Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina37/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   55

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u het doorbetaalde

loon tijdens geclausuleerd verlof als eindheffingsloon onderbrengen in

uw vrije ruimte.

18.51.3 Verlof tijdens rust- en feestdagen

Aanspraken op verlof tijdens rust- en feestdagen zijn vrijgesteld.

Het gaat om verlof op unieke dagen dat niet naar

een volgend jaar kan worden doorgeschoven, zoals algemeen

erkende feestdagen, persoonlijke feestdagen van de werknemer

of van u als werkgever, of andere – al dan niet in

het buitenland erkende – rust- en feestdagen. Ook aanspraken

op verlof tijdens plaatselijke, regionale, buitenlandse

en religieuze rust- en feestdagen zijn vrijgesteld.

18.51.4 Spaarloonregeling en levensloopregeling

De spaarloonregeling en de levensloopregeling worden

apart behandeld in hoofdstuk 20.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 182

18.52 (Werk)kleding en uniformen



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Vergoedingen voor en verstrekkingen van werkkleding

en vergoedingen voor het wassen van die werkkleding

zijn onbelast.

Werkkleding is:

• kleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt

is om tijdens het werk te dragen, zoals uniformen en

overalls


• kleding die is voorzien van een of meer duidelijk

zichtbare,

aan (de bedrijfsorganisatie van) de werkgever

gebonden beeldkenmerken (bijvoorbeeld een bedrijfslogo)

met een oppervlakte van ten minste 70 cm2 in totaal

Deze voorwaarde geldt per kledingstuk. Voor het bepalen

van de oppervlakte gaat u uit van een denkbeeldig vierkant

of rechthoek om de uiterste punten van het logo.

Er is sprake van een uniform als een (bepaalde) categorie

werknemers gelijke kleding draagt die ook buiten de werkomgeving

wordt geassocieerd met een bedrijf of beroep. De

kleding van bijvoorbeeld militairen en stewardessen wordt

als uniform beschouwd, maar dat geldt niet voor de zwarte

broek met blauwe blazer van chauffeurs. Of er sprake is van

een uniform en uit welke onderdelen een uniform bestaat,

is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.

Het gaat daarbij om de herkenbaarheid van de kleding in

relatie tot het bedrijf van de werkgever, bijvoorbeeld:

• Is er sprake van uitbundige bedrijfskleuren die ervoor

zorgen


dat een derde de kleding associeert met uw bedrijf

of organisatie?

• Is dezelfde kleding te koop in gewone winkels?

Deze aspecten kunt u met ons afstemmen. Als een kledingstuk

onderdeel is van een uniform dat voor de uitoefening

van de dienstbetrekking wordt gebruikt, dan is dat kledingstuk

werkkleding. In dat geval is het niet relevant of een

onderdeel van een uniform afzonderlijk niet als zodanig

herkenbaar is of buiten de dienstbetrekking gedragen zou

kunnen worden.

Ook door u ter beschikking gestelde kleding die niet aan de

bovenstaande voorwaarden voldoet, is onbelast zolang deze

kleding aantoonbaar op de werkplek blijft.

De verstrekking van kleding kan samenhangen met

verplichtingen

die u hebt op grond van de Arbeidsomstandighedenwet,

zoals speciale isolerende of beschermende

kleding


(zie paragraaf 18.4). In zo’n geval kunt u de kleding

vrij verstrekken als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

• U hebt als werkgever een arboplan.

• De verstrekking van kleding maakt in redelijkheid deel

uit van dat arboplan.

• De kleding wordt overwegend tijdens werktijd gedragen.

• De werknemer hoeft geen eigen bijdrage te betalen.

• Er is geen sprake van een aanmerkelijke privébesparing

voor de werknemer.

Werkschoenen, zoals veiligheidsschoenen, kunt u onbelast

aan de werknemer verstrekken of vergoeden.

Een vergoeding of verstrekking voor het reinigen van

kleding

is alleen onbelast als er sprake is van werkkleding.



Oude regeling: schema werkkleding

Gebruik het volgende schema om te bepalen of u de kleding

die uw werknemers op het werk dragen, onbelast mag

vergoeden

of verstrekken.

De kleding is (nagenoeg) uitsluitend geschikt om tijdens het werk te worden gedragen.

De kleding heeft duidelijk zichtbare beeldkenmerken van uw bedrijf of organisatie van ten minste

70 cm2 per kledingstuk.

Een bepaalde categorie werknemers draagt

gelijke kleding.

U mag de werkkleding onbelast vergoeden

of verstrekken.

U mag de werkkleding onbelast ter

beschikking stellen.

De kleding wordt alleen ter beschikking gesteld en blijft op de werkplek achter.

U mag de kleding niet onbelast vergoeden of verstrekken.

Er is sprake van een uniform dat buiten

de werkplek ook door derden wordt

geassocieerd met uw bedrijf.

nee


ja


nee

nee



nee


nee


ja


ja

ja


ja

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 183

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Als u kleding ter beschikking stelt aan uw werknemer

die hij geheel of gedeeltelijk op de werkplek draagt,

is dit onbelast als de kleding aan een van de volgende

voorwaarden

voldoet:


• De kleding is uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt

is om tijdens het werk te dragen, zoals uniformen en

overalls.

• De kleding is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare,

aan (de bedrijfsorganisatie van) de werkgever gebonden

beeldkenmerken (bijvoorbeeld een bedrijfslogo) met

een oppervlakte van ten minste 70 cm2 in totaal. Deze

voorwaarde geldt per kledingstuk. Voor het bepalen van

de oppervlakte gaat u uit van een denkbeeldig vierkant of

rechthoek om de uiterste punten van het logo.

• De kleding blijft aantoonbaar achter op de werkplek.

Als u niet aan deze voorwaarden voldoet, is de waarde van

de kleding loon van de werknemer. Maar u kunt dit loon

ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Er is sprake van een uniform als een (bepaalde) categorie

werknemers gelijke kleding draagt die ook buiten de werkomgeving

wordt geassocieerd met een bedrijf of beroep.

De kleding van bijvoorbeeld militairen en stewardessen

wordt als uniform beschouwd, maar dat geldt niet voor

de zwarte broek met blauwe blazer van chauffeurs. Of er

sprake is van een uniform en uit welke onderdelen een

uniform bestaat, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden

van het geval. Het gaat daarbij om de herkenbaarheid

van de kleding in relatie tot het bedrijf van de

werkgever, bijvoorbeeld:

• Is er sprake van uitbundige bedrijfskleuren die ervoor

zorgen

dat een derde de kleding associeert met uw bedrijf



of organisatie?

• Is dezelfde kleding te koop in gewone winkels?

Deze aspecten kunt u met ons afstemmen. Als een kledingstuk

onderdeel is van een uniform dat voor de uitoefening

van de dienstbetrekking wordt gebruikt, dan is dat kledingstuk

werkkleding. In dat geval is het niet relevant of een

onderdeel van een uniform afzonderlijk niet als zodanig

herkenbaar is of buiten de dienstbetrekking gedragen zou

kunnen worden.

Let op!

Een vergoeding voor de kosten of verstrekking van werkkleding

of werkschoenen is loon van de werknemer. Dit geldt ook voor een

vergoeding voor de reinigingskosten

van die kleding. Maar u kunt

dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

De verstrekking van kleding kan samenhangen met verplichtingen

die u hebt op grond van de Arbeidsomstandighedenwet,

zoals speciale isolerende of beschermende kleding (zie

paragraaf 18.4). In zo’n geval is ter beschikking gestelde kleding

onbelast. U moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

• U hebt als werkgever een arboplan.

• De verstrekking van kleding maakt in redelijkheid deel

uit van dat arboplan.

• De kleding wordt overwegend tijdens werktijd gedragen.

• De werknemer hoeft geen eigen bijdrage te betalen.

Werkkostenregeling: schema werkkleding

Gebruik het volgende schema om te bepalen of de kleding

die uw werknemers op het werk dragen, belast is.

Als u kleding vergoedt of verstrekt, is deze

vergoeding of verstrekking belast.

De terbeschikkingstelling van de kleding

is onbelast.

U stelt kleding ter beschikking die de werknemer geheel of gedeeltelijk op de werkplek draagt.

De kleding is (nagenoeg) uitsluitend geschikt om tijdens het werk te worden gedragen.

De kleding heeft duidelijk zichtbare beeldmerken van uw bedrijf of organisatie van ten minste

70cm2 per kledingstuk.

De kleding blijft achter op de werkplek.

U mag de kleding niet onbelast ter beschikking stellen.

Een bepaalde categorie werknemers

draagt gelijke kleding.

Er is sprake van een uniform dat buiten

de werkplek ook door derden wordt

geassocieerd met uw bedrijf.

ja



nee



nee

nee



nee


nee


nee


ja


ja

ja ja


ja

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 184

18.53 Werknemers uitgezonden

naar het buitenland

Voor bepaalde groepen werknemers die naar het buitenland

worden uitgezonden, kunnen vergoedingen en verstrekkingen

voor extra kosten van levensonderhoud onbelast blijven

(zie paragraaf 16.4.1).

18.54 Werknemers uitgezonden

naar Nederland

Voor bepaalde groepen werknemers die van buiten

Nederland in dienstbetrekking worden genomen, kunnen

vergoedingen en verstrekkingen voor extra kosten van

levensonderhoud onbelast blijven (zie paragraaf 16.4.2).

18.55 Werkruimte thuis en

inrichting werkruimte

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Voor de werkruimte thuis en de inrichting hiervan gelden

aparte regels. Daarnaast moet u ook met het Arbeidsomstandighedenbesluit

rekening houden.



Werkruimte thuis

Werkruimte thuis is bijvoorbeeld een kantoor, werkkamer

of studeerkamer in de woning van de werknemer. Voor deze

regeling zijn woonwagens en woonschepen met een vaste

standplaats of ligplaats ook een woning. Ook een atelier of

andere ruimte die voor de uitoefening van de dienstbetrekking

wordt gebruikt, is werkruimte.

Het moet gaan om een zelfstandig gedeelte van de woning,

woonboot of woonwagen. Een zelfstandig gedeelte houdt

in dat de werkruimte bijvoorbeeld verhuurd zou kunnen

worden, omdat deze beschikt over een eigen opgang of over

eigen sanitair. Als de werkruimte niet zelfstandig kan worden

gebruikt, is een vergoeding daarvoor belast.

Alleen bij een zelfstandige werkruimte is in de volgende

twee gevallen een vrije vergoeding of verstrekking voor de

kosten van een werkruimte thuis mogelijk:

• De werknemer heeft buitenshuis een soortgelijke werkruimte.

Een vergoeding of verstrekking voor de kosten

van werkruimte behoort niet tot het loon als de werknemer

in de werkruimte thuis 70% of meer van zijn

arbeidsinkomen verdient.

• De werknemer heeft buitenshuis geen soortgelijke werkruimte.

Een vergoeding of verstrekking voor de kosten van

werkruimte behoort niet tot het loon als de werknemer

zijn arbeidsinkomen voor 70% of meer in of vanuit de

werkruimte thuis verdient, en ook zijn arbeidsinkomen

voor 30% of meer in de werkruimte thuis verdient.

Let op!

Onder arbeidsinkomen wordt hier verstaan het gezamenlijk bedrag aan

loon, resultaat uit overige werkzaamheden en winst uit onderneming.

In beide bovengenoemde situaties is een vergoeding en

verstrekking

vrijgesteld van maximaal 20% van de huur

(bij een huurwoning) of maximaal 20% van de huurwaarde

(bij een eigen woning). In deze 20% zijn ook de energiekosten

en de kosten van de inrichting begrepen.

Onder huurwaarde wordt hier de economische huurwaarde

verstaan. Voor het bepalen van de economische huurwaarde

gaat u uit van de woz-waarde van de woning. woz staat voor

Wet waardering onroerende zaken. De woz-waarde staat op

de beschikking die de werknemer van de gemeente heeft

gekregen. In die beschikking is de waarde van de woning

vermeld, zoals die door de gemeente is vastgesteld.

U berekent de economische huurwaarde door een bepaald

percentage te nemen van de woz-waarde. In tabel 12 achter

in dit handboek kunt u het percentage eigenwoningforfait

opzoeken dat bij de waarde van de woning hoort. Als de

aanhorigheden van de woning, zoals een garage, afzonderlijk

op de woz-beschikking staan of als de werknemer hiervoor

een aparte woz-beschikking heeft gekregen, tel dan de

woz-waarden bij elkaar op.



Inrichting werkruimte

De inrichting van een werkruimte die u vergoedt, verstrekt

of ter beschikking stelt, behoort bij zakelijk gebruik niet tot

het loon als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

• Er is een gedagtekend schriftelijk contract tussen u en

de betrokken werknemer. U moet het contract bewaren

bij de loonadministratie.

• In het contract zijn de naam en het adres van de werknemer

vastgelegd.

• Het contract bevat de dag of dagen in de week waarop

de werknemer in de werkruimte thuis werkt.

• Per vijf kalenderjaren mag niet meer dan € 1.815 inclusief

btw (waarde in het economische verkeer) onbelast

worden vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld.

• De werknemer werkt ten minste eenmaal per week

gedurende de gebruikelijke werktijd voor de vervulling

van zijn dienstbetrekking in de werkruimte met behulp

van telematica zoals een telefoon of computer, zonder

dat hij naar de arbeidsplaats buiten de woning reist.

• De inrichting van de werkruimte voldoet aan de eisen

van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Arbeidsomstandighedenbesluit

Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit moet de inrichting

van de werkruimte aan de volgende eisen voldoen:

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 185

• De werkruimte van een thuiswerker is zodanig ingericht,

dat de werknemer zo veel mogelijk zittend en op een

ergonomisch verantwoorde manier zijn werk kan doen.

De werknemer heeft hiervoor een doelmatige

zitgelegenheid

en een doelmatig werkblad of een

doelmatige werktafel tot zijn beschikking.

• In de werkruimte zijn de nodige voorzieningen voor een

doelmatige kunstverlichting aanwezig.



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Voor de werkruimte thuis en de inrichting hiervan gelden

bijzondere regels. Daarnaast moet u ook met het Arbeidsomstandighedenbesluit

rekening houden.



Werkruimte thuis

Een vergoeding voor de kosten van een werkruimte in de

woning van de werknemer of een verstrekking daarvan is

loon van de werknemer. Dat geldt ook voor thuiswerkers.

Hierbij gelden vakantiewoningen, woonwagens en woonschepen

met een vaste standplaats of ligplaats ook als een

woning. Maar u kunt dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.



Inrichting werkruimte

Als u de inrichting van een werkruimte in de woning van

de werknemer vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt,

is dat loon van de werknemer. Dat geldt ook voor thuiswerkers.

Hierbij gelden vakantiewoningen, woonwagens en

woonschepen met een vaste standplaats of ligplaats ook als

een woning. Alleen arbovoorzieningen op de thuiswerkplek

zijn onbelast als deze voorzieningen voortvloeien uit het

naleven van arbovoorschriften die passen

binnen uw

arbeidsomstandighedenbeleid. Bijvoorbeeld speciale

voorzieningen

op het gebied van het dag- of kunstlicht,

de beeldschermwerkplek of een speciale bureaustoel.



Arbeidsomstandighedenbesluit

Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit moet de inrichting

van de werkruimte aan de volgende eisen voldoen:

• De werkruimte van een thuiswerker is zodanig ingericht,

dat de werknemer zo veel mogelijk zittend en op een

ergonomisch verantwoorde manier zijn werk kan doen.

De werknemer heeft hiervoor een doelmatige zitgelegenheid

en een doelmatig werkblad of een doelmatige werktafel

tot zijn beschikking.

• In de werkruimte zijn de nodige voorzieningen voor een

doelmatige kunstverlichting aanwezig.

18.56 Woning



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Als u aan een werknemer een woning ter beschikking stelt

of de kosten van een woning vergoedt, behoort deze

verstrekking

of vergoeding tot het loon. Om de waarde van

de verstrekking te bepalen moet u uitgaan van de economische

huurwaarde. Dat is de huur die zou moeten worden

betaald als de woning zou worden verhuurd.



Let op!

U moet de huurwaarde van de woning in het algemeen bij de jaarlijkse

algemene huurverhoging per 1 juli aanpassen.

Dienstwoning

Ook de verstrekking of vergoeding van een woning aan een

werknemer voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking

is loon. De waarde van een dergelijke woning

is de waarde in het economische verkeer. Deze verstrekking

of vergoeding is vrijgesteld voor zover deze waarde in het

economische

verkeer meer is dan 18% van het jaarloon van

de werknemer bij een 36-urige werkweek. Bij een vaste

arbeidsduur van minder dan 36 uur per week moet u het

loon herrekenen tot 36 uur. Het bedrag dat uitgaat boven

deze waarde, mag u onbelast vergoeden of verstrekken.



Let op!

Bij een arbeidsduur van meer dan 36 uur per week mag u niet



herrekenen.

Voor de berekening van het jaarloon houdt u geen rekening met de



bijtelling van 18%.

Belaste kostenvergoedingen waarover u niet via de eindheffing



afdraagt, behoren wel tot het jaarloon.

Van het eenmaal per jaar uitbetaalde vakantiegeld moet u aan elke



maand 1/12 gedeelte toerekenen.

Voorbeeld

De economische huurwaarde van een woning is € 750 per maand. De werknemer

die voor zijn werk in dit huis woont, heeft een maandloon van

3.200. Hij werkt 32 uur per week. De vakantietoeslag is 8%. Hij krijgt per



maand een bovenmatige kostenvergoeding van € 50 waarover u niet de

eindheffing toepast. Het jaarloon van uw werknemer is: 12 x 36/32 x

3.200 + 12 x 8% van € 3.200 + 12 x € 50 = € 46.872. Dit is per maand

3.906. De vrije verstrekking

is 750 -/- 18% van € 3.906 = € 46,92.

Als de huurwaarde van de dienstwoning hoger is dan het

bedrag dat de werknemer normaal gesproken aan huur zou

uitgeven, kan hij ons vragen deze lagere besparingswaarde

bij beschikking vast te stellen. Dit geldt ook voor werknemers

zonder overeengekomen vaste arbeidsduur. De beschikking

die wij afgeven, kan altijd worden herroepen en heeft geen

terugwerkende kracht. U moet de beschikking bij de loonadministratie

bewaren.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Als u aan een werknemer een woning ter beschikking stelt

of de kosten van een woning vergoedt, is de terbeschikkingstelling

loon van de werknemer. Voor het bepalen van de



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 18 Bijzondere vormen van loon | 186

waarde van de terbeschikkingstelling, gaat u uit van de

economische

huurwaarde. Dat is de huur die u moet betalen

als u de woning zou huren.

Dienstwoning

Ook als u een woning aan een werknemer ter beschikking

stelt voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking,

is dit loon van de werknemer. De waarde van zo’n woning is

de waarde in het economische verkeer. De waarde van deze

terbeschikkingstelling is maximaal 18% van het jaarloon van

de werknemer bij een 36-urige werkweek. Bij een vaste

arbeidsduur van minder dan 36 uur per week moet u het

loon herrekenen tot 36 uur.

Let op!

Bij een arbeidsduur van meer dan 36 uur per week mag



u niet herrekenen.

Voor de berekening van het jaarloon houdt u geen rekening



met de bijtelling van 18%.

Van het vakantiegeld dat u eenmaal per jaar uitbetaalt, moet



u aan elke maand 1/12 gedeelte toerekenen.

Voorbeeld

De werknemer woont in een dienstwoning en heeft een maandloon van

3.200. Hij werkt 32 uur per week. De vakantietoeslag is 8%. Het jaarloon



van uw werknemer is: 12 x 36/32 x € 3.200 + 12 x 8% van € 3.200 =

46.272. Dit is per maand € 3.856. U moet 18% van € 3.856 = € 694,08



bij het loon van de werknemer tellen. Een eigen bijdrage van de werknemer

trekt u hiervan af.

Als de huurwaarde van de dienstwoning hoger is dan het

bedrag dat de werknemer normaal gesproken aan huur

zou uitgeven, kan hij ons niet vragen de lagere besparingswaarde

vast te stellen.

De economische huurwaarde van de woning kunt u niet als

eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte. Hierop

zijn de volgende twee uitzonderingen van toepassing:

• het gedeelte van de economische huurwaarde in verband

met buitengewone beveiligingsmaatregelen

• huisvesting buiten de woonplaats veroorzaakt door

de dienstbetrekking (de zogenoemde pied-à-terre)

18.57 Ziektekosten

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Vergoedingen voor kosten van ziekte, invaliditeit en bevalling

zijn niet belast voor de loonheffingen als deze berusten

op een aanspraak die tot het loon behoort. Als de vergoeding

van deze kosten niet berust op een belaste aanspraak, is

deze vergoeding belast loon. Zie ook paragraaf 4.6 en 18.2,

waarin u meer informatie vindt over aanspraken.

1   ...   33   34   35   36   37   38   39   40   ...   55

  • 18.51.4 Spaarloonregeling en levensloopregeling
  • Oude regeling: schema werkkleding
  • Belastingdienst
  • Werkkostenregeling: schema werkkleding
  • U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling

  • Dovnload 2.98 Mb.