Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Mediabeleid

Dovnload 431.59 Kb.

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Mediabeleid



Pagina1/9
Datum25.04.2019
Grootte431.59 Kb.

Dovnload 431.59 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9



VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap<1> heeft op 30 november 2009 overleg gevoerd met minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderdeel Mediabeleid.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van Bochove


De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Kler


**
Voorzitter: Atsma
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten:
Atsma, Bosma, Van Dam, Jasper van Dijk, Van der Ham, Peters, Remkes, Voordewind en Van Vroonhoven-Kok,
en de heer Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

**
Aan de orde is de behandeling van:



- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 november 2009 over de Mediabegroting 2010 (32123-VIII, nr. 62);

- het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010 (32123-VIII);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 23 oktober 2009 houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2010 (32123-VIII, nr. 16);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 november 2009 over de Toekomstverkenning publieke omroep (32123-VIII, nr. 61);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 10 november 2009 inzake Erkenningen publieke omroepen (31804, nr. 81);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 oktober 2009 inzake toezegging Kamerbehandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 en de Tabakswet ter implementatie van de richtlijn Audiovisuele mediadiensten (31876, nr. 28);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 oktober 2009 over een voorstel voor een nieuw model van consumenteninvloed op de kabel (32123-VIII, nr. 14);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 14 september 2009 inzake de aanbieding van het rapport visitatie Wereldomroep (31700-VIII, nr. 231);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 31 augustus 2009 over de stand van zaken rond visitatie Wereldomroep (31700-VIII, nr. 227);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 september 2009 betreffende de Bibaboerderij van de TROS (31804, nr. 79);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 september 2009 over de stand van zaken beloningskader publieke omroep (31804, nr. 80);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 september 2009 met de stand van zaken rond gedragscode media (31434, nr. 5);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 augustus 2009 met de aanbieding van het jaarverslag 2008 van het Commissariaat voor de Media (31700-VIII, nr. 223);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 augustus 2009 met de toezending van de jaarlijkse rapportage van het Commissariaat voor de Media over concentratie en pluriformiteit van de Nederlandse media 2008 (32033, nr. 1);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 13 juli 2009 met de reactie visitatierapport "De publieke omroep: het spel, de spelers, het doel" (31700-VIII, nr. 217);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 juni 2009 over de voortgang ten aanzien van de uitvoering van motie 29800-VIII, nr. 239, van het voormalig lid Örgü en het lid Van Dam over een vergoeding voor openbaarmaking van programma's van de publieke omroep via de kabel (31700-VIII, nr. 202);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 19 december 2008 met de aanbieding van de evaluatie gewijzigde financieringsstructuur regionale publieke omroepen (31700-VIII, nr. 129);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 december 2009 met een erratum op de beleidsreactie adviesrapport Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers (31777, nr. 17);

- de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 30 september 2009 met de beleidsreactie op het adviesrapport Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers (31777, nr. 18).
De voorzitter: Dames en heren. Ik heet de aanwezigen op de publieke tribune welkom bij dit overleg over de begroting van het ministerie van OCW, in het bijzonder het onderdeel Media, namens alle Kamerleden die hier aanwezig zijn. Wij zullen trachten het voorzitterschap op flexibele wijze in te vullen. Nadat de heer Van Dijk als eerste spreker het woord heeft gevoerd, zal hij de voorzittershamer overnemen. Wij hebben een overleg voorzien van 11.00 uur tot en met 17.00 uur. Dat wil niet zeggen dat het ook zo lang moet duren. De spreektijden zijn bekend en er wordt gesproken in volgorde van de reguliere begrotingsbehandeling.

**
De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. De publieke omroep is volop in beweging. Er komen twee nieuwe omroepen bij, er valt er een af en een aspirant-omroep krijgt een volwaardige status. Het bestel is dus echt levendig, zoals ook wordt beoogd in de nieuwe Mediawet. Kijkers hebben niets aan een versteend bestel; vernieuwing is nodig om het systeem wakker te houden. Nederland is ook gebaat bij een pluriform aanbod. Tegenover commerciële zenders staan omroepen die meer doen dan zich uitsluitend te richten op kijkcijfers. Anders gezegd, de commerciële zenders gebruiken programma's om geld te maken, de publieke omroep gebruikt geld om goede programma's te maken.

De minister geeft groen licht aan Wakker Nederland en PowNed of GeenStijl TV, hoe je het ook wilt noemen. Niemand kan meer zeggen dat de publieke omroep drie keer de Volkskrant is; het is dan minstens ook een keer de Telegraaf. Wij zullen zien of WNL en PowNed ook werkelijk iets gaan toevoegen aan het bestaande aanbod, want dat is natuurlijk de grote vraag. Wellicht binden zij nieuwe kijkers aan zich en dat zou alleen maar mooi zijn.

Er zit ook een keerzijde aan die nieuwe omroepen. Ook de raad van bestuur van de publieke omroep wijst daarop. Er is een risico van versnippering, er is een risico van onbestuurbaarheid, er is een toename van overhead en de kans op overlappingen neemt toe. Oude omroepen worden ook niet echt getoetst op hun onderscheidend vermogen. Dat is eigenlijk gek, want daardoor vergroot je de kans op dubbelingen. Om aan de onbestuurbaarheid een eind te maken, zou je kunnen kijken naar een maximumaantal omroepen, bijvoorbeeld tien. De niet-ledenomroepen kunnen samengaan, maar ook andere omroepen zouden kunnen fuseren. Zie het als een tip voor de volgende periode.

De minister heeft ook een brief geschreven over alle "misdragingen", alle onduidelijkheden rond de ledenwerving. Uit 112 gevallen zijn er toch 16 gevallen van ledenwerving, het geven van cadeautjes en dergelijke, waar iets mis mee was. Maar er zijn nu ook beloftes aan toegevoegd. Het wordt allemaal verbeterd en er komt zelfs een wetsaanpassing om dat te verscherpen. Dat is goed. Er zijn ook problemen met gesponsorde programma's; Bibaboerderij is daar een voorbeeld van. Mijn fractie vindt dat een slechte zaak. Daar moet echt goed op toegezien worden, want de publieke omroep is geen spreekbuis van het bedrijfsleven.

De minister gaat een toekomstverkenning doen. Hij gaat praten over scenario's voor de publieke omroep. Gelukkig wordt er niet weer een commissie ingeschakeld; daarvan hebben wij er wel genoeg. Voor de SP zijn een aantal uitgangspunten van belang bij zo'n toekomstverkenning, dus die geef ik de minister alvast mee.

De publieke omroep is van iedereen. Je moet dus alle Nederlanders zien te bereiken. Naast programma's voor een brede doelgroep gaat het ook om het bereiken van specifieke doelgroepen. Kwaliteit is belangrijker dan kijkcijfers en de waardering voor programma's mag dus best een grotere rol spelen. In ruil daarvoor kan het ledental een kleinere rol spelen.

Een ander uitgangspunt kan zijn: wees efficiënt met de besteding van het overheidsgeld. Kijk goed naar overbodige overhead en naar mogelijke dubbelingen. Dat is alleen maar zonde van tijd en geld.

De minister is heel duidelijk over reclame. Hij zegt: ik ga dat niet afschaffen, want dat kost geld. Dat is in ieder geval een helder standpunt. De SP is daar terughoudend over. Reclame hoort eigenlijk niet thuis op de publieke omroep, maar goed. De reclame rond kinderprogramma's vind ik extra problematisch.

Ik heb het gisteren nog eens bekeken. De speelgoedindustrie is volop actief op Zapp, Nederland 3. Je zou aan ouders en kinderen op z'n minst één plek moeten geven op het televisieaanbod waar geen reclame te vinden is. En die is er nu niet. Ik ben echt voorstander van een reclamevrij jeugdblok.

Daarnaast zijn er de reclames voor de ongezonde voeding, voor snoep, snacks en frisdrank. Het kabinet vindt obesitas een groot probleem en roept hard dat onze kinderen te dik worden. Maar het wordt alleen maar erger. De vorige week hebben wij nieuwe cijfers gekregen. Het aantal kinderen met overgewicht neemt toe. Er worden convenanten gesloten en er zijn allerlei beloftes, maar het schiet dus niet op met deze zelfregulering. De snoepreclames zijn alom aanwezig. De minister zou een geweldig statement maken als hij dit zou inperken. Kijk goed naar het voorstel dat ook door de Consumentenbond en de Nederlandse Hartstichting is gedaan. Zij zeggen: stop met alle televisiereclames voor snoep, snacks en frisdrank tussen zeven uur 's ochtends en negen 's avonds. Graag een reactie.

Op de publieke omroep wordt naast de investeringen ook 25 mln. bezuinigd. Die wordt daar dus weer van afgehaald. Ik ga ervan uit dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van de jeugdprogrammering of van drama. Graag een reactie.

In de begroting valt ook te lezen dat aspirant-omroepen hoge overheadkosten maken. Dit wordt steeds meer, lijkt het. Kan er voor aspirant-omroepen een verplicht samenwerkingsverband komen om overheadkosten te delen, bijvoorbeeld als het gaat om personeelszaken, administratie et cetera? Ook voor erkende omroepen geldt dat zij sober om moeten gaan met overhead. Het zou ook wat budget kunnen schelen en daarvan kun je dan weer goede televisie maken.
De heer Van der Ham (D66): Uw opmerking over de aspirant-omroepen en de bestaande omroepen is terecht. Wordt het, juist in het kader van de bezuinigingen, niet gewoon tijd dat die overhead, dus alles wat niet met identiteitsgebonden zaken te maken heeft, op één hoop gegooid wordt, dus dat het gewoon één bedrijf wordt? Hoe denkt de SP daarover?
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik wil in ieder geval dat dit zo veel mogelijk wordt nagestreefd. U zegt het heel netjes. Als het gaat om het niet-identiteitsgebonden deel kun je daar heel ver in gaan. Ook wat betreft de niet-ledengebonden omroepen wordt er nu onderzoek gedaan naar samenwerking. Ik streef naar zo veel mogelijk efficiency.
De heer Voordewind (ChristenUnie): De heer Van Dijk stipt dit punt terecht aan. Nu hebben we natuurlijk net de Concessiewet aangenomen, maar ziet de SP ook wel mogelijkheden om het eerder dan 2016 aan de haak te steken om te kijken of we de 14% die nu bij de aspirant-omroepen aan kosten worden gemaakt, terug kunnen brengen naar 7% wat normaal zou zijn?
De heer Jasper van Dijk (SP): Aan de haak steken? Dat Nederlands kende ik nog niet.
De voorzitter: Het komt uit de visserij.

**
De heer Jasper van Dijk (SP): Kijk eens aan. Om te antwoorden op de vraag van de heer Voordewind. Ja, ik vind dat wij ons er maximaal voor moeten inzetten. Het is nu 2009 en als wij tot 2016 zouden moeten wachten zijn we alweer zeven jaar verder. Dus laten we daar maximaal op inzetten.


De heer Remkes (VVD): Ik vind het interessant dat deze opmerkingen gemaakt worden, met name van de zijde van de ChristenUnie. Dat betekent dus dat een secretaresse bijvoorbeeld niet-identiteitsgebonden is. Ik neem aan dat de heer Voordewind het daarmee eens is. Mijn vraag aan collega Van Dijk is de volgende. Zou het uit dien hoofde niet nodig zijn dat de raad van bestuur van de NPO daartoe wat extra bevoegdheden krijgt? Als ik het namelijk goed interpreteer, kan de raad van bestuur dit op dit moment helemaal niet afdwingen.
De heer Jasper van Dijk (SP): Dat is een beetje vaag geformuleerd zoals de her Remkes dat doet, meer bevoegdheden. Ik zeg dat ik opensta voor alle voorstellen om meer efficiency te realiseren. Ik zie ook ontwikkelingen in de richting van fusies rond omroepen. Educom zit er aan te komen. Verder wordt er onderzoek gedaan daar de niet-ledenomroepen. Dus dat is eigenlijk al een autonome ontwikkeling.
De heer Remkes (VVD): Dan ben ik kennelijk te vaag. Vindt u dat de raad van bestuur van de NPO in de richting van de ledenorganisaties af moet kunnen dwingen dat als het gaat om facilitaire functies het gewoon in één pot komt?
De heer Jasper van Dijk (SP): Ik ben daar niet bij voorbaat voor, maar zoals de heer Remkes het formuleert, zit er zeker wat in. Op het gebied van de facilitaire functies moet inderdaad maximaal samengewerkt worden, zodat het niet voorkomt dat studio's die naast elkaar liggen en net zo goed samen kunnen gaan, dezelfde functie vervullen.
De heer Voordewind (ChristenUnie): De heer Remkes sprak mij zojuist aan. Mijn opmerkingen gingen over aspirant-leden. Mijn opmerking over een verdere precisering gaat niet zozeer over het behalen van winst via het personeel, als wel via de facilitaire ondersteuning: gebouwen et cetera, de plug-infaciliteiten.
De heer Remkes (VVD): Als dat alleen betrekking heeft op aspirant-leden, is dat tamelijk selectief.
De voorzitter: Ik stel voor dat u dit in uw eigen termijn verder uitdiscussieert. Het woord is aan de heer Van Dijk.

**
De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Over de salarissen van de presentatoren hebben wij al aardig wat debatten gevoerd. De minister wil uitzonderingen maken voor vijf presentatoren en drie disc jockeys. In een motie hierover wordt gesteld dat het bedrag dat boven de premiernorm uitkomt, door de vereniging moet worden gefinancierd. Gaat dit lukken? Het moge duidelijk zijn dat de SP liever een heldere streep ziet, maar goed. Het levert trouwens ook geld op als de salarissen verlaagd worden. Het is toch aardig om daar wat zicht op te krijgen.

Dan heb je nog de gevallen van de presentatoren met de bv-constructies. Zij ontduiken hierdoor de premiernorm en vallen buiten de regeling. Hiervoor geldt dan wel een inspanningsverplichting, maar het blijft natuurlijk wat vaag. Naar onze mening zou je die constructies net zo goed moeten minimaliseren om te voorkomen dat de premiernorm een vat vol goede bedoelingen wordt dat iedereen in Hilversum omzeilt. Volgens mij was het helder dat de premiernorm €181.000 zou zijn. Het verbaast mij dan ook dat ik nu in een brief kan lezen dat daar 30% bovenop komt. Om precies te zijn: €54.000. Dat is toch wel een heel fors bedrag. Ik wil dan ook aandringen op het daadwerkelijk hanteren van de premiernorm, en niet voor een norm die daar 30% boven ligt.

Dan ga ik in op de consumenteninvloed. De minister stelt in plaats van de programmaraden het waarborgmodel voor. Daar zitten goede kanten aan: de zwakke punten van de programmaraden verdwijnen en er komt invloed op het digitale aanbod. Er zijn echter ook nadelen. Er is een brief van de Kabelraden. Kan de minister daarop reageren? Ik neem aan dat hij deze brief heeft. Deze raden leggen terecht de vinger op de zere plek als zij zeggen dat de onafhankelijkheid van het marktonderzoek en de klantenraden wel gewaarborgd moet zijn. Als de kabelaar dat nogal wat invloed op krijgt, leidt dat tot vraagtekens. De organisatie van het marktonderzoek en de klantenraden zou daarom bijvoorbeeld bij het Commissariaat voor de Media moeten liggen in plaats van bij de kabelaar. Dat kan ongetwijfeld ook op een andere manier, als het maar onafhankelijk is. Graag hoor ik hierop een reactie.

Ik heb een motie ingediend over de inspraak bij het gebruik van digitenne. De minister zegt dat bij digitenne consumenteninvloed wordt georganiseerd als meer dan 50% van de mensen digitenne gaat gebruiken. In mijn motie wordt toch om iets anders gevraagd. De kans dat 50% van de mensen binnen een regio digitenne gaat gebruiken is minimaal, lijkt mij. De minister verwijst naar Europese regels, maar heeft hij die niet verkeerd gelezen? Europese regels stellen niet dat 50% van de mensen dit distributiekanaal moet gebruiken voordat consumenteninvloed georganiseerd moet worden. De Europese regels zeggen dat er een consumenteninvloed moet zijn als het distributiekanaal voor 50% of meer wordt gebruikt voor de doorgifte van bijvoorbeeld tv. Graag hoor ik van de minister hierop een toelichting. Ik wil toch graag dat mijn motie goed wordt uitgevoerd.

Er zijn plannen voor de Wereldomroep, maar ik wil daar toch graag een aantal vragen over stellen.


Moet de Wereldomroep zich niet zoals vanouds richten op de Nederlanders om hen zo breed mogelijk te informeren over Nederland? Is de minister zich bewust van het feit dat de samenwerking met de publieke omroep niet veel meer is dan het louter doorprikken van uitzendingen van de NPO en niet bestaat uit het verwerken van bijdragen in eigen uitzendingen? En is het niet een beetje gek om zo veel nadruk te leggen op internet, terwijl er zo veel gebieden in de wereld zijn waar helemaal geen internet is?

Dan de fusie tussen de NPS, de RVU en Teleac. Daarmee gaat de SP-fractie akkoord, maar er is nogal wat onrust over de frictiekosten bij de overgang. Is daar budget voor?

Nog een paar kleine puntjes. Vorige week hebben we de regionale omroep besproken. Toen heb ik de minister gevraagd of hij in de mediabegroting een serieuze paragraaf wil wijden aan de regionale omroep. Daarop krijg ik graag een reactie.

Wij zouden het betreuren als de Concertzender verloren gaat. Dat zegt ook de Raad voor Cultuur.

De gedragscode stond al in het coalitieakkoord. Op 1 januari gaat het dan toch gebeuren: dan verschijnen de gedragscodes van de omroepen op de website, maar die mededeling zegt nog niets over de inhoud. Heeft de Kamer of de minister hier nog iets over te zeggen?

Tot slot enkele puntjes over de pers. Daar hebben wij aandacht voor gevraagd. De SP-fractie gaat akkoord met de regeling voor jonge journalisten. Ik herhaal mijn pleidooi voor een proef voor een gratis krantenabonnement voor jongeren. Ik heb ook een suggestie voor een mogelijk verdienmodel op internet voor kranten. Zij zouden gebruikers aan zich kunnen binden door een gratis e-boek aan te bieden waarop zij iedere dag de krant kunnen lezen. Zou de minister een dergelijk project willen ondersteunen?


De heer Bosma (PVV): Het schokkende nieuws van dit weekend is natuurlijk dat de heer Samsom van de PvdA graag wil regeren met de SP en GroenLinks. Misschien wordt de heer Van Dijk dus de nieuwe mediaminister. Hij zei dat bij de beoordeling van de omroepen meer gekeken moet worden naar waardering en minder naar het ledental. Kan hij dat specificeren? Hoe zou dit er in juridische zin uit moeten zien?
De heer Jasper van Dijk (SP): Daar hebben we al veel meer debatten over gevoerd. Bij de behandeling van de Multimediawet is dit ook aan de orde gekomen. Toen heb ik gezegd dat je het ledentalcriterium zou kunnen verlagen en dat je het zogenaamde mandje van criteria -- zo heeft de WRR het genoemd; het gaat daarbij om bereik en waardering -- zou kunnen opnemen in de beoordeling van omroepen. Dan wordt er dus niet alleen gekeken naar leden maar ook naar bereik en waardering.
Voorzitter: Jasper van Dijk
De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar de bijdrage van de collega van de SP. Hij deed de suggestie om minder ledeninvloed te laten doorklinken door de ledenaantallen minder belangrijk te maken. De waardering zou veel meer invloed moeten hebben op de zendtijd. Bij de KRO gaat na gisteravond de vlag uit. Boer zoekt vrouw was een geweldige topper. Het was sociaal drama tot op het bot. Ik ben zelf overigens een enthousiast kijker; dat beken ik hier ook maar. Volgens mij was de topscore ongeveer 4,5 miljoen kijkers, op een zondagavond. In de beleving van de heer Van Dijk is dat en dus niet het ledenaantal het doorslaggevende criterium bij dit type programma's. Dat spijt de CDA-fractie zeer, want wij vinden dat je niet te veel concessies moet doen aan de meerwaarde van drie miljoen leden.
De voorzitter: De voorzitter moet u nu toch even corrigeren namens de SP. U trekt allerlei conclusies alsof ik dat van doorslaggevend belang zou willen maken et cetera. Ik heb gezegd dat je ook naar andere criteria zou moeten gaan kijken. Dat wil ik dus even rechtzetten.

**
De heer Atsma (CDA): Dat is weer een geruststelling. Dat betekent dat de KRO hoe dan ook meer zendtijd krijgt. Daar ben ik het dan wel weer mee eens.

Wat de vitaliteit van het omroepbestel betreft: in dit huis is de afgelopen tien jaar, tot kort voor afgelopen zomer, vaak gesteld dat het ledenbestel, dat uniek is in de wereld en dat Nederland sinds jaar en dag kenmerkt, achterhaald zou zijn.

Ik meen echter dat de ontwikkelingen van de laatste maanden op het tegendeel wijzen. Max en BNN zijn erin geslaagd om meer leden aan zich te binden. Verder krijgen nieuwkomers een plekje omdat mensen zich eraan willen verbinden. Dat vind ik wel bijzonder. PowNed en WNL zijn die nieuwkomers. Ik wil de minister vragen hoe hij tot zijn oordeel is gekomen. PowNed is een vernieuwende omroep. Wij hebben er ten principale positief op gereageerd. Wel wijs ik erop dat deze omroep aanvankelijk de ambitie had om het publieke bestel op te blazen. Is daarover nog gesproken? Mogen wij van de minister vernemen dat dit "opblaasmodel" definitief van tafel is?


De heer Van der Ham (D66): Het publieke omroepmodel heeft inderdaad bepaalde voordelen, maar ik wil er wel op wijzen dat in Nederland geproduceerd drama op een laag pitje staat bij de publieke omroepen als je dat vergelijkt met de commerciële omroepen. Dat moet u toch ook zorgen baren? Ook buitenlandse publieke omroepen doen daar veel meer aan.
De heer Atsma (CDA): Dat is een keuze die de omroepen maken, maar ik ben het met u eens dat omroepen veel meer in eigen huis zouden moeten maken. Er is nu de eis dat 25% van alle programma's die de omroepen maken, wordt uitbesteed. Het zou mij een lief ding waard zijn als omroepen worden verplicht om meer programma's in eigen huis te maken. De vraag is dan natuurlijk hoe je dat moet invullen. Je zou daarbij in ieder geval scherper kunnen kijken naar het element "drama". De heer Van Dijk zei net iets over kinderprogramma's. Laat nu uitgerekend de TROS de grootste leverancier zijn van kinderprogramma's, terwijl in deze Kamer de nodige discussies worden gevoerd over de plaats van deze omroep. Er zijn nogal wat spanningsvelden, maar ik ben het eens met de heer Van Dijk dat de eis om meer in eigen huis te produceren handen en voeten moet worden gegeven. Dat betekent dat je ook meer aan drama zou kunnen doen. Ik vind het jammer dat omroepen te veel programma's elders van de plank kopen. Ze kijken daarbij niet in de eerste plaats naar drama. In die zin ben ik het met de heer Van der Ham eens.
De heer Van der Ham (D66): Of je het zelf produceert of laat produceren, maakt mij niet zoveel uit. Als het maar wordt uitgezonden in opdracht van de publieke omroepen. De publieke omroepen scoren inderdaad goede kijkcijfers, onder andere met "Boer zoekt vrouw", maar ze lopen wat betreft kwalitatief hoogstaande en moeilijk te financieren dramaproducties achter bij de commerciële omroepen. Op dit punt doen de publieke omeroepen het dus niet zo goed in vergelijking met de commerciële omroepen.
De heer Atsma (CDA): Ik vind dit te kort door de bocht. Ik wijs op het prachtige VARA-product "De onrendabelen". Het is een unieke eigen productie waarnaar meer dan 1 miljoen mensen hebben gekeken. Laat dit product andere omroepen tot een voorbeeld zijn. Ik ben het niet met de heer Van der Ham eens dat de publieke omroep het in die zin slechter doet dan wie dan ook. Sterker nog, je moet het faciliteren en stimuleren.
De voorzitter: Als dit reclameblok voorbij is, kunt u uw betoog vervolgen.
De heer Atsma (CDA): Ik kreeg de vraag voorgelegd of de publieke omroep wel voldoende doet aan eigen producties. Het is natuurlijk even slikken voor mij om de VARA als voorbeeld aan te halen, maar het is wel een van de omroepen die veel in eigen huis produceren. Dat compliment mag best worden gegeven.
De heer Van der Ham (D66): Ik had het over drama en dan komt u met een op zichzelf interessante documentaire. Wat betreft drama moet worden vastgesteld dat de commerciële omroepen het beter doen dan de publieke omroepen.
De heer Atsma (CDA): In de kern gaat het er natuurlijk om dat omroepen vooral zelf moeten kunnen bepalen wat zij doen. Dat ben ik met de heer Van der Ham eens. Als een omroep drama wil maken, moet dat kunnen. Sterker nog, als een omroep actualiteitenprogramma's wil maken, moet dat ook kunnen. In maart vorig jaar, en ook bij de behandeling van de Erkenningswet, hebben wij daarover gesproken. De CDA-fractie heeft toen een motie ingediend, die door een brede meerderheid van de Kamer is gesteund, waarin stond dat de omroepen meer ruimte moeten hebben voor het op eigen wijze invullen van programma's en voor de programmering. Niet alles moet onder de betutteling van de netmanager en de NPO worden gebracht. Wij hebben recentelijk en in het verdere verleden voorbeelden gezien van bemoeizucht van netmanagers en zendercoördinatoren bij de radio. Een programma als Viertakt dreigt te verdwijnen omdat de zendercoördinator van de radio volgens het Nederlands Dagblad zegt dat het programma te veel is gericht op een 65 plus-publiek. Wij vinden dat omroepen hun eigen ding moeten kunnen doen. Naast drama kan dus ook de keuze worden gemaakt voor actualiteiten. Ik ben benieuwd hoe de minister de publieke omroep opdracht geeft om de vertaling van de motie, die begin dit jaar is ingediend, daadwerkelijk handen en voeten te geven. Het zal er straks om spannen als WNL ook een eigen actualiteitenrubriek wil. Wij hebben vastgesteld dat de TROS dit wil, en de KRO ook. De VARA wil in het licht van de discussie rond Nova ook een eigen actualiteitenprogramma blijven verzorgen, en dat is terecht. Wij moeten nu wel van de minister weten of hij de NPO daarop gaat aanspreken of niet.
De heer Remkes (VVD): Een tijdje geleden heeft collega Atsma samen met een aantal andere collega's schriftelijke vragen gesteld over het programma "Onderweg naar morgen". Ik heb de antwoorden van de minister met veel belangstelling gelezen. Hij houdt de boot af. Wat is de politieke conclusie die collega Atsma daaraan in dit debat verbindt? Gaat hij met een motie komen? Want hij kan de negatieve reactie van de minister toch niet over zijn kant laten gaan, lijkt mij.
De heer Atsma (CDA): Dat heb ik dus ook zojuist geprobeerd te verwoorden. De vragen werden gedragen door een brede Kamermeerderheid. Het ging in dit geval over "Onderweg naar morgen", maar vergeet even het programma, want het gaat natuurlijk meer om het principe. Deze vragen sluiten naadloos aan bij de opmerking die wij hebben gemaakt over de wens van omroepen om zelf actualiteitenprogramma's te maken. De minister zegt dat hij er niet over gaat, maar hij gaat er wel over. Wij hebben het bestel ingevuld zoals wij daarover bij de behandeling van de Erkenningswet hebben gesproken. De CDA-fractie blijft principieel met de minister van mening verschillen als hij zegt dat hij er niet over gaat, want hij gaat er wel over. Wij vinden dat omroepen hun eigen ding moeten kunnen doen. Wil BNN "Onderweg naar morgen" blijven uitzenden, dan moet men dat kunnen doen. Overigens, over modern drama gesproken ... zeg ik tegen de heer Van der Ham. Willen andere omroepen actualiteitenrubrieken maken, dan moeten zij daarvoor de ruimte hebben. Als u mij vraagt welke politieke consequenties ik eraan verbind, zeg ik: het is aan de minister om ervoor te zorgen dat Hilversum die ruimte biedt. Zegt de minister dat hij dit niet wil, dan dreigt het einde van het bestel zeer rap naderbij te komen, want dan doet zich de gerede vraag voor wat wij doen met een publiek bestel, als omroepen niet hun eigen ding kunnen doen. Dat is de meer principiële kant van de zaak, maar ik hoop dat de minister heeft geluisterd. Hij heeft in elk geval de vragen gelezen van de meerderheid van de Kamer. Hij heeft ook de motie-Vermaat nog eens onder ogen gehad. Hij weet dat een brede Kamermeerderheid hier achter staat. Kortom, zo zeg ik tegen de minister, doe wat u moet doen!

In dezelfde discussie zou ik ook het punt van de dagprogrammering kunnen benoemen. De Kamer heeft aangegeven dat, als omroepen zoals de KRO, MAX en wellicht anderen, overdag willen programmeren, daar in financiële zin ruimte voor moet zijn. Er zijn overdag relatief veel kijkers. Als de minister zegt: ik ga daar niet over, hebben wij wat mij betreft dezelfde discussie. De minister gaat er wel over en het is onzin om alle middelen van de publieke omroep te richten op de avondprogrammering, om maar te kunnen concurreren met de commerciële omroepen. Wat dat betreft ligt deze opmerking in het verlengde van de vorige opmerking. De minister moet op dit punt gewoon hom of kuit bieden. De Kamer heeft een uitspraak gedaan, dus het heeft geen zin om met een tweede motie te komen, zeg ik tegen collega Remkes, want dat is vragen naar de bekende weg. Eén uitspraak van de Kamer moet voldoende zijn om aan het werk te gaan. Dat geldt voor de Kamer, dat geldt voor de minister en het geldt vooral voor Hilversum.


De heer Remkes (VVD): Dat betekent dus dat u zich erbij neerlegt dat uw motie niet wordt uitgevoerd, want dat was de strekking van de antwoorden van de minister.
De voorzitter: Dat hebt u net ook al gevraagd.

**
De heer Atsma (CDA): Daar leg ik mij dus niet bij neer. Ik zeg het nog een keer tegen de minister: de Kamer heeft een uitspraak gedaan. De CDA-fractie hecht daar zeer aan. Dat weet de minister. Als de minister zegt: ik ga daar niet over, zeg ik: hij gaat daar wel over. Dan moet hij maar een dienstopdracht aan Hilversum geven over de ruimte die omroepen moeten hebben. Dat geldt zowel voor de actualiteiten als voor de drama's als voor de dagprogrammering. Wat doe je dan? Voor de dagprogrammering is het verhaal simpel. Desnoods kun je het via een abonnement aanpakken, maar ik vind dat het niet zo ver hoeft te komen. Ik ga ervan uit dat de minister dat ook niet wil.

Dan zitten we bij de kosten van de toetreding van nieuwe omroepen. Dat heeft nogal wat gevolgen. We hebben al een aantal omroepen zien passeren. Ze zijn hier ook geweest en hebben gewezen op de reorganisaties die daar het gevolg van zijn. De koek moet worden verdeeld over meer partijen en dat betekent dat er links en rechts -- letterlijk links en rechts -- bezuinigd moet worden. Dat is de consequentie van de openheid van het bestel. Overigens gaat er natuurlijk ook een omroep uit. Ook dat is een consequentie van het bestel. Als de toegevoegde waarde nul of bijna nul is, dan is dat logisch. In die zin steunen wij de beslissing van de minister om LLiNK gedag te zeggen. De reorganisatie kost veel energie, veel menskracht wellicht ook, maar we vinden wel dat een reorganisatie, die het gevolg is van het feit dat er minder geld naar de omroepen gaat, uit eigen middelen betaald moet worden. Het kan niet zo zijn dat de minister straks bijvoorbeeld uit de omroepreserves links en rechts gaat bijspringen. Anders is het einde zoek en de pot met middelen voor de omroepreserves heel snel leeg. Met betrekking tot het samenvoegen van Teleac, NPS en RVU is onze vraag of er op dit moment zicht is op nog verdere vergelijkbare bewegingen. Dit voorjaar zijn met name de 39F-omroepen genoemd. Is daar al zicht op?

Dat leidt mij vrijwel automatisch naar het punt van de bezuinigingen. De minister heeft -- ik dacht in een interview in de Volkskrant -- aangegeven dat wat hem betreft de publieke omroep buiten schot zal blijven. Voor cultuur en media heeft hij aangegeven dat het met de majeure bezuinigingsoperatie die eraan zit te komen, allemaal wel zal meevallen. De CDA-fractie heeft er toch twijfels over of je op voorhand kunt zeggen dat de media gevrijwaard zijn van verdere bezuinigingen, terwijl in de algemene beschouwingen breed werd geconcludeerd dat alles bespreekbaar is. Ik zet "alles bespreekbaar" tussen aanhalingstekens. Dat waren de woorden van de minister-president en van anderen in de Kamer. Wij denken dat dit lastig vol te houden zal zijn. Sterker nog, wij denken dat ook de omroep daar niet aan zal ontkomen. Zonder direct in te gaan op de vraag waar dan bezuinigd zou kunnen worden, denken wij dat het wel goed is om dat signaal mee te nemen in de richting van Hilversum. Mogelijkheden zijn er uiteraard altijd, als de wil er is. wij hebben in die zin gezegd: kijk uit dat je bezuinigingen niet ten koste laat gaan van de programma's. Ik dacht dat collega Van Dijk daar ook op wees.

Dat brengt mij bij de vraag of het bericht klopt dat het aantal mensen dat werkt bij de NPO, dus de koepel binnen de Nederlandse publieke omroep, het afgelopen jaar is toegenomen van 315 arbeidsplaatsen naar meer dan 350. Dat zijn dus, althans in mijn woorden, mensen die zich niet met het maken van programma's bezig houden, maar alleen met toezicht en met het coördineren, registreren et cetera. Een klein beetje bemoeien zij zich ook met de programmering, althans voor zover het gaat om netmanagers en alles wat daaronder zit. Klopt het dat dit aantal van 315 naar 350 plus is gegaan? Als dat zo is, dan schrikken wij daar geweldig van. Dat is nooit de bedoeling geweest en dat kan de bedoeling ook niet zijn. Dus als er dan toch bezuinigd moet worden, dan weet de minister waar hij zou kunnen beginnen.
De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. De vraag over de backoffice stelde ik ook al aan de heer Van Dijk. De verschillende publieke omroepen die er tegenwoordig zijn, doen heel veel zaken -- ik noem de salarisadministratie -- waarvan je je kunt afvragen waarom dat niet gewoon één bedrijf zou kunnen doen. De identiteitsbepalende zaken mogen natuurlijk apart staan.

Vindt u het in het kader van de bezuinigingen niet een heel goed idee om tot 2015 te werken aan de integratie van de publieke omroep? In 2015, met de nieuwe concessieperiode, is het dan gewoon klaar.


De heer Atsma (CDA): Dat is een oude vraag. Die werd tien jaar geleden namelijk al gesteld door oud-collega Bert Bakker. Wij moeten vaststellen dat er binnen tien jaar op het punt van de samenwerking tussen de omroepen gelukkig veel is verbeterd. Studio's worden gedeeld, reportagewagens zijn breed inzetbaar en niet iedereen hoeft meer zijn eigen ding te doen. Dat neemt niet weg dat de omroepen hun eigen programma's moeten kunnen maken. Het is goed om daarvoor gezamenlijk gebruik te maken van studiofaciliteiten. Collega Remkes wees vorige week tijdens het debat over de regionale omroepen op het feit dat er bijvoorbeeld in Noord-Nederland ook faciliteiten gedeeld zouden kunnen worden, om het per saldo te laten renderen. Daarmee ben ik het volstrekt eens. Dat laat onverlet dat wij er altijd voor moeten waken dat die journalistieke onafhankelijkheid en die programmatische onafhankelijkheid binnen de verschillende omroepen overeind blijven.
De heer Van der Ham (D66): Vanzelfsprekend moet de journalistieke onafhankelijkheid gewaarborgd zijn. Wat is er mis mee dat het wat de administratieve zaken betreft één bedrijf wordt, dus dat je werkt bij de publieke omroep@ncrv.nl, de publieke omroep@kro.nl, of de publieke omroep@vara.nl?
De heer Atsma (CDA): Het is opvallend dat de heer Van der Ham de programmatische zelfstandigheid weer buiten beschouwing laat. Dat is echter wel het meest cruciale punt.
De heer Van der Ham (D66): Die staat niet ter discussie.
De heer Atsma (CDA): Het is al winst dat de heer Van der Ham zegt dat elke omroep zijn eigen ding kan blijven doen.
De heer Van der Ham (D66): Geeft u eens antwoord op de vraag!
De heer Atsma (CDA): Ik zeg nogmaals dat het prima is als faciliteiten worden gedeeld. Wij maken hier gezamenlijk gebruik van een restaurant. Dat kan men in Hilversum ook doen. De CDA-fractie heeft dat de afgelopen tien jaar samen met veel collega's meerdere malen betoogd, dus dat is niets nieuws. Gelukkig gebeurt dat ook. Je ziet dat een aantal omroepen in één huis zit, bijvoorbeeld de AVRO, de NCRV en de KRO. Je kunt het rijtje wel completeren.

Hoe staat het met de zelfreflectie en de mediacode? De Kamervoorzitter heeft daarover behartenswaardige woorden gesproken. Ook het erkennen van de positie van de Raad voor de Journalistiek is belangrijk. Het kan niet zo zijn dat de minister geld beschikbaar stelt om die positie te versterken en dat een deel van de publieke omroep, NOVA en de TROS, zegt dat het daarmee niets te maken heeft en dat het zich aan het gezag van die raad onttrekt, hoe weinig dat ook inhoudt. Ik verzoek de minister om wat dat betreft in actie te komen.

Ik heb het woord "TROS" genoemd, maar ik ga niet in op de discussie over de Bibaboerderij. De TROS stelde overigens wel terecht de vraag of het is toegestaan om, als men iets wil doen wat misschien is ingegeven door de wens van de redactie van Zeppelin, een en ander vooraf te laten toetsen door het Commissariaat voor de Media. Formeel kan dat volgens ons niet. Wij zouden het echter wel goed vinden om daar kritisch naar te kijken. Mocht daarvoor een wetswijziging nodig zijn, dan vinden wij dat prima.

Twee weken geleden hebben wij uitgebreid gesproken over de kranten en de zorgen in krantenland. Ik ben toen ook ingegaan op de specifieke zorgen ten aanzien van het ANP. Ik ben op zichzelf blij dat de minister wil meebewegen wat betreft het doen van een onderzoek naar de levensvatbaarheid van het ANP, wellicht in combinatie met de GPD. Ik verzoek hem ook om nadrukkelijk te kijken naar een meer publieke financiering van het ANP. Dat zou naar mijn idee op termijn absoluut meerwaarde kunnen hebben voor het medialandschap.


De heer Remkes (VVD): Dat is toch een beetje uitlokking. Collega Atsma beweerde zojuist dat er op de publieke omroep bezuinigd zou kunnen worden. Zoals bekend ben ik dat met hem eens. Hij zegt echter dat er niet programmatisch mag worden bezuinigd en dat de mogelijkheden zeer beperkt zijn als het om de overhead gaat. En het ANP zou wat de exploitatie betreft een meer publieke grondslag moeten krijgen. Dan ontgaat mij het bezuinigingsverhaal enigszins.
De heer Atsma (CDA): U hebt niet doorgevraagd. Niemand heeft doorgevraagd. Nu vraagt u wel door. Voor mij is het volstrekt helder. Bij bezuinigingen bij de publieke omroep hebben we het in de eerste plaats over "minder meer". De minister heeft aangegeven dat het 25 mln. "minder meer" wordt. In plaats van 100 mln. wordt het 75 mln. structureel meer. De CDA-fractie denkt dat je kritisch zou moeten bekijken of die 75 mln. wel handhaafbaar is, gelet op de 35 mld. die op de rol staat. Daarnaast heb ik al aangegeven dat wat ons betreft een forse bezuinigingsoperatie wordt doorgevoerd binnen de NPO. Ik hoor in Hilversum dat er 300 mensen werken bij de NPO. Ik hoor van de minister graag of dit klopt. Als het niet klopt, is dat mooi meegenomen. Klopt het wel, dan zullen we daar vooral naar moeten kijken. Ik denk ook dat je er niet aan ontkomt om naar de positie van het Muziekcentrum van de Omroep te kijken. Als we vinden dat het moet blijven vanwege zijn culturele meerwaarde, zou je de kosten onder een andere begroting moeten brengen. Op dit moment zou je hier zeker naar moeten kijken.

Kortom, er zijn best veel suggesties te doen. Vraagt u mij waar ik het geld voor het ANP vandaan haal, dan herhaal ik wat ik vorige week heb gezegd: wat ons betreft richt de NOS zich primair op audiovisueel nieuws en niet op tekst. Dat heeft dus ook consequenties voor de NOS. Ik kan mijzelf herhalen, maar dat doe ik op dit punt niet.


De voorzitter: Ik heb een vraag als woordvoerder van de SP-fractie. Vindt de CDA-fractie dat de 75 mln. extra voor de publieke omroep weer geschrapt kan worden?

**
De heer Atsma (CDA): Van de 100 mln. extra die in 2011 structureel aan de orde zou moeten zijn, halen we 25 mln. af. Op dit moment moet je inderdaad overwegen of het bedrag van 75 mln. extra structureel, niet ter discussie zou moeten worden gesteld, in het licht van 35 mld. aan bezuinigingen. Ter discussie stellen kan natuurlijk altijd, maar je moet wel aan je eigen geloofwaardigheid denken. Ook uit de mediabegroting moet op dat punt een bijdrage worden geleverd. Dat hebt u goed gehoord.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 november 2009 over de Mediabegroting 2010 (32123-VIII, nr. 62);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 12 november 2009 over de Toekomstverkenning publieke omroep (32123-VIII, nr. 61);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 oktober 2009 over een voorstel voor een nieuw model van consumenteninvloed op de kabel (32123-VIII, nr. 14);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 31 augustus 2009 over de stand van zaken rond visitatie Wereldomroep (31700-VIII, nr. 227);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 16 september 2009 over de stand van zaken beloningskader publieke omroep (31804, nr. 80);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 augustus 2009 met de aanbieding van het jaarverslag 2008 van het Commissariaat voor de Media (31700-VIII, nr. 223);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 13 juli 2009 met de reactie visitatierapport "De publieke omroep: het spel, de spelers, het doel" (31700-VIII, nr. 217);
  • - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 30 september 2009 met de beleidsreactie op het adviesrapport Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers (31777, nr. 18)
  • Jasper van Dijk
  • Remkes
  • Voorzitter : Jasper van Dijk De heer Atsma
  • Atsma

  • Dovnload 431.59 Kb.