Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina43/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   39   40   41   42   43   44   45   46   ...   55

Voorbeeld 1

Een bedrijf heeft drie bestelauto’s en zeven monteurs. Bij een melding gebruiken

ze willekeurig een van de beschikbare bestelauto’s. In deze situatie is

sprake van doorlopend afwisselend gebruik en moet u eindheffing toepassen.

Voorbeeld 2

Twee van uw werknemers hebben beiden een bestelauto. Ze besluiten deze

auto’s dagelijks te ruilen. Er is nu geen sprake van doorlopend afwisselend

gebruik. Eindheffing is voor deze bestelauto’s niet mogelijk. Er is ook geen

sprake van doorlopend afwisselend gebruik als werknemer A een bestelauto

de ene week gebruikt en werknemer B de volgende week.

De eindheffing is op jaarbasis een vast bedrag van € 300 per

bestelauto. Bij een loontijdvak van een maand geeft u dan

in elke aangifte loonheffingen € 25 per bestelauto aan

(zie paragraaf 22.10). De toepassing van eindheffing geeft u

in de aangiften loonheffingen aan met code 5 (Doorlopend

afwisselend gebruik bestelauto). Bij eindheffing hoeft uw

werknemer geen rittenregistratie bij te houden.



19.4.7 Verklaring geen privégebruik auto

In paragraaf 19.3.13 vindt u informatie over de Verklaring geen



privégebruik auto. Voor een bestelauto mag uw werknemer

geen verklaring aanvragen, als hij:

• in een bestelauto rijdt waarvoor u een (collectieve)

afspraak met ons hebt gemaakt over het privégebruik

(zie paragraaf 19.3.11)

• in een bestelauto rijdt waarvoor u niet mag gebruikmaken

van de regeling voor privégebruik (zie paragraaf

19.4.2 tot en met 19.4.4)

• in een bestelauto rijdt waarvoor u eindheffing toepast,

omdat twee of meer werknemers deze auto door de aard

van het werk doorlopend afwisselend gebruiken

(zie paragraaf 19.4.6)



19.4.8 Vereenvoudigde rittenregistratie

U mag de bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto

achterwege laten bij overtuigend bewijs dat uw werknemer

op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt.

U mag de bijtelling ook achterwege laten als u van uw werknemer

een kopie van zijn Verklaring geen privégebruik auto hebt

gekregen. In beide situaties kan de werknemer het bewijs

met een rittenregistratie leveren. Hierin moet hij elke

zakelijke rit en elke privérit registreren.

Als uw werknemer door de aard van de werkzaamheden

(vaak) veel ritten op een dag heeft, kan het bijhouden van

een rittenregistratie een grote (administratieve en financiële)

last zijn voor u en uw werknemer, omdat de zakelijke ritten

tijdens werktijd worden bijgehouden. In dit geval kan om

praktische redenen het bewijs met een vereenvoudigde rittenregistratie

geleverd worden. Hierbij geldt de voorwaarde

dat u met uw werknemer schriftelijk hebt afgesproken dat:

• de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie heeft

• privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan

• u in uw administratie informatie hebt over zakelijke

bestemmingen

In overleg met de organisaties vno-ncw, evo, Uneto-Vni,

Fosag en Bouwend Nederland hebben wij een voorbeeldafspraak

gemaakt waarmee u de afspraak schriftelijk kunt

vastleggen. In de toelichting bij de voorbeeldafspraak staat

hoe de vereenvoudigde rittenregistratie eruitziet. U kunt deze

voorbeeldafspraak downloaden van www.belastingdienst.nl.

Als u de voorbeeldafspraak niet gebruikt of als u deze

wijzigt, kan het zijn dat de schriftelijke vastlegging van de

afspraak niet meer voldoet. Om dit te voorkomen kunt u uw

afspraak voor goedkeuring voorleggen aan Belastingdienst/

Oost/Landelijk Coördinatiecentrum Auto, Postbus 843,

7600 av Almelo.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 211

19.4.9 Schema ter beschikking gestelde bestelauto

Privégebruik bestelauto verboden

(zie paragraaf 19.4.2)

Bestelauto buiten werktijd niet te gebruiken

(zie paragraaf 19.4.3)

Bestelauto (bijna) uitsluitend geschikt voor

vervoer goederen (zie paragraaf 19.4.4)

Regeling privégebruik auto niet van toepassing

• Regeling privégebruik auto niet van toepassing

• Privékilometers x kilometerprijs = privégebruik

Bestelauto ingericht en uiterlijk herkenbaar Geen bijtelling

voor bepaalde diensten (zie paragraaf 19.3.10)

(Collectieve) afspraak met Belastingdienst

over privégebruik (zie paragraaf 19.3.11)

Doorlopend afwisselend gebruik bestelauto

Regeling privégebruik moeilijk individueel

toepasbaar (zie paragraaf 19.4.6)

Op kalenderjaarbasis maximaal 500 km

privé (zie paragraaf 19.3.12)

Verklaring geen privégebruik auto

(zie paragraaf 19.3.13)

Eindheffing € 300 op jaarbasis

(zie paragraaf 19.4.6).

Sluitende rittenregistratie

(zie paragraaf 19.3.15 en 19.4.8)

Ander bewijs (zie paragraaf 19.3.16)

nee



ja



Bijtelling: 14% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 5% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

CO2-uitstoot niet meer dan 95 of 110 gram

per kilometer (zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

CO2-uitstoot niet meer dan 116 of 140

gram per kilometer (zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

Privégebruik 25% van de waarde in het economische

verkeer (zie paragraaf 19.3.4 en 19.3.17)

Bijtelling: 20% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 11% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling:

- Bestelauto jonger dan 15 jaar: 25% van de grondslag (zie paragraaf 19.3.4)

- Bestelauto 15 jaar of ouder: 35% van de waarde bestelauto in het economische verkeer (zie paragraaf 19.3.4 en 19.3.17)

Bestelauto zonder CO2-uitstoot

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: 0% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

Excessief privégebruik

(zie paragraaf 19.3.4)

Bijtelling: werkelijke waarde van het

privégebruik minus 25% van de grondslag

(zie paragraaf 19.3.4)

nee


nee


nee


nee


nee


ja


ja

ja


ja

ja


nee

nee



nee


nee


nee


nee


ja


nee

nee



ja


ja

ja


nee

nee



nee


ja


ja

ja


ja

ja


ja

ja


Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 212

19.5 Reizen met een ander

vervoermiddel van de zaak

Als u een ander vervoermiddel dan een personen- of bestelauto

aan uw werknemer ter beschikking stelt, zoals een

motor, bromfiets of fiets, is de waarde in het economische

verkeer van het privégebruik loon voor de loonheffingen.

Deze waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd

met de werkelijke kilometerprijs en verminderd met de

eigen bijdrage van uw werknemer voor het privégebruik.

De waarde kan per saldo niet negatief zijn. Bij de berekening

van het aantal privékilometers zijn de kilometers voor

woon-werkverkeer zakelijk.

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u dit loon ook als

eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Als u aan uw werknemer een fiets ter beschikking stelt, kan

de zogenoemde fietsregeling gelden (zie paragraaf 19.7).

Deze regeling is niet van toepassing als u gebruikmaakt van

de werkkostenregeling.

Als u een vervoermiddel ter beschikking stelt aan uw werknemer,

is er sprake van vervoer vanwege de werkgever. U

kunt daarvoor aan uw werknemer geen onbelaste

kilometervergoeding

betalen (zie paragraaf 19.9).

19.6 Reizen met een taxi, boot of

vliegtuig

Als uw werknemer voor zijn werk met een taxi, boot of

vliegtuig reist, mag u de werkelijke reiskosten onbelast vergoeden.

Voor deze vervoermiddelen geldt niet de maximale

onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer en mag u

geen onbelaste vaste vergoeding geven.

Let op!

Dit geldt ook als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling.

19.7 Fietsen

In deze paragraaf leest u de regels die gelden als u een fiets aan

uw werknemer vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt.

Maakt u gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen, dan gelden er bijzondere regels: de

fietsregeling. Uw werknemer moet de fiets dan wel gebruiken

op meer dan de helft van de dagen dat hij naar het werk

reist. U kunt ook gebruikmaken van de fietsregeling voor

een fiets met elektrische trapondersteuning.

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, geldt de

fietsregeling niet.

In deze paragraaf komt aan bod:

• vergoeden van een fiets (zie paragraaf 19.7.1)

• verstrekken van een fiets (zie paragraaf 19.7.2)

• ter beschikking stellen van een fiets (zie paragraaf 19.7.3)

• met de fiets samenhangende zaken en fietsverzekering

(zie paragraaf 19.7.4)

• schema fiets (zie paragraaf 19.7.5)

• personeelslening voor (elektrische) fiets of elektrische

scooter (zie paragraaf 19.7.6)

19.7.1 Vergoeden van een fiets

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Heeft uw werknemer zelf een fiets gekocht voor het woonwerkverkeer,

dan kunt u de aankoopprijs van de fiets onbelast

vergoeden. U mag dan in het kalenderjaar en de twee

voorafgaande kalenderjaren geen fiets hebben vergoed,

verstrekt of ter beschikking gesteld. Als de fiets duurder is

dan € 749, mag u het meerdere niet onbelast vergoeden.

Let op!

Als u de aankoopprijs van een fiets in delen vergoedt, begint de termijn

van drie kalenderjaren – het jaar van aankoop van de fiets door de

werknemer en de twee volgende kalenderjaren – bij de eerste

deelvergoeding.

U mag aan uw werknemer verder een onbelaste (vaste) vergoeding

betalen voor zakelijke reizen waarvoor hij de fiets

gebruikt (zie paragraaf 19.1.1 en 19.1.2). Over het vergoeden

van stallingskosten en het ter beschikking stellen van een

stallingsplaats vindt u informatie in paragraaf 19.10.1.



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Heeft uw werknemer zelf een fiets gekocht, dan is de

vergoeding van die fiets loon van de werknemer. Maar

u mag dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen

in uw vrije ruimte.

U mag uw werknemer een onbelaste (vaste) vergoeding

betalen voor zakelijke reizen waarvoor hij de fiets gebruikt

(zie paragraaf 19.1.1 en 19.1.2). Informatie over het vergoeden

van stallingskosten en het ter beschikking stellen van

een stallingsplaats, vindt u in paragraaf 19.10.1.



19.7.2 Verstrekken van een fiets

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Hebt u aan uw werknemer voor woon-werkverkeer een fiets

verstrekt, dan wordt uw werknemer eigenaar van de fiets.

U hoeft niets bij het loon te tellen als de waarde in het

economische verkeer van de fiets niet hoger is dan € 749.

U mag hiervoor

in het kalenderjaar en de twee voorafgaande

kalenderjaren geen fiets hebben vergoed, verstrekt of ter



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 213

beschikking gesteld. Ook fietsen met een waarde in het economische

verkeer van meer dan € 749 vallen onder de regeling.

De waarde boven € 749 moet u bij het loon tellen.



Let op!

De termijn van drie kalenderjaren begint op het moment waarop u de

fiets verstrekt.

U mag aan uw werknemer verder een onbelaste (vaste)

vergoeding betalen voor zakelijke reizen waarvoor hij de fiets

gebruikt (zie paragraaf 19.1.1 en 19.1.2). Over het vergoeden

van stallingskosten en het ter beschikking stellen van een

stallingsplaats vindt u informatie in paragraaf 19.10.1.



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Hebt u aan uw werknemer een fiets verstrekt, dan wordt uw

werknemer eigenaar van de fiets. De factuurwaarde of de

waarde in het economische verkeer van de fiets is loon van

uw werknemer. Maar u mag dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

U mag uw werknemer een onbelaste (vaste) vergoeding

betalen voor zakelijke reizen waarvoor hij de fiets gebruikt

(zie paragraaf 19.1.1 en 19.1.2). Informatie over het vergoeden

van stallingskosten en het ter beschikking stellen van

een stallingsplaats, vindt u in paragraaf 19.10.1.

19.7.3 Ter beschikking stellen van een fiets

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Hebt u aan uw werknemer voor woon-werkverkeer een fiets

ter beschikking gesteld, dan blijft de fiets uw eigendom. U

hoeft niets bij het loon te tellen als de catalogusprijs (inclusief

omzetbelasting) niet hoger is dan € 749. U mag hiervoor

in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren

geen fiets hebben vergoed, verstrekt of ter beschikking

gesteld. Als de catalogusprijs van de fiets hoger is dan € 749,

moet u de waarde van het privégebruik tot het loon rekenen.

Let op!

De termijn van drie kalenderjaren begint op het moment waarop

u de fiets ter beschikking stelt.

U mag aan uw werknemer geen onbelaste (vaste)

vergoeding betalen voor reizen waarvoor hij de fiets

gebruikt, omdat er sprake is van vervoer vanwege de werkgever

(zie paragraaf 19.9). Over het vergoeden van stallingskosten

en het ter beschikking stellen van een stallingsplaats

vindt u informatie in paragraaf 19.10.2.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Als u een fiets aan uw werknemer ter beschikking stelt, dan

blijft de fiets uw eigendom. De waarde in het economische

verkeer van het privégebruik is loon van de werknemer.

Deze waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd

met de kilometerprijs. Een eigen bijdrage van uw werknemer

voor het privégebruik trekt u hiervan af. Als dat een

negatief bedrag oplevert, mag u dat niet van het loon aftrekken.

Kilometers voor woon-werkverkeer rekent u tot de

zakelijke kilometers.

U mag uw werknemer geen onbelaste (vaste) vergoeding

betalen voor zakelijke reizen waarvoor hij de fiets gebruikt,

omdat er sprake is van vervoer vanwege de werkgever

(zie paragraaf 19.9). Informatie over het vergoeden van

stallingskosten en het ter beschikking stellen van een stallingsplaats

vindt u in paragraaf 19.10.2.



19.7.4 Met de fiets samenhangende zaken

en fietsverzekering

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije

vergoedingen en verstrekkingen

U mag aan uw werknemer bij elkaar voor maximaal € 82 per

kalenderjaar onbelast vergoeden of verstrekken voor met de

fiets samenhangende zaken. Voorbeelden hiervan zijn:

• reparaties

• een extra slot

• een steun voor de tas

• een regenpak

Verder mag u ook een fietsverzekering onbelast vergoeden

of verstrekken. Zaken die uw werknemer ook zonder de fiets

gebruikt, zoals warme kleding, mag u niet onbelast vergoeden

of verstrekken.

Voorwaarde voor deze regeling is dat uw werknemer de fiets

gebruikt op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij

voor woon-werkverkeer reist.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Een vergoeding voor of een verstrekking van met de fiets

samenhangende zaken en een fietsverzekering is loon van

de werknemer. Maar u mag dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

Als u een fiets ter beschikking stelt, mag u de kosten van

reparaties, een extra slot of een steun voor de tas onbelast

vergoeden. Een regenpak dat u aan uw werknemer vergoedt,

verstrekt of ter beschikking stelt, is wel loon van uw

werknemer. Maar u mag dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 214

19.7.5 Schema fiets

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Gebruik het schema hierna als uw werknemer met de fiets

reist.

Oude regeling: schema fiets

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Gebruik het schema hierna als uw werknemer per

openbaar vervoer reist.

Werkkostenregeling: schema fiets

19.7.6 Personeelslening voor (elektrische) fiets

of elektrische scooter

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Een rentevoordeel in verband met een geldlening voor de

aankoop van een (elektrische) fiets of elektrische scooter is

belast. Het rentevoordeel wordt berekend met een normpercentage.

Dit percentage is in 2011 2,5%. Zie voor meer

informatie paragraaf 18.35.

U verstrekt of vergoedt een fiets. De fietsregeling is van toepassing

(paragraaf 19.7.1. en 19.7.2).

U stelt een fiets ter beschikking. De fietsregeling is van toepassing

(paragraaf 19.7.3).

De vergoeding of verstrekking van de fiets is

belast.


Voor reizen: een vergoeding van maximaal

€ 0,19 per kilometer is onbelast.

De terbeschikkingstelling is onbelast als de

catalogusprijs van de fiets € 749 of minder is.

Voor reizen: geen onbelaste vergoeding.

Een bedrag tot en met € 749 is onbelast.

nee



ja



ja


nee



ja

nee


ja



Een vergoeding van maximaal

€ 0,19 per kilometer is onbelast.

nee



Het privégebruik van de fiets is belast. 



U stelt een fiets ter beschikking. • Privégebruik: prijs per kilometer x aantal

kilometers is belast

• Zakelijk gebruik: een vergoeding is belast

U vergoedt of verstrekt een fiets. • De vergoeding of verstrekking van de fiets

is loon van de werknemer of

eindheffingsloon in de vrije ruimte

• Zakelijk gebruik: onbelaste (vaste)

vergoeding

nee



ja



ja

U vergoedt de met een fiets van de ja

werknemer gereden kilometers.

nee


• Zakelijke kilometers: maximaal € 0,19 per

kilometer is onbelast

• Privégebruik: de vergoeding is belast



U maakt gebruik van de werkkostenregeling

U mag uw werknemer een renteloze of laagrentende personeelslening

geven voor de aankoop van een (elektrische)

fiets of elektrische scooter. Het rentevoordeel is onbelast

(zie paragraaf 18.35).

19.8 Carpoolregeling

Het kan zijn dat uw werknemer een of meer collega’s in de

auto meeneemt naar de arbeidsplaats, het zogenoemde carpoolen.

Voor de vraag welke onbelaste reiskostenvergoedinBelastingdienst

| Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 215

gen u dan kunt betalen, onderscheiden we de volgende

situaties:

• Uw werknemer reist met een eigen auto (zie paragraaf

19.8.1).


• Uw werknemer reist met een auto van de zaak (zie

paragraaf 19.8.2).



19.8.1 Uw werknemer reist met een eigen auto

U mag aan uw werknemer de onbelaste maximale vergoeding

van € 0,19 per kilometer betalen (zie paragraaf 19.1.1).

Als u het carpoolen zelf organiseert en regelt dat uw werknemer

een of meer collega’s ophaalt, moet hij misschien

omrijden. Dan mag u uw werknemer ook voor de omrijkilometers

een onbelaste vergoeding betalen van maximaal

€ 0,19 per kilometer. Voor de collega’s die meerijden, is er

sprake van vervoer vanwege de werkgever (zie paragraaf 19.9).

U mag aan hen geen onbelaste vergoeding betalen.

Als uw werknemer zélf besluit om een of meer collega’s

mee te nemen, mag u ook aan die collega(’s) een onbelaste

vergoeding betalen van maximaal € 0,19 per kilometer.

U mag dan aan uw werknemer die rijdt, geen onbelaste

vergoeding betalen voor eventuele omrijkilometers,

omdat deze kilometers een privékarakter hebben.



Let op!

U organiseert het carpoolen niet zelf als u bijvoorbeeld voor uw

werknemers een belangstellingsregistratie bijhoudt. En ook niet als

u uw werknemers vraagt om aan u door te geven hoe zij het carpoolen

hebben georganiseerd.

19.8.2 Uw werknemer reist met een auto

van de zaak

Als uw werknemer met een auto van de zaak reist, is voor

hem sprake van vervoer vanwege de werkgever. U mag hem

dan geen onbelaste reiskostenvergoeding betalen (zie

paragraaf 19.9).

Als u zelf organiseert dat uw werknemer in de auto van

de zaak een of meer collega’s meeneemt, is er ook voor

die collega(’s) sprake van vervoer vanwege de werkgever.

Dan mag u ook aan hen geen onbelaste reiskostenvergoeding

betalen.


Als uw werknemer zelf besluit een of meer collega’s mee

te nemen in de auto van de zaak, mag u aan die collega(’s)

wel een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal

€ 0,19 per kilometer betalen.

19.9 Vervoer vanwege de werkgever

In de volgende situaties is er sprake van vervoer vanwege

de werkgever:

• U organiseert het vervoer van uw werknemer, bijvoorbeeld

met een personeelsbus of door een auto of fiets van de

zaak ter beschikking te stellen.

• U regelt dat uw werknemer meerijdt in het privévervoermiddel

van een collega die daarvoor een vergoeding krijgt.

• Uw werknemer reist per openbaar vervoer met vervoerbewijzen

die u hebt gekocht.

U mag in deze situaties geen onbelaste kilometervergoeding

betalen.


19.10 Parkeergelegenheid

In deze paragraaf leest u met welke regels u rekening

moet houden als u aan uw werknemer parkeergelegenheid

vergoedt of verstrekt. Het maakt daarbij uit of:

• uw werknemer met een eigen vervoermiddel reist (zie

paragraaf 19.10.1)

• uw werknemer met een vervoermiddel van de zaak reist

(zie paragraaf 19.10.2)

In beide situaties moet u vervolgens kijken waar de parkeergelegenheid

zich bevindt: in of bij de woning van uw werknemer

of bij de plaats van de werkzaamheden. Bij een

parkeergelegenheid

in of bij de woning kunt u denken aan

een (vaste) parkeerplaats, parkeerdek, garage of oprijlaan

voor een auto, maar ook aan een stallingsruimte voor een

motor of een fiets. De plaats van de werkzaamheden kan de

vaste arbeidsplaats van uw werknemer zijn, maar ook het

adres van een klant.


1   ...   39   40   41   42   43   44   45   46   ...   55

  • 19.4.7 Verklaring geen privégebruik auto
  • 19.4.8 Vereenvoudigde rittenregistratie
  • Belastingdienst
  • 19.7.1 Vergoeden van een fiets U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling
  • 19.7.2 Verstrekken van een fiets U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • 19.7.3 Ter beschikking stellen van een fiets U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • 19.7.4 Met de fiets samenhangende zaken en fietsverzekering U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • Oude regeling: schema fiets U maakt gebruik van de werkkostenregeling
  • U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • 19.8.1 Uw werknemer reist met een eigen auto
  • 19.8.2 Uw werknemer reist met een auto van de zaak

  • Dovnload 2.98 Mb.