Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina49/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   ...   55

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 23 Afdrachtverminderingen | 239

Als u een loonheffingennummer hebt met verschillende

subnummers, zoals L01 en L02, dan mag u de afdrachtverminderingen

onderling verrekenen. Dit geldt niet voor

de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.

Geen doorschuifregeling

Het kan voorkomen dat het totaal van de ingehouden

loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing in

een bepaald aangiftetijdvak lager is dan het totale bedrag

van de afdrachtverminderingen waarop u in dat tijdvak

recht hebt. Omdat het bedrag van de loonbelasting/premie

volksverzekeringen en eindheffing per saldo nooit negatief

kan zijn, kunt u in zo’n geval een deel van de afdrachtvermindering

niet benutten. U mag dit onbenutte deel

niet in een volgend tijdvak verrekenen.



Let op!

Als u een deel van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk

niet kunt benutten, gelden speciale regels (zie paragraaf 23.3.3).

23.1.7 53e week

Soms heeft een kalenderjaar 53 weken. Een 53e week heeft

de volgende consequenties voor de afdrachtvermindering

onderwijs:

• Als u over de 53e week afzonderlijk loon betaalt, moet u

in de 53e week de weekbedragen hanteren van het toetsloon

en de weekbedragen van de afdrachtvermindering.

• Als de 13e periode inclusief de 53e week uit vijf weken

bestaat en u voor een loontijdvak van vijf weken kiest,

moet u het loon, het toetsloon en de bedragen van de

afdrachtvermindering herleiden. U vermenigvuldigt dan

het jaarloon, het jaartoetsloon en het jaarbedrag van de

afdrachtvermindering met 5/52. Als u ervoor kiest om vijf

keer de weektabel toe te passen, moet u voor de afdrachtvermindering

vijf keer de weekbedragen hanteren van

het loon, het toetsloon en de bedragen van de afdrachtvermindering.



Let op!

Voor werknemers met loon in de vorm van vakantiebonnen,

vakantietoeslagbonnen en daarmee overeenkomende aanspraken

gelden altijd de maximale jaarbedragen in de tabellen.

23.2 Afdrachtvermindering onderwijs

Er zijn acht categorieën werknemers en leerlingen waarvoor

u afdrachtvermindering onderwijs kunt toepassen.

U hebt onder voorwaarden recht op de afdrachtvermindering

onderwijs voor:

• een werknemer die de beroepspraktijkvorming volgt van

de beroepsbegeleidende leerweg (zie paragraaf 23.2.1)

• een werknemer die is aangesteld als assistent in opleiding

(aio) of als promovendus bij een universiteit, of is

aangesteld als onderzoeker in opleiding (oio) bij de

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van

Wetenschappen of bij een onderzoeksinstelling die onder

een van deze twee instellingen valt (zie paragraaf 23.2.2).

• een werknemer die is aangesteld bij een privaatrechtelijke

rechtspersoon of tno (zie paragraaf 23.2.3)

• een werknemer die werk doet in het kader van een initiële

opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo)

(zie paragraaf 23.2.4)

• een werknemer die een vroegere werkloze is die aangewezen

scholing volgt die erop gericht is hem op

startkwalificatieniveau te brengen (zie paragraaf 23.2.5)

• een leerling die een leer-werktraject volgt in het derde of

vierde leerjaar van de basisberoepsbegeleidende leerweg

van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

(zie paragraaf 23.2.6)

De leerling hoeft niet in dienstbetrekking te zijn.

• een stagiair die gedurende minstens twee maanden een

stage volgt in het kader van een beroepsopleiding in

de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2 (zie

paragraaf 23.2.7)

De stagiair hoeft niet in dienstbetrekking te zijn.

• een werknemer die een procedure Erkenning verworven

competentie (EVC-procedure) volgt bij een erkende

EVC-aanbieder (zie paragraaf 23.2.8)



Let op!

Met ingang van 1 januari 2011 is de afdrachtvermindering onderwijs

voor verhoging van het opleidingsniveau van de werknemer vervallen.

Als uw werknemer in december 2010 is gestart met zijn opleiding, mag

u deze afdrachtvermindering nog toepassen in de laatste aangifte over

2010 of de eerste aangifte over 2011.

23.2.1 Werknemer die beroepspraktijkvorming

van de beroepsbegeleidende leerweg volgt

Overeenkomst

Het werk moet plaatsvinden op grond van een leer-werkovereenkomst

tussen u, de werknemer en de onderwijsinstelling.

In de leer-werkovereenkomst moet in ieder geval

het volgende zijn opgenomen:

• soort opleiding

• duur van de overeenkomst en van de beroepspraktijkvorming

• aard en omvang van de begeleiding van de werknemer

• welke resultaten bereikt moeten worden en hoe dit

beoordeeld moet worden

• wanneer en hoe de overeenkomst voortijdig ontbonden

kan worden

• naam, adres en woon-/vestigingsplaats van de werknemer,

het leerbedrijf, het landelijk orgaan en de school

• geboortedatum van de leerling

Het landelijk orgaan dat verantwoordelijk is en toezicht

houdt, moet de overeenkomst mede ondertekenen. U kunt

de afdrachtvermindering onderwijs ook toepassen als u nog

geen kopie van de leer-werkovereenkomst hebt, maar wél een

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 23 Afdrachtverminderingen | 240

verklaring van het Regionaal Opleidingscentrum waaruit blijkt

dat de werknemer de beroepsbegeleidende leerweg volgt.

Administratieve verplichtingen

U moet een kopie van de leer-werkovereenkomst of de

verklaring van het Regionaal Opleidingscentrum bij uw

loonadministratie bewaren.



Hoogte afdrachtvermindering

U hoeft het loon alleen te toetsen aan het toetsloon als de werknemer

jonger is dan 25 jaar. Bij deeltijdwerkers, werknemers

zonder overeengekomen arbeidsduur en bij beloningen naar

prestatie moet u het toetsloon en het bedrag van de afdrachtvermindering

herrekenen met een deeltijdfactor (zie paragraaf

23.1.4). Het bedrag van de afdrachtvermindering onderwijs

vindt u in tabel 15, 16 en 17 achter in dit handboek.

Is de opleiding van uw werknemer tegelijkertijd ook

scholing tot startkwalificatieniveau? Dan mag u ook

daarvoor de afdrachtvermindering onderwijs toepassen als

uw werknemer aan de voorwaarden voldoet (zie paragraaf

23.2.5). Voor deze werknemer gelden dan beide bedragen

uit tabel 15, 16 of 17.



Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan, maar u kunt de vermindering niet meer

toepassen als een werknemer het examen heeft gehaald

of tussentijds met zijn opleiding is gestopt.

Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



Meer informatie

Neem voor meer informatie over de opleidingen waarvoor u

de afdrachtvermindering kunt toepassen, contact op met de

Informatielijn beroepsbegeleidende leerweg: (079) 323 46 84.



23.2.2 Werknemer die is aangesteld als

assistent of onderzoeker in opleiding

of als promovendus

Een assistent in opleiding of een promovendus is iemand

die tijdelijk bij een universiteit is aangesteld om zich door

wetenschappelijk onderzoek en het volgen van onderwijs

verder te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of

technologisch ontwerper.

Een onderzoeker in opleiding is iemand die, na het halen

van een doctoraal examen bij een universiteit of een

afsluitend examen bij een instelling voor hoger beroepsonderwijs,

tijdelijk is aangesteld om zich door wetenschappelijk

onderzoek en het volgen van onderwijs verder

te bekwamen tot wetenschappelijk onderzoeker of

technologisch

ontwerper.



Overeenkomst

De aanstelling moet geregeld zijn in een overeenkomst

tussen degene bij wie de werknemer is aangesteld en een

privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO. In de overeenkomst

moet in ieder geval het volgende zijn opgenomen:

• een bepaling dat de privaatrechtelijke rechtspersoon

of tno de loonkosten van de werknemer financiert

• als de inhoudingsplichtige een universiteit is of de

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van

Wetenschappen of een onderzoeksinstelling die onder

een van deze twee instellingen valt: een bepaling dat de

afdrachtvermindering geheel ten goede komt aan de

privaatrechtelijke rechtspersoon of tno die de loonkosten

financiert

• een bepaling over de openbaarheid van de

onderzoeksgegevens

• een bepaling over de doorberekening van de eventuele

bijkomende kosten

Administratieve verplichtingen

U moet een kopie van de overeenkomst bij uw loonadministratie

bewaren.

Hoogte afdrachtvermindering

U hoeft het loon niet te toetsen aan het toetsloon.

Bij deeltijdwerkers, werknemers zonder overeengekomen

arbeidsduur en bij beloningen naar prestatie moet u het

bedrag van de afdrachtvermindering herrekenen met een

deeltijdfactor (zie paragraaf 23.1.4). Het bedrag van de

afdrachtvermindering onderwijs vindt u in tabel 15, 16 en 17

achter in dit handboek.



Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan met een maximum van 48 maanden per

werknemer. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur

dan 36 uur per week wordt de termijn van 48 maanden naar

evenredigheid verlengd.



Voorbeeld

Een 20-jarige onderzoeker heeft een aanstelling voor 24 uur per week.

De deeltijdfactor is 24/36. De afdrachtvermindering onderwijs bedraagt

per maand 24/36 x € 228,17 = € 152,11. De afdrachtvermindering onderwijs

mag normaal maximaal 48 maanden worden toegepast, maar door de

deeltijd wordt deze periode verlengd tot 36/24 x 48 = 72 maanden.

Let op!

Bij het bepalen van de periode van de verlenging mag u de uitkomst

op hele maanden afronden.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 23 Afdrachtverminderingen | 241

Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



23.2.3 Werknemer die is aangesteld bij een

privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO

U mag de afdrachtvermindering toepassen als de werknemer

aan de volgende drie voorwaarden voldoet:

• Hij is aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon

of TNO.

• Hij krijgt een loon dat overeenkomt met het loon van een



aio of promovendus.

• Hij doet promotieonderzoek op grond van een overeenkomst

tussen degene bij wie de promotieonderzoeker is

aangesteld en een universiteit.



Overeenkomst

In de overeenkomst moet in ieder geval het volgende zijn

opgenomen:

• een bepaling dat degene bij wie de werknemer is

aangesteld, de loonkosten financiert

• een bepaling over de openbaarheid van de onderzoeksgegevens

• een bepaling over de doorberekening van de eventuele

bijkomende kosten



Administratieve verplichtingen

U moet een kopie van de overeenkomst bij uw loonadministratie

bewaren.

Hoogte afdrachtvermindering

U hoeft het loon niet te toetsen aan het toetsloon. Bij

deeltijdwerkers,

werknemers zonder overeengekomen

arbeidsduur en bij beloningen naar prestatie moet u het

bedrag van de afdrachtvermindering herrekenen met een

deeltijdfactor (zie paragraaf 23.1.4). Het bedrag van de

afdrachtvermindering onderwijs vindt u in tabel 15, 16

en 17 achter in dit handboek.

Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan met een maximum van 48 maanden per

werknemer. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur

dan 36 uur per week wordt de termijn van 48 maanden naar

evenredigheid verlengd (zie voorbeeld in paragraaf 23.2.2).



Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



23.2.4 Werknemer die werk doet in het kader

van een initiële opleiding in het hoger

beroepsonderwijs (hbo)

De afdrachtvermindering is alleen van toepassing als het

werk in een aangewezen bedrijfssector wordt gedaan. Neem

voor meer informatie over de aangewezen bedrijfssectoren

contact op met de Afdeling Informatiecentrum onderwijs

van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen:

(079) 323 26 66. Het werk moet bovendien

aansluiten bij de opleiding en de werknemer mag niet zijn

ingeschreven als voltijdstudent.

Overeenkomst

Het werk moet plaatsvinden op grond van een onderwijsarbeidsovereenkomst

tussen u, de werknemer en de

hogeschool. In de onderwijsarbeidsovereenkomst moet in

ieder geval het volgende zijn opgenomen:

• het aantal studiepunten dat de werknemer krijgt in het

kader van het praktijkdeel van de opleiding bij de werkgever

• de periode(n) waarop de overeenkomst betrekking heeft

van ten minste zes maanden of twee maal vier maanden

praktijk


• de aard en omvang van de begeleiding door de hogeschool

en de werkgever

• de te realiseren leerdoelen in de praktijk en het daarmee

samenhangende theoriedeel

• de wijze van beoordeling van de praktijk

• de functie-inhoud, de vergoeding en de andere

arbeidsvoorwaarden

• bepalingen over ontbinding van de overeenkomst om

onderwijskundige redenen

Administratieve verplichtingen

U moet een kopie van de overeenkomst bij uw loonadministratie

bewaren.

Hogescholen zijn verplicht aan het einde van het kalenderjaar

per werkgever overzichten op te stellen waaruit

per werknemer kan worden afgeleid of in het komende

kalenderjaar recht bestaat op de afdrachtvermindering

onderwijs. U moet deze overzichten bij uw loonadministratie

bewaren.

Hoogte afdrachtvermindering

U hoeft het loon uitsluitend te toetsen aan het toetsloon

als de werknemer jonger is dan 25 jaar. Bij deeltijdwerkers,

werknemers zonder overeengekomen arbeidsduur en bij

beloningen naar prestatie moet u het toetsloon en het

bedrag van de afdrachtvermindering herrekenen met

een deeltijdfactor (zie paragraaf 23.1.4). Het bedrag van de

afdrachtvermindering onderwijs vindt u in tabel 15, 16 en 17

achter in dit handboek.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 23 Afdrachtverminderingen | 242

Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan met een maximum van 24 maanden per

werknemer. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur

dan 36 uur per week wordt de termijn van 24 maanden naar

evenredigheid verlengd.



Voorbeeld

Een 20-jarige hbo’er heeft een aanstelling voor 24 uur per week. De afdrachtvermindering

onderwijs mag normaal gesproken over 24 maanden

worden toegepast, maar door de deeltijd wordt deze periode verlengd

tot 36/24 x 24 maanden = 36 maanden.

Let op!

Bij het bepalen van de periode van de verlenging mag u de uitkomst

afronden op hele maanden.

U kunt de afdrachtvermindering niet meer toepassen als

een werknemer het examen heeft gehaald of in de tussentijd

met zijn opleiding is gestopt.



Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



23.2.5 Werknemer die (ex-)werkloze is met

scholing tot startkwalificatieniveau

U mag de afdrachtvermindering toepassen als de werknemer

aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

• Hij was werkloos voordat hij bij u in dienst trad om een

opleiding tot startkwalificatieniveau te volgen.

• Hij heeft bij een vorig leerbedrijf ook een opleiding tot

startkwalificatieniveau gevolgd en was vóór die opleiding

werkloos.

• Hij heeft deelgenomen aan een re-integratietraject van

een gemeente in het kader van de Wet werk en bijstand

of via uwv werkbedrijf.

Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing

die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau. De opleidingen

die hieraan voldoen, zijn de opleidingen van niveau 1

(assistentenopleiding) en 2 (basisberoepsopleiding) uit het

zogenoemde Crebo-register dat wordt vastgesteld door

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Administratieve verplichtingen

U moet voor deze werknemer een verklaring hebben

van uwv werkbedrijf of van het Centrum voor Werk

en Inkomen (cwi) waarin staat dat de werknemer vóór

zijn scholing tot startkwalificatieniveau werkloos was.

U kunt deze verklaring bij alle vestigingen van uwv

werkbedrijf aanvragen. U bewaart de verklaring bij uw

loonadministratie. Daarnaast moet u een verklaring van de

onderwijsinstelling bij uw loonadministratie bewaren. Deze

moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten:

• de opleiding, de codekwalificatie en het niveau van de

opleiding zoals is vermeld in de door de minister van

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verstrekte licentie

• het nummer van de licentie

• de periode waarin uw werknemer de opleiding heeft gevolgd

De verklaring moet binnen een maand na het einde van de

opleiding verstrekt worden.

Hoogte afdrachtvermindering

U moet het loon, ongeacht de leeftijd van de werknemer,

altijd toetsen aan het toetsloon. Bij deeltijdwerkers,

werknemers zonder overeengekomen arbeidsduur en

bij beloningen naar prestatie moet u het toetsloon en

het bedrag van de afdrachtvermindering herrekenen met

een deeltijdfactor (zie paragraaf 23.1.4). Het bedrag van de

afdrachtvermindering onderwijs vindt u in tabel 15, 16 en 17

achter in dit handboek.

Volgt uw werknemer de scholing tot startkwalificatieniveau

via de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende

leerweg of via een stage in het kader van een beroepsopleiding

in de beroepsopleidende leerweg? Dan mag u ook

daarvoor de afdrachtvermindering onderwijs toepassen als

uw werknemer aan de voorwaarden voldoet (zie paragraaf

23.2.1 en 23.2.7). Voor deze werknemer gelden dan twee

bedragen uit tabel 15, 16 of 17.

Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan, maar u kunt de vermindering niet meer

toepassen als de werknemer het examen heeft gehaald

of in de tussentijd met zijn opleiding is gestopt.

Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



23.2.6 Leerling die een leer-werktraject in het

derde of vierde jaar van de basisberoepsbegeleidende

leerweg van het vmbo volgt

Overeenkomst

De leerling moet werkzaamheden doen in het kader van

een leer-werkovereenkomst tussen u, de leerling, de

onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het

beroepsonderwijs. De leerling hoeft niet in dienstbetrekking

te zijn. In de overeenkomst moet in ieder geval

worden opgenomen dat de leerling het buitenschoolse

praktijkgedeelte volgt van een leer-werktraject in de basisberoepsbegeleidende

leerweg.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 23 Afdrachtverminderingen | 243

U kunt de afdrachtvermindering ook toepassen als u nog

niet over een kopie van de leer-werkovereenkomst beschikt,

maar wel een verklaring van de onderwijsinstelling hebt

waaruit blijkt dat de leerling tot de doelgroep behoort.

Administratieve verplichtingen

U moet een kopie van de overeenkomst of de verklaring

bij uw loonadministratie bewaren.

Hoogte afdrachtvermindering

U hoeft het loon niet te toetsen aan het toetsloon. Ook als

de leerling geen loon krijgt, mag u de afdrachtvermindering

onderwijs toepassen. Bij deeltijdwerkers, werknemers

zonder overeengekomen arbeidsduur en bij beloningen

naar prestatie hoeft u geen rekening te houden met een

deeltijdfactor. Deze werknemers moeten dan wel deelnemen

aan het volledige theorie- en praktijkprogramma. Het bedrag

van de afdrachtvermindering onderwijs vindt u in tabel 15,

16 en 17 achter in dit handboek.



Duur afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering geldt zolang aan de voorwaarden

wordt voldaan, maar u kunt de vermindering niet meer

toepassen als een werknemer het examen heeft gehaald

of in de tussentijd met zijn opleiding is gestopt.

Samenloop met andere afdrachtverminderingen

U kunt deze afdrachtvermindering combineren met de

afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk

en de afdrachtvermindering voor de zeevaart.



23.2.7 Stagiair die stage loopt in het kader

van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende

leerweg op mbo-niveau 1 of 2

Inhoud overeenkomst

De stage moet plaatsvinden op grond van een leer-werkovereenkomst

tussen u, de onderwijsinstelling en de

stagiair. De stagiair hoeft niet in dienstbetrekking te zijn.

In de leer-werkovereenkomst van de stagiair moet in ieder

geval het volgende zijn opgenomen:

• soort opleiding

• duur van de overeenkomst en van de beroepspraktijkvorming

van ten minste twee maanden

• aard en omvang van de begeleiding van de werknemer

• welke resultaten bereikt moeten worden en hoe dit

beoordeeld moet worden

• wanneer en hoe de overeenkomst voortijdig ontbonden

kan worden

• naam, adres en woonplaats van de stagiair

• de geboortedatum van de stagiair

• het vestigingsadres van het leerbedrijf, het Kenniscentrum

beroepsonderwijs bedrijfsleven en de school

U kunt de afdrachtvermindering onderwijs ook toepassen

als u nog niet beschikt over een kopie van de leer-werkovereenkomst,

maar wel een verklaring van het Regionaal

Opleidingscentrum hebt waaruit blijkt dat de werknemer

de beroepsopleidende leerweg volgt.

1   ...   45   46   47   48   49   50   51   52   ...   55


Dovnload 2.98 Mb.