Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina42/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   38   39   40   41   42   43   44   45   ...   55

Voorbeeld 2

Uw werknemer reist op een werkdag van zijn woning naar zijn arbeidsplaats.

De enkelereisafstand is 40 kilometer. Van zijn arbeidsplaats reist hij

naar klant A, van klant A naar klant B, van klant B naar klant C, van klant C

weer naar zijn arbeidsplaats en aan het einde van zijn werkdag naar huis.

Uw werknemer moet die dag dus zes ritten registreren.

Let op!

Als uw werknemer tijdens een zakelijke rit omrijdt, bijvoorbeeld om zijn

kind naar de crèche te brengen, dan heeft die rit een gemengd karakter.

De omrijkilometers zijn privékilometers.

Rij-instructeurs

Rij-instructeurs mogen om praktische redenen per werkdag

noteren:

• de begin- en eindkilometerstand

• de lesplaatsen die zij achtereenvolgens hebben bezocht

Vereenvoudigde rittenregistratie bestelauto’s

Voor bestelauto’s mag u een vereenvoudigde rittenregistratie

gebruiken (zie paragraaf 19.4.8).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 205

Schematisch overzicht van de gegevens voor een volledig sluitende rittenregistratie

Autogegevens

Merk Type Kenteken Beschikkingssperiode

Van Tot

Ritgegevens



Datum Ritnummer Beginstand Eindstand Vertrekadres Afwijkende

route


Bezoekadres Privérit? Privéomrijkilometers

1 2 3 4 5



1. Nummer de ritten per dag.

2. Vul de route alleen in als die afwijkt van de gebruikelijke route.

3. Vul het bezoekadres in als het gaat om een zakelijke rit of als het gaat

om een rit met zakelijke kilometers en privékilometers. Het bezoekadres

is in beide gevallen het zakelijke adres dat u bezoekt.

4. Vul in of de rit privé was. Alleen het doel van een rit bepaalt of deze

zakelijk of privé was. Als uw werknemer tijdens zijn werk bijvoorbeeld

een bezoek aan de dokter brengt en daarbij de auto gebruikt om tijd

te besparen, geldt dit als een privérit.

5. Vul het aantal privéomrijkilometers in. U moet deze kolom alleen

invullen als sprake is van een rit met een gemengd karakter.

Zijn er meer gebruikers per auto, dan moet uit de rittenregistratie

blijken welke gebruiker een rit heeft gemaakt.

Dat kan bijvoorbeeld door een extra kolom in de registratie.

De rapportages met de bijbehorende documenten vormen

de (controleerbare) rittenregistratie die als bewijs van het

feitelijke privégebruik dient. U kunt de juistheid van een

rittenregistratie controleren met bijvoorbeeld kantooragenda’s,

orderbriefjes, garagenota’s en digitale routeplanners.

Deze gegevens moet u ook bij uw loonadministratie

bewaren, zodat u ze tijdens een onderzoek door ons kunt

tonen en wij de gegevens kunnen controleren.

De rittenregistratie kunt u ook geautomatiseerd laten doen

met een zogenoemd black-boxsysteem. Daarmee legt de

bestuurder nauwkeurig het aantal kilometers vast dat hij

met de auto heeft gereden. Het systeem legt dan automatisch

een aantal ritgegevens vast waarvan u een schriftelijke

rapportage kunt krijgen. Vaak kunt u daarin elke afzonderlijke

rit terugvinden. Het systeem draagt zo ook bij aan

verminderen van het administratieve werk. De bestuurder

moet zelf wel aangeven of het om een zakelijke rit of privérit

gaat. Daarom blijft het bij een geautomatiseerde registratie

nodig om een relatie te kunnen leggen tussen de rapportages

en bijvoorbeeld agenda’s en orderbriefjes.



Let op!

In het black-boxsysteem moeten dezelfde gegevens staan als in een

volledig sluitende rittenadministratie.

19.3.16 Ander bewijs

Een sluitende rittenregistratie in combinatie met een



Verklaring geen privégebruik auto, is een manier om te bewijzen

dat uw werknemer met een auto maximaal 500 kilometer

per kalenderjaar privé rijdt. Maar uw werknemer is niet aan

deze manier gebonden. Ook andere vormen van bewijs zijn

aanvaardbaar. Dit heet de vrije bewijsleer. We noemen hier

enkele vormen die in de praktijk aanvaardbaar zijn als

bewijs en enkele vormen die dat niet zijn.

Aanvaardbaar bewijs

De volgende manieren zijn aanvaardbaar als bewijs:

• U en uw werknemer hebben schriftelijk afgesproken

dat privégebruik niet is toegestaan, bijvoorbeeld als een

aanvulling op de arbeidsovereenkomst. Kenmerken

hierbij zijn:

• U controleert het autogebruik en u administreert

uw bevindingen.

• Uw werknemer is niet verzekerd voor privégebruik.

• Uw werknemer heeft zelf ook een auto.

• U gebruikt als dealer van personenauto’s het document

Autokostenforfait 2007 (zie paragraaf 19.3.18).

Voor ondersteunend bewijs kunt u (in overleg met ons) ook

andere gegevens vastleggen, bijvoorbeeld werkroosters,

vakantieoverzichten, ziekte- en verlofstaten, garagenota’s,

schaderapporten, bekeuringen en dergelijke.

Bij een onregelmatig reispatroon, bijvoorbeeld het reispatroon

van een vertegenwoordiger, moet u vaker aandacht

besteden aan de controle van het autogebruik dan bij een

regelmatig reispatroon. In overleg met ons kunt u de

controle steekproefsgewijs doen. Bij een onderzoek door

ons moet u aannemelijk kunnen maken dat u voldoende

aandacht hebt besteed aan controle van het autogebruik.



Onaanvaardbaar bewijs

De volgende manieren zijn in ieder geval niet aanvaardbaar

als bewijs:

• Er is uitsluitend een schriftelijke afspraak tussen u en

uw werknemer dat privégebruik is verboden. Misschien

is daarbij wel een sanctie opgenomen, maar niets over

controle van de afspraak. Er is ook niet gebleken dat er

feitelijk wel controle is.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 206

• Er is alleen een gespecificeerde schatting van het zakelijk

gebruik van de auto en van het woon-werkverkeer.

19.3.17 Auto’s van vijftien jaar en ouder

Vanaf het moment dat een auto vijftien jaar of ouder is, gaat

u voor het privégebruik uit van de waarde in het economische

verkeer van de auto in plaats van de grondslag voor de

bijtelling privégebruik auto. Het percentage van de bijtelling

voor alle auto’s van vijftien jaar en ouder is 35% in

plaats van 25%. Als de auto bijvoorbeeld op 1 mei vijftien

jaar oud is, gaat u de eerste vier maanden uit van de grondslag

voor de bijtelling privégebruik auto. Daarna gaat u uit

van de waarde in het economische verkeer. Voor de vaststelling

van deze waarde kunnen veilingprijzen een indicatie

geven. U kunt ook kijken naar de taxatiewaarde van de auto

voor de verzekering of naar de actuele kilometer- en leaseprijzen.

Voor een gerestaureerde auto moet u de kostprijs

van de auto en de restauratiekosten bij elkaar optellen.

Daardoor kan de waarde in het economische verkeer hoger

zijn dan de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto.

19.3.18 Bijtelling privégebruik auto voor

de autobranche

Als u werkgever bent in de autobranche, dan kan het zijn dat

uw werknemers auto’s wisselend gebruiken. Hierdoor kan

het moeilijk zijn om de grondslag voor de bijtelling privégebruik

vast te stellen. Daarom kunt u de grondslag voor de

bijtelling op een praktische manier vaststellen met de



Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche. U kunt

deze handreiking downloaden van www.belastingdienst.nl

of bestellen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Toezicht

Telt u bij op grond van de Handreiking bijtelling privégebruik auto



voor de autobranche? Dan moet u ervoor zorgen dat voor elke

werknemer uit uw administratie blijkt op welke auto de

grondslag voor de bijtelling per dag is gebaseerd. En waarom

u de grondslag op die auto hebt gebaseerd. Daarom

moet u de juistheid en volledigheid van de registratie

regelmatig controleren, zodat u de bijtelling correct in

uw aangifte loonheffingen kunt verwerken. In de Handreiking

toezicht bijtelling privégebruik auto en geen bijtelling privégebruik

auto voor de autobranche vindt u hiervoor richtlijnen. In deze

handreiking

staan ook richtlijnen voor het toezicht dat

u moet houden als u niet bijtelt. U kunt de handreiking

downloaden van www.belastingdienst.nl.

Aantal privékilometers bewijzen

In het document Autokostenforfait 2007 staat hoe uw werknemer

kan bewijzen dat hij niet meer dan 500 privékilometers

met de auto rijdt. Uw werknemer kan dit document downloaden

van www.belastingdienst.nl of bestellen bij de

BelastingTelefoon: 0800 - 0543.



Autoverhuurbranche: aantal privékilometers bewijzen

Bent u werkgever in de autoverhuurbranche? Dan hebt u

waarschijnlijk werknemers die verschillende personenauto’s

uit het verhuurwagenpark tot hun beschikking hebben, die ze:

• ophalen en wegbrengen

• door de wasstraat halen

• aftanken

• wegbrengen en ophalen voor onderhoud en reparatie

Voor u en deze werknemers (hikers) is het bijhouden van

een rittenregistratie vaak een grote last. Om praktische

redenen mag u daarom het bewijs voor het aantal gereden

privékilometers leveren met een verbod op privégebruik

en gebruik voor woon-werkverkeer van de personenauto’s

van uw zaak. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

• U legt het verbod vast in een schriftelijke overeenkomst.

• U ziet toe op de naleving van het verbod.

• Bij overtreding van het verbod legt u een sanctie op.

• Uw werknemer vraagt geen Verklaring geen privégebruik



auto aan.

U kunt een voorbeeldovereenkomst downloaden van

www.belastingdienst.nl.

19.3.19 Gevolgen bijtelling voor

loongerelateerde regelingen

De bijtelling voor privégebruik auto heeft ook invloed op

loongerelateerde regelingen zoals de gebruikelijkloonregeling

(zie paragraaf 15.1), de 30%-regeling (zie paragraaf 16.4)

en de afdrachtverminderingen onderwijs (zie paragraaf

23.2). Door de bijtelling bij het loon zijn er ook

gevolgen voor bijvoorbeeld de zorg- en huurtoeslag.

Privégebruik auto geldt niet voor de pensioenopbouw.

Dit betekent dat over de bijtelling geen pensioen mag

worden opgebouwd.



19.3.20 Verwerking privégebruik auto

in de aangifte loonheffingen

Per loontijdvak telt u bij het loon van uw werknemer een

tijdsevenredig deel van het privégebruik auto. Dat bedrag

boekt u in kolom 10 van de loonstaat. De eigen bijdrage van

uw werknemer vermeldt u ook in kolom 10 van de loonstaat

als negatief bedrag.

Bij de werknemersgegevens in de aangifte loonheffingen

vermeldt u het loon waarover u de loonbelasting/premie

volksverzekeringen en de bijdrage Zvw hebt ingehouden.

Daarnaast vermeldt u de volgende gegevens:

• de waarde van het privégebruik auto vóór aftrek van

de eigen bijdrage van uw werknemer

• de eigen bijdrage van uw werknemer voor het

privégebruik auto



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 207

Het kan zijn dat u een auto aan uw werknemer ter beschikking

hebt gesteld, maar geen privégebruik auto bij zijn loon

telt. In dit geval moet u in de aangifte loonheffingen een

van de volgende codes vermelden:

• code 1 (Afspraak via werkgever met Belastingdienst)

als u met ons een collectieve afspraak hebt gemaakt

(zie paragraaf 19.3.11)

U moet deze code ook gebruiken als u privégebruik van

een bestelauto hebt verboden.

• code 2 (Werknemer heeft Verklaring geen privégebruik auto

van de Belastingdienst) als uw werknemer een kopie van

de Verklaring geen privégebruik auto bij u heeft ingeleverd

(zie paragraaf 19.3.13)

• code 3 (Ander bewijs personen- en bestelauto) als u geen

collectieve afspraak met ons hebt gemaakt, of als uw

werknemer geen Verklaring geen privégebruik auto bij u heeft

ingeleverd

• code 5 (Doorlopend afwisselend gebruik bestelauto) als

u voor de werknemer eindheffing toepast, omdat hij en

andere werknemers de bestelauto doorlopend afwisselend

gebruiken (zie paragraaf 19.4.6 en 22.10)

• code 6 (Auto zonder co2-uitstoot) als uw werknemer

rijdt in een auto zonder co2-uitstoot en de bijtelling

voor hem 0% is

U vermeldt deze code niet als uw werknemer rijdt in een

auto zonder co2-uitstoot en u toch moet bijtellen in

verband met excessief privégebruik van de auto

(zie paragraaf 19.3.4).

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 208

19.3.21 Schema ter beschikking gestelde

personenauto

Gebruik het schema hierna als u een personenauto

aan uw werknemer ter beschikking stelt.

Auto ingericht en uiterlijk herkenbaar voor Geen bijtelling

bepaalde diensten (zie paragraaf 19.3.10)

(Collectieve) afspraak met Belastingdienst

over privégebruik (zie paragraaf 19.3.11)

Op kalenderjaarbasis maximaal 500 km

privé (zie paragraaf 19.3.12)

Verklaring geen privégebruik auto

(zie paragraaf 19.3.13)

Sluitende rittenregistratie

(zie paragraaf 19.3.15)

Ander bewijs (zie paragraaf 19.3.16)

Bijtelling: 14% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 5% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

CO2-uitstoot niet meer dan 95 of 110 gram

per kilometer (zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

CO2-uitstoot niet meer dan 116 of 140

gram per kilometer (zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik (zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: 20% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 11% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling:

- Auto jonger dan 15 jaar: 25% van de grondslag (zie paragraaf 19.3.4)

- Auto 15 jaar of ouder: 35% van de waarde van de auto in het economische verkeer

(zie paragraaf 19.3.4 en 19.3.17)

Auto zonder CO2-uitstoot

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: 0% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 25% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

nee



nee



ja


ja

nee


nee


nee


nee


nee


nee


ja


nee

nee



ja


ja

ja


nee

nee



nee


ja


ja

ja


ja

ja


ja

ja


Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 209

19.4 Reizen met een bestelauto

van de zaak

Als u aan uw werknemer een bestelauto ter beschikking

stelt, geldt een bijzondere regeling voor het privégebruik.

Hierbij geldt in het algemeen hetzelfde als voor het ter

beschikking stellen van een personenauto (zie paragraaf

19.3), maar voor bestelauto’s zijn er ook specifieke

regels. Die regels vindt u in dit gedeelte. De volgende

onderwerpen komen aan de orde:

• begrip ‘bestelauto’ (zie paragraaf 19.4.1)

• verbod privégebruik bestelauto (zie paragraaf 19.4.2)

• gebruik bestelauto buiten werktijd niet mogelijk

(zie paragraaf 19.4.3)

• bestelauto (bijna) uitsluitend geschikt voor vervoer van

goederen (zie paragraaf 19.4.4)

• berekening van de bijtelling (zie paragraaf 19.4.5)

• doorlopend afwisselend gebruik bestelauto

(zie paragraaf 19.4.6)

Verklaring geen privégebruik auto (zie paragraaf 19.4.7)

• Vereenvoudigde rittenregistratie (zie paragraaf 19.4.8)

• schema ter beschikking gestelde bestelauto (zie paragraaf

19.4.9)

De Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche kunt



u ook toepassen voor bestelauto’s (zie paragraaf 19.3.18).

Let op!

Maakt u gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen,



dan is het voordeel van het privégebruik van de auto van

de zaak loon van de werknemer. Op de bijtelling voor buitengewone

beveiligingsmaatregelen (zie paragraaf 19.3.6) mag u de eindheffing

bezwaarlijk te individualiseren loon toepassen (zie paragraaf 22.4).

Maakt u gebruik van de werkkostenregeling, dan is het voordeel van



het privégebruik van de auto van de zaak altijd loon van de werknemer.

Er is één uitzondering: de bijtelling voor de buitengewone

beveiligingsmaatregelen (zie paragraaf 19.3.6) kunt u als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

19.4.1 Begrip ‘bestelauto’

Onder een bestelauto verstaan wij een auto met een laadruimte

die niet is ingericht voor het vervoer van personen

en die is voorzien van een laadvloer. De auto moet voldoen

aan de inrichtingseisen voor de laadruimte van een bestelauto

en moet met rijbewijs B bestuurd mogen worden.

U kunt voor het begrip ‘bestelauto’ ook uitgaan van de

vermelding op deel 1A van het kentekenbewijs.



19.4.2 Verbod privégebruik bestelauto

Als u een bestelauto ter beschikking stelt waarvoor u privégebruik

verbiedt, is de regeling voor privégebruik auto niet

van toepassing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

• U legt uw verbod vast in een schriftelijke afspraak.

• U ziet toe op de naleving van uw verbod. Bij controle door

ons moet u uw toezicht aannemelijk kunnen maken.

Daarom moet u uw waarnemingen vastleggen en bewaren

bij uw loonadministratie. U kunt met Belastingdienst/

Oost/Landelijk Coördinatiecentrum Auto (Postbus 843,

7600 av Almelo) afspraken maken over de mate van toezicht

en de bewaartermijn(en) van uw waarnemingen. U

kunt toezicht op de naleving van het verbod houden door

bijvoorbeeld:

• de kilometerstanden te vergelijken met de meldingen

van het aantal gereden kilometers die u met de

leasemaatschappij(en) bent overeengekomen

• de kilometerstanden te vergelijken met de hoeveelheid

gebruikte brandstof

• gegevens te controleren over verkeersboetes,

schademeldingen of tanken buiten werktijd

• Bij overtreding van het verbod legt u een sanctie op,

bijvoorbeeld:

• een geldboete die in verhouding is met de loonbelasting/

premie volksverzekeringen en de bijdrage

Zvw over het privégebruik

• verhaal op uw werknemer van de nageheven loonbelasting/

premie volksverzekeringen en bijdrage Zvw

• ontslag

In overleg met vno-ncw en evo hebben wij een voorbeeldafspraak

gemaakt waarmee u uw verbod op privégebruik

schriftelijk kunt vastleggen. U kunt de voorbeeldafspraak

downloaden van www.belastingdienst.nl.

Als u de voorbeeldafspraak niet gebruikt of als u deze

wijzigt, kan het zijn dat de schriftelijke vastlegging van

uw verbod niet (meer) voldoet. Om dit te voorkomen kunt

u uw afspraak voor goedkeuring voorleggen aan

Belastingdienst/Oost/Landelijk Coördinatiecentrum Auto,

Postbus 843, 7600 av Almelo.

Een verbod op privégebruik van een bestelauto geeft u in

de aangifte loonheffingen aan met code 1 (Afspraak via

werkgever met Belastingdienst).



19.4.3 Gebruik bestelauto buiten werktijd niet

mogelijk

Kan uw werknemer een ter beschikking gestelde bestelauto

niet buiten werktijd gebruiken, dan is de regeling voor

privégebruik auto niet van toepassing. Dat is bijvoorbeeld

zo bij een bestelauto die uw werknemer buiten werktijd op

uw bedrijfsterrein zet, waarbij controleerbaar is dat privégebruik

niet mogelijk is.

19.4.4 Bestelauto (bijna) uitsluitend geschikt

voor vervoer van goederen

Is een ter beschikking gestelde bestelauto (bijna) uitsluitend

geschikt voor vervoer van goederen, dan mag u niet gebruikmaken

van de regeling voor privégebruik. Dat is bijvoorbeeld

zo bij een auto met alleen een bestuurdersstoel als de

bevestigingspunten

van de passagiersstoel zijn weggeslepen

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 210

of dichtgelast. Als uw werknemer deze auto privé gebruikt,

is de waarde in het economische verkeer van het privégebruik

loon. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd

met de kilometerprijs van de bestelauto en verminderd

met de eigen bijdrage van uw werknemer.

Op kalenderjaarbasis mag de uitkomst niet negatief zijn.

Uw werknemer hoeft geen rittenregistratie bij te houden.



19.4.5 Berekening van de bijtelling

Voor de berekening van de bijtelling privégebruik auto

gelden dezelfde regels als voor een personenauto (zie paragraaf

19.3.6). Dat is niet zo als het kenteken van de bestelauto

is toegekend vóór 1 juli 2005. Dan moet u uitgaan van

de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto, inclusief

de omzetbelasting en zonder de bpm. Deze grondslag is in

de regel inclusief de accessoires die ‘af fabriek’ of door de

dealer of de importeur zijn aangebracht vóór de datum van

de toekenning van het kenteken, ongeacht of u de auto dan

al aan uw werknemer ter beschikking hebt gesteld.

Accessoires die waren vrijgesteld voor de bpm, tellen ook mee

voor de vaststelling van de grondslag voor de bijtelling privégebruik

auto. Voor bestelauto’s waarvan het kenteken is toegekend

voor 1 januari 2003, tellen accessoires die op de dag van

toekenning van het kenteken werden aangebracht ook mee.



19.4.6 Doorlopend afwisselend gebruik

bestelauto

Het kan zijn dat twee of meer werknemers door de aard van

het werk een bestelauto doorlopend afwisselend gebruiken.

In principe moet u ook dan gebruikmaken van de normale

regeling voor privégebruik auto (zie paragraaf 19.3). Maar in

deze situatie kan het moeilijk zijn de regeling individueel

toe te passen. In dat geval moet u eindheffing toepassen

voor het privégebruik.


1   ...   38   39   40   41   42   43   44   45   ...   55

  • Vereenvoudigde rittenregistratie bestelauto’s
  • Let op! In het black-boxsysteem moeten dezelfde gegevens staan als in een volledig sluitende rittenadministratie. 19.3.16 Ander bewijs
  • Belastingdienst
  • 19.3.18 Bijtelling privégebruik auto voor de autobranche
  • Aantal privékilometers bewijzen
  • Autoverhuurbranche: aantal privékilometers bewijzen
  • 19.3.19 Gevolgen bijtelling voor loongerelateerde regelingen
  • 19.3.20 Verwerking privégebruik auto in de aangifte loonheffingen
  • 19.4.1 Begrip ‘bestelauto’
  • 19.4.2 Verbod privégebruik bestelauto
  • 19.4.3 Gebruik bestelauto buiten werktijd niet mogelijk
  • 19.4.4 Bestelauto (bijna) uitsluitend geschikt voor vervoer van goederen
  • 19.4.5 Berekening van de bijtelling
  • 19.4.6 Doorlopend afwisselend gebruik bestelauto

  • Dovnload 2.98 Mb.