Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina35/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   31   32   33   34   35   36   37   38   ...   55

Pensioenopbouw volgens beschikbare premieregelingen

De staatssecretaris heeft in zijn besluit van 21 december

2009, nr. cpp2009/1487M staffels gepubliceerd, waarin

de wettelijke uitgangspunten voor beschikbare premieregelingen

in premiepercentages zijn vertaald. U kunt

deze premiestaffels op de volgende manier toepassen:

• Voor beschikbare premieregelingen voor een middelloonopbouw

van ten hoogste 2,05% (eindloon 1,8%) mag

u de staffels toepassen die zijn gericht op een opbouw

van 2,05% middelloon. Deze staffels kunt u toepassen op

het pensioengevend loon, waarvan u een franchise van

€ 10.667 aftrekt.

• Voor beschikbare premieregelingen voor een middelloonopbouw

van ten hoogste 2,15% (eindloon 1,9%) mag u

de staffels toepassen die zijn gericht op een opbouw van

2,15% middelloon. Deze staffels kunt u toepassen op

het pensioengevend loon, waarvan u een franchise van

€ 11.803 aftrekt.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 173

Let op!

Een pensioenregeling kan ook individuele modules hebben, waaruit

uw werknemer kan kiezen. Hierdoor kan uw werknemer het totale

opbouwpercentage

per dienstjaar verhogen. Om te beoordelen of u

rekening mag houden met een lagere aow-inbouw, moet u uitgaan

van dit hogere opbouwpercentage.

Overbruggings- en vroegpensioen

Werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren,

mogen deelnemen in een overbruggings- en vroegpensioenregeling.

Een overbruggingspensioen is een regeling die

naast het ouderdomspensioen kan worden toegekend, als

het ouderdomspensioen vóór het bereiken van de 65-jarige

leeftijd ingaat. Een vroegpensioen is een levenslang ouderdomspensioen

dat ingaat vóór het bereiken van de leeftijd

van 65 jaar.

Aanwijzen pensioenregeling

Als u een regeling hebt die niet helemaal voldoet aan

de voorwaarden voor een pensioenregeling, kunnen de

ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

deze regeling onder bepaalde voorwaarden

toch als pensioenregeling aanwijzen. U kunt een verzoek

voor het aanwijzen van een regeling als pensioenregeling

sturen naar het ministerie van Financiën, Postbus 20201,

2500 ee Den Haag. Regelingen die u geheel of gedeeltelijk

in eigen beheer houdt, kunnen niet worden aangewezen

als pensioenregeling.

Let op!

Neem bij twijfel of een regeling een pensioenregeling is, contact met

ons op.

Modelpensioenregelingen voor pensioen in eigen beheer

Van www.belastingdienst.nl kunt u twee modelpensioenregelingen

downloaden voor pensioentoezeggingen die

u in eigen beheer uitvoert. Het ene model is een regeling

volgens het eindloonstelsel, het andere een regeling

volgens


het middelloonstelsel.

Bij beide modellen gaat

het ouderdomspensioen

in bij het bereiken van de leeftijd

van 65 jaar.

18.32.2 Prepensioen- en VUT-regelingen

Sinds 1 januari 2005 geldt als uitgangspunt dat een werknemer

op 65-jarige leeftijd stopt met werken. Dit heeft tot

gevolg dat de fiscale faciliëring van (pre)pensioen- en vutregelingen

sinds 1 januari 2005 is vervallen. Voor sommige

regelingen die al bestonden vóór 1 januari 2005, is hierop

een uitzondering gemaakt.

Prepensioenregelingen

Als een prepensioenregeling vóór 1 januari 2005 is ingevoerd,

kan deze blijven bestaan volgens de regels die op 31 december

2004 golden, als de prepensioenregeling alleen recht geeft

op een of meer van de volgende uitkeringen:

• uitkeringen op grond van aanspraken die vóór 1 januari

2006 zijn opgebouwd

• uitkeringen aan werknemers die vóór 1 januari 2005

55 jaar of ouder waren, waarbij de regeling voorziet

in de mogelijkheid van deeltijdpensioen en er bij

uitstel

van de pensioendatum actuariële herrekening



plaatsvindt

Collectieve pensioenregelingen

Bij collectieve pensioenregelingen mogen de aanspraken

op vroegpensioen die vóór 1 januari 2006 zijn opgebouwd,

blijven bestaan volgens de regels die op 31 december 2004

golden. Het moet dan gaan om aanspraken op grond

van verplichte deelname aan een collectieve regeling

of op grond van individuele aanvullingen op verplichte

collectieve

regelingen.

Let op!

Bij individuele aanvulling van pensioentekorten moeten rechten op

vroegpensioen en prepensioen eerst worden herrekend naar pensioenrechten

op 65-jarige leeftijd en kan daarna een eventueel aan te vullen

pensioentekort worden berekend.

VUT-regelingen

Als een vut- en omslaggefinancierde prepensioenregeling

vóór 1 januari 2005 is ingevoerd, kan deze blijven bestaan

volgens de regels die op 31 december 2004 golden, als de

regeling alleen recht geeft op een of meer van de volgende

uitkeringen:

• u itkeringen aan werknemers die al vóór 1 januari 2006

een of meer uitkeringen op grond van deze regelingen

kregen

• uitkeringen aan werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar



of ouder waren, waarbij er bij uitstel van de pensioendatum

actuariële herrekening plaatsvindt (spaar-vut)

Deze herrekening mag worden beperkt tot 50%.

Bij vut-regelingen die niet voldoen aan deze voorwaarden,

moet u vanaf 2011 52% eindheffing berekenen over de werkgeversbijdrage

(zie ook paragraaf 22.9). Daarnaast is de

bijdrage

van uw werknemer vanaf 2011 niet meer aftrekbaar

van het loon.

18.33 Periodieke uitkeringen ter

vervanging van gederfd of

te derven loon

Hieronder vallen de aanspraken op schadeloosstellingen

ter vervanging van gederfd of te derven loon in de vorm van

periodieke uitkeringen (stamrecht). Zulke schadeloosstellingen

worden soms verleend bij voortijdig ontslag en

soortgelijke situaties. Deze aanspraken zijn onbelast

(

stamrechtvrijstelling) als aan de volgende drie voorwaarden



wordt voldaan:

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 174

De aanspraak voorziet in periodieke uitkeringen • die aan de

(ex-)werknemer toekomen en die uiterlijk ingaan in het jaar

waarin hij 65 jaar wordt. De aanspraak mag ook voorzien

in periodieke uitkeringen die bij eerder overlijden ingaan

en die toekomen aan een van de volgende personen:

• zijn (gewezen) echtgenoot

• degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding

voert of heeft gevoerd en met wie geen bloedof

aanverwantschap in de rechte lijn bestaat

• zijn (pleeg)kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet

hebben bereikt

• De aanspraak is ondergebracht bij een verzekeraar die in

de wet wordt genoemd.

• De aanspraak vloeit onder meer niet voort uit een (pre-)

pensioen- of vut-regeling die is afgekocht of vervreemd

of die onzuiver is.

Zie ook paragraaf 4.6 en 18.2 voor meer informatie over

aanspraken.

Let op!

Bij (pleeg)kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben



bereikt, is de sterftekans niet van belang. Bij de andere genoemde

personen aan wie de periodieke uitkeringen kunnen toekomen, moet

de sterftekans minimaal 0,94% bedragen.

Een nabetaling voor loon, vakantiegeld, tantième of gratificatie is



geen schadeloosstelling ter vervanging van gederfd of te derven loon.

Op deze nabetalingen kunt u de stamrechtvrijstelling niet toepassen.

De nabetaling is loon van de werknemer.

Als verzekeraar voor deze aanspraak kunnen de volgende

lichamen optreden:

• een pensioenfonds of -lichaam

• een verzekeringsmaatschappij

• een stamrecht-bv, bijvoorbeeld een bv van de (ex-)werknemer

of van zijn partner

• u als (ex-)werkgever

Ook lichamen die zijn gevestigd in een andere lidstaat van

de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein

mogen optreden als verzekeraar van een stamrecht in eigen

beheer. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

• Het lichaam is door ons aangewezen en verplicht zich

om inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de

stamrechtregeling en de winstbepaling

van het lichaam.

• Het lichaam rekent de verplichting tot het binnenlands

ondernemingsvermogen van de (lid)staat waarin het is

gevestigd.

• Het lichaam maakt aannemelijk dat het minimaal 10%

belasting moet betalen over de belastbare winst, die naar

Nederlandse maatstaven is bepaald. Bij die winstbepaling

blijven de bepalingen over de octrooibox en de groepsrentebox

buiten toepassing.

• Het lichaam sluit met ons een overeenkomst. In deze

overeenkomst stelt het lichaam zich aansprakelijk voor

de belasting die de directeur-grootaandeelhouder moet

betalen bij onder andere afkoop van het stamrecht.

Als de eigen stamrecht-bv niet is aangewezen, moet deze

in Nederland zijn gevestigd en de stamrechtverplichting

tot het binnenlands ondernemingsvermogen rekenen.

Dit betekent ook dat een vennootschap in oprichting niet

als verzekeraar kan optreden. Als u het bedrag van de aanspraak

wilt overmaken naar een vennootschap die nog in

oprichting is, kunt u in overleg met de (ex-)werknemer

bijvoorbeeld

wel het bedrag van de aanspraak zolang storten

op een geblokkeerde derdenrekening van een notaris of

advocaat.

Het is verstandig in zo’n geval vooraf contact

op te nemen met uw belastingkantoor.

De aanspraak op periodieke uitkeringen die u met de (ex-)

werknemer overeenkomt, moet rechtstreeks op de rekening

van de verzekeraar of de geblokkeerde derdenrekening worden

gestort. Als u geen aanspraak op periodieke uitkeringen

bent overeengekomen, maar wel een afkoopsom ineens,

kan ook daarop de stamrechtvrijstelling van toepassing zijn.

Ook in dat geval is het verstandig vooraf contact op te nemen

met uw belastingkantoor.

De periodieke uitkeringen die uit de aanspraak voortvloeien,

zijn loon. In sommige gevallen is het recht op periodieke

uitkeringen (stamrecht) aan te merken als een regeling

voor vervroegd uittreden. Uitvoerige informatie kunt u

downloaden van www.belastingdienst.nl. Bij een regeling

voor vervroegd uittreden is meestal eindheffing van toepassing

(zie ook paragraaf 22.9).



Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u periodieke

uitkeringen die uit de aanspraak voortvloeien, niet als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte. Want deze uitkeringen zijn loon uit

vroegere dienstbetrekking.

18.33.1 Banksparen

Onder aanspraken ter vervanging van gederfd of te derven

loon vallen ook schadeloosstellingen die u voor uw (ex-)

werknemer stort op:

• een geblokkeerde spaarrekening bij een kredietinstelling

(stamrechtspaarrekening)

• een beleggingsrekening bij een beleggingsinstelling

(stamrechtbeleggingsrekening)

De instelling boekt de behaalde rendementen bij op

de stamrechtspaarrekening of gebruikt ze voor het

verkrijgen

van stamrechtbeleggingsrechten.



Bij welke instelling onderbrengen?

De instelling waar u de schadeloosstelling onbelast mag

onderbrengen, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

• De kredietinstelling mag in Nederland het bankbedrijf

uitoefenen. De instelling moet de verplichting uit de

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 175

stamrechtspaarrekening voor de vennootschapsbelasting

tot het binnenlands ondernemingsvermogen rekenen.

• De beleggingsinstelling mag in Nederland als beleggingsinstelling

fungeren.

Wilt u de schadeloosstelling onbelast onderbrengen bij een

krediet- of beleggingsinstelling die niet aan deze voorwaarden

voldoet, dan gelden speciale voorwaarden.



Begunstigingsclausule

In de bankstamrechtovereenkomst moet staan aan welke

nabestaanden het recht op een uitkering toekomt bij het

overlijden van de werknemer of van de genieter van de

uitkeringen.

De volgende personen zijn daarbij toegestaan:

• zijn (gewezen) echtgenoot

• degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke

huishouding

voert of heeft gevoerd en met wie geen

bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat

• zijn (pleeg)kinderen die jonger zijn dan 30 jaar



Waarvoor gebruiken?

Uw (ex-)werknemer mag het tegoed van de stamrechtspaarrekening

of de waarde van de stamrechtbeleggingsrekening

gebruiken voor:

• een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging

van gederfd of te derven loon

Zo’n uitkering moet aan bepaalde voorwaarden voldoen

(zie eerder in deze paragraaf ).

• uitkeringen

In dit geval moet de krediet- of beleggingsinstelling het

tegoed van de rekening of de waarde van het recht jaarlijks

in termijnen uitkeren. De omvang van de termijnen

is vergelijkbaar met die van een periodieke uitkering.

Voor uitkeringen gelden verder de volgende voorwaarden:

• als de (ex-)werknemer nog leeft:

• De uitkeringen moeten uiterlijk ingaan in het jaar

dat hij 65 jaar wordt.

• De periode tussen de eerste en de laatste uitkering

moet minimaal een vastgesteld aantal jaren zijn.

Het aantal jaren is afhankelijk van de leeftijd van de

(ex-)werknemer. Het aantal jaren vindt u in tabel 26a

en 26b achter in dit handboek.Tabel 26a gebruikt u

als de eerste uitkering vóór 1 januari 2011 heeft plaatsgevonden

en tabel 26b als de eerste uitkering na

31 december 2010 plaatsvindt.

• als de (ex-)werknemer is overleden en er nog geen

uitkeringen

zijn gedaan:

• De uitkeringen moeten direct ingaan en toekomen

aan een of meer nabestaanden die in de begunstigingsclausule

staan.

• De periode tussen de eerste en de laatste uitkering



moet minimaal een vastgesteld aantal jaren zijn. Het

aantal jaren vindt u in tabel 26a en 26b achter in dit

handboek. Tabel 26a gebruikt u als de eerste uitkering

vóór 1 januari 2011 heeft plaatsgevonden en tabel 26b

als de eerste uitkering na 31 december 2010 plaatsvindt.

Het tegoed van de stamrechtspaarrekening of de waarde van

de stamrechtbeleggingsrekening kan belastingvrij overgaan

op de gerechtigden die in de begunstigingsclausule staan.

Het tegoed van de stamrechtspaarrekening of de waarde van

het stamrechtbeleggingsrecht is loon uit vroegere dienstbetrekking

als de uitkeringsgerechtigde overlijdt en er

volgens


de begunstigingsclausule niemand meer in

aanmerking

komt voor een uitkering. In dit geval geniet

de gerechtigde het loon onmiddellijk voor zijn overlijden.



Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u uitkeringen op

grond van banksparen niet als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije

ruimte. Want deze uitkeringen zijn loon uit vroegere dienstbetrekking.

18.34 Personeelsfeesten, -reizen

en dergelijke

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Personeelsfeesten, -reizen en dergelijke of vergoedingen

daarvoor zijn vrijgesteld, als de kosten daarvan per werknemer

niet hoger zijn dan € 454 per kalenderjaar. De deelname

moet dan wel openstaan voor ten minste driekwart

van de werknemers of voor ten minste driekwart van de

werknemers die behoren tot een organisatorische of een

functionele eenheid (bijvoorbeeld een afdeling). Dit moet

per inhoudingsplichtige beoordeeld worden en niet op

concernniveau.

Ook mag het gezamenlijke karakter van

de activiteit niet ontbreken.



Let op!

Deelname van de partner van de werknemer aan de activiteit leidt



niet tot een verdubbeling van de vrijstelling.

De vrijstelling is niet van toepassing als alleen de directeur-grootaandeelhouder



(en zijn partner) van de personeelsfeesten, -reizen

en dergelijke gebruikmaken.

Voor de bepaling van het te belasten bedrag houdt u

rekening

met het volgende:

• U mag in principe de regels voor vergoedingen en

verstrekkingen

toepassen zoals u die elders in dit hoofdstuk

aantreft bij de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen, mits de kosten hiervoor voldoende

gespecificeerd zijn. Als bijvoorbeeld de kosten voor maaltijden

voldoende gespecificeerd zijn, mag u de normbedragen

voor maaltijden toepassen. Deze normbedragen

staan in tabel 8 achter in dit handboek.

• Als het zakelijke deel van de activiteit ondergeschikt is,

dan mogen de kosten hiervoor niet worden afgesplitst.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 176

• Kosten die zijn gemaakt voor externe deelnemers, mogen

buiten beschouwing worden gelaten. De partner van de

werknemer is geen externe deelnemer.

Als de kosten per kalenderjaar meer bedragen dan €454,

moet u over het belaste bedrag loonheffingen inhouden.

Hierbij is eindheffing onder bepaalde voorwaarden mogelijk

(zie paragraaf 22.8).

Als de activiteit niet voldoet aan de voorwaarden van deze

regeling, dan moet u de waarde in het economische verkeer

tot het loon rekenen. Reizen met een overwegend toeristisch

karakter, kunnen zakelijke elementen bevatten. Hieronder

worden verstaan activiteiten in het kader van een behoorlijke

vervulling van de dienstbetrekking. De waarde van de reis

mag dan niet steeds worden verminderd met de afgesplitste

kosten van het zakelijke deel.

Splitsen in een zakelijk en een niet-zakelijk deel kan als aan

de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

• De reis had ook zonder collectieve personeelsvoorziening

naar die bestemming plaatsgevonden.

• De reis wordt gemaakt in het kader van een behoorlijke

vervulling van de dienstbetrekking.

• Het is redelijk dat die bestemming daarvoor werd

gekozen.


Splitsen kan niet als het zakelijke karakter ondergeschikt is.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

De factuurwaarde (inclusief btw) van personeelsfeesten,

-reizen en dergelijke, of vergoedingen daarvoor is loon van

de werknemer. Maar u kunt dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

18.35 Personeelsleningen



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Een rentevoordeel in verband met een geldlening die u

of een met u verbonden vennootschap aan de werknemer

verstrekt,

is in het algemeen belast. Dit is niet het geval als

de lening wordt gebruikt voor het kopen, onderhouden of

verbeteren van een eigen woning. Er gelden dan enkele

voorwaarden:

• De werknemer meldt schriftelijk aan u waarvoor hij de

lening wil gebruiken en voegt kopieën bij van aankoopbewijzen,

rekeningen en dergelijke. Hij verklaart daarbij

welk deel van de lening voor de inkomstenbelasting

wordt beschouwd als een lening waarvan de rente en

de kosten aftrekbare kosten zijn.

• U bewaart de verklaring van de werknemer bij

de loonadministratie.

• U geeft in uw aangifte loonheffingen aan dat u het rentevoordeel

niet belast hebt.

Voor andere renteloze of laagrentende personeelsleningen

gelden andere regels. Een rentevoordeel uit een dergelijke

lening is vrijgesteld voor zover de werknemer het geleende

bedrag gebruikt voor:

• zaken waarvoor geheel of bijna helemaal een vrije vergoeding

of verstrekking mogelijk is

• de aanschaf van een computer die voor 90% of meer voor

de dienstbetrekking wordt gebruikt

• de inrichting van een telewerkplek bij de werknemer

thuis, die ook voor de dienstbetrekking wordt gebruikt



Let op!

Bij de computer of de inrichting van de telewerkplek moet ook aan de

overige voorwaarden voor belastingvrije vergoeding of verstrekking van

die zaken worden voldaan. Zie voor meer informatie over computers

paragraaf 18.8 en over de inrichting van een werkruimte thuis

paragraaf 18.55.

Als het rentevoordeel van personeelsleningen belast is, wordt

dit rentevoordeel berekend met een normpercentage. Dit

percentage zal elk jaar worden vastgesteld. In 2011 is dit 2,5%.

Als de lening renteloos is, dan wordt het te belasten rentevoordeel

over 2011 dus gesteld op 2,5%. Hierbij maakt het niet

uit of de lening in een eerder jaar is aangegaan, of de lening

een vaste of variabele rente heeft en of de werknemer een bijzondere

vorm van zekerheid heeft gesteld. Bij een laagrentende

lening wordt het te belasten rentevoordeel verminderd

met de eigen bijdrage van de werknemer. U hoeft het rentevoordeel

overigens niet per loontijdvak aan te geven, maar u

kunt dit bij het einde van het kalenderjaar of bij het eerdere

einde van de dienstbetrekking tot het loon rekenen.

U kunt ook gebruikmaken van de regeling voor personeelsleningen

voor leningen aan gepensioneerden en vutters.

Deze moeten dan wel aan de hiervoor genoemde voorwaarden

voldoen.


Let op!

Vergoedingen van rente behoren altijd tot het loon.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Een rentevoordeel in verband met een geldlening die u

of een met u verbonden vennootschap aan de werknemer

verstrekt,

is belast tegen de waarde in het economische

verkeer.


Bij een laagrentende lening wordt het te belasten

rentevoordeel verminderd met de eigen bijdrage van

de werknemer. Het hangt van de overeenkomst van geldlening

met uw werknemer af of u het rentevoordeel in

één keer of per loontijdvak in uw aangifte loonheffingen

moet opnemen.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 177

In twee gevallen is het rentevoordeel onbelast:

• Uw werknemer gebruikt de lening voor het kopen,

onderhouden

of verbeteren van een eigen woning.

Er gelden

dan enkele voorwaarden:

• De werknemer meldt schriftelijk aan u waarvoor hij

de lening wil gebruiken en voegt kopieën bij van aankoopbewijzen,

rekeningen en dergelijke. Hij verklaart

daarbij welk deel van de lening voor de inkomstenbelasting

wordt beschouwd als een lening waarvan

de rente en de kosten aftrekbare kosten zijn.

• U bewaart de verklaring van de werknemer bij de

loonadministratie.

• U geeft in uw aangifte loonheffingen aan dat u het

rentevoordeel niet belast hebt.

• Uw werknemer gebruikt de lening voor het kopen van

een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter.

18.36 Persoonlijke verzorging


1   ...   31   32   33   34   35   36   37   38   ...   55

  • Belastingdienst
  • Overbruggings- en vroegpensioen
  • Aanwijzen pensioenregeling
  • Let op! Neem bij twijfel of een regeling een pensioenregeling is, contact met ons op. Modelpensioenregelingen voor pensioen in eigen beheer
  • 18.32.2 Prepensioen- en VUT-regelingen
  • Collectieve pensioenregelingen
  • Bij welke instelling onderbrengen
  • U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling
  • Let op! Vergoedingen van rente behoren altijd tot het loon. U maakt gebruik van de werkkostenregeling

  • Dovnload 2.98 Mb.