Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina40/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   36   37   38   39   40   41   42   43   ...   55

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 196

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Gebruik dit schema als uw werknemer per openbaar vervoer reist.



Werkkostenregeling: schema openbaar vervoer

U vergoedt of verstrekt

een openbaarvervoerbewijs

(zie paragraaf 19.2.1 en 19.2.2).

ja Losse kaart ja Zakelijke reis ja • De vergoeding of verstrekking is

onbelast.

• U mag een onbelaste vergoeding

geven van maximaal € 0,19 per

kilometer van en naar halte of

station (bij taxi: werkelijke kosten),

tenzij een deel van het traject valt

onder een ov-abonnement.

nee



nee



nee


De vergoeding of verstrekking

is belast.

Vergoeding of verstrekking

van een voordeelurenkaart

ja De prijs van de voordeelurenkaart

is hoger dan de

korting op de zakelijke reizen.

ja • Het verschil tussen de prijs van de

kaart en de korting is belast.

• De vergoeding of verstrekking van

treinkaartjes voor zakelijke reizen

is onbelast.

• U mag een onbelaste vergoeding

geven van maximaal € 0,19 per

kilometer van en naar halte of

station (bij taxi: werkelijke kosten).

nee


nee


De prijs van de voordeelurenkaart

is lager dan de

korting op de zakelijke reizen.

ja • De vergoeding of verstrekking van

de voordeelurenkaart is onbelast.

• De vergoeding of verstrekking van

treinkaartjes voor zakelijke reizen

is onbelast.

• U mag een onbelaste vergoeding

geven van maximaal € 0,19 per

kilometer van en naar halte of

station (bij taxi: werkelijke

kosten).


ov-abonnement ja De prijs van het ov-abonnement

is hoger dan de prijs van

alle zakelijke reizen.

ja • Het verschil tussen de prijs van het

abonnement en de prijs van alle

zakelijke reizen is belast.

• U mag een extra onbelaste

vergoeding geven van maximaal €

0,19 per kilometer van en naar

halte of station (bij taxi: werkelijke

kosten), tenzij het traject met het

abonnement kan worden

afgelegd.

nee


De prijs van het ov-abonnement

is lager dan de prijs van

alle zakelijke reizen.

ja • De vergoeding van het

abonnement is onbelast.

• U mag een extra onbelaste

vergoeding geven van maximaal

€ 0,19 per kilometer van en naar

halte of station (bij taxi: werkelijke

kosten), tenzij het traject met het

abonnement kan worden afgelegd.

U stelt een openbaarvervoerbewijs

ter beschikking voor

zakelijke reizen (zie paragraaf

19.2.3).


ja • De terbeschikkingstelling is

onbelast.

• U mag een extra onbelaste

vergoeding geven van € 0,19 per

kilometer naar halte of station (bij

taxi: werkelijke kosten), tenzij het

traject met het openbaarvervoerbewijs

kan worden afgelegd.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 197

19.3 Reizen met een personenauto

van de zaak

Als u aan uw werknemer een personenauto ter beschikking

stelt, geldt een bijzondere regeling voor het privégebruik.

Deze regeling geldt in het algemeen ook voor het ter

beschikking stellen van een bestelauto, maar voor deze

auto’s zijn er ook specifieke regels. Die regels vindt u in

paragraaf 19.4. In deze paragraaf komen de volgende onderwerpen

aan de orde:

• begrip ‘personenauto’ (zie paragraaf 19.3.1)

• regeling voor privégebruik auto (zie paragraaf 19.3.2)

• wachtdienstregeling (zie paragraaf 19.3.3)

• hoogte privégebruik en eigen bijdrage werknemer

(zie paragraaf 19.3.4)

• privégebruik en weinig of geen loon in geld (zie paragraaf

19.3.5)

• grondslag voor de bijtelling privégebruik auto



(zie paragraaf 19.3.6)

• een deel van het kalenderjaar een auto ter beschikking

stellen (zie paragraaf 19.3.7)

• in de loop van het kalenderjaar een andere auto ter

beschikking stellen (zie paragraaf 19.3.8)

• meer dan een auto tegelijk ter beschikking stellen

(zie paragraaf 19.3.9)

• auto’s die ingericht en uiterlijk herkenbaar zijn voor

bepaalde diensten (zie paragraaf 19.3.10)

• (collectieve) afspraak over privégebruik met de

Belastingdienst (zie paragraaf 19.3.11)

• geen bijtelling bij maximaal 500 kilometer privégebruik

(zie paragraaf 19.3.12)

Verklaring geen privégebruik auto (zie paragraaf 19.3.13)

• wijzigen of intrekken Verklaring geen privégebruik auto

(zie paragraaf 19.3.14)

• rittenregistratie (zie paragraaf 19.3.15)

• ander bewijs (zie paragraaf 19.3.16)

• auto’s van vijftien jaar en ouder (zie paragraaf 19.3.17)

• bijtelling privégebruik auto voor de autobranche

(zie paragraaf 19.3.18)

• gevolgen bijtelling voor loongerelateerde regelingen

(zie paragraaf 19.3.19)

• verwerking privégebruik auto in de aangifte

loonheffingen (zie paragraaf 19.3.20)

• schema ter beschikking gestelde personenauto

(zie paragraaf 19.3.21)

Let op!

Maakt u gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en



verstrekkingen, dan is het voordeel van het privégebruik van de auto

van de zaak loon van de werknemer. Op de bijtelling voor

buitengewone beveiligingsmaatregelen (zie paragraaf 19.3.6)

mag u de eindheffing bezwaarlijk te individualiseren loon toepassen

(zie paragraaf 22.4).

Maakt u gebruik van de werkkostenregeling, dan is het voordeel



van het privégebruik van de auto van de zaak altijd loon van de

werknemer. Er is één uitzondering: de bijtelling voor de buitengewone

beveiligingsmaatregelen (zie paragraaf 19.3.6) kunt u

als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Als u na het lezen van paragraaf 19.3 en 19.4 nog vragen

hebt over privégebruik auto, kunt u terecht bij:

• de BelastingTelefoon: 0800 - 0543

• Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum

Auto, Postbus 843, 7600 av Almelo

Uw werknemer kan hier natuurlijk ook terecht.

19.3.1 Begrip ‘personenauto’

Onder het begrip ‘personenauto’ valt een auto die uw werknemer

met het rijbewijs B mag besturen. U kunt voor dit

begrip ook uitgaan van de vermelding op deel 1A van het

kentekenbewijs.

19.3.2 Regeling voor privégebruik auto

Het privégebruik van de auto die u ter beschikking stelt,

is voor uw werknemer niet in geld genoten loon (ook wel:

loon in natura). U moet daarover loonbelasting/premie

volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage

Zvw (hierna: bijdrage Zvw) inhouden. U hoeft over dit voordeel

geen premies werknemersverzekeringen te betalen.

Woon-werkverkeer merken we als zakelijk aan. Kilometers

die uw werknemer uit privéoverwegingen omrijdt naar of

van zijn werk of om bijvoorbeeld tussen de middag thuis

te eten, zijn niet zakelijk.

Ook in de volgende situaties hebt u een auto aan uw werknemer

ter beschikking gesteld:

• U hebt met uw werknemer de afspraak gemaakt dat hij

de auto alleen voor zakelijke ritten gebruikt.

• De auto is niet uw eigendom, maar u hebt deze voor

uw werknemer gehuurd of geleased.

• U hebt afgesproken om de totale kosten (inclusief de

afschrijving) van de eigen auto van uw werknemer te

vergoeden. Als uw werknemer met zijn eigen auto rijdt

en u geeft alleen een vergoeding van € 0,19 per kilometer

voor zakelijke ritten, is er geen sprake van een door u ter

beschikking gestelde auto.

• U vergoedt alle kosten van een auto die uw werknemer

zelf heeft gehuurd of geleased.

Hierbij maakt het in de laatste drie situaties niet uit of uw

werknemer aan u nog een bedrag vergoedt voor het privégebruik

van de auto.



Let op!

Als u een auto aan uw werknemer ter beschikking stelt, is er sprake

van vervoer vanwege de werkgever. U mag geen onbelaste kilometervergoeding

aan uw werknemer betalen (zie paragraaf 19.9).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 198

Specifieke regels gelden voor:

• auto’s die ingericht en uiterlijk herkenbaar zijn voor

bepaalde diensten, bijvoorbeeld politie- en brandweerauto’s

(zie paragraaf 19.3.10)

• auto’s van vijftien jaar en ouder (zie paragraaf 19.3.6 en

19.3.17)

Let op!

Er zijn ook specifieke regels voor bestelauto’s. Deze vindt u in

paragraaf 19.4.

19.3.3 Wachtdienstregeling

Als u aannemelijk kunt maken dat u aan uw werknemer een

auto ter beschikking hebt gesteld voor een wachtdienst (een

roulatiesysteem waarbij uw werknemer een bepaalde periode

oproepbaar moet zijn), mag u alle kilometers voor deze

wachtdienst als zakelijk aanmerken. Daarvoor gelden de

volgende voorwaarden:

• Uw werknemer heeft geen invloed op de keuze van de auto.

• Uw werknemer heeft een eigen auto die voor privégebruik

even goed geschikt is als, of beter geschikt is dan

de auto van de zaak.

• Uw werknemer moet tijdens de wachtdienst binnen

redelijke afstand van zijn woonplaats blijven.

• Uw werknemer houdt bij hoeveel kilometer hij tijdens

de wachtdienst rijdt en de plaats(en) waarvoor hij wordt

opgeroepen.



19.3.4 Hoogte privégebruik en eigen bijdrage

werknemer

In deze paragraaf leest u welk bedrag u voor privégebruik

auto bij het loon van uw werknemer moet tellen en wat

u met een eigen bijdrage van uw werknemer moet doen.



Hoogte privégebruik

Het privégebruik is in het algemeen ten minste 25% (of 35%

voor een auto van vijftien jaar en ouder) van de grondslag

voor de bijtelling privégebruik auto (zie paragraaf 19.3.6).

U telt per loontijdvak een tijdsevenredig deel van het privégebruik

bij het loon van uw werknemer.

Als u in de loop van het aangiftetijdvak een (andere) auto

ter beschikking stelt, gaat u voor dat tijdvak uit van het

werkelijke aantal kalenderdagen dat de auto ter beschikking

is gesteld.



Voorbeeld

U stelt op 17 april een auto ter beschikking aan uw werknemer. U doet

aangifte per maand. De bijtelling voor de aangifte van april is voor die

auto 14/30 x 25% van de grondslag voor de bijtelling.

Als de waarde van het privégebruik meer is dan 25% (of 35% voor een auto

van vijftien jaar en ouder), moet u van de hogere waarde uitgaan. In dat

geval spreken we van excessief privégebruik van de auto.

Hoogte privégebruik bij auto’s zonder CO2-uitstoot

Van 2010 tot en met 2014 is het privégebruik 0% van de

grondslag voor de bijtelling privégebruik auto als uw werknemer

rijdt in een auto zonder co2-uitstoot, bijvoorbeeld

een elektrische auto.

Excessief privégebruik bij auto zonder CO2-uitstoot

De werkelijke waarde van het excessieve privégebruik is

belast. Daarop mag u vervolgens 25% van de grondslag voor

de bijtelling privégebruik auto in mindering brengen.



Voorbeeld

De waarde van een auto zonder CO2-uitstoot is € 40.000. De werkelijke

waarde van het privégebruik is € 11.000. Dit is meer dan 25% van

40.000. De bijtelling is nu € 11.000 -/- 25% van € 40.000 = € 1.000.



Hoogte privégebruik bij zeer zuinige auto’s

Het privégebruik is 14% van de grondslag voor de bijtelling

privégebruik auto, als u kunt bewijzen dat de co2-uitstoot

van de ter beschikking gestelde auto:

• niet meer is dan 95 gram per kilometer bij een auto die

op diesel rijdt

• niet meer is dan 110 gram per kilometer bij een auto die

niet op diesel rijdt



Excessief privégebruik van zeer zuinige auto

De werkelijke waarde van het excessieve privégebruik is

belast. Daarop mag u vervolgens 11% van de waarde van

de auto in mindering brengen.



Voorbeeld

De waarde van een zeer zuinige auto is € 25.000. De werkelijke waarde van

het privégebruik is € 7.500. Dit is meer dan 25% van € 25.000. De bijtelling

is nu € 7.500 -/- 11% van € 25.000 = € 4.750.

Hoogte privégebruik bij zuinige auto’s

Het privégebruik is 20% van de grondslag voor de bijtelling

privégebruik auto, als u kunt bewijzen dat de co2-uitstoot

van de ter beschikking gestelde auto:

• meer is dan 95 gram en niet meer dan 116 gram per

kilometer bij een auto die op diesel rijdt

• meer is dan 110 gram en niet meer dan 140 gram per

kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt



Excessief privégebruik van zuinige auto

De werkelijke waarde van het excessieve privégebruik is

belast. Daarop mag u vervolgens 5% van de waarde van de

auto in mindering brengen.



Voorbeeld

De waarde van een zuinige auto is € 25.000. De werkelijke waarde van het

privégebruik is € 7.500. Dit is meer dan 25% van € 25.000. De bijtelling is

nu € 7.500 -/- 5% van € 25.000 = € 6.250.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 199

CO2-uitstootgrenzen

De co2-uitstoot van een auto staat op het milieulabel (voor

nieuwe personenauto’s van na 19 januari 2001) en op het

zogenoemde certificaat van overeenstemming. U kunt dit

certificaat opvragen bij de fabrikant of de importeur. U kunt

ook het co2-uitstootgegeven gebruiken van het brandstofverbruiksboekje

dat de Rijksdienst voor Wegverkeer (rdw)

elk jaar uitgeeft. U vindt deze uitgave op www.rdw.nl.



Aanpassing co2-uitstootgrenzen

De bijstelling van de co2-uitstootgrenzen vindt eens in de

vier jaar plaats. De eerste bijstelling is per 1 januari 2013.

De bijgestelde uitstootgrenzen gelden voor auto’s die

volgens het kentekenbewijs een datum van eerste toelating

hebben na die bijstelling van de grenzen.



Let op!

Het komt steeds vaker voor dat werkgevers een werknemer niet alleen een

auto ter beschikking stellen, maar bijvoorbeeld ook een mobiliteitskaart.

De werknemer kan dan kiezen welk vervoermiddel hij neemt voor zijn reis.

Gebruikt de werknemer het openbaar vervoer voor zijn zakelijke reizen,

dan heeft dat geen invloed op de hoogte van de bijtelling privégebruik

auto. Pas bij excessief privégebruik van de auto is de bijtelling meer dan

35% (bij auto’s van vijftien jaar en ouder), 25%, 20% (bij zuinige auto’s),

14% (bij zeer zuinige auto’s) of 0% (bij auto’s zonder co2-uitstoot).

Eigen bijdrage werknemer

Een eventuele eigen bijdrage uit het nettoloon van uw

werknemer trekt u af van de bijtelling voor het privégebruik.

Voorwaarden zijn dat de bijdrage bestemd is voor het

privégebruik en u dat vooraf met uw werknemer hebt

afgesproken.



Let op!

Het is niet de bedoeling dat uw werknemer een eigen bijdrage voor

privégebruik aftrekt voor de inkomstenbelasting.

Voorbeelden van afspraken die u met uw werknemer kunt

maken voor eigen bijdragen zijn: parkeerkosten die de

werknemer maakt, kosten voor accessoires, de afkoopsom

van het leasebedrag bij het einde van de dienstbetrekking,

een vast bedrag per gereden privékilometer en een eigen

bijdrage bij schade. Hiervoor geldt als voorwaarde dat de

schade niet het gevolg mag zijn van onrechtmatig of

onzorgvuldig handelen van uw werknemer.

Let op!

Bij een hoger leasebedrag voor een auto uit een duurdere klasse komt

alleen het bedrag dat de werknemer aan u betaalt voor het privégebruik,

in mindering op de bijtelling. Als u met uw werknemer hebt afgesproken

dat zijn hogere eigen bijdrage (bovennormbijdrage) volledig is bedoeld

als een bijdrage voor het privégebruik, mag u de hele bijdrage in

mindering brengen. Maar als u en uw werknemer feitelijk iets anders

hebben afgesproken, mag dit niet. Bijvoorbeeld als de werknemer ook

een bijdrage moet betalen terwijl hij geen privégebruik heeft.

Verder moet u onderscheid maken tussen betalingen aan u

en betalingen aan derden. Een betaling aan derden vermindert

de bijtelling voor privégebruik niet. Dit is alleen anders

als u met uw werknemer hebt afgesproken dat hij de betaling

aan derden voor u of namens u doet en u die betaling

verrekent als bijdrage voor het privégebruik.

Let op!

Een boete die u uw werknemer geeft, omdat hij de auto privé heeft

gebruikt tegen uw verbod in, is geen eigen bijdrage voor het

privégebruik.

Het saldo van het privégebruik en de eigen bijdrage van uw

werknemer mag op kalenderjaarbasis niet lager zijn dan

nul. U moet over het saldo loonbelasting/premie volksverzekeringen

en bijdrage Zvw inhouden. In de aangifte loonheffingen

vermeldt u de waarde van het privégebruik en de

eigen bijdrage van uw werknemer (zie paragraaf 19.3.20).

Voorbeeld

U stelt aan uw werknemer een auto ter beschikking waarvan de grondslag

voor de bijtelling privégebruik auto € 24.000 is. Het loontijdvak is een

maand. Uw werknemer betaalt een eigen bijdrage voor privégebruik van

100 per maand. U rekent dan voor ieder loontijdvak tot zijn loon 1/12 x



25% x € 24.000 - € 100 (eigen bijdrage) = € 400. U houdt daarover loonbelasting/

premie volksverzekeringen en de bijdrage Zvw in.

Let op!

Het kan voorkomen dat uw werknemer de ter beschikking gestelde auto

een tijd lang niet zakelijk gebruikt, omdat hij tijdelijk arbeidsongeschikt

is of zijn loopbaan onderbreekt. Ook dan blijft de bijtelling voor

privégebruik auto gelden.

Het kan voorkomen dat de eigen bijdrage in een loontijdvak

meer is dan de waarde van het privégebruik. Dan mag het

saldo in dat loontijdvak wel negatief zijn, als het totale

saldo op kalenderjaarbasis maar niet negatief is. Als aan het

einde van het kalenderjaar blijkt dat per saldo te veel eigen

bijdrage is verrekend, kan het zijn dat u een of meer correcties

moet doen op de eerdere aangiften loonheffingen

(zie ook hoofdstuk 11).

Voorbeeld

U stelt een auto ter beschikking aan uw werknemer. Het loontijdvak is een

maand. De waarde van het privégebruik is € 500 per maand. Uw werknemer

betaalt u een eigen bijdrage van € 560 per maand. In de aangifte loonheffingen

van januari tot en met november 2011 hebt u rekening gehouden met

500 privégebruik auto en € 560 eigen bijdrage van uw werknemer. Bij de



aangifte over december 2011 constateert u dat er eind november 2011 per

saldo sprake is van een negatieve bijtelling van 11 x € 500 - 11 x 560 = € 660.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 200

Op kalenderjaarbasis mag de totale bijtelling niet negatief

zijn. U moet dit als volgt herstellen:

• In de aangifte van december 2011 houdt u geen rekening

met de eigen bijdrage.

• Voor november 2011 stuurt u een correctie in. U corrigeert

daarbij de eigen bijdrage van € 560 naar € 400.

Schematisch overzicht van de maandelijkse verwerking

Loontijdvlak

Waarde privégebruik

auto (aangifte)

Werknemersbijdrage

privégebruik (aangifte) Correctie indienen

Waarde

privégebruik auto

(aangifte na correctie)

Werknemersbijdrage

privégebruik

(aangifte na correctie)

januari € 500 € 560 nee € 500 € 560

februari € 500 € 560 nee € 500 € 560

maart € 500 € 560 nee € 500 € 560

april € 500 € 560 nee € 500 € 560

mei € 500 € 560 nee € 500 € 560

juni € 500 € 560 nee € 500 € 560

juli € 500 € 560 nee € 500 € 560

augustus € 500 € 560 nee € 500 € 560

september € 500 € 560 nee € 500 € 560

oktober € 500 € 560 nee € 500 € 560

november € 500 € 560 ja € 500 € 400

december € 500 € 0 nee € 500 € 0

totaal € 6.000 € 6.160 € 6.000 € 6.000

19.3.5 Privégebruik en weinig of geen loon in geld

Als uw werknemer weinig of geen loon in geld krijgt (bijvoorbeeld

door onbetaald verlof ), moet u over het privégebruik

wel loonbelasting/premie volksverzekeringen en

bijdrage

Zvw betalen. Daardoor hebt u een verhaalsrecht op

uw werknemer. U kunt de loonbelasting/premie volksverzekeringen

en de bijdrage Zvw verhalen via verrekening

in het eerstvolgende loontijdvak. Als u dat niet doet,

kunnen zich twee situaties voordoen:

• U verhaalt dit bedrag pas in een later loontijdvak in het

kalenderjaar. U verstrekt uw werkemer een lening voor dit

bedrag tot het moment waarop u de bedragen alsnog

verhaalt. Het rentevoordeel over deze lening is loon voor

uw werknemer (zie paragraaf 18.35).

• U verhaalt dit bedrag niet meer op uw werknemer. Het

bedrag is loon van de werknemer. U moet dit voordeel

omrekenen naar een brutoloon (zie paragraaf 7.4.).



Werknemers met vakantiebonnen

Er zijn speciale tabellen voor werknemers met vakantiebonnen

(zie ook paragraaf 7.3.7). Deze tabellen gaan uit van

minder loontijdvakken per jaar, omdat deze werknemers

in de vakantieperiode geen loon genieten. Als u voor deze

werknemers privégebruik auto bij het loon moet tellen, moet

u dit ook doen in hun vakantieperiode. Hierdoor berekent

u

op jaarbasis een te laag bedrag aan loonbelasting/ premie



volksverzekeringen en bijdrage Zvw. Om dit te voorkomen

mag u de bijtelling privégebruik auto over de vakantieperiode

bij het loon tellen over het loontijdvak dat direct aan

de vakantieperiode voorafgaat of daarop volgt. U mag de bijtelling

ook over deze twee loontijdvakken verdelen.

1   ...   36   37   38   39   40   41   42   43   ...   55

  • Belastingdienst
  • 19.3.1 Begrip ‘personenauto’
  • Let op! Er zijn ook specifieke regels voor bestelauto’s. Deze vindt u in paragraaf 19.4. 19.3.3 Wachtdienstregeling
  • 19.3.4 Hoogte privégebruik en eigen bijdrage werknemer
  • Hoogte privégebruik bij auto’s zonder CO2-uitstoot
  • Hoogte privégebruik bij zeer zuinige auto’s
  • Hoogte privégebruik bij zuinige auto’s
  • Eigen bijdrage werknemer
  • Schematisch overzicht van de maandelijkse verwerking Loontijdvlak Waarde privégebruik auto (aangifte) Werknemersbijdrage
  • Werknemers met vakantiebonnen

  • Dovnload 2.98 Mb.