Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Behandeling van internetverslaving

Dovnload 62.3 Kb.

Behandeling van internetverslaving



Datum15.12.2017
Grootte62.3 Kb.

Dovnload 62.3 Kb.

Behandeling van internetverslaving

Mieke Zinn*

Psychopraxis jaargang 10, nummer 5 (september 2008) p. 219-224

Inhoud


Met de toenemende rol van het internet ontstond aan het eind van de vorige eeuw het vermoeden dat sommige mensen de controle over het gebruik van hun computer verloren en daardoor in de problemen kwamen. De term internetverslaving viel en onderzoek richtte zich vooral op wat het is en hoe het gemeten wordt, wie vatbaar zijn en waarom. Een algemeen onderschreven diagnose met overeengekomen kenmerken bestaat nog niet, al wordt wel steeds meer bekend over het verschijnsel. 1 Dit artikel gaat in op het signaleren, bespreekbaar maken en behandelen van problemen met overmatig en ongecontroleerd (‘compulsief’) internetgebruik.

Onderscheid tussen compulsief en normaal internetgebruik

Onderscheid maken tussen normaal, overmatig en ernstig problematisch internetgebruik is lastig. Deels komt dit door het ontbreken van een diagnose en een algemeen erkend instrument om pathologisch gebruik van het internet te diagnosticeren. Daarnaast echter blijkt problematisch internetgebruik contextafhankelijk. Het aantal uren dat iemand achter de computer zit, geeft wel een indicatie maar discrimineert niet tussen internetgebruikers en internetverslaafden. Wat wel van belang is zijn daadwerkelijke verslavingskenmerken als controleverlies, onthoudingsverschijnselen en preoccupatie. Andere belangrijke aanwijzingen zijn vergeefse pogingen te stoppen of te minderen ondanks negatieve gevolgen voor het dagelijks leven, net als het feit dat iemand het internet gebruikt om lastige gevoelens of dagelijkse verplichtingen te ontvluchten. Ook geheimzinnigheid over of verbloeming van het internetgebruik kan een teken zijn.

De Schaal voor Compulsief Internet Gebruik (CIUS, zie kader 1) is een eenvoudig af te nemen, betrouwbaar, stabiel en valide instrument om de ernst van compulsief internetgebruik vast te stellen. 2 Specifieke aanleidingen en consequenties, persoonlijke betekenis en vooral ook de soort toepassing die om welke reden met welk gewenst resultaat gebruikt wordt, komen uit deze zelfrapportage echter niet naar voren. Vandaar dat algemeen geadviseerd wordt dit ‘diagnostisch’ instrument te laten volgen door een persoonlijk gesprek.

Aangaan van gesprek en probleeminventarisatie

Essentieel bij het aangaan van een gesprek is een voelbare persoonlijke belangstelling voor en betrokkenheid bij de internetter. Wanneer iemand het grootste deel van zijn wakende bestaan achter de computer zit, leeft de virtuele wereld vaak meer dan de echte. Een verdieping in die virtuele wereld geeft naast een verbetering van de verstandhouding ook meer zicht op de voor de internetter relevante factoren. Zo'n gesprek zou in elk geval de volgende onderwerpen moeten bevatten:



  • Gebruiksgeschiedenis: start, verloop, verergering;

  • Gebruikspatroon: hoe vaak, hoe lang, waar;

  • Favoriete toepassingen:

Wat doet men er (chatten, kopen, gamen, gokken, seks/erotiek bedrijven, etc.)?

Wat vindt men ervan (gedachten)?



Wat beleeft men eraan (gevoelens)?

  • Gevolgen van gebruik: lichamelijk (slaappatroon, zelfzorg), psychisch, interpersoonlijk, sociaal-maatschappelijk. Het is van belang dit vrij secuur uit te vragen, omdat voor de internetverslaafde de gewone wereld op afstand is geraakt en zelfs besef van leven buiten het internet vervaagd is.

  • Eventuele pogingen om te minderen of stoppen, aanleidingen daartoe, verloop ervan, resultaat;

  • Reden van huidige aanmelding.

In het gesprek wordt verder vooral ingegaan op de toepassing die de internetter het meest in beslag neemt. De toepassingen waarbij de meeste problemen ontstaan zijn:

  • mailen, chatten, msn, al dan niet erotisch getint (ICQ, Skype);

  • ‘community-verslaving’: compulsief bloggen, deelnemen aan fora als Geenstijl.nl, fok.nl, of marokko.nl, of communities als Twitter en Hyves;

  • actief zoeken naar erotica, erotische stimuli, met of zonder contact. Slechts weinigen geven toe dat zij vooral erotische stimuli zoeken, nog minder mensen geven dit uit zichzelf aan. Omdat dit toch bij internetverslaving veel voorkomt, is het belangrijk er als hulpverlener expliciet naar te vragen. Het internet kan op diverse manieren voor seksueel getinte activiteiten gebruikt worden: pornografisch materiaal downloaden, bekijken en uitwisselen, (ver)kopen van seksspeelgoed of het internet gebruiken om sekspartners (online of offline) te vinden etc. Seksverslaving met internet als medium vergt specifieke kennis en vaardigheden van de behandelaar.

  • gokken, kopen, handelen (populaire pokeren, handelen op eBay of Marktplaats, meedoen aan veilingen);

  • informatie zoeken, downloaden van muziek en films;

  • spelen van online multiplayer games. ‘Gamen’ is het deelnemen aan een fantasiewereld die soms sprookjesachtig, soms gewelddadig van aard kan zijn. Afhankelijk van het spel gaat het om wijsheid, creativiteit en inventiviteit of om geweld en macht. In de meeste spelen is het doel zo hoog mogelijk in de hiërarchie te komen, waar naast kennis en slimheid vooral een zo groot mogelijke aanwezigheid een essentiële factor in is. De meest bekende varianten zijn EverQuest, Quake, Doom, Ultima Online World of Warcraft, Habbo, Call of Duty 4.

  • spelletjes spelen (behendigheidsspelletjes als Patience, Bubbles, Freecell, etc.).

Bij contacten met anderen is het om verschillende redenen belangrijk te vragen naar de aard van die contacten. Gebeurt het met of zonder beeld of geluid, zijn er ontmoetingen in het ‘echte’ leven (IRL), staan de mensen met wie online contact gelegd wordt los van het gewone leven, welke vaardigheden komen online beter uit de verf, etc. Hoe minder banden met de realiteit en het echte leven, hoe intenser de internetcontacten ervaren kunnen worden. De meeste behandelaars adviseren daarnaast ook vooral overige bijkomende problematiek of stoornissen goed in kaart te brengen. Zulke problematiek wordt enerzijds zeer vaak aangetroffen, anderzijds leidt het vaak tot exclusie van behandeling. Een pragmatisch advies voor de Nederlandse behandelaar lijkt hier: (a) wees alert op andere As I en II problematiek en verwijs daarvoor of behandel die naar behoren, en (b) wees bij behandeling van diverse As I stoornissen (angst, depressie, ADHD) alert op bestaan van internetproblematiek en behandel die naar behoren.

1. IVO-schaal Compulsief Internetgebruik

Geef van de onderstaande ervaringen aan hoe vaak u deze heeft gehad



nooit

zelden

soms

vaak

zeer vaak

0

1

2

3

4

  1. Hoe vaak vindt u het moeilijk om met internetten te stoppen?

  2. Hoe vaak gaat u langer door met internetten, terwijl u zich voorgenomen had om te stoppen?

  3. Hoe vaak zeggen anderen (bijvoorbeeld partner, kinderen, ouders, vrienden) dat u minder zou moeten internetten?

  4. Hoe vaak gaat u liever internetten dan dat u tijd met anderen (bijvoorbeeld partner, kinderen, ouders, vrienden) doorbrengt?

  5. Hoe vaak komt u slaap te kort door het internetten?

  6. Hoe vaak bent u in gedachten met Internet bezig, ook als u niet online bent?

  7. Hoe vaak ziet u al van tevoren uit naar uw volgende internetsessie?

  8. Hoe vaak denkt u dat u eigenlijk minder zou moeten internetten?

  9. Hoe vaak heeft u geprobeerd om minder tijd aan internetten te besteden en is dat niet gelukt?

  10. Hoe vaak raffelt u uw werk (huiswerk) af om te kunnen internetten?

  11. Hoe vaak komt u uw dagelijkse verplichtingen (op het gebied van werk, school of gezin) niet na omdat u liever wilt internetten?

  12. Hoe vaak gaat u internetten wanneer u zich rot voelt?

  13. Hoe vaak internet u om problemen te ontvluchten of negatieve gevoelens te verlichten?

  14. Hoe vaak voelt u zich rusteloos, gehumeurd, depressief of geïrriteerd wanneer u niet kunt internetten?

2. Praktijkvoorbeeld

Gert is een 26-jarige ICT-er met een hectische en verantwoordelijke baan. Hij is bekend met alle nieuwe technische hardware en applicaties. Hij brengt veel tijd online door met gamen, mailen en op fora, minstens 30 uur per week, schat hij. Hij is een ster in ‘multitasken’, zijn vriendin staat er soms versteld van dat hij precies lijkt te volgen wat ze hem vertelt, al lijkt hij terwijl ze praat met minstens drie andere dingen bezig. Ze is stiekem trots op haar vriend, die zo'n lenige geest heeft en zo makkelijk met mensen omgaat, zowel online als offline.



Behandeling

Computergebruik vraagt doorgaans erg veel tijd en men kan er veel emoties en driften kwijt. Bij het stoppen moet dan ook aandacht zijn voor de invulling van de vrijkomende tijd en het anders omgaan met gedachtes en gevoelens. Moeilijkheden die aan het computergebruik voorafgingen of erdoor veroorzaakt werden, verdwijnen niet vanzelf. Vaak voelt stoppen met het problematische internetgebruik als het loslaten van een goede vriend. Op een goede manier afscheid nemen is dan belangrijk, net als investeren in het (leren) vinden van nieuwe vrienden. Veel mensen die stoppen met internetten vallen in een diep gat en zijn gevoelig voor depressie. Sommige behandelaars bieden vooral jonge gamers dan ook een intensieve, soms interne, groepsbehandeling, waar men een gezond dag- en nachtritme aanleert, de gehele dag bezig gehouden wordt, nieuwe vrienden maakt en zich in groepsgesprekken en soms heftig spel leert te uiten. Doorgaans echter wordt gewoon ambulant behandeld met gesprekstherapie, vaak op cognitief-gedragstherapeutische basis. Er wordt weinig medicamenteus behandeld, al lees je steeds vaker dat medicijnen gegeven worden. Men beoogt daarmee echter niet zozeer het compulsieve internetgebruik aan te pakken, maar dikwijls een bijkomende As I stoornis, zoals een angst- of stemmingsstoornis of een andere verslaving. De voorgeschreven medicatie betreft dan o.a. SSRI's, naltrexon, of acamprosaat. Daarnaast wordt wel medicatie of lichttherapie voorgeschreven om het slaapritme te herstellen. Er bestaat nog geen gecontroleerd onderzoek naar de resultaten.

Bij gebrek aan alternatieven en vanwege positieve ervaringen uit de klinische praktijk, kiest men doorgaans voor dezelfde benadering als bij andere verslavingsproblemen. Behandeling bestaat dan uit drie elementen: motiverende gespreksvoering, zelfcontrole en terugvalpreventie. Wanneer iemand echt wat aan zijn computergebruik wil doen, dan kunnen zelfcontrolemaatregelen uitgevoerd worden.

Afhankelijk van de wens en mogelijkheden is de aandacht gericht op het staken of onder controle krijgen en houden van het computergebruik. Vaak vraagt dit grote aanpassingen op diverse terreinen van het dagelijks leven. Om terugval in de oude gewoonte te voorkomen, leert iemand risicosituaties te onderkennen en hanteren. Volhouden van nieuw gedrag is altijd moeilijk. Vandaar dat men in behandeling ook leert anticiperen op het gegeven dat het een keer even mis kan gaan en onderzoekt hoe men in dat geval het best kan handelen.



Gesprek aangaan, vertrouwen wekken en motivatie vergroten

Motiverende gespreksvoering begint al vanaf het eerste contact, met kijken naar voor- en nadelen van internet-gebruik, verkennen van ambivalente gevoelens, en onderzoeken van redenen, wens, noodzaak en mogelijkheden om te veranderen. Belangrijk hier is dat de internetter zijn eigen afwegingen maakt en dan tot eigen keuzes komt. De rol van de behandelaar is vooral een gidsende: niet passief en alleen afwachtend, maar ook niet opleggend of instruerend. Een belangrijk onderdeel van een inventarisatiegesprek kan een lijstje zijn met voor de internetter relevante en belangrijke redenen om zijn gebruik te veranderen en de gewenste situatie of voordelen die met ander gedrag dichterbij komen. Dit kan helpen te komen tot een expliciet besluit om te veranderen, wat het slagen van daaropvolgende acties het meest garandeert. Soms werkt het om de belangrijkste redenen en verwachte voordelen op een kaartje te schrijven of in de telefoon of PDA te zetten zodat men het later, op moeilijke momenten tevoorschijn kan halen en zich weer kan herinneren waarvoor men het ook alweer deed.



Concrete, realistische, tijdgebonden en meetbare doelen stellen

Streven naar verminderen van gebruik in haalbare kleine stappen is beter dan helemaal stoppen als iemand daar weinig heil van verwacht. Ten aanzien van computergebruik: doorgaans beperkt gebruik, maar sommige activiteiten mogelijk in overleg tijdelijk helemaal nalaten. Dit kan bereikt worden door plaats, tijdstip en aard van het computergebruik te veranderen, alleen nog in het zicht van anderen te internetten of door een maximale tijdsduur aan te houden. Externe stoppers als softwarematige tijdsbegrenzers of een eenvoudige wekker kunnen daarbij helpen. Ook afspreken met mensen buitenshuis kan een stimulans zijn de computer uit te zetten. Velen helpt het ook om prioriteiten te stellen: voor elke computersessie bepalen wat je gaat doen, daarvan een lijstje maken en je eraan houden (Piet mailen, boek bij amazon.com bestellen, treinreis plannen). Een aantal praktische maatregelen als creditcard vernietigen, online bankieren onmogelijk maken, webcam verwijderen of uitschakelen, afmelden van bepaalde sites en inloggen onmogelijk maken, kunnen als extra barrière ingezet worden.

Van twee punten hierbij moet de hulpverlener op de hoogte zijn. Ten eerste, afscheid nemen van een site, chatkroeg, nieuwsgroep, forum of gamegroep betekent veel: de positie en de relaties hebben immers een flinke tijdsinvestering en inspanning (soms ook van financiële investeringen) gekost. Angst, depressie, agitatie en regelrechte wanhoop komen vaak voor. Het is daarom belangrijk met de internetter te bespreken hoe hij zal reageren en dit gaat aanpakken. Ten tweede, wanneer iemand bij andere verslavingen minder gaat gebruiken of het gebruik staakt, wordt dit vaak bijgehouden in dagboeken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van controle middels blaasproef (alcohol) of urine controle (drugs). Bij een niet-chemische verslaving bestaat die mogelijkheid niet, al zijn er wel programma's die zowel iemands surftijd als zijn computer- en internetgedrag bijhouden. Voorbeelden hiervan zijn het menu ‘ouderlijk toezicht’ onder Windows en softwareprogramma's als Spybuddy, AtomicLog en WebWatcher's ViewPoint.

Uitlokkende of in stand houdende factoren leren identificeren en leren wat op zulke momenten te ondernemen

Uit onderzoek blijkt dat verschillende facetten een rol kunnen spelen:

Allerlei ogenschijnlijk ‘oppervlakkige’ omstandigheden als het tijdstip van de dag of de plaats in de dagelijkse routine die met computeren gepaard gingen en gekoppeld zijn geraakt, zoals 's morgens opstaan, het opsteken van een joint of het thuiskomen van het werk.

Life-events: doorslaan in internetten komt vaak voor bij mensen na een vervelende gebeurtenis (scheiding, verlies van werk of van een dierbare), die (tijdelijk) teveel tijd hebben (langdurige ziekte of werkloosheid), en bij vooral jonge mensen die na het afronden of staken van een opleiding wat doelloos zijn.

Gedachten: Negatieve gedachtes over zichzelf, over anderen of de wereld (‘het stelt allemaal toch niets voor’) kunnen aanleiding zijn om te internetten. In game of chat kan men bevestiging krijgen en zich meer de moeite waard voelen.

Gevoelens: angsten, sombere stemmingen.

Eenzaamheid: gebrek aan of gebrekkig lopende sociale contacten.

Op zoek: het zoeken naar kicks, de heftigheid van de internetbeleving en het kunnen toegeven aan diverse (seksuele of agressieve) impulsen.

Leren omgaan met deze uitlokkers, het vinden en vervolgens uitvoeren van geschikt alternatief gedrag staat voorop. Dikwijls is dit ook voldoende. Soms moet expliciet ook tijd gegeven worden aan verliesverwerking, verwerken van trauma's of aanpakken van angsten of somberheid. Behandeling daarvan is niet anders dan gebruikelijk. Wel moet men alert zijn op terugval in internetten op zware momenten. Het voor ogen houden van de in het begin van de behandeling opgesomde redenen en verwachte voordelen van stoppen met internetten kan dan helpen.

Het (her)vinden van gezond ‘normaal’ gedrag is één van de moeilijkste opgaven voor de gestopte internetter. Immers, de virtuele wereld heeft niet alleen langzaam de werkelijke wereld vervangen, maar ook het belang van alles wat in de gewone wereld gebeurt, lijkt sterk verminderd. Men is er letterlijk en figuurlijk alle contact mee verloren. Herstel daarvan gaat langzaam. Manieren om dit te vergemakkelijken zijn:


  • een inventarisatie maken van plezierige activiteiten (liefst buitenshuis) om die weer op te kunnen pakken. De PAL (Plezierige Activiteiten Lijst) is hierbij een goed hulpmiddel. 3 Voor veel pathologisch internetters zijn plezierige activiteiten anders dan computeren moeilijk te bedenken, laat staan uit te voeren. Het kan helpen terug te grijpen op wat men voorheen ter ontspanning deed. In elk geval is het raadzaam een hobby of activiteit te selecteren die lichamelijke beweging vereist, daar het internetten doorgaans tot een tekort aan gezonde fysieke inspanning heeft geleid. Wandelen, fietsen of een sportclub bezoeken zijn opties. Activiteiten met anderen verdienen de voorkeur, omdat zij de echte wereld dichterbij brengen.

  • Herstellen van oude en aangaan van nieuwe contacten kan helpen steeds meer een plek in de ‘real world’ in te nemen.

  • Inventariseren en uitvoeren van allerhande achterstallige werkzaamheden. Administratie en klussen in en om huis zijn vaak blijven liggen. Door dat weer op te pakken groeit de tevredenheid met zichzelf en herstelt men het contact met de ‘gewone’ wereld.

Omdat het weer leren deelnemen aan de gewone maatschappij een zware klus kan zijn, is het goed om bij het behalen van resultaten, ook als ze klein zijn, beloningen te koppelen. Hierbij kan men terugvallen op de resultaten van de PAL.

Tot slot

Behandelresultaten bij internetverslaving zijn nog nauwelijks beschikbaar en dan gaat het nog vooral om klinische, niet-gecontroleerde studies bij cliënten zonder ernstige andere problemen als trauma's, seksueel geweld of persoonlijkheidsstoornissen. Voor mensen met een internetverslaving lijkt een behandeling als hier beschreven doorgaans goed te werken. Rond de achtste zitting hadden ze het gebruik redelijk onder controle en dat resultaat bestond nog bij een follow-up een halfjaar later.

* Mieke Zinn, klinisch psycholoog en psychotherapeut, werkt als hoofd kortdurende behandeling en internetbehandeling bij Brijder, specialist in verslavingszorg (m.zinn@parnassia.nl).

Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij Hans van Heel, beleidsmedewerker bij Brijder, specialist in verslavingszorg.



Email: m.zinn@parnassia.nl

Noten

1.

Voor de leesbaarheid wordt gesproken van internetverslaving, al bestaat een dergelijke diagnose niet. Er is immers geen chemische afhankelijkheid en vaak wordt een cirkelredenering gehanteerd: je bent internetverslaafd als je de verschijnselen hebt die we internetverslaving noemen. Internetverslaving is bovendien een soort verzamelnaam, waarbij onduidelijk is, of je nu aan het medium verslaafd bent, of aan dat wat via dit medium gemakkelijk verkrijgbaar is (koopwaar, seks, contact, kicks).

2.

De CIUS is gevalideerd als epidemiologisch instrument, ontwikkeld voor onderzoek naar prevalentie van internetverslaving. Het af kappunt is gelegd bij een score hoger dan 28. Omdat aantal uren internetgebruik geen item is, wordt geadviseerd dit apart mee te nemen bij afweging. Voor een beschrijving van de huidige stand van zaken van onderzoek naar aard, vormen en voorkomen van internetverslaving, de mensen die er vatbaar voor zijn en deze CIUS wordt verwezen naar een recente publicatie van Meerkerk (2008; zie lijst met geselecteerde literatuur).

3.

Koks JC ea (2006) PAL: Plezierige Activiteiten Lijst. Gebaseerd op: MacPhillamy DJ & Lewinsohn PM (1974) Pleasant Events Schedule en Rosenthal TL & Rosenthal RH (1985) Leisure Interest Checklist

Geselecteerde literatuur

1.

Beard KW (2005) Internet addiction: a review of current assessment techniques and potential assessment questions. CyberPsychology & behavior 8: 7-14

2.

Block JJ (2008) Pathological computer use: a new psychiatric disorder? Paradigm (Spring): 8-10. Te downloaden op: www.onlineparadigm.com/archive/parent_interest/addiction/general

3.

Cooper A (red) (2002) Sex and the internet: a guidebook for clinicians. New York/London: Brunner-Routledge

4.

Greenfield DN (1999) Virtual addiction, help for netheads, cy-berfreaks, and those who love them. Oakland: New Harbinger

5.

Lenihan F (2007) Computer addiction: a sceptical view. Advances in psychiatric treatment 13: 31-33

6.

Meerkerk GJ (2007) Pawned by the Internet: explorative research into the causes and consequences of compulsive internet use (Bezeten van het Internet: Een onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van compulsief internetgebruik, proefschrift). Rotterdam: IVO

7.

Meerkerk GJ (2008) Compulsief internetgebruik, een beknopt overzicht. Verslaving 4(2): 39-50

8.

Meerkerk GJ ea (2008) The compulsive internet use scale (CIUS): some psychometric properties. CyberPsychology & behavior (in druk)

9.

Murali V & George S (2007) Lost online: an overview of internet addiction. Advances in psychiatric treatment 13: 24-30

10.

Lemmens JS (2007) Gameverslaving. Probleemgebruik herkennen, begrijpen en overwinnen. Amsterdam: Uitgeverij SWP

11.

Young K (1999) Internet addiction: symptoms, evaluation and treatment. In VandeCreek L & Jackson T (red) Innovations in clinical practice: a source book (Vol. 17, p 19-31). Sara-sota: Professional Resource Press. Te downloaden op: www.netaddicti on.com/articles/symptoms.htm

12.

Young K (2004) Getting web sober: help for cybersex addicts and their loved ones, an exclusive guide for individuals and families. Te downloaden op: www.netaddiction.com

13.

Young K (ongedateerd) A therapist's guide to assess and treat internet addiction. Te downloaden op: www.netaddiction.com

14.

Young S (2007) Treatment outcomes with internet addicts. CyberPsychology & behavior 10: 671-679

15.

Zinn MF (2004) Internetverslaving: een virtuele kwestie of een behandelbare stoornis? In Buisman WR ea (red) Handboek verslaving, hulpverlening, preventie en beleid. Sectie A: 6150, p 1-28. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum

16.

Zinn MF (2008) Internetverslaving: herkenning, inschatting en behandeling. Interne publicatie Brijder

© 2008, Bohn Stafleu van Loghum, Houten

  • Onderscheid tussen compulsief en normaal internetgebruik
  • Aangaan van gesprek en probleeminventarisatie
  • 1. IVO-schaal Compulsief Internetgebruik
  • 2. Praktijkvoorbeeld
  • Gesprek aangaan, vertrouwen wekken en motivatie vergroten
  • Concrete, realistische, tijdgebonden en meetbare doelen stellen
  • Uitlokkende of in stand houdende factoren leren identificeren en leren wat op zulke momenten te ondernemen
  • Geselecteerde literatuur

  • Dovnload 62.3 Kb.