Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina17/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   55

Rubriek: loonheffingennummer

In deze rubriek vult u uw volledige loonheffingennummer in.

8.2 Kolommen loonstaat

De loonstaat heeft de volgende kolommen:

• kolom 1: loontijdvak

• kolom 2: vervallen

• kolom 3: loon in geld

• kolom 4: loon anders dan in geld

• kolom 5: fooien en uitkeringen uit fondsen

• kolom 6: totaal van kolom 3 tot en met 5

• kolom 7: aftrekposten voor alle heffingen

• kolom 8: loon voor de werknemersverzekeringen

• kolom 9: loon in geld, uitsluitend voor de loonbelasting/

volksverzekeringen en Zvw

• kolom 10: loon anders dan in geld, uitsluitend voor de

loonbelasting/volksverzekeringen en Zvw

• kolom 11: ingehouden premie ww en vereveningsbijdrage

• kolom 12: loon voor de Zorgverzekeringswet (Zvw)

• kolom 13: loon, uitsluitend voor de loonbelasting/

volksverzekeringen

• kolom 14: loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

• kolom 15: ingehouden loonbelasting/premie

volksverzekeringen

• kolom 16: ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

• kolom 17: uitbetaald

• kolom 18: verrekende arbeidskorting

• kolom 19: levensloopverlofkorting

8.2.1 Kolom 1: loontijdvak

Vul in deze kolom het loontijdvak in. Het loontijdvak is

het tijdvak waarover de werknemer loon krijgt. Dat kan

bijvoorbeeld een dag, een week of een maand zijn. Het

loontijdvak bepaalt welke tijdvaktabel (de maandtabel, de

weektabel enzovoort) u moet gebruiken voor de berekening

van de loonbelasting/premie volksverzekeringen (zie ook

paragraaf 7.3).



8.2.2 Kolom 2: vervallen

Deze kolom is vervallen.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 8 Stap 8 Bedragen in de loonstaat boeken | 85

8.2.3 Kolom 3: loon in geld

Vul in deze kolom het loon in geld uit tegenwoordige

dienstbetrekking in. Het gaat hier om loon waarop u de

loonheffingen moet inhouden. Bepaalde soorten loon

moet u in deze kolom boeken. Andere loonbestanddelen

mag u niet in kolom 3 boeken. Er is ook loon dat u mág

boeken in kolom 3.

Loon dat u in kolom 3 moet boeken

De volgende soorten loon moet u in kolom 3 boeken:

• loon in geld uit tegenwoordige dienstbetrekking, zoals

salaris, provisie, premies (toeslagen en dergelijke),

uitbetaald vakantiegeld, gevarengeld, overwerkloon,

tantièmes en gratificaties, maar ook (aanvullingen op)

loon op grond van de doorbetalingsverplichting bij ziekte

Als u met een werknemer een nettoloon afspreekt,

vult u in kolom 3 toch het bijbehorende brutoloon

in (


zie ook paragraaf 4.2.1 en 7.4).

• als u gebruikmaakt van de oude regeling van vrije

vergoedingen en verstrekkingen: het deel van de

kostenvergoedingen dat niet is vrijgesteld en waarop u

geen eindheffing toepast (zie ook paragraaf 4.4.1 en 22.8)

• vergoedingen voor ziektekosten die u betaalt naast

de vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage

Zorgverzekeringswet (hierna: bijdrage Zvw)

Het gaat dan bijvoorbeeld om gehele of gedeeltelijke

vergoedingen van de nominale premie die een werknemer

rechtstreeks aan zijn zorgverzekeraar moet betalen

(zie ook paragraaf 18.57). In bepaalde gevallen mag u

deze vergoeding verrekenen met de vergoeding voor

de bijdrage Zvw. Het gedeelte dat u niet verrekent,

vult u in kolom 3 in (zie ook paragraaf 6.2.4).

• zw-, ww- en wao/wia-uitkeringen en uitkeringen

die vergelijkbaar zijn met zw-uitkeringen, zoals

ziekengelden,

en die via u zijn betaald

Als u van uwv een brutobedrag krijgt om aan uw

werknemer door te betalen (werkgeversbetaling;

zie paragraaf 7.6.2), moet u die uitkering in kolom 3

van de loonstaat boeken.

• aanvullingen op zw-, ww- en wao/wia-uitkeringen en de

aanvulling Toeslagenwet

Deze boekt u in kolom 3 zolang de werknemer in dienst is.

• betalingen van derden die door u of door uw tussenkomst

worden uitbetaald

Dit zijn bijvoorbeeld uitkeringen uit fondsen of fooien.

U neemt alleen die fooien op in kolom 3 waarmee u bij het

bepalen van de hoogte van het loon rekening hebt gehouden.

• bedragen die de werknemer moet betalen, maar die u

voor hem betaalt

Dit is bijvoorbeeld het geval als u de loonheffingen

voor de werknemer betaalt.

• kinderbijslagvervangende- of verhogende uitkeringen

Extra kinderbijslag op grond van een erkende kinderbijslagregeling

boekt u in kolom 9, bijvoorbeeld de

kinderbijslagregeling voor buitenlandse arbeiders.

• negatief loon (zie ook paragraaf 4.9)

• loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat u hebt

uitbetaald na beëindiging van de dienstbetrekking

Het gaat hier om een beloning voor werk tijdens de

dienstbetrekking

die u hebt uitbetaald na het ontslag,

zoals salaris, vakantiegeld of tantièmes.

• postuum loon

Dit is loon dat u aan erfgenamen van een overleden

werknemer uitbetaalt. Omdat u op het moment van

het overlijden nog niet hebt afgerekend, mag u postuum

loon in de loonadministratie verwerken alsof u het vóór

het overlijden aan de werknemer zelf hebt uitbetaald.

Op het loon past u de tabel toe die geldt op het tijdstip

dat het loon wordt genoten (zie paragraaf 7.2). Over dit

loon hoeft u geen premies werknemersverzekeringen te

betalen en bijdrage Zvw in te houden. Als dat voor de

erfgenamen voordeliger is, kunt u postuum loon aan de

erfgenamen toerekenen volgens de verdeelsleutel die

voor de erfenis geldt. U moet die erfgenamen dan wel in

uw salarisadministratie opnemen en voor iedere

erfgenaam apart een loonstaat maken.

• vorstverletuitkeringen, voor zover ze niet betaald

worden uit een wachtgeld- of werkloosheidsverzekering

• zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- en pleegzorguitkeringen

op grond van de Wet arbeid en zorg

Als u premies werknemersverzekeringen of pseudopremies

(zie ook paragraaf 5.1) en bijdrage Zvw moet betalen over

loon waarop wij in een naheffingsaanslag eindheffing hebben

toegepast (zie hoofdstuk 22), boekt u dat loon in kolom 3

als positief bedrag en in kolom 13 als negatief bedrag.



Loon dat u niet in kolom 3 mag boeken

Loon waarover u geen premies werknemersverzekeringen

hoeft te betalen, maar wel loonbelasting/premie volksverzekeringen

en de bijdrage Zvw, boekt u niet in kolom 3.

Dit loon vult u in kolom 9 in. Uitkeringen (loon uit een

vroegere dienstbetrekking) aan een ex-werknemer boekt

u ook in kolom 9.

Loon dat u in kolom 3 mag boeken

Spaarloon dat is vrijgesteld, mag u in kolom 3 boeken.

Als u daarvoor kiest, moet u ditzelfde bedrag ook in kolom 7

boeken. Voor meer informatie over spaarregelingen zie

hoofdstuk 20.

8.2.4 Kolom 4: loon anders dan in geld

Vul in deze kolom het loon anders dan in geld in waarover

u de loonheffingen moet berekenen. Hierbij gaat het om

loon in natura (verstrekkingen) en aanspraken (zie ook

paragraaf 4.3 en 4.6). Voor de waarde van veelvoorkomende

verstrekkingen zijn er normbedragen (zie tabel 7 tot en

met 13 achter in het handboek als u gebruikmaakt van de

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 8 Stap 8 Bedragen in de loonstaat boeken | 86

oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen

en tabel 27 als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling).

Deze normbedragen kunnen periodiek worden bijgesteld.

U vult in deze kolom de totale waarde in van de verstrekkingen

en de aanspraken min de eventuele bijdrage van de werknemer.



Voorbeeld

U geeft uw werknemer die u maandelijks loon betaalt, een abonnement op

een dagblad met een waarde van € 30 per maand. Uw werknemer draagt

per maand € 10 bij. In kolom 4 van de loonstaat vult u dan € 20 in.

Bij aanspraken gaat het ook om:

de belaste waarde van een aanspraak: de • totale waarde min

de eventuele werknemersbijdrage (zie ook paragraaf 4.6)

• de belaste waarde van vakantiebonnen (zie ook paragraaf

18.48).


Als u premies werknemersverzekeringen of pseudopremies

(zie ook paragraaf 5.1) en bijdrage Zvw moet betalen over

verstrekkingen waarop wij in een naheffingsaanslag

eindheffing hebben toegepast (zie hoofdstuk 22), boekt u

de waarde van die verstrekkingen in kolom 4 als positief

bedrag en in kolom 13 als negatief bedrag.

Uw bijdragen voor de levensloopregeling (zie ook paragraaf

20.2) boekt u als positief bedrag in kolom 4 en als negatief

bedrag in kolom 10.

Let op!

De bijtelling privégebruik auto boekt u niet in kolom 4, maar in kolom 10.

8.2.5 Kolom 5: fooien en uitkeringen uit fondsen

Vul in deze kolom het loon in dat anderen aan de werknemer

hebben uitbetaald. Het gaat hier om fooien en uitkeringen

uit fondsen.



Fooien

U boekt alleen fooien waarmee u bij de vaststelling van het

loon rekening hebt gehouden of waarvoor een bijtelling

geldt (zie ook paragraaf 4.2.3). Als de werknemer dergelijke

fooien rechtstreeks van derden krijgt, dan boekt u ze in

kolom 5. Maar betaalt u de fooien uit namens derden,

dan boekt u de fooien in kolom 3.

Let op!

Er gelden speciale regels voor fooien van horecapersoneel. Voor

meer informatie kunt u contact opnemen met de BelastingTelefoon:

0800 - 0543.

Uitkeringen uit fondsen

Uitkeringen uit fondsen vult u in kolom 5 in. Het gaat

hier om niet-vrijgestelde uitkeringen die de werknemer

rechtstreeks van fondsen krijgt, bijvoorbeeld uitkeringen

uit een personeelsfonds. Het fonds dat een belastbare

uitkering uitbetaalt, is verplicht u daarover in te lichten

(zie ook paragraaf 18.47).

Betaalt u de uitkering uit namens een fonds, dan boekt

u het bedrag als loon in geld in kolom 3. Als het gaat

om een uitkering aan een ex-werknemer, dan boekt u

het bedrag in kolom 9.

8.2.6 Kolom 6: totaal van kolom 3 tot en met 5

Vul in deze kolom het totaal van kolom 3 tot en met 5 in.



8.2.7 Kolom 7: aftrekposten voor alle heffingen

Vul in deze kolom de bedragen in die u voor de loonheffingen

van het loon mag aftrekken. Sommige aftrekposten moet u

in kolom 7 boeken, andere mag u hier niet opnemen.



Aftrekposten die u in kolom 7 moet boeken

Vul de volgende aftrekposten in kolom 7 in:

• de pensioenpremie die u op het loon van de werknemer inhoudt

• de werknemersbijdrage in een regeling voor uitkeringen bij overlijden of invaliditeit door een ongeval, of regelingen

die daaraan zijn gelijkgesteld

• spaarloon dat is vrijgesteld en dat u in kolom 3 hebt geboekt

U boekt hetzelfde bedrag ook in kolom 7.

Pensioenpremie voor individuele modules

Een pensioenregeling kan ook individuele modules hebben

waaruit de werknemer zelf een keuze kan maken. De premie

die uw werknemer betaalt voor individuele – vrijwillige –

modules, moet u ook in kolom 7 boeken. Als de werknemer

hiervoor spaargeld uit een spaarloonregeling gebruikt,

mag u boeken in het tijdvak waarin u aan de spaarinstelling

doorgeeft dat u het hiermee eens bent. Als u het spaargeld

in kolom 3 hebt geboekt, moet u hetzelfde bedrag ook

in kolom 7 boeken. In dat geval boekt u dus twee keer

hetzelfde bedrag in kolom 7: een keer als spaarloon en een

keer als pensioenpremie. In kolom 17 telt u de pensioenpremie

die u in kolom 7 hebt geboekt, weer bij, omdat u

het bedrag feitelijk maar één keer hebt ingehouden.

Voor meer informatie over spaarregelingen zie hoofdstuk 20.

Voor meer informatie over aanspraken zie paragraaf 18.2.



Aftrekposten die u niet in kolom 7 mag boeken

Vul de volgende aftrekposten niet in kolom 7 in:

• de bijdrage Zvw

Vul deze bijdrage in kolom 16 in.

• inhoudingen op grond van een regeling voor aanvullend

ziekengeld en dergelijke

Vul deze inhoudingen in kolom 11 in.

• inhoudingen voor andere regelingen die u, eventueel

via een fonds, voor het personeel hebt getroffen

Vul deze inhoudingen niet in op de loonstaat.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 8 Stap 8 Bedragen in de loonstaat boeken | 87

• spaarloon dat is vrijgesteld

Als u dit bedrag ook in kolom 3 hebt geboekt, moet u

het bedrag wél in kolom 7 invullen.



8.2.8 Kolom 8: loon voor de

werknemersverzekeringen

Vul in deze kolom het loon voor de werknemersverzekeringen

in. Dit is het bedrag van kolom 6 min het bedrag van kolom 7.

Vul kolom 8 ook in als de werknemer niet onder alle werknemersverzekeringen

valt. Het loon voor de werknemersverzekeringen

kan hoger zijn dan het maximumloon

waarover u premies moet betalen. Dat maakt voor de

boeking in kolom 8 niets uit.

Het is mogelijk dat u voor een werknemer in een bepaalde

periode geen bedragen in kolom 3 tot en met 6 van de loonstaat

hebt geboekt, terwijl u wel pensioenpremies hebt

ingehouden. Boek deze pensioenpremies dan in kolom 7

en vul ze in als negatief bedrag in kolom 8.

Voor meer informatie over aanspraken zie paragraaf 18.2.



8.2.9 Kolom 9: loon in geld, uitsluitend voor de

loonbelasting/volksverzekeringen en Zvw

Vul in deze kolom de loonbedragen in waarover u geen

premies werknemersverzekeringen hoeft te betalen, en

uitkeringen waarover al premies werknemersverzekeringen

zijn betaald. Hieronder vallen de volgende loonbedragen:

• loon uit vroegere dienstbetrekking, waaronder aow-,

Anw- en aaw-uitkeringen, pensioen, wachtgeld, lijfrenten

en andere periodieke uitkeringen en uitkeringen

uit fondsen aan ex-werknemers

Als een werknemer van u loon uit vroegere dienstbetrekking

krijgt en u tegelijkertijd ook namens een andere

inhoudingsplichtige loon uit vroegere dienstbetrekking

uitbetaalt, vul dan het totale bedrag van de twee lonen in.

• periodieke uitkeringen die vergelijkbaar zijn met aaw-,

wao/wia- of ww-uitkeringen aan werknemers die niet

meer in dienstbetrekking zijn

• u itkeringen van uwv die u namens uwv aan de werknemer

uitbetaalt en waarop uwv de premies werknemersverzekeringen

inhoudt (zie ook paragraaf 7.6.2)

• aanvullingen op een uitkering van uwv aan een werknemer

die niet langer bij u in dienst is

• bovenwettelijke kinderbijslag op grond van een erkende

kinderbijslagregeling

• uitkeringen in verband met de levensloopregeling

• terugbetalingen aan uw werknemer van in 2008 en

voorgaande jaren te veel ingehouden premie ww-Awf

(zie ook paragraaf 5.14)

U hoeft een teruggaaf van minder dan € 14 niet in uw

loonadministratie te verwerken. U mag deze teruggaaf

netto aan uw werknemer uitbetalen.

Wilt u dit nettobedrag

in uw loonstaat opnemen, vul het dan in kolom 17 in.



8.2.10 Kolom 10: loon anders dan in geld,

uitsluitend voor de loonbelasting/

volksverzekeringen en Zvw

Vul in deze kolom in het loon anders dan in geld, uitsluitend

voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de Zvw. Dit is

bijvoorbeeld de bijtelling voor het privégebruik van een

auto van de zaak.

Als u in verband met de levensloopregeling in kolom 4 een

positief bedrag hebt geboekt als aanspraak of werkgeversbijdrage,

boekt u in kolom 10 hetzelfde bedrag negatief.



8.2.11 Kolom 11: ingehouden premie WW

en vereveningsbijdrage

In deze kolom vult u de volgende bedragen in:

• het werknemersdeel van de premie ww-Awf

• de inhouding voor werkloosheid (vereveningsbijdrage

of pseudopremies werknemersverzekeringen)

Sinds 1 januari 2009 is het percentage voor het werknemersdeel

van de premie ww-Awf 0%. Sinds die datum betaalt

u voor deze premie alleen nog een werkgeversdeel (zie

ook paragraaf 5.2.1). Dit geldt ook voor de zogenoemde

inhouding voor werkloosheid (de vereveningsbijdrage

of pseudopremies). U vult in kolom 11 dus ‘0’ in.

Terugbetalingen aan uw werknemer van in 2008 en

voorgaande jaren te veel ingehouden premie ww-Awf

boekt u niet in kolom 11, maar in kolom 9.



8.2.12 Kolom 12: loon voor de

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Vul in deze kolom het loon voor de Zvw in. Dit is het

totaalbedrag van kolom 8, 9 en 10, min het bedrag

van kolom 11.



8.2.13 Kolom 13: loon, uitsluitend voor de

loonbelasting/volksverzekeringen

In deze kolom vult u de vergoeding in van de ingehouden

bijdrage Zvw. Moet u premies werknemersverzekeringen

of pseudopremies (zie ook paragraaf 5.1) en bijdrage Zvw

betalen over loon of verstrekkingen waarop wij in een

naheffingsaanslag eindheffing (zie hoofdstuk 22) hebben

toegepast? Dan boekt u de waarde van dat loon in kolom 3

en van die verstrekkingen in kolom 4 als positief bedrag.

In kolom 13 boekt u diezelfde bedragen negatief.

Als u ervoor kiest de teruggaaf van de te veel ingehouden

bijdrage Zvw in uw loonadministratie te verwerken (zie ook

paragraaf 6.3.5), vult u het bedrag van de teruggaaf in kolom

13 als negatief loon in. Kiest u ervoor de teruggaaf niet in

uw loonadministratie te verwerken en betaalt u het bedrag

netto uit aan uw werknemer (zie ook paragraaf 6.3.5)?

Dan neemt u het bedrag op in kolom 17.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 8 Stap 8 Bedragen in de loonstaat boeken | 88

Krijgt u van uwv een zw-, ww- of wao/wia-uitkering om

aan uw werknemer door te betalen waarop uwv de premies

werknemersverzekeringen

en de bijdrage Zvw al heeft ingehouden

(instantiebetaling; zie paragraaf 7.6.2)? Dan moet

u die uitkering in kolom 13 van de loonstaat boeken.

8.2.14 Kolom 14: loon voor de loonbelasting/

volksverzekeringen

Vul in deze kolom het loon in waarop u loonbelasting/

premie volksverzekeringen moet inhouden. Dit is het

totaalbedrag van kolom 12 en 13. Het bedrag dat u invult

in kolom 14, is het ‘tabelloon’ voor de toepassing van

de witte en groene tabellen loonbelasting/premie

volksverzekeringen.

8.2.15 Kolom 15: ingehouden loonbelasting/

premie volksverzekeringen

Vul in deze kolom het bedrag in dat u aan loonbelasting/

premie volksverzekeringen hebt ingehouden (zie ook

paragraaf 7.2).



8.2.16 Kolom 16: ingehouden

inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

Vul in deze kolom de ingehouden bijdrage Zvw in.



8.2.17 Kolom 17: uitbetaald

Vul in deze kolom het uitbetaalde bedrag in. Dit is

het totaal van kolom 3, 9 en 13, min het bedrag van

kolom 7, 11, 15 en 16.

Als u een teruggaaf van te veel ingehouden bijdrage Zvw in uw

loonadministratie verwerkt en als negatief loon in kolom 13

boekt (zie ook paragraaf 8.2.13), moet u hetzelfde bedrag in

kolom 17 bijtellen (zie ook paragraaf 6.3.5). Als u de teruggaaf

niet in uw loonadministratie verwerkt en u wilt dit nettobedrag

in uw loonstaat opnemen, vul het dan alleen in kolom 17 in.

Boek in kolom 17 eventueel ook de terugbetaling aan uw

werknemer van het te veel ingehouden wga-deel van de

gedifferentieerde premie wao/wia. Deze terugbetaling is

een onbelast loonbestanddeel. Wilt u dit nettobedrag in

uw loonstaat opnemen, vul het dan ook in kolom 17 in.

Let op!

Hebt u in kolom 7 pensioenpremie uit een spaarloonregeling geboekt,

dan boekt u die ook in kolom 17 (zie ook paragraaf 8.2.7).

8.2.18 Kolom 18: verrekende arbeidskorting

Vul in deze kolom de arbeidskorting in die u hebt verrekend.



8.2.19 Kolom 19: levensloopverlofkorting

Vul in deze kolom de levensloopverlofkorting in die u hebt

verrekend.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 9 Stap 9 Loonstrook aan werknemers geven | 89

9 Stap 9 Loonstrook aan

werknemers geven

U moet aan uw werknemers een loonstrook geven bij:

• de eerste loonbetaling

• iedere loonbetaling die afwijkt van de vorige

loonbetaling

U moet een loonstrook geven, ook als de werknemer er zelf

niet om vraagt. U mag de loonstrook op papier of digitaal

aan uw werknemers geven. Als u de loonstrook digitaal

geeft, dan moet de werknemer daarmee ingestemd hebben

en moet hij de loonstrook kunnen opslaan en op een later

tijdstip nog kunnen inzien.

Voor de loonstrook is er geen verplicht model: u gebruikt

eigen formulieren.

Verplichte gegevens op de loonstrook

U moet op de loonstrook de volgende gegevens vermelden:

• het brutoloon in geld

• de samenstelling van het loon, bijvoorbeeld basisloon,

garantieloon, prestatiebeloning, provisie, overwerkgeld,

toeslagen, premies, gratificaties en opnamen uit het

levenslooptegoed

• de bedragen die u op het loon hebt ingehouden, zoals

de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de premies

werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke

bijdrage Zvw en loonbeslag

• de toegepaste levensloopverlofkorting

• het aantal uren dat de werknemer werkt op basis van

de arbeidsovereenkomst

• de periode waarover u het loon hebt betaald

• het wettelijke minimumloon dat voor de werknemer geldt

• uw naam en de naam van de werknemer

Naast deze gegevens, is het aan te raden ook te vermelden:

• of u de loonheffingskorting toepast

• het loontijdvak

• de tabel die van toepassing is voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen

• het belastbare loon

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 10 Stap 10 Loonheffingen aangeven en betalen | 90

10 Stap 10 Loonheffingen

aangeven en betalen

Als u inhoudingsplichtig bent, moet u aangifte loonheffingen

doen. U moet op tijd aangifte doen en de loonheffingen op

tijd betalen.

De aangifte loonheffingen bestaat uit een collectief deel

en een werknemersdeel. Als u aangifte doet, levert u ons

de volgende gegevens:

• werknemersgegevens

Dit zijn de gedetailleerde gegevens per dienstbetrekking

(inkomstenverhouding).

• collectieve gegevens

Dit zijn:

• uw algemene gegevens, zoals uw naam en adres

• de totalen van de loon- en loonheffingengegevens

van alle werknemers

• de bedragen van de premiekortingen, eindheffingen

en afdrachtverminderingen

De werknemersgegevens van uw aangifte gaan naar de polisadministratie

van uwv. Verschillende organisaties, zoals

uwv, de Belastingdienst, het cbs en gemeenten, gebruiken de

gegevens uit de polisadministratie. uwv gebruikt de gegevens

om uitkeringen vast te stellen, zoals een ww-uitkering.

Wij gebruiken de gegevens onder andere voor het toekennen

van toeslagen en de vooraf ingevulde aangifte inkomstenbelasting.

Het is dus erg belangrijk dat de gegevens actueel,

juist en volledig zijn. Daarom moet u onjuistheden of

onvolledigheden in een aangifte loonheffingen altijd

verbeteren of aanvullen (zie hoofdstuk 11). Aangiften en

correcties over 2010 die na 31 januari 2011 binnenkomen,

kunnen wij niet meer verwerken in de vooraf ingevulde

aangiften inkomstenbelasting over 2010.

In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende

onderwerpen:

• aangiftetijdvak (paragraaf 10.1)

• aangifte doen (paragraaf 10.2)

• controle van de aangifte na verzenden (paragraaf 10.3)

• betalen (paragraaf 10.4)

• boetes (paragraaf 10.5)

• aansprakelijkheid (paragraaf 10.6)

• aangiften pseudo-eindheffing (paragraaf 10.7)

10.1 Aangiftetijdvak

Het aangiftetijdvak is het tijdvak waarover u de aangifte

loonheffingen moet doen. Dit is meestal een periode van

een kalendermaand of van vier weken. Bij een aangiftetijdvak

van vier weken begint het eerste aangiftetijdvak altijd

op 1 januari en eindigt het laatste aangiftetijdvak altijd op

31 december. De eerste en dertiende aangifteperiode lopen

dus niet gelijk met de eerste en dertiende loonperiode.


1   ...   13   14   15   16   17   18   19   20   ...   55

  • 8.2.1 Kolom 1: loontijdvak
  • 8.2.2 Kolom 2: vervallen
  • Loon dat u in kolom 3 moet boeken
  • Loon dat u niet in kolom 3 mag boeken
  • Loon dat u in kolom 3 mag boeken
  • Belastingdienst
  • Let op! De bijtelling privégebruik auto boekt u niet in kolom 4, maar in kolom 10. 8.2.5 Kolom 5: fooien en uitkeringen uit fondsen
  • 8.2.6 Kolom 6: totaal van kolom 3 tot en met 5
  • Aftrekposten die u in kolom 7 moet boeken
  • Pensioenpremie voor individuele modules
  • Aftrekposten die u niet in kolom 7 mag boeken
  • 8.2.9 Kolom 9: loon in geld, uitsluitend voor de loonbelasting/volksverzekeringen en Zvw
  • 8.2.10 Kolom 10: loon anders dan in geld, uitsluitend voor de loonbelasting/ volksverzekeringen en Zvw
  • 8.2.11 Kolom 11: ingehouden premie WW en vereveningsbijdrage
  • 8.2.12 Kolom 12: loon voor de Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • 8.2.14 Kolom 14: loon voor de loonbelasting/ volksverzekeringen
  • 8.2.15 Kolom 15: ingehouden loonbelasting/ premie volksverzekeringen
  • 8.2.18 Kolom 18: verrekende arbeidskorting
  • Verplichte gegevens op de loonstrook

  • Dovnload 2.98 Mb.