Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina5/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   55

U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Bij de loonadministratie moet u per werknemer de gegevens

en eventuele nota’s en dergelijke administreren van de

loonbestanddelen waarop u eindheffing toepast. Het gaat

dan om eindheffing in de volgende situaties en over de

volgende loonbestanddelen:

• naheffingsaanslagen (zie paragraaf 22.1)

• tijdelijke knelpunten van ernstige aard

(zie paragraaf 22.2)

• publiekrechtelijke uitkeringen (zie paragraaf 22.3)

• bezwaarlijk te individualiseren loon (zie paragraaf 22.4)

• loon met een bestemmingskarakter (zie paragraaf 22.5)

• spaarloon (zie paragraaf 22.6)

• geschenken in natura (zie paragraaf 22.7)

• bovenmatige kostenvergoedingen en verstrekkingen

(zie paragraaf 22.8)

• vut-regelingen (zie paragraaf 22.9)

• doorlopend afwisselend gebruik bestelauto’s

(zie paragraaf 22.10)

• pseudo-eindheffingen (zie paragraaf 22.11)



Let op!

Loon waarop u deze eindheffing toepast, is geen loon voor de premies

werknemersverzekeringen. Hierover hoeft u ook geen inkomensafhankelijke

bijdrage Zvw te betalen. Een uitzondering geldt voor

loon waarvoor u een naheffingsaanslag krijgt waarin wij het loon

als eindheffing behandelen. Hierover moet u wel premies werknemersverzekeringen

en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betalen, tenzij

u het loon zelf in de eindheffing had kunnen betrekken.

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

Bij de werkkostenregeling kunt u maximaal 1,4% van

uw totale fiscale loon, de ‘vrije ruimte’, besteden aan

onbelaste vergoedingen

en verstrekkingen voor uw

werknemers. Over het meerdere betaalt u loonbelasting

in de vorm van een eindheffing

van 80%.


Zie voor meer informatie over de werkkostenregeling

hoofdstuk 17 en voor meer informatie over deze eindheffing

paragraaf 22.12.

U moet het volgende in uw administratie bijhouden:

• alle vergoedingen en verstrekkingen

Deze neemt u in uw administratie op als eindheffingsloon

als u ze onderbrengt in de vrije ruimte. In dit geval

hoeft u niet op werknemersniveau te administreren.

Als u de vergoeding of verstrekking behandelt als loon

van de werknemer, boekt u deze in de loonstaat van de

werknemer.

• gerichte vrijstellingen

Een gerichte vrijstelling is eindheffingsloon. Dit

eindheffingsloon moet u per werknemer opnemen in uw

administratie. Vergoedt of verstrekt u meer dan het

normbedrag, dan is er sprake van een bovenmatig deel

van de gerichte vrijstelling. Dit bovenmatige deel neemt

u in uw administratie op als eindheffingsloon als u het

onderbrengt in de vrije ruimte. Als u het bovenmatige

deel behandelt als loon van de werknemer, boekt u dit in

de loonstaat van de werknemer.

• hoeveel vrije ruimte u nog tot uw beschikking hebt en

wanneer u eindheffing moet gaan betalen

Let op!

Loon waarop u de eindheffing van de werkkostenregeling toepast,

is geen loon voor de volksverzekeringen en de werknemersverzekeringen.

Hierover hoeft u ook geen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw te

betalen.

Overige loonbestanddelen die onder de eindheffing vallen

In de volgende situaties of over de volgende loonbestanddelen

mag u de loonbelasting/premie volksverzekeringen

ook betalen in de vorm van een eindheffing:

• naheffingsaanslagen (zie paragraaf 22.1)

• tijdelijke knelpunten van ernstige aard

(zie paragraaf 22.2)

• publiekrechtelijke uitkeringen (zie paragraaf 22.3)

• spaarloon (zie paragraaf 22.6)

• vut-regelingen (zie paragraaf 22.9)

• doorlopend afwisselend gebruik bestelauto’s

(zie paragraaf 22.10)

• pseudo-eindheffingen (zie paragraaf 22.11)

Bij de loonadministratie moet u per werknemer de gegevens

en eventuele nota’s en dergelijke administreren van de

loonbestanddelen waarop u deze eindheffing toepast.



Let op!

Loon waarop u deze eindheffing toepast, is geen loon voor de premies

werknemersverzekeringen. Hierover hoeft u ook geen inkomensafhankelijke

bijdrage Zvw te betalen. Een uitzondering geldt voor

loon waarvoor u een naheffingsaanslag krijgt waarin wij het loon

als eindheffing behandelen. Hierover moet u wel premies werknemersverzekeringen

en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betalen,

tenzij u het loon zelf in de eindheffing had kunnen betrekken.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 3 Stap 3 Loonadministratie aanleggen | 31

3.3.5 Spaarloonregeling

Uit uw administratie of die van een in de spaarregeling

aangewezen instelling moet blijken welke bedragen zijn

gespaard (bijvoorbeeld in contanten, in effecten of in

verzekeringspremies) en welke bedragen binnen de

blokkeringstermijn worden besteed. Uit eventueel door

derden afgegeven bescheiden zal moeten blijken dat

bestedingen hebben plaatsgevonden binnen de mogelijkheid

van de spaarregeling. Dit geldt ook als u ervoor kiest de

administratie door een aangewezen instelling te laten

uitvoeren. U moet de administratie bij controle door ons

beschikbaar hebben, ook als de administratie door een

derde wordt gevoerd. Wij zullen daarom zo veel mogelijk

bij de aankondiging van een controle vermelden of de

administratie van eventuele spaarregelingen voor controle

beschikbaar moet zijn (zie ook hoofdstuk 20).



3.3.6 Levensloopregeling

De regels voor de administratie van de levensloopregeling

worden apart behandeld (zie paragraaf 20.2).

3.3.7 Afdrachtverminderingen

Er zijn drie verschillende afdrachtverminderingen.

Elke afdrachtvermindering heeft zijn eigen administratieve

voorschriften. Deze worden apart behandeld in hoofdstuk 23.



3.3.8 Vergoedingen en verstrekkingen die verband

houden met vervoer

Voor elk type vervoer, bijvoorbeeld een eigen auto, een auto

van de zaak of een fiets, gelden aparte administratieve voorschriften.

Meer informatie hierover vindt u in hoofdstuk 19.



3.3.9 Kosten en rentevoordeel van een

personeelslening voor de eigen woning

Als uw werknemer een personeelslening gebruikt voor het

kopen, onderhouden of verbeteren van een eigen woning,

moet hij dat schriftelijk aan u melden. Daarbij moet hij

kopieën voegen van aankoopbewijzen, rekeningen en

dergelijke. Hij verklaart daarbij bovendien voor welk deel

van de lening hij in zijn aangifte inkomstenbelasting de

rente en de kosten mag aftrekken.

U bewaart de verklaring van de werknemer en de

bijbehorende

kopieën bij de loonadministratie.

3.4 Bewaartermijn en controle

Voor zogenoemde basisgegevens geldt een fiscale bewaarplicht

van zeven jaar. Het gaat hierbij om de volgende

gegevens:

• het grootboek

• de debiteuren- en crediteurenadministratie

de in- en verkoopadministratie

• de voorraadadministratie

• de loonadministratie

Loonbelastingverklaringen of formulieren met de gegevens

voor de loonheffingen (bijvoorbeeld het Model opgaaf



gegevens voor de loonheffingen en het Model opgaaf gegevens voor

de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling)) en kopieën van

het identiteitsbewijs bewaart u ten minste vijf volle

kalenderjaren na het einde van de dienstbetrekking. Deze

termijn geldt ook voor vervallen loonbelastingverklaringen

en vervallen gegevens voor de loonheffingen die zijn

vervangen door nieuwe.

U kunt met ons nadere schriftelijke afspraken maken over

de basisgegevens en over de bewaartermijn van de overige

gegevens.

Bij controle wordt aansluiting gezocht tussen de aangiften,

de jaaropgaven en de administratie. Om de controle te

bespoedigen, is het raadzaam om de berekeningen te

bewaren die u hebt gemaakt bij het opstellen van de aangiften

en de jaaropgaven (zie ook hoofdstuk 13).

U bent verplicht om ons bij een controle alle gegevens en

inlichtingen te verstrekken die in het kader van de controle

van belang kunnen zijn. U moet inzage geven in de administratie

en toestaan dat wij er kopieën van maken.



Let op!

Bij overtreding van de wettelijke bepalingen kunnen sancties volgen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 32

4 Stap 4 Bepalen wat

tot het loon behoort

U moet de loonheffingen berekenen over het loon. Daarom

is het belangrijk te bepalen wat precies tot het loon behoort.

In het kort komt het erop neer dat loon alles is wat een

werknemer ontvangt op grond van zijn dienstbetrekking.

Om vast te stellen of een bepaalde beloning tot het loon

behoort, houdt u rekening met het volgende:

• Het is niet van belang of de werknemer recht heeft op

het loon. Zo is een vrijwillig gegeven gratificatie net zo

goed loon als het winstaandeel waarop de werknemer

recht heeft volgens zijn arbeidsvoorwaarden.

• Het is niet van belang of de werknemer voor het loon

arbeid heeft verricht. Loon over verzuimde uren telt

u gewoon mee.

• Het is niet van belang of de werknemer het loon in geld

of in een andere vorm ontvangt. Beloningen in natura

en aanspraken kunnen ook loon zijn.

• H et is niet van belang van wie de werknemer het loon krijgt.

Uitkeringen uit een fonds dat aan de dienstbetrekking

is

verbonden, kunnen ook loon zijn (zie paragraaf



18.47).

Fooien en ander loon van derden kunnen ook tot het

loon behoren (zie paragraaf 4.2.3).

Uitgangspunt is dat het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

ook geldt voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw. Dit wordt het uniforme loonbegrip genoemd

(zie paragraaf 4.1). Maar er is een aantal uitzonderingen

(zie paragraaf 4.1.1).



Vormen van loon

De volgende vormen van loon komen voor:

• loon in geld (zie paragraaf 4.2)

• loon in natura (zie paragraaf 4.3)

• vergoedingen en verstrekkingen (zie paragraaf 4.4)

• uitkeringen en verstrekkingen bij bijzondere

gebeurtenissen

(zie paragraaf 4.5)

• aanspraken en uitkeringen op grond van aanspraken

(zie paragraaf 4.6)

• uitkeringen anders dan op grond van aanspraken

(zie paragraaf 4.7)

• afstaan van loon (doorbetaaldloonregeling,

zie paragraaf 4.8)

• negatief loon (zie paragraaf 4.9)

• verzekeringsuitkeringen belast voor de loonheffingen

(zie paragraaf 4.10)

Vanaf 1 januari 2011 geldt de werkkostenregeling (zie

hoofdstuk 17). Maar u kunt nog drie jaar gebruikmaken van

de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen.

Als er verschillen zijn tussen de werkkostenregeling en de

oude regeling, dan is de paragraaf gesplitst in twee delen

onder de volgende kopjes:

• U maakt gebruik van de oude regeling van vrije

vergoedingen

en verstrekkingen.

• U maakt gebruik van de werkkostenregeling.

Als er geen verschillen zijn tussen de oude regeling en

de werkkostenregeling, is er geen tweedeling.
4.1 Uniform loonbegrip voor

de loonheffingen

Er geldt een uniform loonbegrip voor de loonheffingen

met het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

als uitgangspunt.

4.1.1 Uitzonderingen op het uniforme loonbegrip

Op het uniforme loonbegrip gelden de volgende uitzonderingen

(zie ook bijlage 1):

• Loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals pensioen

en vut-uitkeringen, is wel loon voor de loonbelasting/

volksverzekeringen

en Zvw, maar geen loon voor de

werknemersverzekeringen. Hierop gelden uitzonderingen.

De volgende loonbestanddelen zijn loon voor alle

loonheffingen:

• ww-, zw- en wao/wia-uitkeringen

• aanvullingen op de ww-, zw- en wao/wia-uitkeringen

(voor de werknemersverzekeringen zijn deze aanvullingen

loon zolang de dienstbetrekking voortduurt)

• de aanvulling Toeslagenwet

• loon op grond van de loondoorbetalingsverplichting

bij ziekte en de aanvulling daarop en vergelijkbare

regelingen voor werknemers met een publiekrechtelijke

dienstbetrekking

• zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- en pleegzorguitkeringen

op grond van de Wet arbeid en zorg

• De vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

(hierna: bijdrage Zvw) is wel loon voor de loonbelasting/

volksverzekeringen, maar geen loon voor de werknemersverzekeringen

en de Zvw. Als u meer vergoedt dan de

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 33

bijdrage Zvw, is het meerdere wel loon voor alle

loonheffingen.

• De verzekeringsuitkeringen die een bank of verzekeringsmaatschappij

betaalt in verband met ziekte, invaliditeit of

ongeval en (de afkoopsom van) een lijfrente zijn wel loon

voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de Zvw,

maar geen loon voor de werknemersverzekeringen

(zie paragraaf 4.10).

• Het werknemersdeel premie ww (het percentage is in 2011

0%) is geen loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen

en de Zvw, maar wel loon voor de

werknemersverzekeringen.

• Het bedrag dat een werknemer spaart op grond van een

levensloopregeling, inclusief werkgeversbijdrage, is geen

loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de

Zvw, maar wel loon voor de werknemersverzekeringen.

• De uitkering op grond van een levensloopregeling is wel

loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de

Zvw, maar geen loon voor de werknemersverzekeringen.

• Termijnen van lijfrente die zijn aangewezen als loon

uit vroegere dienstbetrekking, zijn wel loon voor de

loonbelasting/

volksverzekeringen en de Zvw, maar geen

loon voor de werknemersverzekeringen.

• De bijtelling privégebruik auto (zie hoofdstuk 19) is wel

loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen en de

Zvw, maar geen loon voor de werknemersverzekeringen.

• Loon waarop u eindheffing toepast, is loon voor de

loonbelasting/volksverzekeringen. Alleen de volgende

drie vormen van eindheffingsloon zijn alleen loon voor

de loonbelasting en niet voor de volksverzekeringen:

• eindheffingsloon voor doorlopend afwisselend gebruik

van een bestelauto

• eindheffingsloon dat uw werknemer op een geblokkeerde

rekening spaart op grond van een spaarloonregeling

• eindheffingsloon in verband met geschenken in natura.

Loon waarop u eindheffing toepast, is geen loon voor de

werknemersverzekeringen en de Zvw, tenzij het gaat om

loon waarvoor u een naheffingsaanslag krijgt waarin wij het

loon als eindheffing behandelen. Hierover moet u soms wel

premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw betalen

(zie paragraaf 22.1).

4.1.2 Loon uit tegenwoordige of vroegere

dienstbetrekking

Loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is loon dat de

werknemer geniet voor de arbeid die hij verricht. Bijvoorbeeld

het periodieke loon, het vakantiegeld, de vakantietoeslag,

de dertiendemaanduitkering, gratificaties en tantièmes.

Let op!

Het is niet altijd van belang wanneer het loon is uitbetaald.

Vakantiegeld dat u na het einde van de dienstbetrekking betaalt,

is bijvoorbeeld loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.

Loon uit vroegere dienstbetrekking heeft meestal te maken

met een al beëindigde dienstbetrekking. Het is niet een

directe vergoeding voor de arbeid zelf, maar iets wat de

werknemer krijgt omdat hij voorheen heeft gewerkt.

Voorbeelden van loon uit vroegere dienstbetrekking zijn

pensioenuitkeringen en vut-uitkeringen. Een aantal

uitkeringen is aangewezen als loon uit vroegere dienstbetrekking.

De voornaamste uitkeringen zijn:

• aow, Anw, ioaw, ioaz, Waz, Wet Wajong, wao/wia en

uitkeringen op grond van de zw, ww en de Toeslagenwet

• bijstandsuitkeringen, wij-uitkeringen, uitkeringen op

grond van de Wwik, de wet rea en gemeentelijke

inkomensondersteunende uitkeringen, voor zover belast

voor de inkomstenbelasting

• termijnen van lijfrenten, uitgekeerd aan werknemers die

in Nederland wonen

• uitkeringen aan verzetsdeelnemers en oorlogsslachtoffers

• loon uit een vroegere dienstbetrekking van een ander

Er moet dus loonbelasting/premie volksverzekeringen

worden ingehouden en bijdrage Zvw worden berekend

over het pensioen dat aan de nabestaanden van een

werknemer wordt uitbetaald.

Let op!

Op termijnen van lijfrenten moet meestal loonbelasting/premie

volksverzekeringen worden ingehouden en bijdrage Zvw worden

berekend, ook als de termijnen zijn aangewezen als loon uit vroegere

dienstbetrekking. Wij geven op verzoek van de ontvanger van de

lijfrentetermijn

een verklaring af in hoeverre de inhoudingen

achterwege kunnen blijven.

4.2 Loon in geld

De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’: salaris,

provisie, premie, gevarengeld, overwerkloon, tantième,

gratificatie en alles wat, onder welke naam dan ook, aan

een werknemer op grond van zijn dienstbetrekking in geld

wordt uitbetaald. Dit betekent dat ook de volgende

betalingen loon zijn:

• uitbetalingen op grond van een nettoloonafspraak

(zie paragraaf 4.2.1)

• ww-, zw- en wao/wia-uitkeringen die u aan een werknemer

doorbetaalt (zie paragraaf 4.2.2)

• fooien en ander loon van derden (zie paragraaf 4.2.3)

Let op!

Onder de werkkostenregeling maken vergoedingen en verstrekkingen

ook deel uit van het loon (zie paragraaf 4.4.2).

4.2.1 Nettoloonafspraak

De werkgever die een nettoloonafspraak heeft met zijn

werknemer, neemt in feite de loonheffingen voor zijn

rekening. Als u de loonheffingen voor uw rekening neemt,

heeft uw werknemer een voordeel. Dit voordeel is loon,

waarover u vervolgens weer loonheffingen moet betalen.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 34

Als u ook dit hogere bedrag aan loonheffingen wilt betalen,

dan is dit bedrag ook weer loon waarover loonheffingen

moeten worden ingehouden enzovoort (bruteren).

Nettoloonafspraken

leiden daardoor tot ingewikkelde

rekenprocedures (zie ook paragraaf 7.4).

4.2.2 ZW-, WW- en WAO/WIA-uitkeringen

die u aan een werknemer doorbetaalt

Als u een zw-, ww- en wao/wia-uitkering aan een werknemer

doorbetaalt, is er sprake van een werkgeversbetaling

of een instantiebetaling.

Hebt u met uwv een werkgeversbetaling afgesproken,

dan ontvangt u van uwv het brutobedrag van de uitkering,

vermeerderd met de werkgeverspremies van de werknemersverzekeringen

en de vergoeding van de bijdrage Zvw.

U betaalt de uitkering aan de werknemer. U moet alle

loonheffingen zelf inhouden en betalen (zie ook

paragraaf 7.6.2).

Hebt u met uwv een instantiebetaling afgesproken, dan

houdt uwv over de uitkering al wel de premies werknemersverzekeringen

in. Ook draagt uwv het werkgeversdeel van

de premies werknemersverzekeringen af en betaalt uwv

de vergoeding voor de bijdrage Zvw. In dat geval hoeft u die

premies niet meer in te houden op de door u betaalde

uitkering. U hoeft dan ook geen bijdrage Zvw meer te

vergoeden. U moet alleen nog de loonbelasting/premie

volksverzekeringen berekenen en betalen

(zie ook paragraaf 7.6.2).

Bij de vergoeding van de werkgeverspremies houdt uwv

vanaf 2011 geen rekening meer met een eventuele premievrijstelling

oudere werknemer die u nog mag toepassen

(zie paragraaf 5.7). U krijgt dus het hele bedrag, maar u past

de vrijstelling gewoon toe. uwv gaat bovendien voortaan uit

van de risicopremiegroep met het laagste percentage, als u

bent aangesloten bij een sector met meerdere risicopremiegroepen

(zie paragraaf 5.1.1). U gebruikt wel het juiste

percentage.



4.2.3 Fooien en ander loon van derden

Over fooien en ander loon van derden moet u loonheffingen

inhouden tot het bedrag waarmee bij de vaststelling van de

hoogte van het loon rekening is gehouden met fooien en

dergelijke.

Er zijn speciale regels voor fooien voor horecapersoneel.

Als een horecamedewerker minder loon van u geniet dan

waarop hij – bijvoorbeeld op grond van de cao – recht heeft,

wordt hij geacht fooien te hebben genoten voor dit verschil.

Maar als u en uw werknemer de fooien op een hoger bedrag

schatten, dan gaat u uit van dat hogere bedrag. Uw werknemer

moet de werkelijk gekregen fooien en ander loon van

derden in zijn aangifte inkomstenbelasting opgeven. Hij mag

dit bedrag verminderen met het bedrag dat al tot het loon

is gerekend.

4.3 Loon in natura

Loon in natura is loon dat u niet in geld uitbetaalt. Het is

een voordeel uit dienstbetrekking en is daarom belast voor

de loonheffingen. Loonbestanddelen in natura worden ook

verstrekkingen genoemd.



U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

U berekent de loonheffingen over de waarde in het economische

verkeer van de verstrekking op het moment waarop u het

loonbestanddeel verstrekt. Als uw werknemer de verstrekking

gebruikt voor een behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking,

dan mag u de waarde ook vaststellen

op de besparingswaarde.

Dit is het bedrag dat personen die vergelijkbaar zijn

met de werknemer, normaal gesproken zouden uitgeven aan

de verstrekking. De besparingswaarde is over het algemeen

lager dan de waarde in het economische verkeer.

Voor bepaalde verstrekkingen gelden bijzondere waarderingsvoorschriften

en vaste normbedragen. Sommige verstrekkingen

zijn (gedeeltelijk) onbelast. Dit worden ook (gedeeltelijk)

vrije verstrekkingen genoemd (zie ook paragraaf 4.4.1

en hoofdstuk 18).

Als u op het loon van de werknemer een bedrag inhoudt

voor de verstrekking, wordt de te belasten waarde of het

normbedrag verminderd met de bijdrage van de werknemer.

Een eigen bijdrage kan niet tot een negatieve bijtelling leiden.

Sommige verstrekkingen kunnen onder de eindheffing

vallen (zie ook hoofdstuk 22).


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   55

  • U maakt gebruik van de werkkostenregeling
  • Belastingdienst
  • 3.3.6 Levensloopregeling
  • 3.3.8 Vergoedingen en verstrekkingen die verband houden met vervoer
  • 3.3.9 Kosten en rentevoordeel van een personeelslening voor de eigen woning
  • Let op! Bij overtreding van de wettelijke bepalingen kunnen sancties volgen. Belastingdienst
  • 4.1.1 Uitzonderingen op het uniforme loonbegrip
  • 4.1.2 Loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking
  • 4.2.2 ZW-, WW- en WAO/WIA-uitkeringen die u aan een werknemer doorbetaalt
  • 4.2.3 Fooien en ander loon van derden
  • U maakt gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen

  • Dovnload 2.98 Mb.