Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina51/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   47   48   49   50   51   52   53   54   55

Buitenlandse au pairs

Voor buitenlandse au pairs geldt een aparte vrijstellingsregeling

(zie paragraaf 24.4).

24.1 Wat zijn huishoudelijke

werkzaamheden?

Huishoudelijke werkzaamheden zijn taken die u in uw huishouden

laat doen. Het gaat daarbij om huishoudelijke

taken die u anders zelf zou doen, zoals:

• schoonmaken van uw woning, wassen, strijken, koken

en afwassen

• oppassen op uw kinderen

• uitlaten van uw hond

• onderhouden van uw tuin

• uitvoeren van klein onderhoud aan uw woning

• fungeren als privéchauffeur

• uitvoeren van allerlei klusjes, bijvoorbeeld boodschappen

doen en ophalen van medicijnen

• persoonlijke en/of medische verzorging, bijvoorbeeld in

het kader van een persoonsgebonden budget door een

alfahulp, verpleegkundige of familielid

Huishoudelijke werkzaamheden hoeven niet altijd in of

rond uw woning te gebeuren. Zo mag het oppassen op uw

kinderen ook in de woning van uw kinderoppas gebeuren.

Het kan ook zijn dat u hulpbehoevend bent en tijdelijk

ergens anders verblijft. In dat geval mag de zorg plaatsvinden

op de locatie waar u tijdelijk verblijft.

24.2 Dienstverlening aan huis

Bent u particulier en huurt u iemand in voor huishoudelijk

werk in en om het huis voor maximaal drie dagen per week?

Dan geldt voor u de regeling dienstverlening aan huis. Deze

regeling houdt in dat u voor de Belastingdienst geen administratieve

lasten hebt. U hoeft niet te laten weten wie er



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 24 Personeel aan huis | 249

voor u werkt. En u hoeft als opdrachtgever ook geen loonheffingen

in te houden en te betalen. U moet dan wel aan

de volgende voorwaarden voldoen:

• Het gaat om huishoudelijke werkzaamheden in en om

het huis.

• U bent particulier (u hebt geen bedrijf ) en degene die

u inhuurt is ook particulier.

Degene die u inhuurt, werkt op niet meer dan drie dagen

per week bij u. Het aantal uren dat hij per dag werkt, is

niet belangrijk. Werkt hij één uur per dag, dan geldt dat

dus als één gewerkte dag.

De vrijstelling voor de loonheffingen betekent niet dat de

dienstverlener geen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

en bijdrage Zvw hoeft te betalen. De dienstverlener

moet hiervoor zijn inkomsten zelf aangeven in zijn aangifte

inkomstenbelasting.

Regeling dienstverlening aan huis niet van toepassing

In de volgende gevallen gelden de gewone regels voor de

loonheffingen en is de regeling dienstverlening aan huis

dus niet van toepassing:

• U huurt iemand in via een thuiszorgbureau.

• U huurt iemand in via een uitzendbureau of een ander

bedrijf. Hij is dan in loondienst bij het uitzendbureau

of bij het andere bedrijf.

• U bent een natuurlijk persoon met een bedrijf en degene

die u inhuurt werkt minder dan 90% van zijn tijd in uw

huishouden.

• U bent een vrije beroepsbeoefenaar met een praktijk aan

huis, zoals een arts of een advocaat, en degene die u

inhuurt, werkt meer dan 40% van zijn totale werktijd voor

de praktijk.

24.3 Vereenvoudigde regeling

voor personeel aan huis

Huurt u iemand in voor huishoudelijk werk in en om het

huis voor vier of meer dagen per week? Dan is degene die u

inhuurt bij u in dienstbetrekking. U moet dan loonheffingen

inhouden en betalen volgens de vereenvoudigde regeling

voor personeel aan huis. Deze regeling wijkt op een

aantal punten af van de voorschriften voor reguliere werkgevers.

De vereenvoudigde regeling voor personeel aan huis

betekent het volgende:

• Als u uw loonadministratie niet geautomatiseerd doet,

mag u het vereenvoudigde model loonstaat gebruiken

(zie paragraaf 24.3.5).

• U hoeft maar één keer per jaar aangifte te doen.

Personeel aan huis is ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Dit zijn de Werkloosheidswet (ww),

de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

(wia) (zie ook hoofdstuk 5).

U moet ook de bijdrage Zvw inhouden en betalen. U bent

verplicht de ingehouden bijdrage Zvw te vergoeden aan uw

personeel aan huis (zie ook hoofdstuk 6).

Voor de vereenvoudigde regeling voor personeel aan

huis moet u verder rekening houden met de volgende

administratieve verplichtingen:

• aanmelden als werkgever (zie paragraaf 24.3.1)

• identiteit vaststellen (zie paragraaf 24.3.2)

• opgaaf gegevens voor de loonheffingen

(zie paragraaf 24.3.3)

• loonadministratie voeren (zie paragraaf 24.3.4)

• loonstaat aanleggen (zie paragraaf 24.3.5)

• loonheffingen berekenen (zie paragraaf 24.3.6)

• loonheffingen inhouden en betalen (zie paragraaf 24.3.7)

• jaaropgaaf personeel aan huis invullen en verstrekken

(zie paragraaf 24.3.8)

Voor de berekening van de loonheffingen kunt u gebruikmaken

van hulpstaten (zie paragraaf 24.3.9).

Als u een familierelatie met de dienstverlener hebt

Als u met de dienstverlener een familierelatie hebt, kan het

zijn dat er geen sprake is van een echte dienstbetrekking,

omdat er geen gezagsverhouding is (zie paragraaf 1.1.1).

U hoeft dan geen loonheffingen in te houden en te betalen.

Van deze situatie is bijvoorbeeld sprake wanneer uw ouders

op uw kinderen passen of wanneer een inwonende dochter

een hulpbehoevende in uw gezin verzorgt.



24.3.1 Aanmelden als werkgever

Als u personeel aan huis hebt, moet u zich als werkgever

bij ons aanmelden (zie ook paragraaf 2.1). Hiervoor gebruikt

u het formulier Melding loonheffingen werkgever van



personeel aan huis. U kunt dit formulier downloaden van

www.belastingdienst.nl of bestellen bij de BelastingTelefoon.



24.3.2 Identiteit vaststellen

U moet vóór de eerste werkdag de identiteit van uw werknemer

vaststellen (zie ook paragraaf 2.2).

24.3.3 Opgaaf gegevens voor de loonheffingen

Een dienstverlener moet vóór zijn eerste werkdag een schriftelijke

verklaring aan u geven met de volgende gegevens (zie

ook paragraaf 2.3):

• naam en voorletters

• geboortedatum

• bsn/sofinummer

• adres


• postcode en woonplaats

• woonland en regio als hij niet in Nederland woont

Een nieuwe dienstverlener moet u ook schriftelijk verzoeken

om de loonheffingskorting toe te passen. Verder moet hij



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 24 Personeel aan huis | 250

een schriftelijk verzoek bij u doen als hij de loonheffingskorting

niet meer bij u wil of mag laten toepassen.

De verklaring met de vereiste gegevens en het verzoek om de

loonheffingskorting wel of niet toe te passen moeten gedagtekend

en ondertekend zijn. Uw dienstverlener kan hiervoor

het Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen gebruiken.

U kunt dit model downloaden van www.belastingdienst.nl

(zie ook bijlage 6 achter in dit handboek).

Als u binnen een jaar na de beëindiging van een arbeidsrelatie

een nieuwe arbeidsrelatie aangaat met dezelfde

dienstverlener, hoeft uw dienstverlener u niet opnieuw alle

gegevens te verstrekken en een verzoek te doen om de

loonheffingskorting toe te passen. Voorwaarde is wel dat de

gegevens intussen niet zijn gewijzigd. Ook moet uw dienstverlener

dan bij het begin van de werkzaamheden ervoor

tekenen dat de gegevens nog juist zijn.

Let op!

U moet de verstrekte gegevens en het verzoek om de loonheffingskorting

wel of niet toe te passen minstens vijf kalenderjaren na het einde van de

dienstbetrekking bewaren. U kunt dat het beste bij de loonadministratie

of in het personeelsdossier doen (zie paragraaf 2.3).

24.3.4 Loonadministratie voeren

Om de juiste gegevens voor de loonheffingen aan ons en

aan uw dienstverlener te kunnen verstrekken, hebt u formulieren

en andere documenten nodig. Als u zich bij ons

heeft gemeld als werkgever van uw dienstverlener, krijgt

u deze formulieren en documenten automatisch van ons.

Het gaat onder andere om:

Aangiftebrief loonheffingen, waarin wij u erop wijzen dat

u aangifte moet doen

U krijgt deze voorafgaand aan het aangiftetijdvak

(zie paragraaf 10.1).

Mededeling loonheffingen aangifte doen en betalen

Dit is een verwijzing naar de Aangiftebrief loonheffingen,

met een acceptgiro om de loonheffingen te betalen

(zie paragraaf 10.1).

• loonstaten personeel aan huis

U kunt deze loonstaten ook downloaden van

www.belastingdienst.nl.



24.3.5 Loonstaat aanleggen

Als werkgever van een dienstverlener moet u bij het begin

van het kalenderjaar en bij het begin van een nieuwe dienstbetrekking

een loonstaat personeel aan huis aanleggen

door de volgende rubrieken in te vullen: 1 (Gegevens inhoudingsplichtige/

werkgever), 2 (Gegevens werknemer) en 3

(Gegevens voor de tabeltoepassing).

Let op!

Als u uw loonadministratie met behulp van een loonberekeningsprogramma

doet, hoeft u de papieren loonstaat niet in te vullen. U mag

dan de inhoudingsmethode toepassen die geldt voor werknemers voor

wie de vereenvoudigde regeling voor personeel aan huis niet van

toepassing is. U kunt ook de reguliere loonstaat gebruiken.

In deze paragraaf leest u hoe u de loonstaat voor personeel

aan huis moet bijhouden en hoe u de kolommen van de

loonstaat moet invullen. Als u de reguliere loonstaat

gebruikt (zie voor een model bijlage 2 achter in dit handboek),

kunt u hoofdstuk 8 raadplegen.



Loonstaat personeel aan huis bijhouden

Betaalt u elk loontijdvak hetzelfde bedrag, dan hoeft u niet

elke loonbetaling apart te vermelden. U vult dan alleen de

eerste loonbetaling in het jaar in. Daarna hoeft u alleen bij

een verandering in de loop van het jaar of bij een bijzondere

beloning het nieuwe loonbedrag of het bedrag van de

bijzondere beloning in te vullen. Na afloop van het jaar

berekent u de totaalbedragen. Betaalt u elk loontijdvak

een ander bedrag uit, dan moet u elke loonbetaling apart

vermelden.



Let op!

Als u een nettoloon hebt afgesproken, moet u dit bedrag omrekenen naar

een brutoloon voordat u de loonstaat invult (zie ook paragraaf 7.4).

Nettoloon wil zeggen dat u het bedrag dat u bent overeengekomen,

ook feitelijk uitbetaalt. De loonheffingen komen dan voor uw rekening.

Eerste loonbetaling

Op de eerste regel vermeldt u de gegevens van het loon over

het eerste loontijdvak van het jaar of het eerste loontijdvak

na indienstneming van de werknemer. Door van links naar

rechts kolom 1 tot en met 15 in te vullen berekent u de

loongegevens.



Wijziging in de loop van het jaar

Een wijziging in de loop van het jaar is bijvoorbeeld:

• een verhoging of verlaging van het loon

• het niet meer of juist wel toepassen van de

loonheffingskorting

• een wijziging van het loontijdvak

Bij elke wijziging handelt u als volgt. Bepaal het aantal tijdvakken

waarvoor dit loon gold. Dit aantal vult u in onder

kolom 2, het vakje ‘Aantal tijdvakken’. Het loon in geld per

loontijdvak vermenigvuldigt u met dit aantal tijdvakken.

In het vakje ‘Totaal periode’ vult u de uitkomst in van de

berekening. Deze handeling herhaalt u per kolom. Daarna

vult u op de volgende regel de gegevens van het gewijzigde

loon in (opnieuw kolom 2 tot en met 15).



Bijzondere beloningen

Bijzondere beloningen, bijvoorbeeld vakantiegeld of een

gratificatie, vermeldt u in de onderste regels van de loonstaat.

U vult in kolom 1 de datum in waarop het bedrag is

betaald. Daarna vult u ook voor deze beloningen kolom 2

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 24 Personeel aan huis | 251

tot en met 15 in. Voor de berekening van de in te houden

loonbelasting/premie volksverzekeringen gebruikt u de

tabel voor bijzondere beloningen.

Voor de berekening van premies werknemersverzekeringen

en bijdrage Zvw moet u de bijzondere beloning bij het

reguliere loon optellen. Met de hulpstaten berekent u de

te betalen bedragen.



Kolommen van de loonstaat invullen

Hierna leest u hoe u de kolommen van de loonstaat moet

invullen.

Kolom 1: Perioden loonbetaling

Vul in deze kolom per regel de periode in waarop de gegevens

die op die regel staan, betrekking hebben. Als de loongegevens

bijvoorbeeld per 1 mei zijn gewijzigd en daarna tot

en met 30 juni gelijk zijn gebleven, dan vult u op de eerste

regel in: 1-1 t/m 30-4 en op de tweede regel: 1-5 t/m 30-6.

Op de vijfde regel vult u de datum in waarop u een bijzondere

beloning hebt betaald.



Kolom 2: Loon in geld per loontijdvak

Vermeld in de vakken van kolom 2 het brutoloonbedrag dat

u per tijdvak aan uw werknemer betaalt. Het gaat hier om

loon waarop u de loonheffingen moet inhouden. Vermeld

op de vijfde regel van kolom 2 de bijzondere beloningen in

geld die u aan uw werknemer hebt verstrekt.

Loon waarover u geen premies werknemersverzekeringen

hoeft te betalen, maar wel loonbelasting/premie volksverzekeringen

en de bijdrage Zvw, boekt u niet in kolom 2. Dit

loon vermeldt u in kolom 6. Uitkeringen (loon uit een vroegere

dienstbetrekking) aan een ex-werknemer boekt u ook

in kolom 6. Soms moet u over loon uit vroegere dienstbetrekking

toch premies werknemersverzekeringen betalen

(zie paragraaf 4.1.1).

Vrijgesteld spaarloon mag u in kolom 2 boeken. Als u dat

doet, moet u ditzelfde bedrag ook in kolom 4 boeken. Voor

meer informatie over spaarregelingen zie hoofdstuk 20.

Kolom 3: Loon in natura per loontijdvak

Loon in natura behoort tot het loon als het voor de werknemer

een voordeel uit dienstbetrekking vormt. Als u

gebruikmaakt van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen, kunt u tot een bedrag van € 200 per

maand ook eindheffing toepassen (zie paragraaf 22.8).

Door eindheffing toe te passen, komt de belasting helemaal

voor uw rekening. U boekt dan niets in kolom 3.

Als u een werkgeversbijdrage betaalt voor de levensloopregeling

van uw werknemer, vermeldt u dat bedrag in deze

kolom als positief bedrag (loon voor de werknemersverzekeringen)

en als negatief bedrag in kolom 7 als de

bijdrage onbelast is voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen

en bijdrage Zvw (zie paragraaf 20.2).



Kolom 4: Aftrekposten voor alle loonheffingen

Vul in deze kolom de bedragen in die voor de loonheffingen

van het loon mogen worden afgetrokken, bijvoorbeeld

pensioenpremies en spaarloon.



Kolom 5: Totaal loon voor de werknemersverzekeringen

In deze kolom vermeldt u het totaal van kolom 2 plus 3

minus 4.

Kolom 6: Loon in geld per loontijdvak (uitsluitend voor de

loonbelasting/volksverzekeringen en de Zorgverzekeringswet)

Vul in deze kolom de loonbedragen in geld in waarover u

geen premies werknemersverzekeringen hoeft te betalen,

en uitkeringen waarover al premies voor de werknemersverzekeringen

zijn voldaan. Hieronder valt onder andere

loon uit vroegere dienstbetrekking, zoals vut- of pensioenuitkeringen.

Het bedrag dat u op het loon van uw werknemer

inhoudt voor de levensloopregeling, boekt u in

kolom 7 als negatief bedrag.

Kolom 7: Loon anders dan in geld per loontijdvak

(uitsluitend voor de loonbelasting/volksverzekeringen

en de Zorgverzekeringswet)

Vul in deze kolom de loonbedragen anders dan in geld in

waarover u geen premies werknemersverzekeringen hoeft te

betalen, bijvoorbeeld de waarde van het privégebruik van

een door u ter beschikking gestelde personen- of bestelauto

(zie paragraaf 19.3 en 19.4). Als u een werkgeversbijdrage

betaalt voor de levensloopregeling van uw werknemer die

onbelast is voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen

en bijdrage Zvw, vermeldt u dat bedrag in deze kolom als

negatief bedrag en in kolom 3 als positief bedrag.



Kolom 8: Loon voor de Zorgverzekeringswet

In deze kolom vermeldt u het totale bedrag aan loon: tel

kolom 5, 6 en 7 bij elkaar op. De uitkomst vermeldt u in

kolom 8. Op de vijfde regel van deze kolom vermeldt u het

bedrag aan bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld en

gratificaties.



Kolom 9: Vergoeding bijdrage Zvw

Vermeld in deze kolom de vergoeding van de bijdrage Zvw.

Voor een tegenwoordige dienstbetrekking is dit hetzelfde

bedrag als het bedrag in kolom 12 (Ingehouden bijdrage Zvw).



Kolom 10: Loon voor loonbelasting/volksverzekeringen

In deze kolom vermeldt u het totaal van kolom 8 en 9.



Kolom 11: Ingehouden loonbelasting/premie

volksverzekeringen per loontijdvak

Vermeld in deze kolom de ingehouden loonbelasting/

premie volksverzekeringen.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 24 Personeel aan huis | 252

Kolom 12: Ingehouden bijdrage Zvw

Op het loon voor de Zorgverzekeringswet (kolom 8) moet

u een bijdrage Zvw inhouden (zie ook hoofdstuk 6).

Kolom 13: Uitbetaald loon

Vul in deze kolom het bedrag in dat u netto aan uw werknemer

betaalt. Dat berekent u als volgt: tel het loon in geld van

kolom 2 en 6 en het bedrag in kolom 9 (Vergoeding bijdrage

Zvw) bij elkaar op. Trek daar vervolgens de vermelde bedragen

in kolom 11 (Ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen

per loontijdvak) en 12 (Ingehouden bijdrage Zvw) van

af. De uitkomst van deze rekensom vermeldt u in kolom 13.

Op de vijfde regel van deze kolom vermeldt u het bedrag aan

bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld en gratificaties.



Kolom 14: Verrekende arbeidskorting

In de witte tijdvaktabellen wordt naast de kolommen met

loonheffingskorting vermeld met welk bedrag aan arbeidskorting

(zie ook paragraaf 21.3) rekening is gehouden bij de

bepaling van de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

Hier moet u het bedrag van de arbeidskorting vermelden.



Kolom 15: Levensloopverlofkorting

In deze kolom vermeldt u het bedrag van de toegepaste

levensloopverlofkorting (zie ook paragraaf 21.7).

24.3.6 Loonheffingen berekenen

U moet de loonheffingen berekenen over het loon (zie ook

hoofdstuk 5, 6 en 7). Daarom is het belangrijk te bepalen

wat er tot het loon behoort (zie ook hoofdstuk 4). In het

kort komt het erop neer dat loon alles is wat een werknemer

krijgt op grond van zijn dienstbetrekking.



Loonbelasting/premie volksverzekeringen berekenen

De loonbelasting/premie volksverzekeringen berekent u

door de witte tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen

toe te passen op het bedrag van kolom 10. Het in

te houden bedrag is afhankelijk van de vraag of u de loonheffingskorting

moet toepassen en van de leeftijd van uw

werknemer (zie ook hoofdstuk 21).

U zoekt in de eerste kolom van de tabel het loonbedrag van

de werknemer of het dichtstbijzijnde lagere bedrag.

Daarachter staat in de kolom die hoort bij de leeftijd van de

werknemer, welk bedrag u aan loonbelasting/premie volksverzekeringen

moet inhouden. Dit bedrag vermeldt u in

kolom 11.

Voor sommige werknemers gelden afwijkende regels, namelijk

als de werknemers alleen belastingplichtig of (beperkt)

premieplichtig zijn. Hiervoor bestaan zogenoemde herleidingregels,

die u kunt vinden op www.belastingdienst.nl.

Premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw berekenen

Premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw

berekent u met de methode van voortschrijdend cumulatief

rekenen (vcr). Hoe u dat moet doen, staat in paragraaf

5.5.3. Voor het berekenen van de premies werknemersverzekeringen

en de bijdrage Zvw volgens de methode van

vcr kunt u hulpstaten gebruiken. U kunt deze hulpstaten

downloaden van www.belastingdienst.nl.



24.3.7 Loonheffingen inhouden en betalen

Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting/

premie volksverzekeringen geheven in de vorm van een

zogenoemde eindheffing. De eindheffing houdt u niet in op

het loon van de werknemer, maar komt voor uw rekening.

Loon waarover loonbelasting/volksverzekeringen wordt

geheven door middel van eindheffing, behoort niet (meer)

tot het loon van de werknemer en behoort dus ook niet tot

zijn belastbaar inkomen voor de inkomstenbelasting.

De loonbelasting/premie volksverzekeringen die u over dit

loon betaalt, kan de werknemer niet verrekenen met zijn

inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (zie ook

hoofdstuk 22).

Let op!

Loonbestanddelen waarover u eindheffing toepast, zijn geen loon voor

de werknemersverzekeringen en de Zvw.

In een aantal gevallen kunt u recht hebben op afdrachtvermindering

(zie ook hoofdstuk 23).

De loonheffingen die u inhoudt, moet u één keer per jaar aan

ons betalen. Hiervoor moet u aangifte doen. Dit betekent dat

u het te betalen bedrag moet opgeven in de aangifte loonheffingen

en dat u dit bedrag moet betalen (zie ook hoofdstuk

10). Voor het begin van het kalenderjaar, meestal in november,

krijgt u van ons een brief waarin wij u erop wijzen dat u

aangifte moet doen. Dit is de Aangiftebrief loonheffingen. Daarin

staat het aangiftetijdvak voor het komende jaar, de uiterste

aangifte- en betaaldatum en, op de achterkant, het betalingskenmerk.

Aan het einde van het aangiftetijdvak krijgt u de

Mededeling loonheffingen aangifte doen en betalen.

Hierbij vindt u ook een acceptgiro waarop het betalingskenmerk

is vermeld. Gebruik voor uw betaling altijd dit

betalingskenmerk, omdat wij anders moeilijk kunnen bepalen

voor welke aangifte de betaling is bedoeld. Het moment

waarop een betaling op onze rekening is bijgeschreven,

is bepalend voor de vraag of u op tijd hebt betaald.

Als u de belasting niet, of niet op tijd betaalt en/of niet op

tijd aangifte doet, kunt u een naheffingsaanslag (met boete)

krijgen.


De gegevens van uw personeel aan huis vermeldt u ook in

de aangifte loonheffingen. Als u geen ontheffing hebt, doet


1   ...   47   48   49   50   51   52   53   54   55


Dovnload 2.98 Mb.