Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina15/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   55

Let op!

In dit voorbeeld gebruiken wij de kwartaaltabel die wij in januari 2011

hebben uitgegeven. Als de tabel in de loop van het jaar verandert,

veranderen ook de bedragen in het voorbeeld.

Voorbeeld 2

Een werknemer, geboren in 1975, voor wie u de loonheffingskorting toepast,

heeft in januari en februari een loon van € 1.000. Op 1 maart treedt hij in

dienst bij een nieuwe werkgever. In april krijgt hij van u nog de provisie over

het eerste kwartaal (januari, februari, maart). Deze provisie is € 800.

Het langste loontijdvak bij u is de periode van januari tot en met maart,

de periode waar de provisie betrekking op heeft. Maar omdat de werknemer

in maart niet meer voor u gewerkt heeft, is het feitelijke loontijdvak een

periode van twee maanden. Het totale loon (tabelloon) van dat tijdvak

is (2 x € 1.000) + € 800 = € 2.800. Voor deze periode is geen tabel.

Daarom moet u het loon herleiden (zie hierboven bij ‘U hebt een loontijdvak

waarvoor geen tabel bestaat’). U deelt daarbij het totale loonbedrag

door 2 en gebruikt de maandtabel die geldig is in april. De uitkomst

vermenigvuldigt

u met 2.

U berekent de loonbelasting/premie volksverzekeringen over de provisie

nu als volgt:

1. Bereken de loonbelasting/premie volksverzekeringen over het totale loon

van € 2.800. Dit is: 2 x loonbelasting/premie volksverzekeringen over

1.400 = (2 x € 192,66) € 385,32. De bijbehorende arbeidskorting is



(2 x € 103,58) € 207,16.

2. Bereken wat de loonbelasting/premie volksverzekeringen over het totaal

van de eerdere maandlonen geweest zou zijn. Dit is: 2 x loonbelasting/

premie volksverzekeringen over € 1.000 = (2 x € 113,08) € 226,16.

De bijbehorende arbeidskorting is (2 x € 51,00) € 102,00.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 75

3. Trek de loonbelasting/premie volksverzekeringen die u hebt berekend

bij stap 2 af van de loonbelasting/premie volksverzekeringen die u hebt

berekend bij stap 1. Doe hetzelfde met de arbeidskorting. Op de provisie

van € 800 houdt u in: € 385,32 - € 226,16 = € 159,16. De bijbehorende

arbeidskorting is: € 207,16 - € 102,00 = € 105,16.

U doet nabetalingen (vertraagd uitbetaald loon)

Voor nabetalingen (ook wel: vertraagd uitbetaald loon),

zoals overwerkloon, provisies of cao-loonsverhogingen met

terugwerkende kracht, gebruikt u de tabellen voor bijzondere

beloningen (zie paragraaf

7.3.6). Dit is de hoofdregel.

Een uitzondering geldt voor een nabetaling die betrekking

heeft op een achteraf vastgesteld tijdvakloon of een achteraf

vastgestelde uitkering die u in één keer uitbetaalt, terwijl u

de werknemer of de uitkeringsgerechtigde over de nabetalingsperiode

niet eerder een tijdvakloon hebt betaald. Het gaat

bijvoorbeeld om de volgende situaties:

• U betaalt de werknemer geen regulier loon meer uit.

Na verloop van tijd betaalt u het niet-betaalde loon toch

nog uit.

• U kent een uitkeringsgerechtigde met terugwerkende

kracht een pensioen toe (aanlooptermijnen).

U berekent dan de loonbelasting/premie volksverzekeringen

als volgt:

1. Herleid het bedrag tot een (gemiddeld) tijdvakloon.

2. Gebruik de loonbelastingtabel die op dat moment geldt.

U mag voor deze nabetalingen niet de tabel voor

bijzondere

beloningen gebruiken.

3. Vermenigvuldig het bedrag in de tabel met het aantal

loontijdvakken waarop de betaling betrekking heeft.



Voorbeeld

Een werknemer, geboren in 1980, verdient € 2.000 per maand. U ontslaat

hem en betaalt hem per oktober 2010 geen regulier loon meer uit. In een

ontslagprocedure bepaalt de rechter dat het ontslag onterecht was. U hervat

per april 2011 de reguliere loonbetalingen en u betaalt de werknemer in

april 2011 in één keer zes maandlonen uit (totaal € 12.000). Er zijn geen

andere inkomsten. De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen

en voor de Zvw.

Bij loon-in-systematiek

U gebruikt voor elk nabetaald maandloon van € 2.000 de witte maandtabel

die in april 2011 geldt. De loonbelasting/premie volksverzekeringen

hierover is € 402,41. Dit bedrag vermenigvuldigt u daarna met 6. Het hele

loon (€ 12.000) en de totale loonbelasting/premie volksverzekeringen geeft

u, samen met het reguliere loon over april, aan in de aangifte over april.

Bij loon-over-systematiek

U rekent aan januari, februari en maart 2011 alsnog € 2.000 loon toe en

verwerkt dat in die maanden in de salarisadministratie.

U gebruikt voor de

loonbelasting/premie volksverzekeringen

de witte maandtabel die respectievelijk

in januari,

februari en maart 2011 geldt. Voor de overige 3 loontijdvaknabetalingen

van € 2.000 die betrekking hebben op 2010, gebruikt u de

witte maandtabel die in april 2011 geldt. U vermenigvuldigt het bedrag uit

de tabel dat hoort bij € 2.000 met 3. De lonen die u aan januari, februari en

maart hebt toegerekend, neemt u op in de aangifte over die tijdvakken of u

verzendt daarvoor een correctie. Het loon over de andere 3 tijdvakken en de

bijbehorende loonbelasting/premie volksverzekeringen geeft u, samen met

het reguliere loon over april, aan in de aangifte over april.

Let op!

U berekent op deze manier misschien meer loonheffingskorting in 2011 dan

waar de werknemer recht op heeft. Wij verrekenen dit voordeel van de extra

heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting van uw werknemer.

Uw werknemer is dit voordeel dan weer kwijt.

Werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw

De premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw moet u op een

andere manier berekenen, namelijk door middel van voortschrijdend cumulatief

rekenen (VCR) (zie paragraaf

5.5.3). U bepaalt eerst de hoogte van het

loon dat betrekking heeft op tijdvakken van 2011. In dit voorbeeld is dat

8.000 (januari tot en met maart voor de nabetaling en april voor het



reguliere loon, iedere maand € 2.000). De overige € 6.000, die betrekking

heeft op tijdvakken van vóór 2011, hoort ook tot het loon voor de werknemersverzekeringen

en het bijdrageloon van april 2011.

Bij de loon-in-systematiek mag u in april rekening houden met 4 loontijdvakken

voor het berekenen van de franchise voor de WW-Awf en het maximumpremie-

en bijdrageloon. Het totale loon voor de werknemersverzekeringen,

de berekende totale premielonen, het totale bijdrageloon en

bijbehorende premies en bijdrage neemt u op in de aangifte over april. Bij

de loon-over-systematiek rekent u het loon van januari, februari en maart

2011 toe aan die loontijdvakken, de rest van de nabetaling plus het reguliere

loon over april (totaal € 8.000) is loon van april. Voor elk loontijdvak

berekent u op gebruikelijke wijze de franchise WW-Awf en het maximumpremie-

en bijdrageloon.

Let op!

In april is het premie- en bijdrageloon meer dan het maximum dat voor dat

tijdvak geldt. Door voortschrijdend cumulatief rekenen (vcr ) kan er in de

loontijdvakken ná april een zogenoemd inhaaleffect optreden. Hierdoor

moet u in die maanden meer dan gebruikelijk aan premies werknemersverzekeringen

of bijdrage Zvw betalen. Zie voor meer informatie over vcr

paragraaf 5.5.3.

Kalenderjaar heeft 53 weken en uw werknemer heeft een

loontijdvak van een week of van vier weken

Soms heeft een kalenderjaar 53 weken. Als uw werknemer

een loontijdvak van een week heeft, moet u ook voor het

loon over de 53e week de weektabel gebruiken.

Heeft uw werknemer een loontijdvak van vier weken, dan zijn

er voor het loon over de 53e week twee situaties mogelijk:

• U betaalt het loon over de 13e periode van vier weken

en het loon over de 53e week afzonderlijk. In dat geval

gebruikt u voor het loon over de 13e periode van

vier weken de vierwekentabel en voor het loon over

de 53e week de weektabel.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 76

• U betaalt het loon over de 13e periode en het loon over de

53e week in één keer. Er is dan sprake van een loontijdvak

van vijf weken. Voor dit loontijdvak bestaat geen tabel.

U moet het loon dan herleiden naar een loon over een

tijdvak waarvoor wel een tabel bestaat. Bijvoorbeeld door

het loon te delen door vijf. Dan gebruikt u de weektabel

en vermenigvuldigt u de loonbelasting/premie volksverzekeringen

en de arbeidskorting met vijf.

Als u voor een werknemer de loonheffingskorting toepast,

mag u dit ook voor de 53e week doen.

Let op!

U berekent op deze manier misschien meer loonheffingskorting dan

waar de werknemer recht op heeft. Wij verrekenen dit voordeel van de

extra heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting van uw

werknemer. Uw werknemer is dit voordeel dan weer kwijt.

U hebt studenten of scholieren in dienst

Voor studenten en scholieren kunt u een afwijkende

regeling gebruiken: de studenten- en scholierenregeling

(zie paragraaf 15.17). U mag dan de kwartaaltabel gebruiken

terwijl

het loontijdvak kleiner is dan een kwartaal. Het effect



hiervan is meestal dat u minder loonbelasting/premie

volksverzekeringen hoeft in te houden dan wanneer u de

gewone tijdvaktabel zou gebruiken.

U hebt oproepkrachten in dienst

Voor het bepalen van het loontijdvak – en dus de loonbelastingtabel

– van oproepkrachten en werknemers met een

nul-urencontact, zijn de overeenkomst en de feitelijke situatie

van belang.

Oproepkrachten met verschijningsplicht (ook nul-urencontracten)

Bij oproepkrachten met verschijningsplicht loopt de dienstbetrekking

door. U toetst of het om een parttimer gaat,

dat wil zeggen of uw werknemer gewoonlijk op minder

dan vijf dagen per week werkt. Er zijn twee mogelijkheden:

• Het gaat om een parttimer. Dan is het loontijdvak

gelijk aan het uitbetalingstijdvak (zie paragraaf

7.3.4,


onder ‘Uitzondering 2: parttimewerknemers’).

• Het gaat niet om een parttimer. Dan bepaalt u per oproep

wat het loontijdvak is. De hoofdregel voor het gebruik

van tijdvaktabellen geldt (zie paragraaf

7.3.4, onder

‘Hoofdregel’).



Oproepkrachten zonder verschijningsplicht

Bij oproepkrachten zonder verschijningsplicht zijn er

drie situaties mogelijk:

• De oproepkracht wordt voor een langere periode

opgeroepen

en werkt in die periode vijf of meer dagen

per week. Deze situatie is gelijk te stellen met een fulltimecontract

voor een bepaalde periode. In dit geval

bepaalt u per oproep wat het loontijdvak is en u gebruikt

de bijbehorende tijdvaktabel.

• De oproepkracht wordt voor een langere periode

opgeroepen

en werkt in die periode minder dan vijf

dagen per week. In deze situatie geldt de regeling voor

parttimers (zie paragraaf

7.3.4, onder ‘Uitzondering 2:

parttimewerknemers’). Het loontijdvak is gelijk aan het

uitbetalingstijdvak.

• De oproepkracht wordt voor een korte periode opgeroepen.

Dan bepaalt u per oproep wat het loontijdvak is en u

gebruikt de bijbehorende tijdvaktabel.

7.3.6 Tabellen voor bijzondere beloningen

Voor bijzondere beloningen zijn er speciale tabellen om

de loonbelasting/premie volksverzekeringen te bepalen: de

tabellen voor bijzondere beloningen. Er zijn witte en groene

tabellen voor bijzondere beloningen (zie paragraaf

7.3.2 en


7.3.3). Deze staan op de laatste pagina van de tijdvaktabellen.

De tabellen voor bijzondere beloningen gebruikt u voor

de volgende bijzondere beloningen:

• eenmalige beloningen of beloningen die u maar eenmaal

per jaar toekent, bijvoorbeeld gratificaties, tantièmes

en vakantiegeld

• overwerkloon

• uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen

• beloningen over een ander tijdvak, bijvoorbeeld achteraf

betaalde provisies of loonsverhogingen met terugwerkende

kracht

Bij beloningen over een ander tijdvak mag u ook kiezen



voor de herberekeningsmethode (zie paragraaf

7.3.5,


onder ‘Uw werknemer heeft verschillende

loontijdvakken’).

• nabetalingen die betrekking hebben op tijdvakken

van een vorig kalenderjaar

U mag voor deze nabetalingen kiezen voor het gebruik

van de tabel voor bijzondere beloningen of voor de

herberekeningsmethode.

Voordeelregel: bijzondere beloning optellen bij het reguliere

tijdvakloon

Als u de tabel voor bijzondere beloningen mag gebruiken,

mag u er ook voor kiezen om de bijzondere beloning op

te tellen bij het reguliere tijdvakloon. Dat mag alleen in

het loontijdvak waarin u de bijzondere beloning uitbetaalt

én als de werknemer daardoor minder loonbelasting/premie

volksverzekeringen betaalt dan wanneer u de tabel

voor bijzondere

beloningen gebruikt.

Let op!

U mag bijzondere beloningen niet bij het reguliere loon optellen als

u alleen premie volksverzekeringen op het loon inhoudt. In dat geval

moet u voor de bijzondere beloning altijd de tabel voor bijzondere

beloningen gebruiken.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 77

Jaarloon uitgangspunt voor de tabellen voor bijzondere

beloningen

Voor de tabellen voor bijzondere beloningen hebt u een

jaarloon nodig. U baseert dit jaarloon op het loon uit kolom

14 van de loonstaat (zie paragraaf

8.2.14).

Er zijn drie situaties mogelijk:

• U hebt de werknemer het hele voorafgaande kalenderjaar

loon betaald. U gaat dan uit van het loon dat de werknemer

in dat jaar van u heeft gekregen.

• U hebt de werknemer maar een gedeelte van het voorafgaande

kalenderjaar loon betaald. U gaat dan uit van het

tot een jaarloon herleide bedrag. Is de werknemer

bijvoorbeeld

op 15 november in dienst getreden en is zijn

cumulatieve loon (kolom 14) op 31 december € 3.000, dan

is het tot jaarloon herleide bedrag ((€ 3.000 : 1,5) x 12 =)

€ 24.000.

• U hebt de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar

geen loon betaald. U herleidt dan een jaarloon op basis

van het lopende jaar. U moet het jaarloon herleiden alsof

uw werknemer over het hele lopende jaar loon zou krijgen.

Daarbij houdt u rekening met alle loonbetalingen, dus

ook met bijvoorbeeld incidentele betalingen of eventueel

vastgelegde loonsverhogingen.



Let op!

Als een werknemer van werkgever is veranderd en u en de andere

werkgever behoren tot dezelfde samenhangende groep inhoudingsplichtigen,

neemt u als jaarloon het totale loon dat u en de andere

werkgever hebben uitbetaald. Zie voor meer informatie over het begrip

samenhangende groep inhoudingsplichtigen’ paragraaf 3.2.1.



Loon samenvoegen voor berekening van het jaarloon

Er zijn drie situaties waarbij u lonen samenvoegt voor de

berekening van het jaarloon:

• U betaalt een werknemer loon voor twee of meer inkomstenverhoudingen.

Het totale loon van alle inkomstenverhoudingen

is dan uitgangspunt voor de berekening

van het jaarloon voor de tabel bijzondere beloningen.

Het maakt daarbij niet uit of het om loon uit tegenwoordige

of vroegere dienstbetrekking gaat.

• U betaalt een werknemer loon of lonen uit tegenwoordige

of vroegere dienstbetrekking. Daarnaast betaalt u

ook loon uit vroegere dienstbetrekking door van een

andere werkgever of uitkeringsinstantie. Het totaal van

die lonen is dan uitgangspunt voor de berekening van

het jaarloon voor de tabel voor bijzondere beloningen.

• U geeft een aanvulling op een socialeverzekeringsuitkering

en uwv betaalt die uitkering rechtstreeks aan uw

werknemer of u krijgt die uitkering van uwv om door te

betalen aan uw werknemer. Het totaal (de uitkering plus

de aanvulling) is dan uitgangspunt voor de berekening

van het jaarloon voor de tabel voor bijzondere

beloningen.

Als u de verschillende lonen onder verschillende loonheffingennummers

aangeeft, bijvoorbeeld het ene loon

in de aangifte met subnummer L01 en het andere in de

aangifte


met subnummer L02, dan telt u deze lonen voor

het bepalen van het jaarloon voor de tabel bijzondere

beloningen

bij elkaar op.



Machtiging lager percentage

Wij kunnen op verzoek van uw werknemer een machtiging

afgeven om de loonbestanddelen die onder de tabel voor

bijzondere beloningen vallen, lager te belasten dan de tabel

aangeeft. Uw werknemer kan zo’n verzoek doen als normaal

gebruik van de tabel voor bijzondere beloningen betekent

dat de loonbelasting/premie volksverzekeringen over de

bijzondere

beloning ten minste 10% (met een minimum van

€ 227) meer is dan de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

die de werknemer vermoedelijk moet betalen.

Wij sturen uw werknemer dan een brief waarin wij u machtigen

om een lager percentage te gebruiken dan de tabel

voor bijzondere beloningen aangeeft. Dit percentage geldt

alleen voor het jaar dat in de machtiging staat. Nadat u de

machtiging hebt gekregen, tekent u in de loonstaat het

percentage

aan dat u gebruikt.



7.3.7 Tabellen voor bijzondere groepen werknemers

Er zijn speciale tabellen voor:

• artiesten en beroepssporters (zie tabel 3 achter in

dit handboek)

• aannemers van werk, thuiswerkers, sekswerkers en

gelijkgestelden

(zie tabel 4 achter in dit handboek)

• werknemers met vakantiebonnen

Voor de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen

over bijstandsuitkeringen gelden speciale

regels. Meer informatie hierover en over terugvordering

en verrekening van bijstand vindt u in de Rekenregels en



handleiding

loonheffingen over bijstandsuitkeringen 2011.

U kunt deze handleiding in de loop van 2011 downloaden

van www.belastingdienst.nl.

Artiesten en beroepssporters

Voor artiesten en beroepssporters met wie u een overeenkomst

van korte duur aangaat of die kortstondig optreden

of kortstondig een sport beoefenen, berekent u de loonbelasting

op een afwijkende manier. Meer hierover vindt

u in de Handleiding artiesten- en beroepssportersregeling, die u

kunt downloaden van www.belastingdienst.nl.

Tabellen voor werknemers met vakantiebonnen

Voor werknemers die loon krijgen dat onder meer bestaat

uit vakantiebonnen voor een aantal vakantiedagen en

algemeen


erkende feestdagen, zijn er de tabellen voor

werknemers

met vakantiebonnen. Deze tabellen gelden

alleen als de toekenning van vakantiebonnen is overeengekomen

in een cao of publiekrechtelijke regeling die al

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 7 Stap 7 Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen | 78

op 31 december

1996 bestond. Als die cao of publiekrechtelijke

regeling na die datum aansluitend is vervangen, mag u deze

tabellen alleen gebruiken als de cao of de regeling op het

punt van vakantiebonnen onveranderd is voortgezet.

Voorwaarde is dat u de vakantiebonnen regelmatig bij de

betaling van het loon geeft.

Er zijn afzonderlijke tabellen voor werknemers die per jaar

voor 19 of minder dagen vakantiebonnen krijgen en voor

werknemers die per jaar voor 20 of meer dagen vakantiebonnen

krijgen. Om te beoordelen onder welke tabel uw

werknemer valt, gaat u uit van het aantal vakantiedagen

waarop een volwassen werknemer recht heeft volgens zijn

cao of een publiekrechtelijke regeling. Feestdagen en extra

vakantiedagen in verband met leeftijd of dienstjaren van

een jeugdige of oudere werknemer tellen niet mee.

7.3.8 Herleidingsregels voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen

Er zijn werknemers voor wie u de witte en groene tabellen

niet zo maar kunt gebruiken:

• werknemers die alleen loonbelasting moeten betalen

• werknemers die alleen premie volksverzekeringen

moeten betalen

• werknemers die geen premies hoeven te betalen voor

een of meer volksverzekeringen

Voor elk van deze groepen werknemers gelden andere percentages

voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen

dan de percentages waarop de loonbelastingtabellen zijn

gebaseerd. Daarom zijn er herleidingsregels waarmee u de

volgende bedragen handmatig kunt herleiden uit de

tabellen:

• de loonbelasting/premie volksverzekeringen over het

periodieke loon

• de loonbelasting/premie volksverzekeringen over

bijzondere beloningen

• de arbeidskorting

• het maximumbedrag waarover u de premie

volksverzekeringen moet inhouden

U kunt de herleidingsregels downloaden van

www.belastingdienst.nl. Hebt u geen computer met

internetaansluiting?

Vraag dan de herleidingsregels aan

bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.



Herleidingsregels voor werknemers jonger dan 65 jaar

Voor werknemers jonger dan 65 jaar zijn er herleidingsregels

voor de volgende groepen:

• werknemers die alleen premie volksverzekeringen

moeten

betalen


• werknemers die alleen loonbelasting moeten betalen

• werknemers die loonbelasting moeten betalen en

premies

voor de aow en de Anw



• werknemers die loonbelasting moeten betalen en

premie voor de awbz

• werknemers die geen loonbelasting hoeven te betalen,

maar wel premies voor de aow en de Anw

• werknemers die geen loonbelasting hoeven te betalen,

maar wel premie voor de awbz


1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   55

  • Belastingdienst
  • U doet nabetalingen (vertraagd uitbetaald loon)
  • Bij loon-over-systematiek
  • Werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw
  • Kalenderjaar heeft 53 weken en uw werknemer heeft een loontijdvak van een week of van vier weken
  • U hebt studenten of scholieren in dienst
  • U hebt oproepkrachten in dienst
  • 7.3.6 Tabellen voor bijzondere beloningen
  • Voordeelregel: bijzondere beloning optellen bij het reguliere tijdvakloon
  • Loon samenvoegen voor berekening van het jaarloon
  • Machtiging lager percentage
  • 7.3.7 Tabellen voor bijzondere groepen werknemers
  • Artiesten en beroepssporters
  • Tabellen voor werknemers met vakantiebonnen
  • 7.3.8 Herleidingsregels voor de loonbelasting/ premie volksverzekeringen
  • Herleidingsregels voor werknemers jonger dan 65 jaar

  • Dovnload 2.98 Mb.