Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina6/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   55

U maakt gebruik van de werkkostenregeling

U berekent de loonheffingen over de factuurwaarde inclusief

btw. Hebt u geen factuur of hebt u een factuur van een

verbonden vennootschap, dan gaat u uit van de waarde in het

economische verkeer. U mag voor de waarde niet uitgaan van

de besparingswaarde. Dit is het – meestal lagere – bedrag dat

personen die vergelijkbaar zijn met de werknemer,

normaal


gesproken zouden uitgeven aan de verstrekking.

Binnen de werkkostenregeling is alles wat u uw werknemer

verstrekt of vergoedt voor zijn dienstbetrekking, loon. Om

te voorkomen dat de waarde van voorzieningen op de

werkplek in de vrije ruimte valt, is een aantal voorzieningen

op nihil gewaardeerd. Daarnaast gelden er voor bepaalde

verstrekkingen vaste normbedragen. Zie voor meer

informatie hierover paragraaf 17.1.4 en hoofdstuk 18.

Als u op het loon van de werknemer een bedrag inhoudt voor

de verstrekking, wordt de te belasten waarde of het normBelastingdienst

| Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 35

bedrag verminderd met de bijdrage van de werknemer. Een

eigen bijdrage kan niet tot een negatieve bijtelling leiden.

4.4 Vergoedingen en verstrekkingen

Maakt u gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen, dan vindt u de regels die daarvoor

gelden, in paragraaf 4.4.1.

Maakt u gebruik van de werkkostenregeling, lees dan

paragraaf 4.4.2.

4.4.1 Oude regeling: vrije vergoedingen

en verstrekkingen

Er is sprake van vrije vergoedingen en verstrekkingen als

aan een van de volgende eisen wordt voldaan:

• De vergoedingen en verstrekkingen zijn voor de

bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen voor

een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.

Met andere woorden: er is sprake van vergoeding

van beroepskosten.

• De vergoedingen en verstrekkingen worden naar maatschappelijke

opvattingen niet als beloningsvoordeel

ervaren (zie ook hoofdstuk 18).

Let op!

U mag alleen een onbelaste kostenvergoeding over een voorbij jaar

aan de werknemer betalen, als u al in dat jaar met de werknemer hebt

afgesproken dat hij die kosten kan declareren.

Beroepskosten

Beroepskosten zijn kosten die een werknemer maakt om

zijn loon te kunnen verwerven. Als hoofdregel geldt dat de

vergoeding van beroepskosten niet tot het loon behoort,

als is voldaan aan twee voorwaarden:

• De vergoeding is voor kosten die de werknemer voor

de verwerving van zijn loon maakt.

• De kosten zijn redelijkerwijs noodzakelijk voor een

behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking

(zie ook hoofdstuk 18).

De hoofdregel voor verstrekkingen is dat ze niet tot het loon

behoren voor zover ze beroepskosten voorkomen.



Vaste kostenvergoeding

Aan werknemers die vaak dezelfde soort kosten maken,

kunt u een vaste kostenvergoeding geven. U moet dan

voldoen aan de volgende voorwaarden:

• U stelt de vaste kostenvergoeding afzonderlijk van het

loon vast.

• U specificeert de vaste kostenvergoeding voorafgaand

aan de betaling naar:

• aard van de kosten

• veronderstelde omvang van de kosten

Om te bepalen of u deze vergoeding onbelast mag verstrekken,

kunnen wij u vragen om steekproefsgewijs te onderzoeken

welke uitgaven uw werknemers gedurende een bepaalde

tijd hebben gedaan. U zult zo’n onderzoek van tijd tot tijd

moeten herhalen, wil het als betrouwbare basis kunnen

dienen voor het bepalen van de hoogte van een vrijgestelde

vaste kostenvergoeding. Voor een vaste kostenvergoeding die

op basis van een cao wordt betaald, geldt deze procedure

ook. Zo’n vergoeding is niet zonder meer vrijgesteld.

U mag ook een vaste kostenvergoeding geven voor

intermediaire kosten. Dit zijn kosten die uw werknemer

meestal in uw opdracht en voor uw rekening voorschiet.

U moet de kosten wel aannemelijk kunnen maken en ook

voldoen aan de hierboven genoemde voorwaarden voor

een vaste kostenvergoeding.

Voor meer informatie over vaste reiskostenvergoedingen

zie paragraaf 19.1.2.

Vergoedingen en verstrekkingen die naar maatschappelijke

opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren

Bij vergoedingen en verstrekkingen die naar maatschappelijke

opvattingen niet als beloningsvoordeel worden

ervaren, gaat het om vergoedingen en verstrekkingen die:

• niet als loon worden ervaren

• ook objectief niet als beloning zijn bedoeld

Het gaat hier om min of meer toevallige voordelen die

verband houden met de dienstbetrekking. Hiervan is geen

sprake als een vergoeding of verstrekking een aanmerkelijk

privévoordeel voor de werknemer oplevert. In de praktijk

kunt u ervan uitgaan dat er in ieder geval sprake is van een

aanmerkelijk privévoordeel als de privé-uitgaven van uw

werknemer op jaarbasis € 454 minder zullen zijn dan de

privé-uitgaven van vergelijkbare werknemers.

Voorbeelden van verstrekkingen of vergoedingen die niet

als beloningsvoordeel worden ervaren, zijn onder meer de

verstrekkingen en vergoedingen die samenhangen met

verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet.

Denk aan de vergoeding voor een

veiligheidsbril of een verplichte medische keuring

(zie paragraaf

18.4). Een ander voorbeeld is een werknemer

die, om thuis te telewerken, de beschikking krijgt over de

software die daarvoor nodig is. Als de werknemer de software

in zo’n geval ook privé mag gebruiken, kan er sprake zijn van

een voordeel uit dienstbetrekking. Maar in het algemeen is

het aannemelijk dat dergelijke voordelen zo gering zijn, dat

u ze niet als beloningsvoordeel in aanmerking hoeft te nemen.



Belast of (gedeeltelijk) vrijgesteld

Bij vergoedingen en verstrekkingen moet u een onderscheid

maken tussen vergoedingen en verstrekkingen die:

• tot het loon behoren



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 36

• geheel vrijgesteld zijn

• gedeeltelijk of onder bijzondere voorwaarden zijn

vrijgesteld

Een vrijstelling geldt voor vergoedingen en verstrekkingen

samen. U moet dus vergoedingen en verstrekkingen van

dezelfde soort bij elkaar optellen om te beoordelen of het

totaal geheel of gedeeltelijk vrijgesteld is. Bijdragen van de

werknemer aan vrije verstrekkingen komen niet in mindering

op zijn loon. Dat geldt ook voor gehele of gedeeltelijke

terugbetaling van een vrije vergoeding. Als een verstrekking

of vergoeding niet volledig vrij is, geldt vaak een normbedrag

dat u tot het loon moet rekenen. Het niet-vrije gedeelte van

de verstrekking of vergoeding wordt dan belast. Als u in dat

geval een eigen bijdrage vraagt van de werknemer, trekt u

dit bedrag af van het (norm)bedrag dat u tot het loon moet

rekenen. Dit mag niet leiden tot een negatief bedrag. Alleen

bij een eigen bijdrage voor een auto van de zaak kan de

bijtelling in een loontijdvak soms negatief zijn

(zie paragraaf 19.3.4).



Voorbeeld 1

Voor een verstrekking is geregeld dat er voor het gedeelte boven € 100

sprake is van een vrije verstrekking. De waarde in het economische verkeer

van de verstrekking is € 300. Er is geen eigen bijdrage van de werknemer.

Van de verstrekking is € 100 belast en € 200 vrij.

Voorbeeld 2

De situatie is hetzelfde als in voorbeeld 1, maar nu is de eigen bijdrage van

de werknemer € 25. Het bedrag van € 100, dat niet is te beschouwen als een

vrije verstrekking, wordt met de eigen bijdrage van de werknemer (€ 25)

verminderd tot € 75. Belast is € 75.

Voorbeeld 3

De situatie is hetzelfde als in voorbeeld 1, maar nu is de eigen bijdrage van

de werknemer € 175. Het bedrag van € 100 dat niet voor een vrije

verstrekking in aanmerking komt, wordt verminderd met de eigen bijdrage

van € 175. De verstrekking is vrij. Maar het verschil tussen € 175 en € 100

is niet aftrekbaar.

Voor vergoedingen geldt dezelfde systematiek. Het gedeelte

van de kosten dat u niet vergoedt, maar dat de werknemer

betaalt, komt in mindering op het belaste normbedrag.

Als de

kosten die de werknemer zelf betaalt, hoger zijn dat het normbedrag,



is het niet mogelijk om het negatieve saldo in mindering

te brengen op het loon. Hierna ziet u een voorbeeld.



Voorbeeld 4

Voor een vergoeding is geregeld dat voor het gedeelte boven € 100 sprake

is van een vrije vergoeding. De totale kosten zijn € 300. De werkgever

vergoedt € 125 en € 175 blijft voor rekening van de werknemer. Het bedrag

van € 100 dat niet voor een vrije vergoeding in aanmerking komt, wordt

verminderd met € 175. De vergoeding van € 125 is dus vrij. Het verschil

tussen € 175 en € 100 is niet aftrekbaar.

Cao-beoordelingen

Wij beoordelen collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) op de

gevolgen voor de loonheffingen. Deze beoordelingen worden

gepubliceerd op www.belastingdienst.nl/cao-beoordelingen.



Artiesten en beroepssporters

Kostenvergoedingen die worden betaald aan artiesten en

beroepssporters die een overeenkomst van korte duur aangaan,

of kortstondig optreden, of kortstondig sport beoefenen,

moeten tot de belastbare gage worden gerekend.

U kunt een aparte Handleiding artiesten- en beroepssportersregeling

downloaden van www.belastingdienst.nl.

4.4.2 Werkkostenregeling: vergoedingen

en verstrekkingen

Alles wat u uw werknemer vergoedt of verstrekt voor zijn

dienstbetrekking, is loon. Als u voor een verstrekking een

bedrag inhoudt op het loon van de werknemer, trekt u dit

bedrag af van de te belasten waarde of het normbedrag.

Dit mag niet leiden tot een negatief bedrag. Alleen bij een

eigen bijdrage voor een auto van de zaak kan de bijtelling

in een loontijdvak soms negatief zijn (zie paragraaf 19.3.4).

Bepaalde voordelen zijn geen loon of er bestaan vrijstellingen

voor. Daarom vallen deze niet onder de werkkostenregeling.

Het gaat dan om:

• voordelen buiten de dienstbetrekking

• vergoedingen voor intermediaire kosten

• vrijgesteld loon

• verstrekkingen waarvoor de werknemer een eigen

bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt

Zie voor meer informatie hierover paragraaf 17.1.1.

Gerichte vrijstellingen

Voor een aantal vergoedingen en verstrekkingen bestaan

‘gerichte vrijstellingen’. Dit zijn vrijstellingen op werknemersniveau

die onder de oude regeling van vrije vergoedingen

ook bestaan. Voor deze gerichte vrijstellingen gelden

dezelfde voorwaarden. U mag voor gerichte vrijstellingen

ook een vaste kostenvergoeding geven. Maar dan moet u wel

altijd vooraf onderzoek doen naar de werkelijke kosten.

Gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van uw vrije

ruimte voor zover ze binnen de normen blijven die voor

deze gerichte vrijstellingen gelden. Vergoedt of verstrekt u

meer dan de normen, dan is er sprake van een bovenmatig

deel van gerichte vrijstellingen. Voor dit bovenmatige deel

mag u kiezen: als eindheffingsloon onderbrengen in de vrije

ruimte of als loon van de werknemer belasten. Als u niets

tot het loon van de werknemer rekent, gaat het bovenmatige

deel ten koste van de vrije ruimte.

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 37

Zie voor meer informatie over gerichte vrijstellingen

paragraaf 17.1.2.

Nihilwaarderingen

Om te voorkomen dat de waarde van voorzieningen op de

werkplek in de vrije ruimte valt, is een aantal voorzieningen op

nihil gewaardeerd. Deze nihilwaarderingen gaan dus niet ten

koste van uw vrije ruimte. De nihilwaardering geldt niet voor

voorzieningen en verstrekkingen voor de werkplek in het eigen

huis van uw werknemer. Maar is er sprake van thuiswerk in de

zin van de Arbowet, dan geldt wel een nihilwaardering

voor

arbovoorzieningen en verstrekkingen van de thuiswerkplek.



Vaste kostenvergoedingen

U kunt onbeperkt een vaste kostenvergoeding geven voor

vergoedingen die niet gericht zijn vrijgesteld. Voor gerichte

vrijstellingen en intermediaire kosten mag u alleen een

vaste kostenvergoeding geven als u voldoet aan de volgende

voorwaarden:

• U kunt het bedrag van de gerichte vrijstellingen en

intermediaire kosten aannemelijk maken.

• U specificeert de gerichte vrijstellingen en intermediaire

kosten per kostenpost naar aard en veronderstelde omvang.

• U specificeert de vaste kostenvergoeding naar het bedrag

voor intermediaire kosten, gerichte vrijstellingen en

overige posten.

• U onderbouwt de vaste kostenvergoeding met een

onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten en

u herhaalt dit als wij daarom vragen.

U mag alleen een aanvullende vergoeding geven als u

aannemelijk kunt maken dat de werkelijke uitgaven hoger

zijn dan de vaste kostenvergoeding.
4.5 Uitkeringen en verstrekkingen

bij bijzondere gebeurtenissen

De volgende uitkeringen bij bijzondere gebeurtenissen

zijn onder bepaalde voorwaarden geen loon:

• diensttijduitkering (zie paragraaf 18.14)

• (eenmalige) uitkering bij overlijden of invaliditeit (zie paragraaf 18.16)

• gouden handdruk (zie paragraaf 18.20)
Verstrekkingen met ideële waarde

Als u bij het beëindigen van de dienstbetrekking, ter

gelegenheid van een dienstjubileum van een werknemer,

een jubileum van de werkgever, of naar aanleiding van

feestdagen zaken verstrekt die hoofdzakelijk een ideële

waarde hebben, behoren deze niet tot het loon. Denk aan

een portret dat of een vulpen die uw werknemer krijgt bij

een dienstjubileum.

Artikelen die hoofdzakelijk een gebruikswaarde hebben

of relatief waardevolle artikelen, behoren wel tot het loon.

Dat zijn bijvoorbeeld radio’s, fietsen, televisietoestellen,

foto- en filmapparatuur of antiek.



Geschenken in natura die tot het loon behoren

Maakt u gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen, dan mag u voor geschenken in natura die

tot het loon behoren, eindheffing toepassen als de waarde

van het geschenk niet meer is dan € 70 per kalenderjaar

(zie ook paragraaf 22.7). Is de waarde van het geschenk

hoger, dan mag u over het meerdere ook eindheffing

toepassen als de waarde van alle verstrekkingen op jaarbasis

maximaal € 272 is en maximaal € 136 per geschenk

(zie paragraaf 22.4). Ook kunt u tot een bedrag van € 200

gebruikmaken van eindheffing voor bovenmatige verstrekkingen

(zie paragraaf 22.8).

Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling, dan kunt

u de waarde van deze geschenken in natura als eindheffingsloon

onderbrengen in uw vrije ruimte of belasten als loon

van de werknemer.

4.6 Aanspraken en uitkeringen

op grond van aanspraken

Tot het loon behoren de zogenoemde aanspraken. Een

aanspraak is een recht om na verloop van tijd of onder een

voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te

krijgen. Een aanspraak behoort meestal tot het loon, maar

kan ook geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld. Dan is de

uitkering of de verstrekking die uit de aanspraak voortvloeit,

meestal geheel of gedeeltelijk belast. De verschillende

mogelijkheden vindt u in paragraaf 18.2.

4.7 Uitkeringen anders dan op grond

van aanspraken

Uitkeringen die niet zijn gebaseerd op aanspraken, kunnen

ook tot het loon behoren. Voorbeelden hiervan zijn:

• uitkeringen uit fondsen die aan de dienstbetrekking zijn

verbonden (zie ook paragraaf 18.47)

• kinderbijslag (anders dan op grond van de Akw)

(zie ook paragraaf 18.25)

Voor een dergelijke uitkering moet van geval tot geval

worden bekeken of de uitkering tot het loon behoort.



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 38

4.8 Afstaan van loon

(doorbetaaldloonregeling)

Een werknemer kan voor zijn dienstbetrekking bij een werkgever

(hierna: de hoofdwerkgever) ook in dienstbetrekking

zijn bij een andere werkgever. De werknemer is dan veelal

verplicht om het loon af te staan aan zijn hoofdwerkgever.

Onder voorwaarden hoeft die andere werkgever (hierna:

de doorbetaler) geen loonheffingen in te houden. Deze

regeling is bijvoorbeeld van belang voor bepaalde commissarissen

(zie ook paragraaf 15.8). Andere werknemers en

directeuren-grootaandeelhouders kunnen er ook gebruik

van maken.

Als aan de volgende voorwaarden voor de doorbetaaldloonregeling

is voldaan, hoeft de doorbetaler geen loonheffingen

in te houden:

• De werknemer is uit hoofde van zijn dienstbetrekking

bij de hoofdwerkgever ook in dienstbetrekking bij de

doorbetaler.

• De werknemer woont in Nederland. Als de werknemer

niet in Nederland woont, geldt als extra voorwaarde

dat de behandeling van het loon gelijk blijft voor de

toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele

belasting.

• De hoofdwerkgever is gevestigd of woont in Nederland.

• De doorbetaler betaalt het loon en de bijbehorende

(vrije) vergoedingen rechtstreeks aan de hoofdwerkgever.

• De doorbetaler verstrekt geen (vrije) verstrekkingen aan

de werknemer zonder voorafgaande mededeling aan de

hoofdwerkgever.

• De doorbetaler, de hoofdwerkgever en de werknemer

doen samen een verzoek aan ons om vast te stellen dat

zij voldoen aan de voorwaarden. Op dit verzoek beslissen

wij bij voor bezwaar vatbare beschikking. De doorbetaler

mag alleen afzien van inhouding van loonheffingen na

een positieve beslissing van ons. Heeft de werknemer een

aanmerkelijk belang (zie paragraaf 15.1) in zowel de doorbetaler

als de hoofdwerkgever, dan geldt deze voorwaarde

niet. Het verzoek hoeft niet gedaan te worden voor een

aanmerkelijkbelanghouder die aandelen in een werkmaatschappij

via een houdstermaatschappij houdt en

voor beide vennootschappen werkzaamheden verricht.



Let op!

U mag de doorbetaaldloonregeling ook toepassen als de werknemer bij

de hoofdwerkgever niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.

Is de werknemer bij de doorbetaler verzekerd voor de werknemersverzekeringen

en bij de hoofdwerkgever niet, dan moet de doorbetaler

aangifte doen van het premieloon en de premies werknemersverzekeringen

van de werknemer betalen. In dat geval geldt de doorbetaaldloonregeling

dus alleen voor de loonbelasting/

premie volksverzekeringen

en de bijdrage Zvw. De hoofdwerkgever gebruikt voor de Zvw de lage

premie.

4.9 Negatief loon

Als een werknemer een bedrag terugbetaalt dat hij ten

onrechte als loon heeft gekregen, kunnen zich drie situaties

voordoen:

• De werknemer meldt uit eigen beweging te veel

betaald loon.

U vraagt een bedrag terug in het jaar van betaling.

• U vraagt een bedrag terug na afloop van het jaar

van betaling.



De werknemer meldt uit eigen beweging te veel betaald loon

De werknemer meldt u kort na ontvangst van ten onrechte

uitbetaald loon dat hij dat loon niet wil houden en hij

betaalt dit onmiddellijk terug. De betaling wordt dan als

niet gedaan beschouwd. U kunt dan de gegevens in de loonstaat

over loon en loonheffingen waar nodig verbeteren.

Als u al aangifte hebt gedaan over het tijdvak waarover u de

fout constateert, moet u deze fout corrigeren. Hierbij is het

belangrijk of u de fout constateert vóór het verstrijken van de

aangiftetermijn van dat tijdvak. U kunt dan nog een nieuwe

volledige aangifte loonheffingen insturen of voor een

specifiek deel van de aangifte vervangende of aanvullende

gegevens insturen. Als u de fout na afloop van de aangiftetermijn

constateert, moet u deze fout binnen acht weken

na het verstrijken van de aangiftetermijn herstellen met een

correctie. U kunt een boete krijgen als u de correcties niet

op tijd aan ons doorgeeft (zie ook hoofdstuk 11).

U vraagt een bedrag terug in het jaar van betaling

Na een foutieve betaling vraagt u het nettobedrag terug dat

te veel aan de werknemer is uitbetaald. Het brutobedrag dat

hoort bij het nettobedrag dat de werknemer aan u terugbetaalt,

is negatief loon in het tijdvak van terugbetaling.

De eerdere foutieve betaling corrigeert u dan niet.



U vraagt een bedrag terug na afloop van het jaar van betaling

Na een foutieve betaling vraagt u na afloop van het kalenderjaar

het brutoloon terug van uw werknemer. Het bedrag dat

de werknemer daadwerkelijk terugbetaalt, is in het jaar van

terugbetaling negatief loon. De eerdere foutieve betaling

corrigeert u dan niet.

De volgende twee situaties zijn mogelijk:

• U verrekent het negatief loon met positief loon. In dat

geval moet u de loonheffingen berekenen over het saldo

van positief en negatief loon.

• U verrekent het negatief loon niet of niet geheel met

positief loon. Voor zover u niet verrekent, kan de werknemer

het terugbetaalde bedrag als negatief loon aftrekken

in zijn aangifte inkomstenbelasting.



Negatieve jaaropgave

Als u het negatieve loon niet met positief loon kunt

verrekenen, kan de werknemer het terugbetaalde bedrag als

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 4 Stap 4 Bepalen wat tot het loon behoort | 39

negatief loon aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting.

In deze gevallen maakt u een negatieve jaaropgave. Bij de

loonheffingen vult u dan niets in.



Let op!

Bijdragen van de werknemer aan vrije verstrekkingen zijn geen

negatief loon.

Terugbetalen vergoeding

Als een werknemer een vergoeding moet terugbetalen, kan

er sprake zijn van negatief loon. Dat hangt af van het oorspronkelijke

karakter van de vergoeding. Als de vergoeding

in het verleden bij de werknemer belast werd, is de terugbetaling

negatief loon voor de werknemer. Als de vergoeding

in het verleden niet werd belast bij de werknemer, geldt het

volgende, afhankelijk van de regeling die u gebruikte.



U maakte gebruik van de oude regeling van vrije vergoedingen

en verstrekkingen

De terugbetaling van een onbelaste vergoeding is geen

negatief loon.

U maakte gebruik van de werkkostenregeling

De terugbetaling is geen negatief loon voor de werknemer

als het gaat om:

• een gericht vrijgestelde vergoeding

• een vergoeding die u hebt ondergebracht in uw vrije

ruimte


Wanneer de werknemer de vergoeding terugbetaalt, trekt

u deze terugbetaling af van eventuele vergoedingen en

verstrekkingen waarover u als werkgever eindheffing

betaalde (zie hoofdstuk 22). De terugbetaling vergroot

hierdoor de vrije ruimte.

4.10 Verzekeringsuitkeringen belast

voor de loonheffingen

Banken, levensverzekeringsmaatschappijen en andere

financiële instellingen moeten sinds 1 januari 2010 voor het

eerst loonbelasting/premie volksverzekeringen en bijdrage

Zvw inhouden op bepaalde categorieën verzekeringsuitkeringen.

Vanaf 1 januari 2011 geldt dat ook voor inkomensverzekeraars

(schadeverzekeraars als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht). Het gaat om de volgende categorieën verzekeringsuitkeringen:

1 periodieke uitkeringen die tot box 1 behoren, bijvoorbeeld

uitkeringen in verband met invaliditeit, ziekte of een ongeval

2 lijfrentetermijnen aan minderjarigen (lijfrentetermijnen

aan meerderjarigen vallen al langer onder de loonbelasting/

premie volksverzekeringen, net als termijnen uit een

lijfrentespaarrekening of uit een lijfrentebeleggingsrekening)

3 afkoopsommen van lijfrenten ‘oude stijl’ (contracten die

vóór 1992 zijn gesloten en waarvoor de Wet op de

inkomstenbelasting 1964 van vóór 1992 nog geldt) en

afkoopsommen van rechten op periodieke uitkeringen

die tot box 1 behoren

4 negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen bij ‘fysieke

afkoop’ – afkoopsommen in geld – van lijfrenten en

andere periodieke uitkeringen waarvoor de Wet op de

inkomstenbelasting 2001 geldt

Dit zijn grofweg: contracten die vanaf 1992 zijn gesloten.

Een uitzondering geldt voor kleine afkoopsommen met

een waarde van maximaal € 4.146. Kleine afkoopsommen

behandelt u als categorie 3.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   55

  • Belastingdienst
  • 4.4.1 Oude regeling: vrije vergoedingen en verstrekkingen
  • Vergoedingen en verstrekkingen die naar maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren
  • Belast of (gedeeltelijk) vrijgesteld
  • Artiesten en beroepssporters
  • 4.4.2 Werkkostenregeling: vergoedingen en verstrekkingen
  • Vaste kostenvergoedingen
  • Verstrekkingen met ideële waarde
  • Geschenken in natura die tot het loon behoren
  • De werknemer meldt uit eigen beweging te veel betaald loon
  • U vraagt een bedrag terug in het jaar van betaling
  • U vraagt een bedrag terug na afloop van het jaar van betaling
  • Negatieve jaaropgave
  • Let op! Bijdragen van de werknemer aan vrije verstrekkingen zijn geen negatief loon. Terugbetalen vergoeding

  • Dovnload 2.98 Mb.