Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dovnload 280.47 Kb.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking



Pagina8/8
Datum25.10.2017
Grootte280.47 Kb.

Dovnload 280.47 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bosma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40 (34300-XVII).

De heer Bosma (PVV):
Er is geen enkel bewijs dat er een relatie bestaat tussen economische groei en de 2.500 miljard dollar die het Westen heeft uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Geen enkele. En alleen economische groei draagt bij tot een beter lot van de allerarmsten. Dat er allerlei projectjes zijn die we mogen betalen, geloof ik graag. 800 miljoen condooms naar Afrika geldt als een succes op zich, maar welk gevolg heeft dat? Er is geen bewijs. We strijden tegen de jeugdwerkloosheid in Ghana om een stroom van 60 miljoen mensen tegen te houden. We beïnvloeden wetten in Ethiopië. De heer Asscher was zeer terecht zeer boos over het feit dat Turken in Nederland post kregen van de Turkse overheid, want dat is buitenlandse inmenging. We maken ons zorgen over het aantal vrouwen in de politiek in Rwanda. Ik zou zeggen dat Afrika zichzelf moet ontwikkelen en dat het continent zelf afscheid moet nemen van corruptie. Dat is de allereerste voorwaarde voor economische groei. Afrika doet dat onvoldoende. Dat is helaas een keuze van Afrika, maar die kunnen wij niet beïnvloeden.

Er is geen bewijs voor de effectiviteit van ontwikkelingshulp. Zie het uitstekende debat van afgelopen maandag. Er valt niet vast te stellen wat de effecten van het beleid zijn. Het is niet duidelijk wat nu de successen zijn waarmee geschermd wordt. We weten het niet. We weten uiteindelijk niet wat de resultaten zijn.

De minister sprak over twee planeten. Die zijn er inderdaad. Dat is de planeet van de Gesinnungsethik en de planeet van de Verantwortungsethik. In de wereld van de ontwikkelingshulp geldt de Gesinnungsethik. Het gaat om de intentie. Als de bedoeling maar goed is dan deugt het, ongeacht wat de effecten zijn en ongeacht wat de kosten zijn. Gelukkig snapt het publiek het wel. De planeet Nederland wil vooral op één ding bezuinigen en dat is op die rare ontwikkelingshulp. Ik verheug me op de dag dat die wens de grondslag wordt voor beleid.

De voorzitter:


De heer Klaver heeft nog een vraag aan u, mijnheer Bosma. Ik denk dus dat u nog even moet blijven staan.

De heer Klaver (GroenLinks):


Het is lovenswaardig dat de heer Bosma het heeft over de effectiviteit van beleid. Als je beleidsvoorstellen doet, moeten die goed onderbouwd zijn. Ik hoop ook echt dat de minister goed heeft geluisterd. In dat kader wil ik vragen hoe de PVV daar zelf mee omgaat, bijvoorbeeld bij het idee dat je Nederland zou kunnen beschermen door alle grenzen dicht te gooien. Zou ik daar een effectivteitsonderbouwing van kunnen krijgen? Ik stel deze vraag omdat de heer Bosma juist zo blij was dat hij het ook over migratie en vluchtelingen zou mogen hebben. Ik ben dus heel erg benieuwd hoe effectief dat dan is, waar hij zich precies op baseert, waar de nulmeting is, hoe wij die gaan doen en hoe hij wij dit gaan evalueren.

De heer Bosma (PVV):


De nulmeting is er natuurlijk. Die is nu. Dat is vrij makkelijk te kwantificeren, want je kunt dan gewoon de getallen met elkaar gaan vergelijken. Je kunt bijvoorbeeld ook naar het verleden kijken. Nederland heeft die grenzen altijd gehad. We hebben heel lang grenswachten gehad. Dus daar kun je gewoon naar kijken. Als je dat gaat onderzoeken, dan kijk je gewoon naar wat er nu binnenkomt en naar wat de invloed van beleid is. Als er één beleid makkelijk te kwantificeren is in de toekomst, mits we daartoe overgaan — ik begrijp dat de heer Klaver daar steeds enthousiaster voor wordt — is het dat beleid.

De heer Klaver (GroenLinks):


De heer Bosma heeft kritiek op de minister, dus ik probeer te kijken hoe de PVV dat dan in haar eigen voorstellen doet. Voor de toekomst snap ik nu hoe we dat dan zouden moeten kwantificeren. Hij heeft het er echter ook over dat het heel effectief is. We moeten alleen beleid voeren dat effectief is. Hoezo is het effectief om de grenzen te sluiten? Waar baseert de heer Bosma zich daarbij op?

De heer Bosma (PVV):


Als je de grenzen helemaal zou sluiten, zou er niemand meer in komen. Als je het analyseert op het niveau van effectiviteit, zou dat 100% effectief zijn. Volgens mij wil niemand echter dat de grenzen zo dicht hebben dat er niemand meer in kan. Alleen sommige mensen moet je eruit houden. Dat voer je uit en dat analyseer je en kwantificeer je.

De voorzitter:


De heer Smaling heeft hier ook een vraag over, of over een ander punt.

De heer Smaling (SP):


Het eerste deel van de heer Bosma was een beetje de repeatknop indrukken van de termijn van gisteren. Ik ben toch benieuwd hoe hij het volgend jaar gaat doen. Hij blijft toch gewoon selectief keuzes maken uit onderdelen van de Afrikaanse geschiedenis, vind ik. Hij neemt Mozambique als voorbeeld. Er is een hele periode geweest waarin Frelimo en Renamo daar tegenover elkaar stonden. Er is bijvoorbeeld een heel groot stuwmeer in het noorden van Mozambique, Cahora Bassa, met een dam. Die voorzag het hele land van stroom. Met het behulp van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime heeft Renamo jarenlang consequent die elektriciteitsvoorziening gesaboteerd. Twee kilometer buiten Maputo liep je al risico om een kogel door je kop te krijgen. Toen dat voorbij was, is Mozambique helemaal opgebloeid. Ga nu eens naar Maputo. Dat is een stad die leeft. Chissano, de vorige president, van Frelimo, is een van de meest wijze mannen in Afrika, die daar heel goede dingen doet. Gaat de heer Bosma het daar volgend jaar over hebben?

De heer Bosma (PVV):


Ik heb nog niet besloten waarover ik het volgend jaar zal hebben. Ik laat mij graag beïnvloeden door de heer Smaling, die ook een van de meest wijze mannen van Afrika is, naar ik begrijp. Ik weet verder niet of het zo goed gaat met Mozambique. Ik hoor over dat land eigenlijk alleen maar zeer negatieve verhalen, bijvoorbeeld over de enorme corruptie en over de zakkenvullerij van Frelimo. Professor Smaling is natuurlijk verliefd op Frelimo omdat Frelimo zichzelf altijd heeft gepositioneerd als een socialistische organisatie, maar Frelimi is natuurlijk gewoon een etnisch vehikel van de Tsonga's. Zij maken zo'n 13% van de bevolking uit en wonen vooral in het zuiden, dus vooral ten zuiden van die rivier. Met die Tsonga's gaat het over het algemeen een stuk beter. Die hebben eigenlijk een soort apartheidssysteem ingevoerd. Die Tsonga's worden namelijk overal voorgetrokken. Ik deel de conclusie van professor Smaling dat het zo goed gaat met Mozambique dus helemaal niet. Hetzelfde geldt voor Angola. Dat is ook een Portugese kolonie geweest. De mensen daar gaan nu de straat op. Ze schreeuwen om vrijheid. Mensen die zich verzetten tegen de MPLA verdwijnen achter de tralies. Ik noem de rapper die onlangs weer is gearresteerd. Zo gaat het daar aan de lopende band. De heer Dos Santos, de president en leider van de MPLA, is de rijkste man van het land. Dat is toch niet het socialisme dat u wilt, mijnheer Smaling?

De heer Smaling (SP):


Ik zal hier nu niet meteen de heer Dos Santos gaan verdedigen. Kijk, die landen hebben natuurlijk hun geschiedenis. Over stromingen als de MPLA en de andere bewegingen in Angola en Mozambique is van alles te zeggen. Vaak zit er natuurlijk nog een geschiedenis achter van Europese of Russische inmenging. Het is echter gewoon niet juist om al die landen op een hoop te gooien en daarover te zeggen: het gaat er niet goed en we hebben in die landen veel belastinggeld weggegooid. Je kunt op Mozambique heel veel aanmerken. Misschien worden er nu allemaal delfstoffen weggehaald zonder dat er belasting over wordt geïnd. Mijnheer Bosma, ik neem u een keer mee als ik in de gelegenheid ben. Als u nu naar Mozambique gaat, zult u zien dat het daar echt vele malen beter gaat dan toen het witte apartheidsregime van het buurland daar de boel systematisch ondermijnde. Ik hoop dat u toch eens ook wat boeken gaat lezen waarin dat wordt aangetoond. Het is leuk om naar het cherrypicking van u te luisteren, tenminste als je van een onverwacht betoog houdt, maar het is niet het hele verhaal.

De heer Bosma (PVV):


Vier genocides. Daar valt niets tegenin te brengen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Bij dit debat lijken we een beetje tegen dovemansoren te spreken. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Het debat lijkt namelijk op de debatten die we eerder met Arend Jan Boekestijn hierover hebben gevoerd. Die pleitte ervoor om nou eens aan te tonen dat ontwikkelingssamenwerking zou leiden tot economische groei in Afrikaanse landen. Die discussie hebben we toen met hem gevoerd. Uiteindelijk kwamen we daarbij tot de conclusie dat het doel van ontwikkelingssamenwerking niet zozeer economische groei is, als wel het bestrijden van armoede. Dat moet je met de meest gemarginaliseerde groepen doen. Die komen namelijk niet mee als de economische groei toeneemt. Is de heer Bosma het dus met mij eens dat je dit in het perspectief moet zien van die economische ontwikkeling en van armoedebestrijding? Ik noem als voorbeeld Afghanistan. Daar zijn nu duizenden meisjes meer naar school gegaan dan daarvoor. Dat kun je toch kwantificeren?

De heer Bosma (PVV):


Economische groei is wel altijd het uitgangspunt geweest van het Nederlandse ontwikkelingshulpbeleid. Je hoeft alleen maar de boeken van William Easterly hierover te lezen, of de publicaties van de Wereldbank, zoals Growth is good for the poor. Ik meen dat dat boek van mijnheer Kraay is. Uit zulke werken blijkt dat er geen enkele relatie bestaat tussen enerzijds de 2.500 miljard dollar die het Westen in de Derde Wereld heeft gepompt, en anderzijds economische groei. Andere landen, die niet of nauwelijks ontwikkelingshulp hebben gehad en die, laten we zeggen rond 1950 dirt poor waren, maar wel zelf de goede beslissingen hebben genomen, zijn ongelooflijk gegroeid. Israël was gewoon een woestijn rond 1950. Zuid-Korea was in 1950 platgebombardeerd. Dat land was toen economisch even sterk als Botswana. Zuid-Korea is echter gegroeid en Botswana doet het heel slecht, zoals een groot gedeelte van Afrika het heel slecht doet.

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Als we het over de Aziatische tijgers en de groene revolutie gaan hebben, dan heb je het over een heel ander soort hulp die toentertijd is gegeven. Dat was heel andere hulp dan de hulp die wij nu bij armoedebestrijding geven. Mijn punt is dat je zaken wél kunt kwantificeren. Als wij scholen bouwen en wij zorgen daar deels voor de veiligheid, dan kunnen we zeggen dat er veel meer meisjes naar school zullen gaan. Als wij met de lokale gemeenschap een put slaan en wij doen dat duurzaam, dan komt er water uit die put. Dan hebben mensen schoon drinkwater en dan worden ze niet meer ziek. Dat kun je allemaal kwantificeren en dat heet armoedebestrijding. Dat is het doel van dit ministerie.

De heer Bosma (PVV):


Dat heet armoedebestrijding, zegt de heer Voordewind, maar het heet vaak ook gewoon geldverspilling. Ik heb maandag gezegd dat menig waterput geslagen zal zijn, maar wat gebeurt er als de Europeaanse geldschieter weggaat? Blijft die put er dan? Ik ken veel verhalen en die zijn vaak anekdotisch. Mensen zeggen: de waterput was er. Toen die Europeanen met hun tropenhelmen weggingen, werd de put gesloopt en op de markt verkocht. Ik heb maandag ook al gezegd dat het meestal op korte termijn een leuk project is: het huis wordt gebouwd, het aantal vrouwen in de politiek in Rwanda stijgt met 3%. Gefeliciteerd! Op het moment dat het niet meer het project uit het Westen is, zakt het in de benen, heel vaak bijna altijd. Het is daarom geen armoedebestrijding, maar geldverspilling. Ontwikkelingshulp is diefstal van onze ouderen, zieken en gehandicapten. Die 4,1 miljard moet in Nederland worden uitgegeven en niet in al die corrupte nesten in Afrika.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb een aantal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de toegerekende kosten voor eerstejaarsasielopvang niet direct herkenbaar zijn in de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

overwegende dat het aantal asielzoekers per jaar sterk kan fluctueren en daarmee ook de bijhorende kosten;

verzoekt de regering om de toerekening voor eerstejaarsopvang van asielzoekers aan de begrotingsstaten van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking als zodanig herkenbaar op te nemen in een apart beleidsartikel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (34300-XVII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een innovatiefonds noodhulp bestaat;

overwegende dat bij een ramp naast voedsel, water, tenten en dekens, ook licht en veilige warmte cruciaal zijn voor veiligheid en gezondheid;

verzoekt de regering om met de Dutch Relief Alliance te bespreken of innovatieve duurzame oplossingen als zonnelampen en cookstoves kunnen worden opgenomen in standaardvoorraden die snel kunnen worden ingezet;

verzoekt de regering eveneens, te bespreken of noodhulpgoederen vaker sociaal geproduceerd kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Van Laar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (34300-XVII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland zich internationaal heeft gecommitteerd aan de afspraak dat klimaatfinanciering additioneel moet zijn aan officiële ontwikkelingshulp;

verzoekt de regering om dit onderscheid in de begroting 2017 helder voor de Kamer inzichtelijk te maken, inclusief de bijdragen geleverd door het bedrijfsleven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Agnes Mulder en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (34300-XVII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik begrijp uiteraard dat de minister in een begroting een bijdrage van het bedrijfsleven op een andere manier zou moeten noteren dan haar eigen bijdrage, maar voor de informatie voor de Kamer zou het op prijs worden gesteld.

Ik heb nog twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de middelen in de "Dutch Good Growth Fund"-pijler ten aanzien van exportfinanciering toe te voegen aan de pijler ten behoeve van investeringen in het lokale mkb met behoud van een trekkingsrecht voor eerstgenoemde pijler,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44 (34300-XVII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vrouwen een cruciale rol spelen in het voorkomen van radicalisering en extremisme, alsook bij de wederopbouw na een conflict, zoals ook erkend in de VN-resolutie 1325;

constaterende dat de IOB-evaluatie Actuele situatie in Afrika en het Midden-Oosten benadrukt dat lokale actoren vereist zijn om stabiliteit, democratie, rechtsstaat en bescherming van mensenrechten te bevorderen en dat ook vrouwen daarbij een sleutelrol kunnen spelen;

constaterende dat het kabinet onderschrijft dat met de ondersteuning van democratische transities in de MENA-regio het Nederlands belang gediend is;

verzoekt de regering om binnen bestaande bronnen meer geld te alloceren voor programma's die inzetten juist op het betrekken van vrouwen bij vredesopbouw in de MENA-regio,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (34300-XVII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Sommige dingen zijn onbetaalbaar, zoals het bieden van een veilige abortus, onderdak voor mensen op drift of het tegengaan van kinderarbeid. Dit kost echter wel geld en daarom is het heel goed dat wij een OS-begroting hebben.

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Voorzitter. De belangrijkste vraag is natuurlijk wat er maandag gaat gebeuren met de Najaarsnota. Dan moeten wij immers uitsluitsel krijgen over die 400 miljoen die nodig is om de opvang van de eerstejaarsasielzoekers te kunnen betalen. Anders slaat een en ander een enorm gat in de begroting van deze minister. Ik kijk reikhalzend uit naar maandag. Ik hoop niet dat wij een heropening van dit debat nodig hebben, maar dat wij gerust worden gesteld door de bedragen die wij maandag zien.

Dat heeft alles te maken met de motie-Slob.

De heer Bosma (PVV):
Er zitten in deze begroting natuurlijk allerlei gevoeligheden voor de ChristenUnie, voor paradepaardjes en lievelingsprojecten. Misschien wordt er straks 300, 400 of 500 miljoen, wie zal het zeggen, op deze begroting verschoven. Blijft de ChristenUnie deze begroting hoe dan ook steunen?

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Wij zullen afwachten wat er maandag gebeurt. Wij klagen niet alleen maar, maar proberen ook constructief mee te denken met het kabinet. Bij de Algemene Beschouwingen hebben wij een motie ingediend om het hele kabinet op te roepen om deze minister bij te springen en haar gaten te vullen. De minister had immers niet kunnen voorzien dat zo veel mensen in korte tijd beslag moeten leggen op haar begroting. Als dit niet gebeurt, is zij gedwongen om haar eigen begroting als het ware op te eten. Dan blijft er minder geld over voor de armoedebestrijding. Wij zullen maandag afwachten. Als het gat net zo groot blijft als het nu is, zullen wij een heropening van het debat vragen. Zo kan de minister immers het volgende jaar niet in.

De motie-Slob behelsde niet alleen meer geld voor de opvang in Nederland, maar ook voor de opvang in de regio. Voor volgend jaar zien wij daar de fondsen ook teruglopen. Wij hebben een amendement ingediend om in ieder geval bij te plussen, gericht op die gebieden waar nog maar weinig bereik is van de internationale gemeenschap, bijvoorbeeld Oost-Oekraïne, maar ook Noord-Irak, waar ook dringend hulp nodig is.

Ik heb de volgende vier moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft toegezegd om in ieder geval in 2016 25% van het budget te besteden via de maatschappelijke organisaties;

verzoekt de regering om toe te zien op de besteding van die 25% van de ODA-middelen via het maatschappelijk middenveld in 2016, en de Kamer hierover te rapporteren bij de Voorjaarsnota,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46 (34300-XVII).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Deze motie is een beetje in lijn met de motie die collega Mulder afgelopen maandag indiende, vandaar dat wij haar gezamenlijk hebben ingediend.

De heer Van Laar (PvdA):


Een korte vraag. Die doelstelling delen wij en die heeft de minister ook bevestigd. De moties blijven echter worden ingediend, nu eens om bij de Voorjaarsnota, dan weer om in mei en vervolgens weer om in juni te rapporteren. Elke keer constateren wij echter dat wij pas na afloop van het jaar weten hoe hoog het percentage is geweest. Het hele jaar worden er immers toezeggingen gedaan, lopen er aanbestedingen et cetera. Waarom dient u elke keer dezelfde motie in, waar wij dan weer tegen moeten stemmen, terwijl wij het over het punt gewoon eens zijn?

De heer Voordewind (ChristenUnie):


Ik vraag de heer Van Laar niet om tegen deze motie te stemmen en ik vraag hem ook niet om tegen de andere moties te stemmen. Sterker nog, ik denk dat wij allemaal aan dezelfde kant staan, ook de minister. Alleen, het is voor ons natuurlijk lastig om er inzicht in te krijgen als wij het niet transparant krijgen. Wij hebben nu de cijfers ontvangen over 2014. De minister kan nog geen cijfers geven voor 2015, maar zij geeft al wel een weerwaarschuwing voor 2016, aangezien de kosten voor de eerstejaarsopvang stijgen en het percentage dus waarschijnlijk zal dalen. Daarom vragen wij tussentijds hoe het ermee staat. Dus: gaat het goed? En: kunnen wij u nog helpen door het kostbare en efficiënte kanaal van het maatschappelijk middenveld in te zetten?

De heer Van Laar (PvdA):


In de jaarstukken kunnen wij de cijfers over 2015 verwachten — dat kunnen wij ook vragen van de minister — maar niet tussentijds, want dan weten wij nog steeds niet hoe het jaar eruitziet. Het is jammer dat het zo moet, maar zo moet het.

De heer Voordewind (ChristenUnie):


We zullen afwachten wat het oordeel van de minister is, want zij was in eerste termijn positief over de transparantie. Zij wil die ook geven. Die 25% blijft ook haar inzet. Ik zie daar niet een-twee-drie problemen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de werkwijze van de Dutch Relief Alliance effectief en efficiënt is;

van mening dat het wenselijk is om 25% van het ontwikkelingsbudget via maatschappelijke organisaties te laten lopen;

verzoekt de regering, de werkwijze en financiering van de Dutch Relief Alliance langjarig door te zetten binnen het beleid voor humanitaire hulp,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47 (34300-XVII).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
De volgende motie dien ik in om een amendement langjarig structureel te laten doorlopen. Zij heeft betrekking op mijn gewijzigde amendement op stuk nr. 33.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sociale beschermingsprogramma's van UNICEF in Zimbabwe, Mozambique, Malawi en Zambia jarenlang door Nederland zijn gesteund en veel weeskinderen hebben beschermd die slachtoffer zijn van hiv en aids;

verzoekt de regering om de sociale beschermingsprogramma's voor aidswezen structureel en langjarig te steunen, in lijn met het gewijzigde amendement-Voordewind c.s. (34300-XVII, nr. 33),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48 (34300-XVII).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Mijn laatste motie gaat over de financiële problemen waar we het nu over hebben en bevat het verzoek om te bekijken of we daar in de toekomst een andere financieringsstructuur voor kunnen bedenken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er volgens de Algemene Rekenkamer vooralsnog geen structurele oplossing is om de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers te dekken;

verzoekt de regering, met voorstellen te komen voor een structurele oplossing vanaf 2017 om bovengemiddelde kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers tijdig te ondervangen, en de benodigde extra uitgaven buiten het huidige én toekomstige ontwikkelingsbudget te zoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49 (34300-XVII).

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Ik was op veel voorbereid, maar niet op het feit dat ik vandaag de dagsluiting namens de Kamer zou mogen doen. Ik heb geen stichtelijke woorden voorbereid. Ik heb slechts een aantal moties en weinig tijd.

In tweede termijn ga ik in op twee onderwerpen. Allereerst ga ik in op de klimaatfinanciering, zoals ik al had aangekondigd. Ik vind het juist belangrijk dat we voor de lange termijn zekerheid geven. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat klimaatverandering een van de grootste mondiale risico's vormt en dat de Wereldbank waarschuwt dat 100 miljoen mensen wereldwijd weer terug kunnen vallen in armoede;

constaterende dat een langetermijnvisie en commitment van Nederland op het gebied van internationale klimaatfinanciering nodig is, waarin wordt aangegeven wat Nederland wil uitgeven, waar Nederland dat aan uitgeeft en welke impact we daarmee willen bereiken;

constaterende dat duidelijkheid over klimaatfinanciering van belang is voor ontwikkelingslanden als basis om hun beleid op in te richten;

verzoekt de regering, een meerjarenplan klimaatfinanciering vast te stellen tot 2020 en hierover jaarlijks te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 50 (34300-XVII).

De heer Klaver (GroenLinks):
In eerste termijn heb ik het ook gehad over de investeringsverdragen, de investeringsbeschermingsovereenkomsten en ISDS, dat daarin zit. Ik dank de minister voor de schriftelijke beantwoording en de informatie die daarbij zat. De lijst met bedrijven die via Nederland arbitragezaken aanspannen, is veelomvattend. Ik vind het goed dat dit inzicht er is. Daarom zou ik die lijst graag jaarlijks willen ontvangen. Daartoe dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat investeerdersbescherming (ISDS) in investeerdersbeschermingsovereenkomsten niet transparant is;

constaterende dat 11% van de bekende ISDS-claims via Nederland loopt;

constaterende dat het aantal bekende ISDS-zaken snel stijgt;

verzoekt de regering, de Kamer jaarlijks bij de begroting te informeren welke bedrijven via Nederland een ISDS-zaak hebben aangespannen, met vermelding van de hoogte van de claim, of hebben beëindigd, met vermelding van de uitkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Jan Vos, Jasper van Dijk en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51 (34300-XVII).

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik dank de minister nogmaals voor de schriftelijke beantwoording. Daardoor kwam ik er ook achter dat de focus die ik eerst had op TTIP, die zich verlegde naar de IBO's, zich ook zou moeten richten op de Energy Charter Treaty. Dat is niet een bilateraal, maar een multilateraal verdrag. Ik hoop dat de minister zich wil inspannen om dat verdrag te herzien, omdat veel zaken die milieugerelateerd zijn, via dat verdrag lopen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er meer dan zestig geschillen tussen investeerders en staten (ISDS) onder het Energy Charter Treaty zijn aangespannen;

constaterende dat wijzigingen in het energiebeleid in het belang van klimaat, veiligheid en gezondheid belemmerd kunnen worden door het Energy Charter Treaty;

verzoekt de regering om zich in te zetten om het Energy Charter Treaty te herzien zodat geen ISDS-zaken meer aangespannen kunnen worden vanwege verduurzaming van het energiebeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 52 (34300-XVII).

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik zie dat ik nog enkele seconden over heb. Die wil ik gebruiken om nog iets te zeggen over de verantwoording van de minister, want ik kon niet bij het overleg van maandag zijn. Het zou niet terecht zijn om te zeggen dat de minister zich niet verantwoordt over het beleid. Ik sluit mij echter wel bij de rapporteurs aan in die zin dat de informatie in de begroting ook wat mij betreft niet voldoende is. Ik vraag niet om meer informatie, maar om een betere ontsluiting van alle beschikbare informatie, zodat de Kamers hun controlerende taak beter kunnen uitvoeren.

De voorzitter:


Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de tweede termijn van de Kamer. Ik constateer dat de minister een kwartier nodig heeft voor haar reactie op alle moties.

De vergadering wordt van 23.24 uur tot 23.40 uur geschorst.

Minister Ploumen_:_Ik_ga_daarnaar_streven._Ik_weet_niet_of_het_kan,_maar_ik_ga_daar_zeker_naar_streven._De_voorzitter'>Ploumen_:_Dat_moet_voor_het_kerstreces_kunnen,_want_ik_neem_aan_dat_we_dit_zo_op_kunnen_zoeken._De_heer_Klaver'>Ploumen:
Voorzitter. Ik heb een paar vragen, een paar amendementen en een aantal moties om te behandelen. Ik zal ze snel doorlopen. Mevrouw Mulder vroeg uit welke pot het EU-fonds wordt gevuld. Het komt niet uit begrotingssteun van de Commissie. Voor het grootste deel komt het uit het Europees Ontwikkelingsfonds, reserves en reeds geplande relevante regionale en nationale programma's. Er komt ook geld uit andere instrumenten van de Europese Commissie, zoals het Europese nabuurschapsinstrument, het ontwikkelingssamenwerkingsinstrument en humanitaire hulp.

Wat is de leverage van het Climate Investor One Fonds, moest ik de heer Vos van de PvdA nog vertellen. De ambitie van FMO is €1 publiek en €10 privaat geld. Dat is zelfs twee keer zoveel als sommige andere fondsen. Voor het klimaatfonds met de institutionele beleggers is het nog wat vroeg om te zeggen, maar als we het Deense voorbeeld volgen, zou de verhouding 1 op 5 zijn.

De heer Taverne vroeg mijn visie op de 0.7-norm. Die heb ik overigens al eerder schriftelijk uiteengezet. Het is misschien goed om te zeggen dat Nederland inzet op vernieuwing en modernisering van de norm. Ik meen dat ik een aantal schriftelijke vragen erover beantwoord heb. Ik neem aan dat we er nog wel een keer over zullen spreken.

De heer Taverne (VVD):


Er wordt eindeloos over die norm gepraat, maar de hoogte ervan wordt gek genoeg niet ter discussie gesteld. Die is ooit door Jan Tinbergen uit de hoge hoed getoverd. Als je binnen de norm wilt moderniseren, is dat allemaal prachtig, maar ik wil graag weten waarom de hoogte niet ter discussie wordt gesteld.

Minister Ploumen:


In het IBO-rapport wordt de hoogte wel degelijk ter discussie gesteld. Het debat over de hoogte begint natuurlijk met de vraag wat je ermee wilt bereiken. De heer Taverne wordt op zijn wenken bediend met dat rapport.

Mevrouw Mulder vroeg wanneer welke tenders worden opengesteld. De meeste zijn afgerond. Voor Voice hebben organisaties kunnen indienen en worden de resultaten bekendgemaakt, of zijn ze begonnen. Samenspraak en Tegenspraak, SRGR Partnerschappen, FLOW en de nieuwe Product Development Partnerships beginnen allemaal op 1 januari 2016. Dat zijn dus done deals. Voor Voice zijn de aanvragen ingediend en zullen de vijf overgebleven aanbieders in december worden gevraagd om hun voorstellen in te dienen. Het Nationaal Actieplan 1325 gaat een nieuwe fase in. Het beleidskader wordt in het voorjaar van 2016 gepubliceerd. Van Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid start ook in 2016 de nieuwe ronde. Dit overzicht is waarschijnlijk niet helemaal compleet. Ik zeg mevrouw Mulder graag toe dat ik haar een overzicht toestuur.

Ik zal de amendementen langslopen.

Het amendement op stuk nr. 7 van de heer Van Klaveren ontraad ik.

Over het amendement op stuk nr. 8 van de leden Ten Broeke en Servaes laat ik het oordeel aan de Kamer.

Het amendement op stuk nr. 9 van de heer Smaling ontraad ik. Ik heb al gezegd waarom. Ik vind dat alle middelen moeten openstaan voor iedereen. Ik zie de aansporing van de heer Smaling om nog eens goed te kijken naar de toegankelijkheid. Ik zal me er zeer voor inzetten om ervoor te zorgen dat de toegankelijkheid adequaat wordt, als die niet voldoende is.

Over het amendement op stuk nr. 17 van de leden Van Laar en Van Veldhoven over kinderarbeid laat ik het oordeel aan de Kamer.

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 18 van de leden Van Laar en Smaling over een verschuiving binnen het voedselzekerheidsbudget laat ik aan de Kamer.

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 19 van de leden Smaling en Teeven, dat het amendement op stuk nr. 10 vervangt, over Wings for Aid laat ik aan de Kamer. Ik zeg daarbij dat het wat mij betreft om een bedrag van maximaal 1,5 miljoen zou moeten gaan. Dit is gebaseerd op de kennis die wij nu hebben over het voorstel. Er moet nog een ordentelijk voorstel voor komen. Daar is bij de hulporganisaties natuurlijk vraag naar. Dit gezegd hebbende, laat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer. Ik vind het een interessant plan.

Het amendement op stuk nr. 20 van de leden Voordewind en Smaling over Voice ontraad ik. Ik heb al in eerste termijn gezegd waarom we gaan beginnen op basis van een evaluatie. Als die evaluatie positief is, sta ik er zeer voor open om hier opnieuw naar te kijken.

Het amendement op stuk nr. 23 van de heer Taverne c.s. gaat over het zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen. Ik dank de heer Taverne daarvoor en laat het oordeel over het amendement aan de Kamer. Het is altijd goed om meer mensen in je support group te krijgen.

Het amendement op stuk nr. 24 van de leden Smaling en Mulder, dat het amendement op stuk nr. 15 vervangt, gaat over meer middelen naar ambachtsscholen en vakopleidingen. Gered Gereedschap wordt er ook in genoemd. Ik sta daar zeer sympathiek tegenover, dus ik laat het oordeel over het amendement aan de Kamer. Dit lijkt me een goed plan.

Het amendement op stuk nr. 25 van mevrouw Van Veldhoven en de heer Van Laar gaat over het voorkomen van onveilige abortus. Ik heb al uitgesproken dat ik daar zeer voor ben. Ik laat het oordeel over dit amendement aan de Kamer.

Het amendement op stuk nr. 26 van de leden Smaling en Taverne vervangt het amendement op stuk nr. 16. Ik heb al gezegd dat ik het belangrijk vind om gezondheidssystemen te steunen. Ik zet er ook zeer op in dat dat een onderdeel wordt van het gewone werk, onder andere bij het Global Fund. Zo moet het zijn. We moeten dat niet hoeven pushen en we moeten daar geen nieuwe begrotingsregels voor nodig hebben. Ik blijf me daarvoor inzetten, maar ik ontraad dit amendement.

Het amendement op stuk nr. 27 van de heer Voordewind vervangt het amendement op stuk nr. 22. Het gaat over een verschuiving binnen het Relief Fund naar het DRA, Oost-Oekraïne en Noord-Irak. Ik laat het oordeel over dit amendement aan de Kamer. De noden zijn daar hoog, zo zeg ik de heer Voordewind na.

Het oordeel over het amendement op stuk nr. 33 van de heer Voordewind c.s. over extra middelen naar social protection laat ik aan de Kamer. Dit amendement heeft zeker mijn sympathie. Het vervangt het amendement op stuk nr. 21.

Ik kom nu bij de moties. De motie van de heer Smaling op stuk nr. 28 over zelfreflectie wil ik ontraden. We doen dat steeds op basis van evaluaties en beleidsdoorlichtingen. Daarop volgt eventueel een bijstelling. Ik heb me eraan gecommitteerd om er met de Kamer aan te werken dat we de uitkomst van die reflecties nadrukkelijker in de begroting laten zien. Ik hoop dat de heer Smaling, de rapporteur van afgelopen maandag, mijn oordeel over deze motie in die zin wil zien. Ik committeer me aan wat we toen hebben afgesproken. Dat lijkt mij in de geest van wat hij beoogt.

De heer Smaling (SP):


Er zijn natuurlijk allerlei zelfevaluaties, maar deze motie is toch een soort extreme make-over. Omdat de minister zoiets zelf ook recent heeft doorgemaakt, dacht ik dat dit bij haar misschien beter zou vallen dan hoe zij het net verwoordde.

Minister Ploumen:


Laat ik het zo zeggen. De heer Smaling vraagt om een soort meta-evaluatie. We zijn nu juist bezig met een aantal beleidsdoorlichtingen die samen aangeven wat we anders zouden kunnen doen. Om het even oneerbiedig te zeggen: ik zie geen aanleiding om daar nog een kopje bovenop te zetten. Ik denk dat de heer Smaling in de loop van 2016 zal merken dat we hier juist op een aantal terreinen aan tegemoetkomen. Ik heb dus geen behoefte meer aan een aparte meta-evaluatie.

De heer Smaling (SP):


Ik hoop natuurlijk nog steeds dat deze motie wordt aangenomen, maar mocht dat niet het geval zijn, dan vraag ik de minister om op vrijdagochtend naast minister Schultz van Haegen te gaan zitten en te vragen hoe dat hele proces van de Omgevingswet haar bevallen is. Daar doel ik namelijk op.

Minister Ploumen:


Ik spreek daar herhaaldelijk over met collega Schultz. Ik hoor wat de heer Smaling zegt en zal zeker nagaan of ik hem daar af en toe in tegemoet kan komen als dat aan de orde is in debatten.

De motie-Taverne op stuk nr. 29 gaat over ambitie voor de exportfinanciering. Dat is een goed plan. Ik laat deze motie aan het oordeel van de Kamer.

De motie op stuk nr. 30 is ingediend door de heer Taverne en een aantal van zijn vrienden. Ik vind de motie zeer sympathiek en laat haar aan het oordeel van de Kamer.

Dan kom ik op de motie-Agnes Mulder/Smaling op stuk nr. 31. Ik heb net al iets gezegd over de wijze waarop het EU trust fund is opgebouwd. Er rest mij niets anders dan deze motie te ontraden.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
De minister gaf aan uit welke bronnen het geld kwam voor dit fonds. Vindt de minister niet dat het geld meer uit de algemene begrotingssteun zou moeten komen dan uit andere delen van dat Europese ontwikkelingsfonds?

Minister Ploumen:


Ik meen dat de Europese Commissie en de Europese Raad een afweging hebben gemaakt. Zij hebben bekeken welke middelen nog vrij waren of vrij te maken waren op korte termijn om dit te steunen. Er is een aantal afspraken gemaakt over algemene begrotingssteun. We kennen elkaars positie hierover: mevrouw Mulder en ik zijn er niet per se fan van, als ik het zo mag zeggen. Het zijn wat langer lopende verplichtingen, dus ik denk dat de Commissie daarin gewoon een verstandige, nuchtere afweging heeft gemaakt.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Ik dank de minister voor deze toelichting.

Minister Ploumen:


De motie-Agnes Mulder/Taverne op stuk nr. 32 ontraad ik. Ik heb gezegd dat collega Dijkhoff en ik juist het advies van de ACVZ willen volgen en zeer scherp willen nagaan welke interventies het best zijn. Ik wil niet dat jongeren die toch al geen kans hebben, daar op deze manier de dupe van zouden kunnen worden.

De motie-Van Laar c.s. op stuk nr. 34 gaat over Meerjarige Strategische Plannen. Daarin moet, waar dat nog niet aan de orde is, meer aandacht voor migratie komen. Die motie zie ik als ondersteuning van beleid en laat ik aan het oordeel van de Kamer.

De motie-Van Laar c.s. op stuk nr. 35 over de situatie in Ethiopië is overbodig, want er is een internationale vraag van Ethiopië binnengekomen bij de Verenigde Naties om het land bij te staan om de hongersnood af te wenden. Daarmee is de motie overbodig en ontraad ik haar. Gelukkig is er gebeurd wat de heer Van Laar en een aantal anderen graag zagen gebeuren.

De motie-Van Laar/Voordewind op stuk nr. 36 betreft iets wat organisaties al doen. Noodhulporganisaties werken vanuit het humanitair imperatief en zorgen ervoor dat juist de allerzwaksten bereikt worden. Daarmee is het beleid en is de motie overbodig.

De voorzitter:
"Overbodig" betekent "ontraden", toch?

Minister Ploumen:


Ja, ontraden.

De voorzitter:


Dat oordeel hebben we nodig voor de leden.

Minister Ploumen:


De motie is mij sympathiek, maar het is staand beleid. Je zou ook kunnen zeggen: ondersteuning van het beleid, dus oordeel Kamer. Wat u wilt, voorzitter.

De voorzitter:


Nee, het is uw keuze. Ik ben hier geen partij in.

Minister Ploumen:


Het is het wezen van noodhulporganisaties om dit zo te doen, dus laat ik hartelijk zijn: de motie is ondersteuning van beleid en daarmee laat ik haar aan het oordeel van de Kamer.

De heer Van Laar (PvdA):


Het rapport van de Dutch Coalition on Disability and Development wil ik toch van harte aanbevelen. Daaruit blijkt juist dat heel veel mensen niet bereikt worden. Ook al zouden noodhulporganisaties het wel proberen, dan slagen zij er blijkbaar niet in. Er is dus toch extra inzet nodig. Daarom heb ik deze motie ingediend.

Minister Ploumen:


Dan is het maar goed dat ik mijn advies over de motie heb omgezet in "oordeel Kamer". Ik spreek de desbetreffende organisatie binnenkort en zal dan specifiek inzoomen op dit rapport, op verzoek van de heer Van Laar.

De motie op stuk nr. 37 zie ik als een ondersteuning van het beleid en daarover laat ik het oordeel aan de Kamer.

Ik wil de heer Vos vragen om zijn motie op stuk nr. 38 van de heer Vos over de toezichthouder en de imvo-convenanten aan te houden. De volgende week spreken wij in het algemeen overleg over het imvo juist over dit onderwerp en dan kunnen wij dit wat nader uitdiepen.

De voorzitter:


Ik kijk even naar de heer Vos.

De heer Jan Vos (PvdA):


Volgaarne voldoe ik aan het verzoek van de minister.

De voorzitter:


Op verzoek van de heer Jan Vos stel ik voor, zijn motie (34300-XVII, nr. 38) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ploumen:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 39 van de leden Vos en Teeven over strategisch investeren. Ik zie deze motie als een ondersteuning van mijn beleid en laat dus het oordeel aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 40 van de heer Bosma ga ik ontraden. Ik deel zijn analyse en de verbanden die hij legt niet.

De motie op stuk nr. 41 van mevrouw Van Veldhoven gaat over het verzoek om de toerekening van de eerstejaarsopvang in de begrotingsstaat op te nemen. Dat moet ik ontraden, want het staat op de begroting van Veiligheid en Justitie. Ik herhaal dat HGIS een integraal overzicht biedt van al die kosten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Wij hebben wel een integraal overzicht van de kosten, maar we weten niet hoeveel daar van de begroting van OS betaald moet worden. Om die reden heb ik de minister gevraagd om eens na te denken over een apart beleidsartikel binnen haar begroting, waaruit de kosten betaald kunnen worden die vervolgens moeten worden overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie. Als de minister daar nog over wil nadenken en schriftelijk wil reageren, ben ik gaarne bereid om deze motie even aan te houden. Het is toch belangrijk dat we inzicht krijgen daarin.

Minister Ploumen:


Ik deel de wens om meer inzicht te krijgen. Ik ga graag in op het aanbod van mevrouw Van Veldhoven om de motie nog even aan te houden. Ik kom daarop terug met een schriftelijke reactie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Dan houd ik de motie even aan.

De voorzitter:


Op verzoek van mevrouw Van Veldhoven stel ik voor, haar motie (34300-XVII, nr. 41) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ploumen:
Het oordeel over de motie op stuk nr. 42 laat ik aan de Kamer. Ik vind het een prima initiatief. Ik heb vorige week een rapport ontvangen over de wijze waarop energievoorziening aan vluchtelingen duurzamer kan. Ik heb toen ook gezegd dat ik mij op de World Humanitarian Summit daarvoor zal inzetten. De motie is mij zeer sympathiek en ik laat het oordeel aan de Kamer.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 44 van mevrouw Van Veldhoven. Deze motie moet ik ontraden. Twee weken geleden heb ik in een brief aangegeven hoe wij met de middelen omgaan. Ik heb ook aangeven dat we in Spoor 3 nog specifieke interventies zullen plegen. Dat wil ik graag doen en om die reden wil ik de motie ontraden.

De voorzitter:
U bent de motie op stuk nr. 43 vergeten. Anders raken de leden in de war.

Minister Ploumen:


Pardon. Erger nog, ik heb de motie op stuk nr. 43 niet. Misschien kan iemand mij die snel aanreiken. Via u, voorzitter, dank ik de heer Teeven hartelijk.

De motie op stuk nr. 43 van mevrouw Van Veldhoven en mevrouw Mulder gaat over klimaatfinanciering en gevraagd wordt of ik dit in de begroting voor 2017 inzichtelijk wil maken. Ik laat het oordeel aan de Kamer. Ik zal mij daarop voorbereiden en zal kijken hoe we dat het beste kunnen doen. Er zitten wat voetangels en klemmen aan, maar dat weten mevrouw Van Veldhoven, mevrouw Mulder en de heer Smaling.

Dan kom ik aan de motie op stuk nr. 44.

De voorzitter:


Die hadden we gehad.

Minister Ploumen:


Die was ontraden. De motie op stuk nr. 45 zie ik als een ondersteuning van het beleid en laat ik dus aan het oordeel van de Kamer.

Het oordeel over de motie op stuk nr. 47 van de heer Voordewind en mevrouw Mulder laat ik aan de Kamer. Het blijft mijn ambitie om die 25% te besteden via maatschappelijke organisaties. Het wordt wel lastig, maar ik rapporteer graag over de voortgang.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 47 van de heer Voordewind. Die moet ik helaas ontraden, niet om inhoudelijke maar om procedurele redenen. Die motie gaat verder dan 2017 en zo ver reikt de horizon van dit kabinet niet. De motie op stuk nr. 47 wordt dus ontraden.

De motie op stuk nr. 48 van de heer Voordewind gaat over social protection. Ik zie die motie als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel daarover graag aan de Kamer.

Ik ontraad de motie op stuk nr. 49 van de heer Voordewind, wederom omdat daarin wordt gesproken om met voorstellen te komen voor een structurele oplossing vanaf 2017. Zover reikt de horizon van Rutte II niet.

Ik verval in herhaling, maar ook de motie op stuk nr. 50 van de heren Klaver en Vos gaat voorbij onze horizon. Ik weet dat de heren daar juist een probleem in zien. Dat is toch gewoon even zoals de situatie nu is. Ik moet die motie dus helaas ontraden.

De motie op stuk nr. 51 gaat over investeringsbescherming, het aantal ISDS-zaken en het geven van informatie daarover. Ik ben zeer welwillend, maar ik zou de heer Klaver willen vragen of hij de motie zou willen aanhouden, want ik wil even kijken welke informatie openbaar is. De overheid heeft geen rol in die geschillen en beschikt dus ook niet over die informatie. Ik zou dat dus graag even willen checken voordat ik met een gul gebaar zeg dat ik het ga doen en dat vervolgens blijkt dat het om redenen buiten mijzelf en buiten de heer Klaver niet kan. Als hij dat wil doen, zou ik dat fijn vinden.

De heer Klaver (GroenLinks):


Daar ben ik natuurlijk altijd toe bereid, want ik wil graag dat de motie wordt uitgevoerd. Dan zou ik wel de minister willen vragen wanneer ik een reactie tegemoet kan zien.

Minister Ploumen:


Dat moet voor het kerstreces kunnen, want ik neem aan dat we dit zo op kunnen zoeken.

De heer Klaver (GroenLinks):


Volgens mij is het niet zo heel ingewikkeld, dus die informatie zou wellicht voor de stemmingen van aanstaande dinsdag beschikbaar kunnen zijn. Als dat zou kunnen, heeft dat de voorkeur.

Minister Ploumen:


Ik ga daarnaar streven. Ik weet niet of het kan, maar ik ga daar zeker naar streven.

De voorzitter:


Als de heer Klaver de motie niet aanhoudt, wat is uw advies dan?

De heer Klaver (GroenLinks):


Ik houd de motie nu aan. Dat geeft de minister wat rust. Ik ga ervan uit dat er voor dinsdag een antwoord is.

De voorzitter:


Op verzoek van de heer Klaver stel ik voor, zijn motie (34300-XVII, nr. 51) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Taverne (VVD):
Ik heb een klein punt van orde. De motie op stuk nr. 51 en ook de volgende motie zijn ondertekend door collega Jasper van Dijk, maar hij heeft niet aan het debat deelgenomen.

De voorzitter:


Dat mag volgens mij gewoon. Hij mag niet als eerste, dus als indiener onder de motie staan. Dat kan niet, maar zijn naam kan er wel bij staan. Er is procedureel dus niets aan de hand. Dan is dat ook weer opgehelderd.

De heer Klaver (GroenLinks):


De minister heeft al gesproken over de motie op stuk nr. 50. Dat ging heel snel. De minister heeft die motie ontraden. We hebben het debat over die meerjarenraming en over het feit dat je best over een horizon van een kabinet heen kunt kijken, al eerder gevoerd. Wat nu als ik er in plaats van een meerjarenplan een meerjarenraming van maak?

Minister Ploumen:


De heer Klaver is niet voor één gat te vangen. Dat komt op hetzelfde neer. Dat betekent toch dat wij een pad uitstippelen op een weg die wij niet meer zelf zullen aflopen. Dat is dus toch ingewikkeld voor mij. Ik blijf dus bij mijn oordeel. Ik zie dat de heer Klaver hulptroepen heeft. Ik heb het zeker al gedaan?

De heer Klaver (GroenLinks):


De heer Klaver is zeker niet voor één gat te vangen, zeker niet met zulke goede collega's als mevrouw Van Veldhoven. Dat gebeurt regelmatig. Uw hele begroting staat er vol mee. Sterker nog, ik heb bijvoorbeeld naar het MIRT verwezen, naar de investeringsagenda voor het asfalt. Daarin wordt het zelfs vastgelegd tot 2028. Dat zijn niet eens ramingen, het is vastgelegd. Ik vind het prima als mijn moties worden afgewezen — dat zijn we gewend — maar de argumentatie kan nog wel wat aan kracht winnen. Volgens mij klopt het niet of is het in ieder geval inconsistent wat de minister zegt. Wellicht wil zij er schriftelijk op terugkomen waarom dit echt niet kan. Als zij het niet wil, mag zij het nu ook zeggen, dan hoor ik dat graag. Maar dat het niet kan, is onzin.

Minister Ploumen:


Ik denk daar natuurlijk toch anders over, maar ik vind het geen enkel probleem om daarover nog nadere informatie te verstrekken.

De voorzitter:


Maar vooralsnog houdt u het bij "ontraden"?

Minister Ploumen:


Ja, vooralsnog houd ik het echt bij "ontraden", absoluut.

De voorzitter:


Dan is dat helder voor de Handelingen. En u zegt toe dat u er nog schriftelijk op terugkomt.

De heer Klaver (GroenLinks):


Ik ben blij dat de minister erop terugkomt, maar deze motie houd ik niet aan.

Minister Ploumen:


Die indruk had ik ook helemaal niet.

Dan kom ik nu bij de laatste motie, ook van de heer Klaver, op stuk nr. 52. Ik laat het oordeel over de motie aan de Kamer, want het is ondersteuning van beleid. Als er een nieuwe vorm is, wil ik dat die uiteindelijk alle investeringsovereenkomsten, inclusief het Energy Charter, gaat betreffen. Dan eindigt de avond voor de heer Klaver toch nog een beetje opgewekt.

De heer Van Laar (PvdA):
Er was een motie over Ethiopië. Die gaan wij intrekken. Het betreft de motie op stuk nr. 35. Maar ik ga de minister wel heel scherp volgen, want als het toch niet blijkt te kloppen — volgens mijn informatie klopt het niet — gaan wij de minister daarover nog wel tot de orde roepen, om het maar zo te zeggen.

De voorzitter:


Aangezien de motie-Van Laar c.s. (34300-XVII, nr. 35) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de beraadslaging. Ik dank de minister, de woordvoerders van de Kamer en alle mensen die dit debat hebben gevolgd.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:


Aanstaande dinsdag zullen wij stemmen over de moties. Aanstaande donderdag wordt er gestemd over de amendementen die bij deze begroting horen.

Sluiting


Sluiting 00.07 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 30 - 2015-2016



Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.


Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.



1   2   3   4   5   6   7   8

  • Bosma
  • Agnes Mulder
  • Van Veldhoven
  • Ploumen : Dat moet voor het kerstreces kunnen, want ik neem aan dat we dit zo op kunnen zoeken. De heer Klaver
  • Ploumen : Ik ga daarnaar streven. Ik weet niet of het kan, maar ik ga daar zeker naar streven. De voorzitter
  • Ploumen : Ik denk daar natuurlijk toch anders over, maar ik vind het geen enkel probleem om daarover nog nadere informatie te verstrekken. De voorzitter
  • Klaver

  • Dovnload 280.47 Kb.