Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina33/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   29   30   31   32   33   34   35   36   ...   55

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, kunt u een belaste

aanspraak als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

• Bij ontslag wegens een andere reden dan arbeidsongeschiktheid

of overlijden van de werknemer, vervroegd

uittreden of het bereiken van de pensioengerechtigde

leeftijd is de aanspraak op een eenmalige uitkering

vrijgesteld.

De hoogte van de uitkering speelt hier geen

rol. Zie ook paragraaf 4.6 en 18.2 voor meer informatie

over aanspraken.

Let op!

Als u een excessieve ontslaguitkering betaalt aan uw (ex-)werknemer,

moet u 30% belasting betalen over deze vergoeding (zie paragraaf

22.11.1).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 164

De uitkering op grond van deze aanspraken behoort tot het

loon, behalve als de uitkering als een vrijgestelde diensttijduitkering

kan worden opgevat.

Bij ontslag kunt u in plaats van een schadeloosstelling in

één keer ook een aanspraak op periodieke uitkeringen ter

vervanging van gederfd of te derven loon toekennen (stamrecht).

Een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging

van gederfd of te derven loon is ook het bedrag dat u

ter vervanging van gederfd of te derven loon stort op:

• een geblokkeerde spaarrekening bij een kredietinstelling

(stamrechtspaarrekening)

• een beleggingsrekening bij een beleggingsinstelling

(stamrechtbeleggingsrekening)

Bij ontslag kan er ook sprake zijn van een gouden handdruk.

Meer informatie vindt u in paragraaf 18.20 en 18.33.



Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u eenmalige

uitkeringen niet als eindheffingsloon in uw vrije ruimte onderbrengen,

omdat zo’n uitkering loon uit vroegere dienstbetrekking is.
18.16 (Eenmalige) uitkering bij overlijden of invaliditeit

(aanspraken en uitkeringen)

Er bestaan twee regelingen voor (aanspraken op) eenmalige uitkeringen bij overlijden of invaliditeit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende uitkeringen (en verstrekkingen):

• (eenmalige) uitkeringen bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval (zie paragraaf 18.16.1)

• eenmalige uitkeringen bij overlijden anders dan als gevolg van een ongeval (zie paragraaf 18.16.2)

Zie ook paragraaf 4.6 en 18.2 voor informatie over aanspraken.


18.16.1 (Eenmalige) uitkering bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval (aanspraken en uitkeringen)

Aanspraken op uitkeringen (en verstrekkingen) bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval zijn vrijgesteld.

Hierbij maakt het niet uit of het gaat om een aanspraak op een eenmalige of een aanspraak op een periodieke uitkering.
Een eenmalige uitkering bij overlijden is tot maximaal driemaal het loon over een maand vrijgesteld. Het gedeelte boven driemaal het loon over een maand behoort tot het loon

waarop de tabel bijzondere beloningen van toepassing is. De vrijstelling geldt als een van de volgende personen overlijdt:

• de werknemer

• de echtgenoot van de werknemer

• degene die in het (voorafgaande) kalenderjaar de fiscale partner (zie hieronder) is van de werknemer

• de eigen kinderen of pleegkinderen


Het loon voor het bepalen van de hoogte van deze vrijstelling is het brutomaandloon, inclusief 1/12 deel van het jaarbedrag aan vaste gegarandeerde beloningen. Meer informatie over

het loon over een maand vindt u in paragraaf 18.14.


De uitkering bij invaliditeit behoort tot het loon, behalve als de uitkering als een vrijgestelde diensttijduitkering kan worden opgevat.

Als de uitkering niet eenmalig is, maar uit periodieke uitkeringen bestaat, dan behoort de waarde van deze periodieke uitkeringen tot het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

en Zvw. Een vrijstelling is dan niet van toepassing.
Het maakt dan ook niet uit of de uitkeringen verstrekt worden in verband met invaliditeit of overlijden.
Let op!

Uitkeringen (eenmalige en periodieke) bij overlijden of invaliditeit als

gevolg van een ongeval zijn geen loon voor de premies werknemersverzekeringen.
Fiscale partner

Als uw werknemer getrouwd is of als hij zijn partnerschap bij de burgerlijke stand heeft laten registreren, dan heeft hij een fiscaal partner. Uw werknemer heeft geen fiscaal partner

meer als:

• hij is gescheiden en niet meer op hetzelfde adres bij de gemeente staat ingeschreven als zijn ex-echtgenoot

• hij van tafel en bed is gescheiden en niet meer op hetzelfde adres bij de gemeente staat ingeschreven als zijn echtgenoot

• er een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend en hij niet meer op hetzelfde adres bij de gemeente staat ingeschreven als zijn echtgenoot


Woont uw werknemer in 2011 ongetrouwd samen? Dan heeft hij een fiscaal partner als hij aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

• Uw werknemer en zijn partner hebben samen een notarieel samenlevingscontract. Beiden moeten dan meerderjarig zijn.

• Uw werknemer en zijn partner hebben samen een kind.

• Uw werknemer of zijn partner heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend.

• Uw werknemer en zijn partner staan als partners geregistreerd bij een pensioenfonds.

• Uw werknemer en zijn partner zijn beiden eigenaar van de woning die hun hoofdverblijf is.


Als beiden eerstegraads bloedverwant zijn van elkaar, zijn ze alleen fiscale partners als ze allebei 27 jaar of ouder zijn op 31 december 2010.
Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 165
Het fiscaal partnerschap begint op het moment dat ze allebei op hetzelfde adres staan ingeschreven bij de gemeente en eindigt op het moment dat dat niet meer zo is. Stonden beiden al voor 1 januari 2011 samen ingeschreven? Dan begint het fiscaal partnerschap op 1 januari 2011.
Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u eenmalige en periodieke uitkeringen bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval, niet als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.
Want deze uitkeringen zijn loon uit vroegere dienstbetrekking.
18.16.2 Eenmalige uitkering bij overlijden anders dan als gevolg van een ongeval (aanspraken en uitkeringen)

Vrijgesteld zijn de aanspraken op een eenmalige uitkering of verstrekking voor zover de uitkering niet hoger is dan driemaal het loon over een maand bij het overlijden van:

• de werknemer

• de echtgenoot van de werknemer

• degene die in het (voorafgaande) kalenderjaar fiscale partner is van de werknemer

• de eigen kinderen of pleegkinderen

Meer informatie over het begrip ‘fiscale partner’ vindt u in paragraaf 18.16.1.
Voor zover de aanspraak betrekking heeft op een hoger bedrag, is deze belast. Op verzoek kan de minister van Financiën een dergelijke aanspraak toch aanwijzen als een vrijgestelde

aanspraak. Deze aanwijzing zal alleen nog plaatsvinden als de waarde van de aanspraak in redelijkheid niet kan worden bepaald. Bestaande aanwijzingen van vrijgestelde aanspraken

blijven geldig tot de cao afloopt waarin deze aanspraak is opgenomen.

Een uitkering bij overlijden waarop geen aanspraak bestond of waarvan de aanspraak was vrijgesteld, is vrijgesteld tot maximaal driemaal het loon over een maand.


Als de uitkering hoger is, behoort het meerdere tot het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen en Zvw. Hierop is dan de tabel bijzondere beloningen van toepassing. Het loon voor het bepalen van de hoogte van deze vrijstelling is het brutomaandloon, inclusief 1/12 deel van het jaarbedrag aan vaste gegarandeerde beloningen. Meer informatie over het loon over een maand vindt u in paragraaf 18.14.
Een uitkering bij overlijden op grond van een belaste aanspraak is altijd vrijgesteld.

Over uitkeringen bij overlijden van de werknemer hoeft u geen premies werknemersverzekeringen te betalen.


Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u belaste

uitkeringen bij overlijden niet als eindheffingsloon onderbrengen in uw

vrije ruimte. Want deze uitkeringen zijn loon uit vroegere dienstbetrekking.
18.17 Fiets

Het verstrekken, vergoeden of ter beschikking stellen van een fiets aan de werknemer voor onder andere woon-

werkverkeer wordt apart behandeld in paragraaf 19.7.
18.18 Geldboetes

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Bepaalde geldboetes kunt u niet onbelast aan een werknemer

vergoeden. Het gaat hier om de volgende boetes:

• geldboetes opgelegd door een Nederlandse strafrechter

• geldsommen betaald aan de staat ter voorkoming van

strafvervolging in Nederland

• geldsommen betaald aan de staat in verband met een

besluit tot gratieverlening

• bestuurlijke boetes

• geldboetes op basis van tuchtrecht dat wettelijk

is geregeld

• kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelasting

• kosten van het verwijderen van een wielklem

Een Nederlands bestuursorgaan geeft een bestuurlijke boete

wanneer iemand handelt tegen een wettelijk voorschrift.

Ook een administratieve sanctie op grond van de Wet

administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

is zo’n bestuurlijke boete.

Een naheffingsaanslag parkeerbelasting bestaat uit parkeerbelasting

en kosten. De kosten van een naheffingsaanslag

parkeerbelasting mag u niet onbelast vergoeden. Als uw

werknemer in een eigen auto rijdt, kunt u de parkeerbelasting

alleen onbelast vergoeden als u niet meer vergoedt dan

€ 0,19 per kilometer. Als uw werknemer in een auto van de

zaak rijdt, kunt u de parkeerbelasting onbelast vergoeden.

Als u een geldboete hebt gekregen, terwijl de boete aan uw

werknemer toe te rekenen valt, dan kunt u de boete verhalen

op uw werknemer. Als u de boete niet verhaalt, moet

u dit voordeel tot het loon van de werknemer rekenen.

Als u ook de loonheffingen voor uw rekening neemt, moet

u het voordeel nog bruteren. Over loon in de vorm van

verkeersboetes die u als kentekenhouder betaalt, maar die

u niet op uw werknemer verhaalt, mag u eindheffing toepassen

(zie paragraaf 22.4).



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 166

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, geldt het

volgende:

• U vergoedt aan uw werknemer een geldboete die hij heeft

gekregen. De vergoeding van de geldboete is loon voor

uw werknemer. U kunt dit loon niet als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

• Als u een geldboete hebt gekregen, terwijl de boete aan

uw werknemer valt toe te rekenen, dan kunt u de boete

op uw werknemer verhalen. Als u de boete niet verhaalt,

moet u dit voordeel tot het loon van de werknemer rekenen.

U kunt dit loon niet als eindheffingsloon onderbrengen

in uw vrije ruimte.

18.19 Geschenk in natura



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

U mag 20% eindheffing toepassen over een geschenk in

natura, voor zover de waarde in het economische verkeer

van geschenken in totaal per kalenderjaar niet meer is dan

€ 70. U kunt hierbij denken aan een pakket of een cadeaubon

ter gelegenheid van kerst.

Voor zover de waarde meer is dan € 70, kunt u, net als voor

andere verstrekkingen, gebruikmaken van de regeling voor

kleine verstrekkingen. In dat geval kunt u tegen het tabeltarief

eindheffing toepassen als de waarde in het economische

verkeer maximaal € 136 per verstrekking is en in totaal

maximaal


€ 272 per jaar.

Als u een dergelijk geschenk ook geeft aan personen die niet

bij u in dienstbetrekking zijn, mag u de belasting voor uw

rekening nemen via eindheffing (zie ook paragraaf 22.2)

Verstrekkingen met een ideële waarde kunnen belastingvrij

zijn (zie paragraaf 4.5).



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Geschenken in natura zijn loon van de werknemer. Maar

u kunt dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in

uw vrije ruimte. Dit geldt ook voor verstrekkingen met een

ideële waarde.

Let op!

Geeft u uw werknemers en ex-werknemers een zelfde geschenk in

natura, bijvoorbeeld een kerstpakket? Dan moet u voor de ex-werknemers

van wie de dienstbetrekking is geëindigd door pensionering of

arbeidsongeschiktheid, het geschenk als eindheffingsloon onderbrengen

in uw vrije ruimte.

18.20 Gouden handdruk

Schadeloosstellingen die worden toegekend naast en boven

rechten van de werknemers op grond van een individuele of

collectieve overeenkomst of op grond van enige wettelijke

bepaling, zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen.

Voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke

bijdrage Zvw (hierna: bijdrage Zvw) worden

deze schadeloosstellingen wel als loon beschouwd (zie ook

paragraaf 6.2.5). Een ontslaguitkering is loon uit vroegere

dienstbetrekking. Voor de inhouding van de loonbelasting/

premie volksverzekeringen past u de groene tabel voor bijzondere

beloningen toe. U vindt deze bijvoorbeeld achter

in de groene dagtabel. Meer informatie hierover vindt u in

paragraaf 1.1.3, 7.3.3 en 7.3.6. Meer informatie over verstrekkingen

met een ideële waarde, zoals een vulpen met inscriptie

door de werkgever, vindt u in paragraaf 4.5.

Als u een excessieve vertrekvergoeding betaalt aan uw werknemer,

moet u een pseudo-eindheffing betalen. Zie voor

meer informatie paragraaf 22.11.1.

Bij ontslag kunt u in plaats van een schadeloosstelling

in één keer ook een aanspraak op periodieke uitkeringen

ter vervanging van gederfd of te derven loon toekennen

(stamrecht).

Een aanspraak op periodieke uitkeringen ter

vervanging van gederfd of te derven loon is ook het bedrag

dat u ter vervanging van gederfd of te derven loon stort op:

• een geblokkeerde spaarrekening bij een kredietinstelling

(stamrechtspaarrekening)

• een beleggingsrekening bij een beleggingsinstelling

(stamrechtbeleggingsrekening)

Meer informatie hierover vindt u in paragraaf 18.33.



Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u een ontslaguitkering

niet als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Want zo’n uitkering is loon uit vroegere dienstbetrekking.

18.21 Huisvesting buiten

de woonplaats

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Vergoedingen van huisvestingskosten of verstrekking van

huisvesting buiten de woonplaats voor het vervullen

van de


dienstbetrekking, is gedurende maximaal twee jaar onbelast.

Deze regeling geldt niet voor extraterritoriale werknemers

(zie ook paragraaf 16.4.4). Na de periode van twee jaar is de

vergoeding van huisvestingskosten of verstrekking van huisvesting

buiten de woonplaats belast. Over dit loon mag u

eindheffing toepassen (zie paragraaf 22.4).



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 167

Let op!

Als de werknemer om persoonlijke redenen dubbele huisvestingskosten

heeft gemaakt, kunt u geen vrijgestelde vergoeding voor huisvesting

verstrekken.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Verstrekt u huisvesting voor het vervullen van de dienstbetrekking,

dan zijn er drie mogelijkheden.

Huisvesting op de werkplek

Als de werknemer voldoet aan de volgende voorwaarden, dan

is de verstrekking van huisvesting op de werkplek onbelast:

• Uw werknemer woont niet op de werkplek. Hij woont

elders.

• Uw werknemer moet redelijkerwijs wel gebruikmaken



van de huisvesting.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de groepsleider die slaapdiensten

heeft in een gezinsvervangend tehuis, de brandweerman

die op de kazerne slaapt, en de werknemer die aan

boord van een schip of op een boorplatform verblijft.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, rekent u voor de huisvesting

niets tot het loon van de werknemer. Dit geldt ook

voor de verstrekking van energie, water en bewassing.



Tijdelijk verblijf

Heeft uw werknemer kosten van tijdelijk verblijf, dan rekent

u daarvoor niets tot het loon. Van tijdelijk verblijf is bijvoorbeeld

sprake bij verblijf van ambulante werknemers tijdens

een dienstreis (zie hierna bij ‘Ambulante werknemers’).

Van tijdelijk verblijf is ook sprake als het redelijk is dat uw

werknemer (nog) niet bij de plaats van zijn werk gaat

wonen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij tijdelijke projecten

of zolang de werknemer in de wettelijke proeftijd zit.

Overige gevallen

In alle andere gevallen rekent u een normbedrag van € 5 per

dag tot het loon van uw werknemer. In dit normbedrag is de

verstrekking van energie, water en bewassing inbegrepen.

U kunt dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in

uw vrije ruimte. In dat geval is administratie per werknemer

niet meer nodig. U vermenigvuldigt het aantal werknemers

met het aantal dagen dat u de huisvesting verstrekt en met

het normbedrag van € 5 per dag.

Het normbedrag van € 5 per dag geldt per werknemer. Als

u de huisvesting ook verstrekt aan een of meer gezinsleden

van de werknemer, wordt het bedrag niet hoger. Het normbedrag

is bijvoorbeeld van toepassing bij de inwoning van

agrarisch personeel op de werkplek, bij een matroos die aan

boord woont, of bij verblijf van een werknemer bij een vaste

arbeidsplaats.



Let op!

Als u aan de werknemer een woning ter beschikking hebt gesteld voor

de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, geldt een andere

regeling (zie paragraaf 18.56).

Ambulante werknemers

Een werknemer is niet langer ambulant als het 20-dagencriterium

van toepassing is. Dit is het geval als de werknemer

doorgaans op ten minste één dag per week heen en weer

reist tussen zijn woning en dezelfde arbeidsplaats en hij dat

op meer dan 20 dagen doet.

U moet het 20-dagencriterium beoordelen over de zogenoemde

referentieperiode. Deze periode begint in de week

waarin de werknemer voor het eerst naar de arbeidsplaats

reist, en eindigt in de week waarin hij voor het laatst naar

deze plaats reist. Bij incidentele onderbrekingen loopt de

referentieperiode door. Bij lange onderbrekingen begint

de referentieperiode opnieuw. Van een langdurige onderbreking

is sprake als de werknemer niet naar dezelfde

arbeidsplaats reist gedurende:

• 2 of meer aaneensluitende weken, anders dan wegens

verlof en/of ziekte, in een periode van 26 weken of

minder


• 3 of meer aaneensluitende weken, anders dan wegens

verlof en/of ziekte, in een periode van meer dan 26 weken

• 6 of meer aaneensluitende weken wegens verlof en/of ziekte

Let op!

Er geldt een andere regeling voor:

maaltijden (zie paragraaf 18.27)

een woning die u aan de werknemer ter beschikking hebt gesteld voor de

behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking (zie paragraaf 18.56).

18.22 Huisvesting, bewassing, energie

en water voor enkele bijzondere

groepen werknemers



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Verstrekking van huisvesting (waaronder bewassing, energie

en water) aan boord van schepen en baggermaterieel, op

boorplatforms en in pakwagens van kermisexploitanten is

onbelast voor zover de waarde in het economische verkeer

van die verstrekking hoger is dan bepaalde normbedragen.

Deze normbedragen behoren tot het loon en zijn opgenomen

in tabel 11 achter in dit handboek.



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Meer informatie over huisvesting, bewassing, energie en

water vindt u in paragraaf 18.21, onder ‘U maakt gebruik van

de werkkostenregeling’.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 168

18.23 Internet- en

telefoonaansluitingen

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

De vergoedingen of verstrekkingen van internet, telefoon

en dergelijke communicatiemiddelen (bijvoorbeeld een

smartphone en een BlackBerry) zijn onbelast, als uw werknemer

deze middelen voor meer dan 10% zakelijk gebruikt.

Datzelfde geldt voor een tweede telefoonaansluiting.

Als u deze communicatiemiddelen zelf aan uw werknemer

beschikbaar stelt, gelden dezelfde regels.

Als uw werknemer deze communicatiemiddelen voor 10%

of minder zakelijk gebruikt, is de vergoeding, verstrekking

of terbeschikkingstelling loon voor alle loonheffingen.

De waarde van dit loon bepaalt u als volgt:

• Bij vergoeding is de hele vergoeding loon.

• Bij verstrekking is de waarde van de verstrekking in

het economische verkeer loon.

• Bij terbeschikkingstelling zijn de kosten die u maakt,

loon. Dit zijn onder andere de abonnements- en

afschrijvingskosten.



Let op!

De regeling voor internet- en telefoonaansluitingen geldt niet voor

mobiele apparaten met een computer- en telefoonfunctie, waarvan

de telefoonfunctie ondergeschikt is. Hiervoor gelden de regels voor

computers en bijbehorende apparatuur (zie paragraaf 18.8).

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Internet en een vaste telefoon op de werkplek is onbelast.

De waarde van de verstrekking van internet en een vaste

telefoon in de woning van de werknemer of een vergoeding

hiervoor is loon van de werknemer. Maar u kunt dit loon

ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

De verstrekking van een mobiele telefoon en dergelijke

communicatiemiddelen (bijvoorbeeld een smartphone en

een BlackBerry) is onbelast als uw werknemer deze middelen

voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Als uw werknemer

deze mobiele communicatiemiddelen voor 10% of minder

zakelijk gebruikt, is de verstrekking loon van de werknemer.

Maar u kunt dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen

in uw vrije ruimte.


1   ...   29   30   31   32   33   34   35   36   ...   55

  • Belastingdienst
  • 18.16.1 (Eenmalige) uitkering bij overlijden of invaliditeit als gevolg van een ongeval (aanspraken en uitkeringen)
  • 18.16.2 Eenmalige uitkering bij overlijden anders dan als gevolg van een ongeval (aanspraken en uitkeringen)
  • U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling

  • Dovnload 2.98 Mb.