Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beklimming van de Mont Blanc

Dovnload 31.87 Kb.

Beklimming van de Mont Blanc



Datum28.03.2019
Grootte31.87 Kb.

Dovnload 31.87 Kb.

2e Beklimming van de Mont Blanc

1989

Clemens


Martijn

Jeroen


Jorrit

Erik


Henk
De Refuge Tete Rouge
In les Houches vermeldt een vervallen bordje optimistisch 13 uur voor het bereiken van de top van de Mont Blanc (4807). Niet geheel duidelijk wordt of dat al dan niet met inbegrip van het treintje naar le Nid d’Aigle (2372) is of niet.
Wij kiezen voor een beklimming zonder gebruikmaking van het treintje en gaan opgewekt op pad.
Ons gezelschap bestaat uit Jorrit, 15 jaar, Martijn 16 jaar, Jeroen, 17 jaar, Erik 21 jaar, Clemens 40 jaar en ondergetekende 50 jaar jong. Zonder enige twijfel verkeren we allen in topconditie.
Les Houches is gelegen op een hoogte van 990 m. Het einddoel van onze eerste klimdag is de Refuge Tete Rouge op een hoogte van 3187 m.
Het smalle pad dat ons omhoog voert is rijk voorzien van ondergroei. We houden er natte benen en blaren van de brandnetels aan over. Het loopt al tegen het middag uur als we het bergspoorlijntje naar Le Nid D’aigle bereiken. Het minst aantrekkelijke deel van de route is het volgen van de spoorlijn naar het eindstation.
Ik vorder maar traag en wek bij mijn reisgenoten de indruk dat ik het niet zo goed kan bijbenen. Ten slotte genieten we van een welverdiende lange pauze in het restaurant le Nid d’Aigle.
Helaas wordt het uitzicht hier teniet gedaan door een snel opkomende mist die het uitzicht beperkt tot enkele tientallen meters.
Enkele liters thee en cola fungeren als belangrijke energiebron om de laatste zeker niet te onderschatten 800 meters te overbruggen naar de Tete Rousse waar we om een uur of vier arriveren.

We hebben gereserveerde slaapplaatsen. De bemanning van de hut wordt gevormd door een opgewekt stel studenten die er kennelijk plezier aan beleven het hun gasten zo goed mogelijk naar de zin te maken.

De maaltijd is eenvoudig maar goed verzorgd en gaat vergezeld van een fles rode Bordeuax die met een genereus gebaar door Erik beschikbaar wordt gesteld.
Tegen negen uur verdwijnen we naar de slaapzaal en omdat het lekker rustig is in de hut genieten we van een lange nachtrust.
De Refuge Goutier (3817m)
Om een uur of half negen gaan we op weg. We passeren een aantal ijsvelden en bereiken al spoedig de voet van de Rochers Rouges. Hoog op het topgraatje van deze ongeveer 600 meter hoge wand zien we de Goutier hut al liggen.
We traverseren een flink uit de kluiten gewassen couloir en omdat de staalkabel verdwenen is die daar ettelijke jaren parallel met de route heeft gelopen heb ik na de passage pas in de gaten dat we het beruchte Grand Couloir zojuist zijn gepasseerd.
Naarmate we in hoogte vorderen raken de rotsen meer be-ijsd en wordt het raadzaam de stijgijzers te gebruiken. Niet geheel evenredig aan het gebeuren reageer ik een beetje chagrijnig omdat een paar van mijn reisgenoten er blijk van geven niet te weten hoe ze hun stijgijzers moeten aanbinden. In de voorbereidingen heb ik er te weinig de aandacht op gevestigd.
We klimmen rustig verder. Ik hoor plotseling het onmiskenbare geluid van vallende stenen. Mijn ``opgelet``gaat verloren in het gefluit. De stenen vallen gelukkig ineen smal couloir rechts naast ons. Vooral in het laatste stuk van de klim treffen we overal tussen de rotsen grote hoeveelheden hagelstenen die qua omvang goed te vergelijken zijn met kippeneieren.

Ik vraag me af of die dingen echt zo uit de hemel zijn komen vallen.


Om een uur of twee bereiken we de Refuge de Goutier. Overnachten is geen probleem maar er zijn geen bedden meer beschikbaar. Wel komen we boven aan de lijst te staan om er voor in aanmerking te komen als anders hun reserveringen niet op eisen.
De watervoorraad vullen we aan door sneeuw te smelten op onze benzinebrander. Ondertussen genieten we van het fantastische uitzicht over het wolkendek dat zich allengs aan onze voeten gevormd geeft. Hier en daar zie je de toppen van de bergen er door heen steken.
Het is vier uur en we zijn verrast door de aankomst van een tweeënzestigjarige Hollander die s´morgens om vijf uur uit Les Houches is vertrokken en de bestijging van zo´n drieduizend meter zo ongeveer in een adem heeft afgelegd. Daar zijn we echt even stil van. Onze kennismaking resulteert in een verzoek van zijn kant de volgende morgen in onze touwgroep mee te mogen klimmen tot de Refuge Vallot (4362m).
Mijn reisgenoten zijn ondertussen druk in gesprek geraakt met het steeds omvangrijker wordende internationale gezelschap- Na de maaltijd horen we tot onze vreugde dat er bedden voor ons beschikbaar zijn. Als even later echter blijkt hoe overvol en benauwd de slaapzaal is raakt mijn opgetogenheid aardig bekoeld.
Tot overmaat van ramp zijn mijn schoenen spoorloos. Een zoektocht in gezelschap van Martijn en Jorrit levert niets op. Vergezeld van een barstende hoofdpijn ga ik naar bed. Erik slaapt naast me en snurkt. Ik durf ´m niet wakker te maken omdat ik vind dat hij dat beetje slaap zo hard nodig heeft. Jeroen, Martijn en Jorrit liggen zo ongelukkig dat ze het maar op de gang proberen. Per saldo komt er van slapen niets terecht. Om een uur s’nachts zijn we klaarwakker. De eerste klimmers maken zich klaar voor het vertrek. Een uur later in onze tijd.
Jorrit weet ondertussen alles van mijn schoenen en beseft niet dat hij mij een nagenoeg slapeloze nacht heeft bezorgd. Ik ben zo blij dat ze terecht zijn dat ik er geen woord over vuil maak.
M’n hoofdpijn ben ik helaas nog niet kwijt, maar wat tijgerbalsem in m’n nek en twee aspirines in m’n thee verrichten wonderen.
Aan geen van mijn reisgenoten is te merken dat ze een slechte nachtrust achter de rug hebben. Alleen Jeroen komt vragen om een aspirientje. Ik kan er met moeite nog eentje vinden.
Als ik in het donkere halletje van de hut bezig ben met m’n stijgijzers word ik aangesproken door een Duitser die vraagt of hij zich bij onze touwgroep mag aansluiten. Niemand heeft bezwaar. Om drie uur vertrekken we in twee touwgroepen van elk vier personen.
Ik realiseer me dat ik bijna een uur nodig heb om mijn ritme te vinden. De hoogte vertraagd je stofwisseling op een pijnlijke manier. Uit een paar kreten achter me blijkt dat Jeroen moet overgeven. We staan een paar minuten stil. Even later als we weer net op gang zijn en een steile sneeuwgraat passeren voel ik plotseling een hevige ruk aan het touw. Jorrit, die zich ook hartstikke beroerd voelt is naast het sneeuwspoor gestapt en heeft z’n evenwicht verloren. Gelukkig valt het mee en kunnen we weer verder.
Zolang we klimmen in de luwte van de Dome Goutier valt het met de wind en de kou nogal mee. De overstijging van de Dome Goutier (4304m) gaat echter gepaard met een enorme toename van de wind en daar mee ook van de kou.

We moeten eerst een flink stuk afdalen en stijgen dan opnieuw zigzaggend tegen een ijshelling richting Vallot-hut.

Als we daar arriveren moet Jeroen opnieuw overgeven, Erik houdt zich met moeite staande, Clemens spoedt zich haastig de Vallot in, Jorrit staat te tollen op z´n benen. Hij is niet meer in staat de ritsen van zijn jack op te te trekken. Terwijl ik daar mee bezig ben en op hem in praat om ´m bij het gebeuren betrokken te houden realiseer ik me op dat zelfde moment uiterst pijnlijk dat we de top die we beiden in gedachten al zo vaak hebben beklommen deze keer niet zullen bereiken.

De Refuge Vallot

De temperatuur is gezakt tot ongeveer min twintig graden. Een harde ijskoude wind bemoeilijkt de toegang tot de Vallot. Ik heb in m´n eentje m´n gedachte staan ordenen en de feiten op een rijtje gezet. Vier zieken is echt teveel van het goede. Als bij deze temperatuur iemand in de wind op de grond gaat zitten en z´n weerstand even opgeeft volgt binnen enkele minuten de dood door onderkoeling.

In de hut heerst een akelige bijna macabere sfeer. Her en der over de smerige vloer verspreid zitten en liggen mensen met zieke opgeblazen gezichten.

Clemens, Jeroen en Erik zijn ergens in slaap gevallen, Jorrit zie ik ineengedoken op de punt van een matras zitten. Martijn springt overeind en beschrijft me opgewonden wat hij tijdens mijn afwezigheid in ogenschouw heeft genomen.

Als ik hem zeg dat we de beklimming beëindigen is hij geloof ik niet echt verrast. We maken de anderen wakker en als ik zeg dat we ´t voor gezien houden is er behalve teleurstelling ook begrip voor mijn besluit. We zijn het er allemaal over eens dat we zo niet verder kunnen klimmen. Een kwartier later als we opnieuw zijn aangebonden aanvaarden we de terug tocht.

Ongeveer op het zelfde moment valt het eerste zonlicht in een roze gloed op het ons omringende ijs. Het is een adembenemend schouwspel waar ik eigenlijk geen genoeg van kan krijgen. Ik hoop van harte dat mijn reisgenoten ondanks alle malaise een aantal van deze beelden voor immer in het geheugen heeft weten te prenten

De Boissongletscher

Een duidelijk sneeuwspoor kenmerkt de route die wij moeten volgen in ongeveer NNO richting. Martijn loopt bij mij vooraan in het cordee, Jorrit in het midden en ik zelf als laatste.

In touwgroep twee wordt naar mijn indruk, afhankelijk van de stemming en de conditie nog al eens gewisseld. Vooral in het begin van de afdaling moeten we nog al eens rusten maar gaandeweg gaat het met de meeste jongens een stuk beter. Clemens lijkt er het slechtst aan toe te zijn. In zijn manier van afdalen mis ik de vereiste concentratie

Een pauze aan de voet van de Refuge Grand Mulet (3051m) wordt plotseling onderbroken door de komst van een heli die pal voor onze voeten een landing op de gletscher maakt om vervolgens een kreupel geraakte klimmer aan boord te nemen. Het is een leuk incident en natuurlijk maken we er volop foto´s en dia´s van.

De route na ons vertrek van les Grand Mulets wordt gekenmerkt door uiterst geavanceerd gletscherterrein. Talloze spleten, ijsbruggen en ijstorens vinden we op onze weg. We vorderen slechts langzaam. Nu blijkt pas duidelijk hoe goed ik het heb getroffen met mijn beide touwgenoten.

De langdurige vereiste concentratie wordt geen enkele keer onderbroken. Steeds opnieuw is er voldoende touwlengte en bij elke lastige traverse worden steeds alle technische aspecten in acht genomen.Het geeft me een goed gevoel en het is heel geruststellend.

Jorrit lijkt inmiddels helemaal opgeknapt te zijn en Martijn beschikt deze tocht over een conditie waarmee je de alpen kunt veroveren.

Als we de uitlopers van l´ Aiguille de Midi bereiken hebben we inmiddels zo´n tweeduizend hoogte meters afgelegd. Stijgijzers en touwen worden weggeborgen. Er wacht ons nog een uiterst voermoeiende en zeker niet ongevaarlijke traverse van het Glacier des Pelerins. Om 16.10 bereiken we het station van de telepherique naar Chamonix (2310). Het wachten op Clemens, die er de voorkeur aan gaf het laatste stuk in eigen tempo te lopen, wordt zinvol besteedt met het aanvullen van ons vocht niveau. Clemens voegt zich met een van pijn vertrokken gezicht bij ons. Naar zijn zeggen heeft hij de nagels van zijn tenen gelopen.

Als de cabine afdaalt naar chamonix kijk ik omhoog naar de top van de Mont Blanc. Een jaar lang ben ik dag en nacht met die berg bezig geweest, er is tussen ons een soort haat/liefde verhouding ontstaan. Ik kan het gevoel dat een bijzondere relatie is verbroken niet van me afzetten.

Resume

Ondanks het feit dat we de top niet hebben bereikt blijft onverlet dat we een onvergetelijke beklimming achter de rug hebben, die althans naar mijn overtuiging alle inspanningen die er aan vooraf zijn gegaan volkomen rechtvaardigen.De voorbereidingen zijn ruim voldoende geweest,



We zijn het er allemaal over eens dat we zou niet verder kunnen klimmen. Een kwartier later als we opnieuw zijn aangebonden aanvaarden we de terug tocht.

Ongeveer op het zelfde moment valt het eerste zonlicht in een roze rode gloed op het ons omringde ijs. Het is een adembenemend schouwspel waar ik eigenlijk geen genoeg van kan krijgen.

Ik hoop van harte dat mijn reisgenoten ondanks alle malaise een aantal van deze beelden voor immer in het geheugen heeft weten te prenten.Alle deelnemers verkeerden in topconditie en alle materiaal en uitrusting was zorgvuldig afgestemd op de te verrichten activiteit.

Spelbrekers zijn vermoedelijk geweest:

Een tekort tijdsbestek om aan de hoogte te wennen.

Teveel energie kwijt geraakt op de eerste klimdag, les Houches/Refuge Tete Rouge, een stijging van 2157m.

Geen, of te weinig nachtrust in de Refuge Gouter.

Het gebruik van smeltwater.

Bij een event. volgende poging maak ik gebruik van het treintje naar de Col de Voza. Vervolgens zal meer tijd moeten worden uitgetrokken om aan de hoogte wennen , al is het maar 1 dag.

Van smeltwater kunnen we eenvoudig afzien door flessen bronwater te kopen.

Top.gr.kaarten: Massif de Mont Blanc 1:25.000Nr.2.32 en Nr.2.31

Literatuur:Louis Trenker – De mooiste bergen van de Alpen Uitg. Kersing

Franz Koniger – MontBlanc Gruppe, Kleinet W Alpen Fuhrer

T.Lippman - Naar de top van de Mont Blanc Op pad Nr.4 1985



H.J. van Ruth - 4807m. Berggids K.N.A.V. – Oct. 1984


Dovnload 31.87 Kb.