Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Dovnload 0.54 Mb.

Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Pagina1/13
Datum28.10.2017
Grootte0.54 Mb.

Dovnload 0.54 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2017.

(Zie vergadering van 6 december 2016.)

De voorzitter:
Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, viceminister-president en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op vragen, gesteld in eerste termijn.

Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de Handelingen van deze vergadering.

(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:


Ik heet de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Vandaag zijn aan de orde de eerste termijn van de zijde van de regering, de tweede termijn van de zijde van Kamer en daarna de tweede termijn van de zijde van de regering. Ik zie dat de minister al klaarstaat om antwoorden te geven. Het woord is aan de minister.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Minister Asscher:
Voorzitter. Ik denk dat het goed is voor de Kamer om te weten hoe ik mijn betoog heb opgebouwd: in vier blokjes. Na een korte algemene inleiding zal ik het eerst hebben over de fatsoenlijke arbeidsmarkt en zal ik ingaan op vragen rond flex en vast en schijnconstructies. Het tweede blokje gaat over de ondersteuning van werkzoekenden, de dienstverlening door UWV en wat daarmee samenhangt. Het derde blok gaat over koopkracht en inkomensbeleid. Het vierde blok gaat over integratie en de participatie van vluchtelingen. Mocht iemand de aandrang voelen om te interrumperen, dan kan het behulpzaam zijn om te weten hoe ik het heb opgebouwd. Daarna zal de staatssecretaris, als u haar toestaat voorzitter, de onderwerpen behandelen die aan haar zijn toevertrouwd.

Het doet mij groot genoegen om hier vandaag te mogen staan. Dat was zo toen ik hier voor het eerst stond, vier jaar terug, en het is vandaag ook zo. Dat is niet in het minst wegens de bevlogenheid, de gedegen voorbereiding en de scherpte in de inbreng van de Kamerleden die ik gisteren heb mogen beluisteren. Dat maakt dat dit altijd een van de mooiste debatten is. Ik wil graag deze vierde keer één seconde onze ambtenaren bedanken die evenzeer heel bevlogen, scherpzinnig en inhoudelijk gedreven ons altijd helpen bij het beantwoorden van schriftelijke vragen en bij het voorbereiden van dit soort debatten. Ik denk dat Nederland dankbaar mag zijn voor de ambtelijke ondersteuning van de kwaliteit zoals wij die hier kennen.

Vanzelfsprekend is zo'n vierde begroting altijd tegelijk een terugblik en een blik vooruit. Dat merkte je ook gisteren bij de inbreng in de eerste termijn. Het is dus goed om te bedenken hoe wij er vier jaar terug voor stonden toen wij in deze zaal bijeenkwamen. Het ging toen niet goed met Nederland en de vooruitzichten waren zo mogelijk nog beroerder. Veel mensen dreigden hun baan kwijt te raken en daarmee ook hun grip op het leven. Dat werd bij die begroting gesymboliseerd doordat wij hiervoor op het Plein — velen van u hebben daar ook gestaan — de bloembindsters van Sierafor uit Rijnsburg tegenkwamen. Zij waren ontslagen, en op weg naar de uitgang kwamen zij de Poolse uitzendkrachten tegen die hun baan kwamen overnemen. De crisis deed zich toen voor in allerlei gedaanten.

Onze directe opdracht was natuurlijk, zo snel mogelijk orde op zaken stellen en ervoor zorgen dat wat er allemaal de verkeerde kant opging, weer de goede kant op zou gaan. Op dat soort momenten leer je je vrienden kennen. Het was een slechte tijd voor Nederland, maar het maakte wel het beste los in de Hollandse polder, maar ook in de samenwerking met politieke partijen. Ik ben er heel trots op dat wij juist in die tijd, 2012/2013, erin slaagden om tot een sociaal akkoord te komen en dat wij erin slaagden om samen te werken, ook buiten de coalitie zelf, door verbinding te maken met andere partijen. Het was heel belangrijk dat dit toen lukte, op het dieptepunt van de crisis.

Vier jaar later gaat het niet alleen een stuk beter met Nederland, als je kijkt naar de cijfers, maar zijn ook de vooruitzichten veel beter. De pijlen die naar beneden wezen, wijzen nu omhoog. Ik denk dat dit voor heel veel mensen meer perspectief en meer hoop biedt voor de komende tijd.

Wij hebben ons de afgelopen jaren niet alleen beziggehouden met de weersvoorspelling van de dag, maar ook met het bredere klimaat dat verbeterd moet worden: een ander soort klimaat in Nederland, met minder discriminatie en meer verbinding. Geen schrale toendra, waarin we alleen maar werken om te overleven, maar een arbeidsmarkt waar je ook plezier put uit goed werk. Een klimaat waarin arbeid en zorg samen kunnen gaan. Het gaat om fatsoenlijk werk en fatsoenlijk loon, waarmee de waarde van werk ook weer op waarde wordt geschat. Daarvoor waren grote en structurele aanpassingen nodig, die vaak lang, te lang, vooruit waren geschoven. De wetgeving liep op tal van punten achter op veranderende opvattingen in de samenleving, variërend van de zorgtaken van vaders tot het loon van jongeren. Variërend van een systematiek voor jeugdlonen die sinds 1983 niet was veranderd tot ons ontslagrecht, dat sinds 1946 niet was aangepast. Het was ook nodig om te kijken naar de rechtspositie van flexwerkers, naar het belang dat wij hechten aan vaste banen en naar een rechtvaardiger, goedkoper, sneller en eenvoudiger ontslagrecht.

Dat speelde zich ook af in anders gaan denken over arbeid en zorg. We moeten stoppen met de hokjesgeest die ervoor zorgt dat er alleen luizenmoeders zouden mogen zijn en geen luizenvaders. Het moet niet meer normaal zijn dat de vrouw altijd een stapje terug doet voor de kinderen, in plaats van dat je daar samen afspraken over maakt. Al deze elementen speelden toen al, en aan al die elementen hebben wij toen hard gewerkt, inclusief de ijzeren wet dat ministers geen Sint-Maarten mogen vieren. We hebben veel gesproken over discriminatie op de arbeidsmarkt, en dat was hard nodig. Ook gisteren kwam dat in de eerste termijn van de Kamer nadrukkelijk naar voren. Als wij eisen stellen aan mensen en streng zijn tegenover diegenen die zich hier vestigen, hoort daar ook bij dat wij mensen daadwerkelijk een kans bieden en hard optreden tegen discriminatie. Ik hoorde dat eigenlijk van alle partijen gisteren in hun inbreng.

En ja, ook een Brusselse klimaatverandering is nodig. Er kwamen destijds heftige reacties op het signaal dat ik afgaf met die code oranje. Je ziet ook daar een verandering van toon en een verandering van houding. Dat is heel belangrijk, omdat het gaat over wat rechtvaardig is in de Nederlandse samenleving. Je ziet hier en daar de nodige verandering komen. Voor het eerst sinds 2009 is er een stijging van het aantal werknemers met een vast contract. Daar is gisteren over gesproken. Het is echt nog geen reden om de vlag uit te hangen, dat ben ik eens met de Kamerleden, maar het is wel heel belangrijk. Nog niet zo heel lang geleden zeiden ook de werkgevers nog: niemand krijgt meer een vast contract. Dat wordt nu in ieder geval gelogenstraft door de praktijk. Dat is nog geen reden om tevreden te zijn. Wij willen met elkaar nog veel meer, maar het is wel een belangrijke trendbreuk. Dat geldt ook voor de vreugde die er ontstond toen overeenstemming werd bereikt over de verhoging van het jeugdloon, en voor de tranen van geluk die ik heb gezien, letterlijk tranen van geluk, bij schoonmakers die in dienst kwamen bij de rijksoverheid. En hoewel de truckers het drooghielden, vond ik het mooi dat ik een lift van hen kreeg naar het Torentje, louter om daar hun boodschap te laten horen — meer betekende het niet — als dank voor de wet die hier gemaakt is tegen uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs en tegen oneerlijke concurrentie.

Als je kijkt naar het maatschappelijk klimaat, is het beeld dubbel. Soms waait er een gure poolwind op Twitter en Facebook, die velen in de samenleving, maar ook politici raakt. Realiteit is echter ook dat wij veel meer dan vroeger over onderwerpen durven te praten die we vroeger misschien meden. Discriminatie, etnisch profileren, maar ook problemen rondom integratie, radicalisering en terrorisme, de komst van de vluchtelingen en wat dat betekent, en ja, zelfs de toekomst van Piet. Dat zijn maar een paar onderwerpen. Als je de maatschappelijke discussie ziet, is er reden tot zorg vanwege de verruwing en verharding, maar hier en daar is er ook reden voor optimisme.

Als we kijken naar het nu, en teruggaan naar de cijfers en de feiten ...

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter.

De voorzitter:


Nee, mijnheer De Graaf, ik geef u niet het woord. Het spijt me heel erg, maar ik wil toch dat de minister nu door kan gaan. U krijgt later zeker de gelegenheid om een vraag te stellen, maar ik wil voorstellen dat de minister even zijn algemene inleiding afrondt. Daarna bent u de eerste die het woord krijgt.

Minister Asscher:


Als je kijkt naar de cijfers van nu, want dat blijft belangrijk, dan zie je dat de werkloosheid iedere maand daalt, dat er meer vacatures zijn, dat er meer mensen zijn met betaald werk en dat mensen ook meer uren werken. Sinds oktober 2015 zien we gelukkig ook de werkloosheid onder ouderen — een grote zorg in deze Kamer — afnemen. Sinds het omslagpunt begin 2014 zijn er 250.000 banen bij gekomen. In de afgelopen zeven jaar tijd hebben nog nooit zo veel jongeren een baan gehad en de werkloosheid is de afgelopen tien jaar niet zo snel gedaald als in de afgelopen periode. Bedrijven durven weer te investeren, mensen durven weer geld uit te geven. De koopkracht is eerlijker verdeeld. Mensen hebben weer meer te besteden.

We leven in een tijd dat het weliswaar beter gaat, maar nog lang niet overal goed voelt. Ik denk dat de zorgen van veel Nederlanders onze aandacht vergen. Een van die graadmeters — mevrouw Karabulut sprak daar gisteren mooi over — is de knagende onzekerheid die mensen voelen over wat er op ons afkomt. Hoe gaat het straks met de werkzekerheid? Hoe gaat het straks met de overheidsfinanciën? Hoe gaat het straks met de robots, die zonder salaris en zonder mopperen 24 uur per dag aan de slag willen gaan? Hoe gaat het straks met de samenleving, onze identiteit en de manier waarop we met elkaar omgaan? Niet de gunstige cijfers, maar dit knagende voel laat zien dat we niet tevreden op onze lauweren mogen rusten en dat we moeten doorwerken aan een moderne fatsoenlijke arbeidsmarkt en een moderne verbindende samenleving. Dan moet je je niet vastklampen aan louter wijsheden uit het verleden, maar moet je erop voortbouwen. Dat laten de mooie woorden Van Syb Talma die de heer Heerma gisteren citeerde wat mij betreft zien. Nee, mensen mogen nooit machines worden. Dat was 100 jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. We moeten ons echter realiseren dat machines wel steeds meer op mensen gaan lijken en dat dat voor nieuwe vragen zorgt.

We hebben meer Syb Talma's nodig in onze toekomst. Naast zijn visie, was hij ook een verbinder. Hij was iemand die over de muren van zijn eigen hokje heen durfde te kijken. Dat zie je nu, 100 jaar later, heel goed, maar destijds werd het hem niet in dank afgenomen. Hij stond in zijn eigen kring bekend als een progressieve rode dominee, terwijl hij in de socialistische en communistische hoek werd gezien als een verrader van de arbeidersklasse. Hij zei zelf: "Het is mij overkomen dat ik de ene dag genoemd werd een socialist en de andere avond een zwartgerokte slippendrager van het kapitalisme." 100 jaar later blijkt het een compliment. Ook die woorden zijn actueel. Dat blijkt ook uit de scherpe kanten van het debat gisteren. Ik vond de verbindende bijdrage van de heer Marcouch daarover aantonen dat het naast om woorden, gaat om het bereiken van een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen. Ook al zien kortzichtige mensen die niet over de muren van hun eigen hokje heen kunnen kijken dat vandaag misschien nog anders, voor straks zal dat moeten.

Voorzitter. Ik kom bij de fatsoenlijke arbeidsmarkt, het eerste blokje van de beantwoording van de vragen van de Kamer.

De voorzitter:
Dan geef ik eerst het woord aan de heer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):


Ik dank de minister voor zijn algemene inleiding. Hij sprak daarin over de toekomst van Piet. Dat vind ik heel aardig. Mijn vader is 78 en heeft de afgelopen vier jaar niet de indruk gehad dat de minister zich druk maakte om zijn toekomst of zorgen maakte over zijn toekomst. Of bedoelde de minister Zwarte Piet?

Minister Asscher:


Voorzitter, wilt u de heer De Graaf ervan overtuigen dat ik zijn vader een lang, mooi en gezond leven toewens? Ik had het echter inderdaad over de maatschappelijke discussie over Zwarte Piet.

De heer De Graaf (PVV):


Dank voor de eerste woorden en ook voor de tweede. Ik ben blij te horen dat het gaat om Zwarte Piet. Dat heeft de minister net uitgesproken. Zwarte Piet heeft dus een toekomst. Dank u wel.

Mevrouw Karabulut (SP):


De minister heeft het over een gevoel van onzekerheid. Hij noemt een aantal positieve ontwikkelingen en schetst voor de toekomst dat het beter moet gaan. Ik heb één prangende vraag aan de minister. Die heb ik hem gisteren ook gesteld. Als je kijkt naar de staat van het land, zie je dat Rutte II, het kabinet-Rutte/Asscher, ook verantwoordelijk is voor een groeiende kloof. De managers krijgen er salaris bij, terwijl de medewerkers in de zorg eruit moeten.

De voorzitter:


Wat is de vraag?

Mevrouw Karabulut (SP):


Degenen met de hoogste inkomens krijgen er €50 bij, terwijl degenen met de laagste inkomens er €10 bij krijgen. Dat is niet alleen maar een gevoel.

De voorzitter:


Wat is uw vraag?

Mevrouw Karabulut (SP):


Dat is ook de politiek geweest van dit kabinet-Rutte/Asscher, waarbij 80% erop achteruit is gegaan en 20% erop vooruit.

De voorzitter:


Mevrouw Karabulut …

Mevrouw Karabulut (SP):


De vraag aan de vicepremier is of hij ook verantwoordelijkheid neemt voor dit beleid.

Minister Asscher:


Kijk naar wat er in de crisisjaren, waarin verschrikkelijk veel gevraagd is aan de Nederlandse bevolking omdat er enorm bezuinigd moest worden, door dit kabinet is gedaan om die pijn te verzachten en die eerlijk te verdelen. Daar neem ik zeker verantwoordelijkheid voor. Je ziet bijvoorbeeld dat de inkomensstijging voor de werknemers met de laagste inkomens dankzij beleid van het kabinet vijf keer zo hoog is geweest als die voor werknemers met de hoogste inkomens. Natuurlijk profiteren de hoogste inkomens meer van autonome ontwikkelingen, zoals lage hypotheekrente en contractloonstijgingen. Juist het beleid van het van het kabinet is er echter op gericht geweest om, ondanks die enorme offers die gebracht zijn, de pijn eerlijk te verdelen. Ik denk dat je moet vaststellen dat dat met heel veel moeite en heel veel pijn ook gelukt is.

Mevrouw Karabulut (SP):


Als dit de definitie van "eerlijk delen" van de vicepremier is, dan vrees ik dat hij vol goede bedoelingen zit maar het slechte uitvoert. Het resultaat van het beleid is namelijk dat er meer onzekere banen bij zijn gekomen, dat de lonen omlaag zijn gegaan, dat de rijken rijker zijn geworden en de armen armer en dat de top zichzelf heeft kunnen blijven verrijken. Als de vicepremier dat omarmt, is hij VVD-light, zoals hij Rutte PVV-light noemde. Dat spijt mij zeer.

Minister Asscher:


Mevrouw Karabulut stelde geen vraag, maar kleurde het antwoord dat ik net gaf op haar eigen manier in. Dat is natuurlijk haar goed recht. Ik wijs er graag op dat dit kabinet wetgeving heeft voorbereid om de verantwoording van de hogere inkomens over topsalarissen duidelijker te maken en om daarbij medezeggenschap ook een grotere rol te geven. Ik wijs er ook graag op dat er buiten Tsjechië geen land in de Europese Unie is waar de kans op armoede en uitsluiting kleiner is. Mede door het beleid, door keuzes — niet alleen van het kabinet, maar van verschillende partijen — is er geen land in Europa te vinden waar die kans kleiner is. Ik wijs er ook op dat in die vier jaren, ondanks de enorme economische crisis, de inkomensongelijkheid per saldo niet is gestegen. Ik ben het wel met mevrouw Karabulut eens dat wij nog een opgave hebben, omdat de ongelijkheid in zekerheid groot is. Dat blijft een enorm issue. Ik heb gisteren gehoord dat iedereen in het debat daar zijn zorgen over heeft uitgesproken, maar dat de alternatieven die geboden zijn …

(Onrust op de publieke tribune.)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:


Ik kijk even of er meer potentiële daders op de publieke tribune zitten. Het is hartstikke koud, dus ik zou zeggen: doe geen kleren uit. De minister gaat verder met zijn antwoord.

Minister Asscher:


Ik krijg de indruk dat mevrouw Voortman een vraag wil stellen.

De voorzitter:


Dat is waar. Mevrouw Voortman mag een vraag stellen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):


Ik denk niet ik op deze manier de aandacht kan trekken. Ja, u zou dat misschien wel willen, mijnheer Marcouch! Ik denk dat we straks nog verder komen te spreken over het verschil tussen vast en flex, want daar is een apart onderdeel over.

Ik wil graag even terugkomen op het verschil tussen de inkomens. Dit kabinet heeft er namelijk ook voor gekozen om mensen met vijf keer modaal extra geld te geven. Dat geld had het ook aan mensen met een uitkering kunnen geven. De minister zegt: we hebben mensen die werken meer geld gegeven. Maar mensen met een uitkering zijn er bijna niks op vooruitgegaan.

Minister Asscher:
Ik denk dat dat enige bijstelling behoeft. Mensen met een uitkering zijn er in deze kabinetsperiode zo'n 2% op vooruitgegaan. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de heffingskorting en de arbeidskorting, zie je dat mensen met een laag inkomen nu zo'n €3.000 meer krijgen dan aan het begin van de kabinetsperiode, terwijl mensen met een hoog inkomen die kortingen helemaal niet meer krijgen. Die zijn er dus juist aanzienlijk op achteruitgegaan. De inzet van het beleid was een evenwichtig koopkrachtbeleid. Dat hebben we telkens gevoerd. We hebben vaak in augustus nog bijgestuurd. Dit jaar hebben we bij de begroting voor komend jaar een aanzienlijk bedrag uitgetrokken om juist de koopkracht van ouderen en uitkeringsgerechtigden te verbeteren. Ik denk dus dat de stelling die mevrouw Voortman betrekt, niet klopt.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):


Dan wil ik op mijn beurt toch ook de minister even bijstellen. Hij zegt dat uitkeringsgerechtigden er 2% op vooruit zijn gegaan. Dat is niet dankzij kabinetsbeleid gebeurd. Dat zijn gewoon autonome ontwikkelingen. Ik heb de tabel van het ministerie van Sociale Zaken zelf hier voor me. Het gevolg van het inkomensbeleid van Rutte II is dat uitkeringsgerechtigden er bijna niks op vooruit zijn gegaan. Daar is bijna geen beleid op gevoerd. Op de werkenden met een hoog inkomen is wel degelijk beleid gevoerd. Dit kabinet heeft dus geld gegeven aan hogere inkomens waar dat ook gegeven had kunnen worden aan mensen met een uitkering. Dat vind ik niet solidair.

Minister Asscher:


Ik krijg nu al de indruk, zo aan het begin van deze eerste termijn, dat mevrouw Voortman en ik het misschien niet over alles eens worden. Laat ik er deze feiten naast zetten. Je kunt zien dat een alleenstaande op het minimumloon er deze kabinetsperiode 12,8% op vooruitgaat. Diezelfde alleenstaande gaat er bij een modaal inkomen 7,4% op vooruit en bij twee keer modaal 4,6%. Dat is, met andere woorden, een zeer aanzienlijke stijging voor werkenden met een laag inkomen, een flinke stijging voor werkenden met een modaal inkomen en ja, ook een beperkte stijging voor mensen met een hoog inkomen. Ik ben het helemaal met mevrouw Voortman eens dat, gezien de enorme ingrepen die de afgelopen jaren nodig waren, er enorme offers gevraagd en gebracht zijn door heel veel mensen. Ik denk dat men deels de pijn ook nog voelt van de afgelopen jaren, van de bezuinigingen, van de maatregelen. We weten allemaal dat geen puntenwolk of koopkrachtplaatje alle Nederlanders kan vatten. Maar ik hou wel staande dat we er in ons inkomensbeleid juist steeds voor hebben gekozen om te zorgen voor evenwicht. Dat betekende in crisisjaren: meer geld naar de lage inkomens en minder naar de hoge inkomens.

De voorzitter:


Mijnheer Asscher, gaat u verder.

Minister Asscher:


In oktober waren 502.000 mensen werkloos. Dat is het laagste niveau in vier jaar tijd en het zijn er 100.000 minder dan vorig jaar. Die cijfers zijn belangrijk, omdat het gaat over bestaanszekerheid en werken bijdraagt aan zelfontplooiing. Het is ook belangrijk omdat mensen met werk doorgaans langer gezond blijven. Daarom richt het beleid zich komend jaar op die twee kernwaarden: kansen voor iedereen en goed werk. De positieve effecten van werk gelden immers alleen als het werk goed is, van waarde is. Het moet meer zijn dan vast werk alleen. Het moet werk zijn dat je met plezier en passie kunt doen, dat gewaardeerd wordt en kansen biedt om jezelf te ontwikkelen. Ik herkende wat dat betreft veel in het mooie betoog van de heer Van 't Wout. Hij vertelde hoe hij deze zomer een aantal ondernemers had gesproken. Ik denk dat daar op dezelfde manier over de waarde van werk wordt gesproken als hier in deze Kamer.

Die arbeidsvoorwaarden moeten voor iedereen die hetzelfde werk doet gelijk zijn, of je nou uit Warschau, Parijs of Amsterdam komt en ook of je nou 22 of 23 jaar oud bent. Ik citeer opnieuw de heer Van 't Wout. Hij zei: je zit toch in de politiek om dingen op te lossen en verder te brengen. Dat is ook mijn richtsnoer geweest. Ik weet niet precies hoe vaak de heer Van 't Wout zijn vrouw de afgelopen tijd heeft gezien. Ik hoop toch dat hij gisteren enigszins overdreef, want zo vaak hebben wij elkaar nou ook niet gezien. Ik waardeer het echter zeer dat politieke partijen telkens opnieuw proberen dingen te bereiken en daarbij compromissen sluiten voor de goede zaak. Dat geldt niet alleen voor de coalitiepartijen. Het is best bijzonder dat dat afgelopen voorjaar nog gelukt is. Ik ben mevrouw Van 't Wout er ook erkentelijk voor dat ze dat mogelijk heeft gemaakt.

De voorzitter:
U bedoelt de heer Van 't Wout. O nee, daar hebt u in de eerste termijn inderdaad aan gerefereerd.

Minister Asscher:


Ook de heer Van 't Wout heeft zijn best gedaan, maar het persoonlijke offer dat gebracht is, heeft hij gisteren niet voor niets benadrukt.

Aan de Wet werk en zekerheid is te zien dat we er de afgelopen jaren in geslaagd zijn een groot aantal maatregelen te nemen om dingen die we niet goed vinden op de arbeidsmarkt aan te pakken. Er is een nieuwe balans gezocht tussen zekerheid en flexibiliteit. We weten ook dat een dusdanig grote wijziging tijd nodig heeft om gemeengoed te worden in de praktijk en goed te kunnen werken. Het ontslagrecht is voor het eerst in 70 jaar aangepast, het flexrecht voor het eerst in meer dan 10 jaar en de WW voor het eerst in lange tijd. Het laat nooit in één keer al het resultaat zien dat je zou willen. Dat geldt voor alle grote veranderingen. Ik denk dat het belangrijk is om je te realiseren dat altijd eerst de handel aantrekt en daarna de arbeidsmarkt. Dat zagen we het afgelopen jaar ook: eerst een onstuimige groei van de uitzendsector en nu ook groei in andere sectoren. Er is een duidelijke groei te zien in het aantal banen en dat past in het beeld van een zich herstellende arbeidsmarkt.

Uit de tussentijdse rapportage kun je ook een aantal bemoedigende signalen halen. In het tweede en derde kwartaal is, ook ten opzichte van een jaar geleden, een stijging te zien van het aantal werknemers met een vast contract, maar ook een daling van de ontslagkosten voor werkgevers. Dat was beoogd. Zo blijkt dat de gemiddelde vergoeding die de rechter toekent bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, praktisch gehalveerd is. De proceduretijden bij het UWV — dit klinkt als techniek, maar het is voor een werkgever buitengewoon belangrijk — zijn aanzienlijk verkort, waardoor ontslag, als dat nodig is, ook sneller verloopt.

Als er problemen zijn, lossen we die, samen met sociale partners, ook op. Zo is het nu mogelijk dat cao-partijen voor seizoensgebonden werkzaamheden een uitzondering krijgen op de ketenbepaling. Op dit moment ligt een wetsvoorstel bij de Raad van State om werkgevers te compenseren voor de kosten die zij maken bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, maar ook om cao-partijen meer ruimte te geven om af te wijken van de transitievergoeding die verschuldigd is bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Als je de balans opmaakt, dan zie je dat de wet met inbegrip van een aantal nodige aanpassingen — dat is ook logisch bij zo'n wijziging — doet wat hij moet doen: het verbeteren van de rechtspositie van flexwerkers, meer vaste banen, ook al is het te vroeg om daar echt conclusies over te trekken, en een rechtvaardiger, goedkoper, sneller en eenvoudiger ontslagrecht. Maar de Wet werk en zekerheid is geen toverstaf. Dat hoort u mij ook niet zeggen en dat kunnen we er ook niet van verwachten, want ook op andere terreinen zie je dat de arbeidsmarkt knelpunten kent. Gisteren kwam loondoorbetaling bij ziekte aan de orde. Het afgelopen jaar is het aantal mensen in arbeidsongeschiktheidsregelingen sterk gedaald. We zien dat de re-integratie na ziekte overwegend goed werkt. Toch ervaren werkgevers knelpunten bij die verplichting.

In overleg met de coalitiefracties en de sociale partners hebben we in april een aantal maatregelen aangekondigd om wat aan die knelpunten te doen. Daar horen ook maatregelen rond de loondoorbetalingsverplichting bij. Voor het einde van dit jaar zal ik de Kamer informeren over de uitwerking van die maatregelen. Ik realiseer mij echter — dat is gisteren terecht gemeld — dat we er dan nog niet zijn. De heer Heerma vroeg mij naar de voortgang op dit dossier bij de sociale partners. De SER werkt op dit moment aan een advies over de arbeidsmarkt voor langdurig werklozen en het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte. Dat advies is onderdeel van een bredere werkagenda van de SER. De SER heeft aangekondigd meer tijd nodig te hebben dan we een jaar geleden hoopten en dachten, maar het advies zal wel in het voorjaar van 2017 gereed zijn.

De

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13

  • De Graaf
  • Asscher : Ik krijg de indruk dat mevrouw Voortman een vraag wil stellen. De voorzitter : Dat is waar. Mevrouw Voortman mag een vraag stellen. Mevrouw Voortman

  • Dovnload 0.54 Mb.