Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beleid Agressie en geweld maart 2008 Stichting Tabijn

Dovnload 296.55 Kb.

Beleid Agressie en geweld maart 2008 Stichting Tabijn



Pagina2/3
Datum05.12.2018
Grootte296.55 Kb.

Dovnload 296.55 Kb.
1   2   3

Bijlage 2: oefening in zelfinzicht; bewust worden van uw grenzen bij agressie


Do

el van de oefening in zelfzicht is dat medewerkers helder

Doel van de oefening in zelfzicht is dat medewerkers helder krijgen in welke mate en in welke vorm zij agressie wel of niet acceptabel vinden.

Deze oefening wordt als voorbeeld gegeven. U kunt hem aanpassen aan specifieke situatie in uw school en items toevoegen of weghalen

Instructie voor medewerkers


Het doel van deze oefening is dat u inzicht verwerft: waar liggen uw grenzen tussen gedrag dat u nog acceptabel vindt en gedrag dat voor u niet meer acceptabel is.Tevens biedt de oefening de mogelijkheid uw eigen grenzen te vergelijken met die van anderen. Met behulp van deze oefening wordt voor u ook zichtbaar hoe uw standpunt is veranderd tijdens uw beroepsleven en hoe het zich volgens u verhoudt tot de opvattingen en houding van anderen binnen de instelling.

U krijgt een lijst met verschillende soorten uitingen van agressie of geweld, met vervolgens verschillende soorten mensen in verschillende situaties. Niet alle soorten incidenten of situaties zullen op u van toepassing zijn. Die kunt u negeren.

Kruis in de eerste kolom dat soort gedragingen aan waarvan u vindt dat ze binnen de instelling door de bank genomen acceptabel zijn en waarover u een ander niet zou inlichten. Geen gemakkelijke opgave, omdat u in elk afzonderlijk geval kunt argumenteren dat het van de situatie afhangt of van de persoon of misschien van hoe u die dag in uw vel zit. De exacte situatie bepaalt immers uw reactie. Probeer echter aan te geven hoe u denkt dat u waarschijnlijk zou reageren of waarvan u hebt ervaren dat die reactie kenmerkend voor u is.

Kruis in de tweede kolom alle gedragingen aan die u nu niet zou willen accepteren.

Kruis in de derde kolom alle gedragingen aan die u in het begin van uw loopbaan geaccepteerd zou hebben. Kruis in de vierde kolom alle gedragingen aan die ‘anderen’ op de afdeling of binnen de instelling volgens u zouden toestaan.

Bestudeer eerst voor uzelf de zichtbare verschillen in uw tolerantieniveau tussen de types aanvallers. Bestudeer daarnaast of er grote verschillen bestaan tussen uw vroegere en huidige en wenselijke opstelling. Vergelijk vervolgens met anderen.


Oefening in zelfzicht: bewust worden van uw grenzen bij agressie







wat zou u nu

accepteren?

Wat zou u nu niet willen accepteren?

Wat heeft u vroeger geaccepteerd?

Wat zouden anderen accepteren?

Als de aanvaller een kind is:




























vloeken/uitschelden













seksueel getinte opmerkingen













dreigen met geweld













een zet geven/duwen













krabben













slaan













bij de borsten grijpen













bij de billen of geslachtsorganen grijpen













trappen













aanvallen met een wapen




























Als de aanvaller een volwassene is:




























vloeken/uitschelden













seksueel getinte opmerkingen













dreigen met geweld













een zet geven/duwen













krabben













slaan













bij de borsten grijpen













bij de billen of geslachtsorganen grijpen













trappen













aanvallen met een wapen




























als de aanvaller op leeftijd is:




























vloeken/uitschelden













seksueel getinte opmerkingen













dreigen met geweld













een zet geven/duwen













krabben













slaan













bij de borsten grijpen













bij de billen of geslachtsorganen grijpen













trappen













aanvallen met een wapen



























Als de aanvaller verminderd


toerekeningsvatbaar is













(definieer zelf wat dat is):




























vloeken/uitschelden













seksueel getinte opmerkingen













dreigen met geweld













een zet geven/duwen













krabben













slaan













bij de borsten grijpen













bij de billen of geslachtsorganen grijpen













trappen













aanvallen met een wapen




























Als er een groep (aanvallers)













bij is betrokken:




























vloeken/uitschelden













seksueel getinte opmerkingen













dreigen met geweld













een zet geven/duwen













krabben













slaan













bij de borsten grijpen













bij de billen of geslachtsorganen grijpen













trappen













aanvallen met een wapen












Bron: Bewerking van oefening: uit G.M. Breakwell, Omgaan met agressief gedrag.





Bijlage 3: Omgaan met agressie en geweld van leerlingen

Wat te doen als een leerling verbaal agressief of handtastelijk tegen je wordt?

Ga nooit in discussie. Dat kost tijd en geeft de klas gelegenheid mee te doen. Zeg duidelijk dat je wilt dat dit gedrag stopt. Blijf dit herhalen (techniek kapotte grammofoonplaat). Zorg voor oogcontact.
(Zeg niet wat je niet wilt: "Ik wil niet dat jij...." Meestal helpt dat toch niet. Humor helpt wel vaak, spot of cynisme niet.)
Blijf rustig en reageer niet op emotionele uitspraken, ook niet als ze tegen jou als persoon gericht (beledigend) zijn. Bedenk: ”De leerling heeft een probleem, jij niet!”
Ga niet in op dreigementen. Negeer ze en blijf zelf correct. Word niet zelf handtastelijk. Dat versterkt de agressie juist en kan tot ongewenste gevolgen leiden.
Gebruik zelf geen fysiek geweld, tenzij uit zelfverdediging. Beheers je. Jij bent de volwassene die kan zorgen dat de zaak niet escaleert. Als je dat lukt, verdien je het respect van de leerlingen.
Laat de leerling zo nodig eerst stoom afblazen. Herhaal daarna rustig wat je wilt dat hij doet (nablijven na de les, het lokaal verlaten om af te koelen, melden bij de directie).
Laat een leerling altijd in zijn waarde, val hem nooit persoonlijk aan. Bedenk: “Verbaal geweld is een teken van onmacht en zwakte”. Doe daar dus niet aan mee.
Als alles achter de rug is, geef dan jezelf een compliment voor je aanpak. Lukt dat niet, zoek dan na de les contact met iemand waarbij je kunt afreageren.
Controleer of de leerling de gemaakte 'afspraken' is nagekomen. Kies zorgvuldig de straf die je oplegt. Zie straf als een pedagogisch middel, niet als uiting van je frustratie.
Bereid je voor op de volgende keer dat de leerling weer in je les komt. Hoe reageer je (àls je reageert)? Schep voor de leerling en voor jezelf een veilig klimaat.
Ga na wat je een volgende keer in zo’n situatie misschien anders zou doen en waarom. Hoe had je het misschien kunnen voorkomen?
Denk ook eens aan de zogenaamde uitgestelde reactie. Dit is zoals de naam al zegt niet op agressief gedrag reageren en er later op terugkomen. Dit heeft alleen maar zin als:
-het uitdrukkelijk de bedoeling is er in een later stadium op terug te komen
-de context daarbij wordt teruggehaald
-het gedrag wordt benoemd en de uitwerking ervan op jou
- de onderliggende hulpvraag of de behoefte wordt benoemd of onderzocht.







Wat als de situatie uit de hand gelopen is?







Alarmeer zo nodig in de buurt zijnde collega’s en vraag gerust om assistentie.
Vorm een buffer tussen de partijen! Blijf rustig, reageer nergens op. Kies geen partij. Beperk je tot het herstellen van de orde. Bedenk: "Het is wel bij jou gebeurd, maar het is niet jouw schuld!"
Als je daartoe zelf niet in staat bent, laat dit dan door een collega doen.
Isoleer de probleemleerling(en) van de groep. Breng hem/hen onder geleide naar een opvangplek.
Houd de groep bij elkaar. Geef ze de gelegenheid om zich erover te uiten, rustig te worden.
Verwijt elkaar niets, geef de kans om emoties als woede en angst te verwoorden.
Laat de leerlingen vertellen of in een ernstig geval (anoniem) opschrijven wat ze gezien of gehoord hebben.
Probeer een duidelijk beeld te krijgen van wat er gebeurd is. Check bij de betrokkenen of dit klopt.
Overleg daarna (met collega's of directie) over te nemen maatregelen. Ga niet impulsief te werk. Probeer emoties niet teveel invloed te geven.
Vertel de groep duidelijk welke maatregelen genomen zijn en waarom. Ga wel in op vragen om toelichting, maar stel de maatregelen zelf niet ter discussie!
Ga na wat je een volgende keer in zo’n situatie misschien anders zou doen en waarom. Hoe had je het misschien kunnen voorkomen?






Bijlage 4 : Omgaan met agressie van ouders.





  1. Geweld (groot of klein) wordt niet toegestaan. Indien het zich mocht voordoen wordt van het voorval altijd melding gemaakt bij de directie.Tot agressie kan worden gerekend: verbaal geweld, bedreiging, lastig vallen of bedreigen per telefoon, lastig vallen op straat, fysiek geweld zonder letsel, fysiek geweld met letsel, sms / e – mail.

  2. Na de melding van een lid van het team zorgt de directie voor opvang en eventueel nazorg

  3. Zo nodig wordt medische zorg, psychische hulpverlening of bureau slachtofferhulp ingeschakeld

  4. Ten slotte kan er aangifte cq. worden gedaan bij de politie, afhankelijk van de ernst van het geweld.

  5. Uiteraard wordt er ook afhankelijk van de ernst van de situatie melding van gemaakt bij het CVB en/of de inspectie. Het incident wordt schriftelijk vastgelegd.

  6. Afhankelijk van de ernst van de situatie wordt een brief/ voorlichting aan de ouders van de klas meegegeven waarin verteld wordt wat er gebeurd is, wat er gedaan wordt, en wanneer en bij wie ouders vragen kunnen stellen.

  7. Als het een grote zaak is (die eventueel ook via de pers bekend kan raken) is het goed voor alle ouders een dergelijke brief mee te geven.

  8. Als de pers en de media zich met het voorval bezig gaan houden, dan is het goed een persbericht te maken, waarin de zaken op een rijtje komen te staan: wat is er gebeurd, hoe gaat de school ermee om, wie heeft de zaak nu in handen en wie is de contactpersoon voor pers/media. Belangrijk: hoe is die te bereiken!

  9. Houdt in de gaten of de pers/media bij school komt en zorg ervoor dat ze niet lukraak leerlingen of collega’s gaan interviewen, maar laat de directie met hen spreken.


Handelingen naar de collega’s

  1. Informeer de andere collega’s over de gang van zaken en de afspraken tegenover de ouders en de betrokken kinderen. Doe dat op een rustig moment!

  2. Als de pers/media in zicht komt, zorg er dan voor dat ieder personeelslid weet hoe de contacten met de pers/media geregeld zijn.

  3. Als de kinderen van de groep erbij betrokken zijn, maak dan tijd vrij om er met de leerlingen over te praten. Dat kan ook de directie doen.

  4. Voorkom geruchtenverspreiding.

  5. Geef ruimte om emoties te laten uiten.


Handelingen ten opzichte van het betrokken kind

  1. Maak het kind duidelijk dat iedereen gewoon tegen hem/haar blijft doen.

  2. Probeer het kind naar school te krijgen via een vertrouwd persoon. Als het kind thuis gehouden wordt schakel dan de leerplichtambtenaar in.


Hoe om te gaan met mogelijke agressie ?




  1. Maak duidelijke afspraken wanneer de leerkrachten te spreken zijn. Niet in de pauzes, maar na schooltijd. Voer gesprekken altijd op school. Zorg dat het gesprek met de ouders niet al op de gang begint. Scherm dat af door het gesprek in een spreekkamer te houden.

  2. Voer gesprekken nooit alleen. Maak gebruik van een “contactpersoon”. Laat de directeur of een collega met de ouders spreken.

  3. Maak verslagen van de gesprekken. Laat dat door de directeur ondertekenen.

  4. Informeer de leerling vooraf over het feit dat er iets over hem /haar naar de ouders toe wordt verteld. Beloof geen geheimhouding.

  5. Bij dreigende conflicten tussen kinderen (ouders) voor en na school en tijdens de pauze “verscherpte surveillance””

  6. Afstemmingsoverleg creëren met de jeugd- of wijkagent, niet alleen bij conflicten.

  7. Bij allochtone ouders alleen werken met direct verantwoordelijken, dat zijn de ouders! Bij onvoldoende kennis van het Nederlands een tolk inschakelen. Broertjes en zusjes kunnen een loyaliteitsprobleem krijgen.

  8. Herhaal de afspraken van het vorige gesprek en noteer de nieuwe afspraken.

  9. Neem een ontspannende niet bedreigende houding aan.

  10. Koers niet aan op een winnaar - verliezer situatie.

  11. Probeer door samen te vatten, verduidelijkende vragen te stellen, en door te spreken op een langzame niet harde toon het tempo wat terug te schroeven

  12. Zorg voor de mogelijkheid van een uitgang (vluchtweg) voor jezelf als voor de ouder. Insluiten kan paniekreacties en angst doen ontstaan

  13. Wijs de ander niet aan, raak hem/haar niet aan en probeer fysiek afstand te bewaren

  14. Ga nooit uit van sancties. “Als u dit doet , dan doe ik …”

Bijlage 5: Protocol handelen bij ernstige voorvallen


Het is moeilijk ernstige voorvallen te definiëren, omdat deze subjectief zijn en sterk afhankelijk van situaties en betrokken personen.

Onder ernstige voorvallen
verstaan we in ieder geval situaties waarin personen zich bedreigd voelen door fysiek en/of verbaal gedrag.
Een ernstig conflict tussen een leerling en een leerkracht kan zich voordoen. De school kan niet simpelweg zeggen dat het kind maar van school moet. Het belang van het kind staat in deze basisschoolleeftijd voorop. Leerlingen van deze leeftijd moeten via hulpverlening gewenst gedrag aangeleerd worden.
In ernstige situaties is het van belang direct in te grijpen. Van belang is het goed om te gaan met emoties van de bedreigde leerkracht, leerling, of ouder, de aanstichter en de reactie van het team en de overige leerlingen en ouders.
Zorgfase

Nadat een ernstig voorval zich heeft voorgedaan, volgt een schrikreactie, waarin betrokkenen heftig emotioneel kunnen reageren.

De directie in eerste instantie (maar ook de contactpersoon op school, de IB-er, en vertrouwenspersoon) zal de situatie kalm en professioneel moeten aanpakken en zich niet laten meeslepen in de emoties.


  • Zorg eerst voor een time-out voor de leerling / leerkracht

De time-out dient om stoom af te blazen en de eerste heftige emoties onder woorden te brengen. Laat ook de groep stoom afblazen en onder leiding van een volwassene hun emoties verwoorden.
De leerling

Door de leerling uit de groep te halen wordt de directe dreiging/spanning voor de leerkracht en de leerling weggenomen. De leerling wordt onder toezicht van een andere leerkracht c.q. directie gesteld.


De leerkracht

De betrokken leerkracht wordt door ’n collega / directielid opgevangen.


Na de time-out

Nadat iedereen tot bedaren gekomen is, wordt hoor en wederhoor van alle partijen door de directie (leerkracht, leerling en ouders) toegepast.


Maatregelen

Mogelijke maatregelen naar de leerling:



  • Voor korte of langere tijd buiten de groep werken (tijd afbakenen);

  • Definitief in een andere groep, bij een andere leerkracht plaatsen;

  • Tijdelijk naar een school in de buurt;

  • Schorsen of verwijderen (zie bijlage 6).

De (straf)maatregelen worden besproken met de leerling en de ouders (eventueel afzonderlijk).




Bespreek met de ouders de problemen. Hoe gaan we de problemen oplossen. Geef aan welke hulp we vragen en kunnen bieden. Ouders duidelijk maken dat als zij niet willen meewerken aan de te nemen maatregelen, dat consequenties heeft.

Bij thuishouden:

-Ouders meedelen dat de leerling wegens ongeoorloofd verzuim gemeld wordt bij de leerplichtambtenaar. (ouders schriftelijk laten reageren op vraag waarom de leerling afwezig is, alvorens de melding te sturen aan de leerplichtambtenaar)

-Ouders meedelen dat de voorgenomen maatregelen op school opgeschort worden en dat van buiten de school hulp verleend zal worden.

Informatie

De informatieverstrekking wordt door één persoon, de directeur, ter hand genomen.

Geef zoveel mogelijk gelijktijdig feitelijke informatie aan de teamleden over het voorval. Informeer welke stappen genomen gaan worden en wat van de teamleden verwacht wordt. Laat ruimte voor reacties. Bedenk ook welke informatie naar de groep, de overige ouders, de vertrouwenspersoon en het bestuur moet.


Wanneer overwogen wordt aangifte te doen bij de politie1, wordt eerst overleg gevoerd met het College van Bestuur. Als de directie gebruik wil maken van maatregelen die leiden tot schorsing of verwijdering, dient het CVB te worden ingelicht. In overleg worden verdere maatregelen genomen. Zie bijlage 7: stappenplan schorsing en verwijdering van leerlingen
Nazorg

De directie draagt met het team zorg voor een goede nazorg t.a.v. de betrokken leerkracht, betrokken groep, en de betrokken leerling. De betrokken leerkracht kan via de bedrijfsgezondheidszorg nazorg krijgen2.

Evaluatie

Evalueer met het team en / of de ouders datgene wat gebeurd is en de procedures die gevolgd zijn. Breng zonodig verbeteringen hierin aan. Wat kunnen we in preventieve zin uit het voorval leren? Welke leereffecten heeft het voorval voor de school opgeleverd?
De rollen nog even op een rij

Directie: eerste aanspreekpunt

Contactpersoon: mocht voor een persoon vanwege bepaalde redenen (onveilig gevoel of verstoorde relatie) de directie niet de juiste aanspreekpunt zijn.

1   2   3

  • Instructie voor medewerkers
  • Als de aanvaller verminderd
  • Bijlage 4 : Omgaan met agressie van ouders.
  • Handelingen naar de collega’s
  • Handelingen ten opzichte van het betrokken kind
  • Hoe om te gaan met mogelijke agressie

  • Dovnload 296.55 Kb.