Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina13/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   55

Let op!

U moet het bedrag dat u als negatief loon in kolom 13 hebt geboekt,

weer bijtellen in kolom 17 van de loonstaat (Uitbetaald).

Wanneer verwerken?

U moet de teruggaaf boeken zodra u deze hebt gekregen.

Vervolgens verwerkt u de teruggaaf in de aangifte loonheffingen

over het tijdvak waarin u de teruggaaf hebt geboekt.

De eventuele heffingsrente die u ontvangt, hoeft u niet

door te betalen aan uw werknemer. U verwerkt deze in uw

financiële administratie. Wij adviseren u om uw werknemer

te informeren over de verwerking van de teruggaaf,

bijvoorbeeld met een toelichting bij zijn salarisstrook.

Dit kan vragen voorkomen. Voor algemene vragen over

de terugbetaling kunt u uw werknemer overigens ook

verwijzen naar www.belastingdienst.nl/zvw.



Let op!

De teruggaaf van de bijdrage Zvw over 2010 mag u in de aangifte

loonheffingen niet verrekenen met de in te houden bijdrage Zvw in

2011. Anders klopt het bedrag dat in 2011 aan bijdrage is ingehouden,

niet meer met het bijdrageloon van de betreffende werknemer.

Teruggaaf niet verwerken in uw loonadministratie

Als u ervoor kiest de teruggaaf van de bijdrage Zvw niet

te verwerken in uw loonadministratie, geldt het volgende:

• Teruggaven tot en met een bedrag van € 14 per werknemer

mag u netto uitbetalen aan uw werknemer.

• Teruggaven van meer dan € 14 moet u netto uitbetalen

aan uw werknemer.

6.3.6 Bijzondere situaties

In deze paragraaf vindt u informatie over de volgende

bijzondere situaties:

• De werknemer werkt niet meer bij u.

• De werknemer is overleden.

• U bent failliet.

• U hebt uw bedrijf gestaakt.

De werknemer werkt niet meer bij u

Als de werknemer niet meer bij u werkt, moet u de

teruggaaf van de bijdrage Zvw als negatief loon boeken

in kolom 13 van de loonstaat (Loon uitsluitend voor de

loonbelasting en volksverzekeringen). In de aangifte

loonheffingen over het tijdvak waarin u de teruggaaf

hebt gekregen, boekt u dit negatieve loon in de rubriek

‘Loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen’.



Voorbeeld 1

Als de werknemer nog tot en met 31 maart 2011 bij u heeft gewerkt, moet

u op zijn jaaropgaaf het negatieve loon salderen met het loon over januari

tot en met maart 2011. Op de jaaropgaaf vermeldt u ook de ingehouden

loonbelasting/premie volksverzekeringen over januari tot en met maart

2011. De werknemer krijgt de te veel betaalde loonbelasting/premie

volksverzekeringen dan terug via zijn aanslag inkomstenbelasting over

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 6 Stap 6 Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw berekenen | 66

2011, omdat het totale loon over 2011 lager is dan het loon waarover

de loonbelasting/premie volksverzekeringen is berekend.

Voorbeeld 2

Als de werknemer in 2011 niet meer bij u heeft gewerkt, moet u op zijn

jaaropgaaf uitsluitend het negatieve loon vermelden. In zijn aangifte

inkomstenbelasting over 2011 kan hij dit negatieve loon in mindering

brengen op zijn andere inkomsten. Ook dan krijgt de werknemer de te

veel betaalde loonbelasting/premie volksverzekeringen terug via zijn

aanslag inkomstenbelasting over 2011.

Net als bij een werknemer die nog wel in dienst is, mag u er

ook voor kiezen de teruggaaf van de bijdrage Zvw niet te

verwerken in de loonadministratie. U moet de teruggaaf

dan netto uitbetalen aan de ex-werknemer.

Let op!

Als u een teruggaaf krijgt voor een ex-werknemer, gaan wij ervan uit

dat u contact opneemt met deze werknemer. Als dat niet lukt, moet uw

ex-werknemer zelf contact met u opnemen. Uw ex-werknemer heeft van

ons een brief gekregen over de teruggaaf aan zijn (ex-)werkgever.

De werknemer is overleden

Als uw werknemer is overleden, moet u de terugbetaling

in kolom 13 van de loonstaat aanmerken als negatief loon

van de overleden werknemer. Vervolgens geldt hetzelfde

als wanneer een werknemer niet meer bij u in dienst is.

De erfgenamen van de overleden werknemer mogen dit

negatieve loon voor de inkomstenbelasting 2011 beschouwen

als negatief inkomen van de overleden werknemer.

Als uw werknemer al in 2010 is overleden, mogen de

erfgenamen geen aangifte inkomstenbelasting 2011 op naam

van uw overleden werknemer indienen. De erfgenamen

kunnen dan nog wel ieder voor hun erfdeel de (negatieve)

inkomsten van de overleden werknemer in hun eigen

aangifte opnemen.

Wilt u het loon niet als negatief loon van de werknemer

aanmerken, dan is dit negatief loon voor de erfgenamen

(ieder voor zijn erfdeel).

U bent failliet

Als u failliet bent, sturen wij de brief over de teruggaaf naar

uw curator. Als wij de brief toch naar u sturen, moet u deze aan

uw curator geven. De curator moet dan de teruggaaf verwerken.

In deze situatie is het voor uw werknemer misschien niet

duidelijk of de curator de teruggaaf op de juiste manier heeft

verwerkt. De werknemer kan dan contact opnemen met de

curator. Als de curator de teruggaaf niet in de loonadministratie

heeft verwerkt en ook niet netto aan uw werknemer heeft

uitbetaald, kan uw werknemer de teruggaaf als negatief loon

in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2011 opnemen.

U hebt uw bedrijf gestaakt

Als u uw bedrijf hebt gestaakt, sturen wij u nog wel een brief

over de teruggaaf. Als u de teruggaaf niet meer in uw

loonadministratie kunt verwerken, kan uw werknemer

de teruggaaf als negatief loon in zijn aangifte inkomstenbelasting

over 2011 opnemen.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 67

7 Stap 7 Loonbelasting/premie

volksverzekeringen berekenen

De loonbelasting/premie volksverzekeringen die u inhoudt

en betaalt, berekent u over het loon (zie hoofdstuk 4).

Hoe u het loon bepaalt waarover u de loonbelasting/premie

volksverzekeringen inhoudt, leest u in paragraaf 7.1. Daarna

behandelen wij stap voor stap wanneer u de loonbelasting/

premie volksverzekeringen moet inhouden

(zie paragraaf

7.2) en hoe u de loonbelasting/premie volksverzekeringen

berekent met behulp van de tabellen of

rekenvoorschriften (zie paragraaf

7.3).


Voor het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen

hebt u een brutoloon nodig. Als u met een

werknemer een nettoloon afspreekt, moet u daarom een

berekening maken van netto- naar brutoloon (zie paragraaf

7.4). Bij bepaalde vormen van loon houdt u de loonbelasting/

premie volksverzekeringen niet in op het loon van

de werknemer, maar komt deze voor uw rekening. Dat is de

zogenoemde eindheffing (zie paragraaf

7.5). In paragraaf

7.6, ten slotte, behandelen we de speciale regels voor het

berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen

die gelden als u lonen moet samenvoegen, bijvoorbeeld als

uw werknemer ook een uitkering van uwv krijgt.

Voor de inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen

op bijstandsuitkeringen geldt een aparte regeling.

Gemeenten die bijstandsuitkeringen uitkeren, vinden

meer informatie over deze regeling in de Rekenregels

en

handleiding

loonheffingen over bijstandsuitkeringen

2011.

Deze handleiding is in de loop van 2011 te downloaden

van www.belastingdienst.nl.

7.1 Grondslag voor de loonbelasting/

volksverzekeringen bepalen

U berekent de loonbelasting/premie volksverzekeringen

over de zogenoemde grondslag voor de loonbelasting/

volksverzekeringen. U bepaalt deze grondslag als volgt:



Brutoloon

- Werknemersdeel pensioenpremie

- Spaarloon 1

+ Loon in natura exclusief privégebruik auto 2

+ Aanspraken die tot het loon horen

= Grondslag voor de werknemersverzekeringen

- Ingehouden werknemersdeel levensloopregeling 1

+ Privégebruik auto

= Grondslag Zvw

+ Vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

= Grondslag voor de loonbelasting/volksverzekeringen

1 Binnen een kalenderjaar mag uw werknemer niet tegelijk in de spaarloon-

en de levensloopregeling sparen (zie paragraaf

20.2.5).

2 Onder de werkkostenregeling kunt u loon in natura ook in de vrije ruimte

onderbrengen (zie paragraaf

17.1.4). In dat geval neemt u het niet mee in

de loonberekening.

Hierna ziet u een voorbeeld van een loonberekening.

Dit voorbeeld bevat niet alle mogelijke loonbestanddelen,

maar is gebaseerd op veelvoorkomende bestanddelen.

Bij enkele loonbestanddelen staat € 0,00, met daarachter

een plus- of minteken. Dat loonbestanddeel zit niet in deze

voorbeeldberekening, maar het geeft wel de plek in de

loonberekening aan en of het een bijtel- of aftrekpost is.



Voorbeeld

Een werkgever houdt voor een werknemer die is geboren in 1958, loonbelasting/

premie volksverzekeringen in volgens de witte maandtabel. Hij past

de loonheffingskorting toe. Voor de premie WW-Awf houdt hij rekening

met een franchise van € 1.413,75 per maand. De werkgever is aangesloten

bij sector 33 en hij gebruikt voor deze werknemer risicopremiegroep 02. Het

premiepercentage voor de premie sectorfonds is dus 2,28%. Het premiepercentage

voor de gedifferentieerde premie WGA dat de werkgever van ons

heeft gekregen, is 1,00%. De werknemer spaart in een spaarloonregeling.

De werknemer heeft een auto van de zaak met een bijtelling van € 400 per

maand. Zijn eigen bijdrage is € 100.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 68

Te betalen door

Berekening

nettoloon

Berekening

loonkosten

Berekening

grondslagen

Brutoloon Werkgever € 2.000,00 € 2.000,00 € 2.000,00

Pensioenpremie Werkgever € 0,00 +

Werknemer € 0,00 - € 0,00 -

Spaarloon Werknemer € 51,09 - € 51,09 -

Levensloopregeling: werkgeversbijdrage 1 Werkgever € 0,00 + € 0,00 +

Aanspraken die tot het loon horen Werkgever € 0,00 + € 0,00 +

Loon in natura Werkgever € 0,00 + € 0,00 +



Grondslag voor de werknemersverzekeringen € 1.948,91

Premie WW-Awf (4,20%) 2 Werkgever € 22,47 +

Premie sectorfonds (2,28%) 3 Werkgever € 44,43 +

Basispremie WAO/WIA (5,10%) 4 Werkgever € 99,39 +

Gedifferentieerde premie WGA (1%) 5 Werkgever € 19,48 +

Privégebruik auto 6 Werkgever pm + 4 € 400,00 +

Werknemer € 100,00 - € 100,00 -

Levensloopregeling: werkgeversbijdrage 1 Werkgever € 0,00 -

Levensloopregeling: werknemersbijdrage 1 Werknemer € 0,00 - € 0,00 -

Grondslag voor de Zorgverzekeringswet € 2.248,91

Zvw-vergoeding (7,75%) 7 Werkgever € 174,29 + € 174,29 + € 174,29 +



Grondslag voor de loonbelasting/

volksverzekeringen

2.423,20

Loonbelasting/premie volksverzekeringen 8 Werknemer € 579,83 -

Zvw-bijdrage (7,75%) 7 Werknemer € 174,29 -



Nettoloon werknemer 9 € 1.269,08

Kostenvegoeding 10 Werkgever € 0,00 + € 0,00 +

Premiekortingen € 0,00 -

Afdrachtvermindering € 0,00 -



Loonkosten voor de werkgever 6 € 2.360,06

1 Binnen een kalenderjaar mag uw werknemer niet tegelijk in de spaarloon- en de levensloopregeling sparen. De werkgeversbijdrage voor de levensloopregeling is wel belast

voor de werknemersverzekeringen, maar niet voor de Zvw en loonbelasting/volksverzekeringen.

2 4,20% x (€ 1.948,91 (grondslag) - € 1.413,75 (franchise)) . In dit voorbeeld staat geen werknemersdeel premie WW-Awf, omdat deze premie 0% is.

3 2,28% x € 1.948,91

4 5,10% x € 1.948,91

5 1% x € 1.948,91

6 U moet voor de werknemer voor de auto een vast percentage bijtellen. Dit zijn niet de werkelijke kosten van de auto.

7 7,75% x € 2.248,91

8 Bedrag volgens de witte maandtabel (zie paragraaf

7.3)

9 De werknemer krijgt naast dit nettoloon nog € 51,09 bijgeschreven op zijn spaarloontegoed.

10 Dit bedrag betaalt u netto aan de werknemer uit. Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling (zie hoofdstuk 17), kan het zijn dat u hierover eindheffing moet betalen.

Zie paragraaf 4.4.1 als u gebruikmaakt van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

In bepaalde situaties (zie paragraaf 7.6) zijn er speciale

regels die van invloed zijn op de premies werknemersverzekeringen,

de inkomensafhankelijke

bijdrage Zvw (hierna:

bijdrage Zvw) en op de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

Dat is het geval als:

• u uw werknemer verschillende lonen uit vroegere

dienstbetrekking betaalt

• u een uitkering voor uwv doorbetaalt aan uw werknemer

• u een aanvulling betaalt op een uitkering die uwv aan uw

werknemer betaalt



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 69
7.2 Wanneer loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden:

hoofdregel

U houdt de loonbelasting/premie volksverzekeringen in op

het zogenoemde genietingsmoment van het loon. Dit is het

moment waarop:

• u het loon betaalt, verrekent of ter beschikking stelt

• het loon rentedragend wordt

• het loon vorderbaar en inbaar wordt

U houdt de loonbelasting/premie volksverzekeringen in

zodra een van deze drie situaties zich voordoet. Voor het

berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen

gebruikt u de loonbelastingtabellen (zie paragraaf

7.3) die

gelden op het moment waarop u de loonbelasting/premie

volksverzekeringen inhoudt. U verwerkt het loon en de

loonheffingen in de aangifte over het tijdvak waarin het

genietingsmoment valt.

Nabetalingen: loon-in-systematiek

Als u nabetalingen doet, moet u dat loon volgens de hoofdregel

aangeven in het tijdvak waarin uw werknemer het

loon geniet. Dit is de zogenoemde loon-in-systematiek.

Nabetalingen zijn achteraf vastgestelde betalingen bijvoorbeeld

in verband met een nieuwe cao, achteraf toegekende

pensioenen of individuele loonsverhogingen. Zie voor een

voorbeeld paragraaf 7.3.5, onder ‘U doet nabetalingen’.



Voorschotten

Bij een voorschot op het loon moet u de loonbelasting/

premie volksverzekeringen volgens de hoofdregel inhouden

op het tijdstip waarop u het voorschot aan de werknemer

uitbetaalt.

7.2.1 Wanneer loonbelasting/premie volksverzekeringen

inhouden: uitzonderingen

op de hoofdregel

Op de hoofdregel voor het inhouden van loonbelasting/premie

volksverzekeringen zijn uitzonderingen voor:

• fictief loon

• loon dat u in januari betaalt voor tijdvakken

van het vorige

jaar

• opgetelde belaste en onbelaste



autokilometervergoedingen

• loon op een ongebruikelijk tijdstip

• nabetalingen loon-over-systematiek

Fictief loon

Het genietingsmoment van fictief loon van een aandeelhouder

met een aanmerkelijk belang is het eind van het kalenderjaar

of het moment waarop de dienstbetrekking eindigt.



Let op!

Fictief loon is niet hetzelfde als gebruikelijk loon (zie paragraaf

15.1).

Loon dat u in januari betaalt voor tijdvakken van het vorige jaar

Als het in uw bedrijf gebruikelijk is dat u in januari loon

uitbetaalt

dat u nog toekent aan loontijdvakken van het

vorige jaar, dan mag u afwijken van de hoofdregel en dat

loon nog in de laatste aangifte van het vorige jaar aangeven.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om overwerkloon of om

kostenvergoedingen

die door nacalculatie alsnog loon zijn.

Opgetelde belaste en onbelaste autokilometervergoedingen

Misschien geeft u een werknemer voor sommige autokilometers

een hogere vergoeding dan € 0,19 per kilometer

en voor andere kilometers een lagere vergoeding. Om te

bepalen

welk bedrag u moet belasten, mag u alle kilometers



optellen en alle vergoedingen optellen. Als u zo komt tot

een gemiddelde vergoeding die hoger is dan € 0,19 per kilometer,

dan is het meerdere belast loon. Als u gebruikmaakt

van de werkkostenregeling, geldt een fictief genietingsmoment

van 31 december 2010. Maakt u gebruik van de oude

regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen, dan mag

u onder voorwaarden het loon toerekenen aan het eerste

loontijdvak van 2011. Zie paragraaf 19.1.4.



Loon op een ongebruikelijk tijdstip

Als u met uw werknemer afspreekt dat hij zijn loon geheel

of gedeeltelijk op een ongebruikelijk tijdstip krijgt, dan is

het genietingsmoment toch het tijdstip waarop u het loon

normaal gesproken zou uitbetalen.

Nabetalingen: loon-over-systematiek

Als u een nabetaling doet, bijvoorbeeld in verband met een

nieuwe cao of een individuele loonsverhoging, moet u dat

loon volgens de hoofdregel aangeven in het tijdvak waarin

u het loon uitbetaalt. Dit is de zogenoemde loon-in-systematiek.

Maar in 2011 mag u die nabetaling ook aangeven in

het tijdvak waarop de nabetaling betrekking heeft. Dit is de

zogenoemde loon-over-systematiek. Daarbij gelden de

volgende

voorwaarden:

• De nabetaling heeft betrekking op een eerder tijdvak

in 2011.


• Het was voor u ook in voorgaande jaren gebruikelijk

om nabetalingen aan te geven in het tijdvak waarop deze

betrekking hebben.

• In 2011 verwerkt u alle nabetalingen op dezelfde manier,

namelijk in het tijdvak waarop deze betrekking hebben.

U maakt dus nieuwe loonberekeningen over deze

tijdvakken.

• Als u een nabetaling verwerkt in een tijdvak waarvoor

u al aangifte hebt gedaan, corrigeert u deze aangifte. U verzendt

de correctie tegelijk met de aangifte over het tijdvak

waarin u de nabetaling doet. Zie ook paragraaf 11.2. Zie voor

een voorbeeld paragraaf 7.3.5, onder ‘U doet nabetalingen’.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 70

Nabetalingen over een vorig jaar

Als (een deel van) de nabetaling betrekking heeft op een tijdvak

van 2010 of eerder, moet u (dat deel van) die nabetaling

volgens de hoofdregel behandelen als loon van het tijdvak

waarin u de nabetaling uitbetaalt.

7.3 Loonbelasting/premie volksverzekeringen

berekenen:

rekenvoorschriften en tabellen

De loonbelasting/premie volksverzekeringen die u moet

inhouden, is gebaseerd op het schijventarief voor de

inkomstenbelasting/

premie volksverzekeringen. Over het

loon in de eerste en tweede schijf berekent u loonbelasting

en premie volksverzekeringen. Hiervoor geldt één tarief.

Voor iedereen van 65 jaar en ouder geldt in de eerste en tweede

schijf een lager percentage. Over het loon in de derde en

vierde schijf berekent u alleen loonbelasting en geen premie

volksverzekeringen (zie tabel 1 achter in dit handboek).



Let op!

Er bestaan verschillende tariefschijven voor werknemers van 65 jaar en

ouder die zijn geboren in 1945 of eerder, en werknemers van 65 jaar die

zijn geboren in 1946.

Rekenvoorschriften: als u een geautomatiseerde

loonadministratie hebt

U kunt voor de berekening van de loonbelasting/premie

volksverzekeringen rekenvoorschriften (formules) gebruiken.

Deze zijn bedoeld voor werkgevers met een geautomatiseerde

loonadministratie. Als u een softwarepakket

gebruikt, heeft uw leverancier deze rekenvoorschriften

daarin verwerkt. U kunt de rekenvoorschriften downloaden

van www.belastingdienst.nl.



Tabellen: als u geen geautomatiseerde loonadministratie hebt

Als u geen geautomatiseerde loonadministratie hebt, gebruikt

u de loonbelastingtabellen voor de berekening van de loonbelasting/

premie volksverzekeringen. U kunt deze tabellen

downloaden van www.belastingdienst.nl. U kunt de loonbelasting/

premie volksverzekeringen ook berekenen met

de rekenhulp Loonbelasting/premie volksverzekeringen en arbeidskorting

op www.belastingdienst.nl. Hebt u geen computer

met internetaansluiting? Vraag dan de loonbelastingtabellen

aan bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

In deze paragraaf krijgt u informatie over:

• hoe u de tabellen gebruikt (zie paragraaf

7.3.1)

• voor welk loon u de witte tabellen gebruikt



(zie paragraaf

7.3.2) en voor welk loon de groene

(zie paragraaf

7.3.3)


• de verschillende tijdvaktabellen (zie paragraaf

7.3.4)


• het gebruik van de tabellen in bijzondere situaties

(zie paragraaf 7.3.5)

• tabellen voor bijzondere beloningen (zie paragraaf

7.3.6)


• tabellen voor bijzondere groepen werknemers

(zie paragraaf

7.3.7)

• herleidingsregels (zie paragraaf



7.3.8)

Ook staan in deze paragraaf een paar aandachtspunten

bij het gebruik van de tabellen (zie paragraaf

7.3.9).


7.3.1 Hoe gebruikt u de tabellen?

Voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn er

de volgende tabellen:

• witte tabellen voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking

en loon dat daarmee gelijkgesteld is

(zie paragraaf

7.3.2)

• groene tabellen voor loon uit vroegere dienstbetrekking



en uitkeringen die daarmee gelijkgesteld zijn

(zie paragraaf

7.3.3)

Afhankelijk van het soort loon gebruikt u dus de witte of



de groene tabellen.

Er zijn witte en groene tabellen voor verschillende loontijdvakken

(zie paragraaf

7.3.4). Per loontijdvak zijn er weer

tabellen voor werknemers met of zonder vakantiebonnen

(zie paragraaf

7.3.7). U gebruikt de witte of groene tabel van

het loontijdvak van uw werknemer of de tabel voor bijzondere

beloningen (zie paragraaf

7.3.6), die achter in elke

witte en groene tabel staat.

Voor de vraag welke tabel u moet gebruiken, zijn dus de

volgende

vragen belangrijk:

• Is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking of loon

uit vroegere dienstbetrekking?

• Is het tijdvakloon? Zo ja, wat is het loontijdvak?

• Is het loon van een werknemer met of zonder

vakantiebonnen?

• Is het een bijzondere beloning?


1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   55

  • Teruggaaf niet verwerken in uw loonadministratie
  • 6.3.6 Bijzondere situaties
  • Belastingdienst
  • De werknemer is overleden
  • U hebt uw bedrijf gestaakt
  • Grondslag voor de werknemersverzekeringen € 1.948,91
  • Grondslag voor de Zorgverzekeringswet € 2.248,91
  • Nettoloon werknemer 9 € 1.269,08
  • Nabetalingen: loon-in-systematiek
  • 7.2.1 Wanneer loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden: uitzonderingen op de hoofdregel
  • Loon dat u in januari betaalt voor tijdvakken van het vorige jaar
  • Opgetelde belaste en onbelaste autokilometervergoedingen
  • Loon op een ongebruikelijk tijdstip
  • Rekenvoorschriften: als u een geautomatiseerde loonadministratie hebt
  • Tabellen: als u geen geautomatiseerde loonadministratie hebt
  • 7.3.1 Hoe gebruikt u de tabellen

  • Dovnload 2.98 Mb.