Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingdienst

Dovnload 2.98 Mb.

Belastingdienst



Pagina9/55
Datum04.04.2017
Grootte2.98 Mb.

Dovnload 2.98 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   55

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 5 Stap 5 Premies werknemersverzekeringen

berekenen | 49

voor dienstbetrekkingen die in het kader • van de Wet sociale

werkvoorziening (wsw) volledig gesubsidieerd zijn

Is de dienstbetrekking gedeeltelijk gesubsidieerd, dan

komt u wel in aanmerking voor de premiekorting.



Voorbeeld

U hebt vanaf juni 2010 een schoonmaker van 55 jaar in dienst met een jaarcontract

voor 50% van de werktijd (20 uur per week). Voor de andere 50%

heeft de werknemer een WW-uitkering. Tot juni 2010 had deze werknemer

een fulltimebaan bij een andere werkgever. Het contract met u en de

WW-uitkering eindigen per juni 2011. U geeft de werknemer per juni 2011

een vast contract als chauffeur voor 50% van de werktijd. Voor de andere

50% treedt hij – ook per juni 2011 – voor een jaar als portier in dienst bij een

andere werkgever.

U hebt geen recht op premiekorting in dienst nemen oudere werknemers,

omdat er geen sprake is van indiensttreding, maar van verlenging van een

contract. Dat de werknemer een andere functie krijgt, maakt geen verschil.

De andere werkgever heeft wel recht op premiekorting, omdat hij iemand in

dienst neemt die direct vóór indiensttreding een WW-uitkering had en

ouder is dan 50 jaar. Dat het een tijdelijk contract is, maakt niet uit. En ook

maakt het niet uit dat de werknemer geen volledige WW-uitkering kreeg.

Omdat er sprake is van een contract voor 20 uur per week, is de premiekorting

3.612 (20/36 van € 6.500).



5.8.2 Premiekorting in dienst hebben oudere

werknemers

Hebt u in 2011 een werknemer in dienst die 62 jaar of ouder

is? Dan hebt u bij een dienstverband van ten minste 36 uur

per week recht op een premiekorting van maximaal € 2.750

per jaar. U kunt deze premiekorting in dienst hebben

oudere werknemers toepassen zolang de dienstbetrekking

bestaat, maar uiterlijk totdat uw werknemer 65 jaar wordt.

Geen recht op premiekorting in dienst hebben oudere

werknemers

U hebt geen recht op de premiekorting in dienst hebben

oudere werknemers voor dienstbetrekkingen die in het

kader van de Wet sociale werkvoorziening (wsw) volledig

gesubsidieerd zijn. Is de dienstbetrekking gedeeltelijk

gesubsidieerd, dan komt u wel in aanmerking voor de

premiekorting.

5.8.3 Samenloop premiekorting in dienst nemen

oudere werknemers en premiekorting

in dienst hebben oudere werknemers

Hebt u voor een werknemer recht op de premiekorting in

dienst nemen oudere werknemers én op de premiekorting

in dienst hebben oudere werknemers, dan hebt u in eerste

instantie alleen recht op de eerste premiekorting. U past

eerst alleen de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers

toe.

Als u de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers



voor de maximale periode van drie jaar hebt toegepast, past

u daarna de premiekorting in dienst hebben oudere werknemers

toe. Dat doet u vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak

waarin de termijn van drie jaar van de premiekorting

in dienst nemen oudere werknemers eindigt.

Voorbeeld

Op 10 februari 2011 neemt u een uitkeringsgerechtigde aan die dan 60 jaar is.

Op 12 november 2012 wordt deze werknemer 62 jaar. U hebt een aangiftetijdvak

van een maand.

U past de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers toe tot

1 februari 2014. Vanaf 1 februari 2014 past u de premiekorting in dienst

hebben oudere werknemers toe.

5.8.4 Premiekorting oudere werknemers

toepassen

U hoeft ons geen toestemming te vragen om de premiekorting

in dienst nemen en in dienst hebben oudere werknemers

toe te passen.

De premie waarmee u de premiekorting verrekent, mag

betrekking hebben op andere werknemers dan de werknemer(

s) voor wie u recht hebt op de premiekorting oudere

werknemers. Wat u moet doen als u niet alle premiekorting

in een bepaald loontijdvak kunt verrekenen, leest u in

paragraaf 5.10.



U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een volledige

premiekortingsperiode

Het kan zijn dat u de dienstbetrekking beëindigt van een

werknemer voor wie u de premiekorting in dienst nemen

oudere werknemers hebt toegepast voor de maximale periode

van drie jaar. Als u deze werknemer binnen drie jaar na

afloop van de premiekortingsperiode opnieuw in dienst

neemt, mag u voor deze werknemer deze premiekorting

niet meer toepassen.



U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een onvolledige

premiekortingsperiode

Een onderbreking van het dienstverband tijdens een lopende

premiekortingsperiode kan gevolgen hebben voor de periode

dat u de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers

mag toepassen. Die gevolgen zijn afhankelijk van de duur

van de onderbreking.

Als het dienstverband minder dan drie maanden is onderbroken,

gaat u ervan uit dat de dienstbetrekking niet is

onderbroken. U telt de premiekortingsperioden voor en

na de onderbreking bij elkaar op totdat u de premiekorting

drie jaar hebt toegepast.

Voorbeeld

U neemt op 1 maart 2011 een uitkeringsgerechtigde in dienst voor wie u

maximaal drie jaar recht hebt op de premiekorting in dienst nemen oudere

werknemers. In juni en juli 2011 is het dienstverband met deze werknemer

Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 5 Stap 5 Premies werknemersverzekeringen

berekenen | 50



onderbroken. U hebt over de maanden juni en juli 2011 voor deze werknemer

geen recht op de premiekorting. Maar de premiekortingsperiode

wordt wel met twee maanden verlengd tot 1 mei 2014.

Als het dienstverband drie maanden of meer onderbroken is,

wordt de premiekortingsperiode niet verlengd. Deze blijft

maximaal drie jaar. In de periode dat het dienstverband is

onderbroken, mag u de premiekorting niet toepassen.

Voorbeeld

U neemt op 1 maart 2011 een uitkeringsgerechtigde in dienst voor wie u

maximaal drie jaar recht hebt op de premiekorting in dienst nemen oudere

werknemers. Van juni tot en met december 2011 is het dienstverband met

deze werknemer onderbroken. U hebt over de maanden juni tot en met

december 2011 voor deze werknemer geen recht op de premiekorting en

de premiekortingsperiode eindigt per 1 maart 2014.

Uw werknemer neemt volledig onbetaald verlof

Hebt u een werknemer in dienst voor wie u de premiekorting

oudere werknemers toepast? En neemt deze werknemer

volledig


onbetaald verlof op? Dan hebt u tijdens deze periode

geen recht op de premiekorting oudere werknemers.

De korting is namelijk gekoppeld aan het aantal overeengekomen

of uitbetaalde uren. Bij onbetaald verlof is het

aantal overeengekomen uren nul.

Bij onbetaald verlof gelden dezelfde regels voor de premiekorting

in dienst nemen oudere werknemers als bij een tijdelijke

onderbreking van de dienstbetrekking. Als het dienstverband

minder dan drie maanden is onderbroken, gaat u ervan uit dat

de dienstbetrekking niet is onderbroken. U telt de premiekortingsperioden

voor en na de onderbreking bij elkaar op

totdat u de premiekorting drie jaar hebt toegepast.

De dienstbetrekking blijft tijdens het onbetaald verlof wel

bestaan.


Uw werknemer werkt niet meer

Als uw (oudere) werknemer nog wel in dienst is, maar niet

meer werkt, bijvoorbeeld omdat hij een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering

heeft, dan hebt u geen recht op

de premiekorting oudere werknemers.

U neemt een onderneming over

Als u een onderneming geheel of gedeeltelijk overneemt,

dan gaan er misschien werknemers naar u over voor wie

de oude werkgever premiekorting toepaste. U kunt dan

de premiekorting voor de resterende periode overnemen.

Van overname van een onderneming is sprake bij een fusie

of splitsing, maar bijvoorbeeld ook bij het inbrengen van

een eenmanszaak of vennootschap onder firma in een bv.



5.8.5 Hoogte van de premiekorting oudere

werknemers

In deze paragraaf leest u hoe u de premiekorting berekent

voor:

• werknemers die niet fulltime werken



• werknemers zonder vast overeengekomen arbeidsduur

• werknemers met een dienstbetrekking die niet het hele

aangiftetijdvak duurt

• werknemers die werken op basis van stukloon



Werknemers die niet fulltime werken

Als de werknemer minder dan 36 uur per week voor u werkt,

moet u het bedrag van de premiekorting evenredig verlagen.

U doet dit bij werknemers met een vast overeengekomen

aantal uren door de overeengekomen arbeidsduur te delen

door 36. Is het vast overeengekomen aantal uren meer dan

36, dan moet u toch uitgaan van 36 uur.

Voorbeeld

Werknemer A, voor wie u recht hebt op premiekorting in dienst nemen

oudere werknemers, heeft een deeltijdcontract van 20 uur. Daarom moet

u de premiekorting herleiden.

U deelt de overeengekomen uren door 36. U hebt een aangiftetijdvak van

een maand. De premiekorting per maand per werknemer is maximaal

6.500/12 = € 541,67. De premiekorting voor werknemer A is dan:



20/36 x € 541,67 = € 300,93.

Werknemers zonder vast overeengekomen arbeidsduur

Bij werknemers zonder vast overeengekomen arbeidsduur

gaat u uit van de uitbetaalde uren in het aangiftetijdvak

gedeeld door de normuren per vier weken (144) of per maand

(156). Als u meer uren hebt uitbetaald dan de normuren,

gaat u uit van de normuren en niet van de uitbetaalde uren.



Voorbeeld

Werknemer B, voor wie u recht hebt op premiekorting in dienst nemen oudere

werknemers, heeft geen vast overeengekomen arbeidsduur. In januari

2011

hebt u werknemer B voor 120 uur betaald. U hebt een aangiftetijdvak van

een maand.

U herleidt de premiekorting door de uitbetaalde uren te delen door 156.

De premiekorting per maand per werknemer is maximaal € 6.500/12 =

541,67. De premiekorting voor werknemer B over januari 2011 is dan



120/156 x € 541,67 = € 416,67.

Werknemers met een dienstbetrekking die niet het hele

aangiftetijdvak duurt

Als een werknemer met een vast overeengekomen aantal

uren niet het hele aangiftetijdvak bij u in dienst is, moet u

het bedrag van de premiekorting evenredig verlagen. U vermenigvuldigt

het bedrag aan premiekorting waarop u recht

zou hebben als de werknemer het hele aangiftetijdvak bij u

in dienst was, met: het aantal kalenderdagen dat de werkBelastingdienst

| Handboek Loonheffingen 2011 5 Stap 5 Premies werknemersverzekeringen

berekenen | 51

nemer tijdens het aangiftetijdvak bij u in dienst was, gedeeld

door het aantal kalenderdagen in het aangiftetijdvak.

Voorbeeld 1

Op 9 januari 2011 neemt u werknemer C in dienst voor 36 uur per week.

Voor deze werknemer hebt u recht hebt op de premiekorting in dienst

nemen oudere werknemers. U hebt een aangiftetijdvak van een maand.

De werknemer is in januari 23 dagen bij u in dienst. De premiekorting per

maand per werknemer is maximaal € 6.500/12 = € 541,67. De premiekorting

voor werknemer C over januari 2011 is dan: 23/31 x € 541,67 = € 401,88.

Voorbeeld 2

Op 12 maart 2011 neemt u werknemer D in dienst voor 36 uur per week.

Voor deze werknemer hebt u recht hebt op de premiekorting in dienst

nemen oudere werknemers. U hebt een aangiftetijdvak van vier weken.

De werknemer is in het derde aangiftetijdvak van 2011 (dat loopt van

28 februari 2011 tot en met 27 maart 2011) 16 dagen bij u in dienst.

De premiekorting per vier weken per werknemer is maximaal

6.500/13 = € 500. De premiekorting voor werknemer D over het



derde aangiftetijdvak is dan: 16/28 x € 500 = € 285,71.

Werknemers die werken op basis van stukloon

Hebt u een werknemer die op basis van stukloon voor u

werkt? Dan gebruikt u het volledige bedrag aan premiekorting

per aangiftetijdvak als het brutoloon van de werknemer

minstens het minimumloon per 1 januari is. Is het

brutoloon van deze werknemer lager dan het minimumloon

per 1 januari, dan moet u het bedrag van de premiekorting

evenredig verlagen. U vermenigvuldigt het bedrag

aan premiekorting waarop u recht zou hebben als het brutoloon

van de werknemer minstens het minimumloon zou

zijn, met: het brutoloon van de werknemer in het aangiftetijdvak,

gedeeld door het minimumloon in het aangiftetijdvak.

Voor werknemers van 23 jaar en ouder is het minimumloon

per 1 januari 2011 € 1.424,40 per maand en € 1.314,80

per vier weken.

Voorbeeld

Werknemer E werkt voor u op basis van stukloon. Voor deze werknemer

hebt u recht op de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers.

Zijn brutoloon is in januari 2011 € 1.000. U hebt een aangiftetijdvak van

een maand.

De premiekorting per maand per werknemer is maximaal € 6.500/12 =

541,67. De premiekorting voor werknemer E over januari 2011 is:



(1.000/1.424,40) x € 541,67 = € 320,28.

5.9 Premiekorting arbeidsgehandicapte

werknemers

U kunt de premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers

toepassen voor bepaalde werknemers die al bij u

in dienst zijn (zie paragraaf

5.9.1) of die u in dienst neemt

(zie paragraaf

5.9.2). Hoe u de premiekorting arbeidsgehandicapte

werknemers toepast, staat in paragraaf 5.9.3 en in

paragraaf 5.9.4 vindt u informatie over de hoogte van de

premiekorting.



Geen recht op premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers

U hebt geen recht op de premiekorting voor arbeidsgehandicapte

werknemers voor dienstbetrekkingen die in het

kader van de Wet sociale werkvoorziening (wsw) volledig

gesubsidieerd zijn. Is de dienstbetrekking gedeeltelijk

gesubsidieerd, dan komt u wel in aanmerking voor de

premiekorting

voor arbeidsgehandicapte werknemers.



5.9.1 U hebt een werknemer al in dienst

Als u een werknemer al in dienst hebt, kunt u de premiekorting

arbeidsgehandicapte werknemers toepassen als

de werknemer recht heeft op een wia-uitkering (een wga-

uitkering

of een iva-uitkering) en hij het werk geheel of

gedeeltelijk hervat. In dat geval kunt u de premiekorting

toepassen zolang de werknemer in dienst is, maar maximaal

één jaar.

U kunt deze premiekorting ook toepassen voor een werknemer

die u herplaatst of voor een werknemer wiens arbeidsplaats

u hebt aangepast. Dat kan zolang het dienstverband

duurt, maar maximaal één jaar als die werknemer vóór

29 december 2005 arbeidsgehandicapt was op grond van de

ingetrokken Wet op de re-integratie arbeidsgehandicapten

(Wet Rea). Voorwaarde is wel dat de werknemer op het

moment van hervatting of aanpassing van de arbeidsplaats

een arbeidsgehandicapte in de zin van de Wet Rea was (of

was geweest als de Wet Rea niet was ingetrokken). U kunt

hierbij denken aan werknemers met een volledige of

gedeeltelijke wao- of Waz-uitkering.

5.9.2 U neemt een werknemer in dienst

U kunt de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers

ook toepassen als u een werknemer in dienst neemt en er

direct voorafgaand aan de dienstbetrekking sprake is van

een van de volgende situaties:

a. De werknemer heeft recht op een wia-uitkering

(een wga- of een iva-uitkering).

b. De werknemer heeft recht op een uitkering of arbeidsondersteuning

op grond van de Wet Wajong.

c. De werknemer heeft een indicatiebeschikking als bedoeld

in artikel 11 Wet sociale werkvoorziening.

d. De werknemer heeft volgens uwv werkbedrijf een

structurele

functionele beperking. Het gaat hier om werknemers

die al meer dan twee jaar onder de re-integratieverantwoordelijkheid

van de gemeenten vallen en die

niet meer dan 65% kunnen werken of aan wie de gemeente

een werk-leeraanbod moet doen.

e. De werknemer is jonger dan 18 jaar, heeft door ziekte of

handicap problemen gehad bij het volgen van onderwijs



Belastingdienst | Handboek Loonheffingen 2011 5 Stap 5 Premies werknemersverzekeringen

berekenen | 52

en gaat binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs

bij u in dienstbetrekking werken. Op verzoek geeft uwv

een verklaring af waarin staat dat de werknemer tot deze

doelgroep behoort.

f. De werknemer is 18 jaar of ouder, krijgt geen uitkering of

arbeidsondersteuning op grond van de Wet Wajong, heeft

door ziekte of handicap problemen gehad bij het volgen

van onderwijs, en hij gaat binnen vijf jaar na afronding

van dat onderwijs bij u in dienstbetrekking werken. Op

verzoek geeft uwv een verklaring af waarin staat dat de

werknemer tot deze doelgroep behoort.

g. uwv heeft in een arbeidskundig onderzoek bij de werknemer

de volgende feiten vastgesteld:

• De werknemer was op de eerste dag na afloop van de

wachttijd van de wia (of van het tijdvak van de verlengde

loondoorbetalingsverplichting) voor minder dan 35%

arbeidsongeschikt, waardoor hij niet in aanmerking

kwam voor een wia-uitkering.

• De werknemer was dertien weken voor het einde van

de wachttijd (of van het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting)

nog in dienst bij dezelfde

werkgever(s) die hij had toen hij ziek werd.

• De werknemer was op de eerste dag na afloop van de

wachttijd van de wia (of van het tijdvak van de verlengde

loondoorbetalingsverplichting) niet in staat eigen of

passend werk te doen bij de werkgever bij wie hij zich

ziek gemeld had.

• De werknemer gaat bij u in dienstbetrekking werken

binnen vijf jaar na de dag waarop de wachttijd (of het

tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting)

is geëindigd.

h. De werknemer was vóór 29 december 2005 arbeidsgehandicapt

op grond van de Wet Rea. Voorwaarde is wel dat hij

op het moment van indienstneming arbeidsgehandicapte

in de zin van de Wet Rea was (of was geweest als de Wet

Rea niet was ingetrokken). Het gaat hier bijvoorbeeld om

een werknemer die bij indiensttreding recht had op een

wao-uitkering of Waz-uitkering.

In al deze situaties kunt u de premiekorting maximaal drie

jaar toepassen vanaf het moment dat u de werknemer in

dienst neemt.

Let op!

Het kan zijn dat uw werknemer u niet heeft verteld dat hij een ziekte

of handicap heeft. Als de werknemer twee maanden bij u in dienst is,

mag u hem hiernaar vragen. Uw werknemer is dan verplicht om

openheid van zaken te geven.

5.9.3 Premiekorting arbeidsgehandicapte

werknemers toepassen

U hoeft ons geen toestemming te vragen om de premiekorting

arbeidsgehandicapte werknemers toe te passen.

De premie waarmee u de premiekorting verrekent, mag

betrekking hebben op andere werknemers dan de werknemer(

s) voor wie u recht hebt op de premiekorting

arbeidsgehandicapte werknemers. Wat u moet doen als u

niet alle premiekorting in een bepaald loonvak kunt verrekenen,

leest u in paragraaf 5.10.

U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een volledige

premiekortingsperiode

Het kan zijn dat u de dienstbetrekking beëindigt van een

werknemer voor wie u de premiekorting hebt toegepast voor

de maximale periode van een jaar (als u de premiekorting

ging toepassen toen u de werknemer al in dienst had) of voor

de maximale periode van drie jaar (als u de premiekorting

ging toepassen toen u de werknemer in dienst nam). Als u

deze werknemer binnen één, respectievelijk drie jaar na

afloop van de premiekortingsperiode opnieuw in dienst

neemt, mag u de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers

niet meer toepassen voor deze werknemer.

U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een onvolledige

premiekortingsperiode

Een onderbreking van het dienstverband tijdens een lopende

premiekortingsperiode kan gevolgen hebben voor de

periode dat u de premiekorting mag toepassen. Die gevolgen

zijn afhankelijk van de duur van de onderbreking.

Als het dienstverband minder dan drie maanden is onderbroken,

gaat u ervan uit dat de dienstbetrekking niet is onderbroken.

U telt de premiekortingsperioden voor en na de onderbreking

bij elkaar op totdat u de premiekorting een jaar (als u

de premiekorting ging toepassen toen u de werknemer al in

dienst had) of drie jaar (als u de premiekorting ging toepassen

toen u de werknemer in dienst nam) hebt toegepast.



Voorbeeld

U hebt een werknemer in dienst voor wie u met ingang van 1 maart 2011 de

premiekorting maximaal een jaar mag toepassen. In juni en juli 2011 is het

dienstverband met deze werknemer onderbroken. U hebt over de maanden

juni en juli 2011 voor deze werknemer geen recht op de premiekorting, maar de

premiekortingsperiode wordt wel met twee maanden verlengd tot 1 mei 2012.

Als het dienstverband drie maanden of meer is onderbroken,

maar niet langer dan drie jaar, wordt de premiekortingsperiode

niet verlengd. Deze blijft maximaal een jaar (als u de

premiekorting ging toepassen toen u de werknemer al in

dienst had) of drie jaar (als u de premiekorting ging toepassen

toen u de werknemer in dienst nam). In de periode dat

het dienstverband is onderbroken, mag u de premiekorting

niet toepassen.

Als het dienstverband langer dan drie jaar is onderbroken,

gaat een nieuwe premiekortingsperiode van drie jaar in.

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   55

  • 5.8.2 Premiekorting in dienst hebben oudere werknemers
  • Geen recht op premiekorting in dienst hebben oudere werknemers
  • 5.8.3 Samenloop premiekorting in dienst nemen oudere werknemers en premiekorting in dienst hebben oudere werknemers
  • 5.8.4 Premiekorting oudere werknemers toepassen
  • U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een volledige premiekortingsperiode
  • U neemt een werknemer opnieuw in dienst na een onvolledige premiekortingsperiode
  • Belastingdienst
  • Uw werknemer neemt volledig onbetaald verlof
  • Uw werknemer werkt niet meer
  • 5.8.5 Hoogte van de premiekorting oudere werknemers
  • Werknemers die niet fulltime werken
  • Werknemers zonder vast overeengekomen arbeidsduur
  • Werknemers met een dienstbetrekking die niet het hele aangiftetijdvak duurt
  • Werknemers die werken op basis van stukloon
  • Geen recht op premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers
  • 5.9.1 U hebt een werknemer al in dienst
  • 5.9.2 U neemt een werknemer in dienst
  • 5.9.3 Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers toepassen

  • Dovnload 2.98 Mb.