Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina41/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   37   38   39   40   41   42   43   44   ...   55

19.3.6 Grondslag voor de bijtelling

privégebruik auto

De waarde van het privégebruik wordt berekend over

de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto.

Tot de grondslag horen ook de kosten voor buitengewone

beveiligingsmaatregelen, bijvoorbeeld kogelvrij glas,

doorrijbanden

en deur- of vloerbepantsering.

Let op!

Als u gebruikmaakt van de oude regeling van vrije vergoedingen en

verstrekkingen, mag u over de bijtelling voor buitengewone beveiligingsmaatregelen

eindheffing bezwaarlijk te individualiseren loon toepassen

(zie paragraaf 22.4). Maakt u gebruik van de werkkostenregeling,

dan kunt u de bijtelling voor buitengewone beveiligingsmaatregelen

als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Voor de grondslag is ook bepalend wanneer het kenteken is

toegekend.

Het kenteken is toegekend vóór 1 juli 2006

De grondslag voor de bijtelling privégebruik auto is inclusief

de omzetbelasting en de bpm. De grondslag is doorgaans

ook inclusief de accessoires die ‘af fabriek’ of door de dealer



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 201

of de importeur zijn aangebracht vóór de datum van de

toekenning

van het kenteken, ongeacht of u de auto dan al

aan uw werknemer ter beschikking hebt gesteld.

Let op!

Voor een bestelauto geldt een specifieke regeling, als het kenteken

is toegekend vóór 1 juli 2005 (zie paragraaf 19.4.5).

U mag de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto

in de regel als volgt berekenen:

Nettocatalogusprijs berekend door de fabrikant of de importeur

+ accessoires aangebracht door dealer (vóór datum kenteken)

+ omzetbelasting

+ bpm-bedrag vermeld op het kenteken

= Grondslag bijtelling privégebruik auto

Let op!

Accessoires die waren vrijgesteld voor de bpm, tellen ook mee voor de

grondslag voor de bijtelling privégebruik auto. Voor auto’s waarvan het

kenteken is toegekend voor 1 januari 2003, tellen ook accessoires mee

die op de dag van toekenning van het kenteken werden aangebracht.

Het kenteken is toegekend op of na 1 juli 2006

De grondslag voor de bijtelling privégebruik auto is inclusief

de omzetbelasting en de bpm. Accessoires die door of

namens de fabrikant of de importeur zijn aangebracht vóór

de datum van toekenning van het kenteken, tellen ook mee

voor de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto.

Andere accessoires tellen niet mee, ook niet als ze vóór de

datum van toekenning van het kenteken zijn aangebracht.

U mag de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto

in de regel als volgt berekenen:



Nettocatalogusprijs berekend door de fabrikant of de importeur

(inclusief accessoires)

+ omzetbelasting

+ bpm-bedrag vermeld op het kenteken

= Grondslag bijtelling privégebruik auto

Auto’s van vijftien jaar en ouder

Vanaf het moment dat de ter beschikking gestelde auto

vijftien jaar of ouder is, geldt voor de berekening van de

bijtelling privégebruik auto de waarde in het economische

verkeer in plaats van de grondslag voor de bijtelling privégebruik

auto (zie paragraaf 19.3.17).



Catalogusprijzen auto’s in online database RDW

U kunt de catalogusprijzen vinden in een online database

van de rdw. De rdw legt in deze database de catalogusprijzen

vast van auto’s die vanaf 1 januari 2010 voor het eerst

zijn geregistreerd. U vindt de database op www.rdw.nl.

Voor oudere auto’s kunt u de historische prijslijsten van

de officiële importeurs gebruiken.

Geïmporteerde gebruikte auto’s

Voor een geïmporteerde gebruikte auto geldt de Nederlandse

catalogusprijs op de datum waarop de auto voor het eerst

(in het buitenland) in gebruik is genomen. Daarmee is de

catalogusprijs van een geïmporteerde auto gelijk aan die

van een auto die in Nederland als nieuwe auto voor het eerst

in gebruik is genomen.

19.3.7 Een deel van het kalenderjaar een auto

ter beschikking stellen

Als u uw werknemer voor een deel van het kalenderjaar een

auto ter beschikking stelt, moet u de regeling voor privégebruik

auto naar tijdsgelang toepassen. Om daarbij vast te

stellen of uw werknemer op kalenderjaarbasis de grens van

500 kilometer privégebruik overschrijdt (zie paragraaf

19.3.12), moet u de privékilometers over het kalenderjaargedeelte

omrekenen tot het aantal privékilometers dat uw

werknemer zou rijden in een heel kalenderjaar.

Voorbeeld 1

U stelt van 1 januari tot en met 31 maart een auto ter beschikking met een

grondslag voor de bijtelling privégebruik auto van € 24.000. Uw werknemer

rijdt in die periode 100 kilometer privé. Omgerekend naar een heel jaar

zou uw werknemer 12/3 x 100 = 400 kilometer privé rijden. U hoeft nu niets

bij het loon te tellen, omdat uw werknemer op kalenderjaarbasis niet meer

dan 500 kilometer privé rijdt.

Voorbeeld 2

Uw werknemer rijdt in dezelfde periode niet 100, maar 200 kilometer privé.

Omgerekend naar een heel jaar zou uw werknemer 12/3 x 200 = 800

kilometer privé rijden. Dat is dus meer dan 500 kilometer. Op kalenderjaarbasis

is de bijtelling 25% van € 24.000 = € 6.000. Over de periode

1 januari tot en met 31 maart is de bijtelling 3/12 x € 6.000 = € 1.500.

Bij een loontijdvak van een maand is de bijtelling € 500 per maand.

19.3.8 In de loop van het kalenderjaar een

andere auto ter beschikking stellen

Als u in de loop van het kalenderjaar een andere auto

aan uw werknemer ter beschikking stelt, moet u het privégebruik

bij het loon tellen als uw werknemer in dat jaar

in totaal meer dan 500 kilometer privé rijdt (zie paragraaf

19.3.12). U moet het privégebruik voor elke auto naar

tijdsgelang

berekenen.



Voorbeeld 1

U stelt van 1 januari tot en met 31 maart een auto ter beschikking. Uw werknemer

rijdt in die periode 50 kilometer privé met deze auto. Van 1 april tot en

met 31 december stelt u een andere auto ter beschikking. Met deze auto rijdt

uw werknemer 300 kilometer privé. U hoeft nu niets bij het loon te tellen,

omdat uw werknemer op kalenderjaarbasis in totaal 350 kilometer privé rijdt.

Voorbeeld 2

U stelt van 1 januari tot en met 31 oktober een auto ter beschikking met een

grondslag voor de bijtelling privégebruik auto van € 24.000. Van 1 november

tot en met 31 december krijgt uw werknemer een auto met een grondslag

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 202

voor de bijtelling privégebruik auto van € 30.000. Uw werknemer rijdt in

de periode 1 januari tot en met 31 oktober 450 kilometer privé. In de periode

1 november tot en met 31 december rijdt hij 100 kilometer privé. In totaal

rijdt hij in dat kalenderjaar 550 kilometer privé.

Op kalenderjaarbasis is de bijtelling voor de eerste auto 25% van € 24.000

= € 6.000. Over de periode 1 januari tot en met 31 oktober is de bijtelling

10/12 x € 6.000 = € 5.000. Op kalenderjaarbasis is de bijtelling voor de

tweede auto 25% van € 30.000 = € 7.500. Over de periode 1 november

tot en met 31 december is de bijtelling 2/12 x € 7.500 = € 1.250. De totale

bijtelling is € 5.000 + € 1.250 = € 6.250.

Het kan zijn dat u in een kalenderjaar een andere auto

ter beschikking stelt en dat uw werknemer maar met één

van die auto’s privé rijdt. Als dat op kalenderjaarbasis meer

dan 500 kilometer is, moet u toch ook voor de andere auto,

waarmee niet privé is gereden, privégebruik berekenen

en bijtellen.

Voorbeeld 3

U stelt van 1 januari tot en met 31 juli een auto ter beschikking met een

grondslag voor de bijtelling privégebruik van € 24.000. Uw werknemer rijdt

met deze auto niet privé. U telt daarom voor de loontijdvakken van januari

tot en met juli niets bij het loon van uw werknemer. Van 1 augustus tot en

met 31 december stelt u een auto ter beschikking met een grondslag voor de

bijtelling privégebruik van € 30.000. Met deze auto rijdt uw werknemer van

augustus tot en met december 1.000 kilometer privé. Omdat uw werknemer

op kalenderjaarbasis meer dan 500 kilometer privé rijdt, moet u voor het

hele kalenderjaar privégebruik bij het loon tellen. Over de periode januari

tot en met juli moet u dus alsnog bij het loon tellen 7/12 x 25% van

24.000 = € 3.500. Bij een loontijdvak van een maand is de bijtelling

500 per maand. Voor de aangiftetermijnen die voorbij zijn, moet u een

correctie insturen. Vanaf 1 augustus moet u per maand bij het loon tellen

1/12 x 25% van € 30.000 = € 625.

Let op!

Als u een andere auto ter beschikking stelt in de loop van een

kalendermaand, gaat u uit van het aantal kalenderdagen bij het naar

tijdsgelang berekenen van het privégebruik auto voor die maand.

19.3.9 Meer dan een auto tegelijk

ter beschikking stellen

Stelt u een werknemer gelijktijdig twee of meer auto’s ter

beschikking? Dan moet u het privégebruik per auto beoordelen.

De bijtelling privégebruik auto past u toe voor elke

auto waarmee de werknemer op jaarbasis meer dan 500

privékilometers rijdt. Als uw werknemer met geen enkele

auto op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers

rijdt, hoeft u niets bij te tellen (zie paragraaf 19.3.12).



Voorbeeld

U stelt een werknemer twee auto’s gelijktijdig ter beschikking. De werknemer

rijdt met auto 1 op jaarbasis meer dan 500 privékilometers. De werknemer

kan aantonen dat hij auto 2 niet voor privé gebruikt. In dat geval moet u

alleen voor auto 1 bijtellen.

Let op!

Redelijke toepassing van deze regels betekent dat de bijtelling bij

meerdere ter beschikking gestelde auto’s beperkt kan blijven tot één

auto als de werknemer alleenstaand is of als in zijn gezin één persoon

een rijbewijs heeft. U berekent de bijtelling over de auto met de hoogste

cataloguswaarde. Als in het gezin van de werknemer twee personen

een rijbewijs hebben, kan de bijtelling beperkt blijven tot twee auto’s.

U berekent de bijtelling over de twee auto’s met de hoogste cataloguswaarde.

Weet u niet voor hoeveel auto’s u moet bijtellen, neem dan

contact op met Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum

Auto, postbus 843, 7600 av Almelo.

19.3.10 Auto’s die ingericht en uiterlijk herkenbaar

zijn voor bepaalde diensten

Voor auto’s die ingericht zijn voor bepaalde diensten en

uiterlijk als zodanig herkenbaar zijn, geldt een afwijkende

regeling voor privégebruik. Voor deze auto’s nemen we aan

dat uw werknemers op kalenderjaarbasis maximaal 500

kilometer privé rijden. Het gaat om auto’s die worden

gebruikt:

• door de politie

• door de brandweer

• voor het vervoer van zieken en gewonden

• voor het vervoer van stoffelijke overschotten

• voor het vervoer van gevangenen

• voor het vervoer van zieke of gewonde dieren

• voor geldtransport

Als blijkt dat uw werknemer op kalenderjaarbasis met

zo’n auto meer dan 500 kilometer privé rijdt, moet u wel

de waarde van het privégebruik bij zijn loon tellen.

19.3.11 (Collectieve) afspraak over privégebruik

met de Belastingdienst

U kunt met Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum

Auto (Postbus 843, 7600 av Almelo) een collectieve

afspraak voor (een groep van) uw werknemers maken over

het privégebruik van een auto. U kunt bijvoorbeeld afspreken

dat privégebruik van een auto niet is toegestaan en dat u

daarop toezicht houdt. De afspraak wordt schriftelijk vastgelegd.

Uw werknemer kan deze afspraak als bewijsmiddel

gebruiken om bijtelling van privégebruik auto te voorkomen.

Hij hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden.



Let op!

Afspraken van vóór 1 januari 2006 kunt u voortzetten. Daarvoor

moeten die afspraken wel voldoen aan de voorwaarden van de huidige

regels voor privégebruik auto.

19.3.12 Geen bijtelling bij maximaal

500 kilometer privégebruik

U mag de bijtelling voor privégebruik achterwege laten bij

overtuigend bewijs dat uw werknemer op kalenderjaarbasis

maximaal 500 kilometer privé rijdt. Dit bewijs kan uw werknemer

op de volgende manieren leveren:

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 203

• met een sluitende rittenregistratie (zie paragraaf 19.3.15)

• door een (collectieve) afspraak met ons over uw controle

op het privégebruik van uw werknemer(s) (zie paragraaf

19.3.11)

• met ander soort bewijs volgens de zogenoemde vrije

bewijsleer (zie paragraaf 19.3.16)

• met een kopie van de Verklaring geen privégebruik auto

(zie paragraaf 19.3.13).

19.3.13 Verklaring geen privégebruik auto

Als uw werknemer met een ter beschikking gestelde auto

op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt,

kan hij een Verklaring geen privégebruik auto aanvragen. Uw

werknemer kan het aanvraagformulier hiervoor downloaden

van www.belastingdienst.nl of bestellen bij de

BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Let op!

Uw werknemer kan geen verklaring aanvragen als hij in een auto rijdt

waarvoor u met ons een (collectieve) afspraak hebt gemaakt voor het

privégebruik (zie paragraaf 19.3.11).

Voor een bestelauto mag uw werknemer in sommige

situaties geen verklaring aanvragen (zie paragraaf 19.4.7).

Op ons verzoek moet uw werknemer in of na afloop van een

kalenderjaar overtuigend kunnen bewijzen dat hij maximaal

500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt of heeft gereden.

Bent u autodealer van personenauto’s, dan kunnen u en

uw werknemer hiervoor het document Autokostenforfait 2007

gebruiken. U kunt dit document downloaden van

www.belastingdienst.nl of bestellen bij de

BelastingTelefoon: 0800 - 0543. Zie paragraaf 19.3.18.

U bewaart een kopie van de Verklaring geen privégebruik auto

bij uw administratie. Met de verklaring mag u geen privégebruik

auto bij het loon tellen vanaf het eerstvolgende

loontijdvak waarover u het loon moet berekenen. U mag

de bijtelling dus niet corrigeren voor loontijdvakken waarover

uw werknemer al loon heeft gekregen.

Voorbeeld

U hebt aan uw werknemer een auto ter beschikking gesteld. Op 23 mei hebt

u aan hem het loon over mei betaald. Bij de loonberekening hebt u rekening

gehouden met privégebruik auto. Op 25 mei geeft uw werknemer u een

kopie van zijn ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Door deze verklaring

moet u de bijtelling voor privégebruik auto vanaf juni achterwege laten.

U mag de loonberekening voor januari tot en met mei niet corrigeren.

U mag geen rekening houden met een verklaring als u weet

dat uw werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 500

kilometer privé rijdt met een ter beschikking gestelde auto.



Voorbeeld

Uw werknemer beschikt van januari tot en met mei over een auto met een

grondslag voor de bijtelling privégebruik auto van € 24.000. Uw werknemer

rijdt in deze periode met de auto 1.000 kilometer privé. De bijtelling

is op kalenderjaarbasis 25% van € 24.000 = € 6.000. Bij een loontijdvak

van een maand telt u € 500 per maand bij het loon.

Op 1 juni krijgt uw werknemer een andere auto met een grondslag voor

de bijtelling privégebruik auto van € 30.000. Uw werknemer geeft u voor

deze auto een ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Omdat u weet dat hij

van januari tot en met mei al 1.000 kilometer privé heeft gereden, mag u

geen rekening houden met de verklaring. Vanaf 1 juni moet u daarom per

maand bij het loon tellen 1/12 x 25% van € 30.000 = € 625.

Door de Verklaring geen privégebruik auto krijgt u geen naheffingsaanslag

als achteraf blijkt dat uw werknemer de verklaring ten

onrechte heeft aangevraagd, bijvoorbeeld omdat hij toch

meer dan 500 kilometer privé gaat rijden. In zo’n geval

krijgt uw werknemer een naheffingsaanslag voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen en de bijdrage Zvw

over de loontijdvakken die al voorbij zijn. U bent niet verplicht

om de nageheven bijdrage Zvw aan uw werknemer te

vergoeden. Wij kunnen de naheffingsaanslag verhogen met

heffingsrente en een boete. Naheffen kan tot en met vijf jaar

na afloop van een kalenderjaar.



Let op!

Als u weet dat de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ ten onrechte is

afgegeven en u de bijtelling toch achterwege hebt gelaten, krijgt u een

naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en

bijdrage Zvw.

Voorbeeld

Uw werknemer rijdt in een auto die hij niet privé gebruikt met een grondslag

voor de bijtelling privégebruik auto van € 24.000. U hebt van hem een

Verklaring geen privégebruik auto gekregen’. In september vraagt hij om



intrekking van de verklaring, omdat hij op kalenderjaarbasis meer dan

500 kilometer gaat rijden. Het loontijdvak is een maand.

Op basis van deze gegevens krijgt uw werknemer een naheffingsaanslag

loonbelasting/premie volksverzekeringen voor privégebruik over januari tot

en met september. De bijtelling is 9/12 x 25% van € 24.000 = € 4.500.

We kunnen de aanslag verhogen met een boete. Bovendien kunnen we

heffingsrente berekenen als we de aanslag in een volgend kalenderjaar

opleggen. Eventueel heffen we ook de bijdrage Zvw na. De nageheven

bijdrage hoeft u niet aan uw werknemer

te vergoeden.

Vanaf 1 oktober moet u maandelijks bij het loon tellen 1/12 x 25% van

24.000 = € 500. Op de bijtelling moet u loonbelasting/premie volksverzekeringen



en eventueel bijdrage Zvw inhouden.

19.3.14 Wijzigen of intrekken Verklaring geen

privégebruik auto

De Verklaring geen privégebruik auto is in principe voor onbepaalde

duur. Uw werknemer moet alle wijzigingen doorBelastingdienst

| Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 204

geven aan Belastingdienst/Centrale Invoer, Postbus 2534,

6401 da Heerlen, met het formulier Wijziging of intrekking



Verklaring geen privégebruik auto.

Uw werknemer kan dit formulier downloaden van

www.belastingdienst.nl of bestellen bij de BelastingTelefoon:

0800 - 0543. Hij krijgt binnen acht weken na ontvangst

bericht van Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum

Auto over de wijziging of intrekking van de

verklaring. Bij intrekking van de verklaring moet uw werknemer

u zo spoedig mogelijk informeren. Als uw werknemer

bij ons aangeeft dat hij in het kalenderjaar meer dan 500 kilometer

privé gaat rijden, krijgt u een brief over de intrekking

met informatie die voor u als werkgever belangrijk is.

De volgende wijzigingen leiden tot intrekken van de

verklaring:

• Uw werknemer gaat in het kalenderjaar meer dan

500 kilometer privé rijden.

• Uw werknemer heeft niet langer een auto tot zijn

beschikking.

• Uw werknemer gaat in een bestelauto rijden die hij

buiten werktijd niet kan gebruiken.

• Uw werknemer gaat in een bestelauto rijden waarvoor

een schriftelijk verbod op privégebruik geldt.

• Uw werknemer gaat in een bestelauto rijden die (bijna)

uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

• Uw werknemer gaat in een bestelauto rijden waarvoor

eindheffing geldt (zie paragraaf 19.4.6).

• Uw werknemer gaat in een (bestel)auto rijden waarvoor

een (collectieve) afspraak voor het privégebruik met ons

is gemaakt.

De volgende wijzigingen leiden niet tot intrekken van de

verklaring:

• Uw werknemer geeft een verandering van het kenteken op.

• Uw werknemer geeft het kenteken op dat nog niet

bekend was toen hij de verklaring aanvroeg.

19.3.15 Rittenregistratie

Door een sluitende rittenregistratie kan uw werknemer

bewijzen dat hij in het kalenderjaar maximaal 500 kilometer

privé heeft gereden. In de rittenregistratie moet hij het

volgende opnemen:

het merk, het type en het kenteken van de auto

• de periode waarin de auto beschikbaar is geweest

• de ritgegevens

Een rit is de enkelereisafstand tussen twee adressen.

Er is sprake van een rit met een gemengd karakter als uw

werknemer tijdens de rit zowel zakelijke kilometers als

privékilometers rijdt. Per rit moet de werknemer de

volgende gegevens noteren:

• de datum

• de begin- en eindkilometerstand

• het adres van vertrek en van aankomst

• de route als uw werknemer niet de meest gebruikelijke

route heeft gereden

• het karakter van de rit (privé of zakelijk)

• de privéomrijkilometers bij een rit met een gemengd

karakter

Voorbeeld 1

Uw werknemer reist op een werkdag van zijn woning naar zijn arbeidsplaats.

De enkelereisafstand is 40 kilometer. Hij werkt de hele dag op zijn

arbeidsplaats en rijdt ’s avonds weer naar huis. In zijn rittenregistratie moet

hij die dag twee ritten registreren.

1   ...   37   38   39   40   41   42   43   44   ...   55

  • Het kenteken is toegekend vóór 1 juli 2006
  • Het kenteken is toegekend op of na 1 juli 2006
  • Auto’s van vijftien jaar en ouder
  • Catalogusprijzen auto’s in online database RDW
  • Geïmporteerde gebruikte auto’s
  • 19.3.7 Een deel van het kalenderjaar een auto ter beschikking stellen
  • 19.3.8 In de loop van het kalenderjaar een andere auto ter beschikking stellen
  • Belastingdienst
  • 19.3.9 Meer dan een auto tegelijk ter beschikking stellen
  • 19.3.10 Auto’s die ingericht en uiterlijk herkenbaar zijn voor bepaalde diensten
  • 19.3.11 (Collectieve) afspraak over privégebruik met de Belastingdienst
  • 19.3.12 Geen bijtelling bij maximaal 500 kilometer privégebruik
  • 19.3.13 Verklaring geen privégebruik auto
  • 19.3.14 Wijzigen of intrekken Verklaring geen privégebruik auto
  • 19.3.15 Rittenregistratie

  • Dovnload 2.98 Mb.