Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beroepsproduct 3 Projectverslag

Dovnload 173.7 Kb.

Beroepsproduct 3 Projectverslag



Pagina1/3
Datum07.06.2017
Grootte173.7 Kb.

Dovnload 173.7 Kb.
  1   2   3

Beroepsproduct 3

Projectverslag

Digitalisatie bij leesvaardigheid in de onderbouw



Name: Joyce Piepers


Class: OAENDT4B
Student’s number: 1647163
Teacher: Timur Erogluer
Internship: Almende College locatie Bluemers
Beroepsproduct 3, opleiding instituut Archimedes
Projectnummer kennisbasis Archimedes:

Inhoudsopgave

Inleiding
1.1 Bladzijde 4
1.2 Bladzijde 4
1.3 Bladzijde 5


Verkennend onderzoek
2.1 Bladzijde 7

Praktijkverkenning


2.2.1 Bladzijde 7
2.2.2 Bladzijde 8
2.2.3 Bladzijde 10

Literatuur verkenning


2.3 Bladzijde 15
2.3.1 Bladzijde 15
2.3.2 Bladzijde 15
2.3.3 Bladzijde 18

Het beroepsproduct


3.1 Bladzijde 19
3.2 Bladzijde 19
3.3 Bladzijde 20

Evaluatie onderzoek


4.1 Bladzijde 22
4.2 Bladzijde 23
4.2.1 Bladzijde 23
4.2.2 Bladzijde 23
4.2.3 Bladzijde 24
4.2.4 Bladzijde 26


Samenvatting Bladzijde 28

Literatuurlijst Bladzijde 29

Bijlages projectverslag
Bijlage A Bladzijde 30
Bijlage B Bladzijde 32
Bijlage C Bladzijde 34
Bijlage D Bladzijde 36
Bijlage 1 Bladzijde 40
Bijlage 2 Bladzijde 42
Bijlage 3 Bladzijde 43
Bijlage 4 Bladzijde 44


Bijlages product:

Zelfstandige opdrachten Bladzijde 45


Groepsopdrachten Bladzijde 46
Leesboek vragen Bladzijde 48
Tips; leestips, grammatica/vocabulaire tips Bladzijde 50
Matrixmodellen docent Bladzijde 52


Leerverslag Bladzijde 55

Fase 1 – Oriënteren

Inleiding

1.1 Aanleiding en opdracht

Op het Almende College is men afgelopen jaar begonnen met i-pads. Digitalisatie is dan ook nog in ontwikkeling die moet doorgroeien binnen de secties. Volgens het pto (programma en toetsing onderbouw) vanuit de vaksectie is besloten dat elk leerjaar drie boekjes zou moeten lezen en in het daarvoor bestemde portfolio moeten worden opgenomen. Door o.a. tijdgebrek wordt dit streven bijna niet gehaald. Door budget en door het kwijtraken van boekjes zijn de klassensets niet compleet. Sommige leesboekjes zien er wat verouderd uit. Ook heeft een groot deel geen verwerkingsopdrachten en het is wel van belang dat de gelezen stof verwerkt kan worden en wel degelijk verrijking biedt. Bovendien is het op deze manier voor docenten tijdrovend; het is al lastig leesmomenten te vinden, laat staan opdrachten die geschikt zijn voor de gelezen boekjes. Standaard portfolio vragen kunnen leiden tot motivatie vermindering bij de leerlingen. Op dit moment worden er werkbladen gekopieerd zodat leerlingen algemene vragen over het leesboekje kunnen beantwoorden. Iedere docent werkt in principe met verschillende werkbladen die hij/zij fijn vindt. Er is geen unanimiteit. Wij, en de andere twee locaties, ondervinden een negatieve houden ten opzichte van het lezen. Het lezen en beantwoorden van de vragen worden als saai bevonden. Deze situatie geeft aanleiding voor dit beroepsproduct.

In overleg met de kernteamleider, sectieleider en sectiegenoten van de onderbouw is besproken wat tot een andere houding van leerlingen zou kunnen leiden en op welke manier wij het lezen in een nieuw en moderner jasje kunnen steken. Samen met brugklassen en tweede klassen wil ik het product uitproberen en evalueren om tot eventuele verbeteringen te kunnen komen. Het onderliggende onderzoek is of het product kan bijdragen aan een positievere houding bij leerlingen. Het product wordt een digitale ‘leesmap’ met daarin leesboekjes en verwerkingsopdrachten. Op deze manier wordt er bijgedragen aan de digitalisatie en hopelijk ook aan een stimulerende leesomgeving.

1.2 Context van de school in relatie tot het probleem

Het Almende College bestaat uit drie locaties: Een havo/vwo afdeling, een mavo afdeling (met mavo/havo determinatie en kader/mavo determinatie klassen) en een praktijk locatie. De Bluemers locatie is een mavo school die bestaat uit ongeveer 500 leerlingen. Het is een kleinschalige school met als bijkomend voordeel dat de school betrokken is; er zijn korte lijntjes dus er kan snel worden gecommuniceerd. De sectie Engels bestaat uit 5 docenten waarvan iedereen met werkervaring. Daarentegen heeft geen enkele collega ervaring met het werken met i-pads. Het Almende College maakt deel uit van de stichting Achterhoek-vo, hun motto is ‘ruimte om te leren’. Dit is terug te zien in het feit dat op de Bluemers leerlingen tussen het jaar door kunnen op- of afstromen. De eerste twee leerjaren worden gezien als brugperiodes, waarin een leerling kan laten zien wat hij/zij kan. Leerlingen met leerproblemen of lastige thuis situaties kunnen zich pas later ontplooien dan in vergelijking met andere klasgenoten, bijvoorbeeld in leerjaar 2. Als wordt gezien dat een leerling meer in zijn mars heeft dan het laat zien, kan het ondanks achterblijvende resultaten toch overgaan. Pas na leerjaar 2 worden strikt de overgangsnormen gevolgd. Ook wordt er meegegaan in innovatief onderwijs, waarbij de modernisatie in het huidig onderwijs deel uit maakt. Door de invoering van de ipads kan dit beroepsproduct mooi aansluiten bij een nieuwe manier van werken. Door het digitaliseren kan aannemelijk motivatie worden verhoogd, doordat in de huidige wereld alles sneller en mooier kan worden vorm gegeven. Het digitaal lezen en verwerken van de opdrachten zal beter aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen in de huidige leefomgeving.

Tegenwoordig wordt er steeds minder gelezen, in de onderbouw is dit al te merken. Het valt mij op dat leerlingen minder betekenissen weten, sneller over opdrachten heen lezen en moeite hebben met het toepassen van lees strategieën. Meer lezen kan bijdragen aan uitbreiding van vocabulaire en aan het makkelijker toepassen van strategieën (ook vakoverstijgend).

1.3 Onderzoeksvraag met toelichting

Dit beroepsproduct speelt in op twee belangrijke verbeterpunten qua lezen binnen de school: effectiviteit en efficiëntie. Als eerste aspect speelt het in op de negatieve houding van leerlingen ten opzichte van het (verouderde) lezen en het maken van de daarbij behorende opdrachten. Het moet voor leerlingen laagdrempelig worden om te lezen. Door middel van ict (de boekjes online zetten en daarbij de gedigitaliseerde en afwisselende opdrachten) krijgt het lezen een nieuwe uitstraling, kan het via de ipad gelezen en gemaakt worden en is het mogelijk dat motivatie bevorderd wordt. Door het meer lezen zullen leerlingen een bredere vocabulaire krijgen en met als gevolg ook meer plezier kunnen krijgen in het maken van de opdrachten. Er zullen verschillende soorten verwerkingsopdrachten komen, waardoor leerlingen kunnen kiezen. Door keuze kan wederom motivatie bij leerlingen gestimuleerd worden. Digitalisatie zal dus effectiever werken. Daarnaast zullen leesboekjes, opdrachten en nakijkmodellen voor docenten komen online te staan. Door de digitalisatie kunnen praktische problemen opgelost worden; het kwijtraken van leesboekjes, het onvoldoende budget voor complete klassensets, het ontbreken van verwerkingsopdrachten en de ‘saaie’ en ‘droge’ vorm van een boekje lezen. Bovendien kunnen docenten zelf bekijken op welke manier zij met het digitale materiaal omgaan. Zij kunnen hierin differentiëren op niveau en tempo. Als het niveau van leerlingen toereikend is, kunnen zij meer verscheidenheid bieden in moeilijkheidsgraad. Mochten veel leerlingen zwak zijn in begrijpend lezen, dan kan een docent een deel van de les besteden aan een leesboekje klassikaal lezen en bespreken. Hierdoor zal digitaliseren bijdragen aan een efficiënter leesklimaat.

De onderzoekvraag luidt: Hoe kan het digitaliseren van het lezen van boeken bijdragen aan een efficiënter en effectiever leesonderwijs voor Engels van de onderbouw mavo op de Bluemers?

Literatuuronderzoek

Bij mijn literatuuronderzoek wil ik gebruik maken van de volgende bronnen:


- Kennisbank,
- Lucas,
- ‘A course in language teaching’
-Penny Ur,
-‘Moderne vreemde talen in de onderbouw’ - Staatsen,
-‘Praktijk onderzoek in de school’- van der Donk
-en het vakblad ‘Levende talen’

Praktijkonderzoek

In mijn praktijkonderzoek wil ik eerst een nulmeting maken om uit te vinden welke boekjes er reeds aanwezig zijn, wat de ervaring van docenten en leerlingen nu is. Vervolgens wil ik onderzoeken of deze drie punten te veranderen zijn.



SMART

Specifiek
De onderzoekvraag luidt: Hoe kan het digitaliseren van het lezen van boeken bijdragen aan een efficiënter en effectiever leesonderwijs voor Engels van de onderbouw mavo op de Bluemers?
Doel: Leesboekjes en opdrachten digitaal maken zodat voor leerlingen lezen laagdrempeliger wordt waardoor mogelijk motivatie wordt verhoogd. Vereenvoudiging van het lezen van boekjes voor docenten doordat alles digitaal staat met antwoordmodellen.

Meetbaar
Een 0-meting en een eindmeting. Enquêtes afnemen bij leerlingen en docenten.

Acceptabel
Deze is acceptabel voor de doelgroep en management, het sluit juist aan bij de invoering van de ipads.

Realistisch
Ja, via wordpress.com kan een gratis site aangemaakt worden.

Tijdsgebonden
Met een maand het digitalisatie stuk af hebben, in de maand volgend dit uitproberen en evalueren.

Fase 2 – Verkennen en ontwerpen - Praktijk

2.1 Inleiding verkennend onderzoek

In het volgend hoofdstuk worden de praktijk en theorie verder onderzocht. De theorie die voornamelijk zal gaan over motivatie, wordt gekoppeld aan motivatie verhoging bij het lezen. De theorie zal door meerdere boeken ondersteund worden, die volgens APA normen weergegeven worden. De praktijk wordt weergegeven n.a.v. enquêtes van leerlingen en afgenomen vragenlijsten bij docenten. Het product zal aansluiten bij de vraag van de school en de theorie zal met de praktijk (het beroepsproduct) verbonden worden.


Hoofdvraag: Hoe kan het digitaliseren van het lezen van boeken bijdragen aan een efficiënter en effectiever leesonderwijs voor Engels van de onderbouw mavo op de Bluemers?

Onderzoeksvragen



  • Wat is motivatie? (theorie)

  • Hoe kan motivatie bevorderd worden? (theorie)

  • Hoe kan er binnen lezen digitaal gedifferentieerd worden? (theorie)

  • Wat voor een invloed heeft vrijer lezen/vrije keuze in opdrachten op de motivatie volgens docenten? (praktijk)

  • Welke boeken die reeds aanwezig zijn sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen? (praktijk)

  • Hoe staat de leerling tegenover digitaal lezen? (praktijk)

  • Welke veranderingen denkt men te ondervinden bij het vervangen van een boek en het digitaliseren ervan? (praktijk)

2.2 Praktijkverkenning

2.2.1 Inleiding

De onderzoeksvragen voor de praktijk zullen gaan over het nut en de mogelijkheden gezien vanuit verschillende perspectieven, namelijk die van de leerlingen en docenten Engels. Sommige praktijkvragen zijn enigszins aangepast.

De praktijkdeelvragen zijn:
- Welke boeken die reeds aanwezig zijn sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen?
- Wat voor een invloed heeft een gedigitaliseerde leesomgeving t.o.v. de motivatie bij leerlingen voor het gebruiken van het product volgens leerlingen?
- Welke veranderingen denken docenten te ondervinden bij het digitaliseren boeken en van online opdrachten?
- Wat voor een invloed zouden andere/afwisselende verwerkingsopdrachten hebben volgens leerlingen en docenten bij lezen?

Voor de deelvragen ‘wat is motivatie’, ‘hoe kan motivatie bevorderd worden’ en ‘hoe kan er binnen lezen gedifferentieerd worden’ wil ik literatuur als ‘Prima onderwijs’(vakliteratuur), ‘Effectief leren’ van Ebbens, ‘Motiveren tot leren’ van van Dijk, ‘De orde in orde vernieuwd’ van van Geel, ‘A course in language teaching’ van Ur, ‘Moderne Vreemde talen in de onderbouw’ van Staatsen, ‘Lessen in orde’ van Teitler en ‘Handboek voor leraren’ van Kralingen gaan gebruiken.



2.2.2 Aanpak en middelen

In dit plan van aanpak wordt beschreven hoe informatie in de praktijk op een systematische manier wordt weergegeven. Dit wordt zo helder mogelijk weergegeven en er zullen verschillende onderzoeksactiviteiten worden uitgevoerd, zoals het inventariseren van aanwezige materialen en het bevragen van leerlingen en collega’s. Ook heb ik de andere locatie (havo/vwo) benaderd met de vraag of zij dezelfde problemen hadden qua motivatie en lezen. Dit werd inderdaad herkend. Het is van belang om ervaringen van leerlingen en docenten te vergelijken om zo beter tot een passend resultaat te kunnen komen. Uiteraard willen wij als docent aansluiten en voortbouwen bij de belevingswereld van de leerlingen, daarbij moeten wij hun stem ook horen. Uit onderzoek is gebleken dat aansluiting bij de belevingswereld van leerlingen leidt tot beter leren (Ebbens,2005)1. Beter leren (succes ervaren) kan leiden tot motivatie(Ebbens, 2005)2 en deze motivatie zal nodig zijn aangezien de negatieve houding ten aanzien van het lezen een aanleiding was tot het maken van dit product.


Als meetinstrumenten voor de praktijk wil ik enquêtes bij leerlingen afnemen. Als nulmeting wil ik meten hoe zij het lezen in de lessen ervaren. Wat is hun mening over de opdrachten? Wat vinden zij van de manier om leesboekjes te lenen? Ook wil ik docenten interviewen over hun huidige bevindingen. Waar lopen zij tegenaan? Wat zouden zij graag willen zien in de toekomst? Deze zullen valide en betrouwbaar zijn. Valide omdat de gekozen onderzoeksinstrumenten er voor zorgen dat wordt gemeten wat nodig is om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Doordat er meerdere vragen gesteld worden en bij de vragen multiple choice antwoorden staan, wordt er zo gericht mogelijk te werk gegaan. Zo kan concreet gemeten worden wat gemeten moet worden en kan er niet te veel worden uitgebreid over verschillende onderwerpen. Betrouwbaar doordat de enquêtes zullen worden afgenomen bij twee klassen, zodat dit betrouwbaarder is dan als één gehele klas bijvoorbeeld een zeer negatieve houding heeft. Hierin zouden een paar leerlingen het voortouw kunnen hebben en zo leerlingen ‘meenemen’ in het negatieve gedrag. Van tevoren weten zij niet van de vragenlijst, zodat antwoorden eigen antwoorden zijn en niet worden beïnvloed door anderen om toevallige verstoringen te voorkomen. Hierdoor verwacht ik dat bij herhaling van het onderzoek het dezelfde resultaten zal opleveren.

Nogmaals elke deelvraag met een actiepunt:


- Welke boeken die reeds aanwezig zijn sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen?
De leesboekjes die reeds aanwezig zijn, zijn verouderd. De kaft laat los of blaadjes vallen eruit. Klassensets zijn niet meer compleet, boekjes zijn in de loop van de jaren kwijt geraakt. Het ziet er niet aantrekkelijk uit voor leerlingen, waardoor sommigen bij voorbaat al geen zin hebben om te lezen. Sommige uitgeverijen bestaan niet meer, deze boekjes wil ik dan ook digitaal gaan gebruiken zodat er geen misvattingen bestaan over privacy recht. Vandaar dat Ik wil onderzoeken welke van deze boekjes nog geschikt zijn voor de leerlingen. Welke sluit aan bij hun belevingswereld? De verhalen die nog aantrekkelijk zijn ga ik digitaliseren door te scannen of over te typen. Hierbij maak ik verschillende verwerkingsopdrachten die ook online komen te staan. Zo kunnen leerlingen direct via hun ipad waar ze willen hun leesboekje voor Engels lezen.
- Wat voor een invloed heeft een gedigitaliseerde leesomgeving t.o.v. de motivatie bij leerlingen volgens de leerlingen en docenten?
Natuurlijk is het interessant te weten of deze leesomgeving uitgebreid kan worden door voor alle leerjaren de boeken te digitaliseren. Ik zou het product uit kunnen breiden of de school kan er over nadenken ebooks aan te schaffen. Door een voor- en een nameting te doen, wil ik onderzoeken of de ervaringen bij leerlingen en docenten wat betreft het lezen is veranderd. Is het lezen effectiever geworden? Zijn leerlingen gemotiveerder? Vinden zij een aantrekkelijker en gedigitaliseerde omgeving prettiger en makkelijker of houden zij toch liever een boek vast?
- Welke veranderingen denken docenten te ondervinden bij het digitaliseren boeken en van online opdrachten?
Is het mogelijk voor docenten efficiënter met de digitale omgeving te werken? Denken zij minder druk te ervaren doordat zij niet meer boekjes hoeven te lenen en in te laten scannen bij de mediatheek? Vinden zij de nakijkmodellen handig, of juist niet maar verwarrend doordat er meer verwerkingsopdrachten zijn?
- Wat voor een invloed zouden andere/afwisselende verwerkingsopdrachten hebben volgens leerlingen en docenten bij lezen?
Er zijn twee soorten motivatie, intrinsieke en extrinsieke (Ur, 2012)3. Intrinsieke is vanuit een persoon zelf. Van belang is hoe leerlingen de opdrachten ervaren. Afwisselende en uitdagende opdrachten dragen bij aan extrinsieke motivatie. Het is belangrijk dat pubers geprikkeld worden om zo optimaal te kunnen leren. Wat willen leerlingen en docenten, willen zij het standaard portfolio wat wellicht meer voorspelbaarheid geeft of zijn zij toe aan iets nieuws?

2.2.3 Resultaten en conclusies

Resultaten


De deelvraag: ‘Welke boeken die reeds aanwezig zijn sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen?’ kon direct uitgevoerd worden. De rest van de praktijkdeelvragen is beantwoord nadat de enquêtes zijn afgenomen en na de verwerking van de literatuurverkenning. De tweede meting volgt na de voltooiing van het product zelf.

Bij de leesboekjes die reeds op school aanwezig waren, heb ik een selectie gemaakt uit de volgende boekjes voor klas 1: ‘The wolf’s coat’ van T. van Reen, ‘Bad, bad boys’ van L. Kooiker en ‘The flood wave’ van A. Matti. Bij de leesboekjes die reeds op school aanwezig waren, heb ik een selectie gemaakt uit de volgende boekjes voor klas 2: ‘Lost in London’ van C. Granger, ‘The smiling Buddha’ van M. Palmer en ‘The night visitor’ van R. MacAndrew. Ik heb hiervoor gekozen omdat ik gekeken heb naar de leeftijden van leerlingen en de onderwerpen van de boekjes. Volgens Erikson’s fases in ontwikkeling zitten de leerlingen (klas 1 en 2) in fase 5 (Appelyard, 1991)4. Ik heb ook jonge leerlingen van elf jaar in de klas, zij passen nog in fase 4. De adolescenten krijgen in fase 5 volgens Erikson te maken met sociale en academische eisen en leren zij hiermee omgaan. Succes leidt hierbij tot een gevoel van competent zijn. Ik lees hier uit dat leerlingen met deze leeftijd keuzes leren maken in normen en waarden. Het kiezen hiertussen wordt ook behandeld in de meeste leesboekjes, sociale interactie speelt hierin een belangrijke rol. Er gebeurt iets en de hoofdpersonen in het boek komen voor de keuze of ze ergens eerlijk voor uit komen of dat ze het geheim houden. Volgens Appelyard (1991)5 vinden onderbouwleerlingen thema’s in boeken als fictie, avontuur en historie leuk en dat is precies waar deze leesboekjes aan voldoen.

Voor de overige praktijkdeelvragen heb ik enquêtes gebruikt, waarbij ik vragen aan leerlingen en docenten heb gesteld.
De praktijkdeelvragen waren:
- Wat voor een invloed heeft een gedigitaliseerde leesomgeving t.o.v. de motivatie bij leerlingen voor het gebruiken van het product volgens leerlingen en docenten?
- Welke veranderingen denken docenten te ondervinden bij het digitaliseren boeken en van online opdrachten?
- Wat voor een invloed zouden andere/afwisselende verwerkingsopdrachten hebben volgens leerlingen en docenten bij lezen?

50 Leerlingen uit twee klassen hebben de enquête ingevuld. (Zie enquête in bijlage)


Vraag 1- Ik wilde weten hoe leerlingen überhaupt tegenover digitalisatie stonden, vandaar laat ik ook deze uitslag zien. De uitslag vond ik vrij verrassend, ik had verwacht dat er meer leerlingen voor ‘ja’ hadden gekozen. Bij de vraag ‘lijkt het je leuk om digitaal, bijvoorbeeld via internet, op je iPad te kunnen lezen?’ geven 18 leerlingen het antwoord ‘ja, dat lijkt mij handiger en kan ik thuis lezen’. 20 Leerlingen geven aan dat ze liever een boek vast hebben. 8 Leerlingen geven dat het hen ze niet handig lijkt, omdat de iPad ze afleidt (door spellen of berichten). 4 Leerlingen geven aan dat het hen niet uitmaakt.

Grafiek


Vraag 2-Bij de deelvraag ‘zouden digitaal lezen en digitale verwerkingsopdrachten invloed hebben op de motivatie volgens leerlingen?’ heb ik de volgende vraag aan de leerlingen gesteld ‘denk je dat digitaal lezen/opdrachten maken jouw mening over lezen verandert?’. Hierop werd het volgende geantwoord: 14 Leerlingen denken gemotiveerder te zijn, 15 leerlingen denken dat het niks zou veranderen, 19 leerlingen geven aan het niet te weten, 2 andere leerlingen zeggen dat het lezen digitaal of niet, niet uitmaakt maar opdrachten zouden wel leuk zijn.

Cirkeldiagram

Vraag 3- Voor de deelvraag ‘wat voor een invloed zouden andere/afwisselende verwerkingsopdrachten hebben volgens leerlingen?’ heb ik het volgende voor leerlingen vertaald: ‘Lijkt het je leuk om andere opdrachten (bijv. een poster/wordweb/stamboom) bij een boekje te maken?’. Antwoorden werden gegeven als: ‘Ja, leuk en afwisselend’(15 leerlingen), ‘Nee, ik hou het liever bij zelfstandig werken en vragen/samenvattingen maken’ (12), ‘Ja, ik zou ook wel met klasgenoten willen samenwerken’(23).

Staafdiagram

Aan vijf docenten van de sectie Engels heb ik ook vragen gesteld, voor de deelvragen:
1- Wat voor een invloed heeft een gedigitaliseerde leesomgeving t.o.v. de motivatie bij leerlingen voor het gebruiken van het product volgens leerlingen?
2- Welke veranderingen denken docenten te ondervinden bij het digitaliseren boeken en van online opdrachten?
3- Wat voor een invloed zouden andere/afwisselende verwerkingsopdrachten hebben volgens docenten bij lezen?

1- Drie collega’s geven aan dat ze denken dat een gedigitaliseerde leesomgeving kan bijdragen aan motivatie bij leerlingen. Eén collega denkt dat het niet zal helpen. Eén collega weet het niet.


2- Drie collega’s geven aan dat er zich problemen kunnen voordoen, zoals geen verbinding hebben met het internet of leerlingen die hoofdpijn krijgen tijdens het lezen. Twee collega’s geven aan meer afwisseling te krijgen in de lessen en de verwerking ervan.


3- Drie collega’s geven aan meer afwisseling in de les te verwachten, zowel bij zichzelf als bij leerlingen. Eén collega geeft aan dat het afhankelijk is van de soort opdrachten. Eén collega denkt dat online opdrachten het aantrekkelijker kunnen maken voor leerlingen waardoor leerlingen gemotiveerder kunnen raken.


Conclusie

Naar aanleiding van de enquêtes bij de leerlingen blijkt dat veel leerlingen niet warm lopen voor digitaal lezen. Na en tijdens het uitproberen van dit product zullen zowel digitaal als in een boek lezen mogelijk zijn. Wel zijn leerlingen geïnteresseerd in meerdere, verschillende verwerkingsopdrachten, vooral samenwerkingsopdrachten. In het product online zullen zowel zelfstandige verwerkingsopdrachten komen als groepsopdrachten, de docent zowel leerling kunnen hierin afwisselen. Veel leerlingen geven aan dat ze niet weten of het digitaal lezen en/of digitale opdrachten maken, bijdraagt aan hun motivatie ten opzichte van het lezen. Hieruit lees ik dat zij wel open staan voor nieuwe dingen omdat zij niet duidelijk met ja/nee antwoorden. Een uitdaging dus om door middel van het product motivatie bij leerlingen proberen te verhogen door middel van aantrekkelijke site en afwisselende opdrachten.


Docenten lijken naar aanleiding van de enquête vrij kritisch. Zij lijken op de zien tegen problemen die zich kunnen voortdoen. Ook de meningen over verhoging van motivatie zijn verschillend. De nameting zal het uitwijzen.

Fase 2 – Verkennen en ontwerpen - Literatuur

2.3 Literatuurverkenning

2.3.1 Inleiding

Dit jaar is de school gestart met het gebruik van i-pads. Het beroepsproduct wordt mede door deze reden gedigitaliseerd. Volgens Heuves (2006)6 lijkt het gebruik van computer en internet onomstreden een positief effect te hebben op de cognitieve en sociale ontwikkeling. Volgens Heuves is het een sociaal gebruik van de digitale wereld. In de inleiding van het verkennend onderzoek zijn deelvragen geformuleerd. Deze worden nogmaals genoemd, de volgende vragen gaan onderzocht worden in de theorie:



  • Wat is motivatie? (theorie)

  • Hoe kan motivatie bevorderd worden? (theorie)

  • Hoe kan er binnen lezen digitaal gedifferentieerd worden? (theorie)

Motivatie is een van de belangrijkste onderdelen in het onderwijs voor zowel de leerling als de docent. De puberteit staat bekend als een moeilijke leeftijdsfase. Pubers ervaren een identiteitscrisis, het is geen gemakkelijke leeftijdsgroep om contact mee te maken. ‘Onderzoek laat zien dat voor circa dertig procent van de adolescenten de puberteit een periode is die bepaald niet rimpelloos voorbij gaat.’ (Heuves, 2006)7 Er kunnen stemmingswisselingen of spanningen in het gezin plaatsvinden. Het kind krijgt op deze leeftijd een grotere zelfstandigheid. Hierdoor is het een grote uitdaging leerlingen bij de les te houden en ze te prikkelen met iets dat interessant voor ze is. Volgens het onderzoeksrapport van de onderwijsinspectie (2014/2015) zijn Nederlandse leerlingen weinig gemotiveerd in verhouding tot andere landen. Deze redenen om motivatie te vinden zijn daarom erg interessant te onderzoeken. Wat is motivatie, waar komt het vandaan en waartoe kan de mens worden geprikkeld? Deze vragen zullen worden beantwoord en zal zo veel mogelijk worden toegepast in het beroepsproduct om zo de theorie in de praktijk te kunnen toepassen.

2.3.2 Middendeel

Motivatie
Wat is motivatie? Motiveren wil zeggen het beste in iemand naar boven halen. Motivatie is een cruciale factor in lesgeven van talen. Motivatie valt te verdelen in interne motivatie en externe motivatie (Gardner, 1991)8. Intern wil zeggen dat, in dit geval een leerling, zelf verlangen voelt om te leren (geïntegreerde motivatie). Extern daarentegen wil zeggen dat bepaalde stof moet worden geleerd, voor een studie of baan. In dit literatuuronderzoek wordt er vanuit gegaan dat iedereen intrinsieke motivatie bezit. Dit onderzoek zal verder ingaan op de externe motivatie (ook materiele motivatie genoemd). De leerling wil namelijk geen slechte cijfers halen en overgaan, vandaar extern. De puberende leerling die wij als docent in de klas hebben, vindt lang niet alle lessen even leuk. Daarom is het van belang dat wij deze groepen, van buiten af dus de omgeving, extern motiveren. Er is veel onderzoek gedaan naar motivatie, het blijft een uitdaging als docent zijnde om aan deze voorwaarden die veranderen door middel van media te voldoen.

Hoe is motivatie te bevorderen?
Docenten hebben een belangrijke rol bij het verhogen van motivatie. Diverse schoolfactoren zijn van invloed op motivatie van leerlingen. Meerdere aspecten kunnen een positieve bijdrage hebben op betrokkenheid van leerlingen. Hierbij valt te denken aan; gunstig orthopedagogisch klimaat, taakgerichtheid van docenten, stimulerende rol van de mentor of kleine klassen. Ook een afstemming op specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen draagt bij aan motivatie (Onderwijsinspectie, 2013/2014)9. Nu spitst dit onderzoek zich meer op concrete doelen binnen de les. Er wordt gekeken naar de houding van leerlingen, maar ook die van docenten.

Als docenten ervaren we allemaal dat achtstegroepers enthousiast binnenkomen op de nieuwe middelbare school. De kinderen zullen zelf ook aangeven dat ze klaar waren voor een nieuwe stap. Na een aantal weken is deze ijver weg. Waar is de motivatie? R. Kohnstamm (2011)10 geeft aan dat leerlingen zien dat de school niet van hen is, maar van de hogere klassen. ‘De inzakkende motivatie zit ‘m ook in het tegenvallen van het nieuwe leven’ zegt Rita. Het is hierbij van belang dat leerlingen zelf leren verantwoordelijkheid te nemen, een prestatie wordt niet behaald als een leerling zich niet bewust is van zijn eigen gedrag en niet leert.

Een docent kan invloed hebben op de denkwijze en motivatie van zijn leerlingen in de klas. Volgens Ur (2012) zijn verschillende manieren om motivatie te beïnvloeden 11 :
- Door te benadrukken hoe belangrijk het is (in dit geval Engels) te leren. Er zijn veel mogelijkheden om in de hedendaagse cultuur verder te gaan met deze taal. Leerlingen komen in aanraking met de taal door een toekomstige studie/baan, door gamen en door media. Door het belang zullen leerlingen meer drang kunnen vinden om te gaan leren.
- Door leerlingen succes laten te ervaren. Het is als docent belangrijk taken te maken die leerlingen uit kunnen voeren en succesvol doen. Voor jongeren is het van belang ze positief te benaderen. Wees tactvol en laat zien dat je ze steunt.
- Door er zeker van te zijn dat activiteiten interessant genoeg zijn. Bijvoorbeeld teksten moeten communicatief en interessant zijn.

Bij het geven van een les komt ook veel kijken. Hoe interessanter de les, hoe geïnteresseerder de leerling wat dus de motivatie bevordert. Variatie is daardoor des te belangrijk, volgens Ur (2012)12 zijn de volgende tips zijn daarvoor:


- Tempo; activiteiten kunnen kort en snel gaan hierdoor zijn leerlingen meer gedwongen bij de les te zijn. Andere oefeningen waar leerlingen moeite mee hebben kunnen daarentegen langzamer.
- Organisatie; wissel af en individueel, groepswerk of tweetallen. Zo kan er gevarieerd worden in actieve en passieve rollen van leerlingen. Op deze manier kunnen alle leerstijlen van Kolb (van Kralingen, 2013)13 de doeners, denkers, beslissers en beschouwers aan hun trekken komen.
- Materiaal; wissel af met lesmethodes of aparte projecten.
- Vaardigheden; wissel af met de vaardigheden (zoals spreek- luister- lees- en schrijfvaardigheid).
- Moeilijkheidsgraad; wissel af in niveau’s van makkelijk tot moeilijk.
- Onderwerp; wissel van onderwerpen zodat aandacht blijft hangen en niet te lang op één onderwerp doorgaat.
Pubers krijgen in het hedendaagse leven veel nieuwe prikkels, denk hierbij aan televisie of internet. Pubers zijn gretig om iets nieuws te ontdekken. De ontwikkeling van het denken wordt gestimuleerd doordat puber nieuwe informatie te verwerken krijgt. ‘Uit recent onderzoek komt steeds duidelijker naar voren, dat de cognitieve ontwikkeling een sociaal gebeuren is’ (Heuves, 2006)14. Dit wil zeggen dat pubers anderen nodig hebben om het denken te kunnen ontwikkelen. Cognitieve ontwikkeling wordt dus beïnvloed door de interacties die een puber in zijn omgeving heeft. Heuves (2006) geeft aan dat er niet alleen voldoende uitdaging en denkvoer aanwezig moet zijn, maar ook emotionele relaties waarin zij zich op hun gemak voelen en zij onbekommerd over nieuwe zaken kunnen nadenken. Het is dus van belang dat er samen wordt gewerkt in klassen en niet alleen ieder voor zich en zelfstandig verder werken. Door de koppeling te maken van deze literatuur naar praktijk, kies ik er voor om onder andere samenwerkingsopdrachten in de online opdrachten te verwerken.

Als docent zijnde wordt er kritisch gekeken naar leerlingen, veel dingen kunnen in onze ogen beter. Wat wel eens vergeten wordt, is dat er ook kritisch naar jezelf gekeken moet worden. Een opname maken van jezelf in de klas kan hierbij helpen. Bewust en onbewust reageren wij en laten wij merken of wij een leerlingen hoger of lager inschatten. Als docent moeten wij bewust zijn van onze eigen doen en laten, anders kan het pygmalion-effect intreden(van Dijk, 2011)15. Een verwachting beïnvloedt een uitkomst. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat als je als docent verwacht dat iemand intelligent is, zo’n leerling ook daadwerkelijk beter zal presteren. Andersom werkt het ook. Als je denkt dat een leerling het niet ver zal schoppen, dan ontmoedig je hem onbewust en zal hij minder presteren. Onbewust kun je je net wat anders gedragen, je lacht minder of maakt net wat minder oogcontact. Zorg als docent dat je: - je bewust bent van eigen vooroordelen, -alle leerling bewust gelijke aandacht geeft, -aangeeft dat fouten maken erbij hoort, -minder goede leerlingen leer strategieën aanreikt, -feedback geeft op inspanning en niet op prestaties, -eisen stelt dat fouten maken mag en hard werken moet.

“Een langzaam groeiende boom kan uiteindelijk de hoogste worden. Ons onderwijs moet alle bomen de kans bieden zo hoog mogelijk te worden.” Jelle Jolles, hoogleraar hersenen, gedrag & educatie.

Naast het pygmalion- effect is er ook de term reciprociteit (van Dijk, 2011)16, ook wel wederkerigheid genoemd. Als je als docent geeft, dan ontvang je. Een leerling reageert op jouw gelaatsuitdrukking. Dit wil zeggen dat reciprociteit als resultaat heeft dat de impact van je eigen gedrag terug ziet in het handelen van een ander. Volgens van Dijk lijkt motivatie sterk samen te hangen met contact met anderen. Concreet voor docenten is het van belang dat je belangstelling toont, leerlingen waardeert, vertrouwen hebt. Zo is de kans groot dat de motivatie om zich in te zetten voor deze docent groeit.



Opdrachten
Tijdens het maken van deze opdrachten is het van belang dat de docent duidelijk kaders biedt. Hierin is het voor een docent belangrijk grenzen aan te geven en consequent te handelen. Heuves (2006)17 zegt dat pubers grenzen nodig hebben omdat: -zij zelf nog niet alle consequenties van hun gedrag kunnen overzien, -grenzen de overschatting van eigen kunnen kan temperen, -eigen verantwoordelijkheid geen cadeau is –grenzen een blijk zijn van zorg, aandacht en liefde.

Hoe kan binnen lezen digitaal gedifferentieerd worden?
Differentiëren binnen het lezen kan op verschillende manieren. Differentiëren wil zeggen dat er les kan worden gegeven op verschillende niveaus (Ur 2012)18, waarbij moeilijke of makkelijke taken of verschillende teksten gegeven worden aan de leerlingen. Differentiëren kan toegepast worden zodat leerlingen in hun eigen tempo werken, en er geen gelijkheid is binnen opdrachten. In de praktijk zal worden gedifferentieerd op niveau. Er zullen meerdere boeken van verschillende niveaus online staan, leerlingen die makkelijk lezen kunnen een geavanceerder niveau kiezen. Ook wordt er gedifferentieerd op tempo, doordat leerlingen in hun eigen snelheid boeken kunnen lezen. Ook kunnen leerlingen verwerkingsopdrachten kiezen, zo hebben zij voor het gevoel meer autonomie en ook dit leidt tot motivatie (Ebbens 2005)19.

2.3.3. Conclusie

Kortom: er zijn veel manieren om leerlingen te motiveren voor een vak of vaardigheid. Het speerpunt uit dit onderzoek is dat je als docent kun je veel bereiken in het contact met de leerling, hoe beter de band hoe meer de leerling voor de docent zal werken. In dit geval zal de docent moeten zorgen voor:


-Aandacht en interesse voor zijn leerlingen,
-Gevarieerde opdrachten,
-Afwisseling in de verwerking van opdrachten,
-Onderwerpen die aansluiten bij leerlingen.
-Differentiatie
-Bewustzijn van eigen handelen en evt. vooroordelen.

Fase 2 – Verkennen en ontwerpen – Ontwerpeisen

3.1 Conclusie verkenning

De conclusie van de verkenning geeft een samenhangend beeld op de praktijk- en literatuurverkenning. Op terug te komen op de hoofdvraag ‘Hoe kan het digitaliseren van het lezen van boeken bijdragen aan een efficiënter en effectiever leesonderwijs voor Engels van de onderbouw mavo op de Bluemers?’ kan nu duidelijker antwoord gegeven worden. Leerlingen gaven van tevoren in enquêtes aan dat ze opdrachten weinig afwisselend vinden en ook meer dingen met ict zouden willen doen. Qua verwerkingsopdrachten zal hier wat mee gedaan worden. Bij het nadenken van digitaal lezen zijn er verschillende reacties. De een vindt het leuker om digitaal ermee bezig te zijn, de ander heeft liever een boek vast. Als het beroepsproduct na evaluatie geslaagd zou zijn en goed zou bevallen, kunnen er vervolgens ebooks besteld worden bij uitgeverijen die zich al op dit gebied ontwikkeld hebben. Docenten geven aan te denken dat ze de digitale manier wel prettiger te vinden, alhoewel er ook docenten zijn die liever ‘op de oude manier verder gaan’ en boekjes laten lenen. Beide manieren zullen bij dit product mogelijk zijn. Wel zou digitalisatie tijdsbesparing opleveren en een effectievere lestijd, er hoeft namelijk niet meer onder de les geleend te worden. Docenten gaven ook aan dat ze graag tips voor leerlingen zouden willen. Lees strategieën worden helaas nog niet altijd toegepast, ook dit wordt opgepakt. Door het literatuuronderzoek is boven gekomen dat dit document voor docenten van belang doordat zij zich weer opnieuw bewust worden van hun eigen houding. Ik ervaar dat sommige collega’s lezen ‘een gedoe’ vinden, waardoor zij onbewust een negatieve houding kunnen uitstralen. Via dit document worden docenten hopelijk geïnspireerd en geënthousiasmeerd. Ik denk dat het van belang is dat de docenten nu weten dat het digitale lezen er is en dit kunnen ervaren. Zodoende het wellicht door de school in de toekomst zal worden geïmplementeerd.



3.2 Ontwerpeisen

Het probleem binnen de school is in de praktijk en theorie nu verkend. Er zijn ontwerpeisen voor het beroepsproduct geformuleerd naar aanleiding van de opdracht en de conclusie. Naar aanleiding van bovenstaande conclusie zullen actiepunten worden opgepakt. De ontwerpeisen van het beroepsproduct zijn concreet, praktisch en worden onderbouwd. Ten eerste zal het moeten bijdragen aan de effectiviteit en ten tweede aan de efficiëntie. Deze zullen nu worden uitgelegd. Leerlingen gaven aan lezen saai te vinden en dezelfde opdrachten weinig uitdagend vonden. Het product speelt in op de negatieve houding van de leerlingen. In het beroepsproduct zullen daarom meerdere afwisselende opdrachten opgenomen worden, door middel van ict. Op deze manier zullen hopelijk leerlingen in een nieuwe leeromgeving een uitdagender manier van lezen ontdekken in plaats van het (verouderde) lezen. Als zij meer plezier krijgen in het maken van de opdrachten, hebben zij meer zin in het lezen van een boek. De vrijere keuze zal dus bijdragen aan de motivatie. Als zij meer lezen, draagt dit bij aan hun vocabulaire en op deze manier zal het verkregen woordenschat het lezen weer vergemakkelijken. Literatuur gaf aan dat eigen keuze kan bijdragen aan motivatie, vandaar dat er meerdere verwerkingsopdrachten online komen te staan waarbij leerlingen kunnen kiezen. Digitalisatie draagt daarom bij aan een effectievere leesomgeving.


Ten tweede draagt dit product bij aan efficiëntie. Docenten gaven aan wel open te staan voor nieuwe dingen, maar hier zelf niet extra tijd aan te willen besteden om zelf opdrachten te moeten bedenken. Voor docenten zullen kant en klare opdrachten met nakijkmodellen aanwezig zijn, zodat zij niet nogmaals ‘het wiel hoeven uit te vinden’. Zo kunnen ook zij opdrachten kiezen die hen geschikt lijkt voor een klas en hopelijk kunnen zij hierdoor ook zelf motivatie hierin vinden. Naast de leesboekjes zullen docenten van opdrachten en nakijkmodellen worden voorzien. De opdrachten komen online te staan. Door digitalisatie kunnen praktische problemen opgelost worden; de voor leerlingen ‘saaie’ manier van lezen, het ontbreken van afwisselende verwerkingsopdrachten, het niet meer lenen van boekjes onder de les, het kwijtraken van boekjes, het onvoldoende budget voor complete klassensets, het snel kunnen lezen van samenvattingen en daardoor sneller een boekje kunnen kiezen, zal het lezen laagdrempeliger worden. Juist die laagdrempeligheid zal leerlingen er toe moeten zetten om vaker te lezen. In de les zou het door dit product makkelijker en sneller kunnen, en zal hierdoor wellicht het doel van drie boekjes per jaar behaald kunnen worden. Bovendien kunnen docenten zelf bekijken op welke manier zij met het digitale materiaal omgaan. Zij kunnen hierin differentiëren op niveau en tempo, wat weer uitdaging voor leerlingen kan bieden. Als het niveau van leerlingen toereikend is, kunnen docenten meer verscheidenheid bieden in moeilijkheidsgraad. Mochten veel leerlingen zwak zijn in begrijpend lezen, dan kan een docent een deel van de les besteden aan een leesboekje klassikaal lezen en bespreken. Online tips worden ook gegeven, door middel van het uitleggen van lees strategieën zullen leerlingen vaker hiermee in aanmerking komen. Hoe vaker hoe beter zij deze strategieën leren. Hierdoor zal digitaliseren bijdragen aan een efficiënter leesklimaat.

3.3 Het ontwikkelde beroepsproduct

Het ontwikkelde beroepsproduct is te vinden op www.bluemerslezen.wordpress.com

Onderwerp
Na overleg met sectiegenoten is het beroepsproduct afgestemd op de eisen en de noden van de leerwerkplek. Er werden verschillende onderwerpen besproken, maar we kwam al snel uit bij het onderwerp ‘lezen’. De kinderen lezen tegenwoordig zo weinig en willen vaak te snel werken. Het gekozen onderwerp van het beroepsproduct is dus ‘lezen’, hierbij wordt de huidige manier gemoderniseerd. De oude manier hield in dat leerlingen een boekje gingen lenen bij de mediatheek en daarbij standaard vragen beantwoordden als: ‘Wie zijn de personages. Wie is de hoofdpersoon? Wat gebeurt er in het boek?’ Etc. Docenten gaven aan dat leerlingen ongemotiveerd waren, geen zin hadden in de opdracht te maken, er geen complete klassensets waren, boekjes vielen uit elkaar of dat boekjes er niet meer schoon uit zagen. Daarbij kwam dat er één portfolio opdracht werd gebruikt voor verschillende boekjes, en er geen eenduidig nakijkmodel aanwezig was. Vaak kwam het voor dat het beoogde doel van drie boekjes lezen per jaar niet behaald werd. Het lezen kan dus efficiënter. Ook gaven leerlingen aan door middel van enquêtes dat ze lezen vrij saai vonden, weinig keuze in opdrachten te hadden en wel iets vernieuwends wilden zien. Het lezen kon dus effectiever. Door de site wordt het lezen in een nieuw jasje gestoken. Het ziet er voor leerlingen aantrekkelijk uit. Bovendien is de site gebruiksvriendelijk en kunnen leerlingen in eenvoudige stappen lezen en de opdrachten vinden. Er zijn nieuwe verwerkingsopdrachten die bij zullen dragen aan afwisseling voor leerlingen. En er zijn nakijkmodellen voor docenten zodat er bij hen geen extra werkdruk ligt. De site is ontworpen via de gratis methode ‘Wordpress’. Hierbij zijn als uitprobeersel drie leesboekjes in gescand en diverse opdrachten zijn online gezet. De leesboekjes zijn reeds aangeschaft en aanwezig op school. Na overleg en na goedkeuring van de docent van de HU, de werkplekbegeleider en na contact te hebben gehad met de uitgever (die niet meer bestond), is besloten de boekjes te scannen en als studieopdracht hiervoor te gebruiken. De opdrachten variëren in creativiteit maar de werkinspanning is in elke opdracht ongeveer hetzelfde. Er zijn puur inhoudelijke vragen over het boek in het product opgenomen, maar ook zelfstandige opdrachten of groepsopdrachten. De docent is daarbij vrij om leerlingen keuzes te geven of een bepaalde opdrachten door alle leerlingen te laten maken.

Doelgroep


De doelgroep is klas één en twee mavo. De leerlingen kunnen via de ipad boekjes in het Engels lezen en ook online de verwerkingsopdrachten vinden. Eventueel kunnen klas één basis en klas één havo ook gebruik maken van de site. Mochten leerlingen het als prettiger ervaren om een echt boek vast te hebben, dan bestaat altijd de mogelijkheid om het boekje te lezen in de mediatheek. De titels zijn al door school aangeschaft.

Doel
Het doel van dit product is de motivatie te verhogen bij leerlingen. De leerlingen zullen de site aantrekkelijker vinden dan ‘droog een boek lezen’. Ook zullen zij keuze hebben in opdrachten (zie literatuurverkenning) wat bijdraagt aan de motivatie. Het lezen zal laagdrempeliger worden, doordat leerlingen via hun ipad kunnen gaan lezen en geen extra handelingen hoeven te verrichten (zoals in de mediatheek een boek zoeken en laten inscannen in de computer). Net als voor docenten zal het lezen gemakkelijker zijn. Er zullen geen boekjes vergeten worden tijdens de les en er zullen geen pagina’s missen. Er hoeven geen leerlingen onder de les weg om boekjes te laten lenen (in de pauze zit de mediatheek namelijk dicht). Er zijn verschillende opdrachten die de docent zelf niet meer hoeft te bedenken. Er zijn nakijkmodellen zodat de docent niet opnieuw het wiel hoeft uit te vinden en zodat de sectie eenduidig nakijkt.

Vorm
Het product in gemaakt middels een site. Dankzij de studie en het vak ‘youth literature’ ben ik in aanraking gekomen met dit programma. Het is gebruiksvriendelijk en gratis, dit was voor mij de hoofdreden om het te gaan gebruiken. Door de invoering van ipads op mijn leerwerkplek speelde digitalisatie een grote rol in dit verdere onderzoek. Het beroepsproduct was dus een mooi middel om verder uit te zoeken of digitalisatie inderdaad bij draagt aan motivatie en baat heeft bij de effectiviteit en efficiëntie bij het lezen. Mits dit goed bevalt, dan kan dit project verder uitgebreid worden en zullen er digitale, Engelse boekjes worden aangeschaft. Het is een duurzaam product, er zullen meerdere jaren gebruik van gemaakt kunnen worden. Boekjes die verouderd zijn kunnen makkelijk vervangen worden en bijna alle opdrachten (behalve de inhoudelijke) zijn op elk leesboek toepasbaar. Het is toegankelijk voor elke onderbouw leerling. Er is geen speciale code voor nodig en ook geen speciale handelingen. De beheerder kan bepalen wat er op de site komt te staan.

Hoofdstuk 4 – Evaluatieonderzoek

4.1 Presentatie en evaluatie van het eindproduct

Oriënteren
Het product wordt gepresenteerd aan de betrokkenen, in dit geval de sectie Engels. Hierbij wordt expliciet nagegaan en vastgelegd of het gerealiseerde product aan de ontwerpeisen en verwachtingen voldoet. De geformuleerde opdracht- en ontwerpeisen ga ik bij de evaluatie herhalen. De onderzoeksvraag was of het lezen in de onderbouw effectiever en efficiënter kon. De deelvragen bestonden onder andere uit: ‘Is de motivatie bij leerlingen verhoogd door de nieuwe leesomgeving? Is de motivatie verhoogd doordat leerlingen keuze hebben in opdrachten maken? Vinden docenten dat het lezen nu efficiënter is? Is het product bruikbaar en makkelijk toepasbaar? Vinden docenten de nakijkmaterialen efficiënt en voldoen zij aan hun verwachtingen?’ Ik zal daarbij laten zien op welke manier ik heb bijdragen aan deze vragen. Ik zal daarbij uitleggen dat ik door middel van het product en naar aanleiding van een enquête (zie bijlage 3 en 4) deze vragen heb beantwoord en wat het effect is geweest.

Richten
Ik heb bedacht op welke wijze ik mijn product wil presenteren door simpelweg mijn product te laten zien en uit te leggen. Het onderzoek zelf is voor mijn collega’s niet interessant, wel wat ik heb gedaan en waarom. Tijdens de presentatie vraag ik collega’s te reflecteren op mijn product. Zal ik voor de uittestfase nog wat bij moeten stellen? Via een enquête wil ik nagaan of mijn doel is behaald en of ze nog wat missen.

Plannen
De planning voor het ontwikkelen, presenteren en evalueren van het beroepsproduct is als volgt. Aangezien bijlage 4A niet in de cursushandleiding van beroepsproduct 3 zit en ook niet op Sharepoint staat, heb ik zelf een planning voor het evaluatieonderzoek gemaakt.


Wanneer

Wat

Hoe

Week 50 t/m week 1

Beroepsproduct ontwikkelen

Site maken, incl. de boekjes invoegen, opdrachten en nakijkmodellen.

Week 2

Presenteren beroepsproduct

Presenteren product via smart-TV

Week 2/3

Evalueren beroepsproduct

Product bijwerken na presentatie en na enquête collega’s en leerlingen

Week 4

Product inleveren

Ephorus en op papier via STIP

De presentatie geef ik aan vier collega’s die ook Engels geven. Ik zorg daarbij dat ik voor elk een enquête heb uitgeprint en ik zorg dat ik een eindbeoordeling heb van mijn begeleidster. Ik begin de presentatie met inhoudelijk te vertellen wat de planning is deze presentatie. Dit schrijf ik op het bord, hierbij laat ik de kleppen nog dicht. Als planning schrijf ik onder elkaar op ‘Start, inhoud product, vragen, enquête’. Eerst vertel ik hoe ik dit onderzoek startte, daarbij herhaal ik de onderzoeksvraag met de deelvragen. Ik vertel dat ik niks over het (literatuur)onderzoek vertel, maar dat ik ze vooral het product wil laten zien en wil laten weten hoe leerlingen het ervaren. Vervolgens klap ik het bord open en laat ik het product zien. Tijdens het presenteren kunnen mijn collega’s feedback geven. Willen zij veranderingen zien? Is er iets onduidelijk? Ik leg uit hoe de site eruit ziet en waar je bij welke onderwerpen op kunt klikken. Er staan boekjes op voor klas één en voor klas twee. Daarnaast kunnen zij onder een tabblad oefeningen vinden. Deze oefeningen zijn verdeeld in zelfstandige opdrachten, groepsopdrachten en inhoudelijke opdrachten. Ik vertel dat ik voor verschillende, ook creatieve opdrachten heb gekozen. Bij het laatste tabblad zien docenten hoe nakijkmaterialen gebruikt kunnen worden, zodat wij allen hetzelfde de opdrachten beoordelen. Als onderzoeksinstrument laat ik collega’s een enquête invullen (zie bijlage 4). Ook kunnen zij direct tijdens het presenteren vragen stellen over opdrachten of nakijkmodellen. Hopelijk zijn zij net zo enthousiast als ik en vinden zij het product er aantrekkelijk uitzien. Ik heb bewust niet teveel tekst gebruikt aangezien dit leerlingen af kan schrikken, de site is bovendien in het Engels. Ik heb vooral gekeken naar lay-out en uiterlijk door op de hoofdpagina’s aantrekkelijke plaatjes gebruikt met vrolijke kleuren.



4.2 Evaluatie van de uitvoering van het product

4.2.1 Inleiding en evaluatievragen


In twee brugklassen mavo is het product uitgevoerd. De leerlingen hebben een boekje gelezen via de site, keuze gehad in het maken van een opdracht en vervolgens deze gemaakt. Ik ga na of het beroepsproduct een oplossing heeft geboden voor het gesignaleerde probleem en of het product het beoogde effect heeft gehad. De hoofdvraag was of het lezen op de Bluemers voor de onderbouw mavo efficiënter en effectiever kon. Door middel van deelvragen ga ik bekijken of de hoofdvraag beantwoord is. De deelvragen zijn: Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt in lezen door de gedigitaliseerde omgeving? Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt in het maken van de verschillende opdrachten (andere lesstof)? Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt door digitaal de lezen? Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt doordat zij keuze hebben in opdrachten? Ook stel ik aan sectiegenoten vragen. De deelvragen voor bij de hoofdvraag zijn als volgt: In hoeverre is het product bruikbaar? In hoeverre zijn de nakijkmaterialen bruikbaar? In hoeverre vind je de opdrachten bruikbaar? Zou je dit product vaker gebruiken?

4.2.2 Aanpak en middelen


Ik ga de twee klassen die ik voor het gebruiken van het product bevraagd heb, wederom vragen een enquête in te vullen, zie hiervoor bijlage 3. Ik ga vragen aan een collega of zij de enquêtes in haar les wil uitdelen, dit doe ik bewust zodat leerlingen zelfstandig zonder dat ik aanwezig ben hun eigen mening kunnen en durven te geven. Op deze manier is de afname meer valide. Ook laat ik sectiegenoten, die ik voor het gebruik van het product ook had ondervraagd, om enquêtes in te vullen. Zij kunnen hierbij onderbouwen of zij het ermee eens zijn of het doel bereikt is. Zij bekijken het vanuit hun vak, is het product bruikbaar? De vragen heb ik zo proberen te stellen dat ze objectief zijn en niet subjectief, zie bijlage 4.

4.2.3 Resultaten


Van de twee klassen hebben 49 leerlingen de enquête ingevuld. Bij elke vraag konden leerlingen scores aangeven van 1(zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden). Hieronder volgen de resultaten.

Geef aan of het werken met de site de motivatie bevordert. 21 Leerlingen geven de score van 8.

Geef aan of het digitaal lezen je motivatie bevordert. 16 Leerlingen geven een score van een 8, negen leerlingen een score van 7 en de rest een onvoldoende.

Geef aan of de opdrachten je motivatie bevorderen. Zeventien leerlingen gaven hierop een onvoldoende, rest van 32 leerlingen gaven een voldoende.

Geef aan keuze hebben in opdrachten je motivatie bevorderen. Geen enkele leerlingen gaf hiervoor een lage score.

De algemene waardering van de site scoort een 7.

4.2.4 Conclusie

De hoofdvraag was of het lezen op de Bluemers voor de onderbouw mavo efficiënter en effectiever kon. Door middel van deelvragen ga ik bekijken of de hoofdvraag beantwoord is.


De deelvragen wat betreft efficiëntie zijn:
-Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt in lezen door de gedigitaliseerde omgeving?
Leerlingen zijn wel gemotiveerd geraakt door de site, dit heeft te maken met het uiterlijk van de site toen ik navraag deed.
-Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt in het maken van de verschillende opdrachten (andere lesstof)?
Ja, leerlingen geven aan dit een leuke manier te vinden, ze vinden het anders dan normaal. Het is vernieuwend en daarom zijn de meeste positief.
-Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt door digitaal de lezen?
Leerlingen gaven aan niet zozeer gemotiveerd te zijn door het lezen van een digitaal boek. Sommige leerlingen geven aan hoofdpijn te krijgen en sommige leerlingen hebben een boek geleend in de mediatheek. Dit verbaasde mij enigszins (omdat ze niet zonder ipad kunnen/willen), maar ik vind het heel eerlijk van ze.
-Zijn leerlingen gemotiveerd geraakt doordat zij keuze hebben in opdrachten?
Het leuke vind ik om te ontdekken dat leerlingen erg enthousiast zijn om zelf opdrachten te kunnen kiezen. Ook de groepsopdrachten vallen erg in de smaak. Uit eigen ervaring en verhalen van leerlingen/ouders merk ik dat op de middelbare school (te) weinig met samenwerkend leren wordt gedaan. Dit gebeurt op de basisschool meer en leerlingen vinden het leuk om te doen.

Ook aan de sectiegenoten heb ik gevraagd een enquête in te vullen (zie bijlage). Dit geef ik niet weer in grafieken, aangezien de doelgroep klein is en er voornamelijk positieve reacties waren (op hier en daar wat spelfouten na in het product). De deelvragen wat betreft effectiviteit zijn:


- In hoeverre is het product bruikbaar?
Unaniem: Het product is direct bruikbaar. Op dit moment wordt het voor de onderbouw gebruikt, maar het is ook uit te breiden voor de bovenbouw en andere niveaus. Op deze manier zou er nog meer gedifferentieerd kunnen worden.
-In hoeverre zijn de nakijkmaterialen bruikbaar?
Unaniem: De nakijkmodellen zijn voor meerdere opdrachten bruikbaar. Doordat erin staat wat er van leerlingen verwacht wordt, is het ook voor docenten duidelijk waar zij bij het nakijken op moeten letten. Wel moet er hier en daar explicieter uitgelegd worden wanneer het voldoende is gemaakt.
-In hoeverre vind je de opdrachten bruikbaar?
Unaniem: Heel bruikbaar
-Zou je dit product vaker gebruiken?
Unaniem: Zeker, het ziet er aantrekkelijk uit en er zitten leuke en creatieve opdrachten bij.

Kortom: Het lezen op de Bluemers kan efficiënter en effectiever. Hopelijk kunnen we hier in doorgroeien door dit product te implementeren en uit te breiden met meer (recentere) leesboekjes.



Samenvatting 250

Dit onderzoek gaat in op de motivatie bij leesvaardigheid in de onderbouw mavo. Op het Almende College werd het doel van drie leesboekjes per jaar vaak niet gehaald. Lestijd ging verloren door het lenen en inscannen van boekjes bij de mediatheek. Er werd dezelfde portfolio opdracht gebruikt bij elk boek en de boekjes zelf waren incompleet. Het lezen kon efficiënter. Ook de motivatie van leerlingen was niet hoog, ze vergaten de leesboekjes en ervaarden het lezen als saai. Voor hen kon het lezen effectiever. Na de invoering van ipads moest er iets veranderen. Door middel van ondervragingen op een andere locatie, enquêtes bij leerlingen en docenten af te nemen (nulmeting), werd de vinger op de zere plek gelegd. Leerlingen wilden iets nieuws en uitdagender en docenten wilden niet zelf veel tijd hoeven te besteden aan nieuw lesmateriaal. Dit beroepsproduct zorgt voor twee vliegen in een klap. Lezen in een vernieuwd jasje steken was een uitdaging. Door middel van een site heeft het lezen een nieuw uiterlijk gekregen. De site ziet er aantrekkelijk uit, is overzichtelijk en niet te druk. Op de site staan verschillende verwerkingsopdrachten om motivatie bij leerlingen te verhogen (dit is bevestigd na afname van enquêtes en ervaring van collega’s die het product gebruikt hebben). Hier staan zowel zelfstandige als groepsopdrachten op. Ook zijn er voor docenten nakijkmodellen gemaakt, waardoor zij niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. De docenten zijn enthousiast, de site is laagdrempelig en direct te gebruiken in de les. Bovendien kan de site uitgebreid worden, door zich te gaan richten op meerdere niveaus en door het uitbreiden van de online leesboeken.



Literatuurlijst

Appelyard (1991) ‘The reader as thinker’

Gardner (1991) ‘Attitude and motivation in second language learning‘

Inspectie van onderwijs (2014/2015) ‘Staat van het onderwijs’

Kohnstamm (2011) ‘Kleine ontwikkelingspsychologie’

Dijk, van (2011) ‘Motiveren tot leren’

Ebbens, S (2005) ‘Effectief leren’

Kralingen, van (2013) ‘Handboek voor leraren’

Heuves, W. (2006) ‘Pubers, ontwikkeling en problemen’

Donk, van der (2014) ‘Praktijkonderzoek in de school’

Staatsen, F (2004) ‘Moderne vreemde talen in de onderbouw’

Ur, P (2012) ‘A course in Englis language teaching



Bijlages
  1   2   3

  • Inhoudsopgave Inleiding 1.1 Bladzijde 4 1.2 Bladzijde 4 1.3 Bladzijde 5
  • Samenvatting Bladzijde 28 Literatuurlijst Bladzijde 29
  • Leerverslag Bladzijde 55 Fase 1 – Oriënteren Inleiding
  • Fase 2 – Verkennen en ontwerpen - Praktijk
  • Fase 2 – Verkennen en ontwerpen - Literatuur
  • Fase 2 – Verkennen en ontwerpen – Ontwerpeisen
  • Hoofdstuk 4 – Evaluatieonderzoek
  • Wanneer Wat Hoe

  • Dovnload 173.7 Kb.