Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina44/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   40   41   42   43   44   45   46   47   ...   55

19.10.1 Uw werknemer reist met een eigen

vervoermiddel

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van

een parkeergelegenheid in of bij de woning van uw werknemer

is belast.

Het vergoeden van een parkeergelegenheid bij de plaats van

de werkzaamheden is belast voor zover deze vergoeding en

een kilometervergoeding van u (of een vast bedrag) samen

hoger zijn dan € 0,19 per kilometer (zie paragraaf 19.1.4).

Het verstrekken of ter beschikking stellen van een parkeergelegenheid

bij de plaats van de werkzaamheden is onbelast.

Denk hierbij aan een parkeerkaart voor het parkeren

bij de vaste arbeidsplaats van uw werknemer of bij het adres

van een klant.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van

een parkeergelegenheid in of bij de woning van uw werknemer

is belast.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 19 Vervoer en reiskosten | 216

Het vergoeden van een parkeergelegenheid bij de plaats van

de werkzaamheden is belast voor zover deze vergoeding en

een kilometervergoeding van u (of een vast bedrag) samen

hoger zijn dan € 0,19 per kilometer (zie paragraaf 19.1.4).

Het ter beschikking stellen van een parkeergelegenheid bij

de plaats van de werkzaamheden is onbelast als u voor deze

werkplek verantwoordelijk bent op grond van de Arbeidsomstandighedenwet.

U bent bijvoorbeeld niet verantwoordelijk

voor een werkplek bij een klant of in de (vakantie-)

woning van uw werknemer. Zie voor meer informatie over

het begrip ‘werkplek’ paragraaf 17.1.4.

Het verstrekken van parkeergelegenheid bij de plaats van de

werkzaamheden, bijvoorbeeld een parkeerkaart voor het parkeren

bij het adres van een klant, is loon van de werknemer.

Maar u mag dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen

in uw vrije ruimte.

19.10.2 Uw werknemer reist met een

vervoermiddel van de zaak

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van

een parkeergelegenheid in of bij de woning van uw werknemer

is belast.

Het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van

een parkeergelegenheid bij de plaats van de werkzaamheden

is onbelast.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Het vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van een

parkeergelegenheid is onbelast. Daarbij geldt het volgende:

• Heeft uw werknemer een parkeervergunning op zijn

naam voor een parkeergelegenheid bij zijn woning die

ook gebruikt kan worden voor andere auto’s? Dan is de

vergoeding van de kosten van de parkeervergunning of de

verstrekking of terbeschikkingstelling ervan loon van uw

werknemer. U mag dit loon ook als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte.

• Heeft uw werknemer een parkeervergunning die alleen

bestemd is voor de auto van de zaak (op kenteken), dan

kunt u de kosten voor de vergunning onbelast vergoeden.

Hebt u de vergunning verstrekt of ter beschikking gesteld,

dan is dit onbelast.

• Als de werknemer de auto van de zaak in zijn garage zet, is

er sprake zijn van een verhuursituatie. U kunt de werknemer

voor het gebruik van de garage een onbelaste vergoeding

geven. Als de garage geheel of gedeeltelijk ter

beschikking van uw werknemer blijft staan, bijvoorbeeld

voor opslag, is een vergoeding voor het gebruik van de

garage loon van uw werknemer. U mag dit loon ook als

eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

19.11 Reiskosten voor periodiek

gezinsbezoek

Reiskostenvergoedingen aan werknemers die in de plaats

waar ze werken, verblijven (bijvoorbeeld op kamers of

intern) en die periodiek hun gezin bezoeken, gelden niet als

loon. Voor deze reiskostenvergoedingen gelden dezelfde

regels als voor andere zakelijke reizen (zie paragraaf 19.1 en

19.2). Als uw werknemer een eigen vervoermiddel gebruikt,

mag u hem dus maximaal € 0,19 per kilometer onbelast vergoeden.

U mag ook met uw werknemer een vaste kostenvergoeding

afspreken (zie paragraaf 19.1.2). Als uw werknemer

per taxi, boot of vliegtuig reist, mag u de werkelijke reiskosten

onbelast vergoeden (zie paragraaf 19.6).



Let op!

Ook als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, is een vergoeding

van maximaal € 0,19 onbelast. Als u een hogere vergoeding aan uw

werknemer betaalt, is het meerdere loon van de werknemer. U kunt

dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

19.12 Tijdelijk ander vervoer door

wegwerkzaamheden

Voor tijdelijk, speciaal georganiseerd, vervoer van werknemers

bij wegwerkzaamheden geldt een algemene regeling.

Voorwaarde is dat het bedrijfsleven en de overheid samen

de kosten van dit vervoer betalen. Daarbij moet de overheid

meer dan de helft van de kosten betalen. Het vervoer kan

met het bestaande openbaar vervoer gebeuren, maar ook

met bijvoorbeeld shuttlebussen tussen een station en de

arbeidsplaats(en). Het recht op het speciaal georganiseerde

vervoer is voor maximaal 24 maanden onbelast voor de

loonheffingen.

Als uw werknemer een onbelaste reiskostenvergoeding

krijgt, mag u deze na het begin van de werkzaamheden

maximaal 24 maanden onbelast doorbetalen.



Let op!

De regeling voor tijdelijk, speciaal georganiseerd, vervoer van

werknemers bij wegwerkzaamheden geldt niet als u gebruikmaakt van

de werkkostenregeling. Krijgt uw werknemer een reiskostenvergoeding

voor dit soort vervoer, dan is dat loon van de werknemer. Maar u mag

dit loon ook als eindheffingsloon onderbrengen in uw vrije ruimte.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 20 Spaarregelingen | 217

20 Spaarregelingen

In dit hoofdstuk behandelen we de volgende spaarregelingen

waarmee het mogelijk is om belastingvrij te sparen:

• spaarloonregeling (zie paragraaf 20.1)

• levensloopregeling (zie paragraaf 20.2)

20.1 Spaarloonregeling

Met een spaarloonregeling kunnen werknemers met loon

uit tegenwoordige dienstbetrekking belastingvrij een deel

van hun brutoloon sparen. De spaarloonregeling moet aan

de volgende voorwaarden voldoen:

• De regeling moet schriftelijk zijn vastgelegd.

• Deelname aan de regeling moet openstaan voor ten

minste driekwart van uw werknemers.

• Deelname aan de regeling moet vrijwillig zijn.

• De gespaarde bedragen moeten op een aparte spaarrekening

worden gestort. Deze spaarrekening moet

op naam van de werknemer staan.

• De gespaarde bedragen moeten in de regel ten minste

vier jaar op de spaarrekening blijven staan.

Het is niet noodzakelijk dat driekwart van de werknemers

ook daadwerkelijk deelneemt aan de regeling. Of wordt

voldaan aan de driekwarteis, moet u beoordelen aan de

hand van de situatie op het moment dat de vrijstelling

wordt toegepast. Hierbij hoeft u geen rekening te houden

met werknemers die doorgaans minder dan acht uur

per week of minder dan een maand per jaar werken.

Gebruikelijk is dat de bedragen op een aparte spaarrekening

(spaarloonrekening) worden gestort bij een bankinstelling.

Op deze spaarrekening

mogen geen andere bedragen

worden gestort.



Spaarloonregeling voor één dienstbetrekking

Een werknemer kan slechts bij één werkgever deelnemen

aan de spaarloonregeling. Als een werknemer bij u wil

sparen via de spaarloonregeling, dan moet worden voldaan

aan de volgende twee voorwaarden:

• De werknemer is sinds 1 januari 2011 bij u in dienst.

• U past voor die werknemer sinds 1 januari 2011 de

algemene heffingskorting toe.

Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij

u in dienst treedt, kan hij dus niet van uw spaarloonregeling

gebruikmaken.

Let op!

Als een werknemer van dienstbetrekking verandert binnen een samenhangende

groep inhoudingsplichtigen, dan mag de werknemer de

spaarloonregeling voortzetten bij de nieuwe werkgever. Meer informatie

over het begrip ‘samenhangende groep inhoudingsplichtigen’ vindt u

in paragraaf 3.2.1.

Uitsluiting directeur-grootaandeelhouder

Als u uitsluitend de grootaandeelhouder (eventueel samen

met zijn partner) in dienst hebt, kan er geen spaarloonregeling

worden getroffen. Onder een grootaandeelhouder

wordt in dit verband iemand verstaan die, al dan niet samen

met zijn partner en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte

lijn, direct of indirect, voor ten minste eenderde gedeelte

van het geplaatste aandelenkapitaal aandeelhouder is.



Spaarbedragen

Voor de spaarloonregeling geldt een maximaal belastingvrij

bedrag van € 613 per kalenderjaar. Het is mogelijk dit

jaarbedrag gespreid over het jaar te sparen, bijvoorbeeld

maandelijks 1/12, of om het jaarbedrag in één keer te

sparen, bijvoorbeeld bij de uitbetaling van het vakantiegeld.



Aandelen

Spaarloon kan ook bestaan uit (certificaten van) aandelen

van uw onderneming. In dat geval wordt de vrijstelling

van € 613 verdubbeld voor zover in die aandelen wordt

gespaard. Als de (certificaten van) aandelen worden

gehouden door een andere rechtspersoon, dan kunnen

de bewijzen van deelgerechtigdheid ook worden gelijkgesteld

met aandelen.



Voorbeeld

Een werknemer laat op zijn loon € 413 inhouden als spaarloon. Zijn werkgever

verstrekt voor de resterende ruimte aandelen in het bedrijf. Deze

resterende ruimte is dan € 613 - € 413 = € 200. Deze ruimte mag vervolgens

worden verdubbeld, zodat de werknemer € 400 in aandelen mag krijgen.

Aandelenopties

Spaarloon kan ook bestaan uit aandelenopties. De spaarloonregeling

moet duidelijk bepalen wanneer, tot welk

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 20 Spaarregelingen | 218

bedrag en welke opties worden toegekend. U moet in

de spaarloonregeling de voorwaarde opnemen dat de

werknemers de waarde van opties in geld op de geblokkeerde

spaarloonrekening storten als zij het optierecht

binnen de blokkeringstermijn van ten minste vier jaar

uitoefenen, vervreemden of afkopen. Voor aandelenopties

geldt dezelfde verdubbeling van de vrijstelling als bij

spaarloon in de vorm van aandelen.

Winstdeling

Het spaarloon kan ook bestaan uit een winstaandeel

op grond van een winstdelingsregeling die voldoet

aan de voorwaarden van de spaarloonregeling.



Eindheffing

Bij de spaarloonregeling moet u als werkgever 25% eindheffing

betalen over het spaarloon. Over het spaarloon hoeft

u geen premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw

te betalen (zie ook paragraaf 22.6).

In deze paragraaf lichten we de volgende onderwerpen

verder toe:

• effectensparen (zie paragraaf 20.1.1)

• toegestane bestedingen bij een spaarloonregeling

(zie paragraaf 20.1.2)

• beëindiging deelname aan een spaarloonregeling

(zie paragraaf 20.1.3)

• administratieve verplichtingen bij een spaarloonregeling

(zie paragraaf 20.1.4)

• boeking in de loonstaat (zie paragraaf 20.1.5)

• geen samenloop met levensloopregeling

(zie paragraaf 20.1.6)

20.1.1 Effectensparen

Bij een spaarloonregeling is toegestaan dat spaargeld wordt

omgezet in effecten (inclusief transactiekosten). De effecten

mogen gedurende de spaartermijn van vier jaar niet worden

bezwaard. De aan- en verkoop van de effecten moet geschieden

door uw bemiddeling of door een in de spaarregeling

aangewezen instelling. Deze moet ook de bewaring van

de effecten verzorgen. Bij verkoop van de effecten vóór

de afloop van de spaartermijn moet de verkoopopbrengst

onmiddellijk op de spaarrekening worden teruggestort.

Bij verkoop met winst hoeft alleen het aankoopbedrag

te worden teruggestort.



20.1.2 Toegestane bestedingen bij een

spaarloonregeling

Gedurende de spaartermijn van ten minste vier jaar mag

de werknemer niet over de spaargelden beschikken. Dit

is anders als het geld wordt opgenomen voor een beperkt

aantal toegestane bestedingsdoeleinden. Het voortijdig

opnemen van spaargelden in verband met een in de

regeling toegestane besteding wordt ook wel deblokkeren

genoemd. Voorwaarde voor alle deblokkeringen is dat de

bestedingsdoeleinden zijn opgenomen in uw eigen

spaarloonregeling.



Let op!

Vanaf 15 september 2010 zijn spaarloontegoeden die werknemers

in de periode van 2006 tot en met 2009 hebben opgebouwd, vrijgegeven.

Uw werknemers kunnen dit spaarloon dus laten deblokkeren en

belastingvrij opnemen.

De spaarregeling mag voor de volgende bestedingen

gebruikt worden:

• aankoop eigen woning

• bepaalde verzekeringspremies

• stortingen op bepaalde spaarrekeningen

of beleggingsrechten

• onbetaald verlof

• start van een eigen onderneming

• studiekosten

• kosten kinderopvang

• kosten procedure Erkenning verworven competenties

(evc-procedure) of behalen van een ervaringscertificaat

Spaargelden die in verband met toegestane bestedingen

worden opgenomen, genieten toch de fiscale faciliteiten,

met andere woorden: het spaarloon blijft voor de werknemer

belastingvrij. ‘In verband met’ wil zeggen dat de

opname moet plaatsvinden binnen zes maanden nadat

de betreffende besteding heeft plaatsgevonden. In deze

paragraaf lichten we de bestedingen verder toe.



Aankoop eigen woning

Onder een eigen woning wordt een woning verstaan – in

binnen- of buitenland – die eigendom is van de werknemer

of zijn fiscale partner en die de werknemer als hoofdverblijf

gaat gebruiken. De verwerving van het lidmaatschap van

een coöperatieve flatvereniging kan worden aangemerkt

als de verwerving van een eigen woning. Geen toegestane

bestedingen zijn bijvoorbeeld:

• de aankoop van een tweede woning

• kosten van verbouwen of verbeteren van een eigen woning

• de aflossing van een hypothecaire geldlening die is

aangegaan voor de verwerving van een eigen woning

De werknemer mag de bestedingen voorschieten. De

spaargelden moeten dan wel binnen zes maanden worden

gedeblokkeerd.

Bepaalde verzekeringspremies

De spaargelden mogen voor de volgende verzekeringspremies

worden gebruikt:

• bepaalde lijfrentepremies

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

• De premies zijn geen pensioenpremies.

• De werknemer moet de premies zelf betalen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 20 Spaarregelingen | 219

• De lijfrente mag niet eerder ingaan dan in het vijfde

jaar nadat de premies zijn voldaan.

• De polis moet deel uitmaken van het vermogen van

de werknemer of zijn fiscale partner.

• De verzekering is gesloten bij een toegelaten verzekeraar.

• premies voor een kapitaalverzekering

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

• De premies zijn geen pensioenpremies.

• De verzekering is gesloten door de werknemer of zijn

fiscale partner.

• De verzekering is gesloten op het leven van de

werknemer en/of op het leven van zijn fiscale partner

en/of op het leven van zijn kinderen voor wie hij recht

heeft op kinderbijslag of die zelf recht hebben

op studiefinanciering.

• De verzekering is een levensverzekering in de zin van

artikel 1, lid 1 van de Wet op het financieel toezicht.

• De verzekering is gesloten bij een levensverzekeraar

als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet op het

financieel toezicht.

• Voor zover het tijdstip van de uitkeringen niet wordt

bepaald door het overlijden van de verzekerde, voorziet

de verzekering in een looptijd van ten minste vier jaar.

• De polis maakt deel uit van het vermogen van de

werknemer of zijn fiscale partner.

• pensioenpremies

Vrijwillige bijdragen in een pensioenregeling en premies

voor een vrijwillig afgesloten aanvullende pensioenregeling

kunnen ten laste van het ingehouden spaargeld

worden betaald.

• spaarcontract met levensverzekering

Hierbij gelden dezelfde voorwaarden als bij de kapitaalverzekering.

Bovendien moet deze verzekering zijn

gesloten met een spaarbank, een handelsbank, een

landbouwkredietinstelling, een bouwkas, een spaarfonds,

een verzekeringsmaatschappij of een daarmee

vergelijkbare andere rechtspersoon met volledige

rechtsbevoegdheid.

Stortingen op bepaalde spaarrekeningen of beleggingsrechten

Uw werknemer mag het spaarloon ook opnemen om te

storten op spaarrekeningen of beleggingsrechten bij

banken of beleggingsinstellingen. Het gaat om de volgende

rekeningen of rechten:

• de spaarrekening eigen woning

• het beleggingsrecht eigen woning

• de lijfrentespaarrekening

• het lijfrentebeleggingsrecht

De spaarrekeningen en beleggingsrechten moeten voldoen

aan de voorwaarden zoals deze gelden voor de

inkomstenbelasting.



Onbetaald verlof

Wanneer een werknemer tijdens zijn dienstverband (gedeeltelijk)

onbetaald verlof opneemt, mag hij, ter compensatie van

het loon dat hij mist als gevolg van dat verlof, spaargelden

opnemen. De werknemer mag maximaal 50% opnemen

van het bedrag waarmee het loon wordt verminderd. Bij de

berekening van het loon dat wordt gederfd, moet worden

gekeken naar het brutoloon zoals dat ook geldt voor toepassing

van de diensttijdvrijstelling (zie ook paragraaf 18.14).

Start van een eigen onderneming

Als uw werknemer een eigen onderneming wil starten, mag

u het spaarloontegoed laten deblokkeren tot zes maanden

na de start van die onderneming. Uw werknemer moet dan

wel een beschikking hebben waaruit blijkt dat hij als

ondernemer winst uit onderneming zal hebben. Deze

beschikking kan hij aanvragen bij zijn belastingkantoor.

De periode van zes maanden wordt verlengd met de periode

die ligt tussen de aanvraag van de beschikking en de afgifte

ervan. In de beschikking is de uiterste datum opgenomen

waarop de werknemer nog vrij over zijn spaargelden kan

beschikken.



Let op!

Het is niet mogelijk om het spaarloontegoed te laten deblokkeren als

uw werknemer een eigen onderneming start in de vorm van een bv.

Studiekosten

De werknemer mag ook spaargelden opnemen om

studiekosten te dekken die hij moet betalen. Onder studie

wordt hier verstaan een opleiding of studie met het oog

op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Ook

cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies,

studiereizen en dergelijke komen hiervoor in aanmerking.

Tot de kosten worden niet gerekend kosten in verband met

een werk- of studeerruimte en kosten voor binnenlandse

reizen voor zover deze meer bedragen dan € 0,19 per

kilometer. Aflossingen van studie(financierings)schulden

zijn ook geen studiekosten.



Kosten kinderopvang

Uw werknemer mag spaargelden opnemen voor gemaakte

kosten van kinderopvang zoals bedoeld in de Wet kinderopvang.

Het bedrag waarover de werknemer binnen de

spaartermijn van vier jaar mag beschikken, bedraagt

maximaal 1/6e deel van de aan de werknemer of zijn partner

in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang.

Kosten procedure Erkenning verworven competenties

Uw werknemer kan in 2011 met een procedure Erkenning

verworven competenties (evc-procedure) laten vaststellen

welke competenties hij door werkervaring heeft opgedaan

en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig

heeft. Het volgen van een evc-procedure staat gelijk aan het



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 20 Spaarregelingen | 220

behalen van een ervaringscertificaat. Als uw werknemer de

kosten zelf betaalt, kan hij deze kosten volgens de regeling

Uitgaven scholingskosten aftrekken voor de inkomstenbelasting.

Voor deze scholingskosten mag u het spaarloontegoed laten

deblokkeren. Voorwaarde hiervoor is dat de werknemer de

kosten zelf betaalt.

U mag een EVC- procedure onbelast verstrekken of de kosten

ervan onbelast vergoeden (zie paragraaf 18.45). U hebt

dan ook recht op de afdrachtvermindering onderwijs

(zie paragraaf 23.2.8).



20.1.3 Beëindiging deelname aan een

spaarloonregeling

Een spaarloonregeling mag de mogelijkheid bieden de

spaartegoeden bij beëindiging van deelname aan de

regeling door ontslag of overlijden op de spaarrekening

te laten staan gedurende de resterende spaartermijn.

Na beëindiging van de spaartermijn komen de gelden dan

op de gebruikelijke wijze ter beschikking van de werknemer

of zijn erfgenamen (zie ‘postuum loon’ paragraaf 8.2.3).

Als uw regeling daarin voorziet, dan kunnen de werknemer

of zijn erfgenamen ook besluiten het tegoed op te nemen.

In dat geval moet voor elke volle maand dat het spaarloon

eerder binnen de termijn van vier jaar wordt opgenomen,

over een evenredig gedeelte loonheffingen worden betaald.

Bij ontslag moet de keuze om het spaarloon eerder op te nemen

uiterlijk bij het einde van de dienstbetrekking worden gemaakt.

Let op!

U hebt als inhoudingsplichtige geen recht op teruggaaf van eindheffing.

Voorbeeld

Een werknemer spaart vanaf 1 januari 2011 op grond van een spaarloonregeling

iedere maand € 51,08. Op 1 mei 2011 neemt hij ontslag en neemt

hij zijn spaartegoed op. U moet dan over de volgende bedragen loonheffingen

betalen:

over januari: 44/48 x € 51,08 = € 46,82

over februari: 45/48 x € 51,08 = € 47,88

over maart: 46/48 x € 51,08 = € 48,95

over april: 47/48 x € 51,08 = € 50,01

U moet de loonheffingen dus berekenen over

46,82 + € 47,88 + € 48,95 + € 50,01 = € 193,66.


1   ...   40   41   42   43   44   45   46   47   ...   55

  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling
  • 19.10.2 Uw werknemer reist met een vervoermiddel van de zaak U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • Belastingdienst
  • Spaarloonregeling voor één dienstbetrekking
  • Uitsluiting directeur-grootaandeelhouder
  • Aandelenopties
  • 20.1.2 Toegestane bestedingen bij een spaarloonregeling
  • Bepaalde verzekeringspremies
  • Stortingen op bepaalde spaarrekeningen of beleggingsrechten
  • Start van een eigen onderneming
  • Kosten procedure Erkenning verworven competenties
  • 20.1.3 Beëindiging deelname aan een spaarloonregeling
  • Let op! U hebt als inhoudingsplichtige geen recht op teruggaaf van eindheffing. Voorbeeld

  • Dovnload 2.98 Mb.