorbeelden geven. Vroeger was Zuid-Afrika een voedseluitvoerend land, maar toen kwam de ontwikkelingshulp en nu staat de hongersnood voor de deur. Een ander voorbeeld hebben we ook mogen financieren: de heer Mugabe en ZANU-PF. Vroeger was Zimbabwe de graanschuur van Afrika, maar tegenwoordig hebben mensen daar honger. Dat is onder andere te wijten aan Nederlands beleid, want wij hebben de twee clubs die daar aan de macht zijn gefinancierd. Is de heer Van Laar trots op het feit dat wij via ontwikkelingshulp mogen bijdragen aan hongersnood?

De heer Van Laar (PvdA):


Ik ben er erg trots op dat Nederland al jarenlang bijdraagt aan het bestrijden van hongersnood op verschillende plekken in de wereld, op heel veel plekken in de wereld zelfs. Dat is echt een resultaat waar we trots op kunnen zijn. De verbanden die de heer Bosma legt, deel ik niet. Dat weet de heer Bosma ook. Ik ben wel blij dat hij ontwikkelingshulp zo veel effect toeschrijft — dat is wel nieuw voor de PVV — maar sinds een jaar ongeveer verwijt hij ontwikkelingshulp genocides en nu ook hongersnoden. Ook de aidsepidemie hebben we, geloof ik, veroorzaakt met ontwikkelingshulp. Dat is wel een groot effect in ieder geval. Ik ben het ermee eens dat er grote effecten zijn, maar wij verschillen van mening over welke effecten dat precies zijn. Wij zien het meer in het kader van het bereiken van de milleniumdoelen bijvoorbeeld. Daar zijn grote effecten zichtbaar en niet de effecten die de heer Bosma beschrijft.

De heer Bosma (PVV):


Dus de Partij van de Arbeid is trots op het feit dat er ontwikkelingshulp is gegaan naar Mugabe en trots op het feit dat er ontwikkelingshulp is gegaan naar de zusterpartij van de PvdA, het ANC.

De heer Van Laar (PvdA):


Op de geschiedenis van de Partij van de Arbeid en de ANC kan ik, denk ik, echt trots zijn. Met Mugabe is dat minder het geval, maar dat wil niet zeggen dat je geen hulp moet geven. Wij geven hulp aan landen waar regimes zitten die heel slechte dingen doen. Daarom geven wij er ook hulp aan. Als de landen allemaal goede dingen zouden doen voor hun bevolking en zouden regeren in het algemeen belang — dat heb ik vorig jaar bij de begrotingsbehandeling bepleit — zouden wij veel minder ontwikkelingshulp nodig hebben. Juist het feit dat de regeringen falen — soms uit moedwil, soms uit onkunde — is een van de redenen waarom ontwikkelingshulp nog steeds zo nodig is. En dat is jammer.

De voorzitter:


Dank u wel. Bent u aan het einde van uw termijn gekomen of niet?

De heer Van Laar (PvdA):


Nee, ik heb nog een kleine drie minuten.

Waar wij ook herhaaldelijk de aandacht voor vragen, zijn de mensen met een beperking en inclusieve ontwikkelingssamenwerking. Wij pleiten ook graag voor inclusieve noodhulp. Vandaag bereikte ons een rapport waaruit blijkt dat tot wel 75% van de mensen met een beperking niet wordt bereikt door noodhulporganisaties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel mensen met een beperking op de vlucht zijn;

overwegende dat tot wel 75% van hen niet bereikt wordt door noodhulporganisaties;

verzoekt de regering, er bij noodhulporganisaties op aan te dringen dat mensen met een beperking worden bereikt, en dat barrières om hulp te ontvangen maximaal worden weggenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Laar en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (34300-XVII).

De heer Van Laar (PvdA):
Bij die barrières denken we bijvoorbeeld aan fysieke barrières bij waterpunten en voedseluitdeelgelegenheden, maar ook aan de manier waarop je dingen organiseert. Moeten mensen allemaal in de rij gaan staan en hoe lang dan? Wij denken ook aan communicatie, voor doven en voor blinden. Ook daarbij zou rekening moeten worden gehouden met mensen met een beperking, zeker als een kamp al wat langer functioneert.

Het afgelopen jaar hebben wij het hele jaar al de aandacht gevraagd voor de rol van diaspora binnen Ontwikkelingssamenwerking. Onlangs mocht ik spreken op de IGNITE!-conferentie van Spark in Amsterdam over de rol van diaspora in ondernemerschap. Dat heeft ons geïnspireerd tot de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat diaspora een bijzondere rol spelen bij het ondernemen in fragiele staten;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe het beleid voor Migratie en Ontwikkeling en het bedrijfsleveninstrumentarium, inclusief het Dutch Good Growth Fund, ondernemen in fragiele staten door diaspora beter kunnen stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Laar, Van Veldhoven en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37 (34300-XVII).

De heer Smaling (SP):
De motie lijkt erg op een motie die ik vorig jaar heb ingediend op hetzelfde onderwerp. We hebben gisteren ook even een debatje gehad over de diaspora en over het amendement dat ik de heer Van Laar al een tijd geleden ter inzage had gegeven. Toen had hij er geen behoefte aan. Dus ik ben een beetje verbaasd over deze motie. Wat is nu precies de bedoeling? Is het de bedoeling dat de diaspora er wel bij worden betrokken, maar dat het allemaal via Hivos, Oxfam en de gevestigde witte ngo-orde gaat lopen en dat de diaspora maar moeten zien hoe ze daartussen kunnen komen?

De heer Van Laar (PvdA):


Ik ben mijn woordvoerderschap van Ontwikkelingssamenwerking begonnen met het mogelijk maken van directe financiering van organisaties uit het zuiden. Volgens mij is dat dus een gek verwijt. Het Dutch Good Growth Fund moet een inclusief loket zijn. Daar moeten diaspora terecht kunnen en ook de hulp kunnen krijgen bij aanvragen die ze nodig hebben. Dat is nu in gevallen niet zo. Bij de IGNITE!-conferentie waren veel ondernemers uit diaspora en zij vertelden ook dat zij die ervaring hebben. Zelfs de mensen van het Dutch Good Growth Fund die daar waren, erkenden dat er moeilijkheden waren om voldoende ondersteuning te bieden. Daar komt de motie vandaan. Ook in het algemeen overleg over het Dutch Good Growth Fund hebben we dit punt naar voren gebracht en er met de minister over gediscussieerd. U hebt het toen niet genoemd. Ik weet niet precies wanneer welke motie, et cetera. De afgelopen week had ik mijn moties al klaar. Daarna zag ik uw amendement voorbijkomen. Ik zag dat het amendement niet iets was wat wij konden steunen, omdat wij geen aparte pot voor diaspora willen, maar juist willen dat diaspora gewoon in het Dutch Good Growth Fund mee kan doen. Het is een eenloketgedachte. Ik heb de motie gewoon ingediend, omdat wij het amendement niet kunnen steunen.

De heer Smaling (SP):


Het gaat me niet om het claimen van onderwerpen, want dat is helemaal niet aan de orde. Maar vindt u het niet zelf een beetje een luizenstreek om nu met deze motie komen, terwijl uit onze inbreng toch heel duidelijk is geworden dat dit in het debat een speerpunt voor ons is geweest? Ik vind het echt niet kunnen dat u tijdens dit debat die motie onder mijn neus schuift, terwijl ik een paar weken geleden al met u over dit onderwerp ben gaan praten. Nogmaals, we hoeven geen onderwerpen te claimen. Ik weet niet of dit soort streken typisch iets is voor de Partij van de Arbeid, maar ik heb er geen goed woord voor over.

De heer Van Laar (PvdA):


Dat is helder. Ik kan alleen maar constateren dat wij het bij het afgelopen algemeen overleg over het Dutch Good Growth fund al ter sprake hebben gebracht. Ik heb gesproken op die conferentie. Ik heb gesproken met diasporaondernemers. Het is vanuit die noodzaak en die kennis dat ik deze motie indien. Ik heb er echt geen moment bij stilgestaan dat u hierdoor zo geraakt zou kunnen zijn. Daarom heb ik u ook gewoon die motie voorgelegd met het verzoek om haar mede te ondertekenen. Ik weet dat u het ook een belangrijk punt vindt. Maar als u terugkijkt, kunt u zien dat in mijn hele woordvoerderschap het betrekken van diaspora bij ontwikkelingssamenwerking een belangrijk punt is. Ik heb de minister ook tijdens het laatste debat over Burundi weer opgeroepen om met de diaspora om de tafel te gaan zitten en te bekijken hoe zij bediend kunnen worden en hoe hun grieven gehoord kunnen worden. Dat is een terugkerend thema voor mij. Ik weet dus niet waarom u denkt dat het exclusief uw thema is. Voor mij is het in ieder geval een belangrijk thema. Vandaar deze motie ook in dit debat. Ook in eerste termijn heb ik dit gewoon ingebracht. Het is niet iets wat ik tussen de eerste en tweede termijn verzonnen heb.

De heer Jan Vos (PvdA):


Voorzitter. Ik wil graag beginnen met het bedanken van de minister voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Ik constateer dat we na drie jaar met het beleid van dit kabinet op het gebied van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking een modernisering hebben doorgevoerd die haar weerga niet kent. Daarvoor verdient de minister ook een compliment. Ik heb daar in mijn inbreng wel mijn kanttekeningen bij geplaatst, maar de begroting die nu voorligt, kan vanzelfsprekend op de volledige instemming van mijn fractie rekenen.

En over dat rekenen door de woordvoerders wil ik het nog even hebben. Hoe zal ik dat eens netjes formuleren? Mijn collega Taverne kwam heel netjes uit zijn woorden, maar ik moet toch even terugkomen op de getallen die hij noemde. Ik heb een factcheck laten doen door een andere fractie van goede komaf. Die kwam exact op diezelfde verhouding van 1:2 uit. De heer Taverne moet nog eens goed kijken hoe dat op zijn zakcomputer gaat. Die getallen waren onjuist. Zijn inschatting van de begroting, van de effectiviteit van ontwikkelingshulp, deelt mijn fractie dan ook zeker niet. Ik denk dat de heer Taverne meer heeft met woorden dan met getallen. Dat was een beetje mijn conclusie vandaag.

De voorzitter:
De heer Taverne voelt zich uitgedaagd.

De heer Taverne (VVD):


Het ging zo aardig en dan nu dit! Moet het dan zo, vraag ik de heer Vos. Ik snap dat, ik had ook niet verwacht dat de PvdA-fractie het op voorhand eens zou zijn met alles wat ik namens de VVD-fractie naar voren heb gebracht. Maar ik ga de uitdaging graag aan. Laten wij de algoritmes even naast elkaar leggen en ze daarlangs halen. Dan komen we daar later, ergens in de volgende week, op terug.

De heer Jan Vos (PvdA):


Ik heb twee moties.

De voorzitter:


Ik zie dat de heer Bosma ook nog een vraag heeft.

De heer Bosma (PVV):


De kritiek van de heer Taverne en sowieso van de rapporteurs afgelopen maandag was natuurlijk toch behoorlijk eendimensionaal en helder, namelijk dat de effectiviteit niet valt af te lezen uit de begroting. Is dat iets waar de heer Vos het mee eens is?

De heer Jan Vos (PvdA):


Ik denk dat ik zojuist wel duidelijk heb gemaakt dat ik de minister complimenteer met de wijze waarop zij de modernisering van de begroting heeft ingezet. Ik vind het ook beschamend om te moeten constateren dat het rapporteurschap en de BOR-notitie ertoe moeten leiden dat vertrouwelijke gegevens in de openbaarheid zijn gekomen. Ik vind dat heel erg jammer.

De voorzitter:


De heer Bosma in tweede instantie.

De heer Bosma (PVV):


De heer Taverne heeft een punt van orde. Dat gaat altijd voor.

De heer Taverne (VVD):


De heer Vos refereert aan wat er afgelopen maandag met een interne notitie is gebeurd. Daar heeft hij volkomen gelijk in. Ik denk dat ik ook namens collega Smaling als rapporteur spreek als ik zeg dat dit een buitengewoon ongelukkige situatie was, waar niemand het mee eens was, en dat ik dat betreur. De heer Vos was gisteren niet bij de procedurevergadering, hebben wij vastgesteld. Hij heeft niet aanwezig kunnen zijn toen daar het besluit werd genomen om nader op deze zaak in te gaan, juist om te voorkomen dat notities als deze voortijdig in de publiciteit komen, waarbij ook nog eens het ambtelijk apparaat van de Kamer in een positie wordt gemanoeuvreerd waarin men zich niet kan verdedigen. Ik wil dat vastgesteld hebben en vertrouw erop dat de heer Vos de volgende keer in zijn aanwezigheid daaraan steun zal verlenen.

De voorzitter:


Het punt is gemaakt en de heer Vos mag nu reageren, maar ik constateer dat er iets in een ander overleg is gebeurd. Het lijkt mij verstandig, als dit in de procedurevergadering is besproken, om de kwestie daar een vervolg te geven en niet in dit debat. Maar ik geef u de gelegenheid om even kort te reageren.

De heer Jan Vos (PvdA):


Ik denk dat er een misverstand is ontstaan. Ik heb op geen enkele wijze de heer Taverne willen aanspreken. Ik heb wel via mijn collega Van Laar vernomen dat de besluitvorming heeft plaatsgevonden. De heer Van Laar heeft daaraan namens de PvdA-fractie zijn instemming gegeven. Ik denk dat er nu in de woordenwisseling iets ontstaat wat eigenlijk wellicht op dit terrein op dit moment niet zou hebben moeten plaatsvinden.

De voorzitter:


Volgens mij is dat een mooi einde van deze discussie, die u ongetwijfeld voortzet.

Het woord is aan de heer Bosma voor zijn interruptie in tweede instantie.

De heer Bosma (PVV):
Er moet nog wel iets worden uitgesproken tussen de beide heren, voorzitter, maar daar ga ik niet over.

Mijn vraag ging over effectiviteit en ik kreeg als antwoord dat de modernisering van het beleid van de minister zo geweldig is. Maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag is heel simpel en eendimensionaal: wat vindt de heer Vos van de kritiek van beide rapporteurs, namelijk dat de effectiviteit van het beleid niet valt af te lezen uit de begroting?

De heer Jan Vos (PvdA):
Mijn mening is dat de effectiviteit van de wijze waarop wij onze ontwikkelingsgelden besteden in Nederland zich heel veel beter verhoudt tot die gelden dan de inbreng van de heer Bosma tijdens dit debat.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

De voorzitter:
Het spijt mij echt, maar mevrouw Mulder heeft ook nog een vraag aan u. U bent populair wat betreft vragen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Ik hecht eraan te zeggen dat de rapporteurs hebben vastgesteld dat het heel moeilijk is om aan de hand van deze begroting juist die effectiviteit te kunnen vaststellen. Andere partijen geven dat ook aan. Dat wil niet zeggen dat niet al het beleid dat de minister heeft gevoerd met dikke stapels papier uitgebreid is geëvalueerd. Dat is ook helemaal het punt niet, maar het is heel lastig om in relatie tot deze begroting de effectiviteit te kunnen zien. Daar gaat het nu juist om. Gelukkig heeft de minister toegezegd dat zij de effectiviteit van haar begroting wil verbeteren. Het CDA waardeert dat, maar dit punt wil ik hier wel graag gemaakt hebben, want anders ontstaat er een heel raar beeld over de rapporteurs en over hetgeen wij eerder deze week over deze begroting hebben besproken. Ik heb dan ook geen vraag op dit moment.

De voorzitter:


Wilt u daar nog op reageren?

De heer Jan Vos (PvdA):


Ik geloof dat het meer een mededeling was dan een vraag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het komende jaar de eerste imvo-convenanten dienen te worden gesloten, waarbij het initiatief primair bij het bedrijfsleven hoort te liggen;

overwegende dat in verschillende sectoren reeds multi-stakeholderdialogen zijn opgestart ter voorbereiding van convenanten, en dat de overheid als één van de partijen medezeggenschap heeft over het eindresultaat;

overwegende dat er nog geen duidelijkheid is over de monitoring van dergelijke convenanten;

verzoekt de regering, een steviger positie binnen de onderhandelingen in te nemen door helderheid te verschaffen over monitoring en sancties en door een onafhankelijke imvo-toezichthouder voor de monitoring in het leven te roepen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (34300-XVII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel ontwikkelingslanden een grote economische groeipotentie kennen, maar deze te langzaam op gang komt, waardoor met name jongeren hun land verlaten;

overwegende dat Nederland, in tegenstelling tot diverse andere landen, geen ontwikkelingsbank kent die grootschalige projecten in de publieke sector kan financieren om fundamenten voor economische groei in ontwikkelingslanden neer te leggen;

overwegende dat een dergelijke ontwikkelingsbank de ontwikkelingsimpact van het Nederlandse bedrijfsleven in ontwikkelingslanden vergroot;

overwegende dat ontwikkelingsbanken niet alleen gebruikmaken van nationale ODA-middelen, maar ook (substantieel) kapitaal beschikbaar hebben voor projecten in de publieke sector, waarmee ook EU-gelden kunnen worden gekatalyseerd;

overwegende dat de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO recent haar activiteiten met het financieren van projecten in de publieke sector heeft uitgebreid;

roept de minister op om FMO haar rol als motor achter de implementatie van een strategische investeringsagenda voor Nederland gericht op ontwikkelingslanden verder vorm te geven, en FMO hiertoe te faciliteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Teeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39 (34300-XVII).

De heer Bosma (PVV):
Voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden. Zeker drie regels, dat is al meer dan vorig jaar, dus er zit een stijgende lijn in. Ik vond het eigenlijk wel een leuk debat gisteren, want we hebben er toch een soort APB'tje van gemaakt met z'n allen. Ik interesseer me al een jaar lang voor het klimaat, maar heb daar nooit over kunnen discussiëren. Nu kon dat eindelijk. Over de asielstroom heb ik ook nog nooit iets mogen zeggen, maar gisteren kon dat wel. Dat is toch het leuke van de portefeuille ontwikkelingshulp, dus laten we onze zegeningen tellen.

Verder kan ik het niet leuker maken dan het is, maar met het budget van ontwikkelingshulp zijn minstens vier organisaties gefinancierd die zich bezighielden met genocide: het ANC in Zuid-Afrika, het Frelimo in Mozambique, de MPLA in Angola en de Zanu-PF van Robert Mugabe in Zimbabwe. Al die clubs zijn nu aan de macht en slopen hun landen, en dat doen ze met financiële steun en de zegen van dit ministerie. Dat maakt Nederland medeschuldig en medeplichtig aan de ellende in die landen, aan de corruptie, aan het zakkenvullen, aan het belabberde onderwijs en de stinkende ziekenhuizen.

Denk bijvoorbeeld aan alle wandaden die het ANC nu begaat in Zuid-Afrika. Vanochtend zei parlementariër Anton Alberts in het Zuid-Afrikaanse parlement nog dat het land heel veel primeurs heeft onder het ANC-regime. Ik noem er even vier. Voor de eerste keer kijkt het land in de economische afgrond, voor de eerste keer heeft de valuta bijna de junkstatus, voor de eerste keer is de corruptie alom aanwezig, voor de eerste keer worden boeren massaal vermoord, zodat hongersnood dreigt. Zo werd het vanochtend in het Zuid-Afrikaanse parlement gezegd en zo is het. Er had nog veel meer gezegd kunnen worden, bijvoorbeeld over de 114 rassenwetten, de ANC-apartheid, Zuid-Afrika op weg naar de status van failed state, op weg naar de derde wereld.

Er werd nog iets niet gezegd, namelijk dat het ANC alleen gevestigd kon worden met buitenlandse hulp, onder andere van Nederland. Zo werd de grootste anti-apartheidsorganisatie van het land, Inkatha, vernietigd. Ik snap best dat de minister hier niets over wil zeggen en dat zij zich er met een jantje-van-leiden vanaf wil maken. Dat de ontwikkelingshulp verantwoordelijk is voor genocide, massamoord, martelkampen en het laten verdwijnen van mensen, past natuurlijk niet in de roze, zoete dromen van "moet je ons eens de goedmens zien uithangen"-barmhartigheid met andermans geld. Laten we ook niet vergeten dat het ANC de zusterpartij is van de Partij van de Arbeid.

En kijk eens wat er nu allemaal gebeurt in Angola, in Mozambique en in Zimbabwe. De laatste blanke boeren worden vermoord. Daar heeft meneer Mugabe toe opgeroepen. Meneer Mugabe heeft er bezwaar tegen als er blanke journalisten in de buurt zijn. Mevrouw Mugabe heeft van de week nog even gezegd dat vrouwen die verkracht worden, dat moeten wijten aan het korte rokje dat ze dragen. Dat zijn allemaal mensen die wij hebben gesteund met ons belastinggeld. Daarom dien ik een kleine motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegend dat in de jaren zeventig en tachtig grootscheepse mensenrechtenschendingen plaatsvonden in de vorm van genocides in Mozambique, Angola, Zimbabwe en Zuid-Afrika;

overwegende dat deze massamoorden gebeurden terwijl Nederland desbetreffende bevrijdingsorganisaties en regeringen financierde vanuit het budget voor ontwikkelingshulp;

verzoekt de regering, excuses aan te bieden dat belastinggeld is uitgegeven aan genocideplegende organisaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Bosma
  • Jan Vos

  • Dovnload 280.47 Kb.