Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Dovnload 0.54 Mb.

Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Pagina8/13
Datum28.10.2017
Grootte0.54 Mb.

Dovnload 0.54 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13
Voortman (GroenLinks):
De staatssecretaris zegt over de tegenprestatie eigenlijk: regels zijn regels. Maar het punt is nou juist dat we die experimenten doen omdat we meer vertrouwen in mensen willen laten zien, omdat we denken dat niet zo repressief werken er misschien juist wel voor zorgt dat mensen eerder aan het werk zijn. Dan is het toch heel raar dat je een aantal gemeentes meer ruimte geeft, maar vervolgens wel zegt: maar dit regeltje moet je wél uitvoeren? Ik zou de staatssecretaris echt willen vragen om de tegenprestatie te schrappen. In de AMvB staat nergens dat die per se nodig is.

Staatssecretaris Klijnsma:


Als je mensen vrijwaart van allerlei verplichtingen, moet je wel helder hebben wat die verplichtingen oorspronkelijk waren. Anders kun je ze er niet van vrijwaren. Daarom is het helemaal niet vreemd om te kijken naar de verordening in kwestie, want de groep die vrijstelling krijgt, krijgt vrijstelling van sollicitatieplicht en tegenprestatie.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


De staatssecretaris sprak net warme woorden over de SW-bedrijven; "sociale werkplaatsen" zullen we ze nog maar noemen. Ik heb hier een citaat van iemand die zegt: "Je kunt niet aan de ene kant zeggen dat de SW-bedrijven belangrijk zijn voor de uitvoering van de Participatiewet en de banenafspraak en aan de andere kant de inzet van die kennis en infrastructuur financieel onmogelijk maken." Misschien weet de staatssecretaris wie deze uitspraak heeft gedaan. Die was getekend: Job Cohen. Dat moet de staatssecretaris toch bekend voorkomen? Er zit nu een gat van zo'n 360 miljoen tussen de berekeningen van het ministerie en die van Cedris, de koepel van de SW-bedrijven zullen wij maar zeggen. Wij hebben hier weleens wat verschillen van inzicht over cijfers, maar 360 miljoen is een behoorlijk fors bedrag. De staatssecretaris zegt dat het mogelijk is. Hoe kan het dan dat de heer Cohen zegt dat het niet kan? Zegt de staatssecretaris nu eigenlijk dat de heer Cohen liegt?

Staatssecretaris Klijnsma:


Ahum, voorzitter, ik zou nooit zeggen: de heer Cohen liegt. De heer Cohen is voorzitter van de paraplu boven alle SW-bedrijven. De koepel, Cedris, heeft naar voren gebracht — de heer Cohen heeft dat natuurlijk niet persoonlijk gedaan — dat er over de komende jaarschijven een tekort aan de orde zou kunnen zijn. Ik heb met de Kamer gewisseld dat ik iedere keer opnieuw kijk naar de ontwikkeling van de situatie. Want er is inderdaad — daar ben ik zeer open over — een taakstelling aan de orde, maar wij moeten ook iedere keer opnieuw bekijken hoe de uitstroom uit het SW-bedrijf zich manifesteert. Over de jaarschijf 2015, het eerste jaar van de Participatiewet, bleek dat de uitstroom net iets groter was dan oorspronkelijk begroot. Gemeenten hebben toen dus iets overgehouden. Over het eerste halfjaar van 2016 hebben wij de Kamer inzicht verschaft in het feit dat, zoals het er nu naar uitziet, de uitstroom nog steeds keurig op peil is en dat die zelfs wederom iets groter is dan begroot. Zoals het er nu naar uitziet, zouden gemeenten aan het eind van de rit dus ook over deze jaarschijf iets over kunnen houden. Ik ben vast van plan — dat heb ik de Kamer ook toegezegd — om ieder jaar opnieuw met Cedris en de VNG te bekijken hoe de situatie zich ontwikkelt. Mocht het zo zijn dat gemeenten echt beduidend geld tekort komen, bekijken wij natuurlijk hoe wij dat in gezamenlijkheid oplossen. Dat is een.

Nu nog een tweede. De Kamer heeft bewerkstelligd dat er 100 miljoen beschikbaar is gesteld voor het maken van nieuwe beschutwerkplaatsen. Ook die middelen zijn beschikbaar voor gemeenten om vrijelijk in te zetten. Dat wil ik bewerkstelligen bij de Voorjaarsnota. Dat heb ik de Kamer toegezegd, dus dat ga ik doen. Ook dat kan gemeenten zeer helpen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
De staatssecretaris zegt dus niet dat Cedris helemaal ongelijk heeft. Ik heb haar niet horen zeggen dat het citaat niet klopt. Zij heeft naar aanleiding van een motie van mevrouw Voortman gezegd dat we bij de evaluatie in 2019 gaan bekijken of het allemaal kan en of de middelen voldoende zijn. Dat lijkt mij rijkelijk laat, want het kan zijn dat de mooie infrastructuur waar de staatssecretaris het over heeft, dan inmiddels weg is. Dat moeten wij volgens mij voorkomen. Is de staatssecretaris bereid om voor de Voorjaarsnota niet alleen te kijken naar de vijf keer 20 miljoen die mogelijk beschikbaar komt, maar ook nog eens het gesprek aan te gaan met de gemeenten? Want wij krijgen nu echt heel veel signalen. Kan zij nu ook de ruimte laten om te zeggen: bij de Voorjaarsnota zal ik nog meer beschikbaar stellen als mocht blijken dat het echt niet gaat? Ik hoop echt dat het kabinet die ruimte wel wil geven om in ieder geval te voorkomen dat de SW-bedrijven op sommige plaatsen gewoon gaan omvallen, want dan zijn we te laat.

Staatssecretaris Klijnsma:


Zoals ik net in mijn betoog meldde, zijn de SW-bedrijven mij een lief ding waard. Wij hebben nu inzicht in het eerste halfjaar van 2016. Ik ga mijn uiterste best doen om voordat de Voorjaarsnota gepresenteerd wordt aan de Kamer, inzicht te hebben in heel 2016. Ik heb de VNG al toegezegd — ik meen dat ik dat ook verteld heb aan de Kamer — dat ik ieder jaar met de VNG ga bekijken of we keurig in de pas lopen voor wat betreft de oorspronkelijke uitstroomcijfers die wij begroot hadden. Dit is echt een toezegging mijnerzijds, omdat je dan natuurlijk ook moet kijken naar de manier waarop het zich financieel ontwikkelt.

Mevrouw Karabulut (SP):


Dat is een fluttoezegging, want ieder bedrijf weet dat je zo geen bedrijf kunt runnen. Het punt is dat de heer Cohen hartstikke gelijk heeft. De staatssecretaris is verantwoordelijk voor het politieke besluit om een sociaal sterfhuis van SW-bedrijven te maken. Mevrouw Schouten van de ChristenUnie heeft daarvoor getekend. Maar mijn vraag aan de staatssecretaris is: waarom staat zij de gemeente Amsterdam, die op alle vlakken sociale politiek bedrijft en mensen aan het werk helpt, niet toe om mee te doen aan een experiment dat zij wel mogelijk maakt voor andere gemeenten?

Staatssecretaris Klijnsma:


Dat gaat niet specifiek over het sociaal werkbedrijf. Daarvan heb ik gezegd wat ik ervan gezegd heb. Wat mij betreft blijft het sociaal werkbedrijf recht overeind. Als de gemeente Amsterdam zou willen meedoen aan het experiment, moet ze natuurlijk ook bekijken of de verordening helemaal op orde is. Dat vraag ik van iedere gemeente, of die nou groot is of klein. De verordening klopt op één onderdeel nog niet helemaal. Als de verordening op orde is, kan de gemeente Amsterdam gewoon meedoen met het experiment.

Mevrouw Karabulut (SP):


Hieruit blijkt hoe ziek deze wet is en hoe ziek deze politiek is. Enerzijds zegt het kabinet: wij laten gemeenten de vrijheid en geven ze de verantwoordelijkheid, met alle kortingen, om te zorgen dat ze mensen aan het werk helpen. Anderzijds zegt de staatssecretaris hiermee: nee gemeente, u moet werkzoekenden straffen door hen gedwongen vrijwilligerswerk te laten doen, een route waarlangs ook nog eens banen worden verdrongen, en doet u dat niet, dan ga ik u pesten en nog meer straffen door u uit te sluiten van een sociaal experiment. Ik vind dit echt krankzinnig beleid, krankzinnige politiek en op geen enkele wijze uit te leggen.

De voorzitter:


De staatssecretaris, een korte reactie.

Staatssecretaris Klijnsma:


Ja, uiteraard. Deze inkleuring snijdt gewoon echt geen hout. Ik heb, kan ik melden, goede connecties met gemeenten en verg van alle gemeenten dat ze de wet hanteren. Men heet niet voor niets "wethouder". Ik inviteer alle gemeenten om, als hun dat goed uitkomt, mee te doen aan de experimenten. We hebben gezegd dat er zeker 25 gemeenten aan kunnen meedoen. Ik vind dat een groot goed. Dus nogmaals, als de gemeente Amsterdam wil instappen en het keurig wil doen op basis van een verordening die strookt met de wet, dan ben ik heel blij als ze er ja tegen zegt.

De heer Pieter Heerma (CDA):


De afgelopen maanden hebben we op een aantal punten verbeteringen aangebracht in de Participatiewet. Dat was ook nodig, want de cijfers bleven achter, of het nou gaat om de bureaucratie die weggehaald is met de praktijkroute, om de pilots met inkoop bij sociale ondernemingen of om de kandidatenverkenner. Ik heb gisteren gevraagd naar de BIZ-platforms. Er loopt een pilot op een drietal plekken, die heel mooie resultaten oplevert omdat er niet met de stok van het quotum wordt gehandeld, maar om vanuit de wortel gezamenlijk iets moois te bouwen. Volgens mij liggen daar kansen. Vanuit die pilots is nu een coöperatieve vereniging in oprichting om dat landelijk onder de aandacht te brengen. De staatssecretaris schrijft naar aanleiding van de vragen dat ze het in een brief wil zetten, maar ik zou graag willen dat ze een stap verder gaat en met deze coöperatieve vereniging en de VNG om tafel gaat om te bekijken wat zij kan doen om te stimuleren dat een en ander op meer plekken van de grond komt.

Staatssecretaris Klijnsma:


Toen de BIZ-platforms nog heel pril waren, ongeveer een jaar geleden, heb ik met de initiatiefnemers gesproken. Ik vind het een heel aanstekelijk initiatief en heb dus ook toegezegd dat zij, als zij in een nieuw stadium terecht zouden zijn gekomen, wederom van harte welkom bij mij waren. Als dit het moment is om die invitatie over het voetlicht te brengen, zeg ik: prima. Ik wil de initiatiefnemers graag bij mij aan tafel om te bekijken hoe ik kan stimuleren dat BIZ-platforms all over the place gestalte kunnen krijgen.

De heer Kerstens (PvdA):


Het is goed dat de staatssecretaris nog eens herhaalt wat ze al eerder heeft aangegeven, namelijk dat ze in het voorjaar aan de hand van de realisatiecijfers over 2016 gaat bekijken of er een financieel probleem is bij de sociale werkplaatsen of niet. Als dat het geval zou zijn — ik herhaal mijn eigen woorden uit het debat van twee weken terug — gaat ze bekijken hoe ze er een mouw aan kan passen. Twee weken terug hadden wij hier een debat over het verplicht aan gemeentes opleggen om beschutwerkplekken te realiseren. Dat is 30.000 keer een loon in plaats van een uitkering. Hartstikke belangrijk.

De voorzitter:


Wat is de vraag?

De heer Kerstens (PvdA):


Ik heb in eerste termijn gevraagd om een vergelijkbare beweging richting gemeentes als het gaat om het toetsen op verdringing. Vergelijkbaar in die zin dat wij helder maken dat er iets moet gebeuren: beschutwerkplekken in het ene geval, toetsen op verdringing in het andere geval. Uiteraard is het aan gemeentes om te bekijken hoe ze die vormgeven en hoe ze die toets op verdringing vormgeven.

De voorzitter:


Wat is de vraag?

De heer Kerstens (PvdA):


In de schriftelijke antwoorden heb ik gezien dat de staatssecretaris daar nog steeds niet erg enthousiast over is. Ik zou er toch graag op blijven doorduwen, want het voorkomen van verdringing en het afspreken van een ordentelijke procedure daarvoor, is echt belangrijk.

Staatssecretaris Klijnsma:


Dat laatste ben ik natuurlijk zeer eens met de heer Kerstens, maar ik wil toetsen op verdringing niet opleggen aan gemeenten. Ik vind oprecht dat vakbewegers en gemeenteraden hun bestuurders moeten volgen: wat gebeurt er nu precies op die arbeidsmarkt en is verdringing aan de orde? Het mooie is dat in de arbeidsmarktregio's die vakbeweging steeds meer een partij gaat meeblazen. Het is juist de vakbeweging die daarin een grote rol zou kunnen spelen. Dat gaat men ook meer en meer doen. Gemeenteraden moeten er bovenop zitten. Er zijn heel mooie voorbeelden in Nederland. Ik wil die voorbeelden met alle plezier nog eens breed uitmeten, maar ik ga het gemeenten niet verplichten.

De heer Kerstens (PvdA):


Dat hoor ik de staatssecretaris zeggen. Ik heb al eens eerder bij deze microfoon gestaan om op dit thema te hameren. Er zijn, nadat ik erop had aangedrongen, ook niet voor niks spelregels gekomen. Er zijn handvatten gekomen om te kijken: wanneer is het nou verdringing en wanneer niet? De staatssecretaris kent toch ook het rapport naar aanleiding van het onderzoek van de Inspectie SZW dat uitwijst dat, ondanks alles wat wij eraan gedaan hebben, ondanks alle keren dat wij er hierover gesproken hebben, slechts 49% van de gemeenten er wat aan doet?

Staatssecretaris Klijnsma:


Dan helpt het wel dat wij het hier weer aan de orde hebben. Het moet helder worden dat gemeenteraden en vakbeweging de boel goed tegen het licht houden. Ik ga ermee door om dit over het voetlicht te brengen.

Ik kom op het blokje "armoede en schulden". Die grijpen echt diep in in het leven van mensen. De gevolgen zijn vaak ontwrichtend voor de mensen zelf die in de schulden zitten, en voor hun kinderen. Ik hoor en zie dat vaak op werkbezoeken in het land, in gesprekken met direct getroffenen en in overleg met maatschappelijke organisaties. Financiële stress door armoede en schulden zorgt vaak voor gezondheidsklachten en gaat dikwijls samen met andere problemen. Er is op dit moment een indringende documentaire op tv over Amsterdam-Noord. Ik ben daar ook op werkbezoek geweest. Daarin zie je hoe heftig de armoede- en schuldenproblematiek soms aan de orde is.

De samenleving als geheel ondervindt de gevolgen. De maatschappelijke kosten van armoede en schulden zijn hoog. Ik denk aan de kosten van schuldsanering, maar bijvoorbeeld ook aan de zorgkosten. Voor de mensen zelf is het echt heel stevig.

De heer Krol vroeg wat het kabinet doet om die integrale schuldhulpverlening te realiseren. Ik kan melden dat het kabinet armoedebestrijding vanaf het begin hoog op de agenda heeft gezet en ook heeft geïntensiveerd. In het regeerakkoord is structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gemeenten en maatschappelijke organisaties. Na jaren van stijgende armoede, ook door de crisis, laten onderzoeken zien dat de daling eindelijk in gang is gezet. Sinds 2014 neemt de armoede af, zo blijkt uit het recente rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau "Armoede in kaart". Dat laat onverlet dat er nog veel mensen zijn die moeten rondkomen van een laag inkomen. Op het terrein van armoedebeleid en het terugdringen van schulden zijn dan ook belangrijke stappen gezet. Het is bekend dat wij doende zijn met een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de beslagvrije voet.

Voorzitter, ik ga ervan uit dat we heel binnenkort het wetsvoorstel bij u hebben en ik hoop dat uw Kamer dat voorstel heel voortvarend wil behandelen.

De moratorium-AMvB ligt nu bij de Raad van State en ik ga ervan uit dat die in het begin van volgend jaar het Staatsblad zal bereiken. Dat was een vraag van mevrouw Schouten, de heer Heerma of van allebei. Met de implementatie van de Rijksincassovisie zijn we druk doende. Ik heb de Kamer daarover een brief doen toekomen. Boven op al deze maatregelen stelt het kabinet structureel 100 miljoen euro extra beschikbaar voor kinderen in armoede, zodat alle kinderen — met een dikke streep onder "alle"! — in Nederland mee kunnen doen. Met de heer Heerma onderschrijf ik het belang van het betrekken van kinderen bij het armoedebeleid. Ik heb dat ook afgesproken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Ik constateer verder dat er ook in de Kamer zorgen leven over de zichtbaarheid van mensen in armoede. Ook naar aanleiding van een recent rapport van Kerk in Actie vroeg mevrouw Schouten waarom mensen in armoede wel door kerken gezien en geholpen worden, maar blijkbaar niet voldoende in zicht zijn bij de gemeenten. Ook vroeg zij mij om een pilot te starten waarin mensen met schulden maar één aanspreekpunt hebben, iets wat voor die mensen natuurlijk heel wezenlijk is.

Ik vind dat kerken, maar niet alleen kerken — het geldt natuurlijk ook voor allerlei andere instanties — heel waardevol werk verrichten bij het aanpakken van het vraagstuk van armoede en schulden. Het is ook heel goed dat kerken mensen doorverwijzen naar de gemeenten. Het blijft belangrijk dat gemeenten en al die instanties, kerken en maatschappelijke organisaties, heel nauw samenwerken. Ik zal het rapport van Kerk in Actie via de verzamelbrief aan de gemeenten onder de aandacht brengen. Ik vind het heel belangrijk dat we dat ene aanspreekpunt daarbij betrekken. Ik heb gewoon heel mooie voorbeelden gezien van schuldhulpmaatjes, die uitstekend werk doen en ook dat ene aanspreekpunt willen zijn. Ik wil daar dus heel graag mee door.

Verder hebben gemeenten de mogelijkheid om maatwerk te bieden aan mensen met armoede- en schuldenproblematiek. Je ziet natuurlijk dat na de decentralisaties de schuldenproblematiek meer en meer aan die overdrachtelijke keukentafel een rol speelt. Ik vind dat dat steeds beter gaat, maar nogmaals: ik blijf hier de gemeenten wel op aanspreken.

Ik ondersteun gemeenten bij de verbetering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. We hebben natuurlijk de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Die wet is vanaf 2012 van kracht en is net geëvalueerd. Daaruit blijkt dat er echt nog een aantal zaken beter kan. Ik heb daar 7,5 miljoen euro voor beschikbaar gesteld. De professionalisering van de schuldhulpverlening wordt uitgevoerd door Divosa, VNG, NVVK, de Landelijke Cliëntenraad en Sociaal Werk Nederland. De professionalisering wordt daardoor versterkt en daaruit blijkt wel dat dit punt zeer aan de orde is.

Ik had het zojuist over die documentaire. Daaruit blijkt dat preventie en vroegsignalering essentieel zijn bij schulden- en armoedebestrijding.

De voorzitter:


Gaat u verder of bent u klaar?

Staatssecretaris Klijnsma:


Dit was het blokje. Ik probeer zo kort mogelijk van stof te zijn.

De heer Krol spoedt zich naar voren.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):


Ik was iets sneller.

De voorzitter:


Ik zie aan de heer Krol dat het oké is.

Mevrouw Karabulut (SP):


De staatssecretaris had het over stresssituaties en de onzichtbaarheid van mensen die in armoede leven. Mensen die in armoede leven, zijn niet onzichtbaar. Je moet ze alleen wel willen zien! De staatssecretaris heeft dat ook kunnen zien tijdens haar bezoek aan Amsterdam-Noord. Je moet ze willen zien! Wat stress heeft veroorzaakt bij heel veel mensen, is de mantelzorgboete, opgelegd door de staatssecretaris en de vicepremier. Daardoor komen gezinnen met kinderen €200 per maand tekort.

De voorzitter:


En de vraag is?

Mevrouw Karabulut (SP):


Zij komen €200 tekort. Mijn vraag, die ik ook tijdens mijn inbreng al heb gesteld, is of de staatssecretaris er nu eindelijk voor volgend jaar voor zal zorgen dat deze stress weggenomen wordt, door de mantelzorgboete van tafel te halen. Gaat zij zorgen voor meer lucht, zodat mensen zonder stress kunnen leven?

Staatssecretaris Klijnsma:


De kostendelersnorm in de bijstand hebben wij ingevoerd omdat mensen, als zij kosten kunnen delen, inderdaad gewoon minder kosten hebben. Dat zie je ook als mensen gehuwd zijn. Hierover hebben wij al menigmaal gesproken. De kostendelersnorm in de AOW is uitgesteld tot 1 januari 2019. Die voert dit kabinet dus niet meer in.

Mevrouw Karabulut (SP):


Net zoals de staatssecretaris de arme mensen niet wil zien, luistert zij niet. Er is inmiddels onderzoek gedaan. Er zijn gezinnen die uit elkaar worden gerukt, terwijl de gezinsleden voor elkaar zorgen, en later brengt dat meer kosten met zich mee. Ik probeer het nog een keer uit te leggen. Stress ontstaat, zoals de staatssecretaris zegt, doordat mensen niet kunnen rondkomen en doordat zij schulden opbouwen. Een oorzaak hiervan is deze mantelzorgboete. Die leidt tot stress. Mensen kunnen niet rondkomen. De theorie klopt dus niet met de praktijk van die mensen. Gaat de staatssecretaris dit voor al die smekende mensen regelen? Er is een meevaller van 6 miljard.

Staatssecretaris Klijnsma:


Wij hebben natuurlijk geregeld dat gemeenten, waar de bijstand immers wordt uitgevoerd, gezinnen altijd kunnen helpen als er urgente noden zijn. Dat gebeurt ook in de praktijk. Ik zie heel veel goede voorbeelden van gemeenten die op basis van artikel 18 — daar heb je het weer — echt het beroemde maatwerk plegen voor deze gezinnen. Dat wil ik enthousiasmeren. Ik heb het ook in de verzamelbrief onder de aandacht gebracht. Mevrouw Karabulut heeft namelijk een punt als zij zegt dat deze mensen soms die hulp nodig hebben. Daarnaast heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld om ouderen die met deze kostendelersnorm in de AIO worden geconfronteerd, te kunnen helpen. De AIO is ook een vorm van bijstand, maar dan voor ouderen. De gemeenten zijn daar vrij in.

De heer Krol (50PLUS):


Ik wil nog één keer de aandacht vragen voor iets wat ik in eerste termijn al noemde. Wij komen juist heel veel mensen tegen die tevergeefs bij gemeenten aankloppen, omdat zij kleine zelfstandigen zijn. Heel vaak zeggen gemeenten dan: nee, alleen als u in loondienst bent komt u in aanmerking. Als kleine zelfstandige moet men maar stoppen met zijn zaakje. "Gaat u maar proberen een baantje te zoeken", zo krijgen deze zelfstandigen te horen, terwijl het vaak heel hard werkende mensen zijn. Ik doe een dringend beroep op de staatssecretaris om daar in overleg met de gemeenten nog een keer speciaal aandacht voor te vragen, want deze groep mag niet tussen wal en schip vallen.

Staatssecretaris Klijnsma:


Ik ben het zeer met de heer Krol eens. Sterker nog, wij hebben daar al een voorziening voor, zoals de heer Krol misschien ook weet. Die voorziening bestaat nu tien jaar. Wij hebben er behoorlijk wat ruchtbaarheid aan gegeven. Ik wil die met alle plezier nog een keer over het voetlicht brengen in de richting van gemeenten, want gemeenten kunnen daar gewoon mee aan de slag. Heel veel gemeenten zijn er ook mee aan de slag overigens.

De heer Krol (50PLUS):


U en ik kennen die regeling, maar het blijkt dus in de praktijk dat heel veel gemeenten die kennelijk niet op het netvlies hebben. Dank dat u dit nog een keer wilt doen.

Staatssecretaris Klijnsma:


Met alle plezier.

De voorzitter:


Gaat u verder.

Staatssecretaris Klijnsma:


Het laatste blok gaat over de oudedagsvoorziening, AOW en pensioenen. Verschillende leden van de Kamer hebben daar vragen over gesteld. Als het nog niet duidelijk was, is nu wel duidelijk dat het onderwerp leeft, en niet alleen in deze Kamer. Een goede oudedagsvoorziening is een groot goed, en wij hebben een goede oudedagsvoorziening in Nederland. Wij hebben een goed stelsel. Internationaal gezien scoren wij een tweede plek. Het belangrijkste fundament in dat stelsel is de welvaartsvaste AOW. Die is echt van ons allemaal. Dankzij die AOW is de armoede onder ouderen in Nederland een van de laagte ter wereld en hebben ouderen in Nederland de laagste kans op armoede. Dat is dus een groot goed, dat wij recht overeind moeten houden.

Gelukkig worden de mensen steeds ouder. Maar omdat mensen steeds langer leven, staan we voor de uitdaging om de AOW ook voor de toekomst houdbaar te laten zijn, zodat de AOW ook voor toekomstige generaties collectief betaalbaar en voor elk individu haalbaar is. Dit betekent dat het onvermijdelijk is dat de AOW-leeftijd omhooggaat en dat mensen langer doorwerken.

Ik ben mij ervan bewust dat dat soms heel moeilijk is voor mensen en dat deze boodschap voor mensen vlak voor de pensioenleeftijd pijnlijk is. De AOW-leeftijd wordt daarom geleidelijk verhoogd, zodat mensen zich kunnen voorbereiden. Voor mensen die op 1 januari 2013 al een VUT- of een vergelijkbare uitkering hadden en die zich niet konden voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd, heeft het kabinet de tijdelijke overbruggingsregeling AOW getroffen. Met deze regeling wil ik in schrijnende situaties een voorziening bieden. Ik heb daarbij altijd uitdrukkelijk een oor gehad voor signalen uit de samenleving, want sinds 2013 is de regeling al verschillende keren aangepast en uitgebreid. Ik heb de Kamer schriftelijk doen toekomen op welke onderdelen dat is gebeurd. De inkomenstoets is van 200% naar 300% wettelijk minimumloon gegaan. De verruiming van de doelgroep naar vergelijkbare gevallen zoals zzp'ers met een private arbeidsongeschiktheidsuitkering is aan de orde gekomen. De verlenging van de regeling naar 2022 hebben we geëntameerd. En er is verruimd wat betreft de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. Omdat het gebruik van de overbruggingsregeling achterbleef bij de verwachtingen, heb ik het recent mogelijk gemaakt dat de Sociale Verzekeringsbank na de leeftijd van 65 jaar nog eens rappelleert en dat de overbruggingsregeling ook met terugwerkende kracht kan worden toegepast.

Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat we mensen helpen om, als zij verder geen bron van inkomsten hebben, de AOW te kunnen halen. Daarbij is het natuurlijk ook belangrijk dat mensen de pensioengerechtigde leeftijd gezond kunnen halen. Het kabinetsbeleid is daarom gericht op duurzame inzetbaarheid, zodat mensen steeds beter werkend de pensioengerechtigde leeftijd kunnen bereiken. Daar ligt een belangrijke rol voor sociale partners. In sommige individuele gevallen kunnen mensen de verhoging van de AOW-leeftijd niet altijd goed meemaken. Mevrouw Voortman heeft daarop de aandacht gevestigd. Ik vind dat sociale partners ook daar zeer aan zet dienen te zijn. De rechter heeft recentelijk een uitspraak gedaan over de verhoging van de AOW-leeftijd. De Centrale Raad van Beroep heeft gezegd dat de AOW-gerechtigde leeftijd omhoog kan. Natuurlijk moet je iedere keer zorgvuldig bekijken welke gevolgen dat heeft. Tot zover de AOW.

We hebben natuurlijk ook aanvullende pensioenen. Naast het sterke fundament van de AOW kun je met je werkgever een tweedepijlerpensioen opbouwen. De pensioenfondsen hebben het moeilijk met de lage rente, want de lage rente maakt de verplichtingen duurder en maakt indexeren voor veel fondsen moeilijk. We hebben het erover dat er zelfs kortingen aan de orde zouden kunnen zijn. Ik heb dit debat reeds menigmaal gevoerd. Ik zou natuurlijk heel gemakkelijk kunnen zeggen: weet je wat, gooi die rekenrente maar omhoog naar 4% of nog hoger. Dan is iedereen blij en kunnen we met terugwerkende kracht indexeren. Ik win dan misschien wel de populariteitsprijs, want dan krijgen we met z'n allen het predicaat dat wij de gepensioneerden hebben gered. Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar zo'n soort bestuurder ben ik nu eenmaal niet, misschien tot mijn eigen tragiek, maar het is nu eenmaal zo. Ik zou dan de opvolger van mijn opvolger met de scherven opzadelen en misschien zelfs mijn opvolger al. Als kabinetten een tijdje doorgaan met een fictieve rente en als die hoog wordt gehouden, hoeft er weliswaar absoluut niet te worden gekort en kan er worden geïndexeerd, maar heeft dat geen lang leven. Dat geldt voor alle generaties die er nog aankomen, dus niet alleen maar voor de jongere. Het geldt gewoon voor alle generaties.

De verplichtingen zijn de afgelopen jaren namelijk ook gestegen. Dat komt in de eerste plaats voor een belangrijk deel doordat meer mensen oud aan het worden zijn. Er is een grote groep mensen die de komende jaren met pensioen gaat. Daar is geld voor nodig. In de tweede plaats zijn de verplichtingen van de fondsen gestegen door de daling van de rente. Net als op spaarrekeningen, is de rente voor pensioenfondsen laag. Je hebt dus meer geld nodig om in de toekomst aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Een lagere rente maakt pensioenen dus duurder. Dat is echt geen typisch Nederlands fenomeen. Alle landen met een kapitaalgedekt stelsel hebben hier last van. Het Centraal Planbureau heeft dit recent nog eens met een onderzoek laten zien.

Ik prijs ons gelukkig dat we niet met hoge rekenrentes rekenen die fictief zijn, zoals in andere landen het geval is. Door die hoge rekenrentes komt de bodem van de pensioenpot al snel in zicht. Het is altijd al zo geweest dat pensioenen pas achteraf werden verhoogd op basis van gerealiseerde beleggingswinsten en niet op basis van gedroomde winsten. Je moet het geld verdienen voordat je het gaat uitgeven. Ik vind het belangrijk om dat nog een keer gezegd te hebben.

Ik heb ook met de Kamer gedeeld dat ik met de sociale partners, de pensioensector, de toezichthouder, de ouderen en de jongeren de situatie goed in de gaten houd. Uiteindelijk is de stand op 31 december aanstaande immers bepalend. In januari zal ik aangeven hoe het ervoor staat. Dan meld ik ook hoe het kabinet ermee om wil gaan. We hebben heel veel voorwerk gedaan waar het gaat om het verbeteren van het stelsel anderszins. We hebben een perspectiefnota opgesteld. Het volgende kabinet zal de noodzakelijke vervolgstappen zetten om ons pensioenstelsel recht overeind te houden en klaar te maken voor de rest van de 21ste eeuw. Ik heb de sociale partners opgeroepen om het voortouw te nemen. Adel verplicht. Ik hoop dat zij dat de komende maanden nog verder richting gaan geven, zodat een volgend kabinet dat netjes kan meenemen in het regeerakkoord.

De heer

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

  • Pieter Heerma
  • Klijnsma : Met alle plezier. De voorzitter : Gaat u verder. Staatssecretaris Klijnsma

  • Dovnload 0.54 Mb.