Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beheersing schimmel- en bacterieziekten Fusarium in granen Beleid en aanpak

Dovnload 39.09 Kb.

Beheersing schimmel- en bacterieziekten Fusarium in granen Beleid en aanpak



Datum05.12.2018
Grootte39.09 Kb.

Dovnload 39.09 Kb.









Kenniscentrum

::

Beheersing schimmel- en bacterieziekten

Fusarium in granen - Beleid en aanpak


Waar gaat deze brochure over?

Van nature komen op granen fusarium-schimmels voor, die met name in natte jaren problemen kunnen veroorzaken. Fusarium-schimmels produceren o.a. het toxine DON dat bij consumptie van hoge concentraties schadelijk kan zijn voor de gezondheid van mens en dier. In het voorjaar van 1999 zijn in de handel partijen graan met hoge gehaltes DON aangetroffen. Voldoende aanleiding dus voor overheid en bedrijfsleven om het beleid aan te scherpen en de kennisoverdracht te intensiveren.
Normstelling, een verscherpt inkoopbeleid en controles zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. De graansector heeft middels het Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten een plan van aanpak voor de beheersing van DON ontwikkeld, waarin de gemeenschappelijke zienswijze van de verschillende schakels in de graansector is verwoord.




Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BV

Auteur: A. Darwinkel, H.T.A.M. Schepers en C.A.M. Marcelis
Datum: april 2000
Projectnummer: -




Inhoudsopgave

1. Fusarium in granen: stand van zaken
2. Gifstoffen
3. Plan van aanpak
4. Actielimiet
5. Diervoeders






Beleid en aanpak

1. Fusarium IN GRANEN: STAND VAN ZAKEN


Met deze brochure willen het Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten (GZP) en het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) de primaire sector informeren over de stand van zaken met betrekking tot fusarium in granen. Op de volgende pagina’s vindt u:

- een overzicht van de huidige in binnen- en buitenland aanwezige kennis omtrent fusarium in granen;


- een overzicht van de bestuurlijke en technische maatregelen die bedoeld zijn om tijdens teelt en bewaring aantasting door deze gifproducerende schimmel zoveel mogelijk te voorkomen c.q. te beperken.

In de afgelopen 20 jaar is wereldwijd in de tarweteelt een duidelijke toename van fusarium waar te nemen. In sommige jaren zijn daarbij vrij ernstige aantastingen voorgekomen, zoals in het begin van de jaren ‘80 en het eind van de jaren ‘90. In de Europese Unie en Amerika gelden als oorzaken: de toenemende teelt van tarwe na maïs, de niet-kerende grondbewerking en de toenemende teelt van rassen met korter stro. In Noordwest-Europa bestaat ongeveer 80 procent van het areaal tarwe uit (semi-)-kortstrorassen.




2. GIFSTOFFEN


Graangewassen kunnen worden aangetast door schimmels die in staat zijn mycotoxinen (gifstoffen) te maken. Bekende voorbeelden van mycotoxinen zijn aflatoxinen in pinda’s die besmet zijn met Aspergillus en de geestverruimende stof LSD in met moederkoren (Claviceps purpurea) besmette roggekorrels. In hogere concentraties schaden mycotoxinen de gezondheid van mens en dier. Eén van deze mycotoxinen is DON (afkorting van deoxynivalenol; een andere naam is vomitoxine), een stof die kan leiden tot groeivertraging en braakneigingen en bij hoge concentratie tot aantasting van het immuunsysteem. De stof is niet kankerverwekkend. Voorjaar 1999 zijn in de handel graanproducten aangetroffen met een hoog gehalte DON. Veel Europese granen waren in 1997 en 1998, als gevolg van de vele regen tijdens de bloeiperiode van het gewas, aangetast door fusariumschimmels. Deze zijn belangrijke producenten van mycotoxinen (waaronder DON).


3. PLAN VAN AANPAK


Na aantreffen van besmette partijen tarwe is tussen overheid en bedrijfsleven overlegd. Het bedrijfsleven heeft een plan van aanpak opgesteld om de risico’s, verbonden aan mycotoxinen te beperken. De aandacht richt zich in eerste instantie op DON. Duidelijk is dat aantasting door fusariumschimmels en derhalve de vorming van DON zoveel mogelijk bij de bron moet worden aangepakt, dus in het teeltstadium. Indien dit niet voldoende is gelukt, moet het bedrijfsleven in het vervolg van de verwerkingsketen maatregelen treffen om te vermijden dat toxinen - althans in onaanvaardbare hoeveelheden - terecht kunnen komen in producten die voor menselijke of dierlijke consumptie zijn bestemd. Handel en industrie zullen in- en uitgangscontroles op DON uitvoeren en kunnen met betrekking tot DON inkoopvoorwaarden vaststellen. Van de totale hoeveelheid graan die jaarlijks in Nederland wordt verwerkt, is slechts een klein deel in Nederland geteeld. Het overgrote deel is afkomstig uit andere EU-landen. De import uit derde landen is nu nog bescheiden maar neemt in betekenis toe. Bij de aanpak van het mycotoxinenvraagstuk dient men rekening te houden met het internationale karakter van de bedrijfstak. Het is daarom buitengewoon belangrijk dat Europese regelgeving tot stand komt.


4. ACTIELIMIET


Bij het onder controle brengen van het DON-probleem kunnen wettelijke normen noodzakelijk zijn. Aangezien er nog geen nationale of Europese normen voor fusariumtoxinen zijn vastgesteld, heeft het overleg tussen overheid en bedrijfsleven geresulteerd in de afspraak dat Nederland een actielimiet hanteert voor graanproducten die bestemd zijn voor directe menselijke consumptie. Aanvankelijk was deze actielimiet, overeenkomstig de norm in de Verenigde Staten, vastgesteld op 1 mg/kg graanproduct. Tegelijkertijd heeft het RIVM in opdracht van het Ministerie van VWS een studie uitgevoerd naar de toxicologische aspecten van DON ter onderbouwing van een grenswaarde voor DON in levensmiddelen. Najaar 1999 is de actielimiet, mede gezien het advies door het RIVM en de in de praktijk aangetroffen waarden, verlaagd tot 0,5 mg/kg. Inmiddels zijn in Brussel besprekingen gaande om tot Europese normstelling te komen voor mycotoxinen. De norm zal zoveel mogelijk worden bepaald volgens het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable = zo laag als redelijkerwijs bereikbaar is). Voor het opzetten van een goed systeem om DON onder controle te brengen en te houden is het noodzakelijk dat men beschikt over een gevalideerde, bij voorkeur snelwerkende, analysemethode. In dit kader is een ringonderzoek georganiseerd waaraan diverse laboratoria meewerken.


5. DIERVOEDERS


De EU kent ook (nog) geen normen voor DON in diervoeders. Op verzoek van het Ministerie van LNV heeft het RIKILT normen voor DON in de diverse diervoeders geadviseerd (zie tabel 1).
Dit advies is overeenkomstig de normen die in de Verenigde Staten voor diervoeders gelden. In de praktijk hanteert de diervoedersector deze adviesnormen reeds.

Tabel 1. Adviesnormen Rikilt inzake DON.


Diersoort

Grondstof

Rantsoen

Varkens

5mg/kg (max. 20%)

1 mg/kg

Rundvee en pluimvee

10 mg/kg

5 mg/kg

Kalveren tot 4 mnd en melkvee

5 mg/kg

2 mg/kg

Legkippen

5 mg/kg

3 mg/kg





Andere relevante informatie

Andere hoofdstukken uit deze brochure:

Kennisoverzicht
Technische maatregelen
Links en verklarende woordenlijst







 

Copyright: ©2001 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Alle rechten voorbehouden. | disclaimer

  • Fusarium in granen - Beleid en aanpak
  • Beleid en aanpak
  • 2. GIFSTOFFEN
  • 3. PLAN VAN AANPAK
  • 4. ACTIELIMIET
  • 5. DIERVOEDERS
  • Tabel 1. Adviesnormen Rikilt inzake DON.

  • Dovnload 39.09 Kb.