Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina47/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   55

Jaar

Kostenvergoeding

Enkelvoudig

tarief

Loonbelasting/premie

volksverzekeringen

2007 € 1.000 42% € 420

2008 € 1.000 42% € 420

Eindheffing € 840

Wij verhogen dit bedrag eventueel met een boete en heffingsrente.

De loonbelasting/premie volksverzekeringen over het nettovoordeel van

840 wordt als volgt berekend:



Jaar

Kostenvergoeding

Tabeltarief

Loonbelasting/premie

volksverzekeringen

2011 € 840 72,40% € 608



De totale loonbelasting/premie volksverzekeringen die u moet betalen,

is dus € 840 + € 608 = € 1.448.

In dit voorbeeld zijn wij voor de berekening van de loonbelasting/

premie volksverzekeringen over het nettovoordeel

van € 840 in 2011 voor de eenvoud uitgegaan van de percentages

achter in dit handboek. In tabel 5 vindt u de percentages

die u moet gebruiken als u zelf eindheffing toepast. U

hoeft dan geen premies werknemersverzekeringen en bijdrage

Zvw te betalen. Voor loon waarbij door het opleggen

van een naheffingsaanslag eindheffing wordt toegepast,

moet u wél premies werknemersverzekeringen en bijdrage

Zvw betalen, tenzij u dat loon zelf in de eindheffing had

kunnen of moeten betrekken.



Let op!

Als u een naheffingsaanslag krijgt over een loonbestanddeel waarover

u eindheffing had moeten toepassen, wordt het eindheffingstarief

toegepast dat op het moment van de loonbetaling gold.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 22 Eindheffingen | 230

22.2 Tijdelijke knelpunten van

ernstige aard

Er kunnen omstandigheden zijn waardoor wij redelijkerwijs

niet van u kunnen verwachten dat u bepaalde loonbestanddelen

per werknemer afzonderlijk op een juiste, tijdige en

volledige manier verwerkt. Denk bijvoorbeeld aan technische,

administratieve of arbeidsrechtelijke problemen.

In deze omstandigheden kunnen wij bij een voor bezwaar

vatbare beschikking besluiten om voor deze loonbestanddelen

tijdelijk (in het algemeen maximaal een jaar) te

volstaan met eindheffing.



Let op!

Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw.

Eindheffing bij geschenken en verstrekkingen aan anderen

dan uw werknemers

U mag de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

voor uw rekening nemen voor geschenken aan uw zakelijke

relaties die u ook aan uw werknemers geeft. Dat kunt u

doen door over de geschenken eindheffing aan ons te

betalen. Uw relaties hoeven dan over deze geschenken geen

belasting meer te betalen.

U past bij deze geschenken aan zakelijke relaties een tarief

toe van 45% als de waarde van het geschenk of de verstrekking

niet meer is dan € 136. Is de waarde meer dan € 136,

dan past u over de gehele waarde een tarief toe van 75%.

De waarde in het economische verkeer van deze geschenken

mag per persoon maximaal € 272 per jaar zijn.

U mag deze eindheffing ook toepassen over de waarde in

het economische verkeer van goederen of diensten in de

promotionele sfeer en over de waarde van bonussen in de

vorm van spaarpunten (papier of digitaal). De maximumwaarde

van € 272 per jaar geldt hierbij niet. De waarde van

de spaarpunten is de gewogen gemiddelde waarde in het

economische verkeer van de goederen of diensten die tegen

inlevering van de spaarpunten worden verstrekt.

Voor alle geschenken, spaarpunten en dergelijke geldt dat u

aan de ontvanger moet meedelen dat u eindheffing toepast.

U kunt ook in uw algemene voorwaarden een bepaling

opnemen dat u over deze geschenken en verstrekkingen

eindheffing toepast. Verder moet u vastleggen wie de

ontvanger van het geschenk of de verstrekking is.

Het bedrag van de eindheffing vermeldt u in de aangifte

loonheffingen in de rubriek: ‘Eindheffing publiekrechtelijke

uitkeringen en tijdelijke knelpunten van ernstige aard.’



Let op!

U mag de eindheffing ook toepassen als de ontvanger van het geschenk

of de verstrekking geen natuurlijk persoon is, maar bijvoorbeeld een bv.

Berekening eindheffing bij tijdelijke knelpunten van

ernstige aard

Als u bij tijdelijke knelpunten van ernstige aard over bepaalde

looncomponenten eindheffing toepast, is het tabeltarief

van toepassing (zie paragraaf 22.13.1). Voor de eindheffing

bij geschenken en verstrekkingen aan anderen dan uw

werknemers geldt een vast tarief van 45% of 75%

(zie paragraaf 22.13.3).

22.3 Publiekrechtelijke uitkeringen

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de heffing

over bepaalde uitkeringen van publiekrechtelijke aard

plaatsvindt door middel van eindheffing. Dat is bij de

volgende uitkeringen gebeurd:

• uitkeringen op grond van de Uitkeringswet tegemoetkoming

twee- tot vijfjarige diensttijd veteranen

• tegemoetkomingen op grond van artikel 10 van de Wet

tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten



Let op!

Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw.

Berekening eindheffing over uitkeringen van

publiekrechtelijke aard

Als over uitkeringen van publiekrechtelijke aard wordt

geheven bij wijze van eindheffing, is het tabeltarief van

toepassing (zie paragraaf 22.13.1).

22.4 Bezwaarlijk te individualiseren loon

Over de hierna genoemde vormen van loon mag u eindheffing

toepassen. U mag ook kiezen voor de normale wijze

van heffen, waarbij u de loonheffingen op het loon van de

werknemer inhoudt.

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u deze eindheffing

niet toepassen.

Het gaat om de volgende vormen van loon:

• verkeersboetes die aan u als kentekenhouder zijn opgelegd

voor een verkeersovertreding van de werknemer en

die u niet op de werknemer verhaalt

• verstrekking van maaltijden in bedrijfskantines of

daarmee bij u gelijk te stellen ruimten, voor zover die

verstrekkingen niet zijn vrijgesteld

• aanspraken op grond van een ziektekostenregeling die

u in eigen beheer houdt



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 22 Eindheffingen | 231

• uitkeringen uit een overgangsregeling van vervallen

ziektekosten in eigen beheer (zie paragraaf 18.59)

• verstrekkingen met een waarde in het economische

verkeer van maximaal € 272 op jaarbasis en maximaal

€ 136 per verstrekking, bijvoorbeeld een cadeaubon,

fles wijn of cd

• verstrekking van achtergestelde vliegvervoerbewijzen

(zogenoemde ipb-tickets: indien plaats beschikbaar) door

luchtvaartmaatschappijen en aanverwante bedrijven

• (vergoedingen voor) beperkte rechten op (gedeeltelijk)

vrij reizen per Nederlands openbaar vervoer die niet zijn

vrijgesteld (zie ook paragraaf 19.2.3)

• het bovenmatige deel van de vergoeding voor (of verstrekking

van) extraterritoriale kosten: de 30%-regeling

(zie ook paragraaf 16.4)

• de belaste vergoeding van dubbele woonkosten of de verstrekking

van een tweede huisvesting

• het deel van de bijtelling privégebruik auto voor buitengewone

beveiligingsmaatregelen



Let op!

Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw.

Over verstrekkingen met een waarde in het economische

verkeer van maximaal € 272 op jaarbasis en maximaal € 136

per verstrekking, mag u eindheffing toepassen. Als voor

deze verstrekkingen een normbedrag geldt, mag u bij het

beoordelen van de vraag of de grens van € 136 / € 272 is overschreden,

uitgaan van het normbedrag in plaats van de

waarde in het economische verkeer.

Als de grens van € 272 wordt overschreden bij een verstrekking

met een waarde van maximaal € 136, hoeft niet het

hele bedrag volgens het normale tarief belast te worden. Tot

het bedrag van € 272 mag u eindheffing toepassen. Over het

meerdere is ook eindheffing mogelijk als de regeling voor

bovenmatige kostenvergoedingen en verstrekkingen (€ 200

per maand) nog ruimte biedt (zie paragraaf 22.8). Anders

moet u de loonheffingen op de normale manier berekenen

(zie hoofdstuk 5, 6 en 7).

Let op!

Geeft u hetzelfde geschenk dat u aan uw eigen werknemers verstrekt en

waarop u eindheffing toepast, tegelijkertijd ook aan andere relaties die

werkzaamheden voor u hebben verricht? Dan mag u de belasting die

uw relaties over de aanschafwaarde van het geschenk moeten betalen,

voor uw rekening nemen (zie paragraaf 22.2).

Hebt u werknemers die dubbele woonkosten hebben omdat

ze door de aard van hun werk buiten hun eigenlijke woonplaats

verblijven? En geeft u deze werknemers een vergoeding

voor deze dubbele woonkosten of biedt u hun deze

tweede huisvesting aan? Dan is die vergoeding of verstrekking

voor maximaal twee jaar onbelast. Na die twee jaar is

de vergoeding of verstrekking belast. Sinds 1 maart 2009

bestaat de mogelijkheid om deze belasting voor uw rekening

te nemen: u past dan eindheffing toe voor bezwaarlijk

te individualiseren loon. De dubbele huisvesting moet wel

veroorzaakt zijn door de aard van het werk en mag dus geen

persoonlijke redenen hebben.

Hebben uw werknemers een personenauto van uw onderneming?

Dan berekent u de waarde van het privégebruik

over de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto. Deze

grondslag wordt ook bepaald door buitengewone beveiligingsmaatregelen

die de fabrikant aanbrengt, bijvoorbeeld

kogelvrij glas, doorrijbanden en deur- of vloerbepantsering.

U mag de belasting over de bijtelling in verband met beveiligingsmaatregelen

sinds 1 maart 2009 voor uw rekening

nemen. U past in dat geval de eindheffing toe voor bezwaarlijk

te individualiseren loon over het deel van de bijtelling

dat is toe te rekenen aan de buitengewone beveiligingsmaatregelen.

U mag de eindheffing voor bezwaarlijk te individualiseren

loon niet toepassen als de hogere grondslag

het gevolg is van maatregelen voor de verkeersveiligheid.

Voorbeeld

De grondslag voor de bijtelling privégebruik auto van een extra beveiligde auto

is € 300.000, waarvan € 200.000 is toe te rekenen aan buitengewone beveiligingsmaatregelen.

Dus de grondslag voor de bijtelling privégebruik voor de

werknemer is € 100.000. Dit is gelijk aan de grondslag van een zelfde auto

zonder buitengewone beveiligingsmaatregelen. Het loontijdvak is een maand.

U past de eindheffing voor bezwaarlijk te individualiseren loon per



maand toe op € 4.166,66 (€ 200.000 x 25% x 1/12).

U telt per maand € 2.083,33 (€ 100.000 x 25% x 1/12) bij het loon van



uw werknemer.

Als u de eindheffing niet toepast, telt u € 6.250,00 (€ 300.000 x 25% x 1/12)

bij het loon van uw werknemer.

Berekening eindheffing over bezwaarlijk te

individualiseren loon

Als u kiest voor eindheffing over een of meer van de aangewezen

vormen van bezwaarlijk te individualiseren loon, is

het tabeltarief van toepassing (zie paragraaf 22.13.1).

22.5 Loon met een

bestemmingskarakter

Op een aantal vormen van loon met een bestemmingskarakter

moet u eindheffing toepassen. Het gaat hierbij om

de volgende vergoedingen en verstrekkingen in de sfeer van

kosten en schaden:

• vergoedingen van aan- en verkoopkosten van woningen

van werknemers bij bedrijfsverplaatsingen en andere

zakelijke verhuizingen (zie ook paragraaf 18.50)

• vergoedingen (en overeenkomstige verstrekkingen) van

parkeer-, veer- en tolgelden

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 22 Eindheffingen | 232

• vergoedingen van het verlies van een persoonlijke zaak

van de werknemer wegens diefstal of dergelijke

Het verlies moet zijn geleden bij het uitoefenen van de

dienstbetrekking.

• vergoedingen van schade die gewoonlijk niet wordt verzekerd,

zoals de schade bij overstromingen en aardbevingen

en dergelijke

• toeslagen als bedoeld in artikel 10, lid 3 Wet uitkeringen

vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), artikel 21b (oud)

Wuv en artikel 19 Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers

1940-1945 (Wubo)



Let op!

Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw.

Berekening eindheffing over loon met een

bestemmingskarakter

Bij eindheffing over loon met een bestemmingskarakter is

het enkelvoudige tarief van toepassing (zie paragraaf 22.13.2).

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u deze eindheffing

niet toepassen. Hierop geldt een uitzondering: toeslagen op grond van

de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 - 1945 en de Wet

uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940 - 1945.

22.6 Spaarloon

Werknemers die aan een spaarloonregeling (zie ook paragraaf

20.1) deelnemen, sparen een deel van hun brutoloon.

Over dit spaarloon moet u eindheffing betalen, voor zover

het over het kalenderjaar niet méér bedraagt dan € 613, of

het dubbele bedrag als de werknemer het spaarloon in

bepaalde aandelen of opties krijgt. Over het meerdere

moet u op de normale manier loonheffingen berekenen

(zie hoofdstuk 5, 6 en 7).



Let op!

Over spaarloon hoeft u geen premies werknemersverzekeringen en

bijdrage Zvw te betalen.

Berekening eindheffing bij spaarloonregeling

U moet 25% eindheffing over het spaarloon betalen.

Dit vaste tarief geldt ook voor spaarloon dat bestaat uit

aandelen in het kapitaal van de werkgever of een met hem

verbonden vennootschap.

De eindheffing van 25% wordt berekend over het totale

bedrag dat wordt gespaard in het aangiftetijdvak.

22.7 Geschenken in natura

U mag 20% eindheffing toepassen over geschenken in

natura aan uw werknemers, voor zover de waarde in het

economische verkeer niet meer is dan € 70 per kalenderjaar

(zie ook paragraaf 18.19). U hoeft deze geschenken niet

ter gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen te geven.

Dit eindheffingsbestanddeel is geen loon voor de

werknemersverzekeringen en de Zvw.

Is de waarde in het economische verkeer van de geschenken

in natura meer dan € 70 per kalenderjaar, dan kunt u voor

het meerdere, net als voor andere verstrekkingen, eindheffing

toepassen tegen het tabeltarief (zie paragraaf 22.13.1),

voor zover de waarde in het economische verkeer maximaal

€ 136 per verstrekking is en in totaal maximaal € 272 per jaar

(zie paragraaf 22.4).



Let op!

Geeft u hetzelfde geschenk dat u aan uw eigen werknemers verstrekt



en waarop u eindheffing toepast tegelijkertijd ook aan andere

relaties die werkzaamheden voor u hebben verricht? Dan mag u

de belasting die uw relaties moeten betalen, voor uw rekening

nemen (zie paragraaf 22.2).

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u deze eindheffing



niet toepassen.

22.8 Bovenmatige kostenvergoedingen

en verstrekkingen

U mag eindheffing toepassen over het belaste (bovenmatige)

deel van kostenvergoedingen en verstrekkingen aan werknemers.

Deze eindheffingsmogelijkheid geldt tot een

maximumbedrag van € 200 per maand per werknemer.

Over het bedrag waarop u deze eindheffing toepast, hoeft

u geen premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw

te betalen. U mag ook kiezen voor de normale manier van

heffen, waarbij u de loonheffingen op het loon van de

werknemer inhoudt. De belaste vergoedingen en verstrekkingen

zijn dan belast loon voor alle loonheffingen.

Berekening eindheffing over bovenmatige kostenvergoedingen

en verstrekkingen

Als u kiest voor eindheffing over het belaste (bovenmatige)

deel van kostenvergoedingen en verstrekkingen tot een

maximumbedrag van € 200 per maand per werknemer,

is het tabeltarief van toepassing (zie paragraaf 22.13.1).

Let op!

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u deze eindheffing

niet toepassen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 22 Eindheffingen | 233

22.9 VUT-regelingen

Bij vut-regelingen en het omslaggefinancierde deel van

prepensioenregelingen is vanaf 1 januari 2005 een nieuwe

eindheffing ingevoerd over de uitkeringen uit deze regelingen,

de werkgeversbijdragen en -premies. De eindheffing

over deze uitkeringen, werkgeversbijdragen en -premies is

met ingang van 1 januari 2011 verhoogd naar 52%. U vermeldt

deze eindheffing in de aangifte loonheffingen bij de

rubriek ‘Eindheffing vut-regeling’. U hoeft deze eindheffing

niet toe te passen als hiervoor een overgangsregeling geldt

(zie ook paragraaf 18.32).

Het tarief van 52% moet u toepassen op de uitkeringen uit

vut-regelingen en het omslaggefinancierde deel van

prepensioenregelingen, de werkgeversbijdragen en -premies

waarvoor geen overgangsrecht geldt. Voor zover u uitkeringen

doet uit stortingen waarover al 26% eindheffing is

betaald, moet u nog aanvullend 26% eindheffing betalen. U

moet deze aanvullende eindheffing ook betalen voor zover

u de uitkeringen doet uit bedragen die op het loon van de

werknemer zijn ingehouden en niet volledig tot het loon

zijn gerekend.



Let op!

De uitkeringen uit vut-regelingen en het omslaggefinancierde deel van

prepensioenregelingen moet u als loon van de werknemer in de

aangifte loonheffingen blijven verwerken. Over deze uitkeringen hoeft u

geen premies werknemersverzekeringen te betalen.

22.10 Doorlopend afwisselend gebruik

bestelauto’s

Als twee of meer werknemers een bestelauto door de aard

van het werk doorlopend afwisselend gebruiken, kan het

moeilijk zijn om de regeling voor privégebruik individueel

toe te passen. In dat geval moet u eindheffing toepassen op

het voordeel van het privégebruik. In paragraaf 19.4.6 leest

u wanneer er sprake is van doorlopend afwisselend gebruik.

De eindheffing voor doorlopend afwisselend gebruik is

op jaarbasis een vast bedrag van € 300 per bestelauto.

Bij een aangiftetijdvak van een maand geeft u dan € 25 per

bestelauto per maand aan. Het bedrag van de eindheffing

vermeldt u in de aangifte loonheffingen in de rubriek

‘Eindheffing doorlopend afwisselend gebruik bestelauto’.

22.11 Pseudo-eindheffingen

Er zijn twee soorten pseudo-eindheffing:

de pseudo-eindheffing voor excessieve • vertrekvergoedingen

(zie paragraaf 22.11.1)

• de pseudo-eindheffing backservice (zie paragraaf 22.11.2)



22.11.1 Pseudo-eindheffing voor excessieve

vertrekvergoedingen

U moet 30% belasting betalen over het excessieve deel van

vertrekvergoedingen van werknemers die in 2009 of later

bij u uit dienst gaan. In 2011 betaalt u deze zogenoemde

pseudo-eindheffing alleen in de volgende situaties:

• De werknemer gaat in 2011 bij u uit dienst, het toetsloon is

meer dan € 522.000 en de vertrekvergoeding is hoger dan

het toetsloon. Hoe u het toetsloon en het excessieve deel

van de vertrekvergoeding berekent, kunt u lezen in de

Toelichting excessieve vertrekvergoeding 2011. U kunt deze toelichting

downloaden van www.belastingdienst.nl.

• U doet in 2011 nog nabetalingen voor een werknemer die

in 2009 of 2010 bij u uit dienst is gegaan. Hebt u voor

deze werknemer in 2009 of 2010 ook al pseudo-eindheffing

betaald, dan leest u bij stap 5 van de Toelichting excessieve



vertrekvergoeding 2009 en de Toelichting Excessieve vertrekvergoeding

2010 hoe u de pseudo-eindheffing berekent.

Als de nabetaling de eerste vertrekvergoeding is voor

de werknemer, gebruik dan deze toelichtingen om te

bepalen of, en zo ja, hoeveel pseudo-eindheffing u moet

betalen. U kunt de toelichtingen downloaden van

www.belastingdienst.nl.

U mag de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen

niet opnemen in uw reguliere aangifte loonheffingen.

In paragraaf 10.7.1 kunt u lezen hoe u de aangifte

moet doen.



Let op!

De vertrekvergoeding zelf moet u als loon van de werknemer in de

aangifte loonheffingen blijven verwerken. Over de vertrekvergoeding

hoeft u geen premies werknemersverzekeringen te betalen.

22.11.2 Pseudo-eindheffing bij backservice

Met ingang van 1 januari 2011 betaalt u 15% pseudo-eindheffing

als er sprake is van backservice bij een eindloonstelsel.

Dit geldt alleen voor hoge inkomens: het nieuwe pensioengevend

loon is hoger dan € 522.000. Voor de regeling is er in

de volgende twee gevallen sprake van backservice:

• U geeft een werknemer die bij u in dienst is, een loonsverhoging

en vult de bestaande pensioenaanspraken over

de achterliggende dienstjaren aan.

• U neemt een werknemer in dienst en deze werknemer gaat

bij u meer verdienen dan bij zijn vorige werkgever. De

werknemer koopt bij u vervolgens een pensioentekort in.

De pseudo-eindheffing is 15% van de grondslag. Die grondslag

berekent u als volgt:

• bij een loonsverhoging

De grondslag is vier keer het verschil tussen het oude

pensioengevend loon en het nieuw afgesproken

pensioengevend loon.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 22 Eindheffingen | 234

• bij een nieuwe dienstbetrekking

De grondslag is vier keer het verschil tussen het pensioengevend

loon bij de oude werkgever en het pensioengevend

loon bij de nieuwe werkgever.

In beide gevallen gaat u voor het berekenen van de grondslag

uit van € 522.000 als het oude pensioengevend loon

lager is dan € 522.000. Is bijvoorbeeld het oude pensioengevend

loon € 450.000 en het nieuwe pensioengevend

loon € 524.000? Dan is de pseudo-eindheffing 15% van

4 x € 2.000 (€ 524.000 - € 522.000).

U mag de pseudo-eindheffing backservice niet opnemen

in uw reguliere aangifte loonheffingen. In paragraaf 10.7.2

kunt u lezen hoe u de aangifte moet doen.

22.12 Werkkostenregeling

Sinds 1 januari 2011 geldt een nieuwe regeling: de werkkostenregeling

(wkr). De werkkostenregeling komt in de plaats

van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

U bent nog niet verplicht gebruik te maken van de

werkkostenregeling. Tot en met 2013 mag u ieder jaar

opnieuw kiezen voor de werkkostenregeling of voor oude

regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Meer

informatie over de systematiek van de werkkostenregeling

vindt u in hoofdstuk 17.

De werkkostenregeling kent een eindheffing. Als u gebruikmaakt

van deze regeling, kunt u maximaal 1,4% van uw totale

fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen

voor uw werknemers. Over het meerdere betaalt

u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%.

1   ...   43   44   45   46   47   48   49   50   ...   55

  • Belastingdienst
  • Eindheffing bij geschenken en verstrekkingen aan anderen dan uw werknemers
  • Berekening eindheffing bij tijdelijke knelpunten van ernstige aard
  • Let op! Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen en de Zvw. Berekening eindheffing over uitkeringen van
  • Berekening eindheffing over bezwaarlijk te individualiseren loon
  • Let op! Deze eindheffingsbestanddelen zijn geen loon voor de werknemersverzekeringen en de Zvw. Berekening eindheffing over loon met een
  • Let op! Over spaarloon hoeft u geen premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw te betalen. Berekening eindheffing bij spaarloonregeling
  • Berekening eindheffing over bovenmatige kostenvergoedingen en verstrekkingen
  • Let op! Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, mag u deze eindheffing niet toepassen. Belastingdienst
  • 22.11.1 Pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen
  • 22.11.2 Pseudo-eindheffing bij backservice

  • Dovnload 2.98 Mb.