Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Belastingplan 2009

Dovnload 360.08 Kb.

Belastingplan 2009



Pagina1/8
Datum14.03.2019
Grootte360.08 Kb.

Dovnload 360.08 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8



VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG


De vaste commissie voor Financiën <1> heeft op 31 oktober 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over het Belastingplan 2009.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Blok
De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Basten
**

Voorzitter: Blok


Aanwezig zijn 9 leden, te weten: Blok, Cramer, Van Dijck, Irrgang, Koşer Kaya, Remkes, Sap, Tang en Van der Vlies,
en staatssecretaris De Jager.
De voorzitter: Ik open dit wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Financiën. Ik heet de staatssecretaris, de aanwezige ambtenaren en de belangstellenden op de publieke tribune van harte welkom, net als diegenen die nu met ons meeluisteren. Aan de orde is het Belastingplan 2009. Het overleg zal opgedeeld zijn in zeven blokken. Ik zal bij ieder blok alle partijen afgaan voordat wij aan een volgend blok beginnen. Ik begin steeds met de volgende in de rij voor de verdelende rechtvaardigheid.

De blokken zijn: Algemeen, Ondernemerschap, Inkomensbeleid, Mobiliteit en vergroening, Overige onderwerpen, Overige fiscale maatregelen en Wat verder ter tafel komt. De fracties hebben indicatieve spreektijden gekregen. Daarin kunnen zij zelf een verdeling maken over de blokken, maar ik zal steeds op een zevende deel aangeven dat een zevende gebruikt is, als handreiking voor uw planning.

Beantwoording van de vragen van de Kamer zal in de loop van volgende week deels schriftelijk gebeuren, en verder vrijdag bij een vervolgwetgevingsoverleg, dat opnieuw hier in de Kamer zal plaatsvinden.

Wij beginnen met het blok Algemeen. Als eerste geef ik het woord aan de heer Omtzigt van het CDA.

**
1. Algemeen
De heer Omtzigt (CDA): Voorzitter. De CDA-fractie dankt de staatssecretaris en zijn ambtenaren voor de buitengewoon uitgebreide beantwoording van vele schriftelijke vragen. Er staat nog een aantal vragen open.

Het is goed dat wij over het Belastingplan praten. Stabiele belastingheffing is meer dan ooit van belang, zeker in onzekere tijden zoals nu. Wij zijn dan ook blij dat de Belastingdienst alle voorgenomen maatregelen en vereenvoudigingen op deugdelijke wijze kan doorvoeren in de systemen. Die toezegging is voor ons buitengewoon belangrijk. Want het is niet alleen belangrijk om de belastingheffing te laten plaatsvinden, maar ook dat dit allemaal goed en ordelijk gebeurt.

In de nota naar aanleiding van het verslag geeft de staatssecretaris aan dat het register niet-ingezetenen volgend jaar nog niet wordt ingevoerd en dat er dus een tijdelijke oplossing moet zijn voor het toekennen van een DigiD voor mensen die in het buitenland wonen. Dat wordt alleen geregeld voor AOW-gerechtigden, maar niet voor andere mensen die in het buitenland wonen. Zij kunnen dus nog steeds niet hun belastingformulieren invullen op de wijze zoals in Nederland, zij kunnen niet elektronisch aangifte doen en zij kunnen ook verder geen gebruik maken van de e-overheid, terwijl dat voor die mensen wel zo prettig zou zijn. Zij krijgen nu nog vaak brieven waarin staat dat zij een 0800-nummer moeten bellen in Nederland, terwijl dat helemaal niet kan vanuit het buitenland. Vanwege het tijdverschil wil je niet altijd de Belastingtelefoon bellen en vanwege de posterijen wil je niet altijd de post gebruiken. Ik hoor graag van de staatssecretaris of er een tussenoplossing mogelijk is, niet alleen voor de mensen met een AOW-uitkering, maar voor alle mensen die belastingaangifte moeten doen. Tot 2007 konden zij dat immers van elektronisch doen. Het zou goed zijn als dat wordt doorgezet.

Voor een speciale groep mensen in het buitenland vraag ik nog even de aandacht. Dan gaat het om NiNbi-verklaring, vooral voor remigranten die zorgtoeslag hadden. De zorgtoeslag is inmiddels stopgezet, want vanwege de woonlandfactor is de bijdrage zo laag geworden dat zij geen zorgtoeslag meer krijgen, maar zij moeten nog wel verplicht verzekerd zijn. Dat betekent dat overal hun wereldinkomen wordt geschat, over het algemeen op ongeveer €41.000. Hierbij doen zich problemen voor, waarover ik enkele vragen heb.

Zal de Belastingdienst Toeslagen coulance betrachten ten aanzien van de terugvordering van ten onrechte betaalde zorgtoeslag, of wordt het standaard incassotraject op dit moment gevolgd? Is het inderdaad juist dat betaling feitelijk alleen mogelijk is via maandelijkse inhouding op de Nederlandse uitkering, maar dat hierover geen overeenstemming kan worden bereikt door de Belastingdienst en uitkeringsinstanties? Voor een aantal landen is het niet mogelijk om geld naar het buitenland over te maken, dus dit moet wel op ordentelijke wijze gebeuren.

Met betrekking tot het niet in Nederland belastbare inkomen heeft mijn fractie begrepen dat hier op grote schaal problemen spelen. Kan de staatssecretaris vertellen hoeveel procent van de ambtshalve/niet-ambtshalve genomen beschikkingen ten aanzien van de formulieren wereldinkomen juist is?

Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel de inkomensafhankelijke bijdrage bedraagt van iemand in Marokko met een uitkering van €500 per maand? Hoe verhouden de administratieve lasten van de Belastingdienst zich tot de inning van de premies?

Wij hebben aandacht gevraagd voor de complexiteit van de formulieren die de Belastingdienst gebruikt. De staatssecretaris antwoordt dat in het 2009 of in 2010 mogelijk wordt om gegevens via de belastingtelefoon of de website door te geven en dat het invullen van papieren formulieren dan niet meer nodig is, maar webformulieren zijn ook mogelijk. Wij zouden graag een overzicht krijgen van de vijftien meest gebruikte formulieren op de website en de vijftien meest gebruikte formulieren op papier. Daarbij moet worden aangegeven of wat dat betreft de door de staatssecretaris toegezegde vereenvoudigingslag is gemaakt en of een en ander voldoet aan het B1-taalniveau van de Raad van Europa.


De heer Tang (PvdA): Voorzitter. Ook ik heb het voornemen mijn maximale spreektijd niet volledig te benutten.
De voorzitter: Andere Kamerleden kijken nu enthousiast.
De heer Tang (PvdA): Dat begrijp ik. Ik probeer het in ieder geval kort en bondig te doen.

Ik wil in dit algemene blok drie algemene opmerkingen kwijt. Ik heb alle waardering voor het werk van de staatssecretaris en zijn ambtenaren. De nota naar aanleiding van het verslag is zeer uitgebreid en zeer grondig. Tegelijkertijd valt het mij op dat de onderbouwing van de voorstellen in het Belastingplan nog wel voor verbetering vatbaar is. Dat geldt af en toe ook voor de nota naar aanleiding van het verslag. Er wordt gesproken over de doelstelling van de bevordering van de participatie. De doorwerkbonus is daarvoor een instrument, maar het effect op de participatie blijft onduidelijk. Het kabinet heeft het voornemen snel groeiende ondernemingen meer ruimte te geven. Daarvoor worden als instrument gekozen de MKB-winstvrijstelling en de MKB-tarieven. Het blijft echter onduidelijk hoe dit instrument uitpakt voor snel groeiende ondernemingen. De verpakkingenbelasting is bedoeld voor het tegengaan van verpakkingen, maar wat doet die belasting nu eigenlijk aan het verminderen van het gebruik van verpakkingen? De onduidelijkheid over dit soort zaken bemoeilijkt de beoordeling van sommige voorstellen. Ik hoop dat op dat punt verbetering mogelijk is. Ik krijg daar graag een reactie op.

Dan iets over de vergroening. Vorig jaar was de vergroening in het Belastingplan prominenter aanwezig dan nu het geval is, maar daar is ook reden voor. Vorig jaar is de grote slag gemaakt. Het komt nu aan op uitwerking van de voorstellen en ideeën die toen zijn geopperd. Ik denk vooral aan de uitwerking van het idee van meer groen voor hetzelfde geld. Die kwestie is terug te vinden in dit Belastingplan. Wij zijn blij dat de staatssecretaris dat heeft opgepakt. Daar komt bij dat de omstandigheden anders zijn dan vorig jaar. Dit jaar is sprake van een enorme fluctuatie in de olieprijs. Ik herinner mij dat die in januari op 100 dollar stond, ergens in juli op 140 dollar, en nu op ongeveer 60 dollar. In deze onzekere tijden is er iets voor te zeggen om wat dat betreft enige voorzichtigheid te betrachten. Ik wil echter wel graag weten welke ambities de staatssecretaris heeft. Hij heeft die eerder wel kenbaar gemaakt. Vorig jaar heeft hij een grote toespraak in Brussel gehouden. Hij gebruikte toen grote woorden, maar dit jaar viel het mij op dat vooral het lettertype in het Belastingplan heel groot is. Daardoor was het plan zeker zo dik als vorig jaar. Wij willen die grote woorden echter zien omgezet in grote daden en niet in een groot lettertype. Ik ben dus benieuwd naar de ambitie van de staatssecretaris.

In het Belastingplan komt de vereenvoudiging niet ter sprake, maar dat vinden wij wel heel belangrijk.

Ik weet niet zeker of het in 2009 en 2010 zijn weerslag moet krijgen; het kan ook op andere momenten zijn weerslag krijgen. Maar wij denken dat vereenvoudiging hard nodig is, zeker gezien de discussies van de afgelopen jaren. Wij hebben veel gesproken over de toeslagen. De staatssecretaris heeft zelf veel moeite moeten doen om het toekennen en afrekenen van de toeslagen op orde te houden. Hij heeft ook kritische woorden gesproken over de inrichting van de toeslagen. Hij heeft zelfs gesproken over het rondpompen van geld. Nog steeds denken wij dat de uitvoering in gevaar is. Wij wachten weer op wat komen gaat. Wij zijn er niet gerust op dat het zoveel beter zal gaan dan dit jaar, maar hopen dat natuurlijk wel.

De PvdA beseft heel goed dat de staatssecretaris de uitvoerder is van de toeslagen; daarover geen misverstand. Maar zij verwacht toch ook dat hij, juist als verantwoordelijk bewindspersoon voor de uitvoering van de toeslagen, een leidende rol speelt bij de vereenvoudiging. Hij ziet juist de noodzaak van een vereenvoudiging.

Op andere terreinen zijn er wel voornemens die ook nog tot uitvoering moeten komen; ik noem de vennootschapsbelasting en de successierechten. Ik denk dat daar mogelijkheden zijn. Tegelijkertijd zou het voor de PvdA zeer moeilijk te verteren zijn, als op die terreinen wel vooruitgang wordt geboekt en op het terrein van de toeslagen niet. Wat ons betreft, is er wel degelijk een samenhang met de verschillende dossiers: vereenvoudiging moet plaatsvinden en toeslagen kunnen daarbij niet buiten beschouwing blijven.

Wij vinden het een goede zet van het kabinet dat er een interdepartementaal beleidsonderzoek, een ibo, wordt gestart. Wij willen wel graag de verzekering dat dit ibo op tijd wordt afgerond, want hoe eerder het thema kan worden opgepakt, hoe beter. Wij hopen dat deze groep een vrije opdracht krijgt. Bij de opdrachtverlening wordt nu gesproken over vereenvoudiging ten behoeve van zowel de burger als de Belastingdienst. Wij vinden dat ook moet worden bekeken of het niet mogelijk is het aantal toeslagen terug te dringen. Er kunnen wat ons betreft verschillende opties op tafel komen. Ik hoop dat het kabinet de mensen die aan de gang gaan met dit ibo voldoende ruimte geeft om dergelijke opties te onderzoeken. Graag krijg ik een reactie van de staatssecretaris op het thema vereenvoudiging, in het bijzonder in het kader van het ibo.


De heer Irrgang (SP): Wij hebben verschillende toeslagen. De meeste zijn zorgtoeslagen, vijf miljoen toeslagen per jaar. Het is een enorm toeslagencircus dat deze staatssecretaris met zijn dienst moet organiseren. Het zou een behoorlijke vereenvoudiging zijn, als wij daarvan af konden en deze toeslag zouden vervangen door een inkomensafhankelijke zorgpremie. Vijf miljoen toeslagen besparen is een behoorlijke vereenvoudiging. Zouden wij er niet meer bij de staatssecretaris op moeten aandringen dat hij daarvoor plannen gaat maken, bijvoorbeeld voor deze kabinetsperiode?
Staatssecretaris De Jager: De minister van VWS!
De heer Tang (PvdA): De staatssecretaris roept "de minister van VWS". Ik heb net gezegd dat de PvdA zich realiseert dat de staatssecretaris de uitvoerder is van de toeslagen, maar dat hij als uitvoerder ook verantwoordelijk is binnen het kabinet voor het aanjagen van vereenvoudiging.

Juist hij moet weten hoe groot het belang van vereenvoudiging is. Wij zullen de staatssecretaris daaraan houden. Hij kan hier niet zeggen dat het problemen zijn die andere bewindslieden bij hem neerleggen, nee, hij is wel degelijk verantwoordelijk voor de vereenvoudiging. Het is de inzet van de PvdA dat het veel eenvoudiger moet. Wij hechten zeer grote waarde aan toeslagen. Wij zien mogelijkheden bij de zorgtoeslag, maar wij willen best wachten tot het resultaat van de IBO. Ik vraag de staatssecretaris om alle mogelijkheden te bekijken, ook de radicale.


De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Ik vind dat de heer Tang een punt heeft bij het aanspreken van de staatssecretaris op de vereenvoudiging. In zijn portefeuille zit de administratieve lastenverlichting. Als de PvdA-fractie echt wat had gewild, dan had zij bij de kabinetsformatie de coördinerende bevoegdheden steviger moeten vastleggen. Dat is niet gebeurd. De fractie moet niet al te eenzijdig naar deze staatssecretaris verwijzen. Zij moet ook verwijzen naar de ministers van VWS en van VROM.
De heer Tang (PvdA): Ik weet niet eens of wij het oneens zijn, mijnheer Remkes. Ik wil gewoon de reactie van de staatssecretaris bestrijden als hij verwijst naar de minister van VWS. Hij heeft daarin geen ongelijk, maar hij moet zich ook verantwoordelijk voelen. Hij moet aanjager in het kabinet zijn. Wij zullen ook de vakinhoudelijke ministers aanspreken op dit onderwerp.
De heer Remkes (VVD): Ik heb begrepen dat het kabinet in augustus in Apeldoorn een sportdag heeft georganiseerd. Dat is natuurlijk altijd goed. De duiven op het Plein heb ik horen fluisteren dat staatssecretaris De Jager de eerste prijs heeft gewonnen bij het schieten. Ik weet niet of het klopt, maar als het klopt wil ik hem daar in ieder geval van harte mee gelukwensen. Dan heeft hij in ieder geval nog iets, want die prijs krijgt hij van de VVD-fractie niet voor het Belastingplan. Dat was zo bij het Belastingplan 2008 en dat is zo bij dit Belastingplan. De VVD-fractie is van oordeel dat het kabinet een aantal fundamenteel verkeerde keuzes maakt. Ik zeg dat zeker in het economisch getij waarin wij nu verkeren. Op zichzelf is het ook bizar dat wij al blij moeten zijn dat de vorig jaar aangekondigde btw-verhoging niet doorgaat. Indertijd was het al zeer omstreden, maar nu het niet doorgaat rekenen wij het niet echt tot de zegeningen.

Het kabinet had er in lijn met de tegenbegroting van de VVD voor moeten kiezen om een aantal maatregelen terug te draaien. Ik noem de verpakkingenbelasting en de vliegbelasting. Daarbovenop had het kabinet een aantal lastenverlichtende maatregelen moeten voorstellen. Ik denk aan maatregelen op het terrein van de overdrachtsbelasting. Het is zeer nodig om nu maatregelen te treffen in de woningmarkt. Ik noem de successiebelasting. De brief van de staatssecretaris daarover heb ik als zeer teleurstellend ervaren. In november zullen wij er in een algemeen overleg op terugkomen. Met een dergelijk beleid zou het mogelijk zijn om de naamgeving van de Belastingdienst te veranderen in iets als "Verlichtingsdienst".

Dat geldt, en daarmee sluit ik aan bij wat de heer Tang zei, voor de administratieve consequenties, maar ook voor de verschillende belastingniveaus.

Wij hebben kennisgenomen van commentaren uit de samenleving. Die kwamen bijvoorbeeld van de partijgenoot van deze staatssecretaris, professor Stevens, maar ook van de NOB, de SRA en de directeur van het CPB, die in zijn toespraak op een economencongres de uitspraak "Leuker kunnen wij het niet maken, wel ingewikkelder" deed. In reactie daarop zegt de staatssecretaris dat hij wél visie heeft, want die is vastgelegd in het coalitieakkoord. Dat is wat mij betreft veel en veel te kort door de bocht. Wanneer wordt verwezen naar een aanpassing van een eenduidig loonbegrip, wordt geen duidelijke marsroute uitgezet. Het blijft allemaal wat in de lucht hangen. Ik had van het kabinet verwacht dat die marsroute er wél in zou hebben gestaan. Ik noem dit voorbeeld, maar ook op andere terreinen zijn voorbeelden te noemen.

Ik wil hier ook de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces noemen. In de discussie over de verpakkingsbelasting die wij vorig jaar voerden, werden zeer geruststellende mededelingen gedaan. Er zou worden overlegd met "het bedrijfsleven". De staatssecretaris zegt dat nu weer, terwijl hij moet weten dat "het bedrijfsleven" in dit soort discussies helemaal niet bestaat.

Een ander voorbeeld is de vliegbelasting. Ook daarvoor worden nu ingrijpende voorstellen gedaan. Een deel van die discussie is vorig jaar gevoerd en toen werd dat type bezwaren weg gewapperd. De staatssecretaris zegt nu dat hij die bezwaren niet kende. Nou, die waren bij de Kamer wel bekend en de Kamer heeft toen ook niet voor niets de opmerkingen gemaakt die zij heeft gemaakt. Als nu én de verpakkingsbelasting, én de vliegbelasting én de vereenvoudigingen die worden voorgesteld, en waar ik het op zich mee eens ben, worden aangeprezen als zegeningen voor de samenleving in termen van verlaging van de administratieve lastendruk, is dat een gotspe. Het was toen namelijk geknoei en het terugdraaien van geknoei wil ik niet aanprijzen als zegening voor de samenleving.

Een meer recent voorbeeld is de fijnstoftaks, die is onderuitgehaald door het hof in Den Haag. Dat was toen ook voor een deel voorspelbaar, want die discussie is toen gevoerd. Wij hebben nu een brief gekregen. De staatssecretaris had toegezegd dat inhoudelijk gereageerd zou worden, maar dit is een procedurebrief. Ik verwacht dus van de staatssecretaris volgende week vrijdag in dit debat een duidelijke marsroute voor de aanpak van het probleem. Daar ontbreekt het nu nog te veel aan. Ik wil het laten bij die drie voorbeelden. In het huidige Belastinglan zitten ook weer voorbeelden van hap-snap-beleid: vandaag zus, morgen zo, iedere keer tariefswijzigingen. De samenleving wordt daar horendol van.
De heer Irrgang (SP): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de omvang van dit Belastingplan. Ik had mij psychologisch voorbereid op het Belastingplan 2008, een knoeperd van een belastingplan. Daarbij vergeleken is dit een stuk kleiner. Voor mijn persoonlijke administratieve lastendruk was dat dit jaar een hele verlichting. Er speelt dezer dagen natuurlijk ook wel wat anders: financiële markten en zo. Dat heeft geholpen.

Dit Belastingplan bevat drie kernelementen.

Dat is allereerst een kleine half miljard euro aan maatregelen voor het koopkrachtbeleid van dit kabinet, maatregelen die deel uitmaken van een groter koopkrachtpakket van ruim 2 mld. Daarnaast is sprake van een poging tot vereenvoudiging en een poging tot vergroening.

Het voorgestelde koopkrachtbeleid is niet het koopkrachtbeleid dat mijn fractie voorstaat. Het pakt denivellerend uit. De afschaffing van de WW-premies, die niet in dit Belastingplan zit maar wel onderdeel uitmaakt van het koopkrachtbeleid, is vooral in het voordeel van werknemers met hogere inkomens. In het koopkrachtbeeld zie je ook dat de mensen met de laagste inkomens er op achteruitgaan. Dat komt vooral door het niet indexeren van de algemene heffingskorting, die wel in het Belastingplan zit. Reeds in september hebben wij in onze tegenbegroting alternatieve voorstellen gedaan voor het koopkrachtbeleid en hebben wij een aantal fiscale maatregelen voorgesteld.

Vereenvoudiging van het belastingstelsel is op zichzelf wenselijk. Het is een ontzettend gecompliceerd stelsel van heffingen en premies. Het is tevens fair om vast te stellen dat de praktijk hierin weerbarstig is. Dat is natuurlijk niet zonder reden, want er is altijd een zekere uitruil tussen eenvoud en rechtvaardigheid. De SP-fractie staat voor rechtvaardigheid waar het belastingstelsel een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Om die reden is ook van de kant van de Kamer bescheidenheid bij het realiseren van vereenvoudiging op zijn plaats. Maar die bescheidenheid geldt volgens mij ook voor het kabinet. Ook dit jaar leidt het vergroeningspakket tot een oerwoud aan regelingen in de sfeer van de autobelastingen. Dit staat nog los van de vraag of het effectief is. Vorig jaar hebben wij de invoering gehad van de vliegbelasting en de verpakkingenbelasting. De SP-fractie heeft de invoering van beide belastingen gesteund, omdat daar een goed doel bij hoorde, namelijk vergroening. De vereenvoudiging van de verpakkingenbelastingen zien wij dan ook meer als een correctie op een veel te ingewikkeld gebleken invoering van een nieuwe belasting. Dat is in die zin dus geen echte vereenvoudiging maar een correctie. Verder zal de filebelasting die het kabinet in 2018 wil invoeren, het stelsel er ook niet eenvoudiger op maken.

De praktijk heeft uitgewezen dat de vergroening van autobelastingen een relatief effectief instrument is om te stimuleren dat er een zuiniger wagenpark komt waardoor er minder uitstoot is van broeikasgassen. De SP-fractie steunt de maatregelen op dit punt dan ook op hoofdlijnen. Bij het desbetreffende onderdeel zullen wij er in detail op terugkomen.


Mevrouw Sap (GroenLinks): Voorzitter. Ik ben de staatssecretaris zeer erkentelijk voor de uitgebreide beantwoording en voor het relatief beknopte Belastingplan. Waar ik vooral lol van heb gehad, is de uitleg van de staatssecretaris over het Belastingplan in één minuutje op de website van Financiën. Het is een erg grappig filmpje waar de staatssecretaris blijkbaar zelf ook erg van genoten heeft. Dat maakte de speerpunten van het Belastingplan voor de burger en voor een eenvoudig Kamerlid heel snel helder. In die speerpunten kan GroenLinks zich goed vinden: innovatief ondernemerschap, arbeidsparticipatie, vergroening en vereenvoudiging. Dat vinden wij ook heel erg belangrijk, maar wij zouden graag zien dat een ambitieuze aanpak van de armoedeval en het principe "de sterkste schouders, de zwaarste lasten" er als speerpunten aan werden toegevoegd.

In tegenstelling tot vorig jaar zijn wij niet zo positief over de concrete invulling die het kabinet geeft aan de speerpunten. Belangrijk pijnpunt daarbij -- dat heb ik ook al bij de algemene financiële beschouwingen naar voren gebracht -- is dat de vergroening de facto weer tot stilstand is gekomen. Steker nog, er wordt zelfs licht ontgroend in dit Belastingplan. Belangrijk pijnpunt voor mijn fractie is ook dat de koopkrachteffecten van het Belastingplan denivellerend uitpakken.

Ik wil drie punten kort belichten, te weten de fiscale taboes, de vereenvoudiging en de ontbrekende effecten.
Wij betreuren het dat ook dit kabinet een taboe heeft gezet op een aantal fiscale maatregelen die naar onze mening echt noodzakelijk zijn voor een houdbaar en een sociaal-fiscaal stelsel. Ik doel dan op de nog steeds uitdijende hypotheekrenteaftrek, op de fiscalisering van de AOW-premie, waarvoor nu een heel ingewikkeld alternatief in de vorm van de houdbaarheidsbijdrage is bedacht, en op het oplossen van de verzilveringsproblematiek bij een aantal specifieke heffingskortingen. Over de verzilveringsproblematiek hebben wij deze week van de staatssecretaris een brief gekregen. Daar kom ik straks bij het kopje "inkomensbeleid" op terug. Over de andere twee onderwerpen is het oorverdovend stil. Ik wil graag van de staatssecretaris horen hoe hij aankijkt tegen de hypotheekrenteaftrek en de fiscalisering van de AOW.

De vereenvoudiging. Wij staan positief tegenover de meeste vereenvoudigingsmaatregelen van dit kabinet, maar wij vragen ons echt af of het belastingplan nu wel eenvoudiger wordt voor burgers, werknemers en professionals. Er worden nieuwe toeters en bellen aan gehangen, zoals de doorwerkbonus en de houdbaarheidsbijdrage. De laatste heeft tot gevolg dat er de komende zeventig jaar nog een afwijkende belasting- en premieheffing voor ouderen blijft bestaan. Hoezo eenvoudiger? Ook de milieuheffingen zijn nodeloos ingewikkeld, terwijl wij weten dat eenvoudige en robuuste heffingen juist veel effectiever zijn. Verder zitten er allerlei gedateerde en overbodige fiscale regelingen in, zoals de aanrechtsubsidie, de combinatiekorting, het spaarloon en de levensloopregeling. Deze worden naar onze smaak te langzaam afgebouwd of onnodig in stand gehouden. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij tegen dat geheel aankijkt. Is er nu per saldo sprake van vereenvoudiging? En wat kan hij nog meer doen om het voor belastingbetalers makkelijker te maken?

De ontbrekende effecten. Wij vinden dat bij heel veel maatregelen niet goed is aangegeven wat daarvan de effecten zijn. Die maatregelen zijn daarmee niet goed onderbouwd. Ik mis bijvoorbeeld een totaaloverzicht van de effecten van het belastingplan op het milieu en een overzicht van de effecten van het belastingsplan op de arbeidsparticipatie. Deze effecten zijn nergens anders te vinden. Zij worden in geen enkele begroting als zodanig gegeven. Ook mis ik in dit belastingplan de effecten op de koopkracht en de armoedeval. Gelukkig kan ik deze wel vinden in de bijlage bij de begroting van Sociale Zaken, maar daarin vind ik dan weer nauwelijks iets over zelfstandigen. Bovendien is het bijzonder onhandig om met al deze verschillende bronnen te moeten werken. Kamerleden tillen zich letterlijk een breuk en zoeken zich een ongeluk tussen al die begrotingsstukken. Dat moet en kan beter. Staatssecretaris, maak de belastingen voor de Kamerleden makkelijker en geef ons voortaan een helder overzicht van de effecten van uw beleid.
De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Voorzitter: Blok
  • 1. Algemeen De heer Omtzigt
  • De Jager

  • Dovnload 360.08 Kb.