Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina22/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   55

14.1.1 Verandering van de rechtsvorm

Als de rechtsvorm van uw onderneming verandert,

bijvoorbeeld van een eenmanszaak naar een bv, is er

sprake van een zogenoemde volledige overgang van

uw onderneming. Tot het moment van de overgang van

uw onderneming bent u verantwoordelijk en aansprakelijk

voor het inhouden en betalen van de loonheffingen. U blijft

aangifte doen (nihilaangiften) totdat u de Mededeling



Intrekking aangiftebrief hebt gekregen.

Na de overgang van uw onderneming is de partij die uw

onderneming overneemt, in het voorbeeld de bv, verantwoordelijk

voor het inhouden en betalen van de loonheffingen.

De overnemende partij doet aangifte loonheffingen

vanaf het moment dat hij een loonheffingennummer

van

ons heeft gekregen en een Mededeling loonheffingen aangifte doen



en betalen.

Let op!

Als u over de periode waarin u inhoudingsplichtige was, een onjuiste

of onvolledige aangifte hebt gedaan, moet u uw aangifte met uw oude

loonheffingennummer corrigeren (zie hoofdstuk 11).

U meldt de overgang van uw onderneming samen met de

overnemende partij aan ons met het formulier Melding

loonheffingen Overdracht van activiteiten, dat u kunt downloaden

van www.belastingdienst.nl. U houdt dan op werkgever

te zijn. Daarmee eindigt ook uw eventuele eigenrisicodragerschap

voor de zw en voor de wga.

De overnemende partij meldt zich als nieuwe werkgever bij

ons met het formulier Melding loonheffingen Aanmelding werkgever,

dat hij kan downloaden van www.belastingdienst.nl.

Deze partij kan een eventueel eigenrisicodragerschap

voor de zw en/of wga niet automatisch voortzetten.

Hij moet het eigenrisicodragerschap opnieuw aanvragen

(zie paragraaf 5.13).

14.2 Dienstbetrekking van een

werknemer eindigt

Een dienstbetrekking eindigt door bijvoorbeeld het ontslag

of het overlijden van een werknemer. U vult de datum van

het einde van de dienstbetrekking altijd in bij de werknemersgegevens

in de aangifte loonheffingen van het betreffende

tijdvak. Als u door het einde van de dienstbetrekking naar

verwachting ten minste twaalf maanden geen inhoudingsplichtige

meer bent, moet u dat binnen een maand

schriftelijk aan ons doorgeven (zie paragraaf 14.1).

U moet de volgende gegevens van uw werknemers bewaren:

• de kopie van het identiteitsbewijs

• de loonbelastingverklaring of het formulier met de

gegevens voor de loonheffingen (bijvoorbeeld het Model

opgaaf gegevens voor de loonheffingen en het Model opgaaf

gegevens voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling))

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 14 Stap 14 Einde van inhoudingsplicht

of dienstbetrekking | 111

Deze gegevens bewaart u ten minste vijf kalenderjaren

na het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking eindigde

(zie paragraaf 13.4).

In paragraaf 14.2.1 tot en met 14.2.5 behandelen we een

aantal bijzondere situaties die kunnen ontstaan bij het

einde van een dienstbetrekking.



14.2.1 Auto van de zaak

Als een ex-werknemer van u alleen nog loon krijgt in de

vorm van een auto van de zaak, moet u over het voordeel van

het privégebruik (zie paragraaf 19.3 en 19.4) loonbelasting/premie

volksverzekeringen en bijdrage Zvw betalen.

U moet de loonbelasting/premie volksverzekeringen en

de bijdrage Zvw op uw ex-werknemer verhalen. Als u dit

niet verhaalt, dan heeft uw ex-werknemer, naast de auto

van de zaak, een voordeel ter grootte van de niet-verhaalde

loonbelasting/premie volksverzekeringen en de bijdrage

Zvw. Dit voordeel moet u als loon behandelen (bruteren).

U past op dit loon de groene tabel toe.



14.2.2 Levenslooptegoed

Als een werknemer bij u aanspraken op grond van de levensloopregeling

heeft opgebouwd, houdt u loonbelasting/

premie


volksverzekeringen en bijdrage Zvw in over het

opgenomen levenslooptegoed. De werknemer heeft recht

op een vergoeding van de bijdrage Zvw. U blijft, ook als de

werknemer niet meer bij u in dienst is, inhoudingsplichtige

zolang uw ex-werknemer bij zijn nieuwe werkgever niet

deelneemt aan een levensloopregeling.

Zodra uw ex-werknemer bij zijn nieuwe werkgever aan een

levensloopregeling deelneemt, gaan de aanspraken die hij

bij u heeft opgebouwd, over naar die nieuwe werkgever.

Het is niet van belang of de nieuwe werkgever dezelfde

uitvoerder (bank, verzekeraar of beleggingsmaatschappij)

van de levensloopregeling gebruikt als u.



Tegoeden afkopen

Als de ex-werknemer bij u geen nieuwe dienstbetrekking

aangaat of als hij bij een volgende werkgever niet aan een

levensloopregeling deelneemt, mag hij het tegoed op de

levenslooprekening afkopen. Hierbij geldt als voorwaarde

dat deze afkoopmogelijkheid in uw levensloopregeling is

opgenomen. Als uw ex-werknemer zijn tegoed afkoopt,

is de uitkering loon uit vroegere dienstbetrekking. U rekent

dan de uitkering alleen tot het loon voor de loonbelasting/

volksverzekeringen en de bijdrage Zvw. Uw ex-werknemer

heeft recht op een vergoeding van de bijdrage Zvw.

De ex-werknemer is niet verplicht om het tegoed van de

levenslooprekening af te kopen. Hij mag het tegoed ook

laten staan tot hij weer deelneemt aan een levensloopregeling

bij een nieuwe werkgever.

Als u geen inhoudingsplichtige meer bent

Als u door een faillissement of bedrijfsbeëindiging geen

inhoudingsplichtige meer bent, wordt de uitvoerder van

de levensloopregeling inhoudingsplichtige. De uitvoerder

mag het levenslooptegoed dan alleen in één keer rechtstreeks

naar de werknemer overmaken. Er is dan sprake van een

afkoopsom en de uitvoerder behandelt deze uitkering als

loon uit vroegere dienstbetrekking.

De uitvoerder houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen

en bijdrage Zvw in op de uitkering. De werknemer heeft recht

op een vergoeding van de bijdrage Zvw.

14.2.3 Studiekosten

Een ex-werknemer kan een eerder vrijgestelde studiekostenvergoeding

aan u terugbetalen. Zie voor meer informatie

hierover paragraaf 18.45.



14.2.4 Vakantiedagen

Bij het einde van de dienstbetrekking mag de werknemer

het restant afkopen van de (boven)wettelijke vakantiedagen

die hij niet heeft opgenomen. De afkoopsom is loon voor

alle loonheffingen.

14.2.5 Werknemer gaat bij een ander

concernonderdeel werken

Als een werknemer binnen het concern bij een ander onderdeel

gaat werken, eindigt de bestaande dienstbetrekking en

begint een nieuwe dienstbetrekking. Om de administratieve

lasten in dit soort situaties te verminderen, kunnen wij uw

samenwerkingsverband aanwijzen als een samenhangende

groep inhoudingsplichtigen (zie paragraaf 3.2.1).
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 |  1|1 3

Deel 2


Thema’s

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 |  1 1| 4

Samenvatting

In dit tweede deel vindt u aanvullende informatie op het

stappenplan van deel 1. Wij hebben deze aanvullende

informatie ingedeeld in thema’s.

U vindt onder andere informatie over de dienstbetrekking

bij bijzondere arbeidsrelaties. Daarnaast leggen wij uit

welke regels er gelden bij wonen of werken in het

buitenland. In het thema ‘Heffingskortingen’ gaan wij in

op de onderdelen waaruit de loonheffingskorting bestaat.

Het thema ‘Werkkostenregeling (WKR)’ gaat in op de

systematiek van de nieuwe werkkostenregeling. In het

thema ‘Bijzondere vormen van loon’ leggen wij uit of

bepaalde loonbestanddelen tot het loon behoren of

vrijgesteld zijn voor de loonheffingen. Hier vindt u naast

de regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen ook

de regels voor de werkkostenregeling. Daarnaast zijn

er aparte thema’s voor alle regels bij vervoer, spaarregelingen,

eindheffingen, afdrachtverminderingen en

personeel aan huis. Het laatste thema biedt meer

informatie voor gemoedsbezwaarden.

Inhoud


In dit onderdeel behandelen wij de volgende thema’s:

15 Bijzondere arbeidsrelaties 115

16 Wonen en/of werken

in het buitenland 127

17 Werkkostenregeling (WKR) 144

18 Bijzondere vormen van loon 156

19 Vervoer en reiskosten 188

20 Spaarregelingen 217

21 Heffingskortingen 224

22 Eindheffingen 228

23 Afdrachtverminderingen 236

24 Personeel aan huis 248

25 Gemoedsbezwaarden 255

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 15 Bijzondere arbeidsrelaties | 115

15 Bijzondere arbeidsrelaties

In dit hoofdstuk behandelen we de volgende bijzondere

arbeidsrelaties:

• aandeelhouders met een aanmerkelijk belang

(paragraaf 15.1)

• aannemers van werk en hun hulpen (paragraaf 15.2)

• agenten en subagenten (paragraaf 15.3)

• artiesten (paragraaf 15.4)

• A-topsporters (paragraaf 15.5)

• beroepssporters (paragraaf 15.6)

• bestuurders van coöperaties met werknemerszelfbestuur

(paragraaf 15.7)

• commissarissen (paragraaf 15.8)

• gelijkgestelden (paragraaf 15.9)

• leerlingen en stagiairs (paragraaf 15.10)

• meewerkende kinderen (paragraaf 15.11)

• oproepkrachten (paragraaf 15.12)

• personeel in het kader van het persoonsgebonden budget

sociale werkvoorziening (paragraaf 15.13)

• personeel of dienstverlening aan huis (paragraaf 15.14)

• pseudowerknemers (opting-in) (paragraaf 15.15)

• sekswerkers die werken voor een exploitant (paragraaf 15.16)

• studenten en scholieren (paragraaf 15.17)

• thuiswerkers en hun hulpen (paragraaf 15.18)

• uitzendkrachten (paragraaf 15.19)

• vrijwilligers (paragraaf 15.20)

• werknemers van 65 jaar en ouder (paragraaf 15.21)

15.1 Aandeelhouders met

een aanmerkelijk belang

Voor personen die arbeid verrichten en een aanmerkelijk

belang in uw vennootschap of coöperatie hebben, geldt

de gebruikelijkloonregeling. Soms geldt voor hen ook een

fictief loon.



Aanmerkelijkbelanghouder

Iemand is aandeelhouder met een aanmerkelijk belang als

hij, al dan niet met zijn partner:

• 5% of meer van de aandelen heeft van een vennootschap

• rechten heeft om voor 5% of meer aandelen van een

vennootschap

te kopen

• w instbewijzen heeft om 5% of meer van de jaarwinst – of van

een uitkering bij liquidatie – van de vennootschap te krijgen

• voor 5% of meer stemrecht heeft in een coöperatie

Voor een aanmerkelijkbelanghouder geldt de

gebruikelijkloonregeling.

Voor deze regeling is de partner van de aanmerkelijkbelanghouder:

• de huwelijkspartner of geregistreerd partner

• een van de volgende partners als hij heel 2011 op

hetzelfde woonadres als de aanmerkelijkbelanghouder

staat ingeschreven bij de gemeente:

• de partner met een notarieel samenlevingscontract

• de partner die mede-eigenaar is van de bewoonde

woning


• de partner met wie hij samen een kind heeft

• de partner die een kind van de aanmerkelijkbelanghouder

erkent

• de partner wiens kind door de aanmerkelijkbelanghouder



erkend wordt

• de partner die in een pensioenregeling is opgenomen

Als de aanmerkelijkbelanghouder een deel van 2011 op

hetzelfde

woonadres als de bovengenoemde partners staat

ingeschreven bij de gemeente, dan kunnen zij samen een

verzoek doen om voor heel 2011 als partners te worden

beschouwd.



Gebruikelijkloonregeling

De gebruikelijkloonregeling houdt het volgende in:

• De aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te

krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van

zijn arbeid.

• Dit loon is minimaal € 41.000.



Gebruikelijk loon € 41.000 of lager

Als u aannemelijk kunt maken dat een lager loon gebruikelijk

is, wordt het loon gesteld op dat lagere loon. De aanmerkelijkbelanghouder

kan dit ook zelf aannemelijk maken. Daarbij

moet u een vergelijking maken met soortgelijke dienstbetrekkingen

waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.



Gebruikelijk loon € 5.000 of lager

Krijgt een aanmerkelijkbelanghouder geen loon voor zijn

werkzaamheden en is zijn gebruikelijk loon niet hoger dan

€ 5.000, dan hoeft u sinds 1 januari 2010 voor hem geen

loonheffingen over dat gebruikelijke loon te betalen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 15 Bijzondere arbeidsrelaties | 116

Betaalt u wel loon – ook al is dat lager dan € 5.000 – dan

moet u wel loonheffingen betalen. De grens van € 5.000

geldt voor alle werkzaamheden van de aanmerkelijkbelanghouder:

de grens wordt niet per onderneming getoetst.

Gebruikelijk loon hoger dan € 41.000

Als bij soortgelijke dienstbetrekkingen een hoger loon

gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op het hoogste van

de volgende bedragen:

• 70% van het hogere gebruikelijke loon, maar ten minste

€ 41.000


• het loon van uw meestverdienende werknemer of van de

meestverdienende werknemer van een aan u verbonden

vennootschap

Als u (of de aanmerkelijkbelanghouder) echter aannemelijk

kunt maken dat dit loon toch niet hoger moet zijn, dan mag

u het loon stellen op dit lagere loon.

Voor de partner of het kind van de aanmerkelijkbelanghouder

die vermogen beschikbaar heeft gesteld, geldt de gebruikelijkloonregeling

op dezelfde manier.

Let op!

Bij de bepaling van het gebruikelijk loon gaat het om het begrip

loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen’ (kolom 14 van de

loonstaat). Dit loon is dus inclusief de bijtelling van het voordeel van

een ter beschikking gestelde auto (zie ook paragraaf 19.3 en 19.4) en

eventueel de vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

(hierna: bijdrage Zvw, zie ook paragraaf 6.2.3) en ná toepassing van

de wettelijke vrijstellingen, zoals de vrijstelling van een inleg in een

levensloopregeling. Deelname aan een levensloopregeling kan dus

gevolgen hebben voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling

(zie ook paragraaf 20.2.12).

Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang is soms wel en soms



niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Bijvoorbeeld: een

directeur-grootaandeelhouder is wel een aandeelhouder met een

aanmerkelijk belang, maar is niet verzekerd (zie paragraaf 15.1.1).

Als de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang wél verzekerd is,

geldt de gebruikelijkloonregeling ook voor de premies werknemersverzekeringen.

Gebruikelijkloonregeling bij omzetdaling vervallen

In verband met de economische crisis mocht u bij een omzetdaling

het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 lager vaststellen.

Met ingang van 1 januari 2011 is deze maatregel vervallen.



Fictief loon

De gebruikelijkloonregeling bepaalt de hoogte van het loon

dat de hiervoor genoemde werknemers geacht worden te

krijgen. Als u wel loon hebt uitbetaald, maar minder dan het

gebruikelijke loon, moet u het verschil als loon in uw administratie

verwerken en daarover loonheffingen berekenen.

Dat verschil is het zogenoemde fictieve loon: u hebt het niet

daadwerkelijk uitbetaald.

Als u helemaal geen loon hebt uitbetaald, geldt voor de

werknemer met een aanmerkelijk belang dat u het gebruikelijke

loon volledig als fictief loon moet aanmerken.

15.1.1 Directeur-grootaandeelhouder

Een directeur-grootaandeelhouder is voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen en de Zvw in dienstbetrekking

bij zijn eigen onderneming. Omdat een directeur-grootaandeelhouder

niet altijd verzekerd is voor de werknemersverzekeringen,

hoeft u in die gevallen over zijn loon geen

premies werknemersverzekeringen te betalen. De volgende

directeuren-grootaandeelhouders zijn niet verzekerd voor

de werknemersverzekeringen:

• de statutair bestuurder die (samen met zijn echtgenoot)

houder is van aandelen die ten minste de helft van de

stemmen in de algemene vergadering van de vennootschap

vertegenwoordigen

• de statutair bestuurder die (samen met zijn echtgenoot)

houder is van een zodanig aantal aandelen, dat de overige

aandeelhouders geen versterkte meerderheid hebben,

als in de statuten is bepaald dat het besluit tot schorsing

of tot ontslag van deze bestuurder slechts mag worden

genomen met een versterkte meerderheid in de algemene

vergadering van de vennootschap

• statutair bestuurders die in de algemene vergadering van

de vennootschap allen een (bijna) gelijk aantal stemmen

kunnen uitbrengen

• de statutair bestuurder die samen met zijn bloed- en

aanverwanten

tot en met de derde graad houder is van

aandelen die ten minste tweederde deel van de stemmen

in de algemene vergadering van de vennootschap

vertegenwoordigen

Dit geldt ook voor de statutair bestuurder die zeggenschap

heeft in de algemene vergadering van de vennootschap

door tussenkomst van een rechtspersoon.



15.1.2 Doorbetaaldloonregeling

Een directeur-grootaandeelhouder kan onder voorwaarden

gebruikmaken van de doorbetaaldloonregeling (zie

paragraaf 4.8).

15.2 Aannemers van werk en

hun hulpen

Aannemers van werk en hun hulpen zijn bij u in fictieve

dienstbetrekking als zij zelf arbeid verrichten op grond van een

overeenkomst tot aanneming van werk. Hiermee verplicht

de

aannemer zich om voor u als opdrachtgever een bepaald werk



van stoffelijke aard te verrichten, voor een bepaalde prijs.

Deze fictieve dienstbetrekking geldt niet in de volgende

situaties:

• Het werk wordt uitgevoerd in de persoonlijke of huishoudelijke

sfeer van de opdrachtgever (zie paragraaf 15.14).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 15 Bijzondere arbeidsrelaties | 117

Het werk is aangenomen door een zelfstandig • ondernemer

of thuiswerker (zie paragraaf 15.18).

Verdeling van loon tussen een aannemer van werk en zijn hulpen

Als een aannemer hulpen heeft, bent u verplicht ook loonheffingen

in te houden over het loon dat de aannemer aan zijn

hulpen betaalt. Daarom moet de aannemer aan u opgeven

hoeveel loon iedere hulp krijgt. Hij moet daarvoor bij u een

verklaring inleveren die door hemzelf en door zijn hulpen is

ondertekend.

Als de aannemer geen verklaring bij u inlevert, moet u voor

de berekening van alle loonheffingen het hele loon

beschouwen als loon van de aannemer.



Speciale regels loonbelasting/volksverzekeringen voor

aannemers van werk en hun hulpen

Voor aannemers van werk moet u de loonbelasting/premie

volksverzekeringen op een andere manier berekenen en

met afwijkende percentages (zie tabel 4, 5, 6a en 6b achter

in dit handboek). Bij deze percentages is al rekening gehouden

met de belaste vergoeding van de bijdrage Zvw.

Berekent u de grondslag voor de loonbelasting/volksverzekeringen

op de manier zoals beschreven in paragraaf 7.1,

dan berekent u het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

voor aannemers van werk als volgt:



Grondslag voor de loonbelasting/volksverzekeringen

+ Ingehouden premies voor aanspraken die overeenkomen met de

werknemersverzekeringen

+ Ingehouden bijdrage voor aanspraak op uitkering bij overlijden of invaliditeit

door een ongeval

- Vergoeding bijdrage Zvw

= Loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen waarop u de tabel voor

aannemers van werk toepast (A)
Op dit loon past u het percentage toe voor aannemers van

werk (zie tabel 4, 5, 6a en 6b).

In de aangifte loonheffingen moet u een ander loonbedrag

vermelden, uitgaande van het bij (A) berekende loon.

U berekent dit loonbedrag als volgt:

Loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen waarop u de tabel voor aannemers van werk toepast

+ Vergoeding bijdrage Zvw

- Ingehouden premies voor aanspraken die overeenkomen met de werknemersverzekeringen

- Ingehouden bijdrage voor aanspraak op uitkering bij overlijden of invaliditeit door een ongeval

= Loon voor de aangifte loonheffingen
15.3 Agenten en subagenten

Agenten en subagenten zijn in fictieve dienstbetrekking als

zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

• Zij werken uitsluitend voor één opdrachtgever of agent.

• Zij bemiddelen regelmatig; bemiddelen is voor hen geen

bijkomstig werk.

• Zij worden bij hun werk waarbij zij personen bezoeken,

gewoonlijk door niet meer dan twee personen geholpen.

Voor agenten en subagenten in fictieve dienstbetrekking

gelden de gewone regels voor de loonheffingen.


15.4 Artiesten

Een artiest die in Nederland optreedt, valt in principe onder

een bijzondere regeling voor de loonheffingen: de artiestenen

beroepssportersregeling. Uitgebreide informatie over

deze regeling vindt u in de Handleiding artiesten- en beroepssportersregeling.

U kunt deze handleiding downloaden van



www.belastingdienst.nl.
15.5 A-topsporters

Sommige topsporters die van noc*nsf een A-status hebben

gekregen, krijgen een maandelijkse uitkering (stipendium)

uit het ‘Fonds voor de topsporter’ en een kostenvergoeding.

Daarnaast is er een categorie A-topsporters die alleen een

kostenvergoeding van het Fonds krijgt.

Beide categorieën A-topsporters zijn voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen en de Zvw in fictieve dienstbetrekking

bij het ‘Fonds voor de topsporter’. Alleen de A-topsporters

die een maandelijkse uitkering krijgen, vallen ook

onder de werknemersverzekeringen.

Let op!

Voor andere inkomsten die A-topsporters met de sportbeoefening

verdienen, kan de speciale regeling voor beroepssporters van toepassing

zijn (zie paragraaf 15.6). Er kan ook sprake zijn van een echte

dienstbetrekking

(zie paragraaf 1.1.1) of van pseudowerknemerschap

(zie paragraaf 15.15).

15.6 Beroepssporters

Een beroepssporter die in het buitenland woont en in

Nederland sport beoefent, valt in principe onder een bijzondere

regeling voor de loonheffingen: de artiesten- en beroepssportersregeling.

Uitgebreide informatie over deze regeling

vindt u in de Handleiding artiesten- en beroepssportersregeling.

U kunt deze handleiding downloaden van

www.belastingdienst.nl.

1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   55

  • Belastingdienst
  • Als u geen inhoudingsplichtige meer bent
  • 14.2.5 Werknemer gaat bij een ander concernonderdeel werken
  • 15 Bijzondere arbeidsrelaties 115 16 Wonen en/of werken in het buitenland 127 17 Werkkostenregeling (WKR) 144
  • 22 Eindheffingen 228 23 Afdrachtverminderingen 236 24 Personeel aan huis 248 25 Gemoedsbezwaarden 255 Belastingdienst
  • Aanmerkelijkbelanghouder
  • Gebruikelijkloonregeling
  • Gebruikelijkloonregeling bij omzetdaling vervallen
  • 15.1.1 Directeur-grootaandeelhouder
  • 15.1.2 Doorbetaaldloonregeling
  • Speciale regels loonbelasting/volksverzekeringen voor aannemers van werk en hun hulpen

  • Dovnload 2.98 Mb.